Decreet tot wijziging van diverse decreten naar aanleiding van de samenvoeging van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie, het beleidsdomein Werk en Sociale Economie en het beleidsdomein Landbouw en Visserij en de samenvoeging van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie en het Departement Werk en Sociale Economie
53 artikels gewijzigd
| 1 | 1 | Het kwaliteitstoezicht op duale opleidingen verloopt conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. | |
| 2 | − | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor duale opleidingen het kwaliteitstoezicht samen uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werken Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op de duale opleiding en de onderwijsinstellingscomponent daarin. Het Departement Werken Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als externe deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werken Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht op de werkplekcomponent binnen de opleiding. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen. Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werken Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. | |
| 2 | + | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor duale opleidingen het kwaliteitstoezicht samen uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op de duale opleiding en de onderwijsinstellingscomponent daarin. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als externe deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht op de werkplekcomponent binnen de opleiding. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen. Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. | |
| 3 | − | In het tweede lid wordt verstaan onder Departement Werken Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 3 | + | In het tweede lid wordt verstaan onder Departement Werk, Economie, We-tenschap, Innovatie en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrek-king tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 1 | − | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 89, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, of met andere middelen, personeel aanwerven. Het centrumbestuur kan het voormelde principe aanwenden voor het personeel, vermeld in artikel 3 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. | |
| 1 | + | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 89, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, of met andere middelen, personeel aanwerven. Het centrumbestuur kan het voormelde principe aanwenden voor het personeel, vermeld in artikel 3 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. | |
| 2 | 2 | De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt georganiseerd, kan niet vacant worden verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in die betrekking. | |
| 3 | 3 | Het personeelslid dat door een centrum voor basiseducatie wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld mits toepassing van hoofdstuk 9 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. Het decreet Rechtspositie Basiseducatie is op hem van toepassing. | |
| 1 | − | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie of van andere middelen, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 1 | + | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie of van andere middelen, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 2 | 2 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. | |
| 3 | 3 | Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. | |
| 1 | − | § 1. Er wordt een fonds opgericht binnen het Departement WSE voor de uitvoering van projecten die tot stand komen met cofinanciering van de Europese Unie. Dit fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, hierna het fonds te noemen. | |
| 1 | + | § 1. Er wordt een fonds opgericht binnen het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie voor de uitvoering van projecten die tot stand komen met cofinanciering van de Europese Unie. Dit fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, hierna het fonds te noemen. | |
| 2 | 2 | § 2. De inkomsten van het fonds worden gespijsd door de terugvorderingen van subsidies of bedragen voor de financiering van overeenkomsten betreffende de Vlaamse cofinanciering van ESF-projecten, die door de begunstigden niet of op onrechtmatige wijze werden aangewend of waarvan de aanwending onvoldoende wordt verantwoord, en door de middelen die de vzw ESF-Agentschap, opgericht bij het decreet van 8 november 2002 houdende de oprichting van de vzw ESF-Agentschap, bezorgt aan het departement, vermeld in paragraaf 1, om het Europees Sociaal Fonds te ondersteunen en te implementeren. | |
| 3 | 3 | § 3. De inkomsten van het fonds mogen aangewend worden voor uitgaven voor diensten, werking, exploitatie en uitrusting, voor zover deze uitgaven verband houden met de realisatie van de projecten met cofinanciering van de EU. |
| 1 | 1 | In dit artikel wordt verstaan onder: | |
| 2 | − | 1° Flanders Research Information Space, afgekort FRIS: de informatieruimte van en in beheer bij het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie , waarin onderzoeksinformatie kan doorstromen op een transparante en geautomatiseerde manier, en kan worden uitgewisseld en ontsloten op een open en herbruikbare manier; | |
| 2 | + | 1° Flanders Research Information Space, afgekort FRIS: de informatieruimte van en in beheer bij het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, waarin onderzoeksinformatie kan doorstromen op een transparante en geautomatiseerde manier, en kan worden uitgewisseld en ontsloten op een open en herbruikbare manier; | |
| 3 | 3 | 2° onderzoeksinformatie: de volgende informatie: | |
| 4 | 4 | a) informatie over elke wetenschappelijke activiteit die tot doel heeft wetenschappelijke kennis te ontwikkelen, wetenschappelijke of technologische capaciteit uit te bouwen, kennis toepasbaar te maken en ze toe te passen; | |
| 16 | 16 | § 3. De raad van bestuur verkiest onder zijn leden een voorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, en een ondervoorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 7°. | |
| 17 | 17 | § 4. Artikel III.10, III.11 en III.37, § 2, van het Bestuursdecreet zijn van toepassing op de raad van bestuur van het FWO. | |
| 18 | − | § 5. De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de leidend ambtenaar van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie wonen de vergaderingen van de raad van bestuur van FWO bij met raadgevende stem. | |
| 18 | + | § 5. De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de leidend ambtenaar van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wonen de vergaderingen van de raad van bestuur van FWO bij met raadgevende stem. | |
| 1 | 1 | De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten heeft gewone leden, ereleden en buitenlandse leden en is ingedeeld in een aantal klassen die elk bevoegd zijn voor verschillende wetenschappen en kunsten of groepen hiervan. | |
| 2 | − | Gewone leden en buitenlandse leden worden door een van de klassen verkozen wegens hun belangrijke bijdrage op het gebied van wetenschap of kunsten. Zij worden door de Academie voor benoeming voorgedragen aan de Vlaamse Regering. | |
| 2 | + | Gewone leden en buitenlandse leden worden door een van de klassen verkozen wegens hun belangrijke bijdrage op het gebied van wetenschap of kunsten. De raad van bestuur bekrachtigt de benoeming. Deze wordt door de Academie aan de secretaris-generaal van het bevoegde departement schriftelijk meege-deeld. | |
| 3 | 3 | Om tot gewoon lid te worden verkozen, moet men zijn woonplaats in België hebben en het Nederlands beheersen. Om tot buitenlands lid te worden verkozen, moet men zijn woonplaats in het buitenland hebben. | |
| 4 | − | Gewone leden worden op hun verzoek tot erelid benoemd door de raad van bestuur, na gunstig advies van de klasse waartoe zij behoren. De benoeming tot erelid wordt ter kennis gebracht van de Vlaamse Regering. | |
| 4 | + | Gewone leden worden op hun verzoek tot erelid benoemd door de raad van bestuur, na gunstig advies van de klasse waartoe zij behoren. De benoeming tot erelid wordt door de Academie aan de secretaris-generaal van het bevoegde departement schriftelijk meegedeeld. |
| 4 | 4 | § 3. Door een beheersovereenkomst te sluiten met de Vlaamse Regering ontstaat voor de initiërende instelling het recht op een subsidie voor de werking van het betrokken steunpunt. Voor die subsidie gelden de volgende bepalingen: | |
| 5 | 5 | 1° de Vlaamse Regering beslist, bij het bepalen van de lijst van thema's, over de subsidie die elk steunpunt tijdens de erkenningstermijn jaarlijks zal ontvangen. Die kredieten worden jaarlijks door het Vlaams Parlement goedgekeurd; | |
| 6 | − | 2° de subsidie bestaat jaarlijks uit een vaste werkingsenveloppe en cofinanciering. De vaste werkingsenveloppe wordt gefinancierd vanuit de begroting die vastgelegd is voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie. De vaste werkingsenveloppe bedraagt maximaal 60 procent van de subsidie. De cofinanciering wordt gefinancierd vanuit de begroting voor de beleidsdomeinen waarbij het thema aansluit; | |
| 6 | + | 2° de subsidie bestaat jaarlijks uit een vaste werkingsenveloppe en cofinanciering. De vaste werkingsenveloppe wordt gefinancierd vanuit de begroting die vastgelegd is voor het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie. De vaste werkingsenveloppe bedraagt maximaal 60 procent van de subsidie. De cofinanciering wordt gefinancierd vanuit de begroting voor de beleidsdomeinen waarbij het thema aansluit; | |
| 7 | 7 | 3° de subsidie, zowel de vaste werkingsenveloppe als de cofinanciering, wordt tijdens een erkenningstermijn jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex, zoals bepaald in de begrotingsinstructies met als referentiedatum 1 januari van het eerste werkingsjaar van de erkenningstermijn. De gezondheidsindex wordt berekend door tabaksproducten, alcoholhoudende dranken, benzine en diesel te schrappen uit de index van de consumptieprijzen; | |
| 8 | 8 | 4° als de jaarlijkse kosten voor de werking van het steunpunt lager liggen dan de jaarlijkse subsidie, mag de resterende financiering door het steunpunt overgedragen worden naar het volgende werkingsjaar binnen de erkenningstermijn. | |
| 1 | 1 | § 1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget bedoeld in artikel 76 onder meer administratief, meester-, vak- en dienstpersoneel, opvoedend hulppersoneel en per-soneel voor specifieke opdrachten aanwerven. | |
| 2 | 2 | Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. | |
| 3 | − | § 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76 of artikel 87quinquies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 3 | + | § 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76 of artikel 87quinquies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 4 | 4 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. | |
| 5 | 5 | Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. | |
| 1 | − | Het schoolbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 83 en 84, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, of ten laste van de eigen middelen, personeel aanwerven. | |
| 1 | + | Het schoolbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 83 en 84, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, of ten laste van de eigen middelen, personeel aanwerven. | |
| 2 | 2 | In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, van toepassing in het deeltijds kunstonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. | |
| 3 | 3 | In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, van toepassing in het deeltijds kunstonderwijs. | |
| 35 | 35 | 11° cursist : een regelmatige leerling in het hoger beroepsonderwijs; | |
| 36 | 36 | 12° deeltijds beroepssecundair onderwijs : het onderwijs dat minder weken per jaar of minder lesuren per week omvat dan bepaald is voor het voltijds secundair onderwijs; | |
| 37 | − | 12°/0 Departement Werken Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 37 | + | 12°/0 Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 38 | 38 | 12°/1 differentiërende maatregelen: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum, een beperkte variatie in het onderwijsleerproces aanbrengt om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele leerlingen of groepen van leerlingen; | |
| 39 | 39 | 12°/2 dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het betreffende structuuronderdeel ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt nog in voldoende mate kunnen bereikt worden; | |
| 1 | − | Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249, 48/2 of 48/3, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 1 | + | Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249, 48/2 of 48/3, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 2 | 2 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. | |
| 3 | 3 | Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. | |
| 1 | − | Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 329, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 1 | + | Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 329, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 2 | 2 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. | |
| 3 | 3 | Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. | |
| 1 | 1 | §1. In afwachting van de invoering van curriculumdossiers als vermeld in artikel 138, eerste lid, zijn de duale structuuronderdelen ingericht volgens standaardtrajecten. | |
| 2 | − | § 2. Voor elk duaal structuuronderdeel wordt één standaardtraject ontwikkeld, gebaseerd op een of meerdere beroepskwalificaties of één of meerdere deelkwalificaties, onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap in overleg met de betrokken sector, het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs, een afvaardiging van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, het Departement Werken Sociale Economie en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Standaardtrajecten worden door de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. | |
| 2 | + | § 2. Voor elk duaal structuuronderdeel wordt één standaardtraject ontwikkeld, gebaseerd op een of meerdere beroepskwalificaties of één of meerdere deelkwalificaties, onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap in overleg met de betrokken sector, het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs, een afvaardiging van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Standaardtrajecten worden door de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. | |
| 3 | 3 | Een standaardtraject bevat in elk geval: | |
| 4 | 4 | 1° de reguliere opleidingsduur uitgedrukt in jaren of semesters; | |
| 1 | 1 | Het kwaliteitstoezicht op duale structuuronderdelen verloopt conform de bepalingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. | |
| 2 | − | Onverminderd het eerste lid, wordt voor duale structuuronderdelen het kwaliteitstoezicht gezamenlijk uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werken Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op het leertraject. De onderwijsinspectie coördineert het kwaliteitstoezicht op de schoolcomponent. Het Departement Werken Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als extern deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werken Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht van de werkplekcomponent binnen het leertraject. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. | |
| 2 | + | Onverminderd het eerste lid, wordt voor duale structuuronderdelen het kwaliteitstoezicht gezamenlijk uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op het leertraject. De onderwijsinspectie coördineert het kwaliteitstoezicht op de schoolcomponent. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als extern deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht van de werkplekcomponent binnen het leertraject. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen. | |
| 4 | − | Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werken Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. | |
| 4 | + | Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. | |
| 5 | 5 | In het tweede lid wordt verstaan onder leertraject: het geheel van de schoolcomponent en de werkplekcomponent. |
| 7 | 7 | 6° een afgevaardigde van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn uit het werkingsgebied van het overlegforum in kwestie; | |
| 8 | 8 | 7° een afgevaardigde van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding met kennis van het werkingsgebied van het overlegforum; | |
| 9 | − | 8° een afgevaardigde van het Departement Werken Sociale Economie; | |
| 9 | + | 8° een afgevaardigde van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; | |
| 10 | 10 | 9° een afgevaardigde namens het Departement Onderwijs en Vorming. | |
| 1 | − | Voor elk duaal structuuronderdeel wordt één standaardtraject ontwikkeld dat gebaseerd is op een of meerdere beroepskwalificaties, onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en in overleg met de betrokken sector, het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs, een afvaardiging van de centra voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, het Departement Werken Sociale Economie en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Standaardtrajecten worden op voordracht van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. | |
| 1 | + | Voor elk duaal structuuronderdeel wordt één standaardtraject ontwikkeld dat gebaseerd is op een of meerdere beroepskwalificaties, onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en in overleg met de betrokken sector, het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs, een afvaardiging van de centra voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Standaardtrajecten worden op voordracht van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. | |
| 2 | 2 | Een standaardtraject vermeldt in elk geval: | |
| 3 | 3 | 1° de reguliere opleidingsduur uitgedrukt in jaren of semesters; | |
| 1 | 1 | § 1. Het bestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 26, personeel voor specifieke opdrachten aanwerven. | |
| 2 | 2 | Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. | |
| 3 | − | § 2. Het bestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 26, van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het voormelde besluit, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ook personeelsleden aanwerven op basis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, respectievelijk het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. In het gemeenschapsonderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën die van toepassing zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën die van toepassing zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. | |
| 3 | + | § 2. Het bestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 26, van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het voormelde besluit, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ook personeelsleden aanwerven op basis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, respectievelijk het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. In het gemeenschapsonderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën die van toepassing zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën die van toepassing zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. | |
| 4 | 4 | De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt opgericht kan niet vacant worden verklaard en het bestuur kan in geen geval een personeelslid vastbenoemen, affecteren of muteren in die betrekking. | |
| 5 | 5 | Het personeelslid dat door een bestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 is op hem van toepassing. | |
| 4 | 4 | 1° ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en 37; | |
| 5 | 5 | 2° ten laste van de eigen middelen om de ORE-norm, vermeld in artikel 23, §1, 3°, te behalen overeenkomstig artikel 23, §3; | |
| 6 | − | 3° ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door VDAB of ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie; | |
| 6 | + | 3° ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door VDAB of ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; | |
| 7 | 7 | 4° ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken; | |
| 8 | 8 | 5° ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken. | |
| 59 | 59 | 58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen; | |
| 60 | 60 | 59° ... | |
| 61 | − | 60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werken Sociale Economie; | |
| 61 | + | 60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie; | |
| 62 | 62 | 61° het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen; | |
| 63 | 63 | 62° het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs; | |
| 20 | 20 | 8° openbare en meewerkende instellingen: de instellingen die belast zijn met en erkend zijn om mee te werken aan de toepassing van de regelgeving bedoeld in artikel 2; | |
| 21 | 21 | 9° werkplaatsen: alle plaatsen waar werkzaamheden verricht worden die aan het toezicht van de sociaalrechtelijke inspec-teurs onderworpen zijn of waar personen tewerkgesteld zijn die onderworpen zijn aan de bepalingen van de regelgeving waarop de sociaalrechtelijke inspecteurs toezicht uitoefenen. Zij omvatten onder meer de ondernemingen, gedeelten van ondernemingen, inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, gebouwen, lokalen, plaatsen gelegen binnen het gebied van de ondernemingen, werven en werken buiten de ondernemingen. Daaronder wordt eveneens verstaan de plaatsen waar documenten worden bijgehouden met betrekking tot de gereglementeerde activiteiten; | |
| 22 | − | 10° sociaalrechtelijke inspecteurs : de beëdigde ambtenaren van de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie; | |
| 22 | + | 10° sociaalrechtelijke inspecteurs : de beëdigde ambtenaren van de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; | |
| 23 | 23 | 11° Internationaal Verdrag nr. 81: het Internationaal Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, aangenomen te Genève op 11 juli 1947, goedgekeurd bij de wet van 29 maart 1957; | |
| 24 | 24 | 12° informatiedragers : eender welke informatiedragers in welke vorm ook, zoals boeken, registers, documenten, numerieke of digitale informatiedragers, schijven, banden, met inbegrip van die welke bereikt kunnen worden door een informaticasysteem of door een ander apparaat. | |
| 5 | 5 | § 4. De sociaal rechtelijke inspecteurs kunnen met de inspecties van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lid-Staten van de Internationale Arbeidsorganisatie, waar het Internationaal Verdrag nr. 81 gelding heeft, alle informatie uitwisselen die nuttig is voor de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn. | |
| 6 | 6 | Van de informatie die van de arbeidsinspectie van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lidstaten wordt verkregen, wordt op dezelfde wijze gebruik gemaakt als van de gelijkaardige inlichtingen die de sociaalrechtelijke inspecteurs rechtstreeks inzamelen. De informatie ten behoeve van de arbeidsinspecties van die lid-Staten wordt eveneens op dezelfde wijze ingezameld door de sociaalrechtelijke inspecteurs als de gelijkaardige in-formatie die zij inzamelen voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee zij zelf belast zijn. | |
| 7 | − | De afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie waaronder de sociaalrechtelijke inspecteurs ressorteren kan eveneens, ter uitvoering van een akkoord dat met de bevoegde autoriteiten van een ander gewest of andere gemeenschap of lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt gesloten, op het grondgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap de aanwezigheid toestaan van ambtenaren van de arbeidsinspectie van dat gewest of die gemeenschap of die lidstaat om alle informatie te verzamelen die van nut kan zijn voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee deze laatsten belast zijn. | |
| 7 | + | De afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie waaronder de sociaalrechtelijke inspecteurs ressorteren kan eveneens, ter uitvoering van een akkoord dat met de bevoegde autoriteiten van een ander gewest of andere gemeenschap of lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt gesloten, op het grondgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap de aanwezigheid toestaan van ambtenaren van de arbeidsinspectie van dat gewest of die gemeenschap of die lidstaat om alle informatie te verzamelen die van nut kan zijn voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee deze laatsten belast zijn. | |
| 8 | 8 | De informatie die door een sociaalrechtelijke inspecteur binnen het territoriale bevoegdheidsgebied van een andere gemeenschap of een ander gewest of in het buitenland werd ingezameld in het kader van een akkoord dat met een ander gewest, een andere gemeenschap, de federale overheid of met een lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie is gesloten, kan in dezelfde omstandigheden worden gebruikt als de informatie die op het territoriale bevoegdheidsgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, door de sociaalrechtelijke inspecteurs wordt ingezameld. | |
| 1 | − | Overeenkomstig artikel 19 van het Internationaal Verdrag nr. 81 stelt de Vlaamse regering door middel van een besluit de wijze en de periodiciteit vast van de rapportering door de plaatselijke inspectiebureaus. Onverminderd de regels van het geheim van het gerechtelijk onderzoek, publiceert de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie voor 30 juni van elk jaar, een algemeen jaarverslag met betrekking tot haar werkzaamheden. Deze publicatie gebeurt hetzij op papier hetzij via elektronische wijze (internet). Het jaarverslag zal minstens over de volgende onderwerpen handelen: | |
| 1 | + | Overeenkomstig artikel 19 van het Internationaal Verdrag nr. 81 stelt de Vlaamse regering door middel van een besluit de wijze en de periodiciteit vast van de rapportering door de plaatselijke inspectiebureaus. Onverminderd de regels van het geheim van het gerechtelijk onderzoek, publiceert de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie voor 30 juni van elk jaar, een algemeen jaarverslag met betrekking tot haar werkzaamheden. Deze publicatie gebeurt hetzij op papier hetzij via elektronische wijze (internet). Het jaarverslag zal minstens over de volgende onderwerpen handelen: | |
| 2 | 2 | a) wetten en reglementen die van toepassing zijn op en relevant zijn voor de werking van de sociaalrechtelijke inspectie; | |
| 3 | 3 | b) de bezetting van de sociaalrechtelijk inspectie; | |
| 11 | 11 | 9° een vertegenwoordiger van Agentschap Innoveren en Ondernemen VLAIO; | |
| 12 | 12 | 10° een waarnemend vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming; | |
| 13 | − | 11° een waarnemend vertegenwoordiger van het Departement Werken Sociale Economie. | |
| 13 | + | 11° een waarnemend vertegenwoordiger van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. | |
| 14 | 14 | De instanties, vermeld in punt 2° tot en met 11°, duiden een effectieve en een plaatsvervangende vertegenwoordiging aan. | |
| 15 | 15 | De leden, vermeld in punt 2° tot en met 9°, hebben stemrecht. | |
| 1 | 1 | §1. Het ontvangen werkingsbudget moet worden aangewend voor de werking van het leersteuncentrum. Het bestuur van een leersteuncentrum dat deel uitmaakt van een school voor buitengewoon onderwijs, kan het werkingsbudget dat het heeft ontvangen voor het leersteuncentrum, gedeeltelijk samenvoegen met het werkingsbudget dat het heeft ontvangen voor de school voor buitengewoon onderwijs voor het financieren van gezamenlijke kosten. | |
| 2 | − | §2. Het bestuur van een leersteuncentrum kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 51, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie , ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs. In het gesubsidieerd onderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 4, §1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 2 | + | §2. Het bestuur van een leersteuncentrum kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 51, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie , ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs. In het gesubsidieerd onderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 4, §1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | |
| 3 | 3 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht, kan niet worden vacant verklaard en het bestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. | |
| 4 | 4 | Het personeelslid dat door een bestuur van een leersteuncentrum in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. | |
| 1 | − | Met behoud van de toepassing van de geldende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van het toezicht op de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 6, en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet, uitgeoefend door het Departement Werken Sociale Economie. | |
| 1 | + | Met behoud van de toepassing van de geldende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van het toezicht op de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 6, en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet, uitgeoefend door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten en verdere regels van het toezicht en de kwaliteit. |
| 3 | 3 | 2° beroepskaart: de toelating die de buitenlandse onderdaan machtigt om op het grondgebied van het Vlaamse Gewest een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen op grond van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan; | |
| 4 | 4 | 3° buitenlandse onderdaan: de onderdaan van een derde land, vermeld in artikel 2, 6, van verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode); | |
| 5 | − | 4° departement: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 5 | + | 4° departement: het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 6 | 6 | 5° kwalificatie: een onderwijs of beroepskwalificatie als vermeld in hoofdstuk III, afdeling II, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, die is ingeschaald van niveau 1 tot en met 8 conform het kwalificatieraamwerk, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling II, II/1 en III, van het voormelde decreet, of die uitgereikt is nadat een programma dat ingeschaald is in de niveaus van de International Standard Classification of Education 2011, succesvol beëindigd is; | |
| 7 | 7 | 6° Verblijfswet: de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | |
| 1 | 1 | Voor de erkenning, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 26/2, § 5, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, zijn vervuld. | |
| 2 | − | Als aan die voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van een college dat voor de helft is samengesteld uit leden van de onderwijsinspectie en voor de helft uit personeelsleden van het Departement Werken Sociale Economie, de erkenning binnen de leertijd van een centrum of een opleiding ervan al dan niet geleidelijk opheffen. Zij kan evenwel de opheffing van de erkenning ook beperken tot de al dan niet geleidelijke opheffing van de bevoegdheid om eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. | |
| 2 | + | Als aan die voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van een college dat voor de helft is samengesteld uit leden van de onderwijsinspectie en voor de helft uit personeelsleden van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, de erkenning binnen de leertijd van een centrum of een opleiding ervan al dan niet geleidelijk opheffen. Zij kan evenwel de opheffing van de erkenning ook beperken tot de al dan niet geleidelijke opheffing van de bevoegdheid om eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. | |
| 3 | − | In het tweede lid wordt verstaan onder het Departement Werken Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 3 | + | In het tweede lid wordt verstaan onder Departement Werk, Economie, We-tenschap, Innovatie en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrek-king tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 4 | 4 | De Vlaamse Regering legt de aanvullende bepalingen vast over de werking en de organisatie van dat college, wijst de leden ervan aan en regelt de beroepsprocedure. |
| 10 | 10 | 6° SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen; | |
| 11 | 11 | 7° adviescommissie: de adviescommissie voor uitzendactiviteiten en activiteiten voor sportmakelaars, vermeld in artikel 20/13; | |
| 12 | − | 8° administratie: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie; | |
| 12 | + | 8° administratie: het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; | |
| 13 | 13 | 9° lidstaat van vestiging : een lidstaat van de Europese Economische Ruimte op het grondgebied waarvan het bureau van de dienstverrichter is gevestigd; | |
| 14 | 14 | 10° betaalde sportbeoefenaars : personen die de verplichting aangaan om zich - tegen loon - voor te bereiden op of deel te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een ander persoon evenals de personen die de oefeningen tijdens de voorbereiding leiden; | |
| 1 | − | De voorzitter van de adviescommissie kan de feiten die wijzen op de niet-naleving van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten en waarvan hij uit hoofde van zijn opdracht kennis krijgt, melden aan de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie. | |
| 1 | + | De voorzitter van de adviescommissie kan de feiten die wijzen op de niet-naleving van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten en waarvan hij uit hoofde van zijn opdracht kennis krijgt, melden aan de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. |
| 1 | − | De voorzitter van de adviescommissie kan de feiten die wijzen op de niet-naleving van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten en waarvan hij uit hoofde van zijn opdracht kennis krijgt, melden aan de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie. | |
| 1 | + | De voorzitter van de adviescommissie kan de feiten die wijzen op de niet-naleving van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten en waarvan hij uit hoofde van zijn opdracht kennis krijgt, melden aan de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. |
| 8 | 8 | 2° een gelijk aantal vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV; | |
| 9 | 9 | 3° een deskundige die onafhankelijk is van enerzijds de organisaties die in de adviescommissie vertegenwoordigd zijn en anderzijds de bureaus en die houder is van een universitair diploma in de rechten; | |
| 10 | − | 4° een vertegenwoordiger van het Departement Werken Sociale Economie; | |
| 10 | + | 4° een vertegenwoordiger van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; | |
| 11 | 11 | 5° een vertegenwoordiger van het Agentschap Sport Vlaanderen. | |
| 12 | 12 | De adviescommissie kan zich laten bijstaan door een deskundige op het gebied van de regelgeving omtrent sportmakelaars die onafhankelijk is van enerzijds de organisaties die in de adviescommissie vertegenwoordigd zijn en anderzijds de bureaus. | |
| 15 | 15 | Alleen de leden, vermeld in het eerste lid, 2°, zijn stemgerechtigd. | |
| 16 | 16 | § 3. Er is onverenigbaarheid inzake het mandaat van lid van de adviescommissie en de hoedanigheid van bestuurder, zaakvoerder, eigenaar, aandeelhouder, lasthebber of aangestelde van een privaat arbeidsbemiddelingsbureau of uitzendbureau. | |
| 17 | − | § 4. De adviescommissie wordt door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie op de hoogte gebracht van de overtredingen die aanleiding kunnen geven tot weigering of intrekking van een erkenning als uitzendbureau en tot schorsing of intrekking van een registratie als sportmakelaar. | |
| 17 | + | § 4. De adviescommissie wordt door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie op de hoogte gebracht van de overtredingen die aanleiding kunnen geven tot weigering of intrekking van een erkenning als uitzendbureau en tot schorsing of intrekking van een registratie als sportmakelaar. | |
| 5 | 5 | 3° als maatschappelijke hoofdactiviteit werk en begeleiding op maat aan doelgroepwerknemers verschaffen; | |
| 6 | 6 | 4° op jaarbasis een werknemersbestand hebben dat voor minstens 55 procent bestaat uit de doelgroepwerknemers, vermeld in artikel 3, 2°, a) en b); | |
| 7 | − | 5° geregistreerd zijn als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werken Sociale Economie; | |
| 7 | + | 5° geregistreerd zijn als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie; | |
| 8 | 8 | 6° jaarlijks over zijn prestaties in het kader van dit decreet en op vlak van maatschappelijke inbedding en maatschappelijk verantwoord ondernemen rapporteren. | |
| 9 | 9 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 moet het startende maatwerkbedrijf binnen een redelijke termijn voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° en 4°. | |
| 3 | 3 | 2° alternerende opleiding: elke opleiding van het voltijds secundair onderwijs en van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4, die door de Vlaamse Regering als duaal wordt aangeduid. In dergelijke opleiding worden contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek gecombineerd. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd; | |
| 4 | 4 | 2° bis Departement Onderwijs en Vorming: het departement, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 5 | − | 2° ter Departement Werken Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 5 | + | 2° ter Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;; | |
| 6 | 6 | 2° quater duale opleiding: de duale opleiding, vermeld in artikel 2, 12° bis, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; | |
| 7 | 7 | 3° mentor: de persoon die binnen de onderneming aangeduid wordt om de leerling op de werkplek op te leiden en te begeleiden; | |
| 10 | 10 | 8° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Onderwijsdiensten; | |
| 11 | 11 | 9° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming; | |
| 12 | − | 10° een vertegenwoordiger van het Departement Werken Sociale Economie; | |
| 12 | + | 10° een vertegenwoordiger van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; | |
| 13 | 13 | 11° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen; | |
| 14 | 14 | 12° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs namens het volwassenenonderwijs; | |
| 19 | 19 | 1° Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen; | |
| 20 | 20 | 2° regionale technologische centra: de verenigingen zonder winstoogmerk, vermeld in artikel 2 van het decreet van 14 december 2007 houdende de organisatie en werking van de regionale technologische centra. | |
| 21 | − | Het secretariaat wordt opgenomen door het Departement Werken Sociale Economie en het Departement Onderwijs en Vorming. | |
| 21 | + | Het secretariaat wordt opgenomen door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie en het Departement Onderwijs en Vorming. | |
| 22 | 22 | De Vlaamse Regering regelt op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, de werking van het secretariaat. | |
| 23 | 23 | De instanties, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 15°, duiden een effectieve en een plaatsvervangende vertegenwoordiger aan. | |
| 8 | 8 | 6° een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; | |
| 9 | 9 | 7° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming; | |
| 10 | − | 8° een vertegenwoordiger van het Departement Werken Sociale Economie; | |
| 10 | + | 8° een vertegenwoordiger van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; | |
| 11 | − | 9° een secretaris, personeelslid van het Departement Werken Sociale Economie. | |
| 11 | + | 9° een secretaris, personeelslid van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. | |
| 12 | 12 | In afwijking van het tweede lid, 1° en 2°, wordt het sectoraal partnerschap in sectoren zonder representatieve werkgevers en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, samengesteld uit minstens drie vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en minstens drie vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de raad van bestuur van het sectorfonds van de betrokken sector. | |
| 13 | 13 | Als het samenwerkingsakkoord met het Vlaams Partnerschap Duaal Leren ook bevoegdheden over de overeenkomsten ter uitvoering van duale opleidingen bevat, worden, in afwijking van het tweede lid, de volgende leden toegevoegd: | |
| 1 | − | Onverminderd de vigerende decretale en reglementaire bepalingen met betrekking tot het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgeoefend door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie. | |
| 1 | + | Onverminderd de vigerende decretale en reglementaire bepalingen met betrekking tot het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgeoefend door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van hetDepartement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. | |
| 2 | 2 | Het in het eerste lid bedoelde toezicht verloopt met toepassing van de bepalingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004. |
| 26 | 26 | Als in de loop van de termijn een mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan. In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen van rechtswege verlengd tot wanneer de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen heeft aangesteld. | |
| 27 | 27 | De uittredende leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen zijn herbenoembaar. | |
| 28 | − | De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, en de secretaris-generaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie wonen de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen bij met raadgevende stem. | |
| 28 | + | De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, en de secretaris-generaal van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wonen de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen bij met raadgevende stem. | |
| 29 | 29 | § 4. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden is het mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen onverenigbaar met : | |
| 30 | 30 | 1° een mandaat in het europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement; | |
| 1 | − | In dit hoofdstuk wordt verstaan onder departement: het Departement Werken Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 1 | + | In dit hoofdstuk wordt verstaan onder departement: het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 1 | 1 | In het kader van monitoring van de doelmatigheid en het bereik van de maatregel beroepskwalificerende trajecten, bezorgt de organisatie voor het einde van de maand januari per erkend beroepskwalificerend traject de volgende | |
| 2 | − | gegevens die betrekking hebben op het voorgaande kalenderjaar aan het Departement Werken Sociale Economie: | |
| 2 | + | gegevens die betrekking hebben op het voorgaande kalenderjaar aan het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie: | |
| 3 | 3 | 1° de voor- en achternaam en het rijksregisternummer van de lerende; | |
| 4 | 4 | 2° de begindatum van het beroepskwalificerend traject; | |
| 5 | 5 | 3° de beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties die de lerende heeft behaald of de vermelding dat de lerende geen beroeps- of deelkwalificatie of competenties heeft behaald. | |
| 6 | − | In het kader van beleidsmatige evaluatie van beroepskwalificerende trajecten kan het Departement Werken Sociale Economie bijkomende gegevens, die geen persoonsgegevens zijn, opvragen. De organisatie bezorgt de voormelde gegevens aan het Departement Werken Sociale Economie binnen dertig dagen nadat ze de voormelde vraag heeft ontvangen. | |
| 6 | + | In het kader van beleidsmatige evaluatie van beroepskwalificerende trajecten kan het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie bijkomende gegevens, die geen persoonsgegevens zijn, opvragen. De organisatie bezorgt de voormelde gegevens aan het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie binnen dertig dagen nadat ze de voormelde vraag heeft ontvangen. | |
| 7 | 7 | De organisatie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de overdracht van de gegevens, vermeld in het eerste lid. | |
| 8 | 8 | De organisatie bewaart de gegevens, vermeld in het eerste lid, slechts zo lang als nodig voor de monitoring en met een maximumtermijn van tien jaar. | |
| 9 | − | Het Departement Werken Sociale Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de monitoring, vermeld in het eerste lid. | |
| 9 | + | Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de monitoring, vermeld in het eerste lid. | |
| 10 | − | Het Departement Werken Sociale Economie bewaart de gegevens, vermeld in het eerste lid, slechts zo lang als nodig voor de monitoring en met een maximumtermijn van tien jaar. | |
| 10 | + | Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie bewaart de gegevens, vermeld in het eerste lid, slechts zo lang als nodig voor de monitoring en met een maximumtermijn van tien jaar. |
| 3 | 3 | 1° beschikken over professionele deskundigheid in de begeleiding van werknemers met een arbeidsbeperking; | |
| 4 | 4 | 2° ervoor zorgen dat de continuïteit van de gekwalificeerde begeleiding op de werkvloer verzekerd is; | |
| 5 | − | 3° beschikken over een kwaliteitsregistratie conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werken Sociale Economie. | |
| 5 | + | 3° beschikken over een kwaliteitsregistratie conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie. | |
| 6 | 6 | De Vlaamse Regering kan bijkomende kwaliteitsvoorwaarden bepalen en bepaalt wat onder professionele deskundigheid als vermeld in het tweede lid, 1°, wordt verstaan. | |
| 7 | 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, de goedkeuring en de toekenning van de aanstelling van de externe dienstverlener. | |
| 1 | 1 | Conform de bepalingen in dit decreet wisselt VDAB de volgende persoonsgegevens uit met de volgende instanties: | |
| 2 | 2 | 1° de gegevens, vermeld in artikel 38, 1°, met het Rijksregister van de natuurlijke personen; | |
| 3 | − | 2° de gegevens, vermeld in artikel 38, 2°, de behoefte en duurtijd van de werkondersteunende maatregelen en de indicering met het Departement Werken Sociale Economie; | |
| 3 | + | 2° de gegevens, vermeld in artikel 38, 2°, de behoefte en duurtijd van de werkondersteunende maatregelen en de indicering met het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie; | |
| 4 | 4 | 3° de gegevens, vermeld in artikel 38, 3°, met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid; | |
| 5 | 5 | 4° de gegevens, vermeld in artikel 38, 6°, met het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. | |
| 2 | 2 | De in het eerste lid vermelde organisaties kunnen met elkaar akkoorden sluiten, alsmede aanbevelingen doen aan sectoren en ondernemingen betreffende de aangelegenheden bedoeld in artikel 11, § 1. | |
| 3 | 3 | Het staat de in het eerste lid vermelde organisaties vrij om de in het tweede lid bedoelde akkoorden al dan niet ter bekrachtiging aan de Vlaamse regering voor te leggen. | |
| 4 | − | § 2. Naast de opdracht, vermeld in § 1, functioneert de Raad tevens als de strategische adviesraad voor de beleidsdomeinen Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, Werk en Sociale Economie, voor het gedeelte Economie van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie, en voor het beleidsveld Energie van het beleidsdomein Omgeving. | |
| 4 | + | § 2. Naast de opdracht, vermeld in § 1, functioneert de Raad tevens als de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, voor het gedeelte Werk, Economie en Sociale Economie van het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie, en voor het beleidsveld Energie van het beleidsdomein Omgeving. | |
| 5 | 5 | De opdracht van de Raad als strategische adviesraad voor het beleidsveld Energie heeft betrekking op de sociaal-economische dimensie. | |
| 6 | 6 | § 3. Bij het uitbrengen van zijn studies, standpunten, adviezen en andere documenten vermeldt de Raad telkens de hoedanigheid waarin hij optreedt, te weten hetzij, enerzijds, de hoedanigheid van orgaan van sociaal-economisch overleg als bedoeld in de eerste paragraaf, hetzij, anderzijds, de hoedanigheid van strategische adviesraad als bedoeld in de tweede paragraaf, evenals het artikel van dit decreet waarop zijn optreden is gesteund. | |
| 1 | − | § 1. Voor de beleidsvelden "ondersteuning Vlaamse Regering" en "gelijke kansen en integratie en inburgering" van het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, voor het beleidsdomein Werken Sociale Economie, voor het gedeelte Economie van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatieen voor het beleidsveld Energie, geldt de Raad als strategische adviesraad zoals vermeld in artikel III.93 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | |
| 1 | + | § 1. Voor de beleidsvelden "ondersteuning Vlaamse Regering" en "gelijke kansen en integratie en inburgering" van het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, voor het gedeelte Werk, Economie en Sociale Economie van het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie en voor het beleidsveld Energie, geldt de Raad als strategische adviesraad zoals vermeld in artikel III.93 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | |
| 2 | 2 | § 2. In de hoedanigheid, vermeld in § l, vervult de Raad voor de genoemde beleidsdomeinen de volgende opdrachten : | |
| 3 | 3 | 1° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid; | |
| 4 | 4 | 3° minister: De Vlaamse minister bevoegd voor het economisch beleid en de natuurlijke rijkdommen; | |
| 5 | 5 | 4° corresponderende provincie: de provincie waarbinnen een Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij werkzaam is waarvan de rechtspersoonlijkheid, conform het bepaalde in artikel 10, zal worden verder gezet in deze van een erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij opgericht en erkend conform het bepaalde in dit decreet; | |
| 6 | − | 5° departement: het departement van het ministerie van Economie, Werkgelegenheid en Toerisme binnen het beleidsdomein Economie, Werkgelegenheid en Toerisme, bedoeld in artikel III.1 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | |
| 6 | + | 5° departement: het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 1 | − | Dit decreet is van toepassing op dienstverleners die een dienstverlening verrichten in het kader van werkgelegenheidsbeleid, professionele vorming en de sociale economie en daarvoor vanuit het beleidsdomein Werken Sociale Economie een financiering, subsidie of een andere vorm van ondersteuning ontvangen. | |
| 1 | + | Dit decreet is van toepassing op dienstverleners die een dienstverlening verrichten in het kader van werkgelegenheidsbeleid, professionele vorming en de sociale economie en daarvoor vanuit het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie een financiering, subsidie of een andere vorm van ondersteuning ontvangen. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering keurt een lijst goed met maatregelen die onder het toepassingsgebied vallen. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de overgangsmaatregelen voor de dienstverleners, die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet al door het beleidsdomein Werken Sociale Economie gesubsidieerd, gefinancierd of ondersteund worden in het kader van het werkgelegenheidsbeleid, de Professionele Vorming en de Sociale Economie. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de overgangsmaatregelen voor de dienstverleners, die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet al door het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie gesubsidieerd, gefinancierd of ondersteund worden in het kader van het werkgelegenheidsbeleid, de Professionele Vorming en de Sociale Economie. |
| 4 | 4 | 3° CVO: een centrum voor volwassenenonderwijs dat erkend is conform artikel 61 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; | |
| 5 | 5 | 4° Departement Onderwijs en Vorming: het departement, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 6 | − | 5° Departement Werken Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 6 | + | 5° Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Econo-mie: het departement, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaam-se Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaam-se administratie; | |
| 7 | 7 | 6° duale opleiding: de duale opleiding, vermeld in artikel 2, 12° bis, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; | |
| 8 | 8 | 7° mentor: de persoon die binnen de onderneming aangewezen is om de cursist op de werkplek op te leiden en te begeleiden; | |
| 4 | 4 | In afwijking van het eerste lid kan een cursist, tewerkgesteld in een onderneming met een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst van duale opleiding sluiten, en, zonder schorsing van zijn arbeidsovereenkomst, de werkplekcomponent uitvoeren in die onderneming tijdens de in de arbeidsovereenkomst bepaalde arbeidstijd. Deze overeenkomsten kunnen gemiddeld op jaarbasis ook twintig uur per week of meer op de reële werkplek omvatten. Voor deze overeenkomsten gelden de bepalingen van dit decreet met uitzondering van artikel 10, eerste lid, 6°, artikel 11, 3°, artikel 17 en 18, tweede lid, en artikel 19. | |
| 5 | 5 | In afwijking van het eerste lid kan een cursist voor de uitvoering van zijn duale opleiding een deeltijdse arbeidsovereenkomst sluiten als de onderneming onder het toepassingsgebied valt, vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector. Voor die deeltijdse arbeidsovereenkomst gelden de bepalingen van dit hoofdstuk met uitzondering van artikel 5, tweede lid, en de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Het CVO stelt het opleidingsplan op in overleg met de onderneming en bezorgt een exemplaar van de deeltijdse arbeidsovereenkomst aan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. | |
| 6 | − | In afwijking van het eerste lid kan een cursist voor de uitvoering van zijn duale opleiding met een onderneming die is gevestigd buiten het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, een overeenkomst sluiten die volgens de regelgeving die daar van toepassing is, in aanmerking komt voor een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Voor de voormelde overeenkomst gelden de bepalingen van de regelgeving die daar van toepassing is. Het Departement Werken Sociale Economie beslist over de gelijkwaardigheid, na advies van het Departement Onderwijs en Vorming. | |
| 6 | + | In afwijking van het eerste lid kan een cursist voor de uitvoering van zijn duale opleiding met een onderneming die is gevestigd buiten het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, een overeenkomst sluiten die volgens de regelgeving die daar van toepassing is, in aanmerking komt voor een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Voor de voormelde overeenkomst gelden de bepalingen van de regelgeving die daar van toepassing is. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie beslist over de gelijkwaardigheid, na advies van het Departement Onderwijs en Vorming. | |
| 3 | 3 | 2° een onderneming die conform artikel 8, § 1 tot en met § 3, is erkend; | |
| 4 | 4 | 3° een CVO. | |
| 5 | − | In afwijking van het eerste lid, 2°, kan een overeenkomst worden gesloten met een onderneming die is gevestigd buiten het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die daar door de bevoegde instantie in kwestie is erkend als werkplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Het Departement Werken Sociale Economie beslist over de gelijkwaardigheid, na advies van het Departement Onderwijs en Vorming. | |
| 5 | + | In afwijking van het eerste lid, 2°, kan een overeenkomst worden gesloten met een onderneming die is gevestigd buiten het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die daar door de bevoegde instantie in kwestie is erkend als werkplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie beslist over de gelijkwaardigheid, na advies van het Departement Onderwijs en Vorming. | |
| 1 | − | Met behoud van de toepassing van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgeoefend door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie. | |
| 1 | + | Met behoud van de toepassing van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgeoefend door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. | |
| 2 | 2 | Het toezicht, vermeld in het eerste lid, verloopt conform het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004. |
| 1 | 1 | De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming is: | |
| 2 | − | 1° het Departement Werken Sociale Economie voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de datakoppeling tussen inschrijvingen en overeenkomsten, het waarborgen van de kwantiteit van de werkplekken en de monitoring en evaluatie van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs; | |
| 2 | + | 1° het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de datakoppeling tussen inschrijvingen en overeenkomsten, het waarborgen van de kwantiteit van de werkplekken en de monitoring en evaluatie van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs; | |
| 3 | 3 | 2° het Vlaams Partnerschap Duaal Leren voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van artikel 13, eerste lid, 7° en 8°, en artikel 22; | |
| 4 | 4 | 3° de onderneming voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het sluiten en de uitvoering van de overeenkomst, vermeld in artikel 3, en de verplichtingen, vermeld in artikel 11; | |
| 4 | 4 | 3° de gegevens betreffende de opleiding, de inschrijving en de evaluatie van de cursist; | |
| 5 | 5 | 4° de identificatiegegevens van de mentor. | |
| 6 | − | Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen wisselt de gegevens, vermeld in het eerste lid, 3°, uit met het Departement Werken Sociale Economie en het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. | |
| 6 | + | Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen wisselt de gegevens, vermeld in het eerste lid, 3°, uit met het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie en het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. | |
| 7 | 7 | In het tweede lid wordt verstaan onder het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. | |