Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de toegang tot en het gebruik van EAN-codes door de syndicus betreft #1047
Gemerged 




cd&v, N-VA, Open Vld voegde 1 artikel samen in energiedecreet · 8 december 2021 Alle checks geslaagd
Amendementen
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtscommissie voor de verwerking
van persoonsgegevens
– Nr. 3: Advies van de Raad van State
3 februari 2022 (2021-2022)
Amendement
op het voorstel van decreet
van Robrecht Bothuyne, Andries Gryffroy, Willem-Frederik Schiltz,
Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en Inez De Coninck
tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009,
wat de toegang tot en het gebruik van EAN-codes
door de syndicus betreft
ingediend op
verzendcode: LEE
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Robrecht Bothuyne, Andries Gryffroy,
Willem-Frederik Schiltz, Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en
Inez De Coninck
Artikel 2
In de voorgestelde tekst tussen het eerste en tweede lid een nieuw lid
invoegen, dat luidt als volgt:
“De betrokkenen zijn de syndicus, en de eigenaars en gebruikers van de gebouw
eenheden in het gebouw.”.
VERANTWOORDING
Over dit voorstel van decreet werd het advies van de Raad van State en van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens (VTC) ingewonnen.
De VTC gaf haar advies nr. 2022/001 op 18 januari 2022. Ze geeft een positief advies. De VTC is namelijk van oordeel dat een kortere, expliciete termijn vaststellen in de praktijk weinig zin heeft en leidt tot
bijkomende administratieve lasten voor de syndici en dat het voorgelegde voorstel van decreet voldoende waarborgen zou bieden wat de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkenen betreft,
op voorwaarde dat daarin volgende elementen bijkomend worden geïmplementeerd, inzonderheid de
transparantiemaatregelen en het uitwerken van beveiligingsmaatregelen. Hierop kan de volgende repliek worden gegeven:
– artikel 12 van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bepaalt dat de verwerkingsverantwoordelijke passende maatregelen neemt opdat de betrokkene de in artikel 13 en 14 van
de AVG bedoelde informatie en de in artikel 15 tot en met 22 en artikel 34 van de AVG bedoelde
communicatie in verband met de verwerking in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal ontvangt. De VTC stelt dat wat dit
betreft er niets is voorzien in het voorstel of in de memorie. De VTC is van oordeel dat het aanbevolen is om het voorstel aan te vullen met de verplichting om de vermeldingen op te nemen in de
communicatie met de burger zodat de betrokkenen goed worden geïnformeerd over de verwerking
van hun gegevens en het voor hen duidelijk is wat hun rechten zijn en tot wie zij zich moeten richten voor de uitoefening van hun rechten.
In tegenstelling tot wat de VTC stelt, moeten de vermeldingen met betrekking tot juistheid van
gegevens, rechten van betrokkenen en transparantie niet in de regelgeving worden opgenomen.
Dat zijn immers verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de AVG en die zodoende rechtstreekse werking hebben, en waaraan de verwerker of verwerkingsverantwoordelijke op grond van
de verordening te allen tijden moet voldoen;
– artikel 32 van de AVG verplicht de verwerkingsverantwoordelijke om gepaste technische en organisatorische maatregelen te treffen die nodig zijn voor de bescherming van de persoonsgegevens.
Deze maatregelen moeten een passend beveiligingsniveau verzekeren rekening houdend, enerzijds, met de stand van de techniek ter zake en de kosten voor het toepassen van de maatregelen
en, anderzijds, met de aard van de te beveiligen gegevens en de potentiële risico’s.
Ofschoon hier in de praktijk uiteraard rekening mee moet worden gehouden en dit ook zo bij de
architectuur van de applicaties die de distributienetbeheerders hanteren moet worden geïmplementeerd, vereist dit op zich geen wijzigingen aan het voorstel van decreet, wat de VTC in haar
advies ook toegeeft.
De Raad van State gaf zijn advies nr. 70.725/3 op 26 januari 2022. De raad maakte de hierna volgende
opmerkingen:
– de Raad van State maakt een opmerking met betrekking tot de vormvereisten van het voorstel van
decreet. De raad merkt daarbij op dat voor het voorstel van decreet geen advies werd gevraagd
aan de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), maar enkel aan de VTC. De raad verwijst daarbij
naar het advies van 27 juni 2017 (advies 61.267/2/AV) waarin de afdeling Wetgeving van de Raad
van State in algemene vergadering uiteenzette dat het de GBA is die belast is met het toezicht op
de naleving van de algemene regels inzake de verwerking van de persoonsgegevens, met inbegrip
van de algemene regels die de federale overheid ter uitvoering van de AVG heeft vastgesteld.
Daaronder valt volgens de raad ook de bevoegdheid om, wat die regels betreft, advies te geven
teneinde te voldoen aan de voormelde adviesverplichting. De raad merkt daarbij op dat, mocht een
dubbele verplichte adviesverlening problematisch zijn in de ogen van de adviesaanvrager, het de
aanvrager vrij staat een samenwerkingsakkoord te sluiten.
Aan dit advies van de raad wordt geen gevolg gegeven. Volgens de Raad van State voorziet artikel
36, lid 4, van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), gelezen in samenhang met
artikel 57, lid 1, c), en overweging 96 ervan, in een verplichting om de toezichthoudende autoriteit,
bedoeld in de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
te raadplegen bij het opstellen van een voorstel voor een door een nationaal parlement vast te
stellen wetgevingsmaatregel, of een daarop gebaseerde regelgevingsmaatregel in verband met
verwerking.
Inmiddels werd bij artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische
bestuurlijke gegevensverkeer de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens opgericht. De Vlaamse Toezichtcommissie is een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid en is als toezichthoudende autoriteit voor de verwerking van persoonsgegevens in de zin
van artikel 36, lid 4, van de AVG verantwoordelijk voor het toezicht op de toepassing van de AVG
door de …