Artikel 3.3.1.0.8
§ 1. De aangifte van nalatenschap vermeldt :
- 1°de identificatie van de erflater : de voornamen, de achternaam, het rijksregisternummer of het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, het beroep, het domicilie, de plaats en de datum van geboorte van de erflater en, in voorkomend geval, van de echtgenoot of de wettelijk samenwonende; de plaats en de datum van het overlijden van de erflater;
- 2°de identificatie van de aangevers : de voornamen, de achternaam, het rijksregisternummer of het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, het domicilie, de plaats en datum van geboorte van de aangevers;
- 3°de voornamen, de achternaam, het rijksregisternummer of het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, het domicilie, de plaats en de datum van geboorte van de personen die de hoedanigheid hebben van erfgenamen, legatarissen en begiftigden;
- 4°de graad van verwantschap tussen de erflater en zijn erfgenamen, legatarissen en begiftigden, wat door ieder van hen wordt verkregen, en de titel op basis waarvan ze tot de nalatenschap komen;
- 5°de voornamen, de achternaam, het domicilie, de geboorteplaats en -datum van de kinderen, beoogd in artikel 2.7.5.0.2, § 1;
- 6°in voorkomend geval, de aanduiding van de erfgenamen die uitgesloten zijn krachtens uiterste wilsbeschikkingen of contractuele beschikkingen;
- 7°de keuze van een woonplaats in België;
- 8°de nauwkeurige aanduiding en raming van elk goed afzonderlijk dat deel uitmaakt van het belastbare actief, alsook de vermelding van de kadastrale afdeling, het kadastraal perceel en de ligging als het een onroerend goed betreft. Als de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen met toepassing van artikel 3.3.1.0.9/1, een schatter-expert aanstellen om een schatting te maken van het geheel of een deel van de onroerende goederen die zich in België bevinden en die voor hun verkoopwaarde moeten of kunnen worden aangegeven, wordt het deskundige schattingsverslag bij de aangifte van nalatenschap gevoegd; Als de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen met toepas-sing van artikel 3.4.3.0.2 van deze codex, een verzoek tot inbetalinggeving indienen, wordt de raming vervangen door een verwijzing naar artikel 3.4.3.0.2 van deze codex als het cultuurgoed in zijn geheel deel uitmaakt van de nalatenschap of op de dag van het overlijden in zijn geheel toebehoort aan de overledene en zijn overlevende echtgenoot of zijn wettelijk samenwonende partner of op de dag van het overlijden in zijn geheel toebehoort aan de overledene en een van zijn erfgenamen, legatarissen en begiftigden;
- 9°voor alle polissen die op de dag van het overlijden van kracht waren met betrekking tot lichamelijke roerende goederen : de naam of de firma en het domicilie van de verzekeraar, de datum van de polis en het nummer ervan, alsook de verzekerde goederen en de verzekerde waarde als de door de erflater nagelaten lichamelijk roerende goederen verzekerd waren tegen brand, diefstal of een ander risico. Er moet ook uitdrukkelijk bevestigd worden dat, voor zover de aangevers weten, de goederen niet het voorwerp van andere polissen uitmaakten. Als de goederen in kwestie niet verzekerd waren op de dag van het overlijden, moet dat uitdrukkelijk in de aangifte bevestigd worden;
- 10°behoudens als toepassing wordt gemaakt van artikel 2.7.3.4.2, eerste lid, de aanduiding van iedere schuld die in mindering van het belastbare actief toegelaten kan worden, met opgave van de voornamen, de achternaam en het domicilie van de schuldeiser, van de oorzaak van de schuld en van de datum van de akte, als er een bestaat. Als de afwijking, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, van toepassing is, moet bij de schulden die specifiek zijn aangegaan om de gezinswoning te verwerven of te behouden, uitdrukkelijk worden vermeld dat ze met dat doel zijn aangegaan;
- 11°...;
- 12°de begunstigde persoon, alsook de datum van de akten of aangiften, en de grondslag waarop het registratierecht is of moet worden geheven als de erflater ten bate van zijn erfgenamen, legatarissen of begiftigden schenkingen heeft gedaan die vastgesteld zijn door akten, die dagtekenen van minder dan drie jaar vóór de datum van het overlijden en die vóór dezelfde datum tot de formaliteit van de registratie aangeboden zijn of verplicht registreerbaar geworden zijn. Ongeacht de datum van de akte geldt deze regel ook als de schenking gedaan is onder een opschortende voorwaarde die vervuld is ingevolge het overlijden van de schenker of minder dan drie jaar vóór dat overlijden;
- 13°als de erflater het vruchtgebruik van goederen gehad heeft of met fideï-commis bezwaarde goederen verkregen heeft : welke die goederen zijn, met aanduiding van de personen die tot het genot van de volle eigendom zijn gekomen of voordeel getrokken hebben uit het fideï-commis ten gevolge van het overlijden van de erflater;
- 14°met aanduiding van de betrokken persoon of de betrokken goederen, de vraag tot toepassing van :
- a)het abattement, vermeld in artikel 2.7.3.2.12;
- b)het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.7.4.2.2. In voorkomend geval moet bij de aangifte de volgende informatie gevoegd worden :
- 1)de naam en het ondernemingsnummer van de familiale onderneming of familiale vennootschap waarvoor het voordeel gevraagd wordt;
- 2)de voornaam en de achternaam van de medeaandeelhouders van de erflater en hun graad van verwantschap met de erflater;
- 3)hetzij de activa van de familiale onderneming met een duidelijke omschrijving en verwijzing naar de boekhouding en, als het onroerende goederen betreft, de vermelding of ze al dan niet hoofdzakelijk voor bewoning worden aangewend of zijn bestemd, hetzij het aantal aandelen en de precieze aard van alle aandelen van een familiale vennootschap met enerzijds de vermelding van het aantal aandelen dat in het bezit was van de erflater en van andere bij naam te noemen medeaandeelhouders, alsook met het percentage van de stemrechten dat zij vertegenwoordigen, en anderzijds de aard van het zakelijk recht dat de erflater en andere bij naam te noemen personen bezitten;
- 4)kopieën van de goedgekeurde jaarrekeningen van de drie boekjaren die voorafgaan aan het overlijden van de erflater, opgemaakt overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de plaats waar de zetel gevestigd is als de zetel van de onderneming of vennootschap niet in België ligt;
- 5)kopieën van het rechtsgeldige aandelenregister of, bij gebrek daaraan, de door alle aandeelhouders ondertekende notulen van de laatste algemene vergadering die voorafgaat aan het overlijden van de erflater, waaruit op ondubbelzinnige wijze de participaties blijken, vermeld in artikel 2.7.4.2.2, § 1, eerste lid, 2°, of tweede lid;
- 6)een kopie van de laatste voor het overlijden door de erflater ingediende fiscale aangifte voor de personenbelasting wat familiale ondernemingen betreft;
- 7)een kopie van de gecoördineerde statuten, zoals van toepassing op de dag van het overlijden;
- 8)een verslag dat een bedrijfsrevisor, die niet de commissaris is, of een gecertificeerd accountant heeft uitgereikt. Het verslag is gedateerd en ondertekend voorafgaand aan de datum van de indiening van de aangifte van nalatenschap voor elke familiale vennootschap. Het verslag bevat al de volgende elementen:
- i)de voor- en achternaam van de bedrijfsrevisor of de accountant, het registratienummer in het openbaar register, vermeld in artikel 10, §1, van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, of het inschrijvingsnummer in het openbaar register, vermeld in artikel 29 van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur;
ii) de voor- en achternaam, het rijksregisternummer en het adres van de aanvrager of, als er verschillende zijn, de aanvragers;
iii) de naam en het ondernemingsnummer van de familiale vennootschap waarvoor het verlaagde tarief wordt gevraagd;
iv) de verkoopwaarde van de volle eigendom van de vererfde aandelen van de familiale vennootschap, zoals die is geraamd door de bedrijfsrevisor of de accountant;
- v)de verkoopwaarde en de opsomming van de onroerende goederen die tot bewoning worden aangewend of bestemd, met inbegrip van bouwgronden als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 1°/1, van deze codex, waarop de familiale vennootschap of haar dochtervennootschappen zakelijke rechten hebben, en de aard van die zakelijke rechten. De vermelding bevat de kadastrale gegevens, namelijk de kadastrale afdeling, de sectie, het perceelnummer en het partitienummer, de kadastrale oppervlakte, het kadastraal inkomen en, in voorkomend geval, de kadastrale detailidentificatie van een privatieve eigendom;
vi) het gedeelte van de waarde, zoals die is geraamd door de bedrijfsrevisor of de accountant, vermeld in punt iv), dat wordt bepaald door de verkoopwaarde van de onroerende goederen, vermeld in punt v), in de familiale vennootschap, of in participaties van minstens 10% van de familiale vennootschap in haar dochtervennootschappen;
vii) het verschil tussen de verkoopwaarde, vermeld in punt iv), en de verkoopwaarde, vermeld in punt vi);
viii) de motivering van de wijze waarop de bedrijfsrevisor of de accountant de verkoopwaarden, vermeld in punt iv), vi) en vii), heeft bepaald, met vermelding van de gebruikte waarderingsmethode;
ix) de referentiedatum voor de waardebepaling, vermeld in punt iv) en v), namelijk de datum van het overlijden van de erflater;
- c)de vermindering, vermeld in artikel 2.7.5.0.3;
- d)de vermindering, vermeld in artikel 2.7.5.0.4;
- e)de aftrek, vermeld in artikel 2.7.5.0.5;
- f)de vrijstelling, vermeld in artikel 2.7.6.0.1, waarbij tevens de maatschappelijke rechten moeten worden vermeld in de aangifte van de nalaten|Upschap die deel uitmaken van de nalatenschap van de inschrijver, of belastbaar zijn overeenkomstig artikel 2.7.1.0.4. In voorkomend geval moet bij de aangifte ook het attest, vermeld in artikel 2.7.6.0.1, § 4, worden gevoegd;
- g)...;
- h)...;
- i)de vrijstelling, vermeld in artikel 2.7.6.0.4;
- j)de vrijstelling, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid;
- k)de vrijstelling, vermeld in artikel 2.7.6.0.5. In voorkomend geval moeten de verzoekers in de aangifte verklaren dat ze kennis hebben van het bepaalde in artikel 16septiesdecies, eerste lid, 1°, en het tweede tot en met het vierde lid van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. In voorkomend geval wordt hetzij een afschrift van de beslissing tot goedkeuring van het natuurbeheerplan, vermeld in artikel 16octies, § 1, eerste lid, 5°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, hetzij een afschrift van de overeenkomst, vermeld in artikel 2.7.6.0.5, § 2, tweede lid, gevoegd bij de aangifte;
- l)de vermindering, vermeld in artikel 2.7.5.0.6 van deze codex;
- m)de vrijstelling, vermeld in artikel 2.7.6.0.6, § 1;
- n)het verzoek tot inbetalinggeving, vermeld in artikel 3.4.3.0.2 van deze codex, als het cultuurgoed in zijn geheel deel uitmaakt van de nalatenschap of op de dag van het overlijden in zijn geheel toebehoort aan de overledene en zijn overlevende echtgenoot of zijn wettelijk samenwonende partner of op de dag van het overlijden in zijn geheel toebehoort aan de overledene en een van zijn erfgenamen, legatarissen en begiftigden;
- o)het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.7.4.2.5, §1, eerste lid;
- 15°in voorkomend geval de erfovereenkomst die is opgesteld conform artikel 4.254 tot en met 4.259 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van die notariële erfovereenkomst bij de aangifte gevoegd;
- 16°in voorkomend geval de verkrijgingen van vruchtgebruik met toepassing van artikel 4.18 of artikel 4.23, §2, van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van de akte van schenking bij de aangifte gevoegd. In geval van verzaking aan het vruchtgebruik op een ander tijdstip wordt het stuk gevoegd waaruit die verzaking blijkt;
- 17°in voorkomend geval welke schenkingen, levensverzekeringen en legaten aan inbreng of inkorting zijn onderworpen en in bevestigend geval op welke wijze de inbreng of inkorting gebeurt.
Als het successierecht verschuldigd is, bevat de aangifte bovendien de uitdrukkelijke vermelding van het adres en de datum en duur van de vestiging van de verschillende fiscale woonplaatsen die de erflater of de afwezige gehad heeft in de periode van vijf jaar voorafgaand aan zijn overlijden of aan het tijdstip waarop het laatste bericht van de afwezige werd ontvangen.
De aangifte van de nalatenschap wordt door de aangevers ondertekend.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 8°, mogen elk van volgende groepen van goederen het voorwerp uitmaken van een globale aangifte en globale raming :
- 1°andere onroerende goederen dan de onroerende goederen door bestemming, vermeld in punt 2° tot en met punt 8° hieronder, die een enig bedrijf of een enkel domeingeheel uitmaken;
- 2°wat betreft de voorwerpen die tot een landbouwbedrijf dienen :
- a)elke soort van dieren;
- b)het landbouwgereedschap;
- c)de bezaaiingen en andere vruchten te velde;
- d)de zaden, de waren, het stro en de meststoffen;
- 3°wat betreft de voorwerpen die tot een nijverheidsbedrijf dienen :
- a)de werktuigen;
- b)de vervaardigde of bereide koopwaren en de grondstoffen;
- 4°wat betreft de voorwerpen die tot een handelsbedrijf of ambachtsbedrijf dienen :
- a)het materieel en de bedrijfstoestellen;
- b)de koopwaren;
- 5°de materiële roerende goederen, dienstig voor of aangewend in het kader van een vrij beroep;
- 6°de kledingstukken, de juwelen, de boeken en alle andere voorwerpen tot persoonlijk gebruik van de erflater;
- 7°de stoffering, het vaatwerk, het keukengereedschap en andere voorwerpen van gelijke aard;
- 8°de verzamelingen van schilderijen, porselein, wapens en andere voorwerpen;
- 9°de wijn en andere waren.
Het eerste lid geldt niet voor cultuurgoederen die worden aangeboden om de erfbelasting en toebehoren te betalen met toepassing van artikel 3.4.3.0.2.