Artikel 87
§ 1. Elk centrum voor basiseducatie heeft recht op één voltijds ambt van directeur.
Elk centrum is verplicht een directeur aan te stellen.
§ 2. Naast de vte, vermeld in artikel 85, heeft elk centrum voor basiseducatie recht op een puntenenveloppe voor het aanwerven van personeelsleden in de ambten voor de ondersteuning van zijn werking. Voor de berekening van de puntenenveloppe waarop een centrum voor basiseducatie vanaf 1 september 2020 jaarlijks recht heeft, wordt het totale beschikbare volume aan punten voor de basiseducatie uitgedrukt in financieringspunten. Het totale aantal gewogen financieringspunten is de som van het gemiddeld aantal gewogen financieringspunten dat alle centra voor basiseducatie voor alle leergebieden samen bereikt hebben in de referteperiodes n-3 tot en met n-1. Elk centrum heeft op 1 september n recht op hetzelfde aandeel aan punten als het aandeel aan gewogen financieringspunten voor alle leergebieden samen dat het centrum gemiddeld in de referteperiodes 1 januari n-3 tot en met 31 december n-1 volgens de berekeningsformules, vermeld in paragraaf 2bis, heeft bereikt.
De som van het aantal punten die de Vlaamse Gemeenschap toekent wordt naar beneden afgerond tot een geheel getal.
§ 2bis. Het totale aantal financieringspunten voor de punten per centrum per referteperiode is de som van het aantal gewogen financieringspunten, waarbij 90 % gewogen wordt op centrumkenmerken en opleidingskenmerken en 10 % op cursistenkenmerken en vermeerderd met de kwalificatiebonus voor de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal.
Voor de 90 %-weging op centrumkenmerken en opleidingskenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (kg) * (bd) * (pi), waarbij :
- 1°FP = het ongewogen financieringspunt;
- 2°kg = de coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte;
- 3°bd = de coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats vastgesteld op 31 december n-1;
- 4°pi = de coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting.
De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is :
- 1°1 voor het leergebied talen;
- 2°1,2 voor de leergebieden informatie- en communicatietechnologie en Nederlands tweede taal en voor leergebiedoverstijgende open modules;
- 3°1,5 voor de leergebieden maatschappijoriëntatie en alfabetisering tweede taal;
- 4°2 voor de leergebieden Nederlands en wiskunde.
De coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats is :
- 1°1 voor lesplaatsen van een vestigingsplaats met meer dan 300 inwoners per km² en voor lesplaatsen in een penitentiaire inrichting;
- 2°1,10 voor lesplaatsen die buiten een penitentiaire inrichting gelegen zijn in een vestigingsplaats met 300 of minder inwoners per km².
De coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting is 1,40.
Voor de 10 %-weging op cursistenkenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (dip) * (as), waarbij :
- 1°dip = de coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs of diploma secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4;
- 2°as = de coëfficiënt voor het arbeidsstatuut van de cursist.
De coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs of diploma secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4 is 2,50.
De coëfficiënt voor cursisten met het arbeidsstatuut werkzoekende is 1,50.
De kwalificatiebonus wordt berekend door het aantal lestijden van de opleiding zoals vermeld in artikel 24, § 1, 1°, te vermenigvuldigen met 0,20 per uitgereikt certificaat.
§ 2ter. Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden jaarlijks 3826 aanvullende punten aan de centra voor basiseducatie toegekend voor het extra tewerkstellingsbeleid.
De Vlaamse Regering kan vanwege de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale volume te verdelen aanvullende punten, vermeld in het eerste lid.
Elk centrum voor basiseducatie heeft vanaf 1 september 2019 recht op hetzelfde aandeel aan aanvullende punten als het aandeel aan punten waarop het centrum volgens de berekening van paragraaf 1 recht heeft volgens de berekening, vermeld in paragraaf 2bis.
Het personeelslid dat met deze aanvullende punten wordt aangesteld, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid.
§ 3. De oprichting van ambten, vermeld in § 2, is gebaseerd op een puntensysteem, waarbij aan elk ambt een aantal punten wordt gekoppeld. Dat aantal punten wordt bepaald op basis van de salarisschaal van het personeelslid dat het ambt uitoefent.
De Vlaamse Regering legt voor elk ambt de puntenwaarde vast volgens de salarisschaal.
§ 4. Het centrumbestuur wendt de punten aan, rekening houdende met de criteria waarover onderhandeld wordt in het lokale comité.
§ 5. Het centrumbestuur kan na onderhandeling in het lokale comité een aantal punten overdragen aan een ander Centrum voor Basiseducatie of naar het eerstvolgend schooljaar. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende punten. Die overdracht wordt uiterlijk op 31 mei van het lopende schooljaar vastgelegd.