§ flandrepo
20 regels · van kracht sinds 13 sep 2021

Artikel 8

§ 1. Het bewijs van een dopingpraktijk moet geleverd worden door de ADO. Het bewijs van de dopingpraktijk zal zijn geleverd, als de ADO de dopingpraktijk genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt voor het disciplinair orgaan, waarbij rekening gehouden wordt met de ernst van de vermeende dopingpraktijk. De bewijsstandaard is meer dan een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een bewijs boven redelijke twijfel.

Als de sporter of andere persoon een vermoeden moet weerleggen of specifieke feiten en omstandigheden moet bewijzen, is de bewijsstandaard een afweging van waarschijnlijkheid.

Feiten met betrekking tot een dopingpraktijk kunnen met alle middelen van recht worden vastgesteld, inclusief bekentenissen.

§ 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 gelden in disciplinaire procedures en procedures van resultatenbeheer overeenkomstig artikel 3.2 van de Code de volgende bewijsregels:

  1. 1°analytische methoden of decisielimieten die het WADA goedkeurt na overleg met de wetenschappelijke gemeenschap in kwestie of die onderworpen zijn aan collegiale toetsing, worden verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn. Elke sporter of andere persoon die wil weerleggen dat voldaan is aan de voorwaarden van veronderstelling van wetenschappelijke validiteit of die de eigenlijke veronderstelling van wetenschappelijke validiteit wil weerleggen, brengt als opschortende voorwaarde eerst het WADA op de hoogte van de betwisting en de grondslag ervan. Het disciplinaire orgaan, in eerste aanleg of in graad van beroep, of het TAS kan op eigen initiatief ook het WADA op de hoogte brengen van een dergelijke betwisting. Binnen tien dagen nadat het WADA die kennisgeving en het disciplinair dossier dat gekoppeld is aan de betwisting heeft ontvangen, heeft het WADA het recht om als partij te interveniëren, als amicus curiae op te treden of op een andere wijze bewijzen te leveren in een dergelijke procedure. In zaken voor het TAS stelt het TAS op verzoek van het WADA een geschikte wetenschappelijke expert aan om haar bij te staan in de beoordeling van de betwisting;
  2. 2°de door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria worden vermoed de analyses van monsters en de bewaarprocedures te hebben uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria. De sporter of andere persoon kan dat vermoeden weerleggen door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria heeft plaatsgevonden die redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt. Als de sporter of andere persoon het vermoeden weerlegt door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, moet de ADO aantonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt;
  3. 3°afwijkingen van andere Internationale Standaarden dan de Internationale Standaard voor Laboratoria, vermeld in punt 2°, of van andere antidopingregels of richtlijnen die zijn opgenomen in de Code of de regels van een ADO, maken een analyseresultaat of een ander bewijs niet ongeldig en kunnen niet worden ingeroepen om te bewijzen dat een dopingpraktijk niet is begaan. Als de sporter of andere persoon aantoont dat een van de volgende afwijkingen van de bepalingen van de Internationale Standaarden redelijkerwijs kan geleid hebben tot het vaststellen van een dopingpraktijk op basis van een afwijkend analyseresultaat of inbreuk op de verblijfsgegevensverplichtingen, ligt de bewijslast bij de ADO om aan te tonen dat die onregelmatigheid het afwijkend analyseresultaat of de inbreuk op de verblijfsgegevensverplichtingen niet heeft veroorzaakt. De volgende bewijsregels zijn daarbij van toepassing:
  4. a)bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken in het proces van monsterneming of verdere handelingen met het monster, die redelijkerwijs een dopingpraktijk op basis van een afwijkend analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet veroorzaakt heeft;
  5. b)bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer of de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken in de vaststelling van een afwijkend paspoortresultaat, die redelijkerwijs een dopingpraktijk kan hebben veroorzaakt, draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking de dopingpraktijk niet veroorzaakt heeft;
  6. c)bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer in de verplichte kennisgeving aan de sporter van het openen van het B-monster, die redelijkerwijs een dopingpraktijk op basis van een afwijkend analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet veroorzaakt heeft;
  7. d)bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer die verband houdt met een verplichte kennisgeving, die redelijkerwijs een dopingpraktijk gebaseerd op een inbreuk op de verblijfsgegevensverplichting kan hebben veroorzaakt, draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking de inbreuk op de verblijfsgegevens niet veroorzaakt heeft;
  8. 4°feiten die worden aangetoond op grond van een beslissing van een rechtbank of een bevoegd professioneel disciplinair orgaan waartegen geen beroepsprocedure loopt, vormen een onweerlegbaar bewijs van de feiten tegen de sporter of andere persoon waarop de beslissing betrekking heeft, tenzij de sporter of andere persoon aantoont dat de beslissing de principes van eerlijke rechtsbedeling schendt;
  9. 5°de commissie die optreedt in een hoorzitting over een dopingpraktijk, mag een negatieve gevolgtrekking maken ten aanzien van een sporter of andere persoon die wordt beschuldigd van de dopingovertreding op basis van zijn weigering, nadat hij daarvoor redelijke tijd op voorhand is opgeroepen, om te verschijnen tijdens de zitting, hetzij persoonlijk of telefonisch, zoals opgedragen door de commissie, en de vragen van de commissie of de ADO die de dopingovertreding ten laste legt, te beantwoorden.

§ 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 en 2 gelden de volgende specifieke bewijsregels:

  1. 1°een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, is voldoende aangetoond in de volgende gevallen:
  2. a)de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter, waarbij de sporter geen analyse vraagt van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;
  3. b)als het B-monster wordt geanalyseerd en de analyse van het B-monster bevestigt de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter;
  4. c)als het A- of B-monster wordt verdeeld in twee delen en de analyse van het conformatiedeel van het verdeelde monster bevestigt de aanwezigheid van de verboden stof, metabolieten of markers ervan in het eerste deel van het verdeelde monster, of de sporter ziet af van de analyse van het confirmatiedeel van het verdeelde monster;
  5. 2°met uitzondering van de stoffen waarvoor specifiek een decisielimiet is opgegeven in de verboden lijst of in een Technisch Document, toont de aanwezigheid van om het even welke hoeveelheid van een verboden stof, metaboliet of marker ervan in een monster van een sporter, een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, aan. De verboden lijst of de Internationale Standaarden of Technische Documenten kunnen bijzondere criteria vaststellen voor de rapportering of beoordeling van bepaalde verboden stoffen;
  6. 3°een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 2°, kan blijken uit andere deugdelijke bewijsmiddelen zoals bekentenissen, getuigenverklaringen, documenten, conclusies uit de analyse van het biologisch paspoort of analyses die op zich niet volstaan om een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, aan te tonen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd