§ flandrepo
10 regels · van kracht sinds 13 sep 2021

Artikel 42/6

§ 1. Breedtesporters die geen lid zijn van een aangesloten federatie, niet deelnemen aan sportactiviteiten in georganiseerd verband die georganiseerd zijn door een aangesloten federatie of die geen competitieve breedtesporters zijn, dienen zich te allen tijde te onthouden van het begaan van de volgende dopingpraktijken:

  1. 1°het gebruik of poging tot gebruik van een verboden stof of methode dat niet overeenstemt met een passende rechtvaardiging, conform paragraaf 2, eerste lid;
  2. 2°bezit van een verboden stof of methode dat niet overeenstemt met een passende rechtvaardiging, conform paragraaf 2, eerste lid;
  3. 3°het ontwijken of poging tot ontwijken van een monsterneming door een bevoegd persoon of het weigeren zich te onderwerpen aan de monsterneming;
  4. 4°bedrog of poging tot bedrog bij enig onderdeel van het monsternemingsproces.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder verboden stof of methode: elke verboden stof of verboden methode die op de verboden lijst, vermeld in artikel 9, is aangeduid als te allen tijde verboden, binnen en buiten wedstrijdverband.

§ 2. Een breedtesporter als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, begaat geen dopingpraktijk als de sporter in kwestie kan aantonen dat het gebruik of bezit van die verboden stoffen of methoden kadert in een normale medische behandeling, die voldoet aan al de volgende criteria:

  1. 1°de onderliggende medische oorzaak voor de behandeling is gediagnosticeerd en voorgeschreven door een medische beroepsbeoefenaar en wordt uitgevoerd onder medische begeleiding;
  2. 2°de voorgeschreven behandeling met verboden stoffen of methoden en de voorgeschreven dosis of frequentie is acceptabel binnen de grenzen van de gangbare medische praktijk, gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde geneeskunde, voor het behandelen van de gediagnosticeerde aandoening;
  3. 3°de behandeling met verboden stoffen en methoden heeft alleen als doel om de sporter terug te brengen tot een normale gezondheidstoestand en beoogt geen bijkomende of excessieve prestatiebevorderende effecten ten opzichte van de normale gezondheidstoestand waarover de sporter in kwestie zou beschikken zonder de onderliggende aandoening.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd