Tot vervanging van artikel 5.68/1 en 6.3/1 en tot wijziging van artikel 5.73 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, en tot opheffing van artikel 218 van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen #1787
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 4 artikels samen in codex-wonendecreet-2021-07-09 · 12 juli 2023 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op1787 (2022-2023) – Nr. 2
10 oktober 2023 (2023-2024)
verzendcode: WON
Advies
van de Gegevensbeschermingsautoriteit
over het voorstel van decreet
van Jeroen Tiebout, Joke Schauvliege, Mercedes Van Volcem,
Katja Verheyen, Vera Jans en Nadia Sminate
tot vervanging van artikel 5.68/1 en 6.3/1
en tot wijziging van artikel 5.73
van de Vlaamse Codex Wonen van 2021,
en tot opheffing van artikel 218
van het decreet van 9 juli 2021
houdende wijziging van diverse decreten
met betrekking tot wonen
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
Vlaams
Parlement
1/19
Advies nr. 146/2023 van 10 oktober 2023
Betreft: Advies m.b.t. een voorstel van decreet
tot vervanging van artikel 5.68/1 en 6.3/1,
wijziging van artikel 5.73 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en opheffing van artikel
218 van het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met
betrekking tot wonen – artikelen 2 en 4 (CO-A-2023-341)
Het Kenniscentrum van de Gegevensbeschermingsautoriteit (hierna de “Autoriteit”), aanwezig:
mevrouw Juline Deschuyteneer, mevrouw Cédrine Morlière, mevrouw Nathalie Ragheno en mevrouw
Griet Verhenneman en de heren Yves-Alexandre de Montjoye, Bart Preneel en Gert Vermeulen;
Gelet op de wet van 3 december 2017
tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
inzonderheid op artikelen 23 en 26 (hierna: WOG);
Gelet op artikel 25, lid 3 WOG volgens hetwelk de beslissingen van het Kenniscentrum bij meerderheid
van stemmen worden aangenomen;
Gelet op de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn
95/46/EG (hierna: AVG);
Gelet op de wet van 30 juli 2018
betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking
tot de verwerking van persoonsgegevens (hierna: WVG);
Gelet op het verzoek om advies van mevrouw Liesbeth Homans, Voorzitter Vlaams Parlement, (hierna:
de aanvrager) ontvangen op 20/07/2023;
Brengt op 10 oktober 2023 het volgend advies uit:
..
■
■ ■■
■■ ■
■
Autorité de protection des données
Gegevensbeschermi ngsa utoriteit
Vlaams Parlement1787 (2022-2023) – Nr. 2 3
Advies 146/2023 - 2/19
I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG
1. Op 20/07/2023 verzocht de aanvrager het advies van de Autoriteit met betrekking tot een voorstel
van decreet tot
vervanging van artikel 5.68/1 en 6.3/1, wijziging van artikel 5.73 van de Vlaamse
Codex Wonen van 2021 en opheffing van artikel 218 van het decreet van 9 juli 2021 houdende
wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen (hierna: het ontwerp).
2. Het ontwerp werd ingediend naar aanleiding van het arrest nr. 92/2023 van het Grondwettelijk
Hof, waarin het Hof enkele bepalingen van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (hierna: VCW)
vernietigde die betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens, het betreft:
- artikel 5.68/1, §3, eerste lid, 3°, 4°, 7° en 8°, en tweede lid, ingevoegd bij artikel 147 van
het decreet van 9 juli 2021
houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot
wonen (hierna: het decreet van 9 juli 2021), inzake de (renteloze) huurwaarborglening;
- artikel 5.106/1, §3, eerste lid, 6° tot en met 9°, en tweede lid, ingevoegd bij artikel 157
van hetzelfde decreet, inzake ‘Bescheiden Wonen’ (dat evenwel wordt opgeheven, en
aldus geen aanpassing behoeft);
- artikel 6.3/1, §3, eerste lid, 3°, 5°, 6°, 9° tot en met 15°, en tweede lid, en §6, eerste lid,
2° en 3°, en tweede lid, ingevoegd bij artikel 160 van hetzelfde decreet van 9 juli 2021,
inzake de sociale verhuring.
3. De reden voor de vernietiging is het feit dat de bepalingen in kwestie niet vooraf voor advies
werden voorgelegd aan de Gegevensbeschermingsautoriteit (de Autoriteit), doch slechts enkel
aan de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van Persoonsgegevens1 (VTC), dat op
heden niet aangemerkt kan worden als een bevoegde toezichthoudende autoriteit in de zin van
artikel 51 AVG. Als dusdanig is er sprake van een schending van artikel 36.4 AVG, dat voorschrijft
dat lidstaten de toezichthoudende autoriteit moeten raadplegen
“bij het opstellen van een voorstel
voor een door een nationaal parlement vast te stellen wetgevingsmaatregel, of een daarop
gebaseerde regelgevingsmaatregel in verband met verwerking.”
4. Aangezien het evenwel ‘slechts’ gaat om een inbreuk op een procedurele vereiste, besloot het
Grondwettelijk Hof, ter waarborging van de rechtszekerheid, om de gevolgen van de vernietigde
bepalingen te handhaven tot de inwerkingtreding van een nieuwe regeling en uiterlijk tot en met
31 december 2023. Met het ter advies voorgelegde ontwerp wenst de aanvrager aldus gevolg te
geven aan het voormelde arrest en wordt met betrekking tot de geviseerde bepalingen een nieuwe
regeling voorgesteld, die de oude regeling grotendeels overneemt.
1 Advies wetgeving VTC nrs. 2021/07 en 2022/61.
Advies 146/2023 - 3/19
II. ONDERZOEK TEN GRONDE
a. Rechtsgrond
1.
Herhaling van de principes: Elke norm die de verwerking van persoonsgegevens regelt (en die
naar zijn aard een inmenging in het recht op bescherming van persoonsgegevens vormt) moet
noodzakelijk en evenredig zijn en voldoen aan de vereisten van voorzienbaarheid en
nauwkeurigheid in hoofde van de betrokkenen. Krachtens artikel 6.3 AVG, gelezen in samenhang
met artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 EVRM, moet een dergelijke wettelijke norm de
essentiële elementen van de met de overheidsinmenging gepaard gaande verwerkingen
vaststellen. Het gaat daarbij minstens om:
- het (de) precieze en concrete doeleinde(n) van de gegevensverwerkingen;
- de aanduiding van de verwerkingsverantwoordelijke(n) (tenzij dit duidelijk is).
Wanneer de overheidsinmenging evenwel een belangrijke inmenging in de rechten en vrijheden
van de betrokkenen vertegenwoordigt, dient de wettelijke norm tevens de volgende (aanvullende)
essentiële elementen te omschrijven:
- de (categorieën van) verwerkte …