§ flandrepo
19 regels · van kracht sinds 13 sep 2021

Artikel 23/1

§ 1. Het resultatenbeheer over dopingpraktijken wordt uitgevoerd door:

  1. 1°de ADO die de organisator en coördinator van de dopingcontrole is als de dopingpraktijk verband houdt met de dopingcontrole in kwestie;
  2. 2°de ADO die het biologisch paspoort of de verblijfsgegevens beheert als de dopingpraktijk verband houdt met het biologisch paspoort;
  3. 3°de ADO die de betrokkene de eerste kennisgeving verstuurde van een onderzoek naar de niet-analytische dopingpraktijk.

De ADO die de verblijfsgegevens beheert van de sporter in kwestie, oefent het resultatenbeheer uit voor de opvolging van een mogelijk aangifteverzuim of een mogelijke gemiste test, of een andere inbreuk op de verblijfsgegevensverplichtingen, of in voorkomend geval voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 4°.

Als tussen ADO's een geschil ontstaat over wie verantwoordelijk is voor de vervolging van een dopingpraktijk, zal, overeenkomstig artikel 7.1 van de Code, het WADA beslissen. Tegen de beslissing van het WADA kan binnen zeven dagen na de kennisgeving beroep ingesteld worden bij het TAS.

Als een sporter of andere persoon zich terugtrekt terwijl een onderzoek naar een mogelijke overtreding van de antidopingregels hangende is, behoudt de op dat moment bevoegde ADO de bevoegdheid om het onderzoek af te ronden. Als een sporter of andere persoon zich heeft teruggetrokken voor een onderzoek was gestart, behoudt de ADO die bevoegd zou geweest zijn voor het resultatenbeheer over de sporter of andere persoon op het moment van het begaan van de mogelijke dopingpraktijk, de bevoegdheid om een onderzoek te voeren.

Er kan alleen een disciplinaire procedure worden ingesteld tegen een sporter of andere persoon wegens dopingpraktijken als die sporter of andere persoon conform de Code op de hoogte is gebracht, of als redelijke pogingen zijn ondernomen om hem op de hoogte te brengen, van de beweerde dopingpraktijk binnen tien jaar na de vermeende datum waarop de overtreding is gepleegd.

§ 2. NADO Vlaanderen is bevoegd voor het uitoefenen van het resultatenbeheer als NADO Vlaanderen conform paragraaf 1 het resultatenbeheer heeft over de mogelijke dopingpraktijk of inbreuk op de verblijfsgegevensverplichtingen, en de sporter of andere persoon onder de disciplinaire bevoegdheid valt van een aangesloten federatie, conform artikel 24, of onder de disciplinaire bevoegdheid van disciplinaire commissie, conform artikel 30.

NADO Vlaanderen kan eveneens het resultatenbeheer aanvaarden op vraag van een andere ADO of toegewezen krijgen van het WADA en het resultatenbeheer uitoefenen, voor zover de sporter of andere persoon onder de disciplinaire bevoegdheid van een aangesloten federatie, conform artikel 24, of onder de disciplinaire bevoegdheid van disciplinaire commissie, conform artikel 30.

Als NADO Vlaanderen vaststelt dat ze geen bevoegdheid voor resultatenbeheer kan uitoefenen over een mogelijke dopingpraktijk van een sporter of andere persoon, wordt het resultatenbeheer uitgeoefend door de internationale federatie, of door een andere ADO die bevoegdheid heeft over de sporter of andere persoon volgens de regels van die internationale federatie of andere ADO.

Als NADO Vlaanderen ervoor kiest om extra monsters te verzamelen als vermeld in artikel 15, § 2, zevende lid, wordt ze beschouwd als de ADO die de organisator en coördinator was van de dopingcontrole. Als NADO Vlaanderen het laboratorium alleen opdracht geeft om op kosten van NADO Vlaanderen bijkomende soorten analyses uit te voeren, wordt de internationale federatie of de organisator van het groot evenement beschouwd als de ADO die de monstername heeft georganiseerd en gecoördineerd.

§ 3. Een sporter of andere persoon heeft de volgende status tijdens de uitsluiting of voorlopige schorsing:

  1. 1°een sporter of andere persoon die uitgesloten is van deelname aan sportactiviteiten of onderworpen is aan een voorlopige schorsing, mag met uitzondering van programma's van antidopingeducatie of rehabilitatie, gedurende de periode van uitsluiting of voorlopige schorsing, in geen enkele hoedanigheid deelnemen aan een wedstrijd of sportactiviteit die valt onder het toepassingsbied van dit decreet, aan een wedstrijd of sportactiviteit georganiseerd door een ondertekenaar van de Code of een lidorganisatie daarvan of door een sportvereniging die lid is van een lidorganisatie van een ondertekenaar van de Code, aan een wedstrijd onder de bevoegdheid of organisatie van een andere professionele sportcompetitie of de organisator van een internationaal of nationaal evenement, en aan sportactiviteiten voor elitesporters of op hoog niveau die gesubsidieerd of gesteund zijn door een overheid;
  2. 2°een sporter of andere persoon die uitgesloten is voor een periode van meer dan vier jaar, mag, na het uitzitten van een periode van vier jaar uitsluiting, als sporter deelnemen aan lokale sportactiviteiten die niet onder de verantwoordelijkheid van een ondertekenaar of lid van een ondertekenaar van de Code vallen, op voorwaarde dat de lokale sportactiviteit niet toelaat om zich direct of indirect te kwalificeren of punten te verzamelen om deel te nemen aan een nationaal kampioenschap of internationale sportactiviteit, en niet inhoudt dat de sporter of andere persoon in om het even welke hoedanigheid werkt met beschermde personen;
  3. 3°een sporter die zich in een periode van uitsluiting bevindt, moet zich onderwerpen aan eventuele dopingtests en enige verplichting om verblijfsgegevens in te dienen als opgelegd door een ADO.

Bij elke dopingovertreding waarvoor geen verminderde sanctie op grond van afwezigheid van schuld of significante schuld wordt opgelegd, zal de sportgerelateerde steun of andere sportgerelateerde voordelen die de sporter of andere persoon ontvangt, geheel of gedeeltelijk ingehouden worden tijdens de uitsluiting door de overheden, ondertekenaars of leden van ondertekenaars van de Code, conform artikel 10.14.4 van de Code.

In afwijking van het eerste lid, mag een sporter opnieuw trainen in groep of in een club of andere sportvereniging tijdens de laatste twee maanden van zijn uitsluiting of, als die periode korter is, tijdens het laatste kwart van zijn periode van uitsluiting.

De uitsluiting sluit de deelname van de sporter of andere persoon in kwestie aan individuele sportactiviteiten voor recreatieve doeleinden niet uit.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd