Artikel 36
§ 1. De disciplinaire raad neemt kennis van het beroep dat kan ingesteld worden door de sporter of andere persoon, of, in voorkomend geval, door zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben.
De disciplinaire raad neemt eveneens kennis van het beroep dat kan ingesteld worden door de volgende partijen:
- 1°NADO Vlaanderen of de andere partijen in de zaak;
- 2°de NADO van de verblijfsplaats van de sporter of andere persoon of van de plaats waar de sporter of andere persoon de nationaliteit heeft of zijn licentie heeft verkregen;
- 3°de bevoegde internationale federatie;
- 4°het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, of als de beslissing een effect kan hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen;
- 5°het WADA.
In afwijking van het tweede lid is de enige partij die beroep kan instellen tegen het opleggen van een voorlopige schorsing, de sporter of andere persoon aan wie de voorlopige schorsing is opgelegd.
§ 2. Tegen de volgende beslissingen kan beroep worden ingesteld bij de disciplinaire raad:
- 1°een beslissing van de disciplinaire commissie dat een dopingpraktijk is gepleegd, die gevolgen van dopingpraktijken oplegt of geen gevolgen oplegt, of dat geen dopingpraktijk is begaan;
- 2°een beslissing van de disciplinaire commissie dat de procedure die het gevolg is van een dopingpraktijk niet kan verdergezet worden op basis van procedurele gronden, met inbegrip van verjaring;
- 3°een beslissing van de disciplinaire commissie over de mogelijke schending van het verbod op deelname tijdens een periode van uitsluiting of een voorlopige schorsing als vermeld in artikel 23/1, § 3, van dit decreet, en conform artikel 10.14.3 van de Code;
- 4°een beslissing van de disciplinaire commissie die betrekking heeft op de herziening van een beslissing opgelegd voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wijzigingen in de Code, conform artikel 70, derde lid, van dit decreet, en artikel 27.3 van de Code;
- 5°een beslissing die genomen is met toepassing van artikel 23/1/2, § 4, van dit decreet, die niet conform is aan artikel 10.8.1 van de Code;
- 6°een beslissing van de disciplinaire commissie om een voorlopige schorsing op te leggen of op te heffen na een voorlopige hoorzitting;
- 7°een beslissing van NADO Vlaanderen om een afwijkend analyseresultaat of een atypisch analyseresultaat niet te vervolgen als een dopingpraktijk, of een beslissing om een mogelijke dopingpraktijk niet verder te vervolgen na onderzoek, conform artikel 23/1/2, § 2;
- 8°een beslissing van NADO Vlaanderen of de disciplinaire commissie, dat NADO Vlaanderen bevoegdheid voor resultatenbeheer heeft, of niet bevoegd is om een sanctie op te leggen;
- 9°een beslissing van NADO Vlaanderen over een voorlopige schorsing die niet conform artikel 23/2, § 1, elfde lid, van dit decreet en artikel 7.4 van de Code genomen is;
- 10°een beslissing van NADO Vlaanderen om de toepassing van gevolgen van dopingpraktijken ten gevolge van substantiële hulp op te schorten of niet op te schorten, of de opschorting ongedaan te maken of niet ongedaan te maken, in uitvoering van artikel 10.7.1 van de Code;
- 11°een beslissing van NADO Vlaanderen om de beslissing van een andere ADO niet toe te passen, conform artikel 15 van de Code;
- 12°een beslissing van het WADA om het resultatenbeheer toe te wijzen, in uitvoering van artikel 7.1 van de Code;
- 13°een beslissing die niet conform artikel 7.1.4 en 7.1.5 van de Code is tot stand gekomen.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, kan tegen een beslissing als vermeld in paragraaf 2, die betrekking heeft op de deelname aan internationale evenementen of die betrekking heeft op internationale elitesporters, enkel beroep ingesteld worden voor het TAS, door de partijen, vermeld in paragraaf 1.
§ 4. De draagwijdte van een beroep, ingesteld tegen een beslissing als vermeld in paragraaf 2, is niet beperkt tot de aangelegenheden of draagwijdte van de oorspronkelijke beslissing, maar heeft betrekking tot alle relevante aangelegenheden van de zaak. Elke partij mag in beroep bewijzen voorleggen, argumenten ontwikkelen en vordering instellen die niet in eerste aanleg werden opgeworpen, voor zover die voortkomen uit dezelfde grond van de zaak, begrepen waren in de tenlastelegging of voortkomen uit dezelfde feiten of omstandigheden die opgeworpen of behandeld werden in eerste aanleg.
Het instellen van het hoger beroep heeft geen opschortende werking, tenzij de beroepsinstantie de schorsing van de beslissing beveelt.
§ 5. Als de zaak aanhangig wordt gemaakt bij het TAS, zal het TAS niet gebonden zijn door de discretionaire afweging door de instantie tegen wiens beslissing beroep wordt ingesteld.
Alle partijen bij een beroepsprocedure voor het TAS zijn gehouden er voor te zorgen dat het WADA en alle andere partijen met het recht beroep in te stellen, tijdig op de hoogte zijn gebracht van het beroep.
Incidenteel beroep en navolgend beroep door enige partij die genoemd wordt in een zaak die op grond van het decreet en de Code voor het TAS wordt gebracht, is toegelaten. Een partij met het recht om beroep in te stellen op grond van dit decreet en artikel 13 van de Code moet het incidenteel beroep of navolgend beroep instellen uiterlijk met de verweermiddelen van de partijen.