§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector

Vlaamse Regering #1186 Staatsblad 29 juni 2022 NUMAC 2022032476
53 artikels gewijzigd
+10 −6 decreet-2016-06-10-1027012/art. 2
21° aangesloten lid : de sportbeoefenaar die een jaarlijkse individuele bijdrage betaalt aan een sportclub om op regelmatige basis gedurende het sportjaar te kunnen deelnemen aan competitieve of recreatieve sportactiviteiten;21° aangesloten lid : de sportbeoefenaar die een jaarlijkse individuele bijdrage betaalt aan een sportclub om op regelmatige basis gedurende het sportjaar te kunnen deelnemen aan competitieve of recreatieve sportactiviteiten;
32° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen";32° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen";
42°/1 aanspreekpunt integriteit (API) : persoon of personen die het aanspreekpunt vormen voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag waarbij de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen wordt geschaad. Het aanspreekpunt integriteit is belast met de eerste opvang en doorverwijzing, en zorgt voor de coördinatie van interne procedures ter bevordering van de integriteit van personen. Het aanspreekpunt integriteit is belast met de preventie en ondersteuning, en moet vormen van grensoverschrijdend gedrag tegengaan;42°/1 aanspreekpunt integriteit (API) : persoon of personen of organisatie die het aanspreekpunt vormen voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag waarbij de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen wordt geschaad;
52°/2 anders georganiseerde sporter: de sportbeoefenaar die geen aangesloten lid is en gebruikmaakt van een georganiseerd sportaanbod, aangeboden door de sportfederatie of haar sportclubs;
53° beleidsplan : een vierjaarlijks document waarin de sportfederatie, de koepelorganisatie, de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding, het G-sportplatform en de organisatie voor risicovechtsporten hun visie, strategie en volledige werking, met inbegrip van hun kwaliteitsbeleid, weergeven;63° beleidsplan : een vierjaarlijks document waarin de sportfederatie, de koepelorganisatie, de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en de organisatie voor risicovechtsporten hun visie, strategie en volledige werking, met inbegrip van hun kwaliteitsbeleid, weergeven;
73°/1 GAISF: de internationale unie van internationale sportfederaties GAISF;
64° G-sport: de sportparticipatie, uitgeoefend door personen met een auditieve, fysieke, verstandelijke of visuele beperking, met een psychische kwetsbaarheid of met een chronische aandoening;84° G-sport: de sportparticipatie, uitgeoefend door personen met een auditieve, fysieke, verstandelijke of visuele beperking, met een psychische kwetsbaarheid of met een chronische aandoening;
75° jeugd : personen tot achttien jaar;95° jeugd : personen tot achttien jaar;
85°/1 integriteitsbeleid: een beleid met maatregelen die de sportfederatie in acht moet nemen met het oog op de bewaring en de bevordering van de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen;105°/1 integriteitsbeleid: een beleid met maatregelen die de sportfederatie in acht moet nemen met het oog op de bewaring en de bevordering van de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen;
96° kansengroep : een geheel van personen die vanwege één of meer gemeenschappelijke persoons- of situationele kenmerken feitelijk ongelijke kansen hebben inzake sportparticipatie en voor wie bijgevolg een specifiek sport- en beweegbeleid noodzakelijk is;116° kansengroep : een geheel van personen die vanwege één of meer gemeenschappelijke persoons- of situationele kenmerken drempels en ongelijke kansen hebben inzake sportparticipatie en voor wie bijgevolg een specifiek sport- en beweegbeleid noodzakelijk is;
107° koepelorganisatie : een organisatie waarbij erkende sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding zich kunnen aansluiten om zich te laten ondersteunen in hun werking als sportfederatie, respectievelijk als organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en om gemeenschappelijke belangen te laten behartigen;127° koepelorganisatie : een organisatie waarbij erkende sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding zich kunnen aansluiten om zich te laten ondersteunen in hun werking als sportfederatie, respectievelijk als organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en om gemeenschappelijke belangen te laten behartigen;
118° olympiade : de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de Olympische Zomerspelen;138° olympiade : de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen;
148°/1 ongebonden sporter: de sportbeoefenaar die geen gebruik maakt van een georganiseerd sportaanbod, aangeboden door de sportfederatie of haar sportclubs;
129° risicovechtsporten : de sporten waarbij het toegestaan is bepaalde technieken te gebruiken met de intentie de fysieke of psychische integriteit van de tegenstander te verminderen;159° risicovechtsporten : de sporten waarbij het toegestaan is bepaalde technieken te gebruiken met de intentie de fysieke of psychische integriteit van de tegenstander te verminderen;
169°/1 sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media: de sectorraad voor Sport, vermeld in artikel 4, 2°, van het decreet van 30 november 2007 houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media;
1310° sport : sportactiviteiten, individueel of in ploegverband, met competitief of recreatief karakter;1710° sport : sportactiviteiten, individueel of in ploegverband, met competitief of recreatief karakter, die het sedentair gedrag tegengaan en een gezondheidsbevorderend effect hebben;
1411° sportclub : een autonome, lokale sportvereniging, aangesloten bij een erkende sportfederatie, met als doelstelling het aanbieden van sportactiviteiten en het promoten van haar sport;1811° sportclub : een autonome, lokale sportvereniging, aangesloten bij een erkende sportfederatie, met als doelstelling het aanbieden van sportactiviteiten en het promoten van haar sport;
1512° sportfederatie : een Vlaams gestructureerde privaatrechtelijke organisatie die op vrijwillige wijze en zonder winstoogmerk sportclubs verenigt;1912° sportfederatie : een Vlaams gestructureerde privaatrechtelijke organisatie die op vrijwillige wijze en zonder winstoogmerk sportclubs verenigt;
1613° sportieve vrijetijdsbesteding : een vrijetijdsbesteding waarbij de deelnemers op gereglementeerde wijze en in gestructureerd verband hun vaardigheden meten, en waarbij coördinatie, concentratie, behendigheid, tactiek en ontspanning primeren in combinatie met een minimale fysieke activiteit. De sporttakken van de sporttakkenlijst kunnen daar niet toe behoren;2013° sportieve vrijetijdsbesteding : een vrijetijdsbesteding waarbij de deelnemers op gereglementeerde wijze en in gestructureerd verband hun vaardigheden meten, en waarbij coördinatie, concentratie, behendigheid, tactiek en ontspanning primeren in combinatie met een minimale fysieke activiteit. De sporttakken van de sporttakkenlijst kunnen daar niet toe behoren;
1714° sporttakkenlijst: de nominatieve lijst van sporttakken die voor subsidiëring van sportfederaties in aanmerking komen;2114° sporttakkenlijst: de nominatieve lijst van sporttakken die sportfederaties aanbieden om voor subsidiëring als unisportfederatie of multisportfederatie in aanmerking te kunnen komen;
1815° topsportbeleid : het beleid, afgestemd op topsport, dat de Vlaamse Regering kan subsidiëren;2215° topsportbeleid : het beleid, afgestemd op topsport, dat de Vlaamse Regering kan subsidiëren;
1916° topsporter : de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen en Europese Kampioenschappen, de beloftevolle jongere die op internationaal vlak tot de top behoort in de hoogste jeugdcategorie en die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters of de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters;2316° topsporter : de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen en Europese Kampioenschappen, de beloftevolle jongere die op internationaal vlak tot de top behoort in de hoogste jeugdcategorie en die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters of de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters;
+9 −7 decreet-2016-06-10-1027012/art. 4
32° sportclubs hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op het grondgebied van ten minste vier Vlaamse provincies. In dit decreet wordt het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gelijkgesteld met een provincie;32° sportclubs hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op het grondgebied van ten minste vier Vlaamse provincies. In dit decreet wordt het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gelijkgesteld met een provincie;
43° ten minste vijfhonderd aangesloten leden hebben. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de sportfederatie en haar aangesloten sportclubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand;43° ten minste vijfhonderd aangesloten leden hebben. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de sportfederatie en haar aangesloten sportclubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand;
54° opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
54° een vereniging zonder winstoogmerk zijn, conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
65° volgens haar statuten de sport als doelstelling hebben;65° volgens haar statuten de sport als doelstelling hebben;
76° een werking, statuten en huishoudelijk reglement hebben die :76° een werking, statuten en intern reglement hebben die :
8a) in overeenstemming zijn met het decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar;8a) in overeenstemming zijn met het decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar;
9b) in overeenstemming zijn met het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten;9b) in overeenstemming zijn met het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten;
137° alle maatregelen nemen om mensenhandel binnen de sportfederatie en de bij haar aangesloten sportclubs tegen te gaan door de bestaande wetgeving correct toe te passen;137° alle maatregelen nemen om mensenhandel binnen de sportfederatie en de bij haar aangesloten sportclubs tegen te gaan door de bestaande wetgeving correct toe te passen;
148° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;148° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
159° geleid worden door een algemene vergadering waarin alle aangesloten sportclubs op representatieve wijze vertegenwoordigd zijn, en door een raad van bestuur van minstens vijf leden;159° geleid worden door een algemene vergadering waarin alle aangesloten sportclubs op representatieve wijze vertegenwoordigd zijn, en door een bestuursorgaan van minstens vijf leden;
1610° op zelfstandige wijze de financiën beheren en een eigen onafhankelijk beleid voeren . De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid in beleid moet blijken;1610° op zelfstandige wijze de financiën beheren en een eigen onafhankelijk beleid voeren op organisatorisch, financieel, communicatief en beleidsmatig vlak, en een eigen onafhankelijk sport- en personeelsbeleid voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid in beleid moet blijken;
1711° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de sportfederatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;1711° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de sportfederatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;
1812° ter bescherming van haar aangesloten leden verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;1812° ter bescherming van haar aangesloten leden verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;
1913° ter bescherming van niet-leden bij sportpromotionele acties verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;1913° ter bescherming van niet-leden bij sportpromotionele acties verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;
2013°/1 ter bescherming van de anders georganiseerde sporters voor hun deelname aan het anders georganiseerde sportaanbod van de sportfederatie, verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;
2014° jaarlijkshet door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en het werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de sportfederatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen;2114° jaarlijks, van het voorbije werkingsjaar, het werkingsverslag, het financiële verslag inclusief de jaarrekening die de algemene vergadering heeft goedgekeurd en het verslag over die goedkeuring bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de sportfederatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen;
2115° per olympiade een beleidsplan aan het agentschap Sport Vlaanderen voorleggen. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het werkingsverslag. In het beleidsplan worden de volgende aspecten van de werking van de sportfederatie vermeld :2215° per olympiade een beleidsplan aan het agentschap Sport Vlaanderen voorleggen. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting minstens per olympiade geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. In het beleidsplan worden de volgende aspecten van de werking van de sportfederatie vermeld :
22a) de effectieve werking van de sportfederatie;23a) de effectieve werking van de sportfederatie;
23b) het kwaliteitsbeleid met betrekking tot de begeleiding van haar aangesloten leden en haar sportclubs op basis van de vooropgestelde doelstellingen;24b) het kwaliteitsbeleid met betrekking tot de begeleiding van haar aangesloten leden en haar sportclubs op basis van de vooropgestelde doelstellingen;
2416° meewerken aan onderzoeken die door of namens de Vlaamse Regering zijn ingesteld en die gericht zijn op de evaluatie van de algemene werking of de activiteiten van de sportsector.2516° meewerken aan onderzoeken die door of namens de Vlaamse Regering zijn ingesteld en die gericht zijn op de evaluatie van de algemene werking of de activiteiten van de sportsector;
2617° een integriteitsbeleid voeren, met inbegrip van het organiseren van een aanspreekpunt integriteit. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden om dat integriteitsbeleid te voeren. Ze bepaalt ook de taken van het aanspreekpunt integriteit en stelt de wijze vast waarop de sportfederatie aantoont hoe ze haar integriteitsbeleid voert.
25Voor de erkenning van een sportfederatie wordt binnen een sportfederatie een uniek persoon slechts één keer in aanmerking genomen als aangesloten lid van die sportfederatie.27Voor de erkenning van een sportfederatie wordt binnen een sportfederatie een uniek persoon slechts één keer in aanmerking genomen als aangesloten lid van die sportfederatie.
26Het in het eerste lid, 3°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden28Het in het eerste lid, 3°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden
+3 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 8
1Een sportfederatie wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69 tot en met 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering.1Een sportfederatie wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69 tot en met 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering.
2Sportfederaties kunnen uitsluitend vanaf de aanvang van een nieuwe olympiade gesubsidieerd worden als nieuwe uni- of multisportfederatie. Ze dienen hun aanvraag tot subsidiëring voor het eerste werkingsjaar conform artikel 69 in, in het jaar voorafgaand aan een nieuwe olympiade. Dat geldt niet voor sportfederaties die zijn ontstaan uit een fusie met een sportfederatie die al wordt gesubsidieerd.
3Een sportfederatie die in aanmerking komt voor een aanvullende subsidie als vermeld in artikel 9, derde lid, kan op elk moment van de olympiade gesubsidieerd worden voor een project voor de beleidsfocus innovatie, sportkampen, rationalisatie of topsport. De sportfederatie kan op elk moment van de olympiade een project indienen. Ze dient haar aanvraag tot subsidiëring in conform artikel 69.
4Een sportfederatie die in aanmerking komt voor een aanvullende subsidie als vermeld in artikel 9, derde lid, kan om de twee jaar en telkens vanaf een oneven werkingsjaar van een olympiade gesubsidieerd worden voor een project voor de beleidsfocus jeugdsport, kansengroepen of professionalisering in sportkaderopleidingen. Ze dient haar aanvraag tot subsidiëring voor het eerste werkingsjaar conform artikel 69 in, in het jaar vóór het voormelde oneven werkingsjaar.
+13 −11 decreet-2016-06-10-1027012/art. 9
1Erkende sportfederaties die een sporttak aanbieden, vermeld op de sporttakkenlijst , kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring. De sportfederaties worden voor de subsidiëring ingedeeld in unisportfederaties als vermeld in artikel 20 en 21, en multisportfederaties als vermeld in artikel 26. De Vlaamse Regering bepaalt , na advies van de sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, de sporttakkenlijst. Op de sporttakkenlijst kunnen sporttakken worden opgenomen die voldoen aan minstens twee van de volgende voorwaarden:1Erkende sportfederaties die een sporttak aanbieden die op de sporttakkenlijst is vermeld, kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring. De sportfederaties worden voor de subsidiëring ingedeeld in unisportfederaties als vermeld in artikel 20 en 21, en multisportfederaties als vermeld in artikel 26. De Vlaamse Regering bepaalt de sporttakkenlijst, na advies van de sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media en van het agentschap Sport Vlaanderen. Op de sporttakkenlijst kunnen, ten behoeve van en rekening houdend met het sportlandschap en de sportbeoefening in het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de doelstelling van de sporttakkenlijst, sporten worden opgenomen of samengevoegd die voldoen aan de volgende voorwaarden:
21° een door een sportfederatie gereglementeerde fysieke activiteit betreffen met een cardiovasculair trainingseffect die een persoon in gezonde, milieuvriendelijke, ethisch en medisch verantwoorde omstandigheden verricht;21° een door een sportfederatie gereglementeerde fysieke activiteit betreffen met een cardiovasculair trainingseffect die een persoon in gezonde, milieuvriendelijke, ethisch en medisch verantwoorde omstandigheden verricht;
32° voldoen aan minstens een van de volgende voorwaarden:
32° olympisch zijn of vertegenwoordigd worden door een internationale organisatie die opgenomen is in de ledenlijst van de internationale unie van sportfederaties (SportAccord);4a) olympisch zijn of vertegenwoordigd worden door een internationale sportfederatie die volwaardig lid met stemrecht is van GAISF;
43° een voldoende groot draagvlak hebben in het Nederlandse taalgebied .5b) een voldoende groot draagvlak wat betreft actieve sportbeoefening hebben in het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
5Disciplines van sporttakken worden enkel vermeld bij een sporttak indien andere disciplines van de betreffende sporttak om ethische of medische redenen worden uitgesloten voor subsidiëring.6Disciplines worden enkel vermeld bij een sporttak indien andere disciplines van de betreffende sporttak om ethische of medische redenen worden uitgesloten voor subsidiëring.
6De subsidies voor de sportfederaties bestaan uit :7De subsidies voor de sportfederaties bestaan uit :
71° een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten, die bestaat uit :81° een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten, die bestaat uit :
8a) een basissubsidie, afhankelijk van het aantal aangesloten leden;9a) een basissubsidie;
9b) een subsidie, afhankelijk van het beantwoorden aan kwaliteitsprincipes;10b) een subsidie, afhankelijk van het beantwoorden aan kwaliteitsprincipes;
102° aanvullende subsidies voor de uitvoering van een of meer van de volgende beleidsfocussen :112° aanvullende subsidies voor de uitvoering van een of meer van de volgende beleidsfocussen :
11a) een specifiek jeugdsportbeleid, hierna de beleidsfocus jeugdsport genoemd, realiseren;
12b) laagdrempelige sporttrajecten aanbieden, waarbij de sportfederatie een licht georganiseerde sportparticipatie of een anders georganiseerde sportparticipatie beoogt of trajecten realiseert om de sportparticipatie van kansengroepen te verhogen, hierna de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod genoemd;
12a) voor de unisportfederaties: een jeugdsportproject realiseren met als doelstelling de kwaliteit van de begeleiding, de kadervorming en het aanbod voor de jeugd in de sportfederatie en haar sportclubs te verhogen om de sportparticipatie van de jeugd en hun aansluiting bij een sportclub te bevorderen, hierna de beleidsfocus jeugdsport genoemd;
13b) voor de unisportfederaties: projecten rond kansengroepen organiseren, met als doelstelling het sportaanbod en de organisatie van de sporttak en daaraan gekoppeld de eigen sportorganisatie, af te stemmen op de noden en behoeften van personen uit kansengroepen, hierna de beleidsfocus kansengroepen genoemd;
13c) innovatieve projecten organiseren, waarbij de sportfederatie initiatieven realiseert die origineel en vernieuwend zijn voor het door haar gevoerde beleid , hierna de beleidsfocus innovatie genoemd;14c) voor de unisportfederaties: innovatieve projecten organiseren, waarbij de sportfederatie initiatieven realiseert die origineel en vernieuwend zijn voor het door haar gevoerde beleid om het bestaande sportaanbod te verruimen of te optimaliseren of om in te zetten op een betere sportbeleving, hierna de beleidsfocus innovatie genoemd;
14d) sportkampen organiseren, hierna de beleidsfocus sportkampen genoemd;15d) sportkampen organiseren, hierna de beleidsfocus sportkampen genoemd;
15e) voor de unisportfederaties, met uitzondering van de unisportfederaties categorie B : een integraal topsportbeleid met bijzondere aandacht voor de begeleiding van beloftevolle jongeren, respectievelijk de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters, hierna de beleidsfocus topsport genoemd, realiseren.16e) voor de unisportfederaties, met uitzondering van de unisportfederaties categorie B : een integraal topsportbeleid met bijzondere aandacht voor de begeleiding van beloftevolle jongeren, respectievelijk de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters, hierna de beleidsfocus topsport genoemd, realiseren;
17f) naar efficiëntiewinst streven in de niet-sportgerelateerde werking, hierna de beleidsfocus rationalisatie genoemd;
18g) voor de unisportfederaties: een optimalisatie realiseren van de kwaliteit, instroom, doorstroom of valorisatie op het vlak van sportkaderopleidingen en sportgekwalificeerden, hierna de beleidsfocus professionalisering in sportkaderopleidingen genoemd.
16De Vlaamse Regering kan de verhouding tussen de werkings- en personeelssubsidies, vermeld in het tweede lid, 1°, bepalen.19De Vlaamse Regering kan de verhouding tussen de werkings- en personeelssubsidies, vermeld in het derde lid, 1°, bepalen.
17In het tweede lid, 2°, a), wordt verstaan onder jeugdsportbeleid : een beleid dat tot doel heeft de sportparticipatie van de jeugd en hun aansluiting bij een sportclub te bevorderen en de kwaliteit van de begeleiding, de kadervorming en het aanbod voor de jeugd in de sportfederatie en haar sportclubs te verhogen.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 10
1De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitwerking van de beleidsfocussen, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, waarvoor de sportfederaties aanvullende subsidies kunnen bekomen.1De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitwerking van de beleidsfocussen, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, waarvoor de sportfederaties aanvullende subsidies kunnen bekomen.
+14 −10 decreet-2016-06-10-1027012/art. 11
1§ 1. Om in aanmerking te komen voor een algemene werkingssubsidie als vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, moet een sportfederatie aan de volgende algemene voorwaarden voldoen :1§ 1. Om in aanmerking te komen voor een algemene werkingssubsidie als vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, moet een sportfederatie aan de volgende algemene voorwaarden voldoen :
21° erkend zijn door de Vlaamse Regering als sportfederatie;21° erkend zijn door de Vlaamse Regering als sportfederatie;
32° de volgende minimale aantallen aangesloten leden tellen :32° de volgende minimale aantallen aangesloten leden tellen :
4a) unisportfederaties van categorie A1 als vermeld in artikel 21, 1° : ten minste 500 aangesloten leden ;4a) unisportfederaties van categorie A1 als vermeld in artikel 21, 1° : ten minste 500 aangesloten leden die de olympische sporttak beoefenen;
5b) unisportfederaties van categorie A2 als vermeld in artikel 21, 2° : ten minste 1500 aangesloten leden ;5b) unisportfederaties van categorie A2 als vermeld in artikel 21, 2° : ten minste 1500 aangesloten leden die de sporttak beoefenen waarvoor de sportfederatie een officiële affiliatie heeft met de internationale federatie van de sport, die op haar beurt volwaardig lid met stemrecht is van GAISF;
6c) unisportfederaties van categorie B als vermeld in artikel 21, 3° : ten minste 30.000 aangesloten leden;6c) unisportfederaties van categorie B als vermeld in artikel 21, 3° : ten minste 30.000 aangesloten leden;
7d) unisportfederaties van categorie G-sport als vermeld in artikel 21, 4° : ten minste 500 aangesloten leden;7d) unisportfederaties van categorie G-sport als vermeld in artikel 21, 4° : ten minste 500 aangesloten leden;
8e) multisportfederaties als vermeld in artikel 26 : ten minste 10.000 aangesloten leden. De fusiebewegingen die hieruit voortvloeien worden na een jaar geëvalueerd;8e) multisportfederaties als vermeld in artikel 26 : ten minste 10.000 aangesloten leden. De fusiebewegingen die hieruit voortvloeien worden na een jaar geëvalueerd;
93° aan alle aangesloten leden via de sportclubs gedurende het sportjaar sportactiviteiten op verantwoorde wijze aanbieden, waarbij het gaat om een voldoende regelmatige en fysieke inspanning, individueel of in ploegverband, met enerzijds voor de unisportfederaties een competitief en recreatief karakter, en anderzijds voor de multisportfederaties een competitiegericht of recreatief karakter. Het betreft activiteiten waarbij de sportbeoefenaar de bedoeling heeft zijn lichamelijke ontwikkeling te stimuleren of zijn lichamelijke conditie op peil te houden of te verbeteren;93° aan alle aangesloten leden via de sportclubs gedurende het sportjaar sportactiviteiten op verantwoorde wijze aanbieden, waarbij het gaat om een voldoende regelmatige en fysieke inspanning, individueel of in ploegverband, met enerzijds voor de unisportfederaties een competitief en recreatief karakter, en anderzijds voor de multisportfederaties een competitiegericht of recreatief karakter. Het betreft activiteiten waarbij de sportbeoefenaar de bedoeling heeft zijn lichamelijke ontwikkeling te stimuleren of zijn lichamelijke conditie op peil te houden of te verbeteren;
103°/1 een integriteitsbeleid voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van dat integriteitsbeleid;103°/1 een uitgebreid integriteitsbeleid voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van dat integriteitsbeleid;
113°/2 een aanspreekpunt integriteit organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt wat het uitvoeren van de taken van het aanspreekpunt integriteit inhoudt en stelt de wijze vast waarop de sportfederatie aantoont hoe deze taken worden uitgevoerd;
113°/2 ...;
124° het ledenbestand van de sportfederatie registreren. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de sportfederatie en haar aangesloten sportclubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand;124° het ledenbestand van de sportfederatie registreren. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de sportfederatie en haar aangesloten sportclubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand;
135° een boekhouding voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van een boekhouding;135° een boekhouding voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van een boekhouding;
146° jaarlijkshet door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen;146° jaarlijks, van het voorbije werkingsjaar, het werkingsverslag, het financiële verslag inclusief de jaarrekening die de algemene vergadering heeft goedgekeurd en het verslag over die goedkeuring bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen;
157° via de sportclubs een jaarlijkse bijdrage van de aangesloten leden innen die bestemd is voor de sportfederatie;157° via de sportclubs een jaarlijkse bijdrage van de aangesloten leden innen die bestemd is voor de sportfederatie;
168° in het beleidsplan de werking en de daaraan gekoppelde budgettering, de kwaliteitszorg en de effectmeting opnemen;168° in het beleidsplan de werking en de daaraan gekoppelde budgettering, de kwaliteitszorg en de effectmeting opnemen;
179° minimaal één voltijds equivalent in dienst hebben dat beantwoordt aan de volgende sporttechnische kwalificaties :
18a) voor de unisportfederaties : master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegings-wetenschappen/licentiaat Lichamelijke Opvoeding met een specialisatie in de sporttak in kwestie, ofwel met een diploma trainer A of het hoogste bestaande diploma in de sporttak in kwestie, uitgereikt door de VTS of geassimileerd met het diploma trainer A of het hoogste bestaande diploma in de sporttak in kwestie, uitgereikt door de VTS;
19b) voor de multisportfederaties : master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegings-wetenschappen/licentiaat Lichamelijke Opvoeding.
179° een sporttechnisch beleid voeren. Die voorwaarde wordt op de volgende wijze vervuld door de verschillende soorten sportfederaties:
18a) de unisportfederatie heeft minimaal een persoon voltijds in dienst die beantwoordt aan de volgende sporttechnische kwalificaties of minimaal twee personen in dienst om de volgende sporttechnische kwalificaties in te vullen:
191) één voltijdequivalent met een diploma master in de Sporten de Bewegingswetenschappen of master in de Lichamelijke Opvoeding;
202) één voltijdequivalent met een diploma trainer A in de sporttak in kwestie dat is uitgereikt door de VTS of geassimileerd met het diploma trainer A;
21b) de multisportfederatie heeft één voltijdequivalent in dienst met een diploma van master in de Sporten de Bewegingswetenschappen of master in de Lichamelijke Opvoeding.
20Voor de subsidiëring van een sportfederatie wordt binnen een sportfederatie een uniek persoon slechts één keer in aanmerking genomen als aangesloten lid van die sportfederatie.22Voor de subsidiëring van een sportfederatie wordt binnen een sportfederatie een uniek persoon slechts één keer in aanmerking genomen als aangesloten lid van die sportfederatie.
23Als het Internationaal Olympisch Comité beslist om een sporttak niet meer als olympische sporttak te beschouwen, heeft de gesubsidieerde unisportfederatie die de sporttak in kwestie aanbiedt, tot het einde van de lopende olympiade de tijd om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, b).
21De Vlaamse Regering bepaalt wat onder regelmaat van de aangeboden sportactiviteiten als vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verstaan en de wijze waarop de sportfederatie de regelmaat kan aantonen.24De Vlaamse Regering bepaalt wat onder regelmaat van de aangeboden sportactiviteiten als vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verstaan en de wijze waarop de sportfederatie de regelmaat kan aantonen.
22Het in het eerste lid, 4°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden verleend om dubbeltelling en fictieve leden uit te sluiten. Met het oog op het controleren van de subsidiëringsvoorwaarden en de berekening van de subsidies kan het agentschap Sport Vlaanderen op elk ogenblik de volledige bestanden, gedeeltelijke bestanden of geaggregeerde gegevens raadplegen of opvragen. Enkel geanonimiseerde gegevens worden statistisch verwerkt. Na het einde van het lidmaatschap moeten de gegevens één jaar in het bestand worden bewaard.25Het in het eerste lid, 4°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden verleend om dubbeltelling en fictieve leden uit te sluiten. Met het oog op het controleren van de subsidiëringsvoorwaarden en de berekening van de subsidies kan het agentschap Sport Vlaanderen op elk ogenblik de volledige bestanden, gedeeltelijke bestanden of geaggregeerde gegevens raadplegen of opvragen. Enkel geanonimiseerde gegevens worden statistisch verwerkt. Na het einde van het lidmaatschap moeten de gegevens één jaar in het bestand worden bewaard.
23Als het voltijds equivalent, vermeld in het eerste lid, 9°, a), niet beschikt over de vereiste specialisatie in de sporttak in kwestie, moet hij die behalen binnen vier jaar na zijn aanstelling. De Vlaamse Regering kan uitzonderingsregels bepalen op de bijkomende sportspecifieke diplomaverplichting voor de master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegingswetenschappen/licentiaat Lichamelijke Opvoeding uit de unisportfederatie.
26In afwijking van het eerste lid, 9°, a), 2), heeft de unisportfederatie die minder dan 10.000 aangesloten leden heeft, minstens een halftijds equivalent in dienst met een diploma trainer A in de sporttak in kwestie dat is uitgereikt door de VTS of geassimileerd met het diploma trainer A.
27In afwijking van het eerste lid, 9°, a) en b), bepaalt de Vlaamse Regering de voorwaarden waaraan moet worden voldaan indien de sportfederatie een voltijdequivalent in dienst wenst te nemen dat het sporttechnisch beleid coördineert, maar niet beschikt over de vereiste diploma's, vermeld in het eerste lid, 9°, a) of b).
24Voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 9°, a) en b), geldt dat als de sportfederatie een personeelslid wil aanwerven met een diploma dat niet binnen de Vlaamse Gemeenschap is verworven, de verworven beroepskwalificaties moeten worden vergeleken. Het betreft een beoordeling van de bekwaamheden die blijken uit de diploma's, certificaten en andere titels en uit de relevante beroepservaring.28Voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 9°, a) en b), geldt dat als de sportfederatie een personeelslid wil aanwerven met een diploma dat niet binnen de Vlaamse Gemeenschap is verworven, de verworven beroepskwalificaties moeten worden vergeleken. Het betreft een beoordeling van de bekwaamheden die blijken uit de diploma's, certificaten en andere titels en uit de relevante beroepservaring.
25§ 2. De gesubsidieerde sportfederaties moeten de basisopdrachten, vermeld in artikel 22, § 1, respectievelijk artikel 27, § 1, uitvoeren.29§ 2. De gesubsidieerde sportfederaties moeten de basisopdrachten, vermeld in artikel 22, § 1, respectievelijk artikel 27, § 1, uitvoeren.
+0 −13 decreet-2016-06-10-1027012/art. 12 opgeheven
1Om het jeugdsportproject in het kader van de beleidsfocus jeugdsport te realiseren werkt de sportfederatie met een jeugdsportfonds, waarvan de financiële middelen aan de deelnemende sportclubs worden verdeeld op basis van een reglement. De financiële middelen die onder de sportclubs verdeeld worden, bestaan enerzijds uit Vlaamse clubsubsidies en anderzijds uit eigen financiële middelen van de betrokken sportfederatie. De sportclubs wenden die middelen aan om de kwaliteit van de jeugdsportwerking in de sportclubs te verhogen, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd. Maximaal 15 % van de subsidie wordt toegekend voor de ontwikkeling, begeleiding en opvolging van het jeugdsportproject (overhead). De eigen financiële inbreng van de sportfederatie in het jeugdsportfonds bedraagt minstens 25 % van de Vlaamse subsidie.
2Om voor subsidies voor de beleidsfocus jeugdsport in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, a), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen :
31° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en het jeugdsportproject opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid;
42° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus jeugdsport afzonderlijk aan bod laten komen;
53° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen :
6a) voor het eerste subsidiëringsjaar : een grondige analyse van de situatie van de jeugdsport in de sportfederatie;
7b) voor het eerste subsidiëringsjaar : een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, de doelstellingen en beoogde resultaten;
8c) voor het eerste subsidiëringsjaar : de concrete uitwerking van de wijze waarop via het jeugdsportfonds de kwaliteit van de jeugdsportwerking in de sportclubs verhoogd zal worden, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd;
9d) het reglement waarin minstens de kwalitatieve eisen die aan de sportclubs worden gesteld, de wijze van monitoring en controle van de sportclubs door de sportfederatie, de wijze waarop de financiële middelen zullen worden verdeeld onder de sportclubs en de bestedingsmogelijkheden van die middelen door de sportclubs in het kader van de kwaliteitsverhoging, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd, worden opgenomen;
10e) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden en voor meerjarige jeugdsportprojecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het jeugdsportproject;
11f) voor het eerste subsidiëringsjaar : een omschrijving van de wijze waarop het jeugdsportproject elk jaar geëvalueerd zal worden;
12g) vanaf het tweede subsidiëringsjaar : een grondige evaluatie op basis van cijfer gegevens van het lopende jeugdsportproject en in voorkomend geval een op deze evaluatie gebaseerd gemotiveerd voorstel van bijsturing van het jeugdsportproject.
13De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een jeugdsportproject, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus jeugdsport in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het jeugdsportproject gekoppeld aan het reglement, vermeld in het tweede lid, 3°, d), de administratieve lasten voor de sportclubs, de omkadering, de gelijkheid van kansen en de ethiek.
+0 −12 decreet-2016-06-10-1027012/art. 13 opgeheven
1Een project in het kader van de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod heeft als doelstelling het creëren van een laagdrempelig sporttraject waarbij initiatieven genomen worden om :
21° de niet georganiseerde, licht of anders georganiseerde sportparticipatie te promoten door aangepaste varianten van het bestaande sportaanbod aan te bieden aan personen die in eerste instantie niet of niet meer actief een bepaalde sport beoefenen of door een uitbreiding van het standaardaanbod, aanvullend op het klassieke sportaanbod via de sportclubs; of
32° het (inclusief) diversiteitsbeleid van de sportfederatie of haar clubs te bevorderen, drempels voor bepaalde doelgroepen weg te werken die de weg naar het reguliere sportaanbod niet of nog niet vinden of de sportparticipatie te bevorderen van mensen uit kansengroepen.
4Om voor subsidies voor de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, b), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen :
51° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid;
62° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod afzonderlijk aan bod laten komen;
73° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen :
8a) een grondige analyse van de noden en behoeften (mogelijkheden versus moeilijkheden) met betrekking tot het laagdrempelig sportaanbod in de sportfederatie;
9b) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, het concept, de doelstellingen en de beoogde resultaten;
10c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het laagdrempelig sportaanbodproject;
11d) een omschrijving van de wijze waarop het laagdrempelig sportaanbodproject elk jaar geëvalueerd zal worden en de wijze van integratie in de basiswerking van de sportfederatie.
12De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een project laagdrempelig sportaanbod, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het project laagdrempelig sportaanbod, de duurzaamheid, de doelgroep(en), de gelijkheid van kansen, de omkadering en de communicatiestrategie. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen inzake cofinanciering door de sportfederatie.
+0 −10 decreet-2016-06-10-1027012/art. 14 opgeheven
1Een project in het kader van de beleidsfocus innovatie heeft als doelstelling het realiseren van initiatieven die origineel en vernieuwend zijn voor het beleid van de sportfederatie om het bestaande sportaanbod te verruimen en te verdiepen en daardoor meer mensen te bereiken en aan te zetten tot sporten. Dat kan door nieuwe sporten alsook door innovatieve varianten van een bestaande sport aan te bieden, of door een bestaande sport op een vernieuwende manier aan te bieden of de sport op een vernieuwende manier te organiseren of om meer en andere doelgroepen aan te trekken.
2Om voor subsidies voor de beleidsfocus innovatie in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, c), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen :
31° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus innovatie opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid;
42° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus innovatie afzonderlijk aan bod laten komen;
53° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen :
6a) een grondige analyse van noden en behoeften met betrekking tot innovatie in de sportfederatie;
7b) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, het concept, de doelstellingen en de beoogde resultaten;
8c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige innovatieve projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het innovatief project;
9d) een omschrijving van de wijze waarop het innovatief project elk jaar geëvalueerd zal worden en de wijze van integratie in de basiswerking van de sportfederatie.
10De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een innovatief project, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus innovatie in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het innovatief project, de duurzaamheid, de gelijkheid van kansen. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen inzake cofinanciering door de sportfederatie.
+8 −6 decreet-2016-06-10-1027012/art. 15
1De beleidsfocus sportkampen houdt in dat de sportfederatie gesubsidieerd kan worden voor het organiseren van sportkampen op initiatie- of vervolmakingsniveau die plaatsvinden in internaatsverband gedurende minimaal vijf opeenvolgende dagen, vanuit één welbepaalde locatie, met de deelname van minstens zeven interne deelnemers, waarbij aan iedere deelnemer per dag minstens vier uur begeleide sportactiviteiten gegeven wordt door sportgekwalificeerde lesgevers.1De beleidsfocus sportkampen houdt in dat de sportfederatie gesubsidieerd kan worden voor het organiseren van sportkampen op initiatie- of vervolmakingsniveau die plaatsvinden in internaatsverband gedurende minimaal vijf opeenvolgende dagen, vanuit één welbepaalde locatie, met de deelname van minstens zeven interne deelnemers, waarbij minstens aan iedere deelnemer per dag gemiddeld vier uur begeleide sportactiviteiten gegeven wordt door sportgekwalificeerde lesgevers.
2In afwijking van het eerste lid geldt voor sportkampen die exclusief gericht zijn op G-sporters, een duur van minimaal drie opeenvolgende dagen.
2Om voor subsidies voor de beleidsfocus sportkampen in aanmerking te komen moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen :3Om voor subsidies voor de beleidsfocus sportkampen in aanmerking te komen moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen :
31° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus sportkampen opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid;41° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus sportkampen opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid;
42° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus sportkampen afzonderlijk aan bod laten komen;52° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus sportkampen afzonderlijk aan bod laten komen;
53° a) voor de multisportfederaties : in de sportkampen worden alleen sporttakken aangeboden die voorkomen op de sporttakkenlijst ;63° a) voor de multisportfederaties : in de sportkampen worden alleen sporttakken aangeboden die voorkomen op de sporttakkenlijst of sporten waarvoor de multisportfederatie gesubsidieerd kan worden, conform artikel 26;
6b) voor de unisportfederaties : de sportkampen worden uitsluitend georganiseerd in de eigen sporttak, vermeld op de sporttakkenlijst;7b) voor de unisportfederaties : de sportkampen worden uitsluitend georganiseerd in de eigen sporttak, vermeld op de sporttakkenlijst;
74° de sportkampen staan open voor iedereen, de sportfederatie kan alleen toegangscriteria opleggen op het sporttechnische niveau en op het vlak van de leeftijd;84° de sportkampen staan open voor iedereen, de sportfederatie kan alleen toegangscriteria opleggen op het sporttechnische niveau en op het vlak van de leeftijd;
94°/1 het sportkamp vindt plaats vanuit één welbepaalde locatie in het Nederlandse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of, als dat om geografische en sporttechnische redenen vereist is, in het Franse taalgebied of het Duitse taalgebied;
85° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen :105° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen :
9a) een beschrijving van de sportkampen die ze wil organiseren in het volgende werkingsjaar, met algemene inlichtingen over de plaats, de aangeboden sporttak of sporttakken, de leeftijdsgroepen, het eventuele beleid inzake kansengroepen;11a) een beschrijving van de sportkampen die ze wil organiseren in het volgende werkingsjaar, met algemene inlichtingen over de aangeboden sporttak of sporttakken en het eventuele beleid inzake kansengroepen;
10b) een beschrijving van de promotiestrategie;
12b) een beschrijving van de strategie om bij sportkampen op initiatieniveau en eventueel bij sportkampen op vervolmakingsniveau de deelnemers toe te leiden naar de sportclubs;
11c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de subsidieerbare sportkampen voor het komende werkingsjaar.13c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de subsidieerbare sportkampen voor het komende werkingsjaar.
12Sportkampen, exclusief toegankelijk voor gepreselecteerde deelnemers, die gericht zijn op de directe voorbereiding van een individu of een team op een competitie, kaderend in een jaarplan van trainingen, stages en wedstrijden, komen niet in aanmerking voor subsidiëring binnen de beleidsfocus sportkampen.14Sportkampen, exclusief toegankelijk voor gepreselecteerde deelnemers, die gericht zijn op de directe voorbereiding van een individu of een team op een competitie, kaderend in een jaarplan van trainingen, stages en wedstrijden, komen niet in aanmerking voor subsidiëring binnen de beleidsfocus sportkampen.
13Sportkampen die door een sportfederatie worden georganiseerd met dezelfde sporttakkentijdens dezelfde periode en op dezelfde plaats, worden voor de toepassing van dit decreet als één sportkamp beschouwd. Sportkampen worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de sportfederatie.15Sportkampen die door een sportfederatie worden georganiseerd met dezelfde sporttakken, respectievelijk sporten tijdens dezelfde periode en op dezelfde plaats, worden voor de toepassing van dit decreet als één sportkamp beschouwd. Sportkampen worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de sportfederatie.
14De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van subsidiëring, de informatie die per concreet gesubsidieerd sportkamp moet worden bezorgd en het tijdstip van bezorging aan het agentschap Sport Vlaanderen, de controle tijdens de sportkampen en de bijzondere voorwaarden waaraan een sportkamp moet voldoen. De bijzondere voorwaarden hebben betrekking op de locatie, de leeftijd van de deelnemers, verzekering, de inhoud van het programma, de accommodatie, de omkadering en de uitvoering.16De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van subsidiëring, de informatie die per concreet gesubsidieerd sportkamp moet worden bezorgd en het tijdstip van bezorging aan het agentschap Sport Vlaanderen, de controle tijdens de sportkampen en de bijzondere voorwaarden waaraan een sportkamp moet voldoen. De bijzondere voorwaarden kunnen betrekking hebben op de locatie, de leeftijd van de deelnemers, verzekering, de inhoud van het programma, de accommodatie, de omkadering en de uitvoering.
+20 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 15/1 nieuw
1Een project in het kader van de beleidsfocus rationalisatie heeft als doelstelling het streven naar efficiëntiewinst in de niet-sportgerelateerde werking via rationalisatieprojecten van een gesubsidieerde sportfederatie met een of meer erkende of gesubsidieerde sportfederaties of via een fusie van een gesubsidieerde sportfederatie met een of meer erkende of gesubsidieerde sportfederaties. De projectsubsidie richt zich op de tijdelijke kosten om een rationalisatieproject of fusie te realiseren, waarbij de recurrente kosten gedragen worden door de sportfederatie of sportfederaties.
2Een sportfederatie komt in aanmerking voor subsidies voor de beleidsfocus rationalisatie, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, f), als de sportfederatie voldoet aan al de volgende voorwaarden:
31° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus rationalisatie opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan, conform artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid;
42° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus rationalisatie afzonderlijk aan bod laten komen;
53° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen:
6a) voor het eerste subsidiejaar:
71) een grondige analyse van het potentieel, de noden en behoeften voor rationalisatie in de sportfederaties in kwestie;
82) een projectplan voor de volledige duur van het project, dat minstens al de volgende elementen bevat:
9i) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie;
10ii) de doelstellingen;
11iii) de concrete acties;
12iv) de beoogde resultaten;
13v) de timing;
14vi) de projectuitvoerders;
153) een gedetailleerde begroting als vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de werkingsjaren waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het project rationalisatie;
164) een omschrijving van de mate waarin het project beantwoordt aan de vooropgestelde beoordelingscriteria;
17b) vanaf het tweede subsidiejaar:
181) een stand van zaken en, in voorkomend geval, een update van het projectplan, met inbegrip van de realisaties;
192) in voorkomend geval, een update van de begroting.
20De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een project rationalisatie, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus rationalisatie in aanmerking komt. De voormelde beoordelingscriteria hebben betrekking op de relevantie, de beoogde impact, de doelstellingen en de kwaliteit van het project rationalisatie en de duurzaamheid. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen voor cofinanciering door de sportfederatie. De Vlaamse Regering kan de vergoeding voor de leden van de voormelde beoordelingscommissie bepalen.
+13 −7 decreet-2016-06-10-1027012/art. 16
1§ 1. De algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, wordt jaarlijks toegekend.1§ 1. De algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, wordt jaarlijks toegekend.
2§ 2. De basissubsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, a), van de sportfederaties is gerelateerd aan het aantal aangesloten leden van het werkingsjaar en bedraagt minstens 60.000 euro.2§ 2. De basissubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, a), van de unisportfederaties is gerelateerd aan het aantal aangesloten leden van het werkingsjaar x-2 en bedraagt minstens 60.000 euro.
3Als een sportfederatie meer dan 10.000 aangesloten leden telt, wordt de basissubsidie, vermeld in het eerste lid, verhoogd met 2,80 euro voor elk lid dat de sportfederatie telt boven de grens van 10.000 aangesloten leden. De jaarlijkse basissubsidie kan nooit meer dan 312.000 euro bedragen.3Als een unisportfederatie meer dan 10.000 aangesloten leden telt, wordt de basissubsidie, vermeld in het eerste lid, verhoogd met 2,80 euro voor elk lid dat de unisportfederatie telt boven de grens van 10.000 aangesloten leden. De jaarlijkse basissubsidie kan nooit meer dan 312.000 euro bedragen.
4De basissubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, a), van de multisportfederaties bedraagt minstens 60.000 euro (zestigduizend euro).
4§ 3. De subsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, b), wordt toegekend op basis van een korf van de volgende kwaliteitsprincipes :5§ 3. De subsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, b), wordt toegekend op basis van een korf van de volgende kwaliteitsprincipes :
51° het draagvlak van de sportfederatie;61° het draagvlak van de sportfederatie;
62° de kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie;72° de kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie;
73° het goed bestuur van de sportfederatie.83° het goed bestuur van de sportfederatie;
94° bijkomend voor de multisportfederaties: de kwaliteit van het aanbod voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters.
8Het draagvlak van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 1°, heeft betrekking op het bereik van de sportfederatie. Het geeft ook een indicatie van het aandeel van de sportfederatie in het totale landschap van de georganiseerde sportsector.10Het draagvlak van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 1°, heeft betrekking op het bereik van de sportfederatie. Het geeft ook een indicatie van het aandeel van de sportfederatie in het totale landschap van de georganiseerde sportsector.
9De kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 2°, heeft betrekking op de kwaliteit van de sporttechnische omkadering binnen de sportclubs van de sportfederatie, het beleid met betrekking tot de vorming van deze omkadering en de kwaliteit van de organisatie van het aanbod.11De kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 2°, heeft betrekking op de kwaliteit van de sporttechnische omkadering binnen de sportclubs van de sportfederatie, het beleid met betrekking tot de vorming van deze omkadering en de kwaliteit van de organisatie van het aanbod.
12De kwaliteit van het aanbod voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters, vermeld in het eerste lid, 4°, heeft betrekking op de kwaliteit en het bereik van het aanbod van de multisportfederatie, dat aanvullend is op het bestaande aanbod voor de aangesloten leden van de uni- of multisportfederaties. De multisportfederatie zet daarbij in op de toeleiding van die sporters naar de sportclubs of het kwalitatief begeleiden van die sporters buiten de sportclubs.
13De inhoudelijke beoordeling van de kwaliteit van het aanbod voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters, vermeld in het eerste lid, 4°, gebeurt op basis van het beleidsplan. De beoordeling gebeurt aan de hand van beoordelingscriteria die betrekking hebben op de meerwaarde, de beoogde impact, de doelstellingen, de kwaliteit, de laagdrempeligheid en de duurzaamheid van de deelaspecten van het beleidsplan die betrekking hebben op het aanbod voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters.
14Het toe te kennen bedrag binnen het kwaliteitsprincipe, vermeld in het eerste lid, 4°, is gebaseerd op de score die behaald wordt op de beoordelingscriteria, vermeld in het zesde lid, en op een financieel behoefteplan. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van de beoordeling, de periodiciteit van de beoordeling en de nadere beoordelingscriteria.
10Het goed bestuur van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 3°, heeft betrekking op patronen binnen de organisatiestructuur van een sportfederatie die worden gekenmerkt door sleutelelementen zoals verantwoording, efficiëntie, effectiviteit, voorspelbaarheid, transparantie en democratie.15Het goed bestuur van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 3°, heeft betrekking op patronen binnen de organisatiestructuur van een sportfederatie die worden gekenmerkt door sleutelelementen zoals verantwoording, efficiëntie, effectiviteit, voorspelbaarheid, transparantie en democratie.
11De Vlaamse Regering bepaalt de nadere indicatoren per kwaliteitsprincipe, hun aandeel in de korf en de berekeningswijze van de korf.16De Vlaamse Regering bepaalt voor de subsidiëring van unisportfederaties enerzijds en voor de subsidiëring van multisportfederaties anderzijds, de nadere indicatoren voor de kwaliteitsprincipes, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, hun aandeel in de korf en de berekeningswijze van de korf.
12§ 4. ...
17§ 4. In afwijking van paragraaf 2 en 3 wordt de algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, voor de eerste twee werkingsjaren waarvoor een nieuw gesubsidieerde sportfederatie gesubsidieerd wordt, vastgelegd op een bedrag van 100.000 euro (honderdduizend euro) per werkingsjaar.
18§ 5. De Vlaamse Regering kan voor de verdeling van het jaarlijkse budget voor de algemene werkingssubsidies tussen de unisportfederaties enerzijds, en de multisportfederaties anderzijds het percentage bepalen dat wordt voorzien voor de algemene werkingssubsidies van de multisportfederaties.
+2 −2 decreet-2016-06-10-1027012/art. 18
1Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag van de sportfederatie voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt in het lopende werkingsjaar een voorschot van de algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, uitbetaald.1Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag van de sportfederatie voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt in het lopende werkingsjaar een voorschot van de algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, uitbetaald.
2Het voorschot bedraagt 90 % van de algemene werkingssubsidie die toegekend is voor het voorlaatste werkingsjaar, voorafgaand aan het lopende werkingsjaar. Voor sportfederaties die minder dan twee jaar gesubsidieerd zijn bij de aanvang van het lopende werkingsjaar, bedraagt het voorschot 90 % van de subsidie waarop de sportfederatie aanspraak kan maken op basis van de ingediende subsidieaanvraag voor het lopende werkingsjaar.
2Het voorschot bedraagt 90% van de raming van de algemene werkingssubsidie van het lopende werkingsjaar.
3Het saldo van de algemene werkingssubsidie wordt uitbetaald vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.3Het saldo van de algemene werkingssubsidie wordt uitbetaald vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.
+4 −4 decreet-2016-06-10-1027012/art. 19
1§ 1. De aanvullende subsidies zijn gekoppeld aan de gekozen beleidsfocussen van de sportfederatie die een algemene werkingssubsidie ontvangt als bedoeld bij artikel 9, tweede lid, 1°.1§ 1. De aanvullende subsidies zijn gekoppeld aan de gekozen beleidsfocussen van de sportfederatie die een algemene werkingssubsidie ontvangt als bedoeld bij artikel 9, derde lid, 1°.
2Om voor aanvullende subsidies in aanmerking te komen, stelt de sportfederatie voor elke gekozen beleidsfocus een begroting vast. De subsidie wordt toegekend op basis van de ingediende en goedgekeurde projecten, de bijbehorende begroting en de evaluatie op basis van effectmeting. De Vlaamse Regering bepaalt per beleidsfocus de aanvaardbare kosten die voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen.2Om voor aanvullende subsidies in aanmerking te komen, stelt de sportfederatie voor elke gekozen beleidsfocus een begroting vast. De subsidie wordt toegekend op basis van de ingediende en goedgekeurde projecten, de bijbehorende begroting en de evaluatie op basis van effectmeting. De Vlaamse Regering bepaalt per beleidsfocus de aanvaardbare kosten die voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen.
3§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de vergoedingen en de daaraan verbonden vereisten inzake diploma's of bekwaamheidsbewijzen voor de medewerkers, die verbonden zijn aan de beleidsfocussen.3§ 2. De Vlaamse Regering kan de vergoedingen en kan de daaraan verbonden vereisten inzake diploma's of bekwaamheidsbewijzen bepalen voor de medewerkers, die verbonden zijn aan de beleidsfocussen.
4§ 3. Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag voor een beleidsfocus voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt een voorschot van de aanvullende subsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, uitbetaald.4§ 3. Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag voor een beleidsfocus voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt een voorschot van de aanvullende subsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, uitbetaald.
5Het voorschot bedraagt 90 % van de aanvullende subsidie waarop de sportfederatie aanspraak kan maken op basis van de ingediende subsidieaanvraag voor het lopende werkingsjaar.5Het voorschot bedraagt 90 % van de aanvullende subsidie waarop de sportfederatie aanspraak kan maken op basis van de goedgekeurde subsidieaanvraag voor het lopende werkingsjaar.
6Het saldo van de aanvullende subsidie wordt uitbetaald vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve aanvullende subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.6Het saldo van de aanvullende subsidie wordt uitbetaald vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve aanvullende subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.
+7 −3 decreet-2016-06-10-1027012/art. 21
1De unisportfederaties worden ingedeeld in de volgende vier categorieën :1De unisportfederaties worden ingedeeld in de volgende vier categorieën :
21° categorie A1 : een sportfederatie die in haar doelstelling en werking uitsluitend de organisatie, de promotie en de kwaliteitszorg van één sporttak op het oog heeft. De sporttak komt voor op de sporttakkenlijst. De sportfederatie kan als enige, via haar nationale koepel, deelnemen aan de Olympische Spelen. De sportfederatie heeft als enige, via haar nationale koepel, een officiële affiliatie met de internationale federatie van de sport. De internationale sportfederatie moet op haar beurt door het Internationaal Olympisch Comité aanvaard zijn als Olympische sportfederatie;21° categorie A1 : een sportfederatie die in haar doelstelling en werking uitsluitend de organisatie, de promotie en de kwaliteitszorg van één sporttak op het oog heeft. De sporttak komt voor op de sporttakkenlijst. De sportfederatie kan als enige, rechtstreeks of via haar nationale koepel, deelnemen aan de Olympische Spelen. De sportfederatie heeft rechtstreeks of via haar nationale koepel, een officiële affiliatie met de internationale federatie van de sport. De internationale sportfederatie moet op haar beurt door het Internationaal Olympisch Comité aanvaard zijn als Olympische sportfederatie;
32° categorie A2 : een sportfederatie die in haar doelstelling en werking uitsluitend de organisatie, de promotie en de kwaliteitszorg van één sporttak op het oog heeft. De sporttak komt voor op de sporttakkenlijst. De sportfederatie kan als enige, via haar nationale koepel, deelnemen aan Wereldkampioenschappen of de Wereldspelen. De sportfederatie heeft als enige, via haar nationale koepel, een officiële affiliatie met de internationale federatie van de sport. De internationale sportfederatie moet op haar beurt volwaardig lid met stemrecht zijn van SportAccord;32° categorie A2 : een sportfederatie die in haar doelstelling en werking uitsluitend de organisatie, de promotie en de kwaliteitszorg van één sporttak op het oog heeft. De sporttak komt voor op de sporttakkenlijst. De sportfederatie kan als enige, rechtstreeks of via haar nationale koepel, deelnemen aan de Wereldkampioenschappen of de Wereldspelen. De sportfederatie heeft rechtstreeks of via haar nationale koepel, een officiële affiliatie met de internationale federatie van de sport. De internationale sportfederatie moet op haar beurt volwaardig lid met stemrecht zijn van GAISF;
43° categorie B : een sportfederatie die in haar doelstelling en werking uitsluitend de organisatie, de promotie en de kwaliteitszorg van één sporttak op het oog heeft. De sporttak komt voor op de sporttakkenlijst. Voor de sporttak bestaat geen internationale federatie van de sport die een officiële affiliatie heeft met het Internationaal Olympisch Comité of met SportAccord;43° categorie B : een sportfederatie die in haar doelstelling en werking uitsluitend de organisatie, de promotie en de kwaliteitszorg van één sporttak op het oog heeft. De sporttak komt voor op de sporttakkenlijst. Voor de sporttak bestaat geen internationale federatie van de sport die een officiële affiliatie heeft met het Internationaal Olympisch Comité of met GAISF;
54° categorie G-sport : een sportfederatie voor G-sport die in haar doelstelling en werking de organisatie, de promotie en de kwaliteitszorg van een of meer sporttakken op het oog heeft. De sporttakken komen voor op de sporttakkenlijst. De sportfederatie kan als enige, via haar nationale koepel, deelnemen aan de Paralympische Spelen. De sportfederatie heeft, via haar nationale koepel, een officiële affiliatie met het Internationaal Paralympisch Comité.54° categorie G-sport : een sportfederatie voor G-sport die in haar doelstelling en werking de organisatie, de promotie en de kwaliteitszorg van een of meer sporttakken op het oog heeft. De sporttakken komen voor op de sporttakkenlijst. De sportfederatie kan als enige, via haar nationale koepel, deelnemen aan de Paralympische Spelen. De sportfederatie heeft, via haar nationale koepel, een officiële affiliatie met het Internationaal Paralympisch Comité.
6In afwijking van het eerste lid mag een unisportfederatie van categorie A1, A2 of B een of meer bijkomende sporttakken aanbieden, vermeld op de sporttakkenlijst, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
71° de bijkomende sporttak is aanverwant met de sporttak die ze aanbiedt, zoals vermeld in het eerste lid;
82° de unisportfederatie in kwestie is voor de sporttak in kwestie aangesloten bij de internationale sportfederatie, die op haar beurt volwaardig lid met stemrecht is van GAISF.
9Na advies van de sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media en van het agentschap Sport Vlaanderen beslist de Vlaamse Regering over de aanverwantschap van de sporttak, vermeld in het tweede lid, 1°, en ten behoeve van en rekening houdend met het sportlandschap en de sportbeoefening in het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
+7 −4 decreet-2016-06-10-1027012/art. 22
1§ 1. De gesubsidieerde unisportfederaties moeten de volgende basisopdrachten uitvoeren in het kader van een integraal, kwaliteitsvol en maatschappelijk toegankelijk sportbeleid :1§ 1. De gesubsidieerde unisportfederaties moeten de volgende basisopdrachten uitvoeren in het kader van een integraal, kwaliteitsvol en maatschappelijk toegankelijk sportbeleid :
21° een totaalaanbod van competitieve tot recreatieve sportbeoefening organiseren;
21° een totaalaanbod van competitieve tot recreatieve sportbeoefening organiseren en garanderen, waarbij de unisportfederatie het overzicht behoudt over het totaalaanbod en zelf of via multisportfederaties of andere erkende sportfederaties hiaten invult;
32° kaderopleiding en bijscholing organiseren voor de sporttechnische verantwoordelijken en trainers van de unisportfederatie en de aangesloten sportclubs, samen met of in samenspraak met de VTS;32° kaderopleiding en bijscholing organiseren voor de sporttechnische verantwoordelijken en trainers van de unisportfederatie en de aangesloten sportclubs, samen met of in samenspraak met de VTS;
43° aantoonbare inspanningen leveren voor de sporttechnische, bestuurlijke, administratieve, sportpromotionele, sportmedische en ethische begeleiding van de aangesloten sportclubs, met bijzondere aandacht voor de kwaliteitszorg;43° aantoonbare inspanningen leveren voor de sporttechnische, bestuurlijke, administratieve, sportpromotionele, sportmedische en ethische begeleiding van de aangesloten sportclubs.
54° hun sportclubs en aangesloten leden informeren over hun eigen beleid en hun eigen organisatie, kwaliteitsvolle interne en externe communicatie voeren en een informatieopdracht uitoefenen voor de Vlaamse overheid;
5Bij de uitvoering van de basisopdrachten, vermeld in het eerste lid, besteedt de unisportfederatie bijzondere aandacht aan goed beheer van de organisatie en kwaliteitszorg. Bij de uitvoering van die basisopdrachten besteedt de unisportfederatie verder bijzondere aandacht aan interne en externe informatie en promotie. Dat houdt minstens in dat de unisportfederatie de volgende voorwaarden vervult:
61° ze informeert haar sportclubs en aangesloten leden over haar eigen beleid en haar eigen organisatie;
72° ze voert kwaliteitsvolle interne en externe communicatie;
83° ze oefent een informatieopdracht uit voor de Vlaamse overheid;
65° de eigen sporttak promoten, voor de unisportfederaties van categorie A1, A2 en B, en de sporttakken voor personen met een handicap promoten, voor de unisportfederatie van de categorie G-sport .94° de unisportfederaties van categorie A1, A2 en B promoten de eigen sporttak en haar sportbeleid en de unisportfederatie van de categorie G-sport promoot de sporttakken voor G-sporters.
7De basisopdracht, vermeld in het eerste lid, 1°, moet plaatsvinden op het grondgebied van de provincies waarin de unisportfederatie haar sporttak via de sportclubs aanbiedt.10De basisopdracht, vermeld in het eerste lid, 1°, moet plaatsvinden op het grondgebied van de provincies waarin de unisportfederatie haar sporttak via de sportclubs aanbiedt.
8§ 2. De wijze waarop de basisopdrachten uitgevoerd zijn, wordt aangetoond in het werkingsverslag dat als basis gebruikt wordt voor de evaluatie van de werking van de unisportfederatie. Unisportfederaties die een of meer basisopdrachten niet uitvoeren, komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van dit decreet.11§ 2. De wijze waarop de basisopdrachten uitgevoerd zijn, wordt aangetoond in het werkingsverslag dat als basis gebruikt wordt voor de evaluatie van de werking van de unisportfederatie. Unisportfederaties die een of meer basisopdrachten niet uitvoeren, komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van dit decreet.
+5 −3 decreet-2016-06-10-1027012/art. 23
1Om in aanmerking te komen voor aanvullende subsidies als vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, moeten de gesubsidieerde unisportfederaties inzetten op een of meer van de volgende beleidsfocussen :1Om in aanmerking te komen voor aanvullende subsidies als vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, moeten de gesubsidieerde unisportfederaties inzetten op een of meer van de volgende beleidsfocussen :
21° de beleidsfocus jeugdsport;21° de beleidsfocus jeugdsport;
32° de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod;32° de beleidsfocus kansengroepen;
43° de beleidsfocus innovatie;43° de beleidsfocus innovatie;
54° de beleidsfocus sportkampen;54° de beleidsfocus sportkampen;
65° voor de unisportfederaties, met uitzondering van categorie B : de beleidsfocus topsport.65° voor de unisportfederaties, met uitzondering van categorie B : de beleidsfocus topsport;
76° de beleidsfocus rationalisatie;
87° de beleidsfocus professionalisering in sportkaderopleidingen.
7De beleidsfocussen waarvoor de unisportfederatie gesubsidieerd wil worden, komen afzonderlijk aan bod in het beleidsplan.9De beleidsfocussen waarvoor de unisportfederatie gesubsidieerd wil worden, komen afzonderlijk aan bod in het beleidsplan.
8De invulling van de beleidsfocussen door de unisportfederatie wordt in een convenant met het agentschap Sport Vlaanderen vastgelegd.10De invulling van de beleidsfocussen door de unisportfederatie wordt in een convenant met het agentschap Sport Vlaanderen vastgelegd.
+22 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 23/1 nieuw
1Om het jeugdsportproject in het kader van de beleidsfocus jeugdsport te realiseren, werkt de sportfederatie met een jeugdsportfonds, waarvan de financiële middelen aan de deelnemende sportclubs worden verdeeld op basis van een reglement. De financiële middelen die onder de sportclubs verdeeld worden, bestaan uit Vlaamse clubsubsidies en uit eigen financiële middelen van de sportfederatie in kwestie. De sportclubs gebruiken die middelen om de kwaliteit van de jeugdsportwerking in de sportclubs te verhogen en om de sportparticipatie van de jeugd en hun aansluiting bij een sportclub te bevorderen. De subsidies voor de beleidsfocus jeugdsport worden volledig opgenomen in het jeugdsportfonds en komen integraal toe aan de deelnemende sportclubs. De eigen financiële inbreng van de sportfederatie in het jeugdsportfonds bedraagt minstens 20% van de Vlaamse subsidie.
2Een unisportfederatie komt in aanmerking voor subsidies voor de beleidsfocus jeugdsport, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, a), als de unisportfederatie aan al de volgende voorwaarden voldoet:
31° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en het jeugdsportproject in het vierjaarlijkse beleidsplan opnemen, conform artikel 23, tweede lid;
42° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus jeugdsport afzonderlijk aan bod laten komen;
53° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen:
6a) voor het eerste subsidiëringsjaar:
71) een grondige analyse van de situatie van de jeugdsport in de sportfederatie;
82) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, de doelstellingen en beoogde resultaten;
93) het reglement, waarin minstens al de volgende elementen worden opgenomen:
10i) de kwalitatieve eisen die aan de sportclubs worden gesteld;
11ii) de wijze van monitoring en controle van de sportclubs door de sportfederatie;
12iii) de wijze waarop de financiële middelen worden verdeeld onder de sportclubs;
134) een begroting als vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de werkingsjaren waarvoor subsidies gevraagd worden;
145) een omschrijving van de mate waarin het project beantwoordt aan de vooropgestelde beoordelingscriteria;
15b) voor de volgende subsidiejaren:
161) een stand van zaken en, in voorkomend geval, een update van de projectvisie, doelstellingen en beoogde resultaten;
172) het reglement, waarin minstens al de volgende elementen worden opgenomen:
18i) de kwalitatieve eisen die aan de sportclubs worden gesteld;
19ii) de wijze van monitoring en controle van de sportclubs door de sportfederatie;
20iii) de wijze waarop de financiële middelen worden verdeeld onder de sportclubs;
213) in voorkomend geval, een update van de begroting.
22De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een jeugdsportproject, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus jeugdsport in aanmerking komt. De voormelde beoordelingscriteria hebben betrekking op de relevantie, de beoogde impact, de doelstellingen en de kwaliteit van het jeugdsportproject gekoppeld aan het reglement, vermeld in het tweede lid, 3°, a), 3), en de administratieve lasten voor de sportclubs. De Vlaamse Regering kan de vergoeding voor de leden van de voormelde beoordelingscommissie bepalen.
+20 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 23/2 nieuw
1Een project in het kader van de beleidsfocus kansengroepen heeft als doelstelling het afstemmen van het sportaanbod en de organisatie van de sporttak, en daaraan gekoppeld de eigen sportorganisatie, op noden en behoeften van personen uit kansengroepen. Binnen het project worden drempels die de personen uit kansengroepen ervaren en drempels vanuit de omgeving of de sportomgeving weggewerkt.
2Een unisportfederatie komt in aanmerking voor subsidies voor de beleidsfocus kansengroepen, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, b), als de unisportfederatie aan al de volgende voorwaarden voldoet:
31° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus kansengroepen opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan, conform artikel 23, tweede lid;
42° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus kansengroepen afzonderlijk aan bod laten komen;
53° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen:
6a) voor het eerste subsidiejaar:
71) een grondige analyse van het potentieel, de noden en behoeften voor het sportaanbod voor kansengroepen in de sportfederatie;
82) een projectplan voor de volledige duur van het project, dat minstens al de volgende elementen bevat:
9i) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie;
10ii) de doelstellingen;
11iii) de concrete acties;
12iv) de beoogde resultaten;
13v) de timing;
14vi) de projectuitvoerders;
153) een gedetailleerde begroting als vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de werkingsjaren waarvoor subsidies gevraagd worden, wat voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het kansengroepenproject inhoudt;
164) een omschrijving van de mate waarin het project beantwoordt aan de vooropgestelde beoordelingscriteria;
17b) vanaf het tweede subsidiejaar:
181) een stand van zaken en, in voorkomend geval, een update van het projectplan, met inbegrip van de realisaties;
192) in voorkomend geval, een update van de begroting.
20De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een project kansengroepen, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus kansengroepen in aanmerking komt. De voormelde beoordelingscriteria hebben betrekking op de relevantie, de beoogde impact, de doelstellingen en de kwaliteit van het project kansengroepen en de duurzaamheid. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen voor cofinanciering door de sportfederatie. De Vlaamse Regering kan de vergoeding voor de leden van de voormelde beoordelingscommissie bepalen.
+20 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 23/3 nieuw
1Een project in het kader van de beleidsfocus innovatie heeft als doelstelling het realiseren van initiatieven die origineel en vernieuwend zijn voor het beleid van de sportfederatie om het bestaande sportaanbod te verruimen of te optimaliseren of in te zetten op een betere sportbeleving. Dat kan door innovatieve varianten van de sporttak aan te bieden, de sporttak op een vernieuwende manier aan te bieden, de sportbeleving of de sportbegeleiding op een vernieuwende manier aan te pakken of door meer en andere doelgroepen aan te trekken.
2Een unisportfederatie komt in aanmerking voor subsidies voor de beleidsfocus innovatie, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, c), als de unisportfederatie aan al de volgende voorwaarden voldoet:
31° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus innovatie opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan, conform artikel 23, tweede lid;
42° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus innovatie afzonderlijk aan bod laten komen;
53° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen:
6a) voor het eerste subsidiejaar:
71) een grondige analyse van het potentieel, de noden en de behoeften voor innovatie in de sportfederatie;
82) een projectplan voor de volledige duur van het project, dat minstens al de volgende elementen bevat:
9i) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie;
10ii) de doelstellingen;
11iii) concrete acties;
12iv) de beoogde resultaten;
13v) de timing;
14vi) de projectuitvoerders;
153) een gedetailleerde begroting als vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de werkingsjaren waarvoor subsidies gevraagd worden, wat voor meerjarige innovatieve projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het project innovatie inhoudt;
164) een omschrijving van de mate waarin het project beantwoordt aan de vooropgestelde beoordelingscriteria;
17b) vanaf het tweede subsidiejaar:
181) een stand van zaken en, in voorkomend geval, een update van het projectplan, met inbegrip van de realisaties;
192) in voorkomend geval, een update van de begroting.
20De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een innovatief project, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus innovatie in aanmerking komt. De voormelde beoordelingscriteria hebben betrekking op de relevantie, de beoogde impact, de doelstellingen en de kwaliteit van het project innovatie, en de duurzaamheid. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen voor cofinanciering door de sportfederatie. De Vlaamse Regering kan de vergoeding voor de leden van de voormelde beoordelingscommissie bepalen.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 24
1De activiteiten waarvoor de Vlaamse Regering subsidies voor de beleidsfocus topsport, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, e), toekent zijn :1De activiteiten waarvoor de Vlaamse Regering subsidies voor de beleidsfocus topsport, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, e), toekent zijn :
21° de organisatie en uitvoering van talentdetectie en -ontwikkeling in combinatie met secundair onderwijs, in of buiten een topsportschool;21° de organisatie en uitvoering van talentdetectie en -ontwikkeling in combinatie met secundair onderwijs, in of buiten een topsportschool;
32° de voorbereiding van en de deelname aan internationale wedstrijden van geregistreerde topsporters of topsporttalenten;32° de voorbereiding van en de deelname aan internationale wedstrijden van geregistreerde topsporters of topsporttalenten;
+2 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 25
1De beleidsfocus topsport, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, e), waarbij de unisportfederatie van categorie A1, A2 en G-sport aangeeft hoe ze een integraal topsportbeleid voert, houdt voor de unisportfederatie in dat ze een topsportbeleid voert en activiteiten organiseert die passen in het topsportbeleid van de Vlaamse Regering.1De beleidsfocus topsport, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, e), waarbij de unisportfederatie van categorie A1, A2 en G-sport aangeeft hoe ze een integraal topsportbeleid voert, houdt voor de unisportfederatie in dat ze een topsportbeleid voert en activiteiten organiseert die passen in het topsportbeleid van de Vlaamse Regering.
2De Vlaamse Regering legt, op voorstel van het agentschap Sport Vlaanderen, na advies van de stuurgroep Topsport, om de vier jaar de topsporttakkenlijst met de sporttakken die voor subsidiëring van de topsporters in aanmerking kunnen komen, en de indeling daarvan in categorieën, vast en kan die lijst tussentijds aanpassen, op basis van de volgende criteria :2De Vlaamse Regering legt, op voorstel van het agentschap Sport Vlaanderen, na advies van de stuurgroep Topsport, om de vier jaar de topsporttakkenlijst met de sporttakken die voor subsidiëring van de topsporters in aanmerking kunnen komen, en de indeling daarvan in categorieën, vast en kan die lijst tussentijds aanpassen, op basis van de volgende criteria :
31° het beschikken over een topsportvisie op basis van een sporttak- of disciplinespecifieke ontwikkelingslijn topsport van talentdetectie tot elitesport;31° het beschikken over een topsportvisie op basis van een sporttak- of disciplinespecifieke ontwikkelingslijn topsport van talentdetectie tot elitesport;
86° de behaalde topsportresultaten in de meest recente olympiade tot en met de Olympische en Paralympische Zomerspelen.86° de behaalde topsportresultaten in de meest recente olympiade tot en met de Olympische en Paralympische Zomerspelen.
9In het tweede lid wordt verstaan onder stuurgroep Topsport : de stuurgroep, waarvan de samenstelling wordt bepaald door de Vlaamse Regering, opgericht met als taak strategisch advies te verlenen over de samenstelling van de topsporttakkenlijst, en over de voorbereiding en evaluatie van het Vlaamse topsportbeleid.9In het tweede lid wordt verstaan onder stuurgroep Topsport : de stuurgroep, waarvan de samenstelling wordt bepaald door de Vlaamse Regering, opgericht met als taak strategisch advies te verlenen over de samenstelling van de topsporttakkenlijst, en over de voorbereiding en evaluatie van het Vlaamse topsportbeleid.
10De Vlaamse Regering kan de vergoeding voor de leden van de stuurgroep Topsport bepalen.
10De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de unisportfederaties die een sporttak aanbieden, vermeld op de topsporttakkenlijst moeten voldoen om een aanvullende subsidie voor de beleidsfocus topsport te bekomen.11De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de unisportfederaties die een sporttak aanbieden, vermeld op de topsporttakkenlijst moeten voldoen om een aanvullende subsidie voor de beleidsfocus topsport te bekomen.
+21 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 25/1 nieuw
1Een project in het kader van de beleidsfocus professionalisering in sportkaderopleidingen heeft als doel de kwaliteit, instroom, doorstroom of valorisatie op het vlak van sportkaderopleidingen en sportgekwalificeerden te optimaliseren.
2Een unisportfederatie komt in aanmerking voor subsidies voor de beleidsfocus professionalisering in sportkaderopleidingen, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, g), als de unisportfederatie aan al de volgende voorwaarden voldoet:
31° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus professionalisering in sportkaderopleidingen opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan, conform artikel 23, tweede lid;
42° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus professionalisering in sportkaderopleidingen afzonderlijk aan bod laten komen;
53° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen:
6a) voor het eerste subsidiejaar:
71) een grondige analyse van het potentieel, de noden en de behoeften voor de professionalisering van de sportkaderopleidingen in de sporttak;
82) een projectplan voor de volledige duur van het project, dat minstens al de volgende elementen bevat:
9i) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie;
10ii) de doelstellingen;
11iii) de concrete acties;
12iv) de beoogde resultaten;
13v) de timing;
14vi) de projectuitvoerders;
153) een gedetailleerde begroting als vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de werkingsjaren waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het project professionalisering in sportkaderopleidingen;
164) een omschrijving van de mate waarin het project beantwoordt aan de vooropgestelde beoordelingscriteria;
17b) vanaf het tweede subsidiejaar:
181) een stand van zaken en, in voorkomend geval, een update van het projectplan, met inbegrip van de realisaties;
192) in voorkomend geval, een update van de begroting;
204° beschikken over een door de Vlaamse Trainersschool aangeduide directeur Sportkaderopleiding voor de sporttak.
21De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een project professionalisering in sportkaderopleidingen, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus professionalisering in sportkaderopleidingen in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op de relevantie, de beoogde impact, de doelstellingen en de kwaliteit van het project professionalisering in sportkaderopleidingen, en de duurzaamheid. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen voor cofinanciering door de sportfederatie. De Vlaamse Regering kan de vergoeding voor de leden van de voormelde beoordelingscommissie bepalen.
+1 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 26
1Een multisportfederatie is een sportfederatie die een kwaliteitsvol en maatschappelijk toegankelijk aanbod heeft in ten minste vijf sporttakken die voorkomen op de sporttakkenlijst. Voor elk van die vijf sporttakken telt ze minstens duizend aangesloten leden. De multisportfederatie organiseert voor haar aangesloten leden recreatieve sportbeoefening of recreatieve competities.1Een multisportfederatie is een sportfederatie die een kwaliteitsvol en maatschappelijk toegankelijk aanbod heeft in ten minste vijf sporttakken die voorkomen op de sporttakkenlijst. Voor elk van die vijf sporttakken telt ze minstens duizend aangesloten leden. De multisportfederatie organiseert voor haar aangesloten leden recreatieve sportbeoefening of recreatieve competities.
2Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan een multisportfederatie ook sporten aanbieden die niet vermeld zijn op de sporttakkenlijst en kan daarvoor gesubsidieerd worden. Die sporten zijn medisch en ethisch verantwoord.
+10 −6 decreet-2016-06-10-1027012/art. 27
1§ 1. De gesubsidieerde multisportfederaties voeren de volgende basisopdrachten uit voor alle aangeboden sporttakken in het kader van een kwaliteitsvol en maatschappelijk toegankelijk sportbeleid :1§ 1. De gesubsidieerde multisportfederaties voeren de volgende basisopdrachten uit voor alle aangeboden sporttakken en, in voorkomend geval, sporten, in het kader van een kwaliteitsvol en maatschappelijk toegankelijk sportbeleid :
21° recreatieve sportbeoefening en, in voorkomend geval, recreatieve competities organiseren;21° recreatieve sportbeoefening en, in voorkomend geval, recreatieve competities organiseren, met een focus op multisport voor jeugd en op sporten die niet worden aangeboden door unisportfederaties;
32° bijscholing voor de sporttechnische verantwoordelijken van de multisportfederatie en de aangesloten sportclubs organiseren, samen met of in samenspraak met de VTS en, in voorkomend geval, participeren in de kaderopleiding;32° bijscholing voor de sporttechnische verantwoordelijken van de multisportfederatie en de aangesloten sportclubs organiseren, samen met of in samenspraak met de VTS en, in voorkomend geval, participeren in de kaderopleiding;
43° aantoonbare inspanningen leveren in de sporttechnische, bestuurlijke, administratieve, sportpromotionele, sportmedische en ethische begeleiding van de aangesloten sportclubs, met bijzondere aandacht voor de kwaliteitszorg;43° aantoonbare inspanningen leveren in de sporttechnische, bestuurlijke, administratieve, sportpromotionele, sportmedische en ethische begeleiding van de aangesloten sportclubs;
54° hun sportclubs en aangesloten leden informeren over hun eigen beleid en hun eigen organisatie, kwaliteitsvolle interne en externe communicatie voeren, en een informatieopdracht vervullen voor de Vlaamse overheid;
65° de aangeboden sporttakken promoten.
54° een kwalitatief aanbod organiseren voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters.
6Bij de uitvoering van de basisopdrachten, vermeld in het eerste lid, besteedt de multisportfederatie bijzondere aandacht aan goed beheer van de organisatie en kwaliteitszorg. Bij de uitvoering van die basisopdrachten besteedt de multisportfederatie verder bijzondere aandacht aan interne en externe informatie en promotie. Dat houdt minstens in dat de multisportfederatie de volgende voorwaarden vervult:
71° ze informeert haar sportclubs en aangesloten leden over haar eigen beleid en haar eigen organisatie;
82° ze voert kwaliteitsvolle interne en externe communicatie;
93° ze oefent een informatieopdracht uit voor de Vlaamse overheid;
104° ze promoot multisport, de aangeboden sporttakken, en, in voorkomend geval, sporten.
7De basisopdracht, vermeld in het eerste lid, 1°, moet plaatsvinden op het grondgebied van de Vlaamse provincies waar de multisportfederatie haar sporttakken via de sportclubs aanbiedt.11De basisopdracht, vermeld in het eerste lid, 1°, moet plaatsvinden op het grondgebied van de Vlaamse provincies waar de multisportfederatie haar sporttakken en, in voorkomend geval, sporten, via de sportclubs aanbiedt.
8§ 2. De wijze waarop de basisopdrachten uitgevoerd zijn, wordt aangetoond in het werkingsverslag dat als basis gebruikt wordt voor de evaluatie van de werking van de multisportfederatie. Multisportfederaties die een of meer basisopdrachten niet uitvoeren, komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van dit decreet.12§ 2. De wijze waarop de basisopdrachten uitgevoerd zijn, wordt aangetoond in het werkingsverslag dat als basis gebruikt wordt voor de evaluatie van de werking van de multisportfederatie. Multisportfederaties die een of meer basisopdrachten niet uitvoeren, komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van dit decreet.
+3 −5 decreet-2016-06-10-1027012/art. 28
1Om in aanmerking te komen voor aanvullende subsidies als vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, moeten de gesubsidieerde multisportfederaties inzetten op een of meer van de volgende beleidsfocussen :1Om in aanmerking te komen voor aanvullende subsidies als vermeld in artikel 9,derde lid, 2°, moeten de gesubsidieerde multisportfederaties inzetten op een of meer van de volgende beleidsfocussen :
21° de beleidsfocus jeugdsport;21° de beleidsfocus rationalisatie;
32° de beleidsfocus sportkampen;32° de beleidsfocus sportkampen.
43° de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod;
54° de beleidsfocus innovatie.
6De beleidsfocussen waarvoor de multisportfederatie gesubsidieerd wil worden, komen afzonderlijk aan bod in het beleidsplan.4De beleidsfocussen waarvoor de multisportfederatie gesubsidieerd wil worden, komen afzonderlijk aan bod in het beleidsplan.
7De invulling van de beleidsfocussen door de multisportfederatie wordt in een convenant met het agentschap Sport Vlaanderen vastgelegd.5De invulling van de beleidsfocussen door de multisportfederatie wordt in een convenant met het agentschap Sport Vlaanderen vastgelegd.
+6 −6 decreet-2016-06-10-1027012/art. 29
1Om als koepelorganisatie erkend te worden en te blijven, moet de organisatie aan de volgende voorwaarden voldoen :1Om als koepelorganisatie erkend te worden en te blijven, moet de organisatie aan de volgende voorwaarden voldoen :
21° opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
21° een vereniging zonder winstoogmerk zijn, conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
32° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;32° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
43° beschikken over een raad van bestuur die op een voor de sportsector representatieve wijze is samengesteld uit vertegenwoordigers van de erkende sportfederaties, eventueel aangevuld met externe experten;43° beschikken over een bestuursorgaan die op een voor de sportsector representatieve wijze is samengesteld uit vertegenwoordigers van de erkende sportfederaties, eventueel aangevuld met externe experten;
54° op zelfstandige wijze de financiën beheren en het beleid bepalen. De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid moet blijken;54° op zelfstandige wijze de financiën beheren en het beleid bepalen. De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid moet blijken;
65° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de koepelorganisatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;65° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de koepelorganisatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;
76° een boekhouding voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van een boekhouding;76° een boekhouding voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van een boekhouding;
87° jaarlijkshet door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en het werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de koepelorganisatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen;87° jaarlijks, van het voorbije werkingsjaar, het werkingsverslag, het financiële verslag inclusief de jaarrekening die de algemene vergadering heeft goedgekeurd en het verslag over die goedkeuring bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de koepelorganisatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen;
98° per olympiade een beleidsplan aan het agentschap Sport Vlaanderen voorleggen. In het beleidsplan wordt de effectieve werking van de koepelorganisatie vermeld en het kwaliteitsbeleid waarin de doelstellingen en de eisen voor de kwaliteitszorg worden vastgesteld. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het werkingsverslag;98° per olympiade een beleidsplan aan het agentschap Sport Vlaanderen voorleggen. In het beleidsplan wordt de effectieve werking van de koepelorganisatie vermeld en het kwaliteitsbeleid waarin de doelstellingen en de eisen voor de kwaliteitszorg worden vastgesteld. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting minstens per olympiade geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd;
109° ten minste twee derde van de sportfederaties die een algemene werkingssubsidie ontvangen als bedoeld bij artikel 9, tweede lid, 1°, als lid hebben.109° ten minste twee derde van de sportfederaties die een algemene werkingssubsidie ontvangen als bedoeld bij artikel 9, derde lid, 1°, als lid hebben.
11Personeelsleden van de koepelorganisatie mogen niet als vertegenwoordiger van een sportfederatie deel uitmaken van de algemene vergadering of de raad van bestuur.11Personeelsleden van de koepelorganisatie mogen niet als vertegenwoordiger van een sportfederatie deel uitmaken van de algemene vergadering of de bestuursorgaan.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 31
21° het aanspreekpunt zijn van het geheel van de aangesloten sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding, zowel voor de overheden als voor de sector;21° het aanspreekpunt zijn van het geheel van de aangesloten sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding, zowel voor de overheden als voor de sector;
32° een kennis- en informatiecentrum zijn met betrekking tot de omkadering en de werking van de erkende sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding;32° een kennis- en informatiecentrum zijn met betrekking tot de omkadering en de werking van de erkende sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding;
43° initiatieven nemen om de kwalitatieve werking van de aangesloten sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding te faciliteren, te ondersteunen en te verbeteren;43° initiatieven nemen om de kwalitatieve werking van de aangesloten sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding te faciliteren, te ondersteunen en te verbeteren. De koepelorganisatie neemt daarbij minstens initiatieven waarbij ze de coördinatierol op zich neemt om efficiëntiewinsten te realiseren in de niet-sportgerelateerde werking van de aangesloten sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding.;
54° aandacht hebben voor maatschappelijke behoeften en doelgroepenwerking, gerelateerd aan sport, en daarvoor in de nodige begeleiding voor de aangesloten sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding voorzien;54° aandacht hebben voor maatschappelijke behoeften en doelgroepenwerking, gerelateerd aan sport, en daarvoor in de nodige begeleiding voor de aangesloten sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding voorzien;
65° sportclubs ondersteunen met als doel een duurzame kwaliteitsverbetering en professionalisering te realiseren op het vlak van administratieve en bestuurlijke clubwerking;65° sportclubs ondersteunen met als doel een duurzame kwaliteitsverbetering en professionalisering te realiseren op het vlak van administratieve en bestuurlijke clubwerking;
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 33
1De Vlaamse Regering voorziet in een algemene werkingssubsidie van minstens 700.000 euro per jaar voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 31, waarvan de organisatie minstens 500.000 euro moet besteden aan de opdracht, vermeld in artikel 31, 5°.1De Vlaamse Regering voorziet in een algemene werkingssubsidie voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 31.
+3 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 35/1 nieuw
1Het agentschap Sport Vlaanderen kan met de koepelorganisatie een samenwerkingsovereenkomst sluiten over de optimalisering van de praktische en concrete uitvoering van haar opdrachten. De samenwerkingsovereenkomst geldt voor de resterende duur van een olympiade. De samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel om de koepelorganisatie te coachen en te begeleiden in functie van het optimaliseren van het aanbod en de werking. De uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst wordt tussentijds opgevolgd en in overleg met de koepelorganisatie bijgestuurd door het agentschap Sport Vlaanderen.
2De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, omvat minstens bepalingen over de te realiseren afspraken van de koepelorganisatie en het agentschap Sport Vlaanderen, met inbegrip van de beoogde doelstellingen en de wijze waarop die gemeten of gewaardeerd worden op basis van kwantitatieve of kwalitatieve voortgangsindicatoren.
3In de mate waarin de afspraken, opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst, niet worden gerealiseerd, kan dat leiden tot een proportionele correctie van de subsidie op de wijze, vermeld in artikel 72.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 36
1Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag van de koepelorganisatie voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt in het lopende werkingsjaar een voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 33, uitbetaald.1Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag van de koepelorganisatie voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt in het lopende werkingsjaar een voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 33, uitbetaald.
2Het voorschot bedraagt 90 % van de subsidie, die toegekend is voor het voorlaatste werkingsjaar, voorafgaand aan het lopende werkingsjaar. Als de koepelorganisatie minder dan twee jaar gesubsidieerd is bij de aanvang van het lopende werkingsjaar, bedraagt het voorschot 90 % van de subsidie waarop de koepelorganisatie aanspraak kan maken op basis van de ingediende subsidieaanvraag voor het lopende werkingsjaar.
2Het voorschot bedraagt 90 % van de subsidie waarop de koepelorganisatie aanspraak kan maken.
3Het saldo van de subsidie wordt uitbetaald vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.3Het saldo van de subsidie wordt uitbetaald vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 37
1De koepelorganisatie wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69, 70, 71, 73 en 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering.1De koepelorganisatie wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69, 70, 71, 72, 73 en 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 38
4b) internationale volkssporten : activiteiten met hoofdzakelijk een sociale dimensie, die een uitgesproken internationaal karakter hebben, waarbij de klemtoon ligt op het aspect concentratie;4b) internationale volkssporten : activiteiten met hoofdzakelijk een sociale dimensie, die een uitgesproken internationaal karakter hebben, waarbij de klemtoon ligt op het aspect concentratie;
5c) dierenhobby's : activiteiten waar bij de beoefening omgegaan wordt met een of meer dieren, waarbij de zorgplicht voor het milieu wordt behartigd, en waarbij de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren wordt gerespecteerd;5c) dierenhobby's : activiteiten waar bij de beoefening omgegaan wordt met een of meer dieren, waarbij de zorgplicht voor het milieu wordt behartigd, en waarbij de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren wordt gerespecteerd;
6d) luchtactiviteiten : activiteiten die beoefend worden in de lucht met behulp van mechanisch materiaal in combinatie met lichamelijke vaardigheden ;6d) luchtactiviteiten : activiteiten waarbij de beoefenaars zich met behulp van mechanisch materiaal in combinatie met lichamelijke vaardigheden in de lucht bevinden;
72° organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding : een vereniging zonder winstoogmerk die is samengesteld uit een of meer verenigingen die de sportieve vrijetijdsbesteding beoefenen binnen dezelfde vrijetijdscluster.72° organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding : een vereniging zonder winstoogmerk die is samengesteld uit een of meer verenigingen die de sportieve vrijetijdsbesteding beoefenen binnen dezelfde vrijetijdscluster.
+6 −5 decreet-2016-06-10-1027012/art. 40
1Om als organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding erkend te worden en te blijven, moet ze aan de volgende voorwaarden voldoen :1Om als organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding erkend te worden en te blijven, moet ze aan de volgende voorwaarden voldoen :
21° opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
21° een vereniging zonder winstoogmerk zijn, conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;;
32° in de statuten van de organisatie vermelden dat alle verenigingen die uitsluitend een actieve werking binnen een vrijetijdscluster kunnen aantonen, kunnen toetreden tot de organisatie;32° in de statuten van de organisatie vermelden dat alle verenigingen die uitsluitend een actieve werking binnen een vrijetijdscluster kunnen aantonen, kunnen toetreden tot de organisatie;
43° een benaming hebben die representatief en overkoepelend is voor de betreffende vrijetijdscluster;43° een benaming hebben die representatief en overkoepelend is voor de betreffende vrijetijdscluster;
54° een werking, statuten en huishoudelijk reglement hebben die :54° een werking, statuten en intern reglement hebben die :
6a) in overeenstemming zijn met het decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar;6a) in overeenstemming zijn met het decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar;
7b) in overeenstemming zijn met het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten;7b) in overeenstemming zijn met het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten;
115° haar zetel hebben en haar activiteiten ontplooien in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;115° haar zetel hebben en haar activiteiten ontplooien in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
126° via haar aangesloten verenigingen ten minste vijfhonderd sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigen. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de organisaties voor sportieve vrijetijdsbesteding, haar aangesloten verenigingen en hun eventuele clubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand;126° via haar aangesloten verenigingen ten minste vijfhonderd sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigen. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de organisaties voor sportieve vrijetijdsbesteding, haar aangesloten verenigingen en hun eventuele clubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand;
137° geleid worden door een algemene vergadering en een raad van bestuur waarin de aangesloten verenigingen op representatieve wijze vertegenwoordigd zijn;137° geleid worden door een algemene vergadering en een bestuursorgaanwaarin de aangesloten verenigingen op representatieve wijze vertegenwoordigd zijn;
148° op zelfstandige wijze de financiën beheren en haar eigen beleid bepalen. De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid moet blijken;148° op zelfstandige wijze de financiën beheren en haar eigen beleid bepalen. De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid moet blijken;
159° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de organisatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;159° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de organisatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;
1610° ter bescherming van de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;1610° ter bescherming van de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;
1711° ter bescherming van de occasionele sportieve vrijetijdsbeoefenaars die deelnemen aan sportpromotionele acties , verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;1711° ter bescherming van de occasionele sportieve vrijetijdsbeoefenaars die deelnemen aan sportpromotionele acties of aan andere sportieve vrijetijdsbestedingsactiviteiten van de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding, verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;
1812° jaarlijks het door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en het werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de organisatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen.1812° jaarlijks , van het voorbije werkingsjaar, het werkingsverslag, het financiële verslag inclusief de jaarrekening die de algemene vergadering heeft goedgekeurd en het verslag over die goedkeuring bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de organisatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen;
1913° een integriteitsbeleid voeren, met inbegrip van het organiseren van een aanspreekpunt integriteit. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden om dat integriteitsbeleid te voeren. Ze bepaalt ook de taken van het aanspreekpunt integriteit en stelt de wijze vast waarop de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding aantoont hoe ze haar integriteitsbeleid voert.
19Het in het eerste lid, 6°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden verleend om dubbeltelling en fictieve leden uit te sluiten. Met het oog op het controleren van de erkenningsvoorwaarden kan het agentschap Sport Vlaanderen op elk ogenblik de volledige bestanden, gedeeltelijke bestanden of geaggregeerde gegevens raadplegen of opvragen. Enkel geanonimiseerde gegevens worden statistisch verwerkt. Na het einde van het lidmaatschap moeten de gegevens één jaar in het bestand worden bewaard.20Het in het eerste lid, 6°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden verleend om dubbeltelling en fictieve leden uit te sluiten. Met het oog op het controleren van de erkenningsvoorwaarden kan het agentschap Sport Vlaanderen op elk ogenblik de volledige bestanden, gedeeltelijke bestanden of geaggregeerde gegevens raadplegen of opvragen. Enkel geanonimiseerde gegevens worden statistisch verwerkt. Na het einde van het lidmaatschap moeten de gegevens één jaar in het bestand worden bewaard.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 42
1Een organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69, 70, 71, 73 en 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering.1Een organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69, 70, 71, 72, 73 en 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 43
1Erkende organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring. De subsidies voor de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding bestaan uit :1Erkende organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring. De subsidies voor de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding bestaan uit :
21° een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten. De Vlaamse Regering kan de verhouding tussen de personeels- en werkingssubsidies bepalen;21° een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten. De Vlaamse Regering kan de verhouding tussen de personeels- en werkingssubsidies bepalen;
32° een aanvullende subsidie voor de uitvoering van de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod of de beleidsfocus innovatie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, b) en c). Artikel 13, 14 en 19zijn van overeenkomstige toepassing. In deze artikelen wordt het woord "sportfederatie" gelezen als "organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding", en het woord "sport" gelezen als "sportieve vrijetijdsbesteding".32° een aanvullende subsidie voor de uitvoering van de beleidsfocus kansengroepen of de beleidsfocus innovatie, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, b) en c). Artikel 8, derde en vierde lid, en artikel 19, 23/2 en 23/3 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de woorden "sportfederatie" en "unisportfederatie" worden gelezen als "organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding", en het woord "sporttak" wordt gelezen als "sportieve vrijetijdsbesteding".
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 44
4b) de sportieve vrijetijdsbesteding van de cluster in kwestie promoten;4b) de sportieve vrijetijdsbesteding van de cluster in kwestie promoten;
5c) fungeren als centraal aanspreekpunt voor de aangesloten verenigingen, de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, en de Vlaamse overheid;5c) fungeren als centraal aanspreekpunt voor de aangesloten verenigingen, de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, en de Vlaamse overheid;
62° per olympiade een beleidsplan aan het agentschap Sport Vlaanderen voorleggen waarin ze haar organisatorische en financiële planning uiteenzet en aangeeft op welke manier de opdrachten, vermeld in punt 1°, beleidsmatig ingevuld worden. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het werkingsverslag;62° per olympiade een beleidsplan aan het agentschap Sport Vlaanderen voorleggen waarin ze haar organisatorische en financiële planning uiteenzet en aangeeft op welke manier de opdrachten, vermeld in punt 1°, beleidsmatig ingevuld worden. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting minstens per olympiade geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd;
73° minstens één voltijds equivalent in dienst hebben dat minstens beschikt over een diploma van hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan/professionele bachelor of kandidaatsdiploma/academische bachelor of een getuigschrift van hoger onderwijs, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;73° minstens één voltijds equivalent in dienst hebben dat minstens beschikt over een diploma van hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan/professionele bachelor of kandidaatsdiploma/academische bachelor of een getuigschrift van hoger onderwijs, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
84° een bestand van de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, op het secretariaat bijhouden. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de organisaties voor sportieve vrijetijdsbesteding, haar aangesloten verenigingen en hun eventuele clubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand.84° een bestand van de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, op het secretariaat bijhouden. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de organisaties voor sportieve vrijetijdsbesteding, haar aangesloten verenigingen en hun eventuele clubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 47
1Als de organisatie gesubsidieerd wil worden voor de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod of innovatie, vermeld in artikel 43, 2°, komt dat afzonderlijk aan bod in het beleidsplan.1Als de organisatie gesubsidieerd wil worden voor de beleidsfocus kansengroepen of innovatie, vermeld in artikel 43, 2°, komt dat afzonderlijk aan bod in het beleidsplan.
2De invulling van de beleidsfocussen door de organisatie wordt in een convenant met het agentschap Sport Vlaanderen vastgelegd.2De invulling van de beleidsfocussen door de organisatie wordt in een convenant met het agentschap Sport Vlaanderen vastgelegd.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 48
1De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitwerking van de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod en de beleidsfocus innovatie, waarvoor de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding aanvullende subsidies kunnen bekomen.1De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitwerking van de beleidsfocus kansengroepen en de beleidsfocus innovatie, waarvoor de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding aanvullende subsidies kunnen bekomen.
+3 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 48/1 nieuw
1Het agentschap Sport Vlaanderen kan met de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding een samenwerkingsovereenkomst sluiten over de optimalisering van de praktische en concrete uitvoering van haar opdrachten. De samenwerkingsovereenkomst geldt voor de resterende duur van een olympiade. De samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel om de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding te coachen en te begeleiden in functie van het optimaliseren van het aanbod en de werking. De uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst wordt tussentijds opgevolgd en in overleg met de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding bijgestuurd door het agentschap Sport Vlaanderen.
2De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, omvat minstens bepalingen over de te realiseren afspraken van de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en het agentschap Sport Vlaanderen, met inbegrip van de beoogde doelstellingen en de wijze waarop die gemeten of gewaardeerd worden op basis van kwantitatieve of kwalitatieve voortgangsindicatoren.
3In de mate waarin de afspraken, opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst, niet worden gerealiseerd, kan dat leiden tot een proportionele correctie van de subsidie op de wijze, vermeld in artikel 72.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 49
1Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag van een organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt in het lopende werkingsjaar een voorschot van de algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 46 uitbetaald. Het voorschot bedraagt 90 % van het bedrag, vermeld in artikel 46, op basis van het aantal sportieve vrijetijdsbeoefenaars van het voorgaande werkingsjaar.1Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag van een organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt in het lopende werkingsjaar een voorschot van de algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 46 uitbetaald. Het voorschot bedraagt 90 % van de algemene werkingssubsidie waarop de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding aanspraak kan maken.
2Het saldo van de algemene werkingssubsidie wordt uitbetaald voor 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.2Het saldo van de algemene werkingssubsidie wordt uitbetaald voor 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.
+2 −2 decreet-2016-06-10-1027012/art. 59
1Om als organisatie voor risicovechtsporten erkend te worden en te blijven, moet de organisatie aan de volgende voorwaarden voldoen :1Om als organisatie voor risicovechtsporten erkend te worden en te blijven, moet de organisatie aan de volgende voorwaarden voldoen :
21° opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
21° een vereniging zonder winstoogmerk zijn, conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
32° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;32° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
43° in haar statuten de structurele begeleiding en omkadering van de risicovechtsportbeoefening in het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als hoofddoelstelling hebben, waarbij ze fungeert als een kenniscentrum voor de risicovechtsporten en waarbij ze met deskundige krachten die sportbeoefening ondersteunt;43° in haar statuten de structurele begeleiding en omkadering van de risicovechtsportbeoefening in het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als hoofddoelstelling hebben, waarbij ze fungeert als een kenniscentrum voor de risicovechtsporten en waarbij ze met deskundige krachten die sportbeoefening ondersteunt;
54° minimaal drie jaar ervaring hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als organisatie voor de kennis van, expertise in, communicatie over en de ondersteuning van risicovechtsporten;54° minimaal drie jaar ervaring hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als organisatie voor de kennis van, expertise in, communicatie over en de ondersteuning van risicovechtsporten;
65° jaarlijks het door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en het werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de organisatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen.65° jaarlijks , van het voorbije werkingsjaar, het werkingsverslag, het financiële verslag inclusief de jaarrekening die de algemene vergadering heeft goedgekeurd en het verslag over die goedkeuring bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de organisatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen.
7De organisatie voor risicovechtsporten wordt erkend volgens de procedure, vermeld in artikel 65 tot en met 68, en de erkenning wordt voor de duur van een olympiade toegekend door de Vlaamse Regering.7De organisatie voor risicovechtsporten wordt erkend volgens de procedure, vermeld in artikel 65 tot en met 68, en de erkenning wordt voor de duur van een olympiade toegekend door de Vlaamse Regering.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 60
1De erkende organisatie voor risicovechtsporten wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69, 70, 71, 73 en 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering.1De erkende organisatie voor risicovechtsporten wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69, 70, 71, 72, 73 en 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 61
98° de organisatie uitbouwen, structureren en beheren om de opdrachten, vermeld in punt 1° tot en met 7°, kwaliteitsvol uit te voeren.98° de organisatie uitbouwen, structureren en beheren om de opdrachten, vermeld in punt 1° tot en met 7°, kwaliteitsvol uit te voeren.
10De Vlaamse Regering kan de opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader specificeren.10De Vlaamse Regering kan de opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader specificeren.
11§ 2. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, legt de organisatie voor risicovechtsporten een beleidsplan voor de volgende olympiade voor aan het agentschap Sport Vlaanderen waarin ze haar organisatorische en financiële planning uiteenzet en aangeeft op welke manier de opdrachten, vermeld in paragraaf 1, beleidsmatig ingevuld worden. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het werkingsverslag.11§ 2. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, legt de organisatie voor risicovechtsporten een beleidsplan voor de volgende olympiade voor aan het agentschap Sport Vlaanderen waarin ze haar organisatorische en financiële planning uiteenzet en aangeeft op welke manier de opdrachten, vermeld in paragraaf 1, beleidsmatig ingevuld worden. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting minstens per olympiade geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd.
+3 −0 decreet-2016-06-10-1027012/art. 63/1 nieuw
1Het agentschap Sport Vlaanderen kan met de organisatie voor risicovechtsporten een samenwerkingsovereenkomst sluiten over de optimalisering van de praktische en concrete uitvoering van haar opdrachten. De samenwerkingsovereenkomst geldt voor de resterende duur van een olympiade. De samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel om de organisatie voor risicovechtsporten te coachen en te begeleiden in functie van het optimaliseren van het aanbod en de werking. De uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst wordt tussentijds opgevolgd en in overleg met de organisatie voor risicovechtsporten bijgestuurd door het agentschap Sport Vlaanderen.
2De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, omvat minstens bepalingen over de te realiseren afspraken van de organisatie voor risicovechtsporten en het agentschap Sport Vlaanderen, met inbegrip van de beoogde doelstellingen en de wijze waarop die gemeten of gewaardeerd worden op basis van kwantitatieve of kwalitatieve voortgangsindicatoren.
3In de mate waarin de afspraken, opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst, niet worden gerealiseerd, kan dat leiden tot een proportionele correctie van de subsidie op de wijze, vermeld in artikel 72.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 64
1Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag van de organisatie voor risicovechtsporten voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt een voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 62, uitbetaald.1Onder voorbehoud dat de ingediende subsidieaanvraag van de organisatie voor risicovechtsporten voor het lopende werkingsjaar is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt een voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 62, uitbetaald.
2Het voorschot bedraagt 90 % van de subsidie waarop de organisatie voor risicovechtsporten aanspraak kan maken op basis van de ingediende subsidieaanvraag voor het lopende werkingsjaar.2Het voorschot bedraagt 90 % van de subsidie waarop de organisatie voor risicovechtsporten aanspraak kan maken.
3Het saldo van de subsidie wordt uitbetaald vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.3Het saldo van de subsidie wordt uitbetaald vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de Vlaamse Regering de definitieve subsidie voor het werkingsjaar heeft goedgekeurd.
+1 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 65
1Een aanvraag tot erkenning moet ingediend worden bij het agentschap Sport Vlaanderen uiterlijk op 1 september voorafgaand aan het jaar van de erkenning.1Een aanvraag tot erkenning moet ingediend worden bij het agentschap Sport Vlaanderen uiterlijk op 10 september voorafgaand aan het jaar van de erkenning.
2Als vastgesteld wordt dat een aanvraag onvolledig is en nog vervolledigd kan worden, vraagt het agentschap Sport Vlaanderen de aanvullende gegevens op.2Als vastgesteld wordt dat een aanvraag onvolledig is en nog vervolledigd kan worden, vraagt het agentschap Sport Vlaanderen de aanvullende gegevens op.
3Het agentschap Sport Vlaanderen brengt voor 1 oktober de aanvrager ervan op de hoogte als zijn aanvraag tot erkenning onontvankelijk is en vermeldt de reden van de onontvankelijkheid. Een aanvraag is onontvankelijk als ze niet tijdig is ingediend of als blijkt dat de sportorganisatie niet kan voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.3Het agentschap Sport Vlaanderen brengt voor 1 oktober de aanvrager ervan op de hoogte als zijn aanvraag tot erkenning onontvankelijk is en vermeldt de reden van de onontvankelijkheid. Een aanvraag is onontvankelijk als ze niet tijdig is ingediend of als blijkt dat de sportorganisatie niet kan voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.
+2 −2 decreet-2016-06-10-1027012/art. 67
1Uiterlijk tegen 1 april bezorgt elke erkende sportorganisatie, vermeld in dit decreet, aan het agentschap Sport Vlaanderen het financiële verslag en het werkingsverslag over het voorbije werkingsjaar.1Uiterlijk tegen 1 april bezorgt elke erkende sportorganisatie, vermeld in dit decreet, aan het agentschap Sport Vlaanderen over het voorbije werkingsjaar, het financiële verslag, het werkingsverslag en het verslag waarin de algemene vergadering de jaarrekening heeft goedgekeurd.
2Het financiële verslag en het werkingsverslag worden ingediend op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt.2Het financiële verslag en het werkingsverslag worden ingediend op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt.
3Voor de erkende sportorganisaties bestaat het werkingsverslag uit een overzicht van de werking en de behaalde resultaten met het oog op de gestelde doelstellingen in het voorgaande werkingsjaar, alsook, voor de erkende sportfederatie en erkende koepelorganisatie, uit de evaluatie van het beleidsplan op basis van effectmeting en, in voorkomend geval, de bijsturing van het beleidsplan.3Voor de erkende sportorganisaties bestaat het werkingsverslag uit een overzicht van de werking en de status van de geplande acties, en, in voorkomend geval, de behaalde resultaten met het oog op de gestelde doelstellingen in het voorgaande werkingsjaar.
+2 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 69
1Een aanvraag tot subsidiëring moet ingediend worden bij het agentschap Sport Vlaanderen uiterlijk op 1 september voorafgaand aan het werkingsjaar waarvoor subsidies gevraagd worden. Bij de aanvraag wordt het beleidsplan of het geactualiseerde beleidsplan gevoegd.1Een aanvraag tot subsidiëring moet ingediend worden bij het agentschap Sport Vlaanderen uiterlijk op 10 september voorafgaand aan het werkingsjaar waarvoor subsidies gevraagd worden. Bij de aanvraag wordt het beleidsplan of het geactualiseerde beleidsplan gevoegd.
2Een subsidieaanvraag voor de beleidsfocus rationalisatie wordt door een van de gesubsidieerde sportfederaties ingediend.
2Als vastgesteld wordt dat een aanvraag onvolledig is en nog vervolledigd kan worden, vraagt het agentschap Sport Vlaanderen de aanvullende gegevens op.3Als vastgesteld wordt dat een aanvraag onvolledig is en nog vervolledigd kan worden, vraagt het agentschap Sport Vlaanderen de aanvullende gegevens op.
3Het agentschap Sport Vlaanderen brengt voor 1 oktober de organisaties ervan op de hoogte als hun aanvraag tot subsidiëring onontvankelijk is en vermeldt de reden van de onontvankelijkheid. Een aanvraag is onontvankelijk als ze niet tijdig is ingediend, of als uit de aanvraag tot subsidiëring blijkt dat de organisatie niet kan voldoen aan de subsidiëringsvoorwaarden.4Het agentschap Sport Vlaanderen brengt voor 1 oktober de organisaties ervan op de hoogte als hun aanvraag tot subsidiëring onontvankelijk is en vermeldt de reden van de onontvankelijkheid. Een aanvraag is onontvankelijk als ze niet tijdig is ingediend, of als uit de aanvraag tot subsidiëring blijkt dat de organisatie niet kan voldoen aan de subsidiëringsvoorwaarden.
+3 −3 decreet-2016-06-10-1027012/art. 72
1Als het agentschap Sport Vlaanderen vaststelt dat een gesubsidieerde sportfederatie de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 17, niet realiseert, brengt het agentschap Sport Vlaanderen de sportfederatie op de hoogte van de vastgestelde overtredingen.1Als het agentschap Sport Vlaanderen vaststelt dat een gesubsidieerde sportorganisatie de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 17, 35/1, 48/1 of 63/1, niet realiseert, brengt het agentschap Sport Vlaanderen de sportorganisatie op de hoogte van de vastgestelde overtredingen.
2De sportfederatie krijgt de mogelijkheid om haar standpunt over die overtredingen in te dienen bij het agentschap Sport Vlaanderen. Daarna stelt het agentschap Sport Vlaanderen een gemotiveerd advies op over de mogelijke sancties.2De sportorganisatie krijgt de mogelijkheid om haar standpunt over die overtredingen in te dienen bij het agentschap Sport Vlaanderen. Daarna stelt het agentschap Sport Vlaanderen een gemotiveerd advies op over de mogelijke sancties.
3Onverminderd de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, beslist de Vlaamse Regering, na de kennisname van dat advies en, in voorkomend geval, van het meegedeelde standpunt van de sportfederatie over een proportionele correctie van de basissubsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, a), vanaf het volgende werkingsjaar en tot bij de jaarlijkse evaluatie wordt vastgesteld dat de overtredingen geremedieerd zijn.3Onverminderd de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, beslist de Vlaamse Regering, na de kennisname van dat advies en, in voorkomend geval, van het meegedeelde standpunt van de sportorganisatie over een proportionele correctie van de basissubsidie, vermeld in respectievelijk artikel 9, derde lid, 1°, a), artikel 33, 46 of 62, vanaf het volgende werkingsjaar en tot bij de jaarlijkse evaluatie wordt vastgesteld dat de overtredingen geremedieerd zijn.
+2 −2 decreet-2016-06-10-1027012/art. 73
1Uiterlijk tegen 1 april bezorgt elke gesubsidieerde sportorganisatie, vermeld in dit decreet, aan het agentschap Sport Vlaanderen het financiële verslag en het werkingsverslag over het voorbije werkingsjaar.1Uiterlijk tegen 1 april bezorgt elke gesubsidieerde sportorganisatie, vermeld in dit decreet, aan het agentschap Sport Vlaanderen over het voorbije werkingsjaar, het financiële verslag, het werkingsverslag en het verslag waarin de algemene vergadering de jaarrekening heeft goedgekeurd.
2Het financiële verslag en het werkingsverslag worden ingediend op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt.2Het financiële verslag en het werkingsverslag worden ingediend op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt.
3Voor de gesubsidieerde sportorganisaties bestaat het werkingsverslag uit een overzicht van de werking en de behaalde resultaten met het oog op de gestelde doelstellingen in het voorgaande werkingsjaar, alsook de evaluatie van het beleidsplan op basis van effectmeting. In het werkingsverslag worden de opdrachten en, in voorkomend geval, de beleidsfocussen waarvoor ze gesubsidieerd worden, afzonderlijk behandeld. 3Voor de gesubsidieerde sportorganisaties bestaat het werkingsverslag uit een overzicht van de werking en de status van de geplande acties, en, in voorkomend geval, de behaalde resultaten met het oog op de gestelde doelstellingen in het voorgaande werkingsjaar. In het werkingsverslag worden de opdrachten behandeld en, in voorkomend geval, de beleidsfocussen waarvoor ze gesubsidieerd worden, afzonderlijk behandeld. In het werkingsverslag van de multisportfederaties wordt de basisopdracht, vermeld in artikel 27, § 1, eerste lid, 4°, afzonderlijk behandeld.
+3 −1 decreet-2016-06-10-1027012/art. 74
1De inhoudelijke en financiële controles kunnen enerzijds tijdens het betreffende werkingsjaar, anderzijds op basis van het financiële verslag en het werkingsverslag uitgevoerd worden. Uit het financiële verslag moet duidelijk blijken welke kosten zijn gemaakt voor elke opdracht, in voorkomend geval voor elke beleidsfocus.1De inhoudelijke en financiële controles kunnen enerzijds tijdens het betreffende werkingsjaar, anderzijds op basis van het financiële verslag en het werkingsverslag uitgevoerd worden. Uit het financiële verslag moet duidelijk blijken welke kosten zijn gemaakt voor het geheel van de opdrachten en in voorkomend geval voor elke beleidsfocus.
2In afwijking van het eerste lid rapporteert de multisportfederatie in het financiële verslag afzonderlijk over de basisopdracht, vermeld in artikel 27, § 1, eerste lid, 4°.
3In afwijking van het eerste lid, blijkt uit het financiële verslag van de koepelorganisatie, de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding en de organisatie voor risicovechtsporten duidelijk welke kosten zijn gemaakt voor elke opdracht.
+0 −3 decreet-2016-06-10-1027012/art. 75 opgeheven
1Het begrotingskrediet voor de subsidiëring van de sportorganisaties, vermeld in dit decreet, wordt jaarlijks als volgt aangewend :
21° 90 % van het desbetreffende krediet wordt aangewend voor de toekenning van de voorschotten van de subsidies voor het lopende werkingsjaar;
32° 10 % van het desbetreffende krediet wordt aangewend voor de toekenning van de saldi van de subsidies voor het voorbije werkingsjaar.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd