§ flandrepo
30 regels · van kracht sinds 1 sep 2026

Artikel 15

§1. Voor zover het noodzakelijk is om de doelstelling van het Veilig Huis te realiseren, kunnen de organisaties, vermeld in artikel 10, de volgende persoonsgegevens verwerken:

  1. 1°identificatiegegevens, waaronder het rijksregisternummer of het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  2. 2°contactgegevens;
  3. 3°gegevens over beroep, beroepsbekwaamheid, opleiding en vorming;
  4. 4°leeftijd, geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat en verblijfsstatuut;
  5. 5°gegevens over schulden en solvabiliteit;
  6. 6°gegevens over de levensstijl, vrijetijdsbesteding en sociale context;
  7. 7°gegevens over de gezinssamenstelling;
  8. 8°gegevens over de woonomstandigheden;
  9. 9°politionele en gerechtelijke gegevens;
  10. 10°gegevens over de gezondheid;
  11. 11°gegevens over risicosituaties en -gedragingen;
  12. 12°gegevens waaruit herkomst of afkomst blijkt;
  13. 13°gegevens over seksueel gedrag of seksuele gerichtheid;
  14. 14°gegevens waaruit politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken.

De personen van wie de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen worden verwerkt, zijn de leden van het cliëntsysteem en hun onderlinge relaties en contacten.

De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen op de volgende wijzen worden verwerkt:

  1. 1°de deelnemers aan een casusoverleg kunnen conform artikel 13 persoonsgegevens delen met en ontvangen van andere deelnemers aan het casusoverleg;
  2. 2°de organisaties, vermeld in artikel 10, kunnen persoonsgegevens delen met de coördinator, voor zover dit noodzakelijk is om de aanmelding van een cliëntsysteem te realiseren;
  3. 3°de personeelsleden van de kernpartners, die instaan voor de trajectwerking van het Veilig Huis, kunnen de persoonsgegevens verwerken met het oog op het uitvoeren van de opdrachten, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° en 2°;
  4. 4°de personeelsleden van de kernpartners, die instaan voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3° en 4°, kunnen de persoonsgegevens verwerken voor zover dat noodzakelijk is om deze opdrachten te realiseren;
  5. 5°de personeelsleden van lokale besturen en van het Agentschap Justitie en Handhaving, die instaan voor de coördinatie van een Veilig Huis, kunnen de persoonsgegevens verwerken in de mate dat dit noodzakelijk is voor de operationele coördinatie van het Veilig Huis;
  6. 6°de persoonsgegevens kunnen worden opgenomen in een gezamenlijke dossieromgeving, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het vierde lid;
  7. 7°de coördinator kan het dossier, met inbegrip van de persoonsgegevens, overdragen aan de coördinator van een ander Veilig Huis als het cliëntsysteem door dat andere Veilig Huis verder wordt opgevolgd.

Voor de dossieromgeving, vermeld in het derde lid, 6°, worden passende beveiligingsmaatregelen genomen, waaronder het voorzien in een behoorlijk gebruikers- en toegangsbeheer, conform de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 353, §2, vierde lid, van het Strafwetboek, en conform de beveiliging van de verwerking, vermeld in artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming. In voorkomend geval worden de maatregelen, vermeld in artikel 9 en 10, §2, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, toegepast. De passende maatregelen ter beveiliging kunnen nader bepaald worden door de Vlaamse Regering.

§2. Het Agentschap Justitie en Handhaving is verwerkingsverantwoordelijke voor de dossieromgeving, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 6°.

De organisaties die deelnemen aan het casusoverleg en de kernpartners die instaan voor de trajectwerking en de werking van het Veilig Huis in het algemeen, zijn verantwoordelijk voor de inhoud die ze ter beschikking stellen via de dossieromgeving en voor het zorgvuldige gebruik van de gegevens, al dan niet persoonsgegevens, die ze verkregen hebben via de dossieromgeving.

§3. De persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking. De maximale bewaartermijn van de persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van een casusoverleg en in het kader van de trajectwerking, bedraagt vijftien jaar. De voormelde termijn vangt aan op de datum dat het dossier in het Veilig Huis wordt afgesloten. De Vlaamse Regering kan nader bepalen hoe een dossier wordt afgesloten.

De maximale bewaartermijn, vermeld in het eerste lid, kan worden verlengd tot een maximale bewaartermijn van dertig jaar omwille van de aanwezigheid van bepaalde vormen van intrafamiliaal geweld of omwille van bepaalde zwaarwichtige gepleegde feiten. Tot verlenging van de bewaartermijn wordt bij consensus van de deelnemers aan het casusoverleg beslist op het ogenblik van afsluiting van het dossier.

§4. Met het oog op beleidsondersteuning en rapportering als vermeld in artikel 8 verwerkt een Veilig Huis persoonsgegevens als vermeld in artikel 15. Die rapportering bevat geen informatie waaruit de identiteit van een betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden afgeleid.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd