§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009

Vlaamse Regering #444 Staatsblad 25 november 2020 NUMAC 2020016178
42 artikels gewijzigd
+1 −1 energiedecreet/art. 1.1.2
11Dit decreet voorziet, voor wat de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest betreft, in de omzetting van :
221° de Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG;
3−2° de richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
3+2° richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, zoals gewijzigd door richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018;
443° de Richtlijn 2009/72/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG;
554° de Richtlijn 2009/73/EG van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG;
+12 −9 energiedecreet/art. 1.1.3
898946° energiestudie : studie die aantoont dat een nieuwe of een gewijzigde installatie aan bepaalde criteria van energie-efficiëntie zal voldoen;
909047° EPB-aangifte : energieprestatie- en binnenklimaataangifte, dat wil zeggen het unieke document waarin de verslaggever alle uitgevoerde maatregelen tot naleving van de EPB-eisen beschrijft en ze al dan niet conform met die eisen verklaart;
91−47/1° EPB-eenheid: elke eenheid van aangrenzende lokalen die in hetzelfde gebouw liggen, die het voorwerp zijn van werken van dezelfde aard, die ontworpen of aangepast zijn om afzonderlijk te worden gebruikt en die ten hoogste één wooneenheid bevatten;
91+47/1° EPB-eenheid: elke eenheid van aangrenzende lokalen die in hetzelfde gebouw liggen, die het voorwerp zijn van werken van dezelfde aard, die ontworpen of aangepast zijn om afzonderlijk te worden gebruikt en die ten hoogste één wooneenheid bevatten, waarbij een zorgwoning niet wordt beschouwd als een aparte wooneenheid;
929248° EPB-eisen : eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat, dat wil zeggen het geheel van voorwaarden waaraan een gebouw, een technisch bouwsysteem of de constructieonderdelen inzake energetische prestaties, thermische isolatie, binnenklimaat, systeemeisen en ventilatie moet voldoen;
939349° erkende instelling voor schuldbemiddeling : instelling die erkend is volgens het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling;
103103d) woongebied met landelijk karakter en culturele, historische of esthetische waarde;
104104e) woonuitbreidingsgebied;
105−56° gebouw: voor de toepassing van titels X en XI en artikel 13.4.5 tot en met 13.4.10, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt, en waarvoor energie verbruikt wordt om een specifieke binnentemperatuur te verkrijgen;
105+56° gebouw: voor de toepassing van titels IV/1, X en XI en artikel 1.1.3, 113/1/1°, en artikel 13.4.5 tot en met 13.4.10, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt, en waarvoor energie verbruikt wordt om een specifieke binnentemperatuur te verkrijgen;
106−56°/1geothermische energie : energie die in de vorm van warmte onder het vaste aardoppervlak is opgeslagen;
106+56°/1/1 geothermische energie : energie die in de vorm van warmte onder het vaste aardoppervlak is opgeslagen;
10710756/1° gemeenschappelijk deel : elke eenheid van aangrenzende lokalen die door meerdere EPB-eenheden samen gebruikt wordt en die behoort tot het beschermd volume van het gebouw;
10810856°/2 gesloten distributienet : een net dat gebruikt wordt voor de distributie van elektriciteit of aardgas binnen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie of een geografisch afgebakende locatie met gedeelde diensten, dat, behoudens incidenteel, geen huishoudelijke afnemers van elektriciteit of aardgas voorziet, en dat aan een van de volgende vereisten voldoet :
13213270° injectiepunt : punt waar elektriciteit of aardgas in het net wordt geïnjecteerd;
13313370°/1 injectiepunt van thermische energie: punt waar thermische energie in een warmte- of koudenet wordt geïnjecteerd;
134+70°/2 intermediair bij de aankoop van energie: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, anders dan een leverancier, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken is bij het analyseren van contracten, bij het uitvoeren van prijsvergelijkingen waarbij al dan niet van contract kan worden veranderd, bij het samenbrengen van leveranciers en eindafnemers, bij het organiseren van groepsaankopen, bij het toewijzen van energieleveringen aan leveranciers en/of bij het sluiten van energiecontracten voor eindafnemers;
13413571° internationale luchtvaartbunkers : de hoeveelheid energie die geleverd wordt aan vliegtuigen die op buitenlandse luchthavens vliegen;
13513672° internationale scheepvaartbunkers : de hoeveelheid energie die geleverd wordt aan schepen die op buitenlandse havens varen;
156157b) ...;
15715880° m3(n) : de hoeveelheid gas die, bij een temperatuur van nul graden Celsius en onder absolute druk van 1,01325 bar, een volume van één kubieke meter inneemt;
158−81° marktpartij : producent, aardgasinvoerder, distributienetbeheerder, beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoernet, werkmaatschappij, aanbieder van energiediensten, leverancier, tussenpersoon, bevrachter of evenwichtsverantwoordelijke;
159+81° marktpartij : producent, aardgasinvoerder, distributienetbeheerder, beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoernet, werkmaatschappij, aanbieder van energiediensten, leverancier, tussenpersoon, intermediair bij de aankoop van energie, bevrachter of evenwichtsverantwoordelijke;
15916082° marktintroductieproject : project voor het installeren en monitoren van het gebruik van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën die nog niet ruim verspreid zijn in het Vlaamse Gewest, door een particulier, een niet-commerciële instelling, een publiekrechtelijke persoon of een onderneming, die niet de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur ervan is;
16016182°/1 meetgegevens: gegevens die verkregen worden door of gebaseerd zijn op een telling of meting door middel van een meetinrichting;
222223111° rendabele investeringen : investeringen met een interne rentevoet na belastingen die hoger is dan een minimum, dat vastgelegd is door de Vlaamse Regering;
223224111°/1 residentiële afnemer: elke natuurlijke persoon aangesloten op een elektriciteitsdistributienet op laagspanning, die elektriciteit afneemt om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn, behoudens in het geval dat het leveringscontract voor de levering van elektriciteit op het afnamepunt in kwestie werd gesloten door een onderneming, zoals bedoeld in artikel I.4, 1°, van het Wetboek van Economisch Recht;
224−112° richtlijn 2010/31/EU: richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
225+112° richtlijn 2010/31/EU: richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, zoals gewijzigd door richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018;
225226113° richtlijn 2009/28/EG: de richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van richtlijn 2001/77/EG en richtlijn 2003/30/EG;
226227113°/1 ...
227−113/1/1° SPF: de seizoensprestatiefactor van een warmtepomp;
228+113°/1 SPF: de seizoensprestatiefactor van een warmtepomp;
228−113/1/1° stadsverwarming of -koeling: de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen;
229+113/1/1° stadsverwarming of -koeling: de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale of decentrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen;
229230113°/2 startdatum : voor wat betreft projecten die niet over een omgevingsvergunning dienen te beschikken, de datum van indienstneming van de installatie;
230231voor wat betreft projecten die over een omgevingsvergunning dienen te beschikken : de datum waarop een aanvraag voor de toekenning van certificaten voor het project is ingediend, of de datum waarop het project beschikt over de vereiste omgevingsvergunning, indien deze laatste datum een latere datum is. Deze startdatum blijft voor installaties op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) kleiner of gelijk aan 10 MW geldig gedurende twaalf maanden, voor installaties op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 MW gedurende vijftien maanden, voor warmte-krachtinstallaties met een elektrisch vermogen groter dan 25 MW gedurende 48 maanden en voor andere installaties gedurende 36 maanden na de aanvraag.
239240115° subsidieovereenkomst : een overeenkomst waarin de rechten en de verplichtingen van de Vlaamse Regering en van de begunstigde van de subsidie worden geregeld;
240241115/1° systeemeisen : eisen in verband met de totale energieprestatie, het adequaat installeren, dimensioneren, afstellen en controleren van de technische bouwsystemen die in nieuwe gebouwen worden geïnstalleerd of in bestaande gebouwen nieuw worden geïnstalleerd, vervangen of verbeterd;
242+115°/1/1 systeem voor gebouwautomatisering en -controle: een systeem dat alle producten, software en technische diensten omvat die het energie-efficiënt, zuinig en veilig functioneren van technische bouwsystemen kunnen ondersteunen door middel van automatische controles en het vergemakkelijken van het handmatig beheer van die technische bouwsystemen;
241−115°/1/1 tariefdrager: objectieve, meetbare eenheid waarop een distributienettarief berekend wordt;
243+115°/1/2 tariefdrager: objectieve, meetbare eenheid waarop een distributienettarief berekend wordt;
242−115/2° technisch bouwsysteem: de installaties voor energieopwekking, ruimteverwarming, bereiding van sanitair warm water, koeling, ventilatie en verlichtingof een combinatie daarvan;
244+115°/2 technisch bouwsysteem: de technische uitrusting voor ruimteverwarming, bereiding van sanitair warm water, koeling, ventilatie, verlichting, gebouwautomatisering en -controle, energieopwekking inclusief elektriciteitsopwekking ter plaatse, of een combinatie daarvan, met inbegrip van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen;
243245115°/3 technische gegevens: gegevens die de aansluiting of de technische toestand en specificaties van de meter voor elektriciteit of de meter voor aardgas omschrijven;
244246116° technische reglementen : het technisch reglement distributie elektriciteit, het technisch reglement distributie gas en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit;
290292138/1° Woningbouwwet: de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen;
291293139° wooneenheid : elke eenheid in een woongebouw die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren.
294+140° zorgwoning: gebouweenheid die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
+3 −1 energiedecreet/art. 1.1.3
148148b) de resterende geraamde economische levensduur van een gebouw, waarbij de energieprestatie-eisen voor het gebouw in zijn geheel worden vastgesteld, hetzij op de geraamde economische levensduur van een onderdeel van een gebouw, waarbij de energieprestatie-eisen voor afzonderlijke onderdelen van gebouwen worden vastgesteld;
149149en dat binnen het scala van prestatieniveaus ligt waar de berekende kosten-batenanalyse over de geraamde economische levensduur positief is;
150+75°/3 kredietgever: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel I.9, 34°, van het Wetboek van Economisch Recht;
15015176° kwalitatieve warmte-krachtinstallatie: warmte-krachtinstallatie waarvan het productieproces voldoet aan de kwaliteitsvoorwaarden die opgelegd zijn overeenkomstig artikel 7.1.2, § 4;
15115277° kwalitatieve warmte-krachtkoppeling: warmte-krachtkoppeling die voldoet aan de kwaliteitsvereisten, opgelegd overeenkomstig artikel 7.1.2, § 4;
262263126° tussenpersoon : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas koopt met het oog op de doorverkoop aan een andere tussenpersoon of leverancier;
263264126/1° uitbating volgens de regels van de kunst : een uitbating overeenkomstig het « goede-huisvader »-beginsel en waarbij bovendien het potentieel aan energie-opwekking of energie-besparing ten aanzien van het vermogen van de installatie niet significant wordt onderbenut voor langdurige periodes door de expliciete of impliciete wil van de exploitant en/of eigenaar, en waarbij louter contractuele en/of commerciële overwegingen niet kunnen gelden als verschoning voor een langdurige onderbenutting van het potentieel van deze installatie. Kortdurende onderbenutting met het oog op een betere afstemming van elektriciteitsproductie en marktvraag of met het oog op een ondersteuning van het netbeheer beantwoordt wel aan het « goede-huisvader »-beginsel;
265+126°/1/1 VEKA: het agentschap, vermeld in titel II van het Energiebesluit van 19 november 2010;
264266126/2° vergunningverlenend bestuursorgaan : het bestuursorgaan dat de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen aflevert;
265267126°/3 verordening 2016/631/EU: verordening 2016/631/EU van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net;
268270128° vervoersnet : het vervoersnet, vermeld in artikel 1, 10°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
269271129° vervoeronderneming : vervoeronderneming, vermeld in artikel 1, 9°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
270−130° Vlaams Energieagentschap : het agentschap dat opgericht werd door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap, het Vlaamse Energieagentschap, vervangen door het Energiebesluit van 19 november 2010;
272+130° ...;
271273131° Vlaamse Belastingdienst: het agentschap dat opgericht werd door het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst;
272274131°/1 vloeibare biomassa : vloeibare brandstof voor energiedoeleinden andere dan vervoer, waaronder elektriciteit, verwarming en koeling, die geproduceerd is uit biomassa;
+3 −2 energiedecreet/art. 3.1.3
3535i) het opstellen en publiceren van statistieken en gegevens over de werking van de warmte- of koudenetten;
3636j) het jaarlijks voor 15 mei publiceren van een in samenwerking met de federale energieregulator, en eventueel de andere gewestelijke energieregulatoren, opgestelde studie rond de verschillende componenten van de energiekost die minstens een benchmark met de buurlanden bevat.
37−k) een vijfjaarlijkse evaluatie van de activiteiten inzake databeheer door de netbeheerder, met inbegrip van een studie over het aanbieden van de specifieke activiteiten en het opnemen van taken en verplichtingen met betrekking tot activiteiten inzake databeheer in de andere gewesten en in de ons omliggende landen;
37+k) een vijfjaarlijkse evaluatie van de activiteiten inzake databeheer op het distributienet door de netbeheerder, met inbegrip van een studie over het aanbieden van de specifieke activiteiten en het opnemen van taken en verplichtingen met betrekking tot activiteiten inzake databeheer in de andere gewesten en in de ons omliggende landen;
38−l) tweejaarlijks rapporteren aan de Vlaamse Regering over de naleving van de voorwaarden waaraan de netbeheerders zijn gebonden bij de uitoefening van hun activiteiten inzake databeheer , met inbegrip van de resultaten van de vijfjaarlijkse evaluatie.
38+l) tweejaarlijks rapporteren aan de Vlaamse Regering over de naleving van de voorwaarden waaraan de netbeheerders zijn gebonden bij de uitoefening van hun activiteiten inzake databeheer op het distributienet, met inbegrip van de resultaten van de vijfjaarlijkse evaluatie.
39395° adviserende taken :
4040a) het op verzoek of op eigen initiatief verlenen van adviezen met betrekking tot de elektriciteits- en gasmarkt aan het Vlaams Parlement, de minister of de Vlaamse Regering;
4242c) het op verzoek of op eigen initiatief verlenen van adviezen over de werking van de warmte- of koudenetten aan de minister of de Vlaamse Regering;
4343d) het uitvoeren van studies of onderzoeken betreffende de werking van de warmte- of koudenetten, op eigen initiatief of op verzoek van de minister of de Vlaamse Regering.
44+e) het uitvoeren van studies en onderzoeken en het geven van adviezen over de activiteiten van de intermediairen bij de aankoop van energie die werken in het Vlaamse Gewest, op verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de minister;
4445De VREG kan door het Vlaams Parlement worden belast met bijzondere opdrachten die met haar missie en taken verband houden.
+2 −2 energiedecreet/art. 3.1.4
886° het opstellen van de technische reglementen;
997° de toekenning van groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten, groenewarmtecertificaten en garanties van oorsprong, en het beheer van die certificaten en garanties van oorsprong in een centrale databank;
10−8° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsverbanden, de zogenaamde partnerschapovereenkomsten met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt ;
10+8° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsverbanden, de zogenaamde partnerschapovereenkomsten met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt of met regulatoren binnen andere netwerksectoren;
11119° het uitvoeren van onderzoeken naar de werking van de elektriciteits- en gasmarkt in het Vlaamse Gewest;
121210° het opleggen van noodzakelijke en evenredige maatregelen om de daadwerkelijke mededinging te bevorderen en de goede werking van de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt te waarborgen;
13−11° de samenwerking en uitwisseling van gegevens met de regulatoren en instanties die werken binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en gasmarkt , voor zover de bepalingen van artikel 3.1.12 worden nageleefd;
13+11° de samenwerking en uitwisseling van gegevens met de regulatoren en instanties die werken binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en gasmarkt of met regulatoren binnen andere netwerksectoren, voor zover de bepalingen van artikel 3.1.12 worden nageleefd;
141412° het goedkeuren van distributienettarieven voor elektriciteit en aardgas en het vaststellen van de berekeningsmethodes hiervoor, volgens transparante criteria of het nemen van overgangsmaatregelen hierover, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;
151513° het opstellen van een technisch reglement - warmte- of koudenetten indien noodzakelijk;
+1 −1 energiedecreet/art. 3.1.7
11§ 1. Het mandaat van bestuurder van de VREG is onverenigbaar met :
2−1° iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een neteigenaar, een netbeheerder, een producent die geen zelfopwekker is, een aardgasinvoerder, de beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoersnet, een werkmaatschappij, een leverancier, een bevrachter of een evenwichtsverantwoordelijke of van een warmte- of koudeneteigenaar, een warmte- of koudenetbeheerder, een warmteproducent die geen zelfopwekker is of een warmte- of koudeleverancier;
2+1° iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een neteigenaar, een netbeheerder, een producent die geen zelfopwekker is, een aardgasinvoerder, de beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoersnet, een werkmaatschappij, een leverancier, een bevrachter of een evenwichtsverantwoordelijke of van een warmte- of koudeneteigenaar, een warmte- of koudenetbeheerder, een warmteproducent die geen zelfopwekker is of een warmte- of koudeleverancier, of een intermediair bij de aankoop van energie;
332° het bezit van aandelen, of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, uitgegeven door een neteigenaar of marktpartij, vermeld in punt 1°, of het bezit van financiële instrumenten die het mogelijk maken om dergelijke aandelen of waardepapieren te verwerven of over te dragen, of die aanleiding geven tot een betaling in contanten die hoofdzakelijk afhankelijk is van de evolutie van de waarde van dergelijke aandelen of waardepapieren;
443° het lidmaatschap van de wetgevende kamers, het Europees Parlement en de gemeenschaps- en gewestraden;
+1 −1 energiedecreet/art. 3.1.12
1−De bestuurders, de algemeen directeur en de personeelsleden van de VREG zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis komen op grond van hun functie bij de VREG aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opge-roepen om in rechte te getuigen of in het kader van de uitwisseling van gegevens met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt , voor zover die gegevensuitwisseling nadrukkelijk bepaald of toegestaan is in verordeningen of richtlij-nen die de instellingen van de Europese Unie hebben vastgesteld, of als met die instanties een overeenkomst is gesloten, als vermeld in artikel 3.1.4, § 2, 8°.
1+De bestuurders, de algemeen directeur en de personeelsleden van de VREG zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis komen op grond van hun functie bij de VREG aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen of in het kader van de uitwisseling van gegevens met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt of met regulatoren binnen andere netwerksectoren, voor zover die gegevensuitwisseling nadrukkelijk bepaald of toegestaan is in verordeningen of richtlijnen die de instellingen van de Europese Unie hebben vastgesteld, of als met die instanties een overeenkomst is gesloten, als vermeld in artikel 3.1.4, § 2, 8°.
+1 −1 energiedecreet/art. 3.1.12/1
11Het uitoefenen van een Functie als algemeen directeur of personeelslid van de VREG is onverenigbaar met :
2−1° iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een neteigenaar, een netbeheerder, een producent die geen zelfopwekker is, een aardgasinvoerder, de beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoersnet, een werkmaatschappij, een leverancier, een bevrachter of een evenwichtsverantwoordelijke of van een warmte- of koudeneteigenaar, een warmte- of koudenetbeheerder, een warmteproducent die geen zelfopwekker is of een warmte- of koudeleverancier;
2+1° iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een neteigenaar, een netbeheerder, een producent die geen zelfopwekker is, een aardgasinvoerder, de beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoersnet, een werkmaatschappij, een leverancier, een bevrachter of een evenwichtsverantwoordelijke of van een warmte- of koudeneteigenaar, een warmte- of koudenetbeheerder, een warmteproducent die geen zelfopwekker is of een warmte- of koudeleverancier, of een intermediair bij de aankoop van energie;
332° het bezit van aandelen, of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, uitgegeven door een neteigenaar of marktpartij, vermeld in punt 1°, of het bezit van financiële instrumenten die het mogelijk maken om dergelijke aandelen of waardepapieren te verwerven of over te dragen, of die aanleiding geven tot een betaling in contanten die hoofdzakelijk afhankelijk is van de evolutie van de waarde van dergelijke aandelen of waardepapieren;
443° het lid zijn van de wetgevende kamers, het Europees Parlement en de gemeenschaps- en gewestraden;
+1 −0 energiedecreet/art. 4.1.8/1
11Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij ondernemen geen activiteiten inzake het aanbieden van commerciële energiediensten of het optreden als aggregator.
22Niettegenstaande het eerste lid kan de netbeheerder of zijn werkmaatschappij diensten aanbieden aan aandeelhouders/vennoten of op grond van een openbaredienstverplichting die door dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden opgelegd, of die voortvloeien uit de gunning van overheidsopdrachten, uitgeschreven door een andere aanbestedende overheid dan de overheden die aandeelhouder/vennoot zijn en voor zover die gunning betrekking heeft op energiediensten die rechtstreeks ten gunste komen van die aandeelhouders/vennoten.
3+Met het oog op het aanbieden van energiediensten, vermeld in het tweede lid, kan de netbeheerder en zijn werkmaatschappij samenwerken met het extern verzelfstandigd agentschap NV Vlaams Energiebedrijf voor wat betreft het gezamenlijk ontwikkelen van energieboekhoudingssoftware en het gezamenlijk ontwikkelen van besparingsmaatregelen als onderdeel van energiezorgsystemen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het gezamenlijk ontwikkelen van energieboekhoudingssoftware. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan die samenwerking op het vlak van het gezamenlijk ontwikkelen van besparingsmaatregelen als onderdeel van energiezorgsystemen moet voldoen.
+1 −1 energiedecreet/art. 4.1.8/2
1−De activiteiten inzake databeheer omvatten volgende taken:
1+De activiteiten inzake databeheer op het distributienet omvatten volgende taken:
221° het af- en uitlezen van de digitale, elektronische en analoge meters en tellers op de toegangspunten van het distributienet voor:
33a) allocatie, reconciliatie en facturatie in het kader van de aankoop en verkoop van elektriciteit en aardgas;
+3 −0 energiedecreet/art. 4.1.16/1 nieuw
1+In afwijking van artikel 4.1.13, artikel 4.1.15 en artikel 4.1.16, kan elke aardgasdistributienetbeheerder bij nieuwe grote verkavelingen, grote groepswoningbouwprojecten of grote appartementsgebouwen, waarvan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of voor stedenbouwkundige handelingen vanaf 1 januari 2021 is aangevraagd, alleen nog voorzien in een aansluiting op het aardgasdistributienet in geval van collectieve verwarming via warmte-krachtkoppeling of in combinatie met een hernieuwbare-energiesysteem als hoofdverwarming.
2+Het eerste lid is eveneens van toepassing op grote verkavelingen, grote groepswoningbouwprojecten of grote appartementsgebouwen, waarbij het definitief vastgestelde projectbesluit overeenkomstig artikel 39 van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten geldt als omgevingsvergunning.
3+De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels over de grootte van de verkavelingen, de groepswoningbouwprojecten en de appartementsgebouwen die onder de verplichting, vermeld in het eerste en tweede lid, vallen, en over de hernieuwbare-energiesystemen die hiervoor in aanmerking komen.
+1 −0 energiedecreet/art. 4.1.31
882° de algemene tariefstructuur, tariefdragers en de klantengroepen.
99§ 4. Met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie met een persoonlijk karakter of commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de distributienetbeheerders, leveranciers of de netgebruikers publiceert de VREG op zijn website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerders, het gemotiveerd consultatieverslag, en alle documenten die nuttig worden geacht voor de motivering van de beslissing van de VREG over de tariefmethodologie.
10+§ 5. De VREG heeft de mogelijkheid om de tariefmethodologie gedurende de reguleringsperiode op elk moment en in afwijking van de termijnen, vermeld in paragraaf 1 en 2, op eigen initiatief te wijzigen.
+1 −1 energiedecreet/art. 4.1.33
885° als de VREG een ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel aan de distributienetbeheerder bezorgt, kan de distributienetbeheerder binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van dat ontwerp van beslissing zijn bezwaren daarover meedelen aan de VREG. Die bezwaren worden afgegeven tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief verzonden aan de VREG, en tegelijk op elektronische wijze. De distributienetbeheerder kan binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, zijn aangepaste tariefvoorstel in één exemplaar met een aangetekende brief of door afgifte met ontvangstbewijs aan de VREG bezorgen. De distributienetbeheerder bezorgt tegelijk een elektronische kopie aan de VREG. Binnen vijftien kalenderdagen nadat de VREG het ontwerp van de beslissing over het tariefvoorstel of, in voorkomend geval, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de bezwaren en in voorkomend geval het aangepaste tariefvoorstel, heeft verzonden, brengt de VREG de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, alsook elektronisch, op de hoogte van zijn beslissing tot goedkeuring of weigering van het in voorkomend geval aangepaste tariefvoorstel;
996° als de distributienetbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen, vermeld in de punten 1° tot 5°, of als de VREG een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel of tot weigering van het aangepaste tariefvoorstel, zijn voorlopige tarieven die de VREG oplegt, van kracht, tot de distributienetbeheerder zijn verplichtingen, vermeld in de punten 1° tot 5°, alsnog is nagekomen, tot alle rechtsmiddelen van de distributienetbeheerder of van de VREG zijn uitgeput, of tot over de twistpunten tussen de VREG en de distributienetbeheerder een akkoord wordt bereikt. De VREG is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen als de definitieve tarieven afwijken van de voorlopige tarieven.
10−§ 4. Onverminderd de mogelijkheid van de VREG om de tariefmethodologie of de tarieven gedurende de reguleringsperiode te allen tijde en in afwijking van de termijnen uit de procedure, vermeld in paragraaf 3, op eigen initiatief te wijzigen, kan een distributienetbeheerder, voor zover dat strikt noodzakelijk wordt geacht, binnen de reguleringsperiode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tarieven voor de komende jaren van die tariefmethode ter goedkeuring voorleggen aan de VREG. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven houdt rekening met de tariefmethodologie, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de VREG behandeld overeenkomstig de geldende procedure, vermeld in paragraaf 3.
10+§ 4. Onverminderd de mogelijkheid van de VREG om de tarieven gedurende de reguleringsperiode te allen tijde en in afwijking van de termijnen uit de procedure, vermeld in paragraaf 3, op eigen initiatief te wijzigen, kan een distributienetbeheerder, voor zover dat strikt noodzakelijk wordt geacht, binnen de reguleringsperiode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tarieven ter goedkeuring voorleggen aan de VREG. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven houdt rekening met de tariefmethodologie, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de VREG behandeld overeenkomstig de geldende procedure, vermeld in paragraaf 3.
1111§ 5. Met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie met een persoonlijk karakter of van commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de distributienetbeheerders, leveranciers of de netgebruikers publiceert de VREG op zijn website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen, de ontwerpen van tarifaire beslissingen en, in voorkomend geval, de goedgekeurde tariefvoorstellen die de distributienetbeheerders hebben ingediend.
1212De VREG publiceert de tarieven en hun motivering binnen drie werkdagen na hun goedkeuring op zijn website. De VREG houdt rekening met een redelijke implementatietermijn voor de leveranciers.
+1 −1 energiedecreet/art. 4.3.3
1−In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, intrekt, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De Vlaamse Regering bepaalt de maximale periode , die niet langer kan zijn dan zestig dagen, gedurende dewelke de netbeheerder voor die afnemers als noodleverancier kan optreden en de Vlaamse Regering kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder zij deze taak uitvoeren.
1+In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De Vlaamse Regering kan de maximale periode bepalen, die niet langer kan zijn dan zestig dagen, gedurende dewelke de netbeheerder voor die afnemers als noodleverancier kan optreden en de Vlaamse Regering kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder zij deze taak uitvoeren.
+4 −4 energiedecreet/art. 4/1.2.2
22§ 2. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaraan de koude- of warmtenetbeheerder of de beheerder van een centrale bron, die verschillende gebouwen of verschillende verbruikers binnen één gebouw bedient, moet voldoen om een dergelijk warmte- of koudenet of een bron te mogen uitbaten.
33§ 3. De warmte- of koudenetbeheerder of de beheerder van een centrale bron die verschillende gebouwen of verschillende verbruikers binnen één gebouw bedient, zorgt ervoor dat in appartementsgebouwen en multifunctionele gebouwen met een centrale verwarmings- of koelingsbron of met levering vanuit zijn warmte- of koudenet of zijn centrale bron individuele verbruiksmeters geïnstalleerd worden om het warmte- of koelingsverbruik of het warmwaterverbruik voor iedere eenheid te meten.
4−De Vlaamse Regering kan uitzonderingen bepalen voor de gevallen waarin het technisch niet haalbaar of niet kostenefficiënt is om een dergelijke meter te installeren. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke voorwaarden de meters moeten voldoen. De partijen die via dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan toegang krijgen tot de gegevens van de meters, zorgen ervoor dat de dataveiligheid op elk moment gegarandeerd wordt en dat voldaan wordt aan de de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
4+De Vlaamse Regering kan uitzonderingen bepalen voor multifunctionele gebouwen en voor de gevallen waarin het technisch niet haalbaar of niet kostenefficiënt is om een dergelijke meter te installeren. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke voorwaarden de meters moeten voldoen. De partijen die via dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan toegang krijgen tot de gegevens van de meters, zorgen ervoor dat de dataveiligheid op elk moment gegarandeerd wordt en dat voldaan wordt aan de de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
5−De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de transparante en accurate berekening van het individuele verbruik en voor de verdeling van de kosten van het thermische of warmwaterverbruik voor:
5+De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de transparante en accurate berekening van het individuele verbruik en voor de verdeling van de kosten van het thermische of warmwaterverbruik voor:
661° warm water voor huishoudelijk gebruik;
7−2° warmte uit de installatie van het gebouw voor de verwarming van de gemeenschappelijke ruimten;
7+2° warmte uit de installatie van het gebouw voor de verwarming van de gemeenschappelijke ruimten, wanneer trappenhuizen en gangen voorzien zijn van radiatoren;
8−3° de verwarming van de appartementen.
8+3° de verwarming of koeling van appartementen.
+1 −1 energiedecreet/art. 4/1.3.1
332° de facturatie voor de levering van thermische energie en voor het gebruik van het warmte- of koudenet;
443° het garanderen van het evenwicht tussen de injectie van thermische energie door de warmteproducenten met wie hij een overeenkomst heeft gesloten, en de warmte- of koudeafname van zijn afnemers van thermische energie;
5−3°informatieverlening;
5+3°/1 informatieverlening;
664° de behandeling van de klachten van zijn klanten;
775° het nemen van maatregelen van sociale aard, zoals beschermingsmaatregelen bij wanbetaling en opzegging van het leveringscontract.
+2 −1 energiedecreet/art. 5.1.2
11Onverminderd de bepalingen van artikel 6.1.2 kan de netbeheerder de toevoer van elektriciteit of aardgas afsluiten met het oog op een regularisatie van het net, de aansluiting of van de meetinstallatie door de netgebruiker als er energiefraude door de netgebruiker als vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, a), b), c), d) en g), wordt vastgesteld, na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald.
22Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 6.2.2 kan de warmte- of koudenetbeheerder de toevoer van thermische energie afsluiten met het oog op een regularisatie van de aansluiting of van de meetinstallatie door de warmte- of koudenetgebruiker als er energiefraude door de warmte- of koudenetgebruiker als vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, a), b), c) en d), wordt vastgesteld.
3−De kosten die de netbeheerder en de warmte- of koudenetbeheerders heeft gemaakt om de energiefraude, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, a), b), c), d) en g), ongedaan te maken, de kosten van de afsluiting, bedoeld in voorgaand lid, de regularisatie van de aansluiting of van de meetinstallatie, de heraansluiting, de kosten voor het onrechtmatig verkregen voordeel en de interesten zijn ten laste van de betreffende netgebruiker, warmte- of koudenetgebruiker.
3+De kosten die de netbeheerder en de warmte- of koudenetbeheerders heeft gemaakt om de energiefraude, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, a), b), c), d) en g), ongedaan te maken, de kosten van de afsluiting, bedoeld in voorgaand lid, de regularisatie van de aansluiting of van de meetinstallatie, de heraansluiting, het onrechtmatig verkregen voordeel, de kosten voor het onrechtmatig verkregen voordeel en de interesten zijn ten laste van de betreffende netgebruiker, warmte- of koudenetgebruiker. Kosten die betrekking hebben op het niet nakomen van de meldingsplicht voor decentrale productie-installaties ≤ 10 kVA zoals vermeld in het aansluitingsreglement zijn pas ten laste van de betreffende netgebruiker vanaf het verstrijken van een termijn van drie maanden na de keuringsdatum van de installatie waarbinnen de vereiste melding niet heeft plaatsgevonden. De netbeheerder of warmte- of koudenetbeheerder of hun gemandateerde vorderen de voormelde kosten en ook het onrechtmatig verkregen voordeel en de interesten rechtstreeks in bij de netgebruiker of de warmte- of koudenetgebruiker.
4+In afwijking van het derde lid, vordert de leverancier het onrechtmatig bekomen voordeel dat werd bekomen ten gevolge van het niet nakomen van de meldingsplicht voor decentrale productie-installaties ≤ 10 kVA zoals vermeld in het aansluitingsreglement terug bij de netgebruiker als de melding heeft plaatsgevonden voor het verstrijken van een termijn van drie maanden na de keuringsdatum van de installatie.
45De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, richtlijnen uitvaardigen voor de wijze waarop de hoeveelheid onrechtmatig verkregen voordeel kan worden berekend.
+2 −2 energiedecreet/art. 5.1.3
221° als een vermoeden bestaat dat er energiefraude als vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, e) of f), van dit decreet wordt gepleegd, wordt de uitbetaling tijdelijk opgeschort totdat vastgesteld is of er al dan niet energiefraude is gepleegd;
332° als vaststaat dat er energiefraude als vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, e) of f), van dit decreet, wordt gepleegd of is gepleegd, wordt de uitbetaling definitief stopgezet en wordt de steun teruggevorderd die onterecht is uitgekeerd.
4−De kosten die de netbeheerder of beheerder van het transmissienet heeft gemaakt om de energiefraude, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, e) of f), van dit decreet, ongedaan te maken, en de kosten van de opschorting, stopzetting of terugvorderingen de intresten zijn ten laste van de betreffende netgebruiker. De netbeheerder of zijn gemandateerde zal deze kostenrechtstreeks invorderen bij de netgebruiker.
4+De kosten die de netbeheerder of beheerder van het transmissienet heeft gemaakt om de energiefraude, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, e) of f), van dit decreet, ongedaan te maken, en de kosten van de opschorting, stopzetting of terugvordering, van het onrechtmatig verkregen voordeel en de intresten zijn ten laste van de betreffende netgebruiker. De netbeheerder of zijn gemandateerde zal deze kosten, en ook het onrechtmatig verkregen voordeel en de interesten, rechtstreeks invorderen bij de netgebruiker.
55De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, richtlijnen uitvaardigen voor de wijze waarop de hoeveelheid onrechtmatig verkregen voordeel kan worden berekend.
66§ 2. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaring te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zijn, kan de warmte- of koudenetbeheerder de uitbetaling van vergoedingen en premies die zijn ingesteld ter uitvoering van titel VII en VIII van dit decreet, opschorten, stopzetten of terugvorderen als er energiefraude als vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, f), wordt vastgesteld.
7−De kosten die de warmte- of koudenetbeheerder heeft verricht om de energiefraude, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, f), ongedaan te maken, en de kosten van de opschorting, stopzetting of terugvordering en de interesten zijn ten laste van de betreffende warmte- of koudenetgebruiker. De warmte- of koudenetbeheerder of zijn gemandateerde zal deze kostenrechtstreeks invorderen bij de warmte- of koudenetgebruiker.
7+De kosten die de warmte- of koudenetbeheerder heeft verricht om de energiefraude, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, f), ongedaan te maken, en de kosten van de opschorting, stopzetting of terugvordering van het onrechtmatig verkregen voordeel en de interesten zijn ten laste van de betreffende warmte- of koudenetgebruiker. De warmte- of koudenetbeheerder of zijn gemandateerde zal deze kosten, en ook het onrechtmatig verkregen voordeel en de interesten, rechtstreeks invorderen bij de warmte- of koudenetgebruiker.
+1 −1 energiedecreet/art. 7.1.3
11Groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten worden toegekend door de VREG op basis van de gegevens die hem daartoe worden overgemaakt door het Vlaams Energieagentschap, de netbeheerders, de transmissienetbeheerder, de eigenaar van de productie-installatie of diens gemachtigde.
2−De Vlaamse Regering legt de nadere toepassingsregels en procedures vast met betrekking tot de aanvraag en de toekenningvan groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten, met inbegrip van de gegevensoverdracht, bedoeld in het vorig lid. De Vlaamse Regering zorgt er hierbij voor dat een onderneming in moeilijkheden geen aanvraagdossiers voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten of warmtekracht certificaten kan indienen.
2+De Vlaamse Regering legt de nadere toepassingsregels en procedures vast met betrekking tot de aanvraag, de toekenning, inclusief de gevallen van de schorsing en intrekking van de uitgifte ervan, van groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten, met inbegrip van de gegevensoverdracht, bedoeld in het vorig lid. De Vlaamse Regering zorgt er hierbij voor dat een onderneming in moeilijkheden geen aanvraagdossiers voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten of warmtekracht certificaten kan indienen.
+1 −3 energiedecreet/art. 7.1.10
3939Het geheel van afnamepunten van afnemers van een na 1 juli 2011 aangelegd net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, wordt als één afnamepunt beschouwd, voor zover het gesloten distributienet is aangesloten op het transmissienet of het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit.
4040In afwijking van het derde en vierde lid wordt het geheel van afnemers die instaan voor het verzorgen van openbaar vervoer niet als één afnamepunt beschouwd.
41−§ 3/1. Het op ondernemingsniveau of vestigingsniveau verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie ontstane kosten wordt beperkt tot 4% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming of vestiging. Voor ondernemingen of vestigingen met een elektriciteitsintensiteit van ten minste 20% wordt dit beperkt tot 0,5% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming of vestiging. Dit houdt in dat in afwijking van paragraaf 3 de factor Ev, vermeld in paragraaf 2, wordt verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken onderneming of vestigingseenheid naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in paragraaf 1, toegangshouder was.
42−De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedures, alsmede de modaliteiten en voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het verkrijgen van deze vermindering. De Vlaamse Regering maakt de toepassing van deze paragraaf afhankelijk van het storten van een bijdrage in het Energiefonds in het jaar n-1.
43−De Vlaamse Regering zorgt met toepassing van het eerste en het tweede lid en alleen als er op het federale niveau een gelijkaardige regeling bestaat, in jaar N voor een verrekening of terugbetaling van een bedrag ter grootte van het door de federale overheid vastgestelde op ondernemingsniveau of vestigingsniveau in het jaar N-1 door die onderneming of vestiging verschuldigde en betaalde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie op federaal niveau ontstane kosten. De Vlaamse Regering stelt in het kader van die verrekening of terugbetaling echter een plafond vast van een percentage van het in het jaar N-1 in totaal verschuldigde bedrag, vermeld in het eerste lid, dat die verrekening of terugbetaling niet mag overschrijden.
41+§ 3/1. ...
4442§ 4. Het VEKA legt een evaluatie van de quota- en productiedoelstellingen, vermeld in § 2, voor aan de Vlaamse Regering indien :
45431° het aantal beschikbare certificaten minder dan 105 % of meer dan 125 % bedraagt van het aantal voor te leggen certificaten;
+3 −0 energiedecreet/art. 7.1.11/1 nieuw
1+Het op ondernemingsniveau of vestigingsniveau verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie en kwalitatieve warmte-krachtkoppeling ontstane kosten wordt beperkt tot 4% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming of vestiging. Voor ondernemingen of vestigingen met een elektriciteitsintensiteit van ten minste 20% wordt dit beperkt tot 0,5% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming of vestiging. Dit houdt in dat in afwijking van artikel 7.1.10, § 3, en artikel 7.1.11, § 2/1, de factor Ev, vermeld in artikel 7.1.10, § 2, en artikel 7.1.11, § 2, wordt verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken onderneming of vestigingseenheid naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in artikel 7.1.10, § 1, en artikel 7.1.11, § 1, toegangshouder was.
2+De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedures, alsmede de modaliteiten en voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het verkrijgen van deze vermindering. De Vlaamse Regering maakt de toepassing van deze paragraaf afhankelijk van het storten van een bijdrage in het Energiefonds in het jaar n-1.
3+De Vlaamse Regering zorgt met toepassing van het eerste en het tweede lid en alleen als er op het federale niveau een gelijkaardige regeling bestaat, in het jaar N voor een verrekening of terugbetaling van een bedrag ter grootte van het door de federale overheid vastgestelde op ondernemingsniveau of vestigingsniveau in het jaar N-1 door die onderneming of vestiging verschuldigde en betaalde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op federaal niveau ontstane kosten. De Vlaamse Regering stelt in het kader van die verrekening of terugbetaling echter een plafond vast van een percentage van het in het jaar n-1 in totaal verschuldigde bedrag, vermeld in het eerste lid, dat die verrekening of terugbetaling niet mag overschrijden.
+6 −0 energiedecreet/art. 8.1.2 nieuw
1+De Vlaamse Regering, de diensten van de Vlaamse overheid, en de lokale besturen koppelen hun financiële steunmaatregelen voor verbeteringen van de energie-efficiëntie in het kader van de renovatie van gebouwen aan de beoogde of verwezenlijkte energiebesparing zoals bepaald op basis van een of meer van de volgende criteria:
2+1° de energieprestatie van de apparatuur die of het materiaal dat voor de renovatie wordt gebruikt, waarbij de apparatuur of het materiaal dat voor de renovatie is gebruikt, dient te worden geïnstalleerd door een installateur met het desbetreffende niveau van certificering of kwalificatie;
3+2° standaardwaarden voor de berekening van energiebesparingen in gebouwen;
4+3° de verwezenlijkte verbetering ten gevolge van de renovatie, door de vóór en na de renovatie afgegeven energieprestatiecertificaten met elkaar te vergelijken;
5+4° de resultaten van een energieaudit;
6+5° de resultaten van een andere relevante, transparante en proportionele methode die de verbetering in energieprestatie aantoont.
+2 −1 energiedecreet/art. 8.2.2
11§1. De Vlaamse Regering kan leningen verstrekken ter ondersteuning van investeringen in het kader van de bevordering van het rationeel energieverbruik, door:
2−1° via energiehuizen leningen aan eindafnemers te verstrekken voor de financiering van investeringen in privéwoningen die dienen als hoofdverblijfplaats;
2+1° via energiehuizen leningen aan nieuwe eigenaars of aan eindafnemers te verstrekken voor de financiering van investeringen in privéwoningen die dienen als hoofdverblijfplaats;
332° het rechtstreeks verstrekken van deze leningen aan eindafnemers.
44De Vlaamse Regering kan de modaliteiten voor de leningen bepalen evenals de procedure voor aanvraag en toekenning.
5+De Vlaamse Regering kan voorwaarden koppelen aan het verkrijgen van een lening, zoals de opmaak van een energieprestatiecertificaat of het behalen van een minimaal energieprestatieniveau.
56De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen.
67§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen.
+4 −0 energiedecreet/art. 8.2.3 nieuw
1+§ 1. De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen ter ondersteuning van de energetische renovatie van niet-energiezuinige woningen of wooneenheden met tegemoetkomingen ten voordele van nieuwe eigenaars van die woningen of wooneenheden.
2+Deze tegemoetkoming kan de vorm aannemen van een rentesubsidie.
3+De Vlaamse Regering kan de procedure voor aanvraag en toekenning bepalen.
4+§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waartegen de rentesubsidie wordt toegekend. Tussen de Vlaamse Regering en de kredietgevers wordt een samenwerkingsprotocol gesloten.
+2 −0 energiedecreet/art. 8.3.1/1
221° via energiehuizen leningen aan coöperatieve vennootschappen te verstrekken voor de financiering van investeringen in gebouwen;
332° het rechtstreeks verstrekken van deze leningen aan coöperatieve vennootschappen.
4+De Vlaamse Regering kan de modaliteiten voor de leningen bepalen evenals de procedure voor aanvraag en toekenning.
5+De Vlaamse Regering kan voorwaarden koppelen aan het verkrijgen van een lening, zoals de opmaak van een energieprestatiecertificaat of het behalen van een minimaal energieprestatieniveau.
46De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen.
57§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen.
+2 −0 energiedecreet/art. 8.4.2
221° via energiehuizen leningen aan niet-commerciële instellingen te verstrekken voor de financiering van investeringen in gebouwen;
332° het rechtstreeks verstrekken van deze leningen aan niet-commerciële instellingen.
4+De Vlaamse Regering kan de modaliteiten voor de leningen bepalen evenals de procedure voor aanvraag en toekenning.
5+De Vlaamse Regering kan voorwaarden koppelen aan het verkrijgen van een lening, zoals de opmaak van een energieprestatiecertificaat of het behalen van een minimaal energieprestatieniveau.
46De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen.
57§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen.
+1 −1 energiedecreet/art. 11.1.6
1−De Vlaamse Regering evalueert minstens om de twee jaar de EPB-eisen, rekening houdende met het kostenoptimale niveau van het peil van primair energieverbruik, en de berekeningsmethodiek en om de vier jaar de te volgen procedures en de administratieve lasten van de regelgeving en past die in voorkomend geval aan.
1+De Vlaamse Regering evalueert minstens om de vijf jaar de EPB-eisen, rekening houdende met het kostenoptimale niveau van het peil van primair energieverbruik, de berekeningsmethodiek en de te volgen procedures en de administratieve lasten van de regelgeving en past die in voorkomend geval aan.
+3 −2 energiedecreet/art. 11.1.14
33Wanneer de gemeente strengere eisen vastlegt, als bedoeld in artikel 11.1.1, § 1/1, dan vermeld zij op de lijst, vermeld in het eerste lid, tevens voor welke stedenbouwkundige vergunningen deze strengere eisen van toepassing zijn.
44Elke aangifteplichtige of verslaggever, woonachtig of met zetel in België, wordt in de energieprestatiedatabank uniek geïdentificeerd aan de hand van het ondernemingnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer. De Vlaamse Regering kan voor aangifteplichtigen of verslaggevers die niet woonachtig zijn of een zetel hebben in België een alternatieve identificatiemethode vastleggen. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop deze gegevens in de energieprestatiedatabank worden opgenomen.
5−De gegevens in de energieprestatiedatabank zijn alleen toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid en de betrokken vergunningverlenende overheid. De verslaggever en de aangifteplichtige hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiedatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.
5+De gegevens in de energieprestatiedatabank zijn alleen toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid en de betrokken vergunningverlenende overheid. De verslaggever en de aangifteplichtige hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De Vlaamse Regering bepaalt tot welke delen van de EPB-aangifte de eigenaar van het gebouw, die geen aangifteplichtige is, toegang heeft. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiedatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.
6−In afwijking van het vierde lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiedatabankter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het Vlaams Energieagentschap bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.
6+In afwijking van het vierde lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van statistische en wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiedatabank, al dan niet gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens van andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het Vlaams Energieagentschap bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt.
7+In het kader van monitoring van de energieprestaties van gebouwen kan het Vlaams Energieagentschap de gegevens uit de energieprestatiedatabank koppelen aan de beschikbare gegevens bij andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij. Nadat die gegevens gekoppeld zijn worden die gegevens geanonimiseerd. Ze zijn in geen geval herleidbaar tot een identificeerbare natuurlijke persoon.
+1 −0 energiedecreet/art. 11.1/1.1 nieuw
1+De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid over het rationeel energiegebruik en de bevordering van de energieprestaties van gebouwen het gebruik van bepaalde verwarmingsinstallaties, technische installaties en technische bouwsystemen aan eisen of voorwaarden onderwerpen.
+9 −0 energiedecreet/art. 11.1/1.2 nieuw
1+Niet-residentiële gebouwen met verwarmingssystemen of met gecombineerde ruimteverwarmingsen ventilatiesystemen met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW en niet-residentiële gebouwen met airconditioningsystemen of gecombineerde airconditioningen ventilatiesystemen met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW, hebben uiterlijk op 31 december 2025 gebouwautomatisering en -controlesystemen.
2+De gebouwautomatisering en -controlesystemen, vermeld in het eerste lid, kunnen ten minste:
3+1° het energieverbruik permanent controleren, bijhouden, analyseren en de bijsturing ervan mogelijk maken;
4+2° de energie-efficiëntie van het gebouw toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen opsporen, en de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de voorzieningen of de technische installaties, informeren over de mogelijkheden om de energie-efficiëntie te verbeteren;
5+3° communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk maken, en interoperabel zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieën, toestellen en fabrikanten.
6+De Vlaamse Regering kan uitzonderingen bepalen voor gevallen waar het technisch of economisch niet haalbaar is om gebouwen van gebouwautomatisering en -controlesystemen te voorzien.
7+De Vlaamse Regering kan voor bepaalde gebouwen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste en tweede lid, vrijstellingen bepalen met betrekking tot verplichtingen aangaande regelmatige keuringen van:
8+1° de toegankelijke delen van verwarmingssystemen of van gecombineerde ruimteverwarmings-en ventilatiesystemen met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW;
9+2° de toegankelijke delen van airconditioningsystemen of gecombineerde airconditionings-en ventilatiesystemen met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW.
+2 −2 energiedecreet/art. 11.2.3
11§ 1. Het VEKA houdt een energieprestatiecertificatendatabank bij. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit het energieprestatiecertificaat worden bijgehouden, doorgestuurd en opgenomen in deze databank.
22§ 2. De personen die een energieprestatiecertificaat uitreiken, sturen de in § 1 vermelde gegevens elektronisch door naar de energieprestatiecertificatendatabank. Deze personen worden in deze databank uniek geïdentificeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het elektronisch indienen van die gegevens en kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de unieke identificatie.
3−§ 3. De gegevens in de energieprestatiecertificatendatabank zijn enkel toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid, de betrokken gemeente en de instrumenterende ambtenaar. De energiedeskundige en de eigenaar van een gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat is opgesteld hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiecertificatendatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.
3+§ 3. De gegevens in de energieprestatiecertificatendatabank zijn enkel toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid, de betrokken gemeente en de instrumenterende ambtenaar. De energiedeskundige en de eigenaar van een gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat is opgesteld hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiecertificatendatabank. Teneinde hun informerende rol ten volle te kunnen spelen om bij te dragen aan de verbetering van de energiezuinigheid van de woningen hebben kredietgevers in het kader van een kredietaanvraag met onroerende bestemming of voor energiebesparende renovaties, toegang tot de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank van het gebouw waarop de kredietaanvraag slaat. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.
44In afwijking van het eerste lid kan het VEKA in het kader van statistische en wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank, al dan niet gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens van andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt.
55In het kader van monitoring van de energieprestaties van gebouwen kan het VEKA de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank koppelen aan de beschikbare gegevens bij andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij. Nadat die gegevens gekoppeld zijn worden die gegevens geanonimiseerd. Ze zijn dan in geen geval herleidbaar tot een identificeerbare natuurlijke persoon.
6−In afwijking van het eerste lid kan het het Vlaams Energieagentschap in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.
6+In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.
77Het Vlaams Energieagentschap kan, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, een opgemaakt energieprestatiecertificaat aanpassen of wijzigen.
+2 −1 energiedecreet/art. 11.2.3
22§ 2. De personen die een energieprestatiecertificaat uitreiken, sturen de in § 1 vermelde gegevens elektronisch door naar de energieprestatiecertificatendatabank. Deze personen worden in deze databank uniek geïdentificeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het elektronisch indienen van die gegevens en kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de unieke identificatie.
33§ 3. De gegevens in de energieprestatiecertificatendatabank zijn enkel toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid, de betrokken gemeente en de instrumenterende ambtenaar. De energiedeskundige en de eigenaar van een gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat is opgesteld hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiecertificatendatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.
4−In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering beslissen om energiedeskundigen toegang te verlenen tot de gegevens van de gemeenschappelijke delen van residentiële gebouwen die bestemd zijn voor collectieve bewoning. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de energiedeskundige toegang verkrijgt tot die gegevens.
4+In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van statistische en wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank, al dan niet gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens van andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het Vlaams Energieagentschap bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt.
5+In het kader van monitoring van de energieprestaties van gebouwen kan het Vlaams Energieagentschap de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank koppelen aan de beschikbare gegevens bij andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij. Nadat die gegevens gekoppeld zijn worden die gegevens geanonimiseerd. Ze zijn dan in geen geval herleidbaar tot een identificeerbare natuurlijke persoon.
56In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het Vlaams Energieagentschap bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.
67Het Vlaams Energieagentschap kan, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, een opgemaakt energieprestatiecertificaat aanpassen of wijzigen.
+5 −0 energiedecreet/art. 11.2/2.1 nieuw
1+§ 1. De Vlaamse Regering kan bepalen dat niet-residentiële gebouwen bij een notariële overdracht in volle eigendom, of bij het vestigen van een opstalrecht of erfpacht op een niet-residentieel gebouw, binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan een minimaal energieprestatieniveau voldoen. De Vlaamse Regering kan hier ook een reeks van aparte eisen, maatregelen en type-renovatiewerken bepalen die daarbij als een minimum binnen die termijn moeten worden uitgevoerd.
2+De uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar, de opstalhouder, of de erfpachter. In geval na de verkoop van het niet-residentieel gebouw gedurende de looptijd van deze verplichting die op het gebouw rust:
3+1° het niet-residentieel gebouw wordt geërfd, dan gaat de verplichting over op de erfgenaam of legataris. De erfgenaam of de legataris moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de erflater diende te halen;
4+2° het niet-residentieel gebouw wordt geschonken of verkocht, of een opstalrecht of erfpacht wordt erop gevestigd, dan gaat de verplichting over op de koper of de ontvanger van de schenking of de erfpachter of opstalhouder. De koper, de ontvanger van de schenking, de erfpachter of de opstalhouder moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de verkoper, schenker, erfpachtgever of opstalgever zelf diende te halen. Indien het te behalen minimaal energieprestatieniveau sindsdien werd verstrengd rust bijkomend op de nieuwe eigenaar, erfpachter of de opstalhouder de verplichting om binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan dat verstrengde minimaal energieprestatieniveau te voldoen.
5+§ 2. De instrumenterende ambtenaar neemt de verplichting en de daaraan gekoppelde voorwaarden op in de authentieke akte houdende verkoop van of de vestiging van een erfpacht of een opstalrecht op een niet-residentieel gebouw als vermeld in paragraaf 1.
+9 −0 energiedecreet/art. 11/1.1.1 nieuw
1+§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de eisen inzake elektromobiliteit waaraan nieuwe gebouwen en parkeergebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen en gebouwen en parkeergebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan met meer dan tien parkeerplaatsen moeten voldoen. De eisen inzake elektromobiliteit kunnen bestaan uit het voorzien van:
2+1° een minimum aantal oplaadpunten voor elektrische voertuigen en eventueel noodzakelijke accessoria;
3+2° infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.
4+Bij het vaststellen van de eisen, vermeld in het eerste lid, wordt minstens een onderscheid gemaakt tussen voor bewoning bestemde gebouwen en niet voor bewoning bestemde gebouwen of parkeergebouwen. Bij het vaststellen van die eisen kan ook een onderscheid worden gemaakt tussen parkeerterreinen binnen het gebouw en parkeerterreinen naast het gebouw.
5+De Vlaamse Regering bepaalt wie verantwoordelijk is om te voldoen aan de eisen, vermeld in het eerste lid.
6+De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de accessoria en infrastructuur, vermeld in het eerste lid.
7+§ 2. Alle bestaande niet voor bewoning bestemde gebouwen of parkeergebouwen met meer dan twintig parkeerplaatsen zijn ten laatste op 1 januari 2025 uitgerust met een door de Vlaamse Regering bepaald minimum aantal oplaadpunten voor elektrische voertuigen. De Vlaamse Regering bepaalt wie verantwoordelijk is om te voldoen aan deze eis.
8+§ 3. De Vlaamse Regering kan uitzonderingen bepalen op de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2.
9+§ 4. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaraan de onderdelen van de elektrische installatie, zoals de oplaadpunten, leidingen, goten, aansluiting en hoofdschakelen verdeelbord, moeten voldoen.
+3 −3 energiedecreet/art. 13.1.2
1−§ 1. De VREG kan aan een marktpartij , warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier, of aan hun aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, vermeld in artikel 3.1.3 en 3.1.4.
1+§ 1. De VREG kan aan een marktpartij of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier, of aan hun aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, vermeld in artikel 3.1.3 en 3.1.4.
22§ 2. De personeelsleden van de VREG zijn bevoegd om toezicht uit te oefenen op de naleving van titels IV, IV/1, V, VI en hoofdstuk II tot en met IV van titel VII van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan en de niet-naleving hiervan vast te stellen in een proces-verbaal.
3−Bij het uitvoeren van hun toezichttaak kunnen de genoemde personeelsleden van de VREG bij iedere marktpartij warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de terreinen en de gebouwen. Tot gebouwen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
3+Bij het uitvoeren van hun toezichttaak kunnen de genoemde personeelsleden van de VREG bij iedere marktpartij of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de terreinen en de gebouwen. Tot gebouwen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
441° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner of een daartoe gemachtigd persoon gekregen;
552° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de politierechter.
6−§ 3. De marktpartij , warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken op grond van § 1, of toegang te verlenen aan de personeelsleden van de VREG op grond van § 2, is verplicht om binnen de door de VREG gestelde termijn alle medewerking te verlenen.
6+§ 3. De marktpartij of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken op grond van § 1, of toegang te verlenen aan de personeelsleden van de VREG op grond van § 2, is verplicht om binnen de door de VREG gestelde termijn alle medewerking te verlenen.
77Gegevens of inlichtingen die in het kader van § 1 en § 2 worden verkregen, gebruikt de VREG alleen voor de uitoefening van haar taken en bevoegdheden, vermeld in de artikelen 3.1.3 en 3.1.4.
+2 −2 energiedecreet/art. 13.1.3
1−De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van het Vlaams Energieagentschap aan die bevoegd zijn voor de controle op de naleving van de verplichtingen die opgelegd zijn op basis van artikelen 7.6.1, 7.6.2, 7.7.1 en 7.7.2, van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en voor het opleggen van de administratieve geldboetes.
1+De personeelsleden van het VEKA zijn bevoegd voor de controle op de naleving van de voorwaarden en de verplichtingen die opgelegd zijn op basis van artikelen 7.6.1, 7.6.2, 7.7.1 en 7.7.2 en titel VIII van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en voor het opleggen van de administratieve geldboetes.
2−De aangewezen personeelsleden kunnen daartoe aan de betrokkenen alle gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. De betrokkene aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, moet binnen de door de bevoegde personeelsleden bepaalde redelijke termijn alle medewerking verlenen.
2+De personeelsleden van het VEKA kunnen daartoe aan de betrokkenen alle gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. De betrokkene aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, moet binnen de door de bevoegde personeelsleden bepaalde redelijke termijn alle medewerking verlenen.
+1 −1 energiedecreet/art. 13.4.5
88Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de verslaggever een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 25 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreven.
99§ 5. Als een EPB-aangifte laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant het Vlaams Ener-gieagentschap de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
10−Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 1000 euro , vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume of bij renovatie of functiewijziging nieuw gecreëerd beschermd volume. Het Vlaams Energieagentschap legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting moet worden nageleefd. De maximale boete bedraagt 10.000 euro .
10+Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 1000 euro voor elke EPB-aangifte die niet of te laat is ingediend, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume of bij renovatie of functiewijziging nieuw gecreëerd beschermd volume. Het Vlaams Energieagentschap legt ook een nieuwe termijn vast waarin de betreffende verplichting moet worden nageleefd. De maximale boete bedraagt 10.000 euro per EPB-aangifte die niet of te laat is ingediend.
1111Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 10 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreden.
1212Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft en uit een controle blijkt dat de EPB-eisen niet werden gerespecteerd, legt het Vlaams Energieagentschap, naast de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op die het dubbele bedraagt van de administratieve geldboete die berekend is volgens de bepalingen van artikel 13.4.6. Voor de bepaling van die administratieve geldboete worden daarbij de waarden die vastgesteld zijn in de EPB-aangifte, vervangen door de waarden vastgesteld bij controle.
+4 −0 energiedecreet/art. 13.4.9/1
1+§ 1. Als het Vlaams Energieagentschap vaststelt dat in strijd met artikel 11.2/2.1 de door de Vlaamse Regering vastgestelde minimale eisen inzake renovatie bij niet-residentiële gebouwen niet werden gerespecteerd, dan kan het Vlaams Energieagentschap aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon op wie de verplichting rust een administratieve geldboete opleggen van 500 euro tot en met 200.000 euro.
2+Het Vlaams Energieagentschap legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd.
3+Als de natuurlijke persoon of de rechtspersoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, nog steeds in gebreke blijft, kan het Vlaams Energieagentschap hem of haar een nieuwe administratieve geldboete opleggen, als bedoeld in het eerste lid. Het Vlaams Energieagentschap legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. Deze procedure wordt herhaald tot aan de op grond van artikel 11.2/2.1 vastgestelde verplichting is voldaan.
4+§ 2. De procedure, vermeld in artikel 13.4.8, is van overeenkomstige toepassing.
+1 −1 energiedecreet/art. 13.4.10
66§ 3. Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt het Vlaams Energieagentschap hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro.
77Die administratieve geldboete kan niet worden gecumuleerd met de sanctie vermeld in § 2.
8−§ 3/1. Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, het kengetal , het adres van het gebouw of de unieke code van het energieprestatiecertificaat niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde kengetal , het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het Vlaams Energieagentschap de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro.
8+§ 3/1. Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, het kengetal of het label, het adres van het gebouw of de unieke code van het energieprestatiecertificaat niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde kengetal of het label, het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het Vlaams Energieagentschap de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro.
99In afwijking van het eerste lid legt het Vlaams Energieagentschap de sanctie, vermeld in het eerste lid, op aan de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde in het geval de eigenaar of gebruiker gebruikmaakte van deze opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde in het kader van het te koop of te huur stellen van het gebouw.
1010Die administratieve geldboete kan voor de eigenaar of gebruiker niet worden gecumuleerd met de sanctie, vermeld in paragraaf 2 of 3.
+9 −0 energiedecreet/art. 13.4.12 nieuw
1+§ 1. Wanneer het Vlaams Energieagentschap vaststelt dat niet aan de verplichtingen vastgesteld door of krachtens artikel 11/1.1.1 is voldaan, kan het Vlaams Energieagentschap aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het halen van die verplichting een administratieve geldboete opleggen van:
2+1° 2000 euro per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen;
3+2° 1000 euro per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.
4+§ 2. Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn en de hoogte van de administratieve boete.
5+§ 3. Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. Het Vlaams Energieagentschap kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.
6+§ 4. Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 3 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
7+Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.
8+§ 5. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.
9+§ 6. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
+14 −0 energiedecreet/art. 13.4.13 nieuw
1+§ 1. Als het Vlaamse Energieagentschap vaststelt dat niet aan de verplichtingen, vastgesteld door of krachtens artikel 8.2.2, § 1, derde lid, of artikel 8.2.3, § 2, is voldaan, maant het Vlaams Energieagentschap de kredietnemer aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
2+Als de kredietnemer bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de kredietnemer een administratieve geldboete op van:
3+1° 300 euro voor een leningsbedrag tot en met 15.000 euro;
4+2° 600 euro voor een leningsbedrag van 15.001 tot en met 30.000 euro;
5+3° 900 euro voor een leningsbedrag van 30.001 euro tot en met 45.000 euro;
6+4° 1200 euro voor een leningsbedrag vanaf 45.001 euro.
7+§ 2. De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld met een aangetekende brief. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete, de bepalingen die van belang zijn en de beroepsmogelijkheid.
8+§ 3. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing. Het Vlaams Energieagentschap kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.
9+§ 4. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.
10+De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
11+§ 5. Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren wordt een dwangbevel uitgevaardigd door de ambtenaar die belast is met de invordering.
12+Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe is aangewezen door de Vlaamse Regering.
13+§ 6. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief.
14+§ 7. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging van toepassing.
+1 −1 energiedecreet/art. 15.3.5/18
1−De distributienetbeheerders hebben tot en met 1 januari 2021 de tijd om te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.1, eerste lid, waarbij eventueel onderling gebieden kunnen worden uitgewisseld. De VREG doet, conform de door de Vlaamse Regering volgens artikel 4.1.4 vastgestelde procedure, waar nodig een nieuwe aanwijzing als distributienetbeheerder, of wijzigt de bestaande aanwijzing als distributienetbeheerder.
1+De distributienetbeheerders hebben tot en met 1 januari 2023 de tijd om te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.1, eerste lid, waarbij eventueel onderling gebieden kunnen worden uitgewisseld. De VREG doet, conform de door de Vlaamse Regering volgens artikel 4.1.4 vastgestelde procedure, waar nodig een nieuwe aanwijzing als distributienetbeheerder, of wijzigt de bestaande aanwijzing als distributienetbeheerder.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd