Tot wijziging van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat de opheffing van de subsidie voor de sanering van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten betreft #441
Gemerged 




cd&v, N-VA, Vooruit voegde 9 artikels samen in decreet-1995-04-19vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013 · 16 juli 2025 Alle checks geslaagd
9 artikels gewijzigd
| 16 | c) het vruchtgebruik; | 16 | c) het vruchtgebruik; |
| 17 | 10° ...; | 17 | 10° ...; |
| 18 | 11° basisstudie: de studie die een gedetailleerd voorstel van de uit te voeren saneringswerkzaamheden, de te realiseren herbestemming, een kostprijsraming en een tijdtabel voor de uitvoering bevat. De basisstudie vormt een wezenlijk onderdeel van de eigenlijke aanvraag om financiële ondersteuning, zoals bedoeld in artikel 43 van dit decreet; | ||
| 18 | 11° ...; | ||
| 19 | 12° ...; | 19 | 12° ...; |
| 20 | 13° .... | 20 | 13° .... |
| 5 | § 3. De Vlaamse Regering kan aan de erkende provinciale ontwikkelingsmaatschappijen advies vragen over de door de gemeenten opgestelde lijsten. | 5 | § 3. De Vlaamse Regering kan aan de erkende provinciale ontwikkelingsmaatschappijen advies vragen over de door de gemeenten opgestelde lijsten. |
| 6 | § 4. De Vlaamse regering kan bepalen welke categorieën van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten niet op de gemeentelijke lijsten en in de inventaris dienen te worden opgenomen. | 6 | § 4. De Vlaamse regering kan bepalen welke categorieën van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten niet op de gemeentelijke lijsten en in de inventaris dienen te worden opgenomen. |
| 7 | § 5. De gemeentelijke ambtenaren, door het college van burgemeester en schepenen belast met de opmaak van de gemeentelijke lijst en gemachtigd om de nodige vaststellingen te doen, hebben toegang tot alle op het grondgebied van de gemeente gelegen bedrijfsruimten en bedrijfsgebouwen. De betrokken eigenaar dient hen binnen zeven dagen nadat ze zich ter plaatse hebben aangeboden, of nadat ze hierom bij aangetekende zending hebben verzocht, toegang tot de bedrijfsruimten en bedrijfsgebouwen te verschaffen. | 7 | § 5. De gemeentelijke ambtenaren, door het college van burgemeester en schepenen belast met de opmaak van de gemeentelijke lijst en gemachtigd om de nodige vaststellingen te doen, hebben toegang tot alle op het grondgebied van de gemeente gelegen bedrijfsruimten en bedrijfsgebouwen. De betrokken eigenaar dient hen binnen zeven dagen nadat ze zich ter plaatse hebben aangeboden, of nadat ze hierom bij beveiligde zending hebben verzocht, toegang tot de bedrijfsruimten en bedrijfsgebouwen te verschaffen. |
| 1 | De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder het departement overgaat tot registratie in de Inventaris. | 1 | De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder het departement overgaat tot registratie in de Inventaris. |
| 2 | De Vlaamse Regering machtigt personeelsleden van het departement of van andere overheidsinstanties om de nodige vaststellingen te doen. Ze krijgen daarvoor toegang tot alle bedrijfsruimten en bedrijfsgebouwen. Het departement kan voor die taken ook een beroep doen op externe deskundigen. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor het beroep op externe deskundigen. Het departement maakt op zijn website bekend op welke personeelsleden van andere overheidsinstanties en op welke externe deskundigen het een beroep doet. | ||
| 2 | De Vlaamse regering machtigt ambtenaren van het departement om de nodige vaststellingen te doen, ze hebben daarvoor toegang tot alle bedrijfsruimten en bedrijfsgebouwen. De betrokken eigenaar dient hen binnen zeven dagen nadat ze zich ter plaatse hebben aangeboden, of nadat ze hierom bij aangetekende zending hebben verzocht, toegang tot de bedrijfsruimten of bedrijfsgebouwen te verschaffen. Als de eigenaar niet op dit verzoek ingaat, kan het departement en/of de Vlaamse regering dit beschouwen als een weerlegbaar vermoeden van leegstand en/of verwaarlozing. | 3 | De betrokken eigenaar verschaft de gemachtigde personeelsleden of de externe deskundigen, vermeld in het tweede lid, binnen zeven dagen nadat ze zich ter plaatse hebben aangeboden of nadat ze daar met een beveiligde zending om hebben verzocht, toegang tot de bedrijfsruimten of bedrijfsgebouwen. Als de eigenaar niet op dat verzoek ingaat, kan het departement of de Vlaamse Regering die weigering beschouwen als een weerlegbaar vermoeden van leegstand of verwaarlozing. |
| 3 | Nieuwe, doch leegstaande bedrijfsruimten worden pas in de Inventaris geregistreerd na het verstrijken van een termijn van 2 jaar na de eerste betekening van het kadastraal inkomen zoals bepaald in artikel 495 WIB, onverminderd de bepalingen van artikel 497 tot en met 503 WIB. | 4 | Nieuwe, doch leegstaande bedrijfsruimten worden pas in de Inventaris geregistreerd na het verstrijken van een termijn van 2 jaar na de eerste betekening van het kadastraal inkomen zoals bepaald in artikel 495 WIB, onverminderd de bepalingen van artikel 497 tot en met 503 WIB. |
| 4 | Bedrijfsruimten waarvan meer dan 50 % van de totale vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen leegstaat tengevolge van de stopzetting van de economische activiteit overeenkomstig de voorwaarden en regels, bedoeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden pas in de Inventaris geregistreerd na het verstrijken van een termijn van 5 jaar. Deze termijn gaat in vanaf de volledige stopzetting, bedoeld in artikel 4, 1°, van het voornoemde decreet. | 5 | Bedrijfsruimten waarvan meer dan 50 % van de totale vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen leegstaat tengevolge van de stopzetting van de economische activiteit overeenkomstig de voorwaarden en regels, bedoeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden pas in de Inventaris geregistreerd na het verstrijken van een termijn van 5 jaar. Deze termijn gaat in vanaf de volledige stopzetting, bedoeld in artikel 4, 1°, van het voornoemde decreet. |
| 1 | Binnen de 30 kalenderdagen na betekening van het registratieattest, zoals bedoeld in artikel 5, kan de eigenaar van de geregistreerde bedrijfsruimte met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de Vlaamse regering tegen deze registratie. | 1 | Binnen de 30 kalenderdagen na betekening van het registratieattest, zoals bedoeld in artikel 5, kan de eigenaar van de geregistreerde bedrijfsruimte met een beveiligde zending beroep aantekenen bij de Vlaamse regering tegen deze registratie. |
| 1 | § 1. De Vlaamse regering doet uitspraak over het beroep en betekent haar gemotiveerde beslissing aan de indiener van het beroep met een aangetekende brief binnen 60 kalenderdagen na betekening van het beroep. | 1 | § 1. De Vlaamse regering doet uitspraak over het beroep en betekent haar gemotiveerde beslissing aan de indiener van het beroep met een beveiligde zending binnen 60 kalenderdagen na betekening van het beroep. |
| 2 | Bij gebreke aan kennisgeving van een beslissing door de Vlaamse regering binnen de in het eerste lid gestelde termijn kan de indiener van het beroep met een aangetekende brief een herinneringsschrijven richten aan de Vlaamse regering. Die dient binnen 30 kalenderdagen na de betekening van dit herinneringsschrijven haar beslissing per aangetekende brief kenbaar te maken. | 2 | Bij gebreke aan kennisgeving van een beslissing door de Vlaamse regering binnen de in het eerste lid gestelde termijn kan de indiener van het beroep met een beveiligde zending een herinneringsschrijven richten aan de Vlaamse regering. Die dient binnen 30 kalenderdagen na de betekening van dit herinneringsschrijven haar beslissing per beveiligde zending kenbaar te maken. |
| 3 | § 2. De registratie wordt als niet bestaand beschouwd als het beroep inzake de registratie in de inventaris, vermeld in artikel 7, wordt ingewilligd of als de Vlaamse Regering haar beslissing niet heeft kenbaar gemaakt binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid. | 3 | § 2. De registratie wordt als niet bestaand beschouwd als het beroep inzake de registratie in de inventaris, vermeld in artikel 7, wordt ingewilligd of als de Vlaamse Regering haar beslissing niet heeft kenbaar gemaakt binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid. |
| 4 | § 3. Het beroep werkt opschortend, maar als het beroep verworpen wordt, heeft de registratie uitwerking vanaf de datum zoals vermeld op het oorspronkelijke registratieattest. | 4 | § 3. Het beroep werkt opschortend, maar als het beroep verworpen wordt, heeft de registratie uitwerking vanaf de datum zoals vermeld op het oorspronkelijke registratieattest. |
| 1 | § 1. Binnen 30 kalenderdagen na bekendmaking van het ter inzage liggen van het uittreksel kan iedere derde met een beveiligde zending bezwaar indienen bij de Vlaamse regering i.v.m. de niet-registratie van een bedrijfsruimte. | ||
| 2 | § 2. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder de betrokken eigenaar(s) en/of de gemeente gehoord moeten worden, indien het bezwaar aanleiding zou kunnen geven tot wijziging van de inventaris. | ||
| 3 | § 3. Binnen 60 kalenderdagen na betekening van het bezwaarschrift spreekt de Vlaamse regering zich uit over het bezwaarschrift en stelt zij degene die het bezwaarschrift heeft ingediend, met een beveiligde zending in kennis van haar beslissing. | ||
| 4 | § 4. Indien ingevolge de beslissing krachtens § 3 de bedrijfsruimte alsnog dient geregistreerd te worden wordt conform artikel 5 een registratieattest betekend aan de eigenaar(s). Deze kan in voorkomend geval gebruik maken van de beroepsprocedure zoals bepaald in artikel 7 en 8. | ||
| 5 | § 5. Als het bezwaar, zoals bedoeld in § 1, aanleiding geeft tot laattijdige registratie in de Inventaris, heeft de registratie uitwerking vanaf de datum van indiening van het bezwaarschrift van de derde. |
| 1 | § 1. Binnen de beschikbare kredieten kan financiële steun worden toegekend voor de sanering van een bedrijfsruimte. | ||
| 2 | Die financiële steun bedraagt: | ||
| 3 | 1° 60% van de kosten van de saneringswerkzaamheden als de aanvrager aantoont dat het saneringsvoorstel en de te realiseren herbestemming substantieel bijdragen aan een of meer van de volgende doelstellingen: | ||
| 4 | a) de verhoging van het ruimtelijk rendement; | ||
| 5 | b) de ontharding en vergroening; | ||
| 6 | c) de transitie naar hernieuwbare energie en klimaatneutraliteit; | ||
| 7 | d) de versterking van de verweving van activiteiten, of van gedeeld of meervoudig ruimtegebruik; | ||
| 8 | 2° 30% van de kosten van de saneringswerkzaamheden in alle andere gevallen. | ||
| 9 | De financiële steun kan worden aangevraagd vanaf de datum waarop de bedrijfsruimte twee opeenvolgende jaren in de inventaris is opgenomen. | ||
| 10 | Afhankelijk van de beschikbare kredieten kan de Vlaamse Regering steeds beslissen om maar een basissubsidie van 30% van de kosten van de sanerings- werkzaamheden toe te kennen. | ||
| 11 | Om in aanmerking te komen voor de financiële steun moeten bij de uitvoering van de saneringswerkzaamheden de principes van water- en energiezuinigheid, circulair slopen en klimaattransitie gerespecteerd worden. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de water- en energiezuinigheid, het circulair slopen en de klimaattransitie. | ||
| 12 | Om in aanmerking te komen voor de financiële steun mag bij de vernieuwing geen vergunningsplichtige zonevreemde functiewijziging ter uitvoering van artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden doorgevoerd in een of meer van de bedrijfsgebouwen, of in de bijbehorende bedrijfswoning. | ||
| 13 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels om in aanmerking te komen voor de financiële steun, vermeld in het tweede lid, 1°. | ||
| 14 | § 2. De financiële steun, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, kan alleen worden aangevraagd door een eigenaar die hoogstens twee jaar eigenaar is van de bedrijfsruimte, te rekenen vanaf de datum van het verlijden van de authentieke akte. | ||
| 15 | De volgende vennootschappen en personen worden evenwel niet beschouwd als een eigenaar als vermeld in het eerste lid: | ||
| 16 | 1° de vennootschappen waarin de vroegere eigenaar of eigenaars van het onroerend goed rechtstreeks of onrechtstreeks participeren; | ||
| 17 | 2° bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad. | ||
| 18 | § 3. De verleende financiële steun is van toepassing op de werkelijk gedragen kosten, na aftrek van de eventuele opbrengst van de saneringswerkzaamheden, exclusief de btw. Het bedrag van die kosten bedraagt minstens 24.750 euro. De financiële steun voor de saneringswerkzaamheden wordt maar toegekend voor zover bij het bestek van de werkzaamheden een postgewijze verantwoording gevoegd is. | ||
| 19 | Als de werkelijk gedragen saneringskosten, na aftrek van de eventuele opbrengst van de saneringswerkzaamheden, lager zijn dan de geraamde kosten in de basisstudie, wordt de subsidie berekend op basis van de werkelijke kosten, zoals die blijken uit de vorderingsstaten van de aannemer. | ||
| 20 | Als de werkelijk gedragen saneringskosten, na aftrek van de eventuele opbrengst van de saneringswerkzaamheden, hoger zijn dan de geraamde kosten in de basisstudie, wordt de subsidie berekend op basis van de werkelijke kosten, zoals die blijken uit de vorderingsstaten van de aannemer, met een beperking van die verhoging tot maximaal 10% van de geraamde kosten |
| 1 | Er wordt ambtshalve een wettelijke hypothecaire inschrijving genomen ten voordele van het Vlaamse Gewest op de goederen die daarvoor in aanmerking komen en in het Vlaamse Gewest gelegen zijn en die toebehoren aan de aanvrager van de in artikel 42, § 1, bedoelde financiële steun. Deze neemt rang op de datum van inschrijving. |
| 2 | De opschorting blijft beperkt tot een termijn van twee jaar vanaf de betekening van het vernieuwingsvoorstel aan het departement. Tijdens die periode moet ook de eventuele leegstand zijn beëindigd. | 2 | De opschorting blijft beperkt tot een termijn van twee jaar vanaf de betekening van het vernieuwingsvoorstel aan het departement. Tijdens die periode moet ook de eventuele leegstand zijn beëindigd. |
| 3 | Het departement kan eenmalig een verlenging van de opschortingstermijn toestaan met hoogstens twee jaar als : | 3 | Het departement kan eenmalig een verlenging van de opschortingstermijn toestaan met hoogstens twee jaar als : |
| 4 | 1° de aanvraag tot subsidiëring met toepassing van artikel 42, § 1, van het decreet van 19 april 1995 wegens budgettaire redenen niet kan worden ingewilligd; | ||
| 4 | 1° ...; | ||
| 5 | 2° de aanvaarde vernieuwing dermate buitengewone werkzaamheden omvat dat ze niet kan worden voltooid binnen de opschortingstermijn, vermeld in het tweede lid; | 5 | 2° de aanvaarde vernieuwing dermate buitengewone werkzaamheden omvat dat ze niet kan worden voltooid binnen de opschortingstermijn, vermeld in het tweede lid; |
| 6 | 3° de aanvaarde vernieuwing vanwege economische, ruimtelijke, juridische of (milieu)technische redenen dermate complex is dat ze niet kan worden voltooid binnen de opschortingstermijn, vermeld in het tweede lid. | 6 | 3° de aanvaarde vernieuwing vanwege economische, ruimtelijke, juridische of (milieu)technische redenen dermate complex is dat ze niet kan worden voltooid binnen de opschortingstermijn, vermeld in het tweede lid. |