Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft
9 artikels gewijzigd
| 1 | Deze titel is niet van toepassing op het hoger beroepsonderwijs, met uitzondering van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. De onderwijsinspectie oefent voor deze opleiding haar opdracht uit in samenwerking met de accreditatieorganisatie, vermeld in artikel II.26 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | 1 | Deze titel is niet van toepassing op het hoger beroepsonderwijs, met uitzondering van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. De onderwijsinspectie oefent voor die opleidingen haar opdracht uit in samenwerking met de accreditatieorganisatie, vermeld in artikel II.26 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, en in overeenstemming met artikel 168/5 van de Codex Secundair Onderwijs. |
| 2 | 1° administratieve groep : entiteit binnen de onderwijsstructuur geïdentificeerd door een uniek administratief groepsnummer; | 2 | 1° administratieve groep : entiteit binnen de onderwijsstructuur geïdentificeerd door een uniek administratief groepsnummer; |
| 3 | 1°/1 afstand : de kortst mogelijke afstand tussen de hoofdingang van de hoofdvestigingsplaats van de ene school tot de hoofdingang van de hoofdvestigingsplaats van de andere school gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder rekening te houden met wegomleggingen, verkeersvrije straten, eenrichtingsverkeer en autosnelwegen; | 3 | 1°/1 afstand : de kortst mogelijke afstand tussen de hoofdingang van de hoofdvestigingsplaats van de ene school tot de hoofdingang van de hoofdvestigingsplaats van de andere school gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder rekening te houden met wegomleggingen, verkeersvrije straten, eenrichtingsverkeer en autosnelwegen; |
| 4 | 1°/2 afzondering: het verblijf van een persoon in een ruimte, die de persoon | ||
| 5 | niet zelfstandig kan verlaten; | ||
| 6 | 1°/3 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten; | ||
| 4 | 2° algemeen vormende component : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft een lerende persoonsvorming en een maatschappelijk-culturele vorming bij te brengen; | 7 | 2° algemeen vormende component : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft een lerende persoonsvorming en een maatschappelijk-culturele vorming bij te brengen; |
| 5 | 2°/1 anderstalige nieuwkomer : | 8 | 2°/1 anderstalige nieuwkomer : |
| 39 | 14°/0 finaliteit: een begrip dat aangeeft waarop studierichtingen prioritair voorbereiden, namelijk op het hoger onderwijs, op de arbeidsmarkt of op beide; | 42 | 14°/0 finaliteit: een begrip dat aangeeft waarop studierichtingen prioritair voorbereiden, namelijk op het hoger onderwijs, op de arbeidsmarkt of op beide; |
| 40 | 14°/0/0 feedbackrapport: een rapport met de resultaten op de Vlaamse toetsen op het schoolniveau, het niveau van de leerlingengroep of het leerlingniveau; | 43 | 14°/0/0 feedbackrapport: een rapport met de resultaten op de Vlaamse toetsen op het schoolniveau, het niveau van de leerlingengroep of het leerlingniveau; |
| 44 | 14°/0/0/1 fixatie: elke handeling of elk gebruik van materiaal die de bewegingsvrijheid van een persoon beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de persoon niet zelfstandig zijn bewegingsvrijheid kan herwinnen; | ||
| 41 | 14°/0/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 352 van deze codex; | 45 | 14°/0/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 352 van deze codex; |
| 42 | 14°/1 gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen; | 46 | 14°/1 gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen; |
| 115 | 37° secundair onderwijs : het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs; | 119 | 37° secundair onderwijs : het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs; |
| 116 | 37°/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid; | 120 | 37°/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid; |
| 117 | 38° school : een autonome entiteit die voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs organiseert en die door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd en daartoe aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd. Voor de toepassing van deel III, titel II, hoofdstuk 1/1 en hoofdstuk 4/1 , wordt onder school en school voor gewoon secundair onderwijs ook een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat de opleiding in de leertijd betreft ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen; | 121 | 38° school : een autonome entiteit die voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs organiseert en die door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd en daartoe aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd. Voor de toepassing van deel III, titel II, hoofdstuk 1/1, hoofdstuk 4/1 en hoofdstuk 11, wordt onder school en school voor gewoon secundair onderwijs ook een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat de opleiding in de leertijd betreft ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen; |
| 118 | 39° scholengemeenschap : één school of een groep van scholen die binnen een geografische omschrijving gezamenlijk instaat voor de onderwijsvoorziening; | 122 | 39° scholengemeenschap : één school of een groep van scholen die binnen een geografische omschrijving gezamenlijk instaat voor de onderwijsvoorziening; |
| 119 | 39°/1 scholengemeenschapsinstelling: een scholengemeenschapsinstelling is een instelling die geen onderwijsinstelling is en die uitsluitend opgericht kan worden binnen één scholengemeenschap en zich beperkt tot en als enige doel heeft daar personeelsleden, die werken ter ondersteuning van de scholen van de scholengemeenschap aan te stellen, te affecteren, toe te laten tot de proeftijd en vast te benoemen indien ze daarvoor in aanmerking komen. | 123 | 39°/1 scholengemeenschapsinstelling: een scholengemeenschapsinstelling is een instelling die geen onderwijsinstelling is en die uitsluitend opgericht kan worden binnen één scholengemeenschap en zich beperkt tot en als enige doel heeft daar personeelsleden, die werken ter ondersteuning van de scholen van de scholengemeenschap aan te stellen, te affecteren, toe te laten tot de proeftijd en vast te benoemen indien ze daarvoor in aanmerking komen. |
| 147 | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt; | 151 | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt; |
| 148 | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 32 wekelijkse lesuren gedurende 40 weken per jaar en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; | 152 | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 32 wekelijkse lesuren gedurende 40 weken per jaar en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; |
| 149 | - het onderwijs dat aan regelmatige cursisten van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt gedurende ten minste 36 wekelijkse lesuren en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; | 153 | - het onderwijs dat aan regelmatige cursisten in de opleidingen Basisverpleegkunde en Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt. |
| 150 | 47°/1 ziekenhuisschool: school voor buitengewoon secundair onderwijs van type 5, opleidingsvorm 4, verbonden aan een ziekenhuis of een residentiële setting of een preventorium; | 154 | 47°/1 ziekenhuisschool: school voor buitengewoon secundair onderwijs van type 5, opleidingsvorm 4, verbonden aan een ziekenhuis of een residentiële setting of een preventorium; |
| 151 | 47°/2 zorgcontinuüm: opeenvolging van de fasen in de organisatie van de onderwijsomgeving van brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg; | 155 | 47°/2 zorgcontinuüm: opeenvolging van de fasen in de organisatie van de onderwijsomgeving van brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg; |
| 7 | §2. Met ingang van het schooljaar 2023-2024 wordt in het hoger beroepsonderwijs de opleiding Basisverpleegkunde progressief, leerjaar per leerjaar, uitgebouwd. | 7 | §2. Met ingang van het schooljaar 2023-2024 wordt in het hoger beroepsonderwijs de opleiding Basisverpleegkunde progressief, leerjaar per leerjaar, uitgebouwd. |
| 8 | De opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs kan alleen worden ingericht door de scholen voor voltijds secundair onderwijs die tijdens het schooljaar 2022-2023 de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs hebben ingericht. | 8 | De opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs kan alleen worden ingericht door de scholen voor voltijds secundair onderwijs die tijdens het schooljaar 2022-2023 de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs hebben ingericht. |
| 9 | De opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt vanaf het schooljaar 2023-2024 in een uitdoofscenario alleen nog ingericht voor cursisten die uiterlijk in het schooljaar 2022-2023 al in die opleiding waren ingeschreven. Die cursisten hebben het recht om, zonder onderbreking, de opleiding te voltooien. | 9 | Uitsluitend voor cursisten en studenten die uiterlijk in het schooljaar 2022-2023 al in een opleiding Verpleegkunde waren ingeschreven, wordt de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs: |
| 10 | 1° vanaf het schooljaar 2023-2024 en tot en met het einde van het schooljaar 2025-2026 in een uitdoofscenario door elke school georganiseerd; | ||
| 11 | 2° vanaf het schooljaar 2026-2027 en tot en met het einde van het schooljaar 2027-2028 in een uitdoofscenario door één school per provincie georganiseerd. De samenwerkingsverbanden, vermeld in artikel II.397 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wijzen die scholen in onderling overleg aan. | ||
| 12 | De cursisten en studenten, vermeld in het derde lid, hebben het recht om in de periode in kwestie de opleiding Verpleegkunde van het hoger be-roepsonderwijs te voltooien, tenzij ze hun opleiding gedurende minstens een volledig schooljaar onderbreken. | ||
| 10 | §3. De organisatie van de opleidingen, vermeld in paragraaf 1, is gebaseerd op een samenwerkingsverband tussen één hogeschool met onderwijsbevoegdheid voor de bacheloropleiding Verpleegkunde, en een of meer scholen van het voltijds secundair onderwijs. De organisatie en de opdrachten van het samenwerkingsverband worden geregeld conform artikel II.397 en artikel II.398 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | 13 | §3. De organisatie van de opleidingen, vermeld in paragraaf 1, is gebaseerd op een samenwerkingsverband tussen één hogeschool met onderwijsbevoegdheid voor de bacheloropleiding Verpleegkunde, en een of meer scholen van het voltijds secundair onderwijs. De organisatie en de opdrachten van het samenwerkingsverband worden geregeld conform artikel II.397 en artikel II.398 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. |
| 1 | §1. De opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs heeft een duurtijd van drie jaar, verdeeld over zes semesters, en kan starten op 1 september of op 1 februari. Die duurtijd komt overeen met 180 studiepunten. Een studiepunt is een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leeren evaluatieactiviteiten, en waarmee de studieomvang van elke opleiding of elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt. De duur van het theoretisch onderwijs bedraagt ten minste een derde van de minimumduur van de opleiding en de duur van het klinisch onderwijs bedraagt ten minste de helft van de minimumduur van de opleiding. | 1 | §1. De opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs heeft een studieomvang van 180 studiepunten, waarbij een studiepunt een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid is die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten. Die studiepunten drukken de studiebelasting voor de cursist uit, zowel binnen en buiten de school, als binnen en buiten de lesuren. |
| 2 | De opleiding Basisverpleegkunde leidt tot de titel van basisverpleegkundi-ge, vermeld in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015. De opleiding start op de eerste lesdag van september of op de eerste lesdag van februari. De klassenraad beslist over de toelating van een cursist na de startdatum. | ||
| 3 | Het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband bepalen voor de opleiding Basisver-pleegkunde gezamenlijk het opleidingsprogramma, dat bestaat uit een samenhangend geheel van opleidingsonderdelen, rekening houdend met de volgende voorwaarden: | ||
| 4 | 1° de standaard duurtijd van de opleiding is drie jaar, verdeeld over zes semesters; | ||
| 5 | 2° de opleiding omvat ten minste 3800 uren theoretisch en klinisch onderwijs, die als volgt worden verdeeld: | ||
| 6 | a) minimaal 1900 uur klinisch onderwijs. Daarvan kan maximaal 20 procent uit simulatieonderwijs bestaan, meer bepaald onderwijs in basisverpleegkundige handelingen in niet-levensechte situaties; | ||
| 7 | b) minimaal 1900 uur theoretisch onderwijs. Daarvan kan maximaal 60 procent worden georganiseerd als interactief afstandsonderwijs en met inachtneming van de bepalingen van deel III, titel 2, hoofdstuk 4/1, artikel 122/2, derde lid, 122/3, 122/4 en 122/5; | ||
| 8 | 3° de studieomvang van elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt in gehele studiepunten, met een minimum van 3 studiepunten; | ||
| 9 | 4° de opleiding omvat stages in ten minste: | ||
| 10 | c) de volgende domeinen: | ||
| 11 | 1) heelkunde; | ||
| 12 | 2) geneeskunde; | ||
| 13 | 3) ouderenzorg; | ||
| 14 | 4) geestelijke gezondheidszorg; | ||
| 15 | 5) eerstelijnszorg; | ||
| 16 | d) de volgende settings: | ||
| 17 | 1) een ziekenhuis; | ||
| 18 | 2) een andere al dan niet residentiële setting; | ||
| 19 | 5° het opleidingsprogramma is gebaseerd op de gevalideerde domeinspecifieke leerresultaten van het graduaat in de basisverpleegkunde, omschreven in en ontwikkeld volgens de procedure, vermeld in artikel 15/2 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, en in voorkomend geval de schooleigen opleidingsspecifieke leerresultaten; | ||
| 20 | 6° de opleiding voldoet aan: | ||
| 2 | De opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs leidt tot de titel van basisverpleegkundige, vermeld in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015. | 21 | a) de bepalingen die de toegang reguleren tot de titel van basisverpleegkundige, vermeld in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015; |
| 3 | Bij de vaststelling van het opleidingsprogramma leeft het schoolbestuur de vastgelegde voorwaarden na die de toegang tot de titel van basisverpleegkundige reguleren. | ||
| 4 | In afwijking van het derde lid bestaat tijdens het schooljaar 2023-2024 het opleidingsprogramma van de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs uit module 1 en module 2 van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. Een school kan de vastgestelde duurtijd van die modules verdubbelen om aan de specifieke opleidingsbehoeften van een bepaalde doelgroep tegemoet te komen. In dat geval worden de cursisten niet meer in aanmerking genomen op de tellingsdata die vallen buiten de gebruikelijke duurtijd. | ||
| 22 | b) het koninklijk besluit van 20 september 2023 bepalende de lijst van de verpleegkundige technische verstrekkingen betreffende de basisverpleegkundige, alsmede hun uitoefeningsvoorwaarden; | ||
| 23 | c) wat de eerste 60 studiepunten betreft, het koninklijk besluit van 12 januari 2006 tot vaststelling van de verpleegkundige activiteiten die de zorgkundigen mogen uitvoeren en de voorwaarden waaronder de zorg-kundigen deze handelingen mogen stellen. | ||
| 24 | In afwijking van het derde lid, 1° tot en met 5°, bestaat bij wijze van uitdoofscenario voor de cursisten die de opleiding zijn gestart tijdens de schooljaren 2023-2024 of 2024-2025, tijdens de schooljaren 2023-2024 tot en met 2026-2027 het opleidingsprogramma van de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs uit het modulaire opleidingsprogramma van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, vastgelegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende organisatie van het experimenteel voltijds gewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. Het schoolbestuur oriënteert zich evenwel maximaal naar de bepalingen van het derde lid, en is daartoe gemachtigd om voor de opleiding Basisverpleegkunde af te wijken van de leerinhouden van het voormelde besluit. Voor de cursisten in dat uitdoofscenario is artikel 253/62, §2, van toepassing. | ||
| 5 | §2. De opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs heeft een duurtijd van drie jaar, verdeeld over zes semesters, en kan starten op 1 september of op 1 februari. | 25 | §2. De opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs heeft een duurtijd van drie jaar, verdeeld over zes semesters, en kan starten op 1 september of op 1 februari. |
| 6 | De opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt experimenteel modulair georganiseerd als vermeld in artikel 159 en 160. | 26 | De opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt experimenteel modulair georganiseerd als vermeld in artikel 159 en 160. |
| 1 | §1. Onverminderd de overige opdrachten die ingevolge deel II, titel IV, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs aan de onderwijsinspectie zijn toegekend, beoordeelt de onderwijsinspectie in samenwerking met de accreditatieorganisatie, vermeld in artikel II.26 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, de kwaliteit van de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door het samenwerkingsverband, vermeld in artikel II.397 van dezelfde codex. | ||
| 2 | §2. Voor de opleiding Basisverpleegkunde gelden de volgende kwaliteitsver-wachtingen: | ||
| 3 | 1° de leerresultaten van de opleiding, gebaseerd op de niveaudescriptoren, vermeld in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, vormen een heldere en opleidingsspecifieke invulling van de interna-tionale eisen voor het niveau, de inhoud en de oriëntatie; | ||
| 4 | 2° het curriculum van de opleiding sluit aan bij de meest recente ontwikkelin-gen in het vakgebied, houdt rekening met de ontwikkelingen in het werk-veld en is maatschappelijk relevant; | ||
| 5 | 3° de voor de opleiding ingezette leraren bieden de cursisten optimaal de mogelijkheid om de leerresultaten te behalen; | ||
| 6 | 4° de opleiding biedt cursisten adequate en gemakkelijk toegankelijke voorzieningen en studiebegeleiding; | ||
| 7 | 5° de onderwijsleeromgeving stimuleert de cursisten om een actieve rol te spelen in het leerproces en draagt bij tot een vlotte studievoortgang; | ||
| 8 | 6° de beoordeling van cursisten weerspiegelt het leerproces en concretiseert de beoogde leerresultaten; | ||
| 9 | 7° de opleiding verstrekt volledige en gemakkelijk leesbare informatie over alle fasen van de studieloopbaan; | ||
| 10 | 8° de informatie over de kwaliteit van de opleiding is publiek toegankelijk. | ||
| 11 | De opleiding leeft de onderwijsreglementering en, in voorkomend geval, andere relevante regelgeving na. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering legt uiterlijk op 1 juni 2024 na een, eventueel, gezamenlijk advies van de onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie, een beoordelingskader vast waarin volgende elementen worden bepaald: | ||
| 13 | 1° de wijze waarop de elementen, vermeld in het eerste en het tweede lid, getoetst zullen worden; | ||
| 14 | 2° de beoordelingsschaal en de beslisregels; | ||
| 15 | 3° de stappen in het beoordelingsproces; | ||
| 16 | 4° de vorm en de inhoud van het opleidingsdossier. | ||
| 17 | Het beoordelingskader, vermeld in het derde lid, vervangt het beoorde-lingskader dat de Vlaamse Regering heeft goedgekeurd met toepassing van artikel II.398, derde en vierde lid, van de Codex Hoger Onderwijs. | ||
| 18 | De kwaliteitsverwachtingen en de vigerende regelgeving, vermeld in het eerste en tweede lid, en het beoordelingskader, vermeld in het derde lid, vormen de basis voor het advies en het besluit met betrekking tot de erkenning, vermeld in paragraaf 3, respectievelijk met betrekking tot het beoordelingsrapport en het accreditatiebesluit, vermeld in paragraaf 5. | ||
| 19 | §3. Voor de omvorming van de opleiding Verpleegkunde tot de opleiding Basisverpleegkunde bezorgt het samenwerkingsverband uiterlijk op 1 januari 2025 een opleidingsdossier per school aan de onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie. De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie onderzoeken gezamenlijk de potentiële kwaliteit van de opleiding Basisver-pleegkunde van een samenwerkingsverband op basis van dat opleidingsdos-sier. De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie kunnen aanvullende informatie opvragen aan het samenwerkings¬verband. | ||
| 20 | De accreditatieorganisatie stelt het team samen dat de potentiële kwaliteit van de opleiding Basisverpleegkunde onderzoekt. Dat team bestaat in elk geval uit twee leden van de onderwijsinspectie en een cursist die de opleiding Basisverpleegkunde volgt in een andere school dan de secundaire school in kwestie. De overige leden van dat team zijn onafhankelijk, beschikken over de nodige deskundigheid en hebben ten minste vijf jaar geen banden gehad met de hogeschool en de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsver-band. Ten minste een lid van het team beschikt over een grondige kennis van het Vlaamse hoger onderwijs en ten minste een lid is werkzaam buiten Vlaanderen. | ||
| 21 | Het onderzoek, vermeld in het eerste lid, resulteert in één schriftelijk verslag en één advies per school aan de Vlaamse Regering. Het verslag bevat een onderbouwing van het advies. De mogelijke adviezen zijn: | ||
| 22 | 1° gunstig advies: dat advies wordt gegeven als het opleidingsdossier voor alle studiejaren volledig is uitgewerkt en aan de kwaliteitsverwachtingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en de vigerende regelgeving beant-woordt; | ||
| 23 | 2° gunstig advies met een beperkte geldigheidsduur van één schooljaar: dat advies wordt gegeven als het opleidingsdossier onvolledig is, of niet of onvoldoende aan de kwaliteitsverwachtingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en de vigerende regelgeving beantwoordt. | ||
| 24 | De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie brengen gezamenlijk het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband op de hoogte van het verslag en het advies. Het verslag en het advies worden uiterlijk op 1 juni 2025 bezorgd aan de Vlaamse Regering, die beslist of de opleiding Basisverpleegkunde hetzij tot en met het schooljaar 2029-2030 wordt erkend, hetzij alleen voor het schooljaar 2025-2026 wordt erkend, met vermelding van de elementen die opnieuw beoordeeld moeten worden. | ||
| 25 | Bij een erkenning met een beperkte geldigheidsduur voor het schooljaar 2025-2026 bezorgt het samenwerkingsverband uiterlijk op 1 januari 2026 een opleidingsdossier aan de onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie over de elementen die opnieuw beoordeeld moeten worden. De mogelijke adviezen over de elementen die een nieuwe beoordeling vereisten, zijn die, vermeld in het derde lid. | ||
| 26 | De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie brengen gezamenlijk het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband op de hoogte van het verslag en het advies. Het verslag en het advies over de elementen die een nieuwe beoordeling vereisen, worden uiterlijk op 1 juni 2026 aan de Vlaamse Regering bezorgd, die beslist of de opleiding Basisverpleegkunde hetzij tot en met het schooljaar 2029-2030 wordt erkend, hetzij alleen voor het schooljaar 2026-2027 wordt erkend, met vermelding van de elementen die opnieuw beoordeeld moeten worden. | ||
| 27 | Bij een erkenning met een beperkte geldigheidsduur voor het schooljaar 2026-2027 bezorgt het samenwerkingsverband uiterlijk op 1 januari 2027 een opleidingsdossier aan de onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie over de elementen die opnieuw beoordeeld moeten worden. De mogelijke adviezen over de elementen die een nieuwe beoordeling vereisen, zijn: | ||
| 28 | 1° gunstig advies: dat advies wordt gegeven als het opleidingsdossier voor alle studiejaren volledig is uitgewerkt en aan de kwaliteitsverwachtingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en de vigerende regelgeving beant-woordt; | ||
| 29 | 2° ongunstig advies: dat advies wordt gegeven als het opleidingsdossier onvolledig is, of niet of onvoldoende aan de kwaliteitsverwachtingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en de vigerende regelgeving beant-woordt. | ||
| 30 | De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie brengen gezamenlijk het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband op de hoogte van het verslag en het advies. Het verslag en het advies over de elementen die een nieuwe beoordeling vereisen, worden uiterlijk op 1 juni 2027 bezorgd aan de Vlaamse Regering, die beslist of de opleiding Basisverpleegkunde hetzij wordt erkend tot en met het schooljaar 2029-2030, hetzij definitief niet wordt erkend. | ||
| 31 | §4. De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie organiseren in de loop van de kalenderjaren 2027 en 2028 ten minste één voortgangsbezoek in elk samenwerkingsverband. | ||
| 32 | §5. Uiterlijk op 31 oktober 2029 dient het samenwerkingsverband een accreditatieaanvraag in bij de accreditatieorganisatie. | ||
| 33 | De accreditatieorganisatie stelt de commissie samen die de beoordeling van de kwaliteit van de opleiding Basisverpleegkunde uitvoert en coördineert het beoordelingsproces. Het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband hebben het recht om beargumenteerd bezwaren aan te dragen tegen de samenstelling van de commissie binnen een vervaltermijn van vijftien dagen vanaf de dag van de ontvangst van de mededeling van de accreditatieorganisatie. | ||
| 34 | In de commissie, vermeld in het tweede lid, zitten in elk geval twee leden van de onderwijsinspectie en een cursist basisverpleegkunde van een andere school dan de secundaire school in kwestie. De overige leden van de commissie zijn onafhankelijk, beschikken over de nodige deskundigheid en hebben ten minste vijf jaar geen banden gehad met de hogeschool en de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband. Ten minste een lid heeft grondige kennis van het Vlaamse hoger onderwijs en ten minste een lid is werkzaam buiten Vlaanderen. | ||
| 35 | Het onderzoek, vermeld in het tweede lid, resulteert in een beoordelings-rapport. Op basis van dat beoordelingsrapport maakt de accreditatieorganisatie een accreditatiebesluit op. De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie kunnen voor het ontwerp van beoordelingsrapport en besluit worden verzonden, het samenwerkingsverband om aanvullende informatie, toelichtin-gen en verduidelijkingen vragen. | ||
| 36 | De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie bezorgen een ontwerp van accreditatiebesluit en het onderliggende beoordelingsrapport aan het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband. Die besturen kunnen gezamenlijk binnen een vervaltermijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het ontwerp, bezwaren en opmerkingen formuleren. | ||
| 37 | Het beoordelingsrapport en het accreditatiebesluit worden uiterlijk op 1 juni 2030 aan het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband bezorgd. | ||
| 38 | De volgende besluiten zijn mogelijk: | ||
| 39 | 1° gunstig; | ||
| 40 | 2° ongunstig; | ||
| 41 | 3° gunstig met voorwaarden en met een beperkte geldigheidsduur van één of twee schooljaren. | ||
| 42 | Een gunstig accreditatiebesluit heeft een geldigheidsduur van vijf schoolja-ren. Uiterlijk op 31 oktober van het vijfde schooljaar dient het samenwerkings-verband telkens opnieuw een accreditatieaanvraag in bij de accreditatieorgani-satie. | ||
| 43 | Voor een gunstig accreditatiebesluit met voorwaarden en met een beperkte geldigheidsduur wordt uiterlijk op 31 oktober van het laatste accreditatie-schooljaar een nieuwe accreditatieaanvraag bij de accreditatieorganisatie ingediend.”. |
| 1 | Ingeval uren-leraar in de opleiding Basisverpleegkunde worden georganiseerd in vorm van uren die geen lesuren zijn, meer bepaald als bijzondere pedagogische taken, worden de desbetreffende uren niet verrekend bij toepassing van de bepaling dat maximaal 3 procent van het aantal uren-leraar van een school gebruikt kan worden voor bijzondere pedagogische taken als vermeld in artikel 212. |
| 6 | - namelijk 15 januari of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt, | 6 | - namelijk 15 januari of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt, |
| 7 | - en 15 mei of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt. | 7 | - en 15 mei of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt. |
| 8 | Op elke datum wordt een regelmatige leerling of cursist voor een halve eenheid in aanmerking genomen. | 8 | Op elke datum wordt een regelmatige leerling of cursist van de opleiding Verpleegkunde voor een halve eenheid in aanmerking genomen. |
| 9 | Voor de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt een regelmatige cursist op een teldatum voor de helft in aanmerking genomen naar rata van het aantal studiepunten waarvoor hij is ingeschreven ten opzichte van 30 studiepunten. | ||
| 10 | Als alle berekeningen voor beide teldata samen voor de school een resultaat opleveren waarvan het cijfer na de komma minder dan 50 bedraagt, dan wordt dat cijfer na de komma weggelaten. Als dat cijfer na de komma 50 of meer bedraagt, wordt het resultaat afgerond naar de hogere eenheid. | ||
| 9 | § 3. In afwijking van paragraaf 1, geldt 1 juni of, indien een vrije dag, de eerste lesdag erna, als tellingsdatum voor vaststelling van het aantal regelmatige leerlingen van het onthaalonderwijs dat na 1 februari of, indien een vrije dag, de eerste lesdag erna, wordt opgericht op basis van artikel 179/3, derde lid, en dit met het oog op de financiering of subsidiëring van het daaropvolgend schooljaar. Vanaf het schooljaar daarna wordt de regeling als vermeld in paragraaf 1 van toepassing. | 11 | § 3. In afwijking van paragraaf 1, geldt 1 juni of, indien een vrije dag, de eerste lesdag erna, als teldatum voor vaststelling van het aantal regelmatige leerlingen van het onthaalonderwijs dat na 1 februari of, indien een vrije dag, de eerste lesdag erna, wordt opgericht op basis van artikel 179/3, derde lid, en dit met het oog op de financiering of subsidiëring van het daaropvolgend schooljaar. Vanaf het schooljaar daarna wordt de regeling als vermeld in paragraaf 1 van toepassing. |
| 19 | 3° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart. | 19 | 3° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart. |
| 20 | De organisatie op verzoek van de cursist van een toelatingsproef als vermeld in het tweede lid kan niet worden geweigerd. De proef wordt beoordeeld door de klassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist. | 20 | De organisatie op verzoek van de cursist van een toelatingsproef als vermeld in het tweede lid kan niet worden geweigerd. De proef wordt beoordeeld door de klassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist. |
| 21 | Het schoolreglement van de school in kwestie bevat het vrijstellingenbeleid. | ||
| 22 | §1/1. De school biedt ten minste het standaardtraject aan, met een studieomvang van 27 tot 33 studiepunten per semester of 54 tot 66 studiepunten per schooljaar. | ||
| 23 | Een cursist volgt in de opleiding Basisverpleegkunde: | ||
| 24 | 1° hetzij het standaardtraject; | ||
| 25 | 2° hetzij, na een gunstige beslissing van de klassenraad, een traject dat meer of minder studiepunten omvat dan het standaardtraject. Dat af-wijkende traject wordt vastgelegd voor een individuele cursist of voor een groep van cursisten. | ||
| 21 | §2. Om tot een sequentieel geordende module van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs toegelaten te worden, voldoet de cursist aan een van de volgende voorwaarden: | 26 | §2. Om tot een sequentieel geordende module van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs toegelaten te worden, voldoet de cursist aan een van de volgende voorwaarden: |
| 22 | 1° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module; | 27 | 1° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module; |
| 1 | §1. In afwijking van artikel 112, eerste lid, 9°, bevat het schoolreglement het evaluatiebeleid met betrekking tot de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, met inbegrip van de mogelijkheden om tekorten zo nodig weg te werken. | ||
| 1 | §1. In de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs beslist de klassenraadof een cursist hetzij geslaagd is zonder beperkingen, hetzij niet geslaagd is. | 2 | In de opleiding Basisverpleegkunde beslist de klassenraad, na evaluatie, of een cursist een opleidingsonderdeel hetzij met vrucht, hetzij met tekorten heeft beëindigd. |
| 2 | In aansluiting op artikel 168/4, §1, vierde lid, beslist de klassenraad in de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs aan het einde van module 1 en van module 2 of een cursist hetzij geslaagd is zonder beperkingen, hetzij niet geslaagd is. Als de cursist geslaagd is, wordt een deelcertificaat toegekend. | ||
| 3 | Aan een cursist die in een school wordt uitgeschreven zonder de opleiding met vrucht te hebben beëindigd, wordt een deelcertificaat toegekend voor elk opleidingsonderdeel dat die cursist met vrucht heeft gevolgd. | ||
| 4 | Aan een cursist die de eerste 60 studiepunten van de opleiding met vrucht heeft beëindigd, wordt het bewijs van de beroepskwalificatie zorgkundige toegekend. | ||
| 3 | Het schoolbestuur kent de graad van gegradueerde in de basisverpleegkunde toe aan de cursist die geslaagd is voor de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. | 5 | Het schoolbestuur kent de graad van gegradueerde in de basisverpleegkunde toe aan de cursist die geslaagd is voor de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. |
| 4 | Bij het diploma van gegradueerde in de basisverpleegkunde wordt een diplomasupplement uitgereikt. Dat is een document dat de inhoud van de studies van de cursist en de structuur van het onderwijs in het land waar de cursist gestudeerd heeft, verduidelijkt. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van het diploma, de inhoud van het diplomasupplement en, eventueel, nadere voorwaarden voor de uitreiking ervan. | 6 | Bij het diploma van gegradueerde in de basisverpleegkunde wordt een diplomasupplement uitgereikt. Dat is een document dat de inhoud van de studies van de cursist en de structuur van het onderwijs in het land waar de cursist gestudeerd heeft, verduidelijkt. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van het diploma, de inhoud van het diplomasupplement en, eventueel, nadere voorwaarden voor de uitreiking ervan. |