Over maatwerk bij individuele inschakeling #1022
Gemerged Vlaamse Regering voegde 23 artikels samen in decreet-houdende-sociaalrechtelijk-toezichtdecreet-2004-05-07-1013063decreet-2013-07-12-1023214 · 19 november 2021 Alle checks geslaagd
28 artikels gewijzigd
| 4 | 3° het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van en programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector; | 4 | 3° het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van en programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector; |
| 5 | 4° ... | 5 | 4° ... |
| 6 | 5° ... | ||
| 6 | 5° het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling; | ||
| 7 | 6° het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; | 7 | 6° het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; |
| 8 | 7° het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling; | 8 | 7° het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling; |
| 34 | 33° het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002 tot instelling van de aanmoedigingspremies in de Vlaamse private sociale profitsector; | 34 | 33° het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002 tot instelling van de aanmoedigingspremies in de Vlaamse private sociale profitsector; |
| 35 | 34° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000 houdende een impuls- en ondersteuningsprogramma van de meerwaardeneconomie; | 35 | 34° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000 houdende een impuls- en ondersteuningsprogramma van de meerwaardeneconomie; |
| 36 | 35° het decreet van 13 maart 2009 betreffende de sectorconvenants in het raam van het Vlaams Werkgelegenheidsbeleid; | 36 | 35° het decreet van 17 februari 2023 over de sectorconvenants en de intersectorale convenants in het kader van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid; |
| 37 | 36° het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten; | 37 | 36° hoofdstuk 4, 5 en 7 van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten; |
| 38 | 37° het hoofdstuk IV, afdeling 5 en afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met uitzondering van de bepalingen van artikel 113, 115, 118 en 119; | 38 | 37° het hoofdstuk IV, afdeling 5 en afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met uitzondering van de bepalingen van artikel 113, 115, 118 en 119; |
| 39 | 38° de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst; | 39 | 38° de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst; |
| 59 | 58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen; | 59 | 58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen; |
| 60 | 59° de toekenning van transitiepremies voor ondernemers, vermeld in artikel 3 van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren. | 60 | 59° de toekenning van transitiepremies voor ondernemers, vermeld in artikel 3 van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren. |
| 61 | 60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie. | 61 | 60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie; |
| 62 | 61° het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen; | ||
| 63 | 62° het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs; | ||
| 62 | 63° de toekenning van de jobbonus, vermeld in artikel 3 van het decreet van 20 mei 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus; | 64 | 63° de toekenning van de jobbonus, vermeld in artikel 3 van het decreet van 20 mei 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus; |
| 63 | 64° de toekenning van de jobbonus plus, vermeld in artikel 4 en 5 van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus plus voor startende zelfstandigen. | 65 | 64° de toekenning van de jobbonus plus, vermeld in artikel 4 en 5 van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus plus voor startende zelfstandigen. |
| 1 | § 1. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, een administratieve geldboete opgelegd worden van 100 euro tot 1.000 euro aan : | 1 | § 1. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, een administratieve geldboete opgelegd worden van 100 euro tot 1.000 euro aan : |
| 2 | 1° het maatwerkbedrijf, zijn lasthebbers of aangestelden die nalaten om voor de doelgroepwerknemers een persoonlijk ontwikkelingsplan en competentieprofiel op te stellen en hen jaarlijks te evalueren; | 2 | 1° het maatwerkbedrijf, zijn lasthebbers of aangestelden die nalaten om voor de doelgroepwerknemers een persoonlijk ontwikkelingsplan en competentieprofiel op te stellen en hen jaarlijks te evalueren; |
| 3 | 2° de maatwerkafdeling, haar lasthebbers of aangestelden die nalaten om voor de doelgroepwerknemers een persoonlijk ontwikkelingsplan en competentieprofiel op te stellen en hen jaarlijks te evalueren. | ||
| 3 | 2° ... | ||
| 4 | § 2. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, een administratieve geldboete opgelegd worden van 250 euro tot 2.500 euro aan : | 4 | § 2. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, een administratieve geldboete opgelegd worden van 250 euro tot 2.500 euro aan : |
| 5 | 1° personen die een subsidie aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze de subsidie hebben verkregen; | 5 | 1° personen die een subsidie aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze de subsidie hebben verkregen; |
| 6 | 2° personen die een subsidie hebben verkregen of behouden waarop ze geen of slechts gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken; | 6 | 2° personen die een subsidie hebben verkregen of behouden waarop ze geen of slechts gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken; |
| 7 | 3° het maatwerkbedrijf, zijn lasthebbers of aangestelden die niet voldoen aan de begeleidingsvoorwaarden, vermeld in artikel 15 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; | 7 | 3° het maatwerkbedrijf, zijn lasthebbers of aangestelden die niet voldoen aan de begeleidingsvoorwaarden, vermeld in artikel 15 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; |
| 8 | 4° de maatwerkafdeling, haar lasthebbers of aangestelden die niet voldoen aan de begeleidingsvoorwaarden, vermeld in artikel 15 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; | ||
| 8 | 4° ... | ||
| 9 | 5° het maatwerkbedrijf, zijn lasthebbers of aangestelden die de bepalingen van artikel 32 tot en met 34 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling niet naleven. | 9 | 5° het maatwerkbedrijf, zijn lasthebbers of aangestelden die de bepalingen van artikel 32 tot en met 34 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling niet naleven. |
| 10 | § 3. Onder de voorwaarden vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, een administratieve geldboete opgelegd worden van 500 euro tot 5.000 euro aan : | 10 | § 3. Onder de voorwaarden vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, een administratieve geldboete opgelegd worden van 500 euro tot 5.000 euro aan : |
| 1 | Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling, een administratieve geldboete opgelegd worden van 100 euro tot 1000 euro aan: | ||
| 2 | 1° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die nalaten om voor werknemers met een arbeidsbeperking een ondersteuningsplan te doen opstellen of te doen actualiseren conform artikel 23, eerste lid, van het voormelde decreet van 14 januari 2022; | ||
| 3 | 2° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die voor de coaching van werknemers met een arbeidsbeperking werknemers inzetten die niet beantwoor den aan de voorwaarden, vastgesteld krachtens artikel 24, tweede lid, van het voormelde decreet van 14 januari 2022. | ||
| 4 | Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het voormelde decreet van 14 januari 2022 een administratieve geldboete opgelegd worden van 250 euro tot 2500 euro aan: | ||
| 5 | 1° personen die de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze de premies hebben verkregen; | ||
| 6 | 2° personen die een of meer van de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, hebben verkregen of die een premie behouden waarop ze geen of maar gedeeltelijk recht hebben, | ||
| 7 | door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken; | ||
| 8 | 3° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die in strijd met de behoefte aan werkondersteunende maatregelen, vastgesteld conform artikel 32, eerste lid, van het voormelde decreet van 14 januari 2022 niet voorzien in een begeleiding op de werkvloer; | ||
| 9 | 4° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die niet voorzien in een begeleiding en coaching die overeenstemmen met de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 3, van het voormelde decreet van 14 januari 2022; | ||
| 10 | 5° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de correcte uitvoering van de begeleiding en coaching, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 3, van het voormelde decreet van 14 januari 2022, verhinderen; | ||
| 11 | 6° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die voor de begeleiding van werknemers met een arbeidsbeperking werknemers aanstellen als begeleider die niet gekwalificeerd zijn conform artikel 23, tweede lid, van het voormelde decreet van 14 januari 2022; | ||
| 12 | 7° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die werknemers ontslaan met de uitsluitende bedoeling om hen te vervangen door een of meer werknemers met een arbeidsbeperking die recht geven op werkondersteunende maatregelen of voordeligere werkondersteunende maatregelen of om hen daarna opnieuw aan te werven met het oog op de toekenning van werkondersteunende maatregelen of voordeligere werkondersteunende maatregelen; | ||
| 13 | 8° de externe dienstverlener die, al dan niet met medeweten van of op verzoek van de werkgever in kwestie, niet voorziet in begeleiding die volledig in overeenstemming is met de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 3, van het voormelde decreet van 14 januari 2022, of die de begeleiding niet correct of onvolledig uitvoert. | ||
| 14 | Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het voormelde decreet van 14 januari 2022 een administratieve geldboete opgelegd worden van 500 euro tot 5000 euro aan: | ||
| 15 | 1° personen die wetens en willens de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze de premies hebben verkregen; | ||
| 16 | 2° personen die wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen hebben afgelegd om de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden; | ||
| 17 | 3° personen die wetens en willens hebben nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die ze moeten verstrekken, om de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden; | ||
| 18 | 4° personen die wetens en willens de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, ten onrechte hebben verkregen of behouden waarop ze geen of maar gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten of te weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken; | ||
| 19 | 5° personen die de volgende handelingen hebben gesteld om de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden: | ||
| 20 | a) ze hebben valsheid in geschrifte gepleegd op een van de volgende wijzen: | ||
| 21 | 1) door valse handtekeningen; | ||
| 22 | 2) door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen; | ||
| 23 | 3) door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of in een akte in te voegen; | ||
| 24 | 4) door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die in de akte opgenomen of vastgesteld moeten worden; | ||
| 25 | b) ze hebben een valse akte of een vals stuk gebruikt, terwijl ze wisten dat de gebruikte akte of het gebruikte stuk vals was; | ||
| 26 | 6° personen die de volgende handelingen hebben gesteld om de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden: | ||
| 27 | a) ze hebben bedrog gepleegd door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen via een informaticasysteem, in te brengen in een informaticasysteem, te wijzigen of te wissen, of met een ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van de gegevens verandert; | ||
| 28 | b) ze hebben gegevens gebruikt waarvan ze wisten dat ze vals waren; | ||
| 29 | 7° personen die, om de premies, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2 en 3, en hoofdstuk 5 van het voormelde decreet van 14 januari 2022, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden, valse namen, valse hoedanigheden of valse adressen hebben gebruikt, of die een andere frauduleuze handeling hebben gesteld om te doen geloven in het bestaan van een fictieve persoon, een fictieve onderneming, of een fictieve gebeurtenis, of om op een andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen. |
| 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder: | 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder: |
| 2 | 1° activeren: acties ondernemen om werk te verkrijgen of te behouden of stappen zetten richting werk in het kader van een duurzame loopbaan. Dat omvat ook acties om de personen te bereiken die behoren tot de doel- groep, vermeld in paragraaf 1/1, 12° en 13° ; | 2 | 1° activeren: acties ondernemen om werk te verkrijgen of te behouden of stappen zetten richting werk in het kader van een duurzame loopbaan. Dat omvat ook acties om de personen te bereiken die behoren tot de doel- groep, vermeld in paragraaf 1/1, 12° en 13° ; |
| 3 | 1°/1 persoon met een arbeidsbeperking: de persoon met een arbeidsbeperking, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 14 januari 2022 betreffende maatwerk bij individuele inschakeling; | ||
| 3 | 2° regisseur: de instantie die op permanente wijze voor een uniform referentiekader zorgt om de opdrachten, vermeld in paragraaf 1/1, 12°, 13° en 14°, te kunnen uitvoeren. | 4 | 2° regisseur: de instantie die op permanente wijze voor een uniform referentiekader zorgt om de opdrachten, vermeld in paragraaf 1/1, 12°, 13° en 14°, te kunnen uitvoeren. |
| 4 | § 1/1. Teneinde de in artikel 4 bedoelde missie waar te maken, vervult de VDAB de volgende taken: | 5 | § 1/1. Teneinde de in artikel 4 bedoelde missie waar te maken, vervult de VDAB de volgende taken: |
| 35 | e) het toekennen van tegemoetkomingen voor stages, met inbegrip van stage-uitkeringen, met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de voorwaarden en de modaliteiten waaronder de tegemoetkomingen worden toegekend. De Vlaamse Regering kan na advies van de raad van bestuur van de VDAB nadere regels uitwerken om de tegemoetkomingen op te heffen, te wijzigen of te vervangen; | 36 | e) het toekennen van tegemoetkomingen voor stages, met inbegrip van stage-uitkeringen, met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de voorwaarden en de modaliteiten waaronder de tegemoetkomingen worden toegekend. De Vlaamse Regering kan na advies van de raad van bestuur van de VDAB nadere regels uitwerken om de tegemoetkomingen op te heffen, te wijzigen of te vervangen; |
| 36 | 4° taken inzake de evenredige participatie op de arbeidsmarkt in het algemeen: het bijdragen tot de tenuitvoerlegging van het Vlaams werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 8 mei 2002 en zulks op een dermate wijze dat gestreefd wordt naar de verwezenlijking van de doelstellingen die in artikel 5 van het decreet van 8 mei 2002 zijn vooropgesteld; | 37 | 4° taken inzake de evenredige participatie op de arbeidsmarkt in het algemeen: het bijdragen tot de tenuitvoerlegging van het Vlaams werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 8 mei 2002 en zulks op een dermate wijze dat gestreefd wordt naar de verwezenlijking van de doelstellingen die in artikel 5 van het decreet van 8 mei 2002 zijn vooropgesteld; |
| 37 | 5° taken voor de integratie van personen met een arbeidshandicap en doelgroepwerknemers in het bijzonder : | 38 | 5° taken voor de integratie van personen met een arbeidshandicap, doelgroepwerknemers en personen met een arbeidsbeperking in het bijzonder : |
| 38 | a) de toekenning van tegemoetkomingen ter ondersteuning van de inschakeling op de arbeidsmarkt van de personen met een arbeidshandicap en doelgroepwerknemers . De Vlaamse Regering bepaalt de aard van de tegemoetkomingen, de procedure die wordt gehanteerd en de bijkomende voorwaarden waaraan de personen met een arbeidshandicap en doelgroepwerknemers moeten voldoen; | 39 | a) de toekenning van tegemoetkomingen ter ondersteuning van de inschakeling op de arbeidsmarkt van de personen met een arbeidshandicap, doelgroepwerknemers en personen met een arbeidsbeperking. De Vlaamse Regering bepaalt de aard van de tegemoetkomingen, de procedure die wordt gehanteerd en de bijkomende voorwaarden waaraan depersonen met een arbeidshandicap, doelgroepwerknemers en personen met een arbeidsbeperking moeten voldoen; |
| 39 | b) de verzorging van de trajectbegeleiding, de beroepsoriëntering, de competentieontwikkeling en de verlening van toegang tot de gesubsidieerde tewerkstelling in de maatwerkbedrijven en de maatwerkafdelingen; | 40 | b) de verzorging van de trajectbegeleiding, de beroepsoriëntering, de competentieontwikkeling en de verlening van toegang tot de gesubsidieerde tewerkstelling in de maatwerkbedrijven; |
| 40 | c) de erkenning en subsidiëring van organisaties die instaan voor het verzorgen van de trajectbegeleiding, de beroepsoriëntering en de competentieontwikkeling; | 41 | c) de erkenning en subsidiëring van organisaties die instaan voor het verzorgen van de trajectbegeleiding, de beroepsoriëntering en de competentieontwikkeling; |
| 41 | 6° taak inzake het statuut van de werkzoekende: | 42 | 6° taak inzake het statuut van de werkzoekende: |
| 6 | c) uiterst kwetsbare personen : de werkzoekenden die voorafgaand aan hun tewerkstelling gedurende minstens 24 maanden geen betaalde beroepsarbeid hebben verricht om persoonlijke redenen die een deelname aan het arbeidsleven verhinderen. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de erkenning als uiterst kwetsbare personen; | 6 | c) uiterst kwetsbare personen : de werkzoekenden die voorafgaand aan hun tewerkstelling gedurende minstens 24 maanden geen betaalde beroepsarbeid hebben verricht om persoonlijke redenen die een deelname aan het arbeidsleven verhinderen. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de erkenning als uiterst kwetsbare personen; |
| 7 | 3° doorstroom : de tewerkstelling van de doelgroepwerknemer, die aansluit op een tewerkstelling in het kader van dit decreet, in een betrekking geheel zonder of met een geringere ondersteuning dan bepaald in dit decreet; | 7 | 3° doorstroom : de tewerkstelling van de doelgroepwerknemer, die aansluit op een tewerkstelling in het kader van dit decreet, in een betrekking geheel zonder of met een geringere ondersteuning dan bepaald in dit decreet; |
| 8 | 4° maatwerkafdeling : de werking binnen een onderneming die voldoet aan de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 5; | ||
| 8 | 4° ... | ||
| 9 | 5° maatwerkbedrijf : de onderneming die voldoet aan de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 4; | 9 | 5° maatwerkbedrijf : de onderneming die voldoet aan de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 4; |
| 10 | 6° persoonlijk ontwikkelingsplan : een opvolgbaar actieplan dat de te ontwikkelen competenties en het ontwikkelpad van een persoon bevat met als doel die persoon een stevige positie op de arbeidsmarkt te bezorgen; | 10 | 6° persoonlijk ontwikkelingsplan : een opvolgbaar actieplan dat de te ontwikkelen competenties en het ontwikkelpad van een persoon bevat met als doel die persoon een stevige positie op de arbeidsmarkt te bezorgen; |
| 4 | 2° de rechtsvorm van een vennootschap met een sociaal oogmerk of van een vereniging zonder winstoogmerk hebben; | 4 | 2° de rechtsvorm van een vennootschap met een sociaal oogmerk of van een vereniging zonder winstoogmerk hebben; |
| 5 | 3° als maatschappelijke hoofdactiviteit werk en begeleiding op maat aan doelgroepwerknemers verschaffen; | 5 | 3° als maatschappelijke hoofdactiviteit werk en begeleiding op maat aan doelgroepwerknemers verschaffen; |
| 6 | 4° op jaarbasis een werknemersbestand hebben dat voor minstens 65 procent bestaat uit de doelgroepwerknemers, vermeld in artikel 3, 2°, a) en b); | 6 | 4° op jaarbasis een werknemersbestand hebben dat voor minstens 55 procent bestaat uit de doelgroepwerknemers, vermeld in artikel 3, 2°, a) en b); |
| 7 | 5° geregistreerd zijn als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie; | 7 | 5° geregistreerd zijn als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie; |
| 8 | 6° jaarlijks over zijn prestaties in het kader van dit decreet en op vlak van maatschappelijke inbedding en maatschappelijk verantwoord ondernemen rapporteren. | 8 | 6° jaarlijks over zijn prestaties in het kader van dit decreet en op vlak van maatschappelijke inbedding en maatschappelijk verantwoord ondernemen rapporteren. |
| 1 | § 1. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet en volgens de voorwaarden, bepaald in dit decreet, kan de Vlaamse Regering ondersteuning bedoeld in hoofdstuk 4 toekennen aan maatwerkafdelingen. | ||
| 2 | De maatwerkafdeling moet daarvoor : | ||
| 3 | 1° op jaarbasis op eenzelfde tewerkstellingsplaats aan minimaal vijf gesubsidieerde voltijdsequivalente doelgroepwerknemers werk op maat verschaffen, voor wie ondersteuning overeenkomstig dit decreet wordt toegekend, door middel van nuttig, lonend en individueel passend werk; | ||
| 4 | 2° de organisatie waartoe de maatwerkafdeling behoort, dient geregistreerd te zijn als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie; | ||
| 5 | 3° jaarlijks over zijn prestaties in het kader van dit decreet en op vlak van het maatschappelijk verantwoord ondernemen rapporteren. | ||
| 6 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 moet de startende maatwerkafdeling binnen een redelijke termijn voldoen aan de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, 1°. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de termijn, vermeld in het eerste lid. | ||
| 8 | Onder startende maatwerkafdeling als vermeld in het eerste lid, wordt de onderneming verstaan die voor de eerste keer een aanvraag voor ondersteuning indient. | ||
| 9 | § 3. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, nader bepalen. |
| 1 | Het maatwerkbedrijf en de maatwerkafdelingen dienen een aanvraag voor ondersteuning in bij de dienst die daarvoor is aangewezen door de Vlaamse Regering. | 1 | Het maatwerkbedrijf dient een aanvraag voor ondersteuning in bij de dienst die daarvoor is aangewezen door de Vlaamse Regering. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van de ondersteuning. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van de ondersteuning. |
| 1 | De maatwerkbedrijven en de maatwerkafdelingen bezorgen de vacatures voor doelgroepwerknemers aan de VDAB. | 1 | De maatwerkbedrijven bezorgen de vacatures voor doelgroepwerknemers aan de VDAB. |
| 2 | De VDAB stelt in functie van een vacature de individuele behoefte aan ondersteuning bij de werkzoekende vast voor de werkondersteunende maatregelen, vermeld in artikel 9, 1° tot en met 2°, op basis van een lijst met indicaties. | 2 | De VDAB stelt in functie van een vacature de individuele behoefte aan ondersteuning bij de werkzoekende vast voor de werkondersteunende maatregelen, vermeld in artikel 9, 1° tot en met 2°, op basis van een lijst met indicaties. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de lijst met indicaties. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de lijst met indicaties. |
| 1 | § 1. De VDAB evalueert de behoefte aan werkondersteunende maatregelen tijdens de tewerkstelling van de doelgroepwerknemer. | 1 | § 1. De VDAB evalueert de behoefte aan werkondersteunende maatregelen tijdens de tewerkstelling van de doelgroepwerknemer. |
| 2 | Die evaluatie vindt plaats op initiatief van de VDAB of op verzoek van de doelgroepwerknemer, het maatwerkbedrijf of de maatwerkafdeling naargelang de geïndiceerde problematiek en uiterlijk na vijf jaar. | 2 | Die evaluatie vindt plaats op initiatief van de VDAB of op verzoek van de doelgroepwerknemer of het maatwerkbedrijf naargelang de geïndiceerde problematiek en uiterlijk na vijf jaar. |
| 3 | De VDAB kan de periodiciteit van de evaluatie aanpassen naargelang de geïndiceerde problematiek. | 3 | De VDAB kan de periodiciteit van de evaluatie aanpassen naargelang de geïndiceerde problematiek. |
| 4 | § 2. De evaluatie vindt minimaal plaats aan de hand van : | 4 | § 2. De evaluatie vindt minimaal plaats aan de hand van : |
| 5 | 1° het persoonlijk ontwikkelingsplan; | 5 | 1° het persoonlijk ontwikkelingsplan; |
| 6 | 2° de informatie van het maatwerkbedrijf of de maatwerkafdeling; | 6 | 2° de informatie van het maatwerkbedrijf; |
| 7 | 3° een gesprek met de doelgroepwerknemer. | 7 | 3° een gesprek met de doelgroepwerknemer. |
| 1 | Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet en volgens de voorwaarden, bepaald in dit decreet, kan de Vlaamse Regering aan het maatwerkbedrijf of aan de maatwerkafdeling het geheel van de volgende werkondersteunende maatregelen toekennen : | 1 | Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet en volgens de voorwaarden, bepaald in dit decreet, kan de Vlaamse Regering aan het maatwerkbedrijf het geheel van de volgende werkondersteunende maatregelen toekennen : |
| 2 | 1° een loonpremie; | 2 | 1° een loonpremie; |
| 3 | 2° een vergoeding voor de begeleiding op de werkvloer. | 3 | 2° een vergoeding voor de begeleiding op de werkvloer. |
| 1 | De werkondersteunende maatregelen worden toegekend voor onbepaalde duur tenzij de evaluatie uitwijst dat ze niet meer nodig zijn, en tenzij in de gevallen bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid. | 1 | De werkondersteunende maatregelen worden toegekend voor onbepaalde duur tenzij de evaluatie uitwijst dat ze niet meer nodig zijn, en tenzij in de gevallen bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid. |
| 2 | De werkondersteunende maatregelen zijn voor de doelgroepwerknemers, vermeld in artikel 3, 2°, c), beperkt in de tijd tot maximaal twee jaar. |