§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges #1821

Gemerged Vlaamse Regering voegde 19 artikels samen in decreet-2014-04-04 · 22 september 2023 Alle checks geslaagd
19 artikels gewijzigd
+3 −2 decreet-2014-04-04/art. 2 zoals gemerged
221° Vlaams bestuursrechtscollege: een van de volgende instanties:
33a) het handhavingscollege, opgericht bij artikel 16.4.19, § 1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
4−b) de Raad voor Vergunningsbetwistingen, opgericht bij artikel 4.8.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en waaraan tevens bevoegdheden toegekend worden bij artikel 105 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunningen artikel 43 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017;
4+b) de Raad voor Vergunningsbetwistingen, opgericht bij artikel 4.8.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en waaraan tevens bevoegdheden toegekend worden bij artikel 105 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, artikel 45 van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten en artikel 43 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017;
55c) de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, opgericht bij artikel 202 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011;
66d) de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, opgericht bij artikel II.285 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
1616c) elke andere door de Vlaamse Regering toegestane betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
17179° vergunninghouder: de vergunninghouder, vermeld in artikel 105, § 2, eerste lid, 1°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
18−10° de persoon die de melding heeft verricht: de persoon die de melding heeft verricht, vermeld in artikel 105, § 2, eerste lid, 1°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
18+10° de persoon die de melding heeft verricht: de persoon die de melding heeft verricht, vermeld in artikel 105, § 2, eerste lid, 1°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
19+12° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
+1 −1 decreet-2014-04-04/art. 6 zoals gemerged
1−De functie van beheerder, hoofd van het coördinatiebureau, hoofdgriffier, griffier, griffiemedewerker, coördinatiejurist en referendaris wordt opgenomen door personeelsleden van de dienst van de Bestuursrechtscolleges.
1+De functies die de eerste voorzitter met toepassing van artikel 9, tweede lid, bepaalt, worden opgenomen door personeelsleden van de dienst van de Bestuursrechtscolleges.
22Deze personeelsleden kunnen hun functie bij de dienst van de Bestuursrechtscolleges niet cumuleren met een andere functie bij de diensten van de Vlaamse overheid.
33De personeelsleden oefenen hun ambt onafhankelijk en onpartijdig uit. Zij mogen geen nadeel ondervinden van de uitoefening van hun taken.
+1 −1 decreet-2014-04-04/art. 7 zoals gemerged
1−De hoofdgriffier, het hoofd van het coördinatiebureau en de beheerder zetelen met raadgevende stem in de algemene vergadering, wat hun respectieve bevoegdheden betreft.
1+De algemene vergadering bepaalt welke personeelsleden van de dienst van de Bestuursrechtscolleges met raadgevende stem in de algemene vergadering zetelen.
22De algemene vergadering beslist onder meer over de volgende aangelegenheden:
331° de aanstelling van de eerste voorzitter;
+2 −2 decreet-2014-04-04/art. 9 zoals gemerged
11De eerste voorzitter is belast met de algemene en dagelijkse leiding van de Vlaamse bestuursrechtscolleges.
2−De eerste voorzitter is tevens hoofd van de dienst van de Bestuursrechtscolleges.
2+De eerste voorzitter is tevens hoofd van de dienst van de Bestuursrechtscolleges. De eerste voorzitter stelt de organisatiestructuur van de dienst van de Bestuursrechtscolleges vast en bepaalt de functies die binnen de dienst van de Bestuursrechtscolleges worden opgenomen.
3−De eerste voorzitter kan bevoegdheden inzake het dagelijks beheer delegeren aan de beheerder.
3+De eerste voorzitter kan bevoegdheden inzake het dagelijks beheer delegeren aan personeelsleden van de dienst van de Bestuursrechtscolleges.
44Het dagelijks beheer omvat het technisch en financieel beheer, het beheer van de infrastructuur, de communicatie en het personeelsmanagement van de bestuursrechters en van de personeelsleden van de dienst van de Bestuursrechtscolleges.
55De eerste voorzitter is belast met het opmaken van een beleidsplan voor de Vlaamse bestuursrechtscolleges.
+1 −0 decreet-2014-04-04/art. 12 zoals gemerged
66De kamervoorzitter bewaakt de eenheid van rechtspraak of rechtsvorming in zijn kamer.
77De eerste voorzitter kan aanvullende kamers samenstellen. Hij kan daarbij afwijken van de regels die zijn vastgesteld in het huishoudelijk reglement.
8+De Vlaamse Regering bepaalt de ambtskledij die de leden van de bestuursrechtscolleges en van de griffie bij het uitoefenen van hun ambt en op openbare plechtigheden dragen.
89In afwijking van het derde lid stelt de eerste voorzitter alle kamers van het Vlaamse bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, d), samen uit één kamervoorzitter en twee bijzitters.
910In afwijking van het vierde lid kan de eerste voorzitter de kamervoorzitters van het Vlaamse bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, d), niet aanwijzen onder de bijzitters.
+11 −7 decreet-2014-04-04/art. 13 zoals gemerged
1+§1. Een bestuursrechter van een Vlaams bestuursrechtscollege die weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat als vermeld in artikel 828 en 830 van het Gerechtelijk Wetboek onthoudt zich van de zaak en laat zich vervangen.
1−De partijen kunnen bestuursrechters die zich over het beroep of bezwaar moeten uitspreken schriftelijk en op gemotiveerde wijze wraken voor de aanvang van de zitting, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
2+§2. De partijen kunnen bestuursrechters die zich over het beroep of bezwaar moeten uitspreken en tegen wie een reden tot wraking bestaat, schriftelijk en op gemotiveerde wijze wraken tot de zaak in beraad genomen wordt, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
2−De redenen, vermeld in artikel 828 en 830 van het Gerechtelijk Wetboek, zijn de redenen tot wraking, vermeld in het eerste lid.
3+De redenen, vermeld in artikel 828 en 830 van het Gerechtelijk Wetboek, zijn redenen tot wraking als vermeld in het eerste lid.
3−De eerste voorzitter of, als die wordt gewraakt, de oudste kamervoorzitter doet zo spoedig mogelijk uitspraak over het verzoek tot wraking. Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt de gewraakte bestuursrechter vervangen.
4−De bestuursrechter die weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, onthoudt zich van de zaak en laat zich vervangen.
4+§3. Het besluit van de gewraakte bestuursrechter om niet in te gaan op het ingestelde wrakingsverzoek, wordt vastgesteld in een beschikking die de beweegredenen voor de afwijzing van het verzoek uitdrukkelijk weergeeft.
5+De griffier betekent de beschikking, vermeld in het eerste lid, samen met het wrakingsverzoek aan de partijen. De partijen kunnen hierover een nota indienen binnen een vervaltermijn van vijf dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de voormelde beschikking.
6+Als de partij die het wrakingsverzoek heeft ingesteld, geen nota als vermeld in het tweede lid indient binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, wordt zij geacht te berusten in de afwijzing ervan.
7+Als de partij die het wrakingsverzoek heeft ingesteld, volhardt in haar wrakingsverzoek, worden de partijen uitgenodigd om te verschijnen op een zitting waarop het wrakingsverzoek wordt behandeld door de voorzitter van het Vlaams bestuursrechtscollege of, als die wordt gewraakt, door de oudste kamervoorzitter van het bestuursrechtscollege. Nadat de partijen zijn gehoord, wordt zonder verwijl bij tussenarrest uitspraak gedaan over het wrakingsverzoek.
8+§4. Bij inwilliging van een wrakingsverzoek wordt de gewraakte bestuursrechter vervangen.
5−Naast de redenen, vermeld in het tweede lid, gelden voor het Vlaamse bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, d), de volgende bijkomende redenen tot wraking:
9+§5. Naast de redenen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, gelden voor het Vlaamse bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, d), de volgende bijkomende redenen tot wraking:
6101° de redenen, vermeld in artikel 829, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek;
7−2° de hoedanigheid van lid van een rechtspersoon als vermeld in artikel 24, §4, van de Grondwet, verantwoordelijk voor de universiteit of de hogeschool waaraan de kwestieuze beslissing werd genomen, of van een personeelslid van die universiteit of hogeschool;
11+2° het lidmaatschap van een rechtspersoon als vermeld in artikel 24, §4, van de Grondwet, die verantwoordelijk is voor de universiteit of de hogeschool waaraan de kwestieuze beslissing is genomen, of van een personeelslid van die universiteit of hogeschool;
8−3° de hoedanigheid, vermeld in punt 2°, hebben gehad in een periode van drie jaar die aan het ingestelde beroep voorafgaat.
12+3° een lid als vermeld in punt 2° zijn geweest in een periode van drie jaar die aan het ingestelde beroep voorafgaat.
+1 −1 decreet-2014-04-04/art. 16 zoals gemerged
22Partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
33Een Vlaams bestuursrechtscollege kan, op eigen initiatief of op verzoek van een partij, getuigen of deskundigen horen en een beroep doen op tolken. Een Vlaams bestuursrechtscollege kan ook andere onderzoeksmaatregelen bevelen die door de Vlaamse Regering worden vastgesteld.
4+Onverminderd de zittingen die plaatsvinden met toepassing van artikel 13, artikel 39, §3, artikel 40 en 41, wordt een beroep alleen op een zitting behandeld als de kamervoorzitter hiertoe beslist of als een van de partijen hierom verzoekt.
45De zittingen van een Vlaams bestuursrechtscollege zijn openbaar, behalve als de kamer in geval van gevaar voor de orde of goede zeden anders beslist.
56Bij regelmatige oproeping belet de afwezigheid van een partij de geldigheid van een zitting niet. De zaak wordt in dat geval geacht op tegenspraak behandeld te zijn.
6−Tenzij een Vlaams bestuursrechtscollege anders beslist kunnen partijen in onderling overleg afzien van de behandeling van het beroep ter zitting.
77Een Vlaams bestuursrechtscollege beraadslaagt achter gesloten deuren over zijn uitspraken.
+11 −0 decreet-2014-04-04/art. 16/1 nieuw
1+§1. De kamervoorzitter kan in uitzonderlijke gevallen het deelnemen aan of het volgen van de zitting per videoconferentie toestaan.
2+In geval van noodtoestand kan de kamervoorzitter beslissen dat de zitting per videoconferentie plaatsvindt.
3+§2. Het gebruik van een videoconferentie vereist minstens dat:
4+1° daadwerkelijk kan worden deelgenomen aan de zitting en het verloop ervan volledig kan worden gevolgd;
5+2° de deelnemers zich kunnen uitdrukken en elkaar kunnen zien en horen zonder technische belemmeringen;
6+3° een partij tijdens de videoconferentie daadwerkelijk en vertrouwelijk kan communiceren met zijn raadsman;
7+4° documenten voorafgaandelijk en tijdens de videoconferentie kunnen worden uitgewisseld;
8+5° de identiteit van de deelnemers voorafgaand aan de zitting kan worden gecontroleerd;
9+6° deelnemers beschikken over een hoge beeld- en geluidskwaliteit en een stabiele verbinding.
10+§3. De dienst van de Bestuursrechtscolleges stelt een handleiding ter beschikking op haar website met daarin de praktische regelingen in verband met het gebruik van de videoconferentie.
11+§4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels over het gebruik van de videoconferentie tijdens een zitting.
+3 −1 decreet-2014-04-04/art. 17 zoals gemerged
776° het beroep op getuigen, deskundigen en tolken, met inbegrip van de regeling voor het getuigengeld, de kosten en erelonen van de deskundigen en de kosten van de tolken;
887° de wijze van de berekening van de termijnen, vermeld in dit hoofdstuk;
9−8° de voorwaarden waaronder een vergoeding kan worden gevraagd voor afschriften of uittreksels.
9+8° de voorwaarden waaronder een vergoeding kan worden gevraagd voor afschriften of uittreksels;
10+9° de toegang, het gebruik en de werking van het digitale platform evenals de wijze waarop de procesvoering bij de Vlaamse bestuursrechtscolleges kan verlopen via het digitale platform.
11+In geval van een langdurige en volledige onbeschikbaarheid van het digitale platform kan de Vlaamse Regering in voorkomend geval de tijdelijke vereisten voor de rechtmatige indiening van processtukken uitwerken en daarbij de termijnen, vermeld in dit decreet, of de beroepstermijnen die opgenomen zijn in de decreten, vermeld in artikel 2, 1°, opschorten of verlengen tot de voormelde onbeschikbaarheid van het digitale platform is opgelost.
+5 −0 decreet-2014-04-04/art. 17/1 zoals gemerged
1+Op straffe van onontvankelijkheid maken de volgende partijen of raadsmannen gebruik van het digitale platform:
2+1° de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie, de Vlaamse adviesorganen, de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, de lokale overheden en de externe overheden, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 5° en 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inclusief al hun vertegenwoordigers;
3+2° een advocaat in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij;
4+3° een partij of raadsman die geen advocaat is, en die een beroep doet op het digitale platform om een verzoekschrift of het eerste processtuk neer te leggen.
5+Op straffe van onontvankelijkheid geldt de gemaakte keuze van een partij of raadsman als vermeld in het eerste lid, 3°, om al dan niet gebruik te maken van het digitale platform voor alle vorderingen in dezelfde zaak.
+4 −10 decreet-2014-04-04/art. 21 zoals gemerged
33Het rolrecht dat verschuldigd is per tussenkomende partij, bedraagt 100 euro per vordering waarin ze tussenkomt, ongeacht of de tussenkomst geldt voor een vordering tot vernietiging of voor een vordering tot schorsing, ingediend conform artikel 40, § 1 en § 2.
44§1/1. De tussenkomende partij, vermeld in artikel 20, derde lid, is vrijgesteld van de betaling van het rolrecht.
5−§2. De leidende ambtenaren of, bij hun afwezigheid, hun gemachtigden die optreden met toepassing van artikel 105, §2, respectievelijk punt 6° tot en met punt 8°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, zijn vrijgesteld van de betaling van rolrecht.
5+§2. De leidende ambtenaren of, bij hun afwezigheid, hun gemachtigden die optreden met toepassing van artikel 105, §2, respectievelijk punt 6° tot en met punt 8°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, zijn vrijgesteld van de betaling van rolrecht
66§3. De verzoekende partij of tussenkomende partij die aantoont dat haar inkomsten ontoereikend zijn, is vrijgesteld van de betaling van enig rolrecht.
77De verzoekende partij richt daarvoor een verzoek aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen, gelijktijdig met het indienen van haar verzoekschrift.
1313§4. Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekende partijen zijn.
1414Collectieve tussenkomsten geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er tussenkomende partijen zijn.
15−§5. Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift houdende een vordering tot vernietiging of een vordering tot schorsing, dat ingediend is conform artikel 40, § 1, of gelijktijdig met haar tussenkomst in de voormelde vorderingen, bezorgt de verzoekende of tussenkomende partij het bewijs dat een overschrijvingsopdracht is gegeven of dat een storting is uitgevoerd tot betaling van het rolrecht.
16−Als het rolrecht, vermeld in het eerste lid, niet op tijd is gestort , nodigt de griffier de verzoekende of de tussenkomende partij met een beveiligde zending uit om het rolrecht alsnog te betalen. De griffier vermeldt daarbij de sanctie, vermeld in het derde lid. In dit geval wordt het rolrecht gestort binnen acht dagen na de dag van de betekening van de voormelde beveiligde zending.
15+§5. Als het rolrecht niet is gestort bij de indiening van het verzoekschrift of bij de tussenkomst, nodigt de griffier de verzoekende of de tussenkomende partij met een beveiligde zending uit om het rolrecht alsnog te betalen. De griffier vermeldt daarbij de sanctie, vermeld in het tweede lid. In dit geval wordt het rolrecht gestort binnen acht dagen na de dag van de betekening van de voormelde beveiligde zending. In geval van een vordering tot schorsing die is ingesteld conform artikel 40, §2, wordt het rolrecht gestort binnen drie dagen na de dag van de betekening van de voormelde beveiligde zending.
17−Als het bedrag van het rolrecht niet op tijd is gestort door de verzoekende of tussenkomende partij, is het beroep of de tussenkomst van die partij onontvankelijk.
18−§6. Bij een vordering tot schorsing, ingesteld conform artikel 40, § 2, wordt het rolrecht, verschuldigd conform paragraaf 1, opgevraagd in de beschikking of het arrest tot bepaling van de rechtsdag.
19−Het bewijs dat een overschrijvingsopdracht is gegeven of dat een storting is uitgevoerd tot betaling van het rolrecht, vermeld in het eerste lid, wordt overgelegd op de zitting waarop de vordering, ingesteld conform artikel 40, § 2, wordt behandeld.
20−Als het rolrecht niet binnen een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de dag na de betekening van de beschikking of het arrest tot bepaling van de rechtsdag is betaald, is de proceshandeling waarop de kwijting betrekking heeft, niet ontvankelijk.
21−Als de verzoekende partij het rolrecht, verschuldigd conform paragraaf 1, niet tijdig heeft betaald, worden de schorsing en de voorlopige maatregelen, die zouden zijn bevolen, conform artikel 40, § 2, en artikel 41, opgeheven conform de procedure, vermeld in artikel 40, § 13.
22−Als de tussenkomende partij het rolrecht, verschuldigd conform paragraaf 1, niet tijdig heeft betaald, kan ze geen voortzetting vragen van de rechtspleging.
23−De niet-tijdige betaling kan niet worden geregulariseerd.
16+Als het bedrag van het rolrecht niet op tijd is gestort door de verzoekende of tussenkomende partij, is het beroep of de tussenkomst van die partij onontvankelijk. Als de verzoekende partij in een vordering tot schorsing die ingesteld is conform artikel 40, §2, het rolrecht niet tijdig heeft gestort, worden de schorsing en de voorlopige maatregelen die zouden zijn bevolen, conform artikel 40, §2, en artikel 41 opgeheven conform de procedure, vermeld in artikel 40, §13. Als de tussenkomende partij in een vordering tot schorsing die is ingesteld conform artikel 40, §2, het rolrecht niet tijdig heeft gestort, kan ze geen voortzetting van de rechtspleging vragen.
17+§6. ....
2418§7. De Raad voor Vergunningsbetwistingen kan, op verzoek van een partij, een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de partij die in het gelijk wordt gesteld.
2519De Vlaamse Regering bepaalt de basisbedragen en de minimum- en maximumbedragen van de rechtsplegingsvergoeding.
+1 −1 decreet-2014-04-04/art. 26 zoals gemerged
332° van de beslissing waarbij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, al dan niet uitspraak doende op een bezwaar, de zetelverdeling tussen de lijsten, de rangorde van de gekozen raadsleden of die van de opvolgers wijzigt, op dezelfde wijze kennis gegeven aan de gekozen raadsleden, die hun hoedanigheid van gekozene verliezen, en aan de gekozen opvolgers, die hun rang van eerste of tweede opvolger verliezen.
44Van de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen waarbij de verkiezingen geheel of gedeeltelijk ongeldig worden verklaard of de zetelverdeling wordt gewijzigd, wordt tegelijkertijd naar de eerste voorzitter van de Raad van State een eensluidend verklaard afschrift van de uitspraak, van het administratief dossier en van de procedurestukken gestuurd.
5−Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de betrokkenen binnen acht dagen nadat is kennisgegeven van de beslissingen van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, op de griffie inzage nemen in het dossier.
5+Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming kunnen de betrokkenen binnen acht dagen nadat is kennisgegeven van de beslissingen van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, op de griffie inzage nemen in het dossier.
+1 −1 decreet-2014-04-04/art. 28 zoals gemerged
+1 −2 decreet-2014-04-04/art. 32 zoals gemerged
+2 −1 decreet-2014-04-04/art. 33 zoals gemerged
+3 −3 decreet-2014-04-04/art. 34 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-04/art. 42 zoals gemerged
+26 −0 decreet-2014-04-04/art. 48/1 zoals gemerged
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd