Decreet tot wijziging van meerdere decreten over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de studietoelagen in het hoger onderwijs en de kinderdagverblijven en voor- en nabewaking in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
21 artikels gewijzigd
| 42 | 42 | a) een graad of een diploma van een opleiding, of | |
| 43 | 43 | b) een creditbewijs voor 1 of meer opleidingsonderdelen; | |
| 44 | − | 26° financieringsboni : het extra puntengewicht voor beursstudenten, studenten met een functiebeperking, werkstudenten en voor opleidingen die stopgezet of afgebouwd worden; | |
| 44 | + | 26° financieringsboni : het extra puntengewicht voor beurstariefstudenten, studenten met een functiebeperking, werkstudenten en voor opleidingen die stopgezet of afgebouwd worden; | |
| 45 | 45 | 27° financieringspunten : het financieringsvolume, uitgedrukt in een aantal punten en berekend op basis van het aantal opgenomen studiepunten, het aantal verworven studiepunten en het aantal diploma’s, en rekening houdend met het puntengewicht en de financieringsboni; | |
| 46 | 46 | 28° gedelibereerde studiepunten : studiepunten waarvoor een student op basis van examens geen creditbewijs verworven heeft, maar waarvoor een examencommissie beslist heeft dat de bijbehorende opleidingsonderdelen niet hervat hoeven te worden. De examencommissie heeft verklaard dat de student geslaagd is voor het geheel van de opleidingsonderdelen in kwestie die hij tijdens de periode in kwestie heeft gevolgd; | |
| 9 | 9 | 2° het aantal studiepunten waarvoor de student in de desbetreffende graduaatsopleiding of bacheloropleiding een vrijstelling heeft gekregen voor een opleidingsonderdeel. | |
| 10 | 10 | §3. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel III.4 behoudt een instelling het aantal opgenomen studiepunten door een generatiestudent als die student zich heroriënteert door in de loop van hetzelfde academiejaar te veranderen van opleiding en instelling, tenzij de uitschrijving plaatsvindt voor de start van het academiejaar. | |
| 11 | − | §4. Het aantal opgenomen studiepunten, berekend overeenkomstig paragraaf 2, door een beursstudent, door een student met een functiebeperking en door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 11 | + | §4. Het aantal opgenomen studiepunten, berekend overeenkomstig paragraaf 2, door een beurstariefstudent, door een student met een functiebeperking en door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 12 | 12 | In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal opgenomen studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal opgenomen studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student. | |
| 25 | 25 | d) in een voorbereidingsprogramma voorafgaand aan een initiële master-opleiding; | |
| 26 | 26 | 2° voor de berekening van FPi-output-banaba : in een bachelor-na-bachelor-opleiding, vermenigvuldigd met een factor 0,5. | |
| 27 | − | §5. Het aantal verworven studiepunten FPi-output-initieel berekend zoals bepaald in paragraaf 4, door een beursstudent, door een student met een functiebeperking of door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 27 | + | §5. Het aantal verworven studiepunten FPi-output-initieel berekend zoals bepaald in paragraaf 4, door een beurstariefstudent, door een student met een functiebeperking of door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 28 | 28 | In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal verworven studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal verworven studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student. | |
| 29 | 29 | §6. .... | |
| 36 | 36 | In afwijking van de bepaling in het eerste lid komen diploma's van professioneel gerichte bacheloropleidingen, uitgereikt aan studenten die reeds een diploma behaald hebben in het hoger beroepsonderwijs, in aanmerking voor de doorstroombonus van 30 studiepunten, zoals bedoeld in paragraaf 3 van dit artikel. | |
| 37 | 37 | De diploma's uitgereikt aan studenten die zich een tweede maal ingeschreven hebben voor een graduaatsopleiding, een bachelor- of masteropleiding en die al in het bezit zijn van een diploma voor die opleiding, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma. | |
| 38 | − | §7. Het aantal uitgereikte diploma's FPi-diploma-initieel, berekend zoals bepaald in paragraaf 5, aan beursstudenten, aan studenten met een functiebeperking en aan werkstudenten wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 38 | + | §7. Het aantal uitgereikte diploma's FPi-diploma-initieel, berekend zoals bepaald in paragraaf 5, aan beurstariefstudenten, aan studenten met een functiebeperking en aan werkstudenten wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 39 | 39 | In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt de diplomabonus van de student verhoogd met de helft van die diplomabonus voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student. | |
| 1 | − | De totale omvang van de middelen die gegenereerd worden door de toepassing van de voorschriften inzake financieringsboni voor beursstudenten, werkstudenten en studenten met een functiebeperking kan: | |
| 1 | + | De totale omvang van de middelen die gegenereerd worden door de toepassing van de voorschriften inzake financieringsboni voor beurstariefstudenten, werkstudenten en studenten met een functiebeperking kan: | |
| 2 | 2 | 1° in het onderwijsvariabel deel voor de professionele opleidingen aan de hogescholen niet meer bedragen dan 15% van het totaal VOWprof; | |
| 3 | 3 | 2° in het onderwijsvariabel deel voor de academische opleidingen aan de hogescholen niet meer bedragen dan 10% van het totaal VOWac; | |
| 306 | 306 | f) voor de organisatie van de masteropleiding “master in musical” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 900 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3. | |
| 307 | 307 | Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma-initieel, vermeld in artikel III.14, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid. | |
| 308 | − | Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beursstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid. | |
| 308 | + | Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beurstariefstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid. | |
| 309 | 309 | Bij een herstructurering, vermeld in artikel I.3, 34°, kan de Vlaamse Regering de aantallen wijzigen die zijn vastgelegd in deze paragraaf. In voorkomend geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat de maximale aantallen gelden per vestigingsplaats. | |
| 310 | 310 | § 4/1. In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1°, de opgenomen en verworven studiepunten voor een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst beperkt tot zestig studiepunten voor de gehele masteropleiding. | |
| 1 | − | Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt in een bijkomende financiering voorzien voor de ingeschreven beursstudenten aan de hogescholen. Die bijkomende financiering bedraagt 1.161.000 euro. Dit bedrag is op indexniveau 2015 en wordt vanaf het begrotingsjaar 2016 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9. | |
| 1 | + | Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt in een bijkomende financiering voorzien voor de ingeschreven beurstariefstudenten aan de hogescholen. Die bijkomende financiering bedraagt 1.161.000 euro. Dit bedrag is op indexniveau 2015 en wordt vanaf het begrotingsjaar 2016 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9. | |
| 2 | − | Het bedrag, vermeld in deze paragraaf, wordt verdeeld over de hogescholen naar rato van het aantal financieringspunten gegeneerd door beursstudenten, berekend overeenkomstig artikel III.11. | |
| 2 | + | Het bedrag, vermeld in deze paragraaf, wordt verdeeld over de hogescholen naar rato van het aantal financieringspunten gegeneerd door beurstariefstudenten, berekend overeenkomstig artikel III.11. |
| 1 | 1 | De specifieke projecten of instellingen die in dit deel IV worden behandeld zijn : | |
| 2 | − | 1° diensten met onderwijsbehoeften, | |
| 2 | + | 1° diensten met onderwijsbehoeften; | |
| 3 | − | 2° kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel, | |
| 3 | + | 2° kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel; | |
| 4 | − | 3° voor- en nabewaking in de Nederlandstalige basisscholen van het gemeenschapsonderwijs in tweetalige gebied Brussel-hoofdstad, | |
| 4 | + | 3° ...; | |
| 5 | − | 4° cultuureducatie | |
| 5 | + | 4° cultuureducatie; | |
| 6 | − | 5° leerlingenvervoer, | |
| 6 | + | 5° leerlingenvervoer; | |
| 7 | − | 6° schoolboekhouding, | |
| 7 | + | 6° schoolboekhouding; | |
| 8 | − | 7° speciale onderwijsleermiddelen in het volwassenen- en hoger onderwijs, | |
| 8 | + | 7° speciale onderwijsleermiddelen in het volwassenen- en hoger onderwijs; | |
| 9 | − | 8° Europese en internationale programma’s, | |
| 9 | + | 8° Europese en internationale programma’s; | |
| 10 | 10 | 9° tijdelijke projecten kunstinitiatie; | |
| 11 | 11 | 10° centrale organisatie synchroon internet onderwijs. |
| 1 | − | Vanaf 2 januari 2003 kunnen in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad enkel personeelsleden worden aangeworven binnen de geldende normen die de Vlaamse Regering heeft vastgelegd houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen. | |
| 2 | − | Vanaf 1 januari 2017 wordt de op 1 juni 2016 door de Vlaamse onderwijsbegroting gefinancierde personeelsformatie van 811 uren in het ambt van verpleger en 5832 uren in het ambt van kinderverzorger als vast benoemd of contractueel titularis in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige hoofdstedelijk gebied Brussel geleidelijk afgebouwd. | |
| 3 | − | Telkens wanneer een vast benoemde of contractueel aangestelde titularis uit dienst treedt, vermindert het toegestane volume financierbare uren met het aantal financierbare uren dat betrokkene presteerde. | |
| 4 | − | Deze afbouwregeling geldt totdat het aantal uren dat gefinancierd wordt binnen de begroting Onderwijs nog 2880 uren, voor de totaliteit van de beide ambten van verpleger en kinderverzorger, bedraagt. | |
| 5 | − | Telkens een vast benoemde of contractueel aangestelde titularis voltijds of deeltijds afwezig is voor een periode en het totaal aantal gefinancierde uren niet gedaald is tot onder de 2880 uren, voor de totaliteit van de beide ambten van verpleger en kinderverzorger, kan geen vervanger worden aangesteld die een salaris ontvangt van het agentschap onderwijsdiensten. | |
| 6 | − | De middelen die jaarlijks vrijkomen door toepassing van het derde en het vijfde lid worden geherinvesteerd in de onderwijsbegroting. |
| 1 | − | §1. De personeelsleden die aan- of tewerkgesteld zijn als titularis van een betrekking van verpleger of kinderverzorger in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad kunnen op 1 september 2002 vast benoemd worden onder volgende voorwaarden : | |
| 2 | − | 1° Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de EVA (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering; | |
| 3 | − | 2° burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en in het bezit zijn van een attest van goed gedrag en zeden dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgegeven. | |
| 4 | − | De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1° hiervoor; | |
| 5 | − | 3° voldoen aan de taalwetten; | |
| 6 | − | 4° op 31 augustus 2002 720 dagen dienstanciënniteit bezitten. De berekening van de dienstanciënniteit gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs. In afwijking van artikel 4, §1, b), van hetzelfde decreet wordt het aantal dagen gepresteerd in een betrekking die niet de helft bedraagt van het aantal uren, vereist voor een betrekking met volledige dienstprestaties, niet met de helft verminderd. De diensten gepresteerd in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad worden beschouwd als diensten gepresteerd zoals bepaald in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs; | |
| 7 | − | 5° de betrekking in hoofdambt uitoefenen; | |
| 8 | − | 6° op 31 december 2001 aan- of tewerkgesteld zijn. | |
| 9 | − | De vaste benoeming op 1 september 2002 is beperkt tot het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid als titularis was aan- of tewerkgesteld. | |
| 10 | − | Onder titularis van een betrekking wordt verstaan: het personeelslid dat als eerste in een concrete betrekking een aanstelling of tewerkstelling heeft gekregen. | |
| 11 | − | Deze betrekking wordt niet vacant verklaard. | |
| 12 | − | §2. Na toepassing van §1 worden de personeelsleden, aan- of tewerkgesteld in een kinderdagverblijf van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die voldoen aan de voorwaarden van 1° tot en met 6° van §1, eerste lid, op hun verzoek op 1 januari 2003 vast benoemd in een vacante betrekking. Deze vaste benoeming is beperkt tot het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid op 31 december 2001 is aan- of tewerkgesteld als verpleger of kinderverzorger in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. | |
| 13 | − | De personeelsleden moeten aan de voorwaarde van 4° van §1, eerste lid, voldoen op 31 december 2002. | |
| 14 | − | De vacante betrekkingen worden vastgesteld in functie van de op 1 september 2002 geldende normen die de Vlaamse regering heeft vastgelegd houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen. De betrekkingen die tussen 1 september 2002 en 1 januari 2003 vacant worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis kunnen eveneens vacant worden verklaard. | |
| 15 | − | De raad van bestuur deelt vóór 15 oktober 2002, aan de personeelsleden die de voorwaarden voor vaste benoeming vervullen, de vacante betrekkingen mee, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor vaste benoeming moeten worden ingediend. | |
| 16 | − | §3. Voor de vaste benoemingen zoals bedoeld in §2 heeft het personeelslid dat op 31 augustus 2002 over de grootste dienstanciënniteit beschikt, voorrang. De dienstanciënniteit wordt berekend zoals bepaald in §1, 4°. | |
| 17 | − | §4. Met ingang van de datum van vaste benoeming zijn de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en de uitvoeringsbesluiten op bedoelde personeelsleden van toepassing. | |
| 1 | + | §1. De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op de vastbenoemde personeelsleden in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. | |
| 18 | − | In afwijking van het eerste lid zijn, voor de vaste benoemingen zoals bedoeld in §2, de bepalingen van artikel 36ter, §2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, niet van toepassing. | |
| 19 | − | §5. Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk zijn alle bepalingen van toepassing die gelden voor de personeelsleden die vast benoemd zijn in het ambt van kinderverzorger in het gewoon basisonderwijs en in het ambt van verpleger in het buitengewoon basisonderwijs. Voor de toepassing van de regelgeving met betrekking tot vaste benoeming, affectatie en mutatie wordt : | |
| 20 | − | 1° het ambt van kinderverzorger zoals bedoeld in deze afdeling niet beschouwd als hetzelfde ambt van kinderverzorger in het gewoon en buitengewoon onderwijs; | |
| 21 | − | 2° het ambt van verpleger zoals bedoeld in deze afdeling niet beschouwd als hetzelfde ambt van verpleger in het buitengewoon onderwijs. | |
| 22 | − | §6. Voor de toepassing van de regelgeving met betrekking tot de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking , de reaffectatie en de wedertewerkstelling , gelden de normen die de Vlaamse Regering heeft vastgelegd houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen. De personeelsleden bedoeld in §1 die wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking zijn gesteld voor minder dan de helft van een volledige betrekking, zijn niet verplicht om een reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. Het ambt van kinderverzorger of verpleger zoals bedoeld in deze afdeling wordt, voor de toepassing van de regelgeving inzake reaffectatie en tewerkstelling, beschouwd als hetzelfde ambtvan kinderverzorger in het gewoon en buitengewoon onderwijs, respectievelijk het hetzelfde ambtvan verpleger in het buitengewoon onderwijs. | |
| 2 | + | §2. Voor de vastbenoemde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking zijn gesteld, gelden de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling voor het gewoon basisonderwijs en het buitengewoon onderwijs, zoals vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage. Voor de toepassing van het voormelde besluit wordt het ambt van kinderverzorger beschouwd als “hetzelfde ambt” van kinderverzorger in het gewoon basisonderwijs en in het buitengewoon onderwijs en wordt het ambt van verpleger beschouwd als “hetzelfde ambt” van verpleger in het buitengewoon onderwijs. | |
| 3 | + | §3. Aan de vastbenoemde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, worden de volgende salarisschalen toegekend: | |
| 4 | + | 1° salarisschaal 143 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs; | |
| 5 | + | 2° salarisschaal 229 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een ander bekwaamheidsbewijs; | |
| 6 | + | 3° salarisschaal 337 voor wie in het ambt van verpleger is aangesteld. | |
| 7 | + | Als het aldus vastgestelde salaris lager is dan het salaris dat het personeelslid genoot op 1 september 2002, blijft het dit laatste salaris genieten totdat het een ten minste gelijk salaris verkrijgt overeenkomstig de salarisschalen, vermeld in het eerste lid. | |
| 8 | + | De salarisschalen, vermeld in het eerste lid, zijn vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. | |
| 9 | + | De bekwaamheidsbewijzen, vermeld in het eerste lid, zijn deze die de Vlaamse Regering vastlegt voor het overeenkomstige ambt in het gewoon of buitengewoon onderwijs. | |
| 10 | + | §4. De prestatieregeling van de vastbenoemde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, bedraagt voor een volledige betrekking 36 uren per week. |
| 1 | − | Onverminderd de in artikel IV.19 bedoelde normen worden de personeelsleden die in de Brusselse peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs tewerkgesteld zijn als verpleger of kinderverzorger en die niet benoemd zijn bij toepassing van het voorgaande artikel, §1 en §2, door de scholengroep 8-Brussel aangeworven als contractuele personeelsleden waarop de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is. | |
| 2 | − | De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om bijkomende ambten vast te leggen. De personeelsleden die in deze ambten worden tewerkgesteld, worden eveneens aangeworven als contractuele personeelsleden waarop de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is. |
| 1 | − | §1.Tot een door de Vlaamse Regering nader te bepalen datum betaalt de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks het salaris uit aan de personeelsleden bedoeld in dit hoofdstuk, overeenkomstig volgende bepalingen : | |
| 2 | − | 1° aan de personeelsleden bedoeld in dit hoofdstuk worden de volgende salarisschalen toegekend : | |
| 3 | − | a) salarisschaal 143 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs; | |
| 4 | − | b) salarisschaal 229 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een ander bekwaamheidsbewijs; | |
| 5 | − | c) salarisschaal 337 voor wie in het ambt van verpleger is aangesteld. | |
| 6 | − | Indien het aldus vastgestelde salaris lager is dan het salaris dat het personeelslid genoot op 1 september 2002, blijft het dit laatste salaris genieten totdat het een ten minste gelijk salaris bekomt overeenkomstig bovenvermelde salarisschalen. | |
| 7 | − | De bovenvermelde bekwaamheidsbewijzen zijn deze die de Vlaamse Regering vastlegt voor het overeenkomstige ambt in het gewoon - of buitengewoon onderwijs. | |
| 8 | − | Met behoud van de toepassing van artikel IV.21, wordt de Vlaamse Regering gemachtigd om de bekwaamheidsbewijzen voor alle ambten vast te leggen of te wijzigen. Zij wordt eveneens gemachtigd om de salarisschalen hiervoor vast te leggen of te wijzigen. | |
| 9 | − | 2° De prestatieregeling van de personeelsleden bedoeld in dit hoofdstuk bedraagt voor een volledige betrekking 36 uren per week. | |
| 10 | − | §2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot bezoldiging van de personeelsleden bedoeld in artikel IV.21 en IV.22. |
| 1 | − | In hoofde van de personeelsleden, tewerkgesteld als kinderverzorger of verpleger in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, wordt de geldelijke en administratieve toestand gedurende de periode van hun tewerkstelling tot en met 31 december 2002 als definitief verworven beschouwd. Uit deze periode kunnen geen gevolgen voortvloeien voor de personeelsleden en schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging. |
| 1 | − | De kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad worden in voorkomend geval verbonden aan de basisscholen van de scholengroep 8 - Brussel. |
| 1 | − | In de Nederlandstalige basisscholen van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kunnen personeelsleden worden tewerkgesteld als opvoeder voor- en nabewaking. Deze personeelsleden worden aangesteld bij en door de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs die bevoegd is voor voormelde scholen. De personeelsleden worden aangeworven als contractuele personeelsleden op wie de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is. |
| 1 | − | De Vlaamse Gemeenschap kent jaarlijks aan de in artikel IV.26 vermelde scholengroep maximaal 27 voltijdse betrekkingen toe van opvoeder voor- en nabewaking. De Vlaamse Regering is gemachtigd het aantal voltijdse betrekkingen te wijzigen. |
| 1 | − | De prestatieregeling van de hier bedoelde personeelsleden bedraagt 36 uren per week voor een voltijdse betrekking. |
| 1 | − | De personeelsleden bedoeld in artikel IV.26 kunnen vervangen worden onder dezelfde voorwaarden als deze vastgelegd voor de personeelsleden van het onderwijs. De vervangers worden eveneens aangeworven als contractuele personeelsleden op wie de wet van 3 juli 1978 van toepassing is. |
| 1 | − | §1. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming betaalt rechtstreeks het salaris uit aan de personeelsleden bedoeld in artikel IV.26. Aan de personeelsleden worden de volgende salarisschalen toegekend : | |
| 2 | − | - salarisschaal 143 voor de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs; | |
| 3 | − | - salarisschaal 158 voor de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. | |
| 4 | − | De personeelsleden die sinds 1 januari 1997 ononderbroken aangesteld geweest zijn op basis van een diploma van ten minste lager secundair onderwijs en de salarisschaal 143 toegekend kregen, behouden die salarisschaal. | |
| 5 | − | §2. De Vlaamse Regering is gemachtigd om de voormelde salarisschalen te vervangen of te wijzigen. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering is gemachtigd de vakantieregeling voor de personeelsleden bedoeld in artikel IV.26 vast te leggen. In afwachting blijft de huidige regeling van kracht. |
| 1 | − | In hoofde van de personeelsleden aangesteld als opvoeder voor- en nabewaking in de Nederlandstalige basisscholen van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, wordt de geldelijke en administratieve toestand gedurende hun periode van tewerkstelling tot en met 31 december 2013 als definitief verworven beschouwd. Uit deze periode kunnen geen gevolgen voortvloeien voor de personeelsleden en schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging. |