Artikel 24/1
§ 1. Tegen de volgende beslissingen of in de volgende gevallen, kan beroep worden ingesteld, conform artikel 13.2 van de Code:
- 1°een beslissing van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, dat een dopingpraktijk is gepleegd, die gevolgen van dopingpraktijken oplegt of geen gevolgen oplegt, of dat geen dopingpraktijk is begaan;
- 2°een beslissing van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, dat de procedure die het gevolg is van een dopingpraktijk niet kan verdergezet worden op basis van procedurele gronden, met inbegrip van verjaring;
- 3°een beslissing van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, over de mogelijke schending van het verbod op deelname tijdens een periode van uitsluiting of voorlopige schorsing als vermeld in artikel 23/1, § 3, van dit decreet, en conform artikel 10.14.3 van de Code;
- 4°een beslissing van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, tweede lid, 5°, die betrekking heeft op de herziening van een beslissing voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wijzigingen in de Code, conform artikel 70, derde lid, van dit decreet en artikel 27.3 van de Code;
- 5°een beslissing die genomen is met toepassing van artikel 23/1/2, § 4, van dit decreet, die niet conform is aan artikel 10.8.1 van de Code;
- 6°een beslissing van een aangesloten federatie om een voorlopige schorsing op te leggen of op te heffen na een voorlopige hoorzitting, conform artikel 24, § 1;
- 7°een beslissing van NADO Vlaanderen om een afwijkend analyseresultaat of een atypisch analyseresultaat niet te vervolgen als een dopingpraktijk, of een beslissing om een mogelijke dopingpraktijk niet verder te vervolgen na onderzoek, conform artikel 23/1/2, § 2;
- 8°een beslissing van NADO Vlaanderen of een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, dat NADO Vlaanderen of de aangesloten federatie geen bevoegdheid voor resultatenbeheer heeft, of niet bevoegd is om gevolgen van dopingpraktijken op te leggen;
- 9°een beslissing van NADO Vlaanderen over een voorlopige schorsing die niet conform is met artikel 23/2, § 1, elfde lid, van dit decreet en artikel 7.4 van de Code.
- 10°een beslissing van NADO Vlaanderen of een aangesloten federatie om de toepassing van gevolgen van dopingpraktijken ten gevolge van substantiële hulp op te schorten of niet op te schorten, of de opschorting ongedaan te maken of niet ongedaan te maken, in uitvoering van artikel 10.7.1 van de Code;
- 11°een beslissing van NADO Vlaanderen om de beslissing van een andere ADO niet toe te passen conform artikel 15 van de Code;
- 12°een beslissing van het WADA om geen uitzondering toe te staan op de verplichting van een sporter die zich heeft teruggetrokken uit de sport om zes maanden voorafgaand aan de terugkeer in competitie de terugkeer te melden, conform artikel 21, § 4, van dit decreet en artikel 5.6.1 van de Code;
- 13°een beslissing van het WADA om het resultatenbeheer toe te wijzen, in uitvoering van artikel 7.1 van de Code;
- 14°een beslissing die niet conform artikel 7.1.4 en 7.1.5 van de Code is tot stand gekomen.
§ 2. De draagwijdte van een beroep als vermeld in paragraaf 1 is niet beperkt tot de elementen of de draagwijdte die in de oorspronkelijke beslissing begrepen zijn, maar strekt zich uit over alle elementen die relevant zijn in de zaak. Elke partij met het recht om beroep in te stellen mag bewijzen aanbrengen, argumenten ontwikkelen en vorderingen instellen die niet in eerste aanleg werden opgeworpen op voorwaarde dat ze voortkomen uit dezelfde rechtsvordering of het geheel van feiten of omstandigheden die werden opgeworpen bij de behandeling in eerste aanleg.
Het instellen van een beroep tegen een beslissing als vermeld in paragraaf 1 schorst de uitvoering van de beslissing niet tenzij de schorsing uitdrukkelijk wordt bevolen door de beroepsinstantie.
Het TAS is bij het nemen van een beslissing niet gebonden door de afweging die gemaakt is door de instantie tegen wiens beslissing een beroep is ingesteld.
Al de partijen bij een beroepsprocedure voor het TAS moeten garanderen dat het WADA en alle andere partijen met het recht om beroep in te stellen tijdig op de hoogte zijn gebracht van het beroep.
De termijn om beroep in te stellen voor andere partijen dan het WADA is bepaald door de regels van de beroepsinstantie. De beroepstermijn voor het WADA is de langste van de volgende perioden:
- 1°21 dagen volgend op het verstrijken van de termijn voor het instellen van een ontvankelijk beroep door enige andere partij;
- 2°21 dagen na ontvangst van een volledig dossier dat betrekking heeft op de genomen beslissing.
Incidenteel beroep en andere vormen van navolgend beroep door enige andere verwerende partij die genoemd wordt in zaken die voor het TAS worden gebracht op grond van dit decreet of de Code zijn uitdrukkelijk toegestaan. Elke partij met het recht om beroep in te stellen op grond van dit decreet en artikel 13 van de Code moeten een incidenteel of navolgend beroep instellen ten laatste gelijktijdig met de verweermiddelen van de partij.
§ 3. De aangesloten federaties kunnen een operationeel en institutioneel onafhankelijke beroepsinstantie oprichten die kennis kan nemen van een beroep als vermeld in paragraaf 1. Als de aangesloten federaties geen institutioneel onafhankelijke beroepsinstantie hebben opgericht, wordt het beroep ingesteld bij het TAS.
Een beroepsinstantie als vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende vereisten:
- 1°het houden van een hoorzitting binnen een redelijke termijn;
- 2°het garanderen van een eerlijke, onpartijdige en operationeel en institutioneel onafhankelijke hoorinstantie;
- 3°het garanderen van het recht op juridische bijstand aan de persoon in kwestie, op kosten van die persoon;
- 4°het afleveren van een beslissing binnen een redelijke termijn.
§ 4. Met uitzondering van de zaken, vermeld in paragraaf 5, kan beroep ingesteld worden tegen beslissingen als vermeld in paragraaf 1 bij de beroepsinstantie die is opgericht door de aangesloten federaties, conform het eerste en tweede lid, of als die beroepsinstantie er niet is, bij het TAS, door de volgende partijen:
- 1°de sporter of andere persoon op wie de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld betrekking heeft;
- 2°de andere partijen in de zaak waarin een beslissing is genomen;
- 3°de bevoegde internationale federatie;
- 4°de NADO van de verblijfsplaats van de sporter of andere persoon of van de plaats waar de sporter of andere persoon de nationaliteit heeft of zijn licentie heeft verkregen;
- 5°in voorkomend geval het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben dat verband houdt met de Olympische of Paralympische Spelen, met inbegrip van beslissingen die een effect kunnen hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen;
- 6°het WADA.
In afwijking van het eerste lid, is de enige persoon die beroep mag instellen tegen het opleggen van een voorlopige schorsing, de sporter of andere persoon aan wie de voorlopige schorsing is opgelegd.
Tegen elke beslissing van een beroepsinstantie die is opgericht door de aangesloten federaties als vermeld in het eerste lid, kan enkel door het WADA, de bevoegde internationale federatie en het IOC of het IPC hoger beroep ingesteld worden bij het TAS.
Als het WADA het recht heeft om beroep in te stellen onder dit decreet of artikel 13 van de Code, en geen enkele andere partij een beroep heeft ingesteld tegen de finale beslissing binnen de procedure die door de ADO is ingesteld, is het WADA niet gehouden enige voorafgaande mogelijkheid van beroep uit te putten binnen de procedure die door de ADO is bepaald, en kan het WADA rechtstreeks beroep tegen die beslissing instellen bij het TAS.
§ 5. Een beroep tegen beslissingen als vermeld in paragraaf 1, met betrekking tot internationale elitesporters of die voortkomen uit deelname aan internationale evenementen, kan enkel ingesteld worden bij het TAS. De volgende partijen hebben het recht om beroep in te stellen:
- 1°de sporter of andere persoon op wie de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld betrekking heeft;
- 2°de andere partijen in de zaak waarin een beslissing is genomen;
- 3°de bevoegde internationale federatie;
- 4°de NADO van de verblijfsplaats van de sporter of andere persoon of van de plaats waar de sporter of andere persoon de nationaliteit heeft of zijn licentie heeft verkregen;
- 5°in voorkomend geval het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben dat verband houdt met de Olympische of Paralympische Spelen, met inbegrip van beslissingen die een effect kunnen hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen;
- 6°het WADA.
In afwijking van het eerste lid, is de enige persoon die beroep mag instellen tegen het opleggen van een voorlopige schorsing, de sporter of andere persoon aan wie de voorlopige schorsing is opgelegd.