Artikel 4
§ 1. De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op elke sporter, op elke begeleider of op elke andere persoon in relatie tot een sporter of sportactiviteit, of op elke andere persoon die betrokken is bij enig aspect van een dopingcontrole, op antidopingorganisaties met inbegrip van NADO Vlaanderen, op sportverenigingen, op controlelaboratoria en op personeelsleden of personen die onder delegatie werken van die sportverenigingen, antidopingorganisaties en controlelaboratoria.
§ 2. Sporters en andere personen, met inbegrip van begeleiders, zijn onderworpen aan de disciplinaire maatregelen binnen de tuchtregeling die opgezet is conform dit decreet en de Code. NADO Vlaanderen treedt voor de toepassing van dit decreet en de tuchtregeling op als Nationale Antidopingorganisatie onder de Code, en voert daarbij de opdrachten uit die aan NADO Vlaanderen zijn verleend bij dit decreet en de Code.
Voor sporters en andere personen, met inbegrip van begeleiders, die onder de bevoegdheid van een aangesloten federatie vallen, zijn de aangesloten federaties verantwoordelijk voor de vervolging en disciplinaire bestraffing van de overtredingen inzake dopingpraktijken conform dit decreet en de Code. NADO Vlaanderen vervult daarbij de rol van Nationale Antidopingorganisatie onder de Code en kan daarbij gebruikmaken van alle bevoegdheden die bij dit decreet en de Code aan NADO Vlaanderen zijn verleend, en blijft verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat elk aspect van dopingcontrole uitgevoerd wordt conform de Code.
Sporters, begeleiders en andere personen die niet onder de bevoegdheid van een aangesloten federatie vallen, worden voor de overtreding inzake dopingpraktijken, tuchtrechtelijk vervolgd en bestraft door NADO Vlaanderen voor de disciplinaire organen van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. In afwijking van paragraaf 2 zijn breedtesporters die geen competitieve breedtesporters zijn of geen lid zijn van een aangesloten federatie en die niet deelnemen aan sportactiviteiten in georganiseerd verband die georganiseerd zijn door een aangesloten federatie, voor de vaststelling en disciplinaire vervolging van dopingpraktijken onderworpen aan de bepalingen van artikel 42/6 tot en met 42/11, en niet onderworpen aan de toepassing van de Code.
De breedtesporters, vermeld in het eerste lid, worden wel beschouwd als sporters voor de preventie van dopingpraktijken en de educatie, vermeld in artikel 5.