Decreet tot wijziging van het Bestuursdecreet van 7 december 2018
57 artikels gewijzigd
| 1 | 1 | Dit decreet zet de bepalingen om van: | |
| 2 | − | 1° richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie; | |
| 2 | + | 1° richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie; | |
| 3 | 3 | 2° richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad; | |
| 4 | 4 | 3° richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties. |
| 73 | 73 | a) de overheden die tot het federale, supranationale of internationale niveau behoren; | |
| 74 | 74 | b) de overheden van andere gemeenschappen en gewesten; | |
| 75 | − | c) de lokale overheden van de andere gewesten. | |
| 75 | + | c) de lokale overheden van de andere gewesten; | |
| 76 | + | 9° overheidsondernemingen: de ondernemingen die niet behoren tot de Vlaamse overheid of tot een lokale overheid en die niet beschouwd worden als een instelling met een publieke taak of een milieu-instantie, maar waarop de Vlaamse overheid, lokale overheden, instellingen met een publieke taak of milieu-instanties, direct of indirect, een overheersende invloed kunnen uitoefenen op grond van eigendom, financiële deelname of de voorschriften die op de onderneming van toepassing zijn. Er is een overheersende invloed in elk van de volgende gevallen: | |
| 77 | + | a) de Vlaamse of lokale overheden bezitten direct of indirect de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming; | |
| 78 | + | b) de Vlaamse of lokale overheden beschikken direct of indirect over de meerderheid van de stemrechten, verbonden aan de aandelen die de onderneming uitgeeft; | |
| 79 | + | c) de Vlaamse of lokale overheden kunnen direct of indirect meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan van de onderneming aanwijzen. | |
| 1 | − | § 1. Overheidsinstanties als vermeld in artikel II.18, voorzien voor een procedure in een elektronische weg om berichten uit te wisselen met gebruikers, ook als de toepasselijke regelgeving alleen voorziet in de uitwisseling via analoge weg , vanaf het moment waarop de overheidsinstantie de beslissing dat elektronische uitwisseling mogelijk is voor de procedure, heeft bekendgemaakt. | |
| 1 | + | § 1. Overheidsinstanties als vermeld in artikel II.18, kunnen voor een procedure voorzien in een of meer elektronische wegen om berichten uit te wisselen met gebruikers, ook als de toepasselijke regelgeving alleen voorziet in de uitwisseling via analoge weg of als de regelgeving al in een bepaalde elektronische weg voorziet, vanaf het moment waarop de overheidsinstantie de beschikbare elektronische wegen voor de procedure heeft bekendgemaakt. | |
| 2 | 2 | De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.18, kunnen beperkingen en technische eisen opleggen aan de uitwisseling via elektronische weg. | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering kan overheidsinstanties als vermeld in artikel II.18, verplichten om in procedures uitwisseling van berichten via elektronische weg mogelijk te maken. | |
| 4 | − | § 2. Als de toepasselijke regelgeving niet voorziet in elektronische uitwisseling van berichten, gelden de volgende voorwaarden voor de elektronische uitwisseling met burgers of externe overheden: | |
| 4 | + | § 2. In geval van toepassing van paragraaf 1 worden de volgende voorwaarden nageleefd voor de elektronische uitwisseling met burgers of externe overheden: | |
| 5 | − | 1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.18, moeten burgers en externe overheden vooraf informeren over de te volgen procedures en over de rechtsgevolgen die de elektronische uitwisseling heeft; | |
| 5 | + | 1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.18, informeren burgers en externe overheden vooraf over: | |
| 6 | + | a) de stappen die gevolgd moeten worden; | |
| 7 | + | b) de technieken die worden gebruikt; | |
| 8 | + | c) de rechtsgevolgen van de elektronische uitwisseling; | |
| 6 | − | 2° de burgers of externe overheden moeten vooraf uitdrukkelijk ingestemd hebben met de uitwisseling van berichten via elektronische weg; | |
| 9 | + | 2° de natuurlijke personen, niet in hun hoedanigheid van ondernemer, stemmen vooraf uitdrukkelijk in met de uitwisseling van berichten via elektronische weg; | |
| 7 | − | 3° de burgers en externe overheden moeten die instemming op elk moment kunnen intrekken. | |
| 10 | + | 3° de natuurlijke personen, niet in hun hoedanigheid van ondernemer, kunnen de instemming, vermeld in punt 2°, op elk moment intrekken. | |
| 8 | 11 | § 3. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.18, die berichten via elektronische weg uitwisselen, garanderen voor de elektronische communicatie een voldoende graad van informatieveiligheid en onweerlegbaarheid. | |
| 9 | − | Ze stellen maatregelen vast die aangepast zijn aan de omstandigheden en die gelijkwaardige garanties bieden voor informatieveiligheid en onweerlegbaarheid als de uitwisseling op analoge dragers. Die maatregelen worden bekendgemaakt. | |
| 12 | + | Ze stellen maatregelen vast die aangepast zijn aan de omstandigheden en die gelijkwaardige garanties bieden voor informatieveiligheid en onweerlegbaarheid als de uitwisseling waarin in de toepasselijke regelgeving is voorzien. Die maatregelen worden bekendgemaakt. | |
| 10 | 13 | De Vlaamse Regering kan de minimumnormen bepalen waaraan de maatregelen, vermeld in het tweede lid, moeten voldoen. | |
| 11 | − | § 4. Onder de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, brengt de uitwisseling via elektronische weg dezelfde rechtsgevolgen tot stand als de uitwisseling op analoge dragers. | |
| 14 | + | § 4. Onder de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, brengt de uitwisseling die mogelijk wordt gemaakt met toepassing van paragraaf 1, dezelfde rechtsgevolgen tot stand als de uitwisseling waarin in de toepasselijke regelgeving is voorzien. |
| 2 | 2 | Tenzij het anders voorzien is in de toepasselijke regelgeving, geldt als tijdstip waarop een bericht elektronisch is ontvangen door een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.18, het tijdstip waarop het bericht het informatiesysteem dat die overheidsinstantie gebruikt, bereikt. | |
| 3 | 3 | Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.18, en de geadresseerde gebruikmaken van hetzelfde informatiesysteem geldt een elektronisch bericht als aangetekende zending. | |
| 4 | + | In het eerste en het derde lid wordt verstaan onder hetzelfde informatiesysteem: een informatiesysteem of een combinatie van informatiesystemen waarbij de overheidsinstantie voldoende controle heeft over de logging van het tijdstip van verzending en ontvangst van een bericht. | |
| 1 | + | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder eBox: de eBox, vermeld in artikel 2, 3°, van de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via de eBox. | |
| 2 | + | § 2. Overheidsinstanties als vermeld in artikel II.18, kunnen de eBox gebruiken voor de elektronische uitwisseling van berichten. | |
| 3 | + | De uitwisseling van berichten via de eBox geldt als een uitwisseling binnen hetzelfde informatiesysteem, vermeld in artikel II.23, derde en vierde lid. | |
| 4 | + | Als een systeemfout verhindert dat een bericht wordt verzonden of ontvangen, geldt de informatie die daarover, met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten via de eBox, ter beschikking is gesteld, als bewijs van de systeemfout die kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht. | |
| 5 | + | § 3. Als de uitwisseling van berichten via de eBox niet mogelijk is op grond van de toepasselijke regelgeving, gelden de voorwaarden, vermeld in artikel II.22, § 2. | |
| 6 | + | Onder de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, brengt de uitwisseling via de eBox dezelfde rechtsgevolgen tot stand als de uitwisseling waarin in de toepasselijke regelgeving is voorzien. |
| 2 | 2 | § 2. Als een bestuursdocument moet worden ondertekend om rechtsgevolgen tot stand te brengen, kan aan die vereiste worden voldaan door een elektronische procedure die op een aantoonbare wijze, die is aangepast aan de omstandigheden, de authenticiteit en de integriteit van de gegevens waarborgt. | |
| 3 | 3 | Deze procedure wordt door de overheidsinstantie zelf vastgesteld. | |
| 4 | + | § 2/2. Een bestuursdocument dat op elektronische wijze ondertekend is, kan worden gematerialiseerd in een equivalent dat de authenticiteit en de integriteit van de gegevens waarborgt. | |
| 4 | 5 | § 3. De Vlaamse Regering kan standaarden opleggen voor en nadere regels bepalen met betrekking tot de opmaak van bestuursdocumenten op een elektronische drager als vermeld in paragraaf 1, en met betrekking tot de vaststelling van de procedures, vermeld in paragraaf 2, tweede lid. | |
| 1 | 1 | Tenzij het belang van de openbaarheid primeert, mogen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag afwijzen: | |
| 2 | 2 | 1° als de aanvraag kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek van de betrokken instantie tot herformulering van de eerste aanvraag als vermeld in artikel II.42; | |
| 3 | − | 2° als de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten die niet af of onvolledig zijn. | |
| 3 | + | 2° als de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten die niet af of onvolledig zijn; | |
| 4 | + | 3° als de aanvraag betrekking heeft op interne communicatie. |
| 3 | 3 | 2° de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt; | |
| 4 | 4 | 3° de openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van de Vlaamse overheid, van de organen van de lokale overheden, van de organen van de instellingen met een publieke taak en van de organen van de milieu-instanties; | |
| 5 | − | 4° het om bestuursdocumenten gaat die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld; | |
| 5 | + | 4° het om bestuursdocumenten gaat die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld, zolang de mogelijkheid blijft bestaan om een strafsanctie of een administratieve sanctie op te leggen; | |
| 6 | 6 | 5° het om bestuursdocumenten gaat die uitsluitend ten behoeve van de mogelijke toepassing van tuchtmaatregelen zijn opgesteld, zolang de mogelijkheid om een tuchtmaatregel te nemen blijft bestaan; | |
| 7 | 7 | 6° het om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. | |
| 3 | 3 | 1° de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt; | |
| 4 | 4 | 2° het geheim van de beraadslagingen van de organen van de Vlaamse overheid, van de organen van de lokale overheden, van de organen van de instellingen met een publieke taak en van de organen van de milieu-instanties; | |
| 5 | − | 3° het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld; | |
| 5 | + | 3° het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld, zolang de mogelijkheid blijft bestaan om een strafsanctie of een administratieve sanctie op te leggen; | |
| 6 | 6 | 4° het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de mogelijke toepassing van tuchtmaatregelen werden opgesteld, zolang de mogelijkheid om een tuchtmaatregel te nemen blijft bestaan; | |
| 7 | 7 | 5° de bescherming van de informatie die een derde heeft verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is, en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt; | |
| 2 | 2 | Als de overheidsinstantie oordeelt dat ze de gevraagde informatie moeilijk tijdig kan verzamelen, kan ze de termijn verlengen tot veertig kalenderdagen conform artikel II.43, § 3. | |
| 3 | 3 | § 2. Als de aanvrager wil gebruikmaken van zijn recht op inzage, stelt de overheidsinstantie die het bestuursdocument bezit, in overleg met de aanvrager de plaats, de datum en het tijdstip van inzage vast. De aanvrager moet het bestuursdocument onder redelijke omstandigheden kunnen inkijken en moet daarvoor ook voldoende tijd krijgen. De overheidsinstanties kunnen nadere regels vaststellen voor de wijze waarop het inzagerecht kan worden uitgevoerd. | |
| 4 | + | § 3. De aanvrager die een afschrift van een bestuursdocument ontvangt, kan het afschrift gebruiken om zijn rechten en belangen te beschermen, en om zijn vrijheid van meningsuiting en van informatie uit te oefenen. | |
| 5 | + | De toepassing van het eerste lid mag niet tot gevolg hebben dat informatie van persoonlijke aard toegankelijk wordt voor personen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel II.40, § 3, tweede lid, behoudens wanneer dit nodig is om zijn rechten en belangen te beschermen. | |
| 4 | − | § 3. De overheidsinstantie die een aanvraag tot openbaarmaking inwilligt, vermeldt in voorkomend geval in de beslissing dat die inwilliging geen toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken als vermeld in hoofdstuk 4. | |
| 6 | + | De overheidsinstantie die een aanvraag tot openbaarmaking inwilligt, vermeldt in de beslissing dat die inwilliging geen toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken als vermeld in hoofdstuk 4. | |
| 4 | 4 | 3° een onwillige uitvoering van een beslissing tot openbaarmaking, aanvulling of verbetering. | |
| 5 | 5 | Hij stelt dat beroep in bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90. | |
| 6 | − | De aanvrager dient het beroep per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier in binnen een termijn van dertig kalenderdagen die, naargelang het geval, ingaat op de dag nadat de beslissing verstuurd is, of op de dag nadat de termijn, vermeld in artikel II.44, § 1, verstreken is. | |
| 6 | + | De aanvrager dient het beroep in met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op een van de volgende dagen: | |
| 7 | + | 1° als de aanvraag is afgewezen: op de dag nadat de beslissing verstuurd is; | |
| 8 | + | 2° als de aanvraag volledig of gedeeltelijk is ingewilligd, maar niet is uitge voerd binnen de termijnen, vermeld in artikel II.44, § 1: op de dag nadat de termijn, vermeld in artikel II.44, § 1, verstreken is. | |
| 7 | 9 | Als de kennisgeving van de beslissing niet voldoet aan de bepalingen van artikel II.43, § 1, derde lid, start de termijn om een beroep in te dienen pas vier maanden na de kennisgeving. | |
| 8 | 10 | De termijn om een beroep in te stellen neemt geen aanvang bij ontstentenis van een beslissing. | |
| 11 | + | § 2. Het beroep bevat al de volgende informatie: | |
| 12 | + | 1° de voor- en achternaam van de indiener; | |
| 13 | + | 2° het adres van de indiener; | |
| 14 | + | 3° een afschrift van de oorspronkelijke aanvraag; | |
| 9 | − | § 2. De aanvrager bezorgt aan de beroepsinstantie een afschrift van zijn oorspronkelijke aanvraag en de beslissing van de betrokken overheidsinstantie waartegen beroep wordt ingesteld, als er een beslissing is genomen. | |
| 15 | + | 4° een afschrift van de beslissing van de betrokken overheidsinstantie waartegen beroep wordt ingesteld, als er een beslissing is genomen. | |
| 10 | − | Als de voormelde documenten ontbreken, dan wordt de behandelingstermijn, vermeld in artikel II.50, § 1, opgeschort, tot de beroepsinstantie in het bezit is van de vereiste documenten. | |
| 16 | + | Als het beroep onvolledig is, wordt de behandelingstermijn, vermeld in artikel II.50, § 1, opgeschort tot de beroepsinstantie in het bezit is van de vereiste informatie. | |
| 2 | 2 | Als de beroepsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingsgronden, vermeld in dit hoofdstuk, deelt ze aan de indiener van het beroep mee dat de termijn van dertig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel. | |
| 3 | 3 | Als de aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen op grond van artikel II.34, 2° of 6°, artikel II.35, 3°, of artikel II.36, § 1, tweede lid, 1°, 5° of 7°, neemt de beroepsinstantie contact op met de betrokkene en vraagt ze of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument, als die toestemming nog niet is gevraagd door de betrokken overheidsinstantie. | |
| 4 | + | Als de oorspronkelijke aanvraag tot openbaarmaking is afgewezen omdat ze kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, zonder dat de overheidsinstantie om specificatie of vervollediging heeft gevraagd, beschikt de beroepsinstantie zelf over de mogelijkheid om de aanvrager te verzoeken om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in artikel II.50, § 1, begint in dat geval te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft. | |
| 4 | 5 | § 2. Als de beroepsinstantie het beroep inwilligt, staat zij de openbaarmaking of de verbetering of aanvulling toe. | |
| 5 | 6 | § 3. De overheidsinstantie die de informatie bezit, voert de beslissing tot inwilliging van het beroep zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie uit. | |
| 3 | 3 | 2° de lokale overheden, behalve wat artikel II.62 betreft; | |
| 4 | 4 | 3° de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft; | |
| 5 | − | 4° de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft, behalve wat artikel II.62 betreft. | |
| 5 | + | 4° de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft, behalve wat artikel II.62 betreft; | |
| 6 | + | 5° de overheidsondernemingen die aan een van de volgende voorwaarden voldoen: | |
| 7 | + | a) ze zijn actief op de gebieden, vermeld in artikel 96 tot en met 102 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten; | |
| 8 | + | b) ze treden op als exploitant van openbare diensten als vermeld in artikel 2, d), van verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad; | |
| 9 | + | c) ze vervullen als luchtvaartmaatschappij openbaredienstverplichtingen op grond van artikel 16 van verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap; | |
| 10 | + | d) ze verrichten als reder openbare diensten op grond van artikel 4 van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de Lid-Staten (cabotage in het zeevervoer). | |
| 6 | 11 | Wat betreft de instellingen met een publieke taak die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 1), maar niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 2) of 3), is dit hoofdstuk alleen van toepassing op de bestuursdocumenten die betrekking hebben op beslissingen die derden binden. | |
| 7 | 12 | § 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bestuursdocumenten van de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, met uitzondering van: | |
| 8 | 13 | 1° de bestuursdocumenten waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de publieke taak van de betrokken overheidsinstanties, op voorwaarde dat de omvang van de publieke taken transparant is en aan toetsing is onderworpen; | |
| 9 | 14 | 2° de bestuursdocumenten waarvoor een overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan; | |
| 10 | − | 3° de bestuursdocumenten of onderdelen ervan waarvoor de toegang is uitgesloten op basis van de geldende regeling inzake toegang tot bestuursdocumenten ; | |
| 15 | + | 3° de bestuursdocumenten of onderdelen ervan waarvoor de toegang is beperkt of uitgesloten op basis van de geldende bepalingen die de toegang tot bestuursdocumenten nader regelen; | |
| 11 | − | 4° de bestuursdocumenten waarover openbare omroepen of hun dochterondernemingen en andere instellingen of hun dochterondernemingen beschikken om een publiekeomroeptaak te vervullen; | |
| 16 | + | 4° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van openbare omroepen of hun dochterondernemingen en andere instellingen of hun dochterondernemingen om een publiekeomroeptaak te vervullen; | |
| 12 | − | 5° de bestuursdocumenten waarover onderwijs- of onderzoeksinstellingen beschikken, met inbegrip van overheidsinstanties die zijn opgericht voor de overdracht van onderzoeksresultaten, scholen en instellingen voor hoger onderwijs, met uitzondering van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs; | |
| 17 | + | 5° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van onderwijsinstellingen van het secundair of lager niveau, en, in geval van alle andere onderwijsinstellingen, andere dan onderzoeksgegevens, vermeld in paragraaf 3; | |
| 13 | − | 6° de bestuursdocumenten waarover andere culturele instellingen dan musea, bibliotheken en archiefinstellingen beschikken; | |
| 18 | + | 6° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van andere culturele instellingen dan musea, bibliotheken en archiefinstellingen; | |
| 14 | 19 | 7° de gedeelten van bestuursdocumenten die alleen logo's, wapens en insignes bevatten; | |
| 15 | − | 8° de broncode van computerprogramma's. | |
| 20 | + | 8° de broncode van computerprogramma's; | |
| 21 | + | 9° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van overheidsondernemingen die aan een van de volgende voorwaarden voldoen: | |
| 22 | + | a) ze zijn geproduceerd buiten de context van de levering van diensten van algemeen belang; | |
| 23 | + | b) ze houden verband met activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie en bijgevolg niet onder aanbestedingsregels vallen op grond van artikel 116 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. | |
| 24 | + | § 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onderzoekgegevens, al dan niet in het bezit van een overheidsinstantie, die met overheidsmiddelen zijn gefinancierd en die openbaar zijn gemaakt via een institutionele of thematische databank door onderzoekers, onderzoeksinstellingen of financierende organisaties, beschouwd als bestuursdocumenten. Daarbij wordt rekening gehouden met de gerechtvaardigde handelsbelangen, activiteiten inzake kennisoverdracht en al bestaande intellectuele eigendomsrechten. | |
| 1 | + | Voor de volgende lokale overheden nemen de volgende personen de beslissing over de aanvraag tot hergebruik, onverminderd delegatie: | |
| 2 | + | 1° voor de gemeenten, de districten en de OCMW's: de algemeen directeur; | |
| 3 | + | 2° voor de provincies: de griffier; | |
| 4 | + | 3° voor de polders en wateringen: de dijkgraaf van de polder of de voorzitter van de watering; | |
| 5 | + | 4° voor de besturen van de erkende kerk- of geloofsgemeenschappen van de erkende erediensten: de voorzitter van de besturen. |
| 1 | + | Voor de toepassing van dit hoofdstuk gaan de beslissings- en uitvoeringstermijnen in op de dag nadat de aanvraag tot hergebruik is ontvangen. | |
| 2 | + | De termijnen, vermeld in het eerste lid, verstrijken om 24 uur van de laatste dag. |
| 4 | 4 | 3° formele open standaard: een standaard die schriftelijk is vastgesteld, met vermelding van specificaties voor de wijze waarop de interoperabiliteit van de software moet worden gegarandeerd; | |
| 5 | 5 | 4° metagegevens: de beschrijving van bestuursdocumenten die het mogelijk maakt die bestuursdocumenten te zoeken, te inventariseren en te gebruiken; | |
| 6 | − | 5° instellingen voor hoger onderwijs: overheidsinstanties die postsecundair hoger onderwijs verstrekken dat tot een academische graad leidt. | |
| 6 | + | 5° instellingen voor hoger onderwijs: overheidsinstanties die postsecundair hoger onderwijs verstrekken dat tot een academische graad leidt; | |
| 7 | + | 6° modellicentie: een reeks vooraf bepaalde voorwaarden voor hergebruik, in een digitaal formaat, bij voorkeur verenigbaar met gestandaardiseerde openbare licenties die online beschikbaar zijn; | |
| 8 | + | 7° onderzoeksgegevens: andere documenten in digitale vorm dan wetenschappelijke publicaties, die worden verzameld of geproduceerd tijdens wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten en die als bewijs in het onderzoeksproces worden gebruikt, of waarvan binnen de onderzoeksgemeenschap algemeen wordt erkend dat ze noodzakelijk zijn om onderzoeksresultaten te valideren; | |
| 9 | + | 8° hoogwaardige datasets: documenten waarvan het hergebruik belangrijke voor- delen biedt voor de samenleving, het milieu en de economie, namelijk doordat ze geschikt zijn om diensten met toegevoegde waarde en toepassingen te ontwikkelen, en om nieuwe, hoogwaardige en fatsoenlijke banen te scheppen, en door het aantal potentiële begunstigden van de diensten of toepassingen met toegevoegde waarde die op basis van die datasets ontwikkeld zijn; | |
| 10 | + | 9° API: een applicatieprogramma-interface, namelijk een reeks functies, procedures, definities en protocollen voor de communicatie van machine naar machine en de naadloze uitwisseling van gegevens; | |
| 11 | + | 10° richtlijn (EU) 2019/1024: richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik vanoverheidsinformatie. | |
| 1 | 1 | Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, staat het hergebruik van de bestuursdocumenten die ze bezit en waarop ze de nodige rechten heeft toe, zowel voor commerciële als niet-commerciële doeleinden, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. | |
| 2 | − | In afwijking van het eerste lid bepalen de bibliotheken, met inbegrip van de bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, de musea en de archiefinstellingen, met betrekking tot de bestuursdocumenten die ze bezitten en waarop ze de nodige rechten hebben om hergebruik toe te staan, autonoom of het hergebruik van die bestuursdocumenten is toegestaan voor zowel commerciële als niet-commerciële doeleinden en onder welke voorwaarden. | |
| 2 | + | In afwijking van het eerste lid bepalen de overheidsondernemingen, de bibliotheken, met inbegrip van de bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, de musea en de archiefinstellingen, met betrekking tot de bestuursdocumenten die ze bezitten en waarop ze de nodige rechten hebben om hergebruik toe te staan, autonoom of het hergebruik van die bestuursdocumenten is toegestaan voor zowel commerciële als niet-commerciële doeleinden en onder welke voorwaarden. | |
| 3 | 3 | In geval van hergebruik stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten zo veel mogelijk via elektronische weg beschikbaar in de al bestaande formaten of talen en, als dat mogelijk en passend is, in een open en machinaal leesbaar formaat, samen met de metagegevens ervan. Zowel het formaat als de metagegevens voldoen zo veel mogelijk aan formele open standaarden. |
| 1 | + | De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, produceren bestuursdocumenten die voor hergebruik in aanmerking komen en stellen die ter beschikking, zo veel mogelijk overeenkomstig het beginsel open door ontwerp en door standaardinstellingen. |
| 1 | + | Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, stelt dynamische gegevens onmiddellijk nadat ze zijn verzameld, via passende API's en, in voorkomend geval, in de vorm van een bulksgewijze download, beschikbaar voor hergebruik. | |
| 2 | + | Als het beschikbaar stellen van dynamische gegevens onmiddellijk nadat ze verzameld zijn, de financiële en technische mogelijkheden van de overheidsinstantie overstijgt omdat dat een onevenredige inspanning vergt, worden die dynamische gegevens voor hergebruik beschikbaar gesteld binnen een termijn of met tijdelijke technische beperkingen die de exploitatie van het economisch en sociaal potentieel ervan niet onnodig in het gedrang brengt. | |
| 3 | + | In dit artikel wordt verstaan onder dynamische gegevens: documenten in digitale vorm die frequent of in real time worden geactualiseerd door hun volatiliteit of omdat ze snel verouderd zijn. Gegevens die door sensoren zijn gegenereerd, worden doorgaans als dynamische gegevens beschouwd. |
| 1 | + | De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, oefenen het recht van een fabrikant van een databank, verleend bij artikel XI.307, eerste lid, van het Wetboek van Economisch Recht van 28 februari 2013, niet uit om het hergebruik van bestuursdocumenten tegen te gaan of om het hergebruik buiten de grenzen, vastgelegd in dit hoofdstuk, te beperken. |
| 1 | − | Als een vergoeding wordt gevraagd voor het hergebruik van bestuursdocumenten, blijft deze vergoeding beperkt tot de marginale kosten voor de vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding ervan. | |
| 1 | + | Als een vergoeding wordt gevraagd voor het hergebruik van bestuursdocumenten, blijft deze vergoeding beperkt tot de marginale kosten voor de vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding ervan, en, als dat van toepassing is, voor de anonimisering van persoonsgegevens en voor maatregelen ter bescherming van commercieel vertrouwelijke informatie. | |
| 2 | 2 | Het eerste lid is niet van toepassing op: | |
| 3 | 3 | 1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de uitoefening van hun publieke taken te dekken; | |
| 4 | − | 2° bij wijze van uitzondering, bestuursdocumenten waarvoor de betrokken overheidsinstantie bij of krachtens een decreet verplicht is voldoende inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding ervan te dekken. Die verplichtingen worden vooraf vastgesteld en, als dat mogelijk en passend is, via elektronische weg bekendgemaakt; | |
| 4 | + | 2° overheidsondernemingen; | |
| 5 | 5 | 3° bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen. | |
| 6 | − | In de gevallen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, berekenen de betrokken overheidsinstanties de totale vergoeding aan de hand van objectieve, transparante en controleerbare criteria die de Vlaamse Regering vaststelt. De totale inkomsten van die overheidsinstanties uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor hergebruik van bestuursdocumenten mogen gedurende de desbetreffende berekeningsperiode niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding , vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken overheidsinstanties van toepassing zijn. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nodige verduidelijkingen uitwerken. | |
| 6 | + | In de gevallen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, berekenen de betrokken overheidsinstanties de totale vergoeding aan de hand van objectieve, transparante en controleerbare criteria die de Vlaamse Regering vaststelt. De totale inkomsten van die overheidsinstanties uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor hergebruik van bestuursdocumenten mogen gedurende de desbetreffende berekeningsperiode niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging, verspreiding en opslag ervan, en, als dat van toepassing is, de anonimisering van persoonsgegevens en maatregelen ter bescherming van commercieel vertrouwelijke informatie, vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken overheidsinstanties van toepassing zijn. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nodige verduidelijkingen uitwerken. | |
| 7 | − | Als de overheidsinstanties, vermeld in het tweede lid, 3°, een vergoeding vragen, mogen de totale inkomsten uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor het hergebruik van bestuursdocumenten gedurende de desbetreffende berekeningsperiode niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging, verspreiding, conservering en vereffening van rechten , vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken overheidsinstanties van toepassing zijn. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nodige verduidelijkingen uitwerken. | |
| 7 | + | Als de overheidsinstanties, vermeld in het tweede lid, 3°, een vergoeding vragen, mogen de totale inkomsten uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor het hergebruik van bestuursdocumenten gedurende de desbetreffende berekeningsperiode niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging, verspreiding, opslag, conservering en vereffening van rechten en, als dat van toepassing is, de anonimisering van persoonsgegevens en maatregelen ter bescherming van commercieel vertrouwelijke informatie, vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken overheidsinstanties van toepassing zijn. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nodige verduidelijkingen uitwerken. | |
| 8 | + | In dit artikel wordt verstaan onder: | |
| 9 | + | 1° redelijk rendement op investeringen: een percentage van het totale tarief, boven op de kosten die mogen worden doorberekend, dat maximaal vijf procentpunten hoger ligt dan de vaste rente van de Europese Centrale Bank; | |
| 10 | + | 2° anonimisering van persoonsgegevens: het proces waarbij bestuursdocumenten worden omgezet in anonieme documenten die geen betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon, of het proces waarbij persoonsgegevens zodanig anoniem worden gemaakt dat de betrokkene niet of niet meer identificeerbaar is. |
| 1 | + | § 1. Het hergebruik van bestuursdocumenten mag niet worden onderworpen aan voorwaarden, tenzij die voorwaarden objectief, evenredig en niet-discriminerend zijn en gerechtvaardigd worden door een doel van algemeen belang. | |
| 2 | + | De voorwaarden voor hergebruik mogen de mogelijkheden van hergebruik niet nodeloos beperken, noch gebruikt worden om de mededinging aan banden te leggen. | |
| 3 | + | De voorwaarden voor hergebruik bevatten de toestemming om de bestuursdocumenten geheel of gedeeltelijk te hergebruiken op om het even welke wijze, in oorspronkelijke, gewijzigde of bewerkte vorm, zonder uitsluiting van categorieën van aanvragers en zonder beperkingen in de tijd of in de geografische draagwijdte van het hergebruik, tenzij dat om juridische, technische of heel gegronde redenen niet mogelijk is. | |
| 1 | − | § 1. De Vlaamse Regering bepaalt een of meerdere modellicenties met de voorwaarden voor hergebruik. | |
| 4 | + | § 1/1. De Vlaamse Regering bepaalt een of meerdere modellicenties met de voorwaarden voor hergebruik. | |
| 2 | 5 | De modellicenties, vermeld in het eerste lid, die aan specifieke licentieaanvragen kunnen worden aangepast, worden in digitaal formaat beschikbaar gesteld en kunnen elektronisch worden verwerkt. | |
| 3 | − | § 2. De voorwaarden voor hergebruik mogen de mogelijkheden van hergebruik niet nodeloos beperken, noch gebruikt worden om de mededinging aan banden te leggen. | |
| 4 | − | De voorwaarden voor hergebruik bevatten de toestemming om de bestuursdocumenten in hun geheel of gedeeltelijk te hergebruiken op om het even welke wijze, in oorspronkelijke, gewijzigde of bewerkte vorm, zonder uitsluiting van categorieën van aanvragers, zonder beperkingen in de tijd of in geografische draagwijdte van het hergebruik, tenzij dat om juridische, technische of heel gegronde redenen niet mogelijk is. | |
| 6 | + | § 2. ... | |
| 5 | − | § 3. In geval van hergebruik als vermeld in artikel II.55, derde lid, hanteert de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, een van de modellicenties, vermeld in paragraaf 1. | |
| 7 | + | § 3. In geval van hergebruik als vermeld in artikel II.55, derde lid, geeft de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, toestemming voor onvoorwaardelijk hergebruik of hanteert de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, een van de modellicenties, vermeld in paragraaf 1/1. | |
| 6 | − | In afwijking van het eerste lid kan de overheidsinstantie, met behoud van de toepassing van paragraaf 2, zonder motivering toestemming geven voor onvoorwaardelijk hergebruik of kan de overheidsinstantie, na motivering, andere voorwaarden voor het hergebruik bepalen. De motivering wordt voorafgaand ter goedkeuring voorgelegd aan het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74. | |
| 8 | + | In afwijking van het eerste lid kan de overheidsinstantie, met behoud van de toepassing van paragraaf 1, na motivering, andere voorwaarden voor het hergebruik bepalen. De motivering wordt voorafgaand ter goedkeuring voorgelegd aan het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74. |
| 1 | 1 | Om het zoeken naar bestuursdocumenten die voor hergebruik beschikbaar zijn, te vereenvoudigen, wordt voor de belangrijkste bestuursdocumenten die de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, bezitten, voorzien in overzichtslijsten met relevante metagegevens, die, als dat mogelijk en passend is, online en in machinaal leesbare formaten toegankelijk zijn, en in portaalsites met links naar die overzichtslijsten. Als dat mogelijk is, wordt het taaloverschrijdend zoeken naar bestuursdocumenten vergemakkelijkt. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering stelt een lijst vast van de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.59, tweede lid, 1°. Die lijst wordt online bekendgemaakt. | |
| 3 | + | Voor een eenvoudigere toegang tot datasets wordt gezorgd voor één enkel toegangspunt en voor de geleidelijke beschikbaarstelling van geschikte datasets die in het bezit zijn van de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, met betrekking tot de bestuursdocumenten die voor hergebruik in aanmerking komen, in formaten die toegankelijk, gemakkelijk vindbaar en elektronisch toegankelijk zijn. | |
| 2 | 4 | De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere bepalingen vastleggen. |
| 1 | + | De onderzoeksgegevens die met overheidsmiddelen zijn gefinancierd, vermeld in artikel II.53, § 3, worden beschikbaar gesteld volgens het beginsel open door standaardinstellingen en volgens het beginsel dat onderzoeksgegevens vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar moeten zijn. Daarbij wordt rekening gehouden met de intellectuele eigendomsrechten, de bescherming en vertrouwelijkheid van persoonsgegevens, en de beveiliging en de bescherming van de rechtmatige handelsbelangen, in overeenstemming met het beginsel zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig. |
| 1 | + | Hergebruik van de onderzoeksgegevens met behoud van de toepassing van artikel II.53, § 3, en II.62/1 is kosteloos voor de gebruiker. |
| 1 | + | De hoogwaardige datasets worden in een machinaal leesbaar formaat voor hergebruik beschikbaar gesteld via API's en, in voorkomend geval, in de vorm van bulksgewijze downloads. De Vlaamse Regering kan bijbehorende bepalingen nader vastleggen. |
| 1 | + | Hergebruik van de hoogwaardige datasets, vermeld in artikel II.62/3, is kosteloos voor de gebruiker. |
| 1 | + | De kosteloze beschikbaarstelling van hoogwaardige datasets, vermeld in artikel II.62/4, geldt niet voor specifieke hoogwaardige datasets die in het bezit zijn van overheidsondernemingen als dat tot concurrentieverstoring in de relevante markten zou leiden. |
| 1 | + | De kosteloze beschikbaarstelling van hoogwaardige datasets, vermeld in artikel II.62/4, geldt niet voor bibliotheken, met inbegrip van de bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen. |
| 1 | + | Als de kosteloze beschikbaarstelling van hoogwaardige datasets door overheidsinstanties als vermeld in artikel II.53, § 1, van dit decreet, die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten voor de uitoefening van hun publieke taken te dekken, een belangrijk effect op de begroting van de betrokken overheidsinstanties heeft, zijn die overheidsinstanties vrijgesteld van de vereiste om die hoogwaardige datasets kosteloos beschikbaar te stellen voor een maximale duur van twee jaar na de inwerkingtreding van de relevante uitvoeringshandeling, vermeld in artikel 14, lid 1, van de richtlijn (EU) 2019/1024. |
| 1 | + | Deze afdeling is niet van toepassing op: | |
| 2 | + | 1° overheidsondernemingen; | |
| 3 | + | 2° onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen en organisaties die onderzoek financieren, als de bestuursdocumenten die worden aangevraagd, betrekking hebben op onderzoeksgegevens. |
| 1 | − | De aanvraag tot hergebruik wordt ingediend overeenkomstig artikel II.40, met dien verstande dat de aanvraag de volgende informatie bevat: | |
| 1 | + | De aanvraag tot hergebruik wordt ingediend met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier bij de overheidsinstantie die het bestuursdocument bezit, en bevat al de volgende informatie: | |
| 2 | 2 | 1° de voor- en achternaam van de aanvrager; | |
| 3 | 3 | 2° het adres van de aanvrager; | |
| 4 | 4 | 3° de informatie die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren; | |
| 5 | − | 4° een beschrijving van het beoogde hergebruik; | |
| 5 | + | 4° een beschrijving van het beoogde hergebruik op basis waarvan de instantie kan oordelen of ze de nodige rechten heeft om het beoogde hergebruik voor commerciële of niet-commerciële doeleinden toe te staan; | |
| 6 | 6 | 5° de vorm waarin het bestuursdocument bij voorkeur ter beschikking wordt gesteld. | |
| 7 | + | Als de aanvraag wordt ingediend bij een overheidsinstantie die het bestuursdocument niet bezit, stuurt de overheidsinstantie de aanvraag zo snel mogelijk door naar de overheidsinstantie die het document vermoedelijk bezit. De aanvrager wordt daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht. |
| 1 | − | De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, die een aanvraag tot hergebruik ontvangt voor een bestuursdocument dat ze in haar bezit heeft, behandelt deze aanvraag overeenkomstig artikel II.41, II.42 en II.43, en gaat na of het gevraagde bestuursdocument ter beschikking mag worden gesteld met toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk. | |
| 1 | + | De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, die een aanvraag tot hergebruik ontvangt voor een bestuursdocument dat ze in haar bezit heeft, bevestigt de ontvangst van de aanvraag uiterlijk binnen tien kalenderdagen, als ze binnen die termijn de aanvraag nog niet heeft beantwoord. |
| 1 | + | Als de aanvraag kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, verzoekt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen, de aanvrager om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De overheidsinstantie motiveert dat verzoek en geeft, als dat mogelijk is, aan welke bijkomende gegevens nodig zijn om de aanvraag te kunnen onderzoeken. |
| 1 | + | § 1. De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, onderzoekt of de aanvraag ingewilligd kan worden conform de bepalingen van dit hoofdstuk. | |
| 2 | + | De aanvraag wordt zo snel mogelijk en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier beantwoord. | |
| 3 | + | Bij de kennisgeving van de beslissing wordt vermeld dat beroep kan worden ingesteld bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90, binnen de termijn, vemeld in artikel II.69, § 2. | |
| 4 | + | § 2. Als de aanvraag kennelijk onredelijk is als vermeld in artikel II.64/1, of op een te algemene wijze geformuleerd is, begint een nieuwe termijn van twintig kalenderdagen te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft. | |
| 5 | + | § 3. Als de overheidsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingen, deelt ze mee aan de aanvrager dat de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in § 1, tweede lid, verlengd wordt tot een termijn van veertig kalenderdagen. | |
| 6 | + | De verlengingsbeslissing, vermeld in het eerste lid, vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel. |
| 1 | − | § 1. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, beslist dat hergebruik toegestaan is, stelt ze in geval van onvoorwaardelijk hergebruik uiterlijk binnen de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in artikel II.43, § 1 , de bestuursdocumenten in kwestie ter beschikking van de aanvrager. | |
| 1 | + | § 1. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, beslist dat hergebruik toegestaan is, stelt ze in geval van onvoorwaardelijk hergebruik uiterlijk binnen de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in artikel II.64/2, § 1 en § 2, de bestuursdocumenten in kwestie ter beschikking van de aanvrager. | |
| 2 | − | Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, oordeelt dat ze de gevraagde bestuursdocumenten moeilijk tijdig kan verzamelen, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, op veertig kalenderdagen gebracht, conform artikel II.43, § 3. | |
| 2 | + | Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, oordeelt dat ze de gevraagde bestuursdocumenten moeilijk tijdig kan verzamelen, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, op veertig kalenderdagen gebracht, conform artikel II.64/2, § 3. | |
| 3 | 3 | § 2. In geval van voorwaardelijk hergebruik, bezorgt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten in kwestie aan de aanvrager, samen met een modellicentie als vermeld in artikel II.61, § 1, binnen de termijnen, vermeld in paragraaf 1. | |
| 4 | 4 | Als de overheidsinstantie afwijkt van de modellicenties, vermeld in artikel II.61, § 1, bezorgt ze de motivering van die afwijking aan de aanvrager, samen met de voorwaarden die van toepassing zijn, conform artikel II.61, § 2. |
| 2 | 2 | Contracten of andere overeenkomsten tussen de overheidsinstantie die de bestuursdocumenten bezit en derden mogen in principe geen exclusiviteitsrechten verlenen. | |
| 3 | 3 | § 2. Als een exclusief recht noodzakelijk is om een dienst van algemeen belang te verlenen, moet periodiek, en in ieder geval om de drie jaar, worden nagegaan of de redenen daarvoor nog altijd geldig zijn. | |
| 4 | − | Exclusiviteitsregelingen die na de datum van de inwerkingtreding van dit decreet worden gesloten, zijn transparant en worden openbaar gemaakt. | |
| 4 | + | Exclusiviteitsregelingen die op of na 17 juli 2021 zijn gesloten, worden minstens twee maanden voor de inwerkingtreding ervan online openbaar gemaakt. De uiteindelijke regelingen zijn transparant en worden online openbaar gemaakt. | |
| 5 | 5 | § 3. Op de digitalisering van culturele hulpbronnen is paragraaf 2 niet van toepassing. | |
| 6 | 6 | § 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, duurt de periode van exclusiviteit in het algemeen niet langer dan tien jaar, als een exclusief recht betrekking heeft op de digitalisering van culturele hulpbronnen. Als die periode meer dan tien jaar bedraagt, wordt de duur ervan tijdens het elfde jaar en, als dat van toepassing is, daarna om de zeven jaar getoetst. | |
| 7 | 7 | De regelingen die exclusieve rechten toekennen, zijn transparant en worden openbaar gemaakt. | |
| 8 | 8 | In geval van een exclusief recht als vermeld in het eerste lid, wordt in de desbetreffende overeenkomst vastgesteld dat de desbetreffende overheidsinstantie kosteloos een kopie van de gedigitaliseerde culturele hulpbronnen krijgt. Die kopie is na afloop van de exclusiviteitsperiode beschikbaar voor hergebruik. | |
| 9 | + | § 4/1. Juridische of praktische regelingen die, zonder expliciet in de toekenning van exclusiviteitsrechten te voorzien, tot doel hebben of redelijkerwijs kunnen worden geacht de beschikbaarheid van documenten voor hergebruik door andere partijen dan de derde partij bij de regeling te beperken, worden minstens twee maanden voor de inwerkingtreding van die regeling online openbaar gemaakt. De gevolgen van die juridische of praktische regelingen voor de beschikbaarheid van gegevens voor hergebruik worden regelmatig, en in elk geval om de drie jaar, geëvalueerd. De uiteindelijke regelingen zijn transparant en worden online openbaar gemaakt. | |
| 10 | + | In deze paragraaf wordt verstaan onder derde partij: een natuurlijke of rechtspersoon die geen overheidsinstantie is als vermeld in artikel II.53, § 1, eerste lid, en die de gegevens in zijn bezit heeft. | |
| 9 | 11 | § 5. De exclusiviteitsregelingen die al bestaan op 17 juli 2013 en die niet vallen onder een uitzonderingsregeling als vermeld in paragraaf 2 en 4, worden aan het einde van het contract of in elk geval uiterlijk op 18 juli 2043 beëindigd. | |
| 12 | + | Exclusiviteitsregelingen die door overheidsondernemingen zijn gesloten, die al bestaan op 16 juli 2019 en die niet voor een uitzondering als vermeld in paragraaf 2 en 4 in aanmerking komen, worden aan het eind van het contract en in elk geval uiterlijk op 17 juli 2049 beëindigd. | |
| 1 | 1 | § 1. De aanvrager kan beroep instellen tegen: | |
| 2 | − | 1° een afwijzende beslissing die gebaseerd is op artikel II.53, § 2; | |
| 3 | − | 2° de beslissing waarbij het bedrag van de vergoedingen, vermeld in artikel II.59, wordt vastgesteld; | |
| 4 | − | 3° de beslissing waarbij de voorwaarden, vermeld in artikel II.61, worden vastgesteld; | |
| 5 | − | 4° het niet-naleven van de termijnen, vermeld in artikel II.66; | |
| 2 | + | 1° een beslissing over een aanvraag; | |
| 6 | − | 5° het uitblijven van een beslissing nadat de termijn waarbinnen de beslissing moest worden genomen, verstreken is. | |
| 3 | + | 2° het uitblijven van een beslissing nadat de termijn waarin de beslissing moest worden genomen, verstreken is; | |
| 4 | + | 3° een onwillige uitvoering van een beslissing; | |
| 5 | + | 4° ...; | |
| 6 | + | 5° ... | |
| 7 | 7 | Hij stelt dat beroep in bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90. | |
| 8 | − | § 2.De aanvrager dient het beroep per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier in binnen een termijn van dertig kalenderdagen die, naargelang van het geval, ingaat op de dag nadat de beslissing verstuurd is, of op de dag nadat de uitvoeringstermijn, vermeld in artikel II.66, verstreken is. | |
| 8 | + | § 2.De aanvrager dient het beroep in met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op een van de volgende dagen: | |
| 9 | + | 1° als beroep wordt ingesteld tegen de beslissing over de aanvraag: op de dag nadat de beslissing verstuurd is; | |
| 10 | + | 2° als beroep wordt ingesteld tegen de niet-uitvoering binnen de termijnen, vermeld in artikel II.66, § 1: op de dag nadat de termijn, vermeld in artikel II.66, § 1, verstreken is. | |
| 9 | − | Als de kennisgeving van de beslissing niet voldoet aan de bepalingen van artikel II.43, § 1, derde lid, start de termijn om een beroep in te dienen pas vier maanden na de kennisgeving. | |
| 11 | + | Als de kennisgeving van de beslissing niet voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel II.64/2, § 1, derde lid, start de termijn om een beroep in te dienen pas vier maanden na de kennisgeving. | |
| 10 | 12 | De termijn om beroep in te stellen neemt geen aanvang bij ontstentenis van een beslissing. | |
| 13 | + | § 3. Het beroep bevat al de volgende informatie: | |
| 14 | + | 1° de voor- en achternaam van de indiener; | |
| 15 | + | 2° het adres van de indiener; | |
| 16 | + | 3° een afschrift van de oorspronkelijke aanvraag; | |
| 11 | − | § 3. De aanvrager bezorgt aan de beroepsinstantie een afschrift van zijn oorspronkelijke aanvraag en de beslissing van de betrokken overheidsinstantie waartegen beroep wordt ingesteld, als er een beslissing is genomen. | |
| 17 | + | 4° een afschrift van de beslissing van de betrokken overheidsinstantie waartegen beroep wordt ingesteld, als er een beslissing is genomen. | |
| 12 | − | Als de voormelde documenten ontbreken, dan wordt de behandelingstermijn, vermeld in artikel II.71, § 1, opgeschort, tot de beroepsinstantie in het bezit is van de vereiste documenten. | |
| 18 | + | Als het beroep onvolledig is, wordt de behandelingstermijn, vermeld in artikel II.71, § 1, opgeschort tot de beroepsinstantie in het bezit is van de vereiste informatie. |
| 1 | − | De beroepsinstantie die een beroep ontvangt, noteert dat beroep zo snel mogelijk in een register, met vermelding van de ontvangstdatum. De registratie is openbaar voor de aanvrager die het beroep heeft ingesteld en voor de betrokken overheidsinstantie. | |
| 1 | + | De beroepsinstantie bevestigt de ontvangst van het beroep zo snel mogelijk en uiterlijk binnen tien kalenderdagen. | |
| 2 | − | De beroepsinstantie brengt de betrokken overheidsinstantie onmiddellijk op de hoogte van het beroep. | |
| 2 | + | De beroepsinstantie brengt de betrokken overheidsinstantie tegelijkertijd op de hoogte van het ingestelde beroep. |
| 1 | 1 | § 1. De beroepsinstantie spreekt zich uit over het beroep en brengt de aanvrager en de betrokken overheidsinstantie per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier binnen een termijn van dertig kalenderdagen op de hoogte van haar beslissing, conform artikel II.50, § 1. | |
| 2 | − | § 2. Als de beroepsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingsgronden, vermeld in artikel II.53, § 2, deelt ze aan de indiener van het beroep mee dat de termijn van dertig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen van het uitstel. | |
| 2 | + | § 2. Als de beroepsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingsgronden, vermeld in artikel II.53, § 2, of aan de bepalingen met betrekking tot het vragen van vergoedingen, vermeld in artikel II.59, of aan de voorwaarden voor hergebruik, vermeld in artikel II.61, deelt ze aan de indiener van het beroep mee dat de termijn van dertig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen van het uitstel. | |
| 3 | + | § 3. Als de oorspronkelijke aanvraag tot hergebruik is afgewezen omdat ze kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, zonder dat de overheidsinstantie om specificatie of vervollediging heeft gevraagd, beschikt de beroepsinstantie zelf over de mogelijkheid om de aanvrager te verzoeken om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in paragraaf 1, begint in dat geval te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft. |
| 5 | 5 | a) ze zijn opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang; | |
| 6 | 6 | b) ze bezitten rechtspersoonlijkheid; | |
| 7 | − | c) 1) ofwel worden ze voor meer dan de helft gefinancierd door een instantie die onder het toepassingsgebied van deze afdeling valt; | |
| 7 | + | c) 1) ...; | |
| 8 | 8 | 2) ofwel heeft een instantie die onder het toepassingsgebied van deze afdeling valt meer dan de helft van de stemmen in de raad van bestuur; | |
| 9 | 9 | 3) ofwel staat hun beheer onder het toezicht van een instantie die onder het toepassingsgebied van deze afdeling valt. | |
| 1 | − | Als een rechtshandeling van een overheidsinstantie als vermeld in artikel III.59, tot gevolg heeft dat buitenlandse natuurlijke personen of rechtspersonen zeggenschap of beslissingsmacht krijgen in die overheidsinstantie, en als daardoor de strategische belangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest bedreigd worden, met name als de continuïteit van vitale processen in het gedrang komt, als bepaalde strategische of gevoelige kennis in buitenlandse handen dreigt te vallen of als de strategische onafhankelijkheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest in het gedrang komt, kan de Vlaamse Regering die rechtshandeling nietig verklarenof buiten toepassing verklaren. | |
| 1 | + | Als een rechtshandeling van een overheidsinstantie als vermeld in artikel III.59, tot gevolg heeft dat natuurlijke personen of rechtspersonen die niet gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat van de Europese Economische Ruimte, zeggenschap of beslissingsmacht krijgen in die overheidsinstantie, en als daardoor de strategische belangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest bedreigd worden, met name als de continuïteit van vitale processen in het gedrang komt, als bepaalde strategische of gevoelige kennis in buitenlandse handen dreigt te vallen of als de strategische onafhankelijkheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest in het gedrang komt, kan de Vlaamse Regering die rechtshandeling nietig verklaren, schorsen of buiten toepassing verklaren. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering kan alleen toepassing maken van het eerste lid als ze kan aantonen dat ze gepoogd heeft de vrijwaring van de strategische belangen te realiseren met instemming van de betrokken overheidsinstantie. |
| 1 | − | De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, moeten de gegevens die ze nodig hebben voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten, opvragen bij gegevensbronnen als vermeld in artikel III.66, § 1. De Vlaamse Regering kan daarbij per voormelde gegevensbron en per overheidsinstantie of groep van overheidsinstanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | |
| 1 | + | De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, van dit decreet moeten de gegevens die ze nodig hebben voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten, via de tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, opvragen bij gegevensbronnen als vermeld in artikel III.66, § 1, van dit decreet. De Vlaamse Regering kan daarbij per voormelde gegevensbron en per overheidsinstantie of groep van overheidsinstanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | |
| 2 | − | De Vlaamse Regering stelt vast, op voorstel van het stuurorgaan, welke gegevensbronnen die een externe overheid beheert, de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, moeten raadplegen voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast, of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten. De Vlaamse Regering kan daarbij per voormelde gegevensbron en per overheidsinstantie of groep van overheidsinstanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering stelt vast, op voorstel van het stuurorgaan, welke gegevensbronnen die een externe overheid beheert, de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, moeten raadplegen voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast, of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten. In dat geval doen de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, een beroep op de tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan daarbij per voormelde gegevensbron en per overheidsinstantie of groep van overheidsinstanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering kan met de externe overheden de nodige akkoorden sluiten zodat de gegevens die in die voormelde gegevensbronnen opgenomen zijn, kunnen worden gebruikt. |
| 6 | 6 | 4° een gestructureerde aanpak bij de uitbouw van een stelsel van Vlaamse authentieke gegevensbronnen, met inbegrip van het promoten, begeleiden en coördineren van Vlaamse authentieke gegevensbronnen bij de Vlaamse overheid en de lokale overheden; | |
| 7 | 7 | 5° het gebruik van verwijzingen naar het gegeven in de gegevensbron of de authentieke gegevensbron voor gegevens die geheel of gedeeltelijk overlappen met een authentiek gegeven in een authentieke gegevensbron; | |
| 8 | − | 6° het vastleggen van regels voor de gegevensbron of de authentieke gegevensbron inzake de voorwaarden voor raadpleging door of mededeling van bepaalde gegevens. | |
| 8 | + | 6° het vastleggen van regels voor de gegevensbron of de authentieke gegevensbron inzake de voorwaarden voor raadpleging of mededeling van bepaalde gegevens. | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de werking van het secretariaat dat belast is met de administratieve ondersteuning en de organisatie van het stuurorgaan en zijn werkgroepen, omschrijft, zo nodig, nader zijn bevoegdheden, bepaalt de nadere regels voor de werking en benoemt de voorzitter en de leden voor een termijn van vijf jaar, met uitzondering van de externe innovators, vermeld in artikel III.76, eerste lid, 5°, die voor een termijn van twee jaar worden benoemd. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de werking van het secretariaat dat belast is met de administratieve ondersteuning en de organisatie van het stuurorgaan en zijn werkgroepen, omschrijft, zo nodig, nader zijn bevoegdheden, bepaalt de nadere regels voor de werking en benoemt de voorzitter en de leden voor een termijn van vijf jaar. | |
| 2 | + | Het stuurorgaan kan personeelsleden van de Vlaamse overheid en van de lokale overheden omwille van hun expertise uitnodigen om voor een termijn van een jaar als waarnemend lid met raadgevende stem deel te nemen aan de werkzaamheden van het stuurorgaan. |
| 1 | − | § 1. Deze afdeling is van toepassing op de volgende overheidsinstanties: | |
| 1 | + | § 1. Tenzij het anders is vermeld, is deze afdeling van toepassing op de volgende overheidsinstanties: | |
| 2 | 2 | 1° de departementen; | |
| 3 | 3 | 2° de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid; | |
| 1 | 1 | De Vlaamse Statistische Autoriteit draagt er zorg voor dat de Vlaamse openbare statistieken worden ontwikkeld, geproduceerd en verspreid conform artikel III.109. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Statistische Autoriteit voert een grondige en systematische kwaliteitsmonitoring uit op de ontwikkeling, productie en verspreiding van de Vlaamse openbare statistieken en kan methodologische aanbevelingen geven. | |
| 3 | + | De Vlaamse Statistische Autoriteit voert ook zelf statistisch en wetenschappelijk onderzoek uit ter uitvoering van het statistische programma op basis van steekproefenquêtes, van administratieve registers en van organische data. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering stelt jaarlijks het statistische programma vast waarin de planning en afspraken worden vastgelegd voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van de Vlaamse openbare statistieken. De Vlaamse Statistische Autoriteit coördineert het proces van de voorbereiding en opvolging van het statistische programma. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering stelt periodiek het statistische programma vast waarin de planning en afspraken worden vastgelegd voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van de Vlaamse openbare statistieken. De Vlaamse Statistische Autoriteit coördineert het proces van de voorbereiding en opvolging van het statistische programma. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het statistische programma voor de Vlaamse openbare statistieken wordt opgesteld. |
| 1 | + | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder individuele gegevens: informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare observatie- of meeteenheid, met inbegrip van persoonsgegevens. | |
| 1 | − | Om de opdrachten, vermeld in artikel III.110 tot en met III.112, te kunnen uitoefenen, is de Vlaamse Statistische Autoriteit bevoegd om: | |
| 2 | + | § 2. Om de opdrachten, vermeld in artikel III.110 tot en met III.112, te kunnen uitoefenen, is de Vlaamse Statistische Autoriteit bevoegd om: | |
| 2 | 3 | 1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.107, § 1, te verplichten mee te werken aan het opstellen van het statistische programma en de statistieken te ontwikkelen, te produceren en te verspreiden ter uitvoering van het statistische programma voor de Vlaamse openbare statistieken; | |
| 3 | 4 | 2° natuurlijke personen of rechtspersonen, als dat nodig is, te verplichten deel te nemen aan statistische onderzoekingen ter uitvoering van het statistische programma; | |
| 4 | 5 | 3° toegang te krijgen tot alle informatie en documenten, ongeacht de drager ervan, waarover de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.107, § 1, beschikken voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van de Vlaamse openbare statistieken. | |
| 6 | + | § 3. Om de opdrachten, vermeld in artikel III.110 tot en met III.112, te kunnen uitoefenen, gebruikt de Vlaamse Statistische Autoriteit de mededeling van, met inbegrip van de toegang tot, individuele gegevens van de instanties van de Vlaamse overheid, de lokale overheden, de instellingen met een publieke taak, de milieu-instanties en de externe overheden. | |
| 7 | + | De Vlaamse Statistische Autoriteit gebruikt voor de uitvoering van haar opdrachten, de persoonsgegevens uit de volgende authentieke gegevensbronnen: | |
| 8 | + | 1° het Rijksregister; | |
| 9 | + | 2° de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en de sociale gegevensbanken. | |
| 10 | + | De mededeling van individuele gegevens kan alleen met respect voor de statistische geheimhouding en binnen de grenzen van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is gespecificeerd. | |
| 11 | + | § 4. De Vlaamse Statistische Autoriteit kan, met het oog op de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel III.110 tot en met III.112, of met het oog op een latere verwerking voor statistische of wetenschappelijke doeleinden: | |
| 12 | + | 1° gegevensbanken samenstellen; | |
| 13 | + | 2° optreden als vertrouwde derde partij bij de verwerking van individuele gegevens. | |
| 14 | + | Bij de uitvoering van het eerste lid kan de Vlaamse Statistische Autoriteit: | |
| 15 | + | 1° verschillende externe databanken koppelen; | |
| 16 | + | 2° externe databanken aan haar databanken koppelen; | |
| 17 | + | 3° haar databanken koppelen. | |
| 18 | + | De Vlaamse Statistische Autoriteit gebruikt daarbij de volgende gegevens: | |
| 19 | + | 1° het rijksregisternummer, als de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister is opgenomen; | |
| 20 | + | 2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is opgenomen. | |
| 21 | + | De Vlaamse Statistische Autoriteit staat, onder toezicht van de functionaris voor gegevensbescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, in voor de productie van gepseudonimiseerde gegevens, op verzoek van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.107, § 1, van dit decreet, of op verzoek van universiteiten, hogescholen of erkende onderzoeksinstellingen. De functionaris voor gegevensbescherming controleert het gebruik van alle logische sleutels. | |
| 22 | + | De Vlaamse Statistische Autoriteit voert de verwerkingen op een transparante manier uit. Ze registreert alle koppelingen die op verzoek van derden zijn uitgevoerd. | |
| 23 | + | De Vlaamse Regering kan de algemene organisatorische en technische maatregelen bepalen die genomen moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens en het statistische geheim te garanderen. |
| 1 | + | § 1. De toegang tot, de mededeling van en de verwerking van persoonsgegevens voor de volgende beleidsondersteunende taken in het kader van de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, met het oog op de voorbereiding of evaluatie van het beleid en de opvolging van de beleidsuitvoering verlopen conform de bepalingen in deze afdeling: | |
| 2 | + | 1° statistisch onderzoek; | |
| 3 | + | 2° bevragingen; | |
| 4 | + | 3° beleidsmonitoring systemen; | |
| 5 | + | 4° wetenschappelijk en historisch beleidsonderzoek; | |
| 6 | + | 5° simulaties; | |
| 7 | + | 6° koppeling van data uit verschillende gegevensbronnen. | |
| 8 | + | De Vlaamse Regering kan de beleidsondersteunende taken, vermeld in het eerste lid, nader bepalen. | |
| 9 | + | § 2. Deze afdeling is van toepassing op de volgende instanties van de Vlaamse administratie: | |
| 10 | + | 1° de departementen; | |
| 11 | + | 2° de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid; | |
| 12 | + | 3° de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid; | |
| 13 | + | 4° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen. | |
| 14 | + | Naast de instanties, vermeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op de instellingen die in opdracht van de voormelde instanties beleidsondersteunende taken als vermeld in paragraaf 1, verrichten. |
| 1 | + | Met toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is gespecificeerd, gebruiken de instanties voor de uitvoering van de beleidsondersteunende taken, vermeld in artikel III.113/1, § 1, de toegang tot of de mededeling van persoonsgegevens van de instanties van de Vlaamse overheid en van de lokale overheden, de instellingen met een publieke taak, de milieu-instanties en de externe overheden. | |
| 2 | + | De instanties gebruiken de volgende gegevens om de natuurlijke personen te identificeren: | |
| 3 | + | 1° het rijksregisternummer, als de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister is opgenomen; | |
| 4 | + | 2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is opgenomen. | |
| 5 | + | De instanties kunnen andere identificatienummers gebruiken als bepaalde gegevens die betrekking hebben op een natuurlijke persoon via een andere manier aan een unieke identificator worden gelinkt. |
| 1 | + | De Vlaamse Regering kan per beleidsdomein een departement, een intern verzelfstandigd agentschap of een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap belasten met de uitbouw en het beheer van een databank beleidsinformatie die informatie bevat over het beleidsdomein in kwestie of over een of meerdere onderdelen van het beleidsdomein in kwestie. | |
| 2 | + | Die databank heeft een of meer van de volgende doelstellingen: | |
| 3 | + | 1° de voorbereiding en evaluatie ondersteunen van het beleid in kwestie van het beleidsdomein in kwestie; | |
| 4 | + | 2° data aanleveren voor wetenschappelijk onderzoek rond het beleid in kwestie van het beleidsdomein in kwestie; | |
| 5 | + | 3° vragen om informatie beantwoorden over het beleid in kwestie dat onder het beleidsdomein in kwestie ressorteert, die door derden worden gesteld; | |
| 6 | + | 4° statistieken voor historische en beleidsdoeleinden genereren. | |
| 7 | + | Om de doelstellingen, vermeld in het tweede lid, te bereiken, bepaalt de Vlaamse Regering welke categorieën van gegevens in de databank beleidsinformatie worden verzameld over het beleid in kwestie dat ressorteert onder het beleidsdomein in kwestie. De Vlaamse Regering kan per beleidsdatabank bijkomende doelstellingen rond het beleid in kwestie vastleggen. | |
| 8 | + | De entiteiten van het beleidsdomein in kwestie en, in voorkomend geval, van andere beleidsdomeinen, lokale overheden of externe overheden verstrekken daarvoor de gegevens waarover ze beschikken en die voor het beleid in kwestie noodzakelijk zijn, met toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is gespecificeerd. | |
| 9 | + | De entiteit die door de Vlaamse Regering wordt belast met de uitbouw en het beheer van een databank beleidsinformatie, vermeld in het eerste lid, is verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 10 | + | De gepseudonimiseerde persoonsgegevens kunnen onder contractuele voorwaarden ook doorgegeven worden met het oog op wetenschappelijk onderzoek. | |
| 11 | + | Met het oog op statistische verwerkingen die de tijdsevolutie van het beleid in kwestie in Vlaanderen weergeven, worden een aantal gegevens permanent bewaard. De Vlaamse Regering kan daartoe specifieke regels en criteria vastleggen. Gegevens die niet langer nuttig zijn voor de voormelde doeleinden, worden verwijderd. | |
| 12 | + | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor de raadpleging, het gebruik en de verwerving van de verwerkte gegevens bepalen. Ze kan ook de algemene organisatorische en technische maatregelen bepalen die genomen moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen. |
| 21 | 21 | 2° het auditcomité van de lokale besturen, dat bestaat uit vier onafhankelijke deskundigen, twee leden op voordracht van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en één lid op voordracht van de Vereniging van de Vlaamse Provincies. De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, of zijn vertegenwoordiger woont de vergadering van het auditcomité van de lokale besturen als waarnemer bij. | |
| 22 | 22 | De auditcomités staan in voor de aansturing en opvolging van, en de controle en het toezicht op Audit Vlaanderen. Beide auditcomités worden voorgezeten door een onafhankelijke deskundige. | |
| 23 | − | § 5. Buiten de uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht waarin artikel 27 van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor voorziet, geldt deze plicht tevens niet voor: | |
| 23 | + | § 5. Buiten de uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht waarin artikel 86 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren voorziet, geldt deze plicht tevens niet voor: | |
| 24 | 24 | 1° de informatie-uitwisseling over de auditstrategie en -planning, de monitoring en risicoanalyse, de controle en rapportering en de controlemethodieken door de bedrijfsrevisor aan het Rekenhof en Audit Vlaanderen inzake de lokale en provinciale besturen die zij gemeenschappelijk hebben als controledomein; | |
| 25 | 25 | 2° de overdracht aan het Rekenhof en Audit Vlaanderen van informatie uit werkdocumenten van de bedrijfsrevisor inzake lokale en provinciale besturen die zij gemeenschappelijk hebben als controledomein. | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering brengt jaarlijks verslag uit aan het Vlaams Parlement over de toepassing van de bepalingen over de toegang tot bestuursdocumenten en over de beroepen die werden ingesteld bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. |
| 1 | 1 | Om de drie jaar brengt de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement verslag uit over: | |
| 2 | − | 1° de beschikbaarheid van overheidsinformatie voor hergebruik, de voorwaarden waaronder de overheidsinformatie beschikbaar wordt gesteld, de praktijk op het vlak van rechtsmiddelen en in het bijzonder de toepassing van artikel II.59, namelijk met betrekking tot vergoedingen die de marginale kosten overstijgen; | |
| 2 | + | 1° de mate waarin websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties voldoen aan de toegankelijkheidsnormen, vermeld in artikel II.16; | |
| 3 | − | 2° de mate waarin websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties voldoen aan de toegankelijkheidseisen, vermeld in artikel II.16, de resultaten van het toezicht daarop, met inbegrip van de meetgegevens en informatie over de handhavingsprocedures. | |
| 3 | + | 2° de resultaten van het toezicht op de naleving van artikel II.16, met inbegrip van de meetgegevens en informatie over de handhavingsprocedures. | |
| 4 | − | Deze verslagen worden telkens ook aan de Europese Commissie bezorgd. | |
| 4 | + | Het verslag, vermeld in het eerste lid, wordt telkens ook aan de Europese Commissie bezorgd. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering kan experimentregelgeving en regelluwe zones invoeren onder de voorwaarden die bepaald zijn in deze afdeling. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering kan experimentregelgeving en regelluwe zones invoeren onder de voorwaarden die bepaald zijn in dit hoofdstuk. | |
| 2 | 2 | In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: | |
| 3 | 3 | 1° experimentregelgeving: tijdelijke regelgeving met een geldingsduur van maximaal tien jaar, die geldt voor een specifieke ruimte of voor een specifieke doelgroep of in een specifieke situatie, en die bij wijze van experiment wordt ingevoerd; | |
| 5 | 5 | 2° bepalingen die de grondrechten van de burgers beschermen; | |
| 6 | 6 | 3° bepalingen die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid van de burgers; | |
| 7 | − | 4° bepalingen die Europese richtlijnen omzetten of Europese verordeningen uitvoeren. | |
| 7 | + | 4° .... | |
| 8 | 8 | § 3. Als de experimentregelgeving of regelluwe zone afwijkt van bestaande wettelijke of decretale bepalingen, bevat de afwijkende regeling in elk geval een gelijkwaardige rechtssituatie voor de rechtssubjecten als de bestaande, en laat ze definitief verworven rechten onaangetast. | |