Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de toegang tot en het gebruik van EAN-codes door de syndicus betreft #1047
Gemerged 




cd&v, N-VA, Open Vld voegde 1 artikel samen in energiedecreet · 8 december 2021 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtscommissie voor de verwerking van
persoonsgegevens
26 januari 2022 (2021-2022)
Advies
van de Raad van State
over het voorstel van decreet
van Robrecht Bothuyne, Andries Gryffroy, Willem-Frederik Schiltz,
Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en Inez De Coninck
tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009,
wat de toegang tot en het gebruik van EAN-codes
door de syndicus betreft
ingediend op
verzendcode: LEE
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 70.725/3
van 26 januari 2022
over
een voorstel van decreet ‘tot wijziging van het Energiedecreet
van 8 mei 2009, wat de toegang tot en het gebruik van
EAN-codes door de syndicus betreft’ (Parl.St. Vl.Parl. 2021-22,
nr. 1047/1)
‡ LW-CGBWOECEE-HAHCFQW‡
2/6 advies Raad van State 70.725/3
Op 17 december 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de
Voorzitster van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te
verstrekken over een voorstel van decreet ‘tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009,
wat de toegang tot en het gebruik van EAN-codes door de syndicus betreft’ (Parl.St. Vl.Parl.
2021-22, nr. 1047/1).
Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 18 januari 2022. De kamer was
samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en
Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Annemie GOOSSENS,
griffier.
Het verslag is uitgebracht door Arne CARTON, auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 26 januari 2022.
*
‡ LW-CGBWOECEE-HAHCFQW‡
70.725/3 advies Raad van State 3/6
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag
of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
*
STREKKING VAN HET VOORSTEL
2. Het voor advies voorgelegde voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest strekt
ertoe de syndicus toegang te verlenen tot de EAN-codes2 van alle eenheden van het gebouw
waarvoor hij door de vereniging van mede-eigenaars als syndicus is aangesteld. Daartoe wordt
een nieuw artikel 4.1.22/1/1 ingevoegd in het Energiedecreet van 8 mei 2009 (artikel 2 van het
voorstel). De syndicus wordt gemachtigd om in het kader van de door of krachtens het Burgerlijk
Wetboek vastgestelde taken met betrekking tot het administratieve, technische en financiële
beheer van het gebouw waarvoor hij door de vereniging van mede-eigenaars als syndicus is
aangesteld, voor dat hele gebouw bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij alle EAN-codes
op te vragen, te verwerken en te gebruiken voor de uitvoering van die beheerstaken.
VORMVEREISTEN
3. Zoals in de toelichting bij het voor advies voorgelegde voorstel wordt aangegeven
kan door middel van de EAN-code een individuele afnemer worden geïdentificeerd zodat het
voorstel, door de syndicus toegang te geven tot de EAN-codes, een regeling bevat die verband
houdt met de verwerking van persoonsgegevens.
De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft
op 18 januari 2022 advies nr. 2022/001 over het voorstel uitgebracht. Uit de toelichting die de
gemachtigde dienaangaande heeft gegeven kan worden afgeleid dat daarentegen niet het advies
werd gevraagd van de (federale) Gegevensbeschermingsautoriteit bedoeld in de wet van
3 december 2017 ‘tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit’.
Zoals de Raad van State, afdeling Wetgeving, reeds in tal van adviezen heeft
opgemerkt, dient met betrekking tot bepalingen die verband houden met de verwerking van
persoonsgegevens, niet enkel het advies te worden ingewonnen van de Vlaamse
toezichtcommissie, maar ook het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is immers
die autoriteit die belast is met het toezicht op de naleving van de ‘algemene’ regels inzake de
verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de algemene regels die de federale overheid
1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere
rechtsnormen verstaan.
2 Volgens de toelichting bij het voorstel gaat het om “een code van achttien cijfers die dient voor de unieke
identificatie van een toegangspunt op het elektriciteits- of aardgasnet” (Parl.St. Vl.Parl. 2021-22, nr. 1047/1, 2).
‡ LW-CGBWOECEE-HAHCFQW‡
4/6 advies Raad van State 70.725/3
ter uitvoering van de algemene verordening gegevensbescherming3 heeft vastgesteld. Daaronder
valt ook de bevoegdheid om, wat die regels betreft, advies te geven teneinde te voldoen aan de
voormelde adviesverplichting.4
De conclusie is dan ook dat het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit
alsnog moet worden ingewonnen vooraleer het voorstel kan worden aangenomen.
ALGEMENE OPMERKINGEN
4.1. Krachtens artikel 22 van de Grondwet geldt voor elke verwerking van
persoonsgegevens en, meer in het algemeen, voor elke schending van het recht op het privéleven,
dat het formeel legaliteitsbeginsel dient te worden nageleefd. Doordat artikel 22 van de Grondwet
aan de bevoegde wetgever de bevoegdheid voorbehoudt om vast te stellen in welke gevallen en
onder welke voorwaarden afbreuk kan worden gedaan aan het recht op eerbiediging van het
privéleven, waarborgt het aan elke burger dat geen enkele inmenging in dat recht kan
plaatsvinden dan krachtens regels die zijn aangenomen door een democratisch verkozen
beraadslagende vergadering. Een delegatie aan een andere macht is evenwel niet in strijd met het
wettelijkheidsbeginsel voor zover de machtiging voldoende nauwkeurig is omschreven en
betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan de “essentiële elementen”
voorafgaandelijk door de wetgever vastgesteld zijn.5
Bijgevolg moeten de ‘essentiële elementen’ van de verwerking van
persoonsgegevens in het …