Art. 3. In artikel 2 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2020, wordt een paragraaf 2/12 ingevoegd, die luidt als volgt:
“§2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022.”.
Afdeling 2. Wijzigingen van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de zorgkas waarbij de gebruiker is aangesloten conform artikel 42. De Vlaamse Regering bepaalt de regels waaraan de aanvraag moet voldoen.
3
De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de zorgkas waarbij de gebruiker is aangesloten conform artikel 42. De Vlaamse Regering bepaalt de regels waaraan de aanvraag moet voldoen.
4
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de behandeling van de aanvraag of de ambtshalve toekenning.
4
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de behandeling van de aanvraag of de ambtshalve toekenning.
5
§ 2. De tegemoetkoming bedraagt 135 euro per maand.
5
§ 2. De tegemoetkoming bedraagt 140 euro per maand.
6
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt met ingang van het door de Vlaamse Regering te bepalen kalenderjaar, ieder jaar op 1 januari aangepast aan de ontwikkeling van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van de maand april van het voorgaande jaar ten opzichte van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van de maand april in het door de Vlaamse Regering te bepalen jaar.
6
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt met ingang van het door de Vlaamse Regering te bepalen kalenderjaar, ieder jaar op 1 januari aangepast aan de ontwikkeling van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van de maand april van het voorgaande jaar ten opzichte van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van de maand april in het door de Vlaamse Regering te bepalen jaar.
7
§ 3. De zorgkas stelt de duur van de tegemoetkoming vast binnen de grenzen die de Vlaamse Regering bepaalt. Als de beslissing niet voor onbepaalde duur geldt, regelt de Vlaamse Regering de verlengingsprocedure van de beslissing.
7
§ 3. De zorgkas stelt de duur van de tegemoetkoming vast binnen de grenzen die de Vlaamse Regering bepaalt. Als de beslissing niet voor onbepaalde duur geldt, regelt de Vlaamse Regering de verlengingsprocedure van de beslissing.
Art. 5. In artikel 8 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012, 15 juli 2016, 23 maart 2018 en 21 mei 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
“§1. De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of een vergunning voor groepsopvang kan bovenop de subsidie, vermeld in artikel 7, een subsidie ontvangen van het agentschap voor de realisatie van kinderopvang waarvoor de gezinnen betalen op basis van het inkomen, en voor de realisatie van voorrang bij de toegang tot de kinderopvang voor gezinnen waarvoor kinderopvang noodzakelijk is om te werken of om een opleiding met het oog op werk te volgen.
Bij de voorrang, vermeld in het eerste lid, geeft de organisator absolute voorrang aan:
1° gezinnen die in totaliteit minstens hetzij 4/5de werken, hetzij een 4/5de dagopleiding met het oog op werk volgen, hetzij een 4/5de combinatie van werken en opleiding met het oog op werk realiseren;
2° broertjes of zusjes van kinderen die op hetzelfde moment reeds gebruikmaken van dezelfde kinderopvang;
3° pleegkinderen als bedoeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, in het gezin en die in aanmerking komen voor kinderopvang als bedoeld in artikel 2, 2°.
De financiële bijdrage van de gezinnen voor de kinderopvang van een pleegkind als vermeld in het tweede lid, 3°, of van een kind van een minderjarige tienermoeder, stemt overeen met het laagst mogelijke inkomenstarief, onafhankelijk van het inkomen van het pleeggezin of van het gezin van de minderjarige.
De organisator kan afwijken op de voorrang, vermeld in het eerste lid, ten belope van maximaal 10% van alle kinderen die op jaarbasis opgevangen worden in de kinderopvanglocatie, in het belang van het kind of omwille van een gezondheids- of welzijnssituatie in het gezin.”;
2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
“2° de nadere regels voor de voorrangscriteria en de wijze waarop ze formeel zullen worden vastgesteld.”;
3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt punt 3° opgeheven.
Hoofdstuk 4. Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie Afdeling 1. Wijziging aan het Fonds voor interbestuurlijke digitalisering lokale overheden, opgericht bij artikel 21 van het programmadecreet bij de begroting 2023 van 16 december 2022
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
§ 1. Er wordt een Fonds Administratieve Toeristische boeten opgericht, hierna genoemd « het fonds ».
2
§ 2. Het fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.
3
§ 3. Het fonds wordt gespijsd door de invordering van de administratieve boeten bepaald in artikel 22 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende de toeristische logies.
4
§ 4. Het fonds wordt aangewend voor de uitvoering en handhaving van de Vlaamse toeristische vergunningenregelgeving en voor initiatieven om de Vlaamse toeristische sector te sensibiliseren van het nut en de kwaliteit van een toeristische vergunning.
5
§ 5. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het fonds.
- de provincie op wiens grondgebied de bestuurlijke dwangsom werd opgelegd ten voordele van diezelfde provincie, voor zover de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd door een provinciale toezichthouder, de gouverneur of zijn plaatsvervanger.
5
- de provincie op wiens grondgebied de bestuurlijke dwangsom werd opgelegd ten voordele van diezelfde provincie, voor zover de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd door een provinciale toezichthouder, de gouverneur of zijn plaatsvervanger.
6
§ 2. Bij een veroordeling, overeenkomstig artikel 16.6.5, tweede lid, tot terugbetaling van de kosten voor het inzamelen, vervoeren en verwerken van afvalstoffen in de bossen en aanverwante grondoppervlakten, de onbevaarbare waterlopen en natuurreservaten, wordt dat bedrag gestort op de rekening van het Minafonds.
6
§ 2. Bij een veroordeling, overeenkomstig artikel 16.6.5, tweede lid, tot terugbetaling van de kosten voor het inzamelen, vervoeren en verwerken van afvalstoffen in de bossen en aanverwante grondoppervlakten, de onbevaarbare waterlopen en natuurreservaten, wordt dat bedrag gestort op de rekening van het Minafonds.
7
Bij een veroordeling, overeenkomstig artikel 16.6.4, tweede lid, tot terugbetaling van de kosten voor het inzamelen, vervoeren en verwerken van afvalstoffen op de openbare wegen, de waterwegen en de havens en hun specifieke aanhorigheden, wordt dat bedrag gestort op de rekening van het Vlaams Infrastructuurfonds.
7
Bij een veroordeling, overeenkomstig artikel 16.6.4, tweede lid, tot terugbetaling van de kosten voor het inzamelen, vervoeren en verwerken van afvalstoffen op de openbare wegen, de waterwegen en de havens en hun specifieke aanhorigheden, wordt dat bedrag gestort op de rekening van het Vlaamse Gewest.
6° uitzonderlijk vervoer : het vervoer dat plaatsvindt met een voertuig of een sleep waarvan de afmetingen, de eigen massa, de massa onder de assen of de massa in beladen toestand, door zijn constructie of zijn ondeelbare lading, de maxima overschrijden die zijn bepaald in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en in het technisch reglement;
7
6° uitzonderlijk vervoer : het vervoer dat plaatsvindt met een voertuig of een sleep waarvan de afmetingen, de eigen massa, de massa onder de assen of de massa in beladen toestand, door zijn constructie of zijn ondeelbare lading, de maxima overschrijden die zijn bepaald in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en in het technisch reglement;
8
6/1° langere en zwaardere sleep: een voertuigcombinatie die bestaat uit een trekkend voertuig, een tussenvoertuig en een getrokken voertuig en die wordt gebruikt in het kader van een proefproject als vermeld in artikel 4, tweede lid;
8
6/1° langere en zwaardere sleep: een voertuigcombinatie die bestaat uit een trekkend voertuig, een tussenvoertuig en een getrokken voertuig en die wordt gebruikt in het kader van een proefproject als vermeld in artikel 4, tweede lid;
9
7° Vlaams Infrastructuurfonds : het fonds, opgericht bij artikel 57, § 1, van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
9
7° ...
10
8° wegeninspecteur : personeelslid dat aangewezen is ter uitvoering van artikel 16;
10
8° wegeninspecteur : personeelslid dat aangewezen is ter uitvoering van artikel 16;
11
9° wegeninspecteur-controleur : ambtenaar die aangewezen is ter uitvoering van artikel 17.
11
9° wegeninspecteur-controleur : ambtenaar die aangewezen is ter uitvoering van artikel 17.
Art. 13. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “als bijdrage tot financiering van het Vlaams Infrastructuurfonds” vervangen door de woorden “aan het Vlaamse Gewest”;
2° in het vijfde lid worden de woorden “Vlaams Infrastructuurfonds” vervangen door de woorden “Vlaamse Gewest”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
§ 5. De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete, opgelegd aan haar organen en aan de personen voor wie ze overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is.
14
§ 5. De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete, opgelegd aan haar organen en aan de personen voor wie ze overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is.
15
§ 6. De bevoegde personen, vermeld in paragraaf 3 en 4, kunnen de administratieve geldboete onmiddellijk innen als de overtreder daarmee instemt.
15
§ 6. De bevoegde personen, vermeld in paragraaf 3 en 4, kunnen de administratieve geldboete onmiddellijk innen als de overtreder daarmee instemt.
16
De onmiddellijke inning doet de strafvordering vervallen. De sommen komen ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds.
16
De onmiddellijke inning doet de strafvordering vervallen. De sommen komen ten bate van het Vlaamse Gewest.
17
Als de overtreder en de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben en niet instemmen met een onmiddellijke inning van de administratieve geldboete, wordt de administratieve geldboete door de bevoegde personen, vermeld in de paragrafen 3 en 4, verplicht geïnd en in consignatie gegeven.
17
Als de overtreder en de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben en niet instemmen met een onmiddellijke inning van de administratieve geldboete, wordt de administratieve geldboete door de bevoegde personen, vermeld in de paragrafen 3 en 4, verplicht geïnd en in consignatie gegeven.
18
De consignatie doet de strafvordering niet vervallen.
18
De consignatie doet de strafvordering niet vervallen.
§ 1. Als de strafvordering niet vervallen is en het opleggen van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 17 mogelijk is, brengt de wegeninspecteur-controleur, binnen negentig dagen na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings om geen strafvervolging in te stellen of na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 17, § 3, tweede lid, zijn beslissing om een administratieve geldboete op te leggen ter kennis van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van deze beslissing. De kennisgeving van de beslissing doet de strafvordering vervallen.
1
§ 1. Als de strafvordering niet vervallen is en het opleggen van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 17 mogelijk is, brengt de wegeninspecteur-controleur, binnen negentig dagen na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings om geen strafvervolging in te stellen of na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 17, § 3, tweede lid, zijn beslissing om een administratieve geldboete op te leggen ter kennis van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van deze beslissing. De kennisgeving van de beslissing doet de strafvordering vervallen.
2
Als de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing niet tijdig meedeelt aan de overtreder, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen.
2
Als de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing niet tijdig meedeelt aan de overtreder, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen.
3
Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, betaald worden. Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds.
3
Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, betaald worden. Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, vrijgegeven ten bate van het Vlaamse Gewest.
4
Als de strafvordering vervallen is of als de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing niet tijdig verstuurt, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort.
4
Als de strafvordering vervallen is of als de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing niet tijdig verstuurt, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort.
5
§ 2. Tegen de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan onder de voorwaarden en binnen de vervaltermijn, bepaald door de Vlaamse Regering, bezwaar worden aangetekend bij de wegeninspecteur-controleur. Het bezwaar schorst de bestreden beslissing.
5
§ 2. Tegen de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan onder de voorwaarden en binnen de vervaltermijn, bepaald door de Vlaamse Regering, bezwaar worden aangetekend bij de wegeninspecteur-controleur. Het bezwaar schorst de bestreden beslissing.
6
Als geen tijdig of ontvankelijk bezwaar werd aangetekend, wordt de administratieve geldboete geacht definitief en onherroepelijk te zijn opgelegd of te zijn vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds.
6
Als geen tijdig of ontvankelijk bezwaar werd aangetekend, wordt de administratieve geldboete geacht definitief en onherroepelijk te zijn opgelegd of te zijn vrijgegeven ten bate van het Vlaamse Gewest.
7
De wegeninspecteur-controleur brengt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming ervan op de hoogte als het bezwaarschrift onontvankelijk is, binnen een termijn bepaald door de Vlaamse Regering. De overtreder of, in voorkomend geval, de onderneming kan onder de voorwaarden en binnen de termijn, bepaald door de Vlaamse Regering, vragen om gehoord te worden over de ontvankelijkheid van het bezwaar.
7
De wegeninspecteur-controleur brengt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming ervan op de hoogte als het bezwaarschrift onontvankelijk is, binnen een termijn bepaald door de Vlaamse Regering. De overtreder of, in voorkomend geval, de onderneming kan onder de voorwaarden en binnen de termijn, bepaald door de Vlaamse Regering, vragen om gehoord te worden over de ontvankelijkheid van het bezwaar.
8
Als wel tijdig en ontvankelijk bezwaar werd aangetekend of als de overtreder, in voorkomend geval, de onderneming vraagt om gehoord te worden over de ontvankelijkheid, wordt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uitgenodigd op een hoorzitting. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de hoorzitting.
8
Als wel tijdig en ontvankelijk bezwaar werd aangetekend of als de overtreder, in voorkomend geval, de onderneming vraagt om gehoord te worden over de ontvankelijkheid, wordt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uitgenodigd op een hoorzitting. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de hoorzitting.
9
Na de hoorzitting, ongeacht of die werd bijgewoond, neemt de wegeninspecteur-controleur de zaak onmiddellijk in beraad. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van de beslissing in bezwaar.
9
Na de hoorzitting, ongeacht of die werd bijgewoond, neemt de wegeninspecteur-controleur de zaak onmiddellijk in beraad. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van de beslissing in bezwaar.
10
De beslissing van de wegeninspecteur-controleur moet binnen dertig dagen na de hoorzitting ter kennis worden gebracht van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. Zo niet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort.
10
De beslissing van de wegeninspecteur-controleur moet binnen dertig dagen na de hoorzitting ter kennis worden gebracht van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. Zo niet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort.
11
Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, betaald worden. Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het bezwaar. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het bezwaar, wordt teruggestort.
11
Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, betaald worden. Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, vrijgegeven ten bate van het Vlaamse Gewest, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het bezwaar. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het bezwaar, wordt teruggestort.
12
§ 3. Tegen de beslissing, vermeld in paragraaf 2, zesde lid, kan onder de voorwaarden en binnen de vervaltermijn, bepaald door de Vlaamse Regering, beroep worden aangetekend bij de Vlaamse Regering. Het beroep schorst de bestreden beslissing.
12
§ 3. Tegen de beslissing, vermeld in paragraaf 2, zesde lid, kan onder de voorwaarden en binnen de vervaltermijn, bepaald door de Vlaamse Regering, beroep worden aangetekend bij de Vlaamse Regering. Het beroep schorst de bestreden beslissing.
13
Als geen tijdig en ontvankelijk beroep werd aangetekend, wordt de administratieve geldboete geacht definitief en onherroepelijk te zijn opgelegd of te zijn vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het bezwaar. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het bezwaar, wordt teruggestort.
13
Als geen tijdig en ontvankelijk beroep werd aangetekend, wordt de administratieve geldboete geacht definitief en onherroepelijk te zijn opgelegd of te zijn vrijgegeven ten bate van het Vlaamse Gewest, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het bezwaar. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het bezwaar, wordt teruggestort.
14
De Vlaamse Regering of de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, brengt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming ervan op de hoogte als het beroepschrift onontvankelijk is, binnen een termijn die de Vlaamse Regering heeft bepaald. De overtreder of, in voorkomend geval, de onderneming kan onder de voorwaarden en binnen de termijn, bepaald door de Vlaamse Regering, vragen om gehoord te worden over de ontvankelijkheid van het beroep.
14
De Vlaamse Regering of de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, brengt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming ervan op de hoogte als het beroepschrift onontvankelijk is, binnen een termijn die de Vlaamse Regering heeft bepaald. De overtreder of, in voorkomend geval, de onderneming kan onder de voorwaarden en binnen de termijn, bepaald door de Vlaamse Regering, vragen om gehoord te worden over de ontvankelijkheid van het beroep.
15
Als wel tijdig en ontvankelijk beroep werd aangetekend of als de overtreder, in voorkomend geval, de onderneming vraagt om gehoord te worden over de ontvankelijkheid, wordt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uitgenodigd op een hoorzitting. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de hoorzitting.
15
Als wel tijdig en ontvankelijk beroep werd aangetekend of als de overtreder, in voorkomend geval, de onderneming vraagt om gehoord te worden over de ontvankelijkheid, wordt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uitgenodigd op een hoorzitting. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de hoorzitting.
17
De beslissing van de Vlaamse Regering of van de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, moet binnen een termijn van vier maanden nadat de Vlaamse Regering of de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, het beroep ontvangen heeft, ter kennis worden gebracht van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. Zo niet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort. Als de overtreder of de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, wordt die termijn verlengd tot vijf maanden.
17
De beslissing van de Vlaamse Regering of van de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, moet binnen een termijn van vier maanden nadat de Vlaamse Regering of de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, het beroep ontvangen heeft, ter kennis worden gebracht van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. Zo niet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort. Als de overtreder of de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, wordt die termijn verlengd tot vijf maanden.
18
Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze betaald worden binnen een termijn, bepaald door de Vlaamse Regering.
18
Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze betaald worden binnen een termijn, bepaald door de Vlaamse Regering.
19
Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het beroep. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het beroep, wordt teruggestort.
19
Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze vrijgegeven ten bate van het Vlaamse Gewest, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het beroep. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het beroep, wordt teruggestort.
20
§ 4. De Vlaamse Regering kan een of meer ambtenaren aanwijzen die de overtreder en de onderneming op de hoogte brengen van de eventuele onontvankelijkheid van het beroep, die de overtreder, de onderneming of de raadsman zullen horen en het beroep zullen uitspreken. Deze ambtenaren mogen niet betrokken geweest zijn bij eerdere stappen van de procedure.
20
§ 4. De Vlaamse Regering kan een of meer ambtenaren aanwijzen die de overtreder en de onderneming op de hoogte brengen van de eventuele onontvankelijkheid van het beroep, die de overtreder, de onderneming of de raadsman zullen horen en het beroep zullen uitspreken. Deze ambtenaren mogen niet betrokken geweest zijn bij eerdere stappen van de procedure.
21
De Vlaamse Regering kan een vergoeding voor dossierkosten instellen voor de beroepsprocedure. In dat geval is het beroep pas ontvankelijk nadat het bewijs is geleverd dat de vergoeding werd betaald. De vergoeding zal altijd worden terugbetaald als de administratieve boete volledig vervalt nadat het beroep is ingesteld.
21
De Vlaamse Regering kan een vergoeding voor dossierkosten instellen voor de beroepsprocedure. In dat geval is het beroep pas ontvankelijk nadat het bewijs is geleverd dat de vergoeding werd betaald. De vergoeding zal altijd worden terugbetaald als de administratieve boete volledig vervalt nadat het beroep is ingesteld.
De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder de scheepvaartpolitie wordt ingeschakeld.
3
De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder de scheepvaartpolitie wordt ingeschakeld.
4
Hoofdstuk 5 van voormeld kaderdecreet is van toepassing, met dien verstande dat het bedrag van de onmiddellijke inning, vermeld in artikel 32 van dit kaderdecreet, gelijk is aan 200 euro voor natuurlijke personen en 1250 euro voor rechtspersonen.
4
Hoofdstuk 5 van voormeld kaderdecreet is van toepassing, met dien verstande dat het bedrag van de onmiddellijke inning, vermeld in artikel 32 van dit kaderdecreet, gelijk is aan 200 euro voor natuurlijke personen en 1250 euro voor rechtspersonen.
5
Bestuurlijke geldelijke sancties worden geïnd en ingevorderd ten voordele van het Vlaams Infrastructuurfonds. In de mate dat zij werden opgelegd door De Vlaamse Waterweg nv als beboetingsinstantie, worden zij evenwel geïnd en ingevorderd ten voordele van De Vlaamse Waterweg nv. In de mate dat zij werden opgelegd door de beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, tweede lid, worden zij geïnd en ingevorderd ten voordele van de stad Antwerpen.
5
Bestuurlijke geldelijke sancties worden geïnd en ingevorderd ten voordele van het Vlaamse Gewest. In de mate dat zij werden opgelegd door De Vlaamse Waterweg nv als beboetingsinstantie, worden zij evenwel geïnd en ingevorderd ten voordele van De Vlaamse Waterweg nv. In de mate dat zij werden opgelegd door de beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, tweede lid, worden zij geïnd en ingevorderd ten voordele van de stad Antwerpen.
6
In afwijking van artikel 70 van voormeld kaderdecreet, is de Vlaamse Belastingdienst niet betrokken bij de uitvoering van bestuurlijke sancties, opgelegd door de beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, tweede lid.
6
In afwijking van artikel 70 van voormeld kaderdecreet, is de Vlaamse Belastingdienst niet betrokken bij de uitvoering van bestuurlijke sancties, opgelegd door de beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, tweede lid.
Art. 19. Aan artikel 1.1.0.0.2, vijfde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, wordt een punt 1°/0 toegevoegd, dat luidt als volgt:
“1°/0 emissievrij voertuig: een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden als bepaald in artikel 3, punt 11, van verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 20. In artikel 2.4.4.0.2 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015, wordt het laatste lid, toegevoegd bij het decreet van 23 december 2016, vervangen door wat volgt:
“Emissievrije voertuigen met een maximaal toegestane totaalgewicht (MTT) lager dan of gelijk aan 4,25 ton zijn vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2029 vrijgesteld van de verplichting om de kilometerheffing te betalen.
Voor de voertuigen, andere dan deze vermeld in het vijfde lid, is de toeslag Ex tot en met 31 december 2029 gelijk aan nul. Het overige gedeelte van de kilometerheffing wordt voor deze voertuigen verminderd met:
– 100% vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025;
– 80% vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026;
– 60% vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027;
– 40% vanaf 1 januari 2028 tot en met 31 december 2028;
– 20% vanaf 1 januari 2029 tot en met 31 december 2029.”.
Afdeling 3. Wijziging van bijlage 2 bij de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, met uitbreiding van het wegennet waarop een effectieve kilometerheffing voor het vrachtvervoer van toepassing is
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.