Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
17 artikels gewijzigd
| 47 | 47 | 16° gefinancierd onderwijs: gemeenschapsonderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 68; | |
| 48 | 48 | 17° Gemeenschap: de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 49 | − | 17° bis gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de leergebiedoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen; | |
| 49 | + | 17° bis gemeenschappelijk curriculum: de leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de mini-mumdoelen na te streven of te bereiken; | |
| 50 | 50 | 17° ter Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR); | |
| 51 | 51 | 18° gemeenschapsonderwijs: onderwijs georganiseerd door of namens de Gemeenschap; | |
| 65 | 65 | 24° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen; | |
| 66 | 66 | 25° klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling; | |
| 67 | − | 25° bis kleuterparticipatie : de inschrijving in en deelname aan het kleuteronderwijs van niet-leerplichtige leerlingen met het oog op het realiseren van de ontwikkelingsdoelen; | |
| 67 | + | 25° bis kleuterparticipatie : de inschrijving in en deelname aan het kleuteronderwijs van niet-leerplichtige leerlingen met het oog op het realiseren van de na te streven of te bereiken minimumdoelen; | |
| 68 | 68 | 26° kleuterschool: school waar alleen kleuteronderwijs georganiseerd wordt; | |
| 69 | 69 | 27° lagere school: school waar alleen lager onderwijs georganiseerd wordt; | |
| 125 | 125 | 52° bis/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid; | |
| 126 | 126 | 52° bis/1/1 SES-lestijden : lestijden, toegekend op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door leerlingkenmerken; | |
| 127 | + | 52° bis/1/1/1 slim apparaat: een elektronisch apparaat, dat verbonden kan worden met andere apparaten via telefoonnetwerken, netwerken of draadloze protocollen; | |
| 127 | 128 | 52° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg; | |
| 128 | 129 | 52° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands; | |
| 134 | 135 | b) in het buitengewoon onderwijs: het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor het paramedisch, medisch, psychologisch, orthopedagogisch en sociaal personeel te bepalen. Dit pakket bestaat uit uren volgens de richtgetallen en aanvullende uren; | |
| 135 | 136 | 55° uren volgens de richtgetallen: resultaat van de verrekening van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode aan de hand van de richtgetallen door de regering vastgelegd; | |
| 137 | + | 55°/1 vakdiscipline: een specifiek wetenschappelijk kennisdomein van waaruit in leergebieden te implementeren minimumdoelen voor het basisonderwijs worden ontwikkeld; | |
| 136 | 138 | 55° bis verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school extra zorg voorziet onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de specifieke onder- wijsbehoeften van bepaalde leerlingen, en voorafgaand aan de fase van uitbreiding van zorg; | |
| 137 | 139 | 56° vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is; | |
| 138 | − | 56° bis de Vlaamse toetsen: gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde, net- en koepeloverschrijdende toetsen die worden afgenomen in bepaalde leerjaren van het basisonderwijs in alle scholen over een selectie van eindtermen; | |
| 140 | + | 56° bis de Vlaamse toetsen: gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde, net- en koepeloverschrijdende toetsen die worden afgenomen in bepaalde leerjaren van het basisonderwijs in alle scholen over een selectie van te bereiken minimumdoelen; | |
| 139 | 141 | 57° vrij onderwijs: onderwijs georganiseerd door een natuurlijk persoon of een private rechtspersoon; | |
| 140 | 142 | 58° ziekenhuisschool: school voor buitengewoon basisonderwijs van type 5 verbonden aan een ziekenhuis waar kinderen omwille van ernstige medische redenen worden opgenomen; | |
| 1 | 1 | In het gewoon basisonderwijs kan een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal worden ingericht. Binnen de voormelde taalafdeling wordt er lesgegeven in het Nederlands en in Vlaamse Gebarentaal. | |
| 2 | − | Met het oog op een mogelijke bijsturing wordt de taalafdeling Neder- lands-Vlaamse Gebarentaal in het schooljaar 2026-2027 geëvalueerd. Deze evaluatie bevat minstens een analyse en beoordeling van de haalbaarheid, de eindtermen, financiële impact van de omkadering en werkingsmiddelen. De regering kan de nadere modaliteiten van de voormelde evaluatie bepalen. | |
| 2 | + | Met het oog op een mogelijke bijsturing wordt de taalafdeling Neder- lands-Vlaamse Gebarentaal in het schooljaar 2026-2027 geëvalueerd. Deze evaluatie bevat minstens een analyse en beoordeling van de haalbaarheid, de na te streven of te bereiken minimumdoelen, financiële impact van de omkadering en werkingsmiddelen. De regering kan de nadere modaliteiten van de voormelde evaluatie bepalen. |
| 1 | − | Voor de leerlingen ingeschreven in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal die niet in afdoende mate de eindtermen voor de Vlaamse Gebarentaal en dovencultuur, vermeld in artikel 44, §8, eerste lid, kunnen bereiken, kan de klassenraad beslissen om de inschrijving in de taalafdeling om te zetten in een inschrijving buiten de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal. De voormelde beslissing wordt genomen na instemming van de ouders. | |
| 1 | + | Voor de leerlingen ingeschreven in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal die niet in afdoende mate de na te streven of te bereiken minimumdoelen voor de Vlaamse Gebarentaal en dovencultuur, vermeld in artikel 44, §8, eerste lid, kunnen bereiken, kan de klassenraad beslissen om de inschrijving in de taalafdeling om te zetten in een inschrijving buiten de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal. De voormelde beslissing wordt genomen na instemming van de ouders. |
| 1 | − | In de door de gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde basis-, kleuter- of lagere scholen kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd. Evenmin kunnen er bijdragen worden gevraagd voor kosten die gemaakt worden om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven. | |
| 1 | + | In de door de gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde basis-, kleuter- of lagere scholen kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd. Evenmin kunnen er bijdragen worden gevraagd voor kosten die gemaakt worden om een minimumdoel te bereiken of na te streven. | |
| 2 | − | De lijst met materialen die bij gebruik kosteloos ter beschikking dienen gesteld te worden om de eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven, vormt een bijlage 1 bij dit decreet. | |
| 2 | + | De lijst met materialen die bij gebruik kosteloos ter beschikking dienen gesteld te worden om de minimumdoelen te bereiken of na te streven, vormt een bijlage 1 bij dit decreet. |
| 1 | 1 | § 1. Het schoolbestuur kan aan de ouders een bijdrage vragen voor : | |
| 2 | − | 1° activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor het realiseren van de eindtermen of het nastreven van de ontwikkelingsdoelen; | |
| 2 | + | 1° activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor het bereiken of nastreven van de minimumdoelen; | |
| 3 | 3 | 2° verplichte materialen die niet begrepen zitten onder artikel 27 en waarvan de ouders het te besteden bedrag niet zelf kunnen bepalen; | |
| 4 | 4 | 3° meerdaagse extra-muros activiteiten. | |
| 1 | − | §1. 1° Ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs zijn minimumdoelen die het Vlaams Parlement wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie. | |
| 1 | + | §1. 1° Ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs zijn minimumdoelen die het Vlaams Parlement wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie. | |
| 2 | 2 | Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de ontwikkelingsdoelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes op populatieniveau bij de leerlingen na te streven. | |
| 3 | 3 | Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het gewoon kleuteronderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van de ontwikkelingsdoelen. | |
| 11 | 11 | Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de doorlichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van scholen voor het buitengewoon basisonderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van de doelen die opgenomen zijn in het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46. | |
| 12 | 12 | 4° Voor het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuur-beschouwing, zijn er geen ontwikkelingsdoelen of eindtermen. | |
| 13 | − | §2. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden geformuleerd in functie van volgende sleutelcompetenties: | |
| 13 | + | §2. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden geformuleerd in functie van volgende sleutelcompetenties: | |
| 14 | 14 | 1. competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid; | |
| 15 | 15 | 2. competenties in het Nederlands en, voor die scholen waar onderwijs door middel van Vlaamse Gebarentaal wordt gegeven, bijkomend ook competenties in de Vlaamse Gebarentaal; | |
| 29 | 29 | 16. cultureel bewustzijn en culturele expressie. | |
| 30 | 30 | Het Vlaams Parlement haakt deze ontwikkelingsdoelen en eindtermen niet vast aan leergebieden. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en de in dit decreet opgenomen leergebieden. | |
| 31 | − | §3. De ontwikkeling van eindtermen en ontwikkelingsdoelen wordt gecoördineerd door de regering. De regering stelt daartoe een of meerdere ontwikkelcommissies samen die ten minste bestaan uit leerkrachten uit basis- en secundair onderwijs, de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijsen vak- en andere experten uit het hoger onderwijs. De ontwikkelcommissie formuleert een beperkt aantal van sober geformuleerde, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare eindtermen en ontwikkelingsdoelen waar de aspecten kennis, vaardigheden, inzichten en indien van toepassing attitudes aan bod komen. Ze geeft ook het belang en de uitgangspunten ervan aan. Ze bewaakt de haalbaarheid. | |
| 31 | + | §3. De ontwikkeling van minimumdoelen wordt geïnitieerd door de Vlaamse Regering. De regering stelt daartoe een expertencommissie aan, die ten minste bestaat uit experten uit de academische wereld en onderwijspersoneel van de verschillende netten. De expertencommissie formuleert wetenschappelijk onderbouwde minimumdoelen die voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: ze zijn ambitieus, kennisrijk, eenduidig interpreteerbaar, evalueerbaar, consistent, coherent en haalbaar. De expertencommissie wordt geadviseerd door een of meer ontwikkelcommissies voor verschillende vakdisciplines waaronder leerpsychologie en gedragswetenschappen, die een ontwerp van minimumdoelen voor hun respectieve vakdisciplines opstellen. Die subcommissies bestaan uit leerkrachten, directies, de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en vakexperten en andere experten uit het hoger onderwijs. | |
| 32 | − | De ontwikkelde eindtermen en ontwikkelingsdoelen worden vervolgens door de ontwikkelcommissie voorgelegd aan een valideringscommissie. De valideringscommissie bestaat uit leden van de onderwijsinspectie en andere experten. De valideringscommissie valideert of stuurt de ontwikkelde eindtermen of ontwikkelingsdoelen terug naar de ontwikkelcommissie met het oog op bijsturing, waarna ze finaal ter validering aan de valideringscommissie worden voorgelegd. De valideringscommissie bewaakt de coherentie, consistentie en evalueerbaarheid van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. | |
| 33 | − | De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden door de regering als een ontwerp van decreet ingediend bij het Vlaams Parlement. Het Vlaams Parlement kan het initiatief nemen de in het eerste lid voorziene procedure op te starten. | |
| 32 | + | Het finale ontwerp van het geheel van minimumdoelen wordt bepaald door de expertencommissie. Het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering legt dat finale ontwerp vervolgens voor advies voor aan de Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de vertegenwoor-digers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs. De Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de onderwijsverstrekkers baseren hun advies minstens op de kwaliteitscriteria, vermeld in het eerste lid. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 72 van het decreet van 2 april 2004 betreffende de participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 14 van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Het advies van de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs wordt verstrekt binnen een termijn van dertig kalenderdagen. In spoedeisende gevallen, die met redenen worden omkleed, kan de adviesverzoeker de termijn inkorten op voorwaarde dat die termijn ten minste tien werkdagen bedraagt. | |
| 34 | − | De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden periodiek gescreend op hun actualiteitswaarde en worden zo nodig bijgestuurd. De regering bepaalt de procedure voor deze screening en bijsturing. | |
| 33 | + | De minimumdoelen worden periodiek gescreend op hun actualiteitswaarde en worden zo nodig bijgestuurd. Minstens om de vijf jaar wordt over die screening gerapporteerd aan het Vlaams Parlement. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure. | |
| 34 | + | Het bereiken van de minimumdoelen en de leerwinst bij kleuters wordt om de drie jaar gepeild door middel van een representatieve steekproef in het laatste jaar van het kleuteronderwijs. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure. | |
| 35 | − | §4. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel blijven de bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen van toepassing. In afwijking van paragraaf 3 en 5 kan de regering de bestaande ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs herordenen en technisch aanpassen. | |
| 35 | + | §4. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel blijven de bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen van toepassing. In afwijking van paragraaf 3 en 5 kan de regering de bestaande ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs herordenen en technisch aanpassen. | |
| 36 | 36 | Bij de ontwikkeling en de implementatie van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen wordt rekening gehouden met de coherentie en continuïteit over het kleuter- en lager onderwijs heen en de aansluiting op de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het secundair onderwijs, zonder de eigenheid van het basisonderwijs uit het oog te verliezen. | |
| 37 | − | § 5. Het Vlaams Parlement keurt een beperkt aantal van sober geformuleerde, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare eindtermen en ontwikkelingsdoelen goed waar kennis telkens geëxpliciteerd wordt en vaardigheden, inzichten en indien van toepassing attitudes aan bod komen. | |
| 37 | + | §5. De minimumdoelen worden bij decreet vastgesteld. | |
| 38 | 38 | §6. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan een klassenraad, na overleg met de ouders, beslissen om de ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997 die opgenomen zijn in bijlage 5 bij dit decreet niet na te streven bij leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal. | |
| 39 | 39 | De klassenraad neemt de voormelde ontwikkelingsdoelen die niet nagestreefd worden op in een afsprakenkader. Het afsprakenkader wordt tot één schooljaar nadat de leerling voor het laatst ingeschreven was in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal bewaard. Het voormelde afsprakenkader kan ter verificatie worden voorgelegd aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. | |
| 1 | + | §1. 1° Minimumdoelen worden bij decreet vastgesteld voor: | |
| 2 | + | a) het einde van het kleuteronderwijs; | |
| 3 | + | b) het vierde jaar van het lager onderwijs; | |
| 4 | + | c) het einde van het lager onderwijs. | |
| 1 | − | §1. 1° Ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs zijn minimumdoelen die het Vlaams Parlement wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie. | |
| 5 | + | Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, in-zicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopula-tie. | |
| 2 | − | Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de ontwikkelingsdoelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes op populatieniveau bij de leerlingen na te streven. | |
| 6 | + | 2° Na te streven minimumdoelen voor het kleuteronderwijs zijn minimum-doelen die wenselijk worden geacht voor die leerlingenpopulatie. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die minimumdoelen op po-pulatieniveau na te streven. | |
| 3 | − | Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het gewoon kleuteronderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van de ontwikkelingsdoelen. | |
| 7 | + | Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de door-lichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het ba-sisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van die minimumdoelen. | |
| 4 | − | 2° Eindtermen voor het gewoon lager onderwijs zijn minimumdoelen die het Vlaams Parlement noodzakelijk en bereikbaar acht voor die leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie. | |
| 5 | − | Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de eindtermen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en bepaalde attitudes op populatieniveau bij de leerlingen te bereiken en de eindtermen met betrekking tot bepaalde andere attitudes bij de leerlingen na te streven. | |
| 6 | − | Binnen deze eindtermen worden, minstens voor de competenties in het Nederlands en de wiskundige component van de competenties inzake wiskunde, wetenschappen en technologie, bepaalde eindtermen als basisgeletterdheid aangeduid. De eindtermen basisgeletterdheid moeten door elke individuele leerling worden bereikt op het eind van het vierde jaar lager onderwijs. Basisgeletterdheid zijn die eindtermen die het startpunt vormen voor het bereiken van de eindtermen basisgeletterdheid in de eerste graad van het secundair onderwijs voor de competenties in het Nederlands en de wiskundige component van de competenties inzake wiskunde, wetenschappen en technologie. In uitzonderlijke gevallen kan de klassenraad gemotiveerd beslissen dat een individuele leerling een eindterm basisgeletterdheid niet moet bereiken. De regering bepaalt vanaf welk schooljaar de eindtermen basisgeletterdheid in het lager onderwijs ingevoerd worden. | |
| 8 | + | 3° Voor het kleuteronderwijs zijn de op populatieniveau te bereiken mini-mumdoelen voor Nederlands beperkt tot woordenschat en luistervaardig-heden, en voor wiskunde tot getalbegrip. | |
| 9 | + | Te bereiken minimumdoelen voor het lager onderwijs zijn minimum-doelen die noodzakelijk en bereikbaar worden geacht voor die leerlingen-populatie. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die mini-mumdoelen op populatieniveau te bereiken. | |
| 7 | − | Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het gewoon lager onderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van de eindtermen. | |
| 10 | + | Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de door-lichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het ba-sisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van die minimumdoelen. | |
| 8 | − | 3° Ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs zijn doelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die het Vlaams Parlement wenselijk acht voor zoveel mogelijk leerlingen van een bepaalde leerlingenpopulatie. | |
| 11 | + | 4° Voor het einde van het lager onderwijs worden op individueel niveau te bereiken minimumdoelen vastgelegd voor Nederlands en wiskunde. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die minimumdoelen op in-dividueel niveau te bereiken. Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de doorlichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het de-creet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het basisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van die minimumdoelen op individueel niveau. | |
| 12 | + | Die doelen worden door elke leerling bereikt op het einde van het ba-sisonderwijs met het oog op het verkrijgen van het getuigschrift basison-derwijs. De klassenraad kan conform artikel 53 van dit decreet oordelen dat een leerling het getuigschrift basisonderwijs kan verkrijgen zonder dat de betrokken leerling elk minimumdoel op individueel niveau heeft bereikt. | |
| 13 | + | 5° Voor leerlingen met een IAC-verslag vertrekken scholen van de mini-mumdoelen voor het bepalen van de doelen voor het individueel aange-past curriculum, vermeld in artikel 46. | |
| 9 | − | Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de doelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes bij de leerlingen na te streven zoals opgenomen in het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46. | |
| 14 | + | Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de doelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die zijn opgeno-men in het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46, na te streven bij de leerlingen. | |
| 10 | − | De school kan steeds extra doelen nastreven bij de leerlingen. | |
| 11 | − | Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de doorlichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van scholen voor het buitengewoon basisonderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van de doelen die opgenomen zijn in het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46. | |
| 15 | + | Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlich-ting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het ba-sisonderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich voor leerlingen met een IAC-verslag op het nastreven van de doelen die zijn bepaald in de indivi-dueel aangepaste curricula. | |
| 12 | − | 4° Voor het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuur-beschouwing, zijn er geen ontwikkelingsdoelen of eindtermen. | |
| 16 | + | 6° Voor het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuur-beschouwing zijn er geen na te streven of te bereiken minimumdoelen. | |
| 13 | − | §2. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden geformuleerd in functie van volgende sleutelcompetenties: | |
| 14 | − | 1. competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid; | |
| 15 | − | 2. competenties in het Nederlands en, voor die scholen waar onderwijs door middel van Vlaamse Gebarentaal wordt gegeven, bijkomend ook competenties in de Vlaamse Gebarentaal; | |
| 16 | − | 3. competenties in andere talen; | |
| 17 | − | 4. digitale competentie en mediawijsheid; | |
| 18 | − | 5. sociaal-relationele competenties; | |
| 19 | − | 6. competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie; | |
| 20 | − | 7. burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven; | |
| 21 | − | 8. competenties met betrekking tot historisch bewustzijn; | |
| 22 | − | 9. competenties met betrekking tot ruimtelijk bewustzijn; | |
| 23 | − | 10. competenties inzake duurzaamheid; | |
| 24 | − | 11. economische en financiële competenties; | |
| 25 | − | 12. juridische competenties; | |
| 26 | − | 13. leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatie-denken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatie-verwerking en samenwerken; | |
| 27 | − | 14. zelfbewustzijn en zelfexpressie, zelfsturing en wendbaarheid; | |
| 28 | − | 15. ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties; | |
| 29 | − | 16. cultureel bewustzijn en culturele expressie. | |
| 17 | + | §2. De minimumdoelen voor het kleuteronderwijs worden geformuleerd op basis van de volgende vakdisciplines: | |
| 18 | + | 1° Nederlands; | |
| 19 | + | 2° wiskunde; | |
| 20 | + | 3° geschiedenis; | |
| 21 | + | 4° aardrijkskunde; | |
| 22 | + | 5° wetenschap en techniek; | |
| 23 | + | 6° lichamelijke opvoeding; | |
| 24 | + | 7° muzische vorming; en | |
| 25 | + | 8° attitudes. | |
| 26 | + | De minimumdoelen voor het vierde en het zesde jaar lager onderwijs worden geformuleerd op basis van de volgende vakdisciplines: | |
| 27 | + | 1° Nederlands; | |
| 28 | + | 2° wiskunde; | |
| 29 | + | 3° Frans | |
| 30 | + | 4° geschiedenis; | |
| 31 | + | 5° aardrijkskunde; | |
| 32 | + | 6° wetenschap en techniek; | |
| 33 | + | 7° ICT; | |
| 34 | + | 8° lichamelijke opvoeding; | |
| 35 | + | 9° muzische vorming; en | |
| 36 | + | 10° attitudes. | |
| 30 | − | Het Vlaams Parlement haakt deze ontwikkelingsdoelen en eindtermen niet vast aan leergebieden. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en de in dit decreet opgenomen leergebieden. | |
| 37 | + | Deze minimumdoelen worden niet vastgehaakt aan leergebieden. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de minimumdoelen en leergebieden. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat in minstens de helft van de ingerichte lestijden wordt gefocust op Nederlands en wiskunde. | |
| 31 | − | §3. De ontwikkeling van minimumdoelen wordt geïnitieerd door de Vlaamse Regering. De regering stelt daartoe een expertencommissie aan, die ten minste bestaat uit experten uit de academische wereld en onderwijspersoneel van de verschillende netten. De expertencommissie formuleert wetenschappelijk onderbouwde minimumdoelen die voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: ze zijn ambitieus, kennisrijk, eenduidig interpreteerbaar, evalueerbaar, consistent, coherent en haalbaar. De expertencommissie wordt geadviseerd door een of meer ontwikkelcommissies voor verschillende vakdisciplines waaronder leerpsychologie en gedragswetenschappen, die een ontwerp van minimumdoelen voor hun respectieve vakdisciplines opstellen. Die subcommissies bestaan uit leerkrachten, directies, de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en vakexperten en andere experten uit het hoger onderwijs. | |
| 38 | + | §3. De ontwikkeling van minimumdoelen wordt geïnitieerd door de Vlaamse Regering. De regering stelt daartoe een expertencommissie aan, die ten minste bestaat uit experten uit de academische wereld en onderwijspersoneel van de verschillende netten. De expertencommissie formuleert wetenschappelijk onderbouwde minimumdoelen die voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: ze zijn ambitieus, kennisrijk, eenduidig interpreteerbaar, evalueerbaar, consistent, coherent en haalbaar. De expertencommissie wordt geadviseerd door een of meer ontwikkelcommissies voor verschillende vakdisciplines waaronder leerpsychologie en gedragswetenschappen, die een ontwerp van minimumdoelen voor hun respectieve vakdisciplines opstellen. Die subcommis-sies bestaan uit leerkrachten, directies, de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en vakexperten en andere experten uit het hoger onderwijs. | |
| 32 | 39 | Het finale ontwerp van het geheel van minimumdoelen wordt bepaald door de expertencommissie. Het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering legt dat finale ontwerp vervolgens voor advies voor aan de Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de vertegenwoor-digers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs. De Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de onderwijsverstrekkers baseren hun advies minstens op de kwaliteitscriteria, vermeld in het eerste lid. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 72 van het decreet van 2 april 2004 betreffende de participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 14 van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Het advies van de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs wordt verstrekt binnen een termijn van dertig kalenderdagen. In spoedeisende gevallen, die met redenen worden omkleed, kan de adviesverzoeker de termijn inkorten op voorwaarde dat die termijn ten minste tien werkdagen bedraagt. | |
| 33 | 40 | De minimumdoelen worden periodiek gescreend op hun actualiteitswaarde en worden zo nodig bijgestuurd. Minstens om de vijf jaar wordt over die screening gerapporteerd aan het Vlaams Parlement. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure. | |
| 34 | 41 | Het bereiken van de minimumdoelen en de leerwinst bij kleuters wordt om de drie jaar gepeild door middel van een representatieve steekproef in het laatste jaar van het kleuteronderwijs. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure. | |
| 35 | − | §4. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel blijven de bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen van toepassing. In afwijking van paragraaf 3 en 5 kan de regering de bestaande ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs herordenen en technisch aanpassen. | |
| 42 | + | §4. In afwachting van na te streven en te bereiken minimumdoelen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel blijven de bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen van toepassing. In afwijking van paragraaf 3 en 5 kan de regering de bestaande ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs herordenen en technisch aanpassen. | |
| 36 | − | Bij de ontwikkeling en de implementatie van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen wordt rekening gehouden met de coherentie en continuïteit over het kleuter- en lager onderwijs heen en de aansluiting op de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het secundair onderwijs, zonder de eigenheid van het basisonderwijs uit het oog te verliezen. | |
| 43 | + | Bij de ontwikkeling en de implementatie van de na te streven en te bereiken minimumdoelen wordt rekening gehouden met de coherentie en continuïteit over het kleuter- en lager onderwijs heen en de aansluiting op de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het secundair onderwijs, zonder de eigenheid van het basisonderwijs uit het oog te verliezen. | |
| 37 | 44 | §5. De minimumdoelen worden bij decreet vastgesteld. | |
| 38 | − | §6. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan een klassenraad, na overleg met de ouders, beslissen om de ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997 die opgenomen zijn in bijlage 5 bij dit decreet niet na te streven bij leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal. | |
| 45 | + | §6. In afwachting van na te streven en te bereiken minimumdoelen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan een klassenraad, na overleg met de ouders, beslissen om de ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997 die opgenomen zijn in bijlage 5 bij dit decreet niet na te streven bij leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal. | |
| 39 | 46 | De klassenraad neemt de voormelde ontwikkelingsdoelen die niet nagestreefd worden op in een afsprakenkader. Het afsprakenkader wordt tot één schooljaar nadat de leerling voor het laatst ingeschreven was in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal bewaard. Het voormelde afsprakenkader kan ter verificatie worden voorgelegd aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. | |
| 40 | − | §7. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan er voor leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in het lager onderwijs in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal een afwijking voorzien worden op sommige van de bestaande eindtermen, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997. Er kan worden afgeweken van de eindtermen opgenomen in bijlage 5 bij dit decreet. | |
| 47 | + | §7. In afwachting van na te streven en te bereiken minimumdoelen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan er voor leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in het lager onderwijs in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal een afwijking voorzien worden op sommige van de bestaande eindtermen, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997. Er kan worden afgeweken van de eindtermen opgenomen in bijlage 5 bij dit decreet. | |
| 41 | 48 | Na instemming van de ouders bepaalt de klassenraad welke eindtermen, vermeld in het eerste lid, niet haalbaar zijn en waarvoor in een afwijking moet worden voorzien. De klassenraad neemt de voormelde afwijkingen van de eindtermen op in een afsprakenkader. | |
| 42 | 49 | Het afsprakenkader, vermeld in het tweede lid, wordt tot één schooljaar nadat de leerling voor het laatst ingeschreven was in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal bewaard. Het voormelde afsprakenkader kan ter verificatie worden voorgelegd aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. | |
| 43 | − | §8. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, krijgen de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs type 7, vermeld in de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 7, bekrachtigd bij het decreet van 25 mei 2003 met betrekking tot Communicatie en taal: Vlaamse Gebarentaal, en met betrekking tot Wereldoriëntatie: dovencultuur het statuut van eindtermen in het lager onderwijs in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal. | |
| 50 | + | §8. In afwachting van na te streven en te bereiken minimumdoelen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, krijgen de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs type 7, vermeld in de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 7, bekrachtigd bij het decreet van 25 mei 2003 met betrekking tot Communicatie en taal: Vlaamse Gebarentaal, en met betrekking tot Wereldoriëntatie: dovencultuur het statuut van eindtermen in het lager onderwijs in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal. | |
| 44 | 51 | In afwijking van het eerste lid krijgen de volgende ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs type 7 niet het statuut van eindtermen of ontwikkelingsdoelen: | |
| 45 | 52 | 1° met betrekking tot Communicatie en taal: Vlaamse Gebarentaal: | |
| 49 | 56 | a) punt 7; | |
| 50 | 57 | b) punt 10. | |
| 58 | + | §9. De minimumdoelen, opgenomen in bijlage 6 bij dit decreet, die ontwikkeld zijn vanuit de volgende vakdisciplines, zijn van toepassing vanaf de volgende data: | |
| 59 | + | 1° 1 september 2026 voor de vakdisciplines: | |
| 60 | + | a) Nederlands; | |
| 61 | + | b) wiskunde; | |
| 62 | + | c) wetenschap en techniek; | |
| 63 | + | 2° 1 september 2027 voor de vakdisciplines: | |
| 64 | + | a) Frans; | |
| 65 | + | b) geschiedenis; | |
| 66 | + | c) aardrijkskunde; | |
| 67 | + | d) ICT; | |
| 68 | + | e) lichamelijke opvoeding; | |
| 69 | + | f) muzische vorming; | |
| 70 | + | g) attitudes. | |
| 71 | + | In afwijking van het eerste lid: | |
| 72 | + | 1° kunnen scholen vanaf 1 september 2025 de minimumdoelen, vermeld in het eerste lid, aanbieden als aanvullende doelen of in de eigen ruimte, vermeld in artikel 45, §1, eerste lid; | |
| 73 | + | 2° implementeren de scholen in het schooljaar 2026-2027 de minimumdoelen die ontwikkeld zijn vanuit de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, en wetenschappen en techniek, vermeld in het eerste lid, 1°, alleen bij de leerlingengroepen die het getuigschrift basisonderwijs, vermeld in artikel 53, volgens het normale leerproces in het schooljaar 2029-2030 en de volgende schooljaren kunnen behalen; | |
| 74 | + | 3° implementeren de scholen in het schooljaar 2027-2028 alleen de minimumdoelen die ontwikkeld zijn vanuit de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, en wetenschappen en techniek, vermeld in het eerste lid, 1°, bij de leerlingengroepen die het getuigschrift basisonderwijs, vermeld in artikel 53, volgens het normale leerproces in het schooljaar 2028-2029 en het schooljaar 2029-2030 kunnen behalen en wordt het getuigschrift basisonderwijs uitgereikt op basis van de minimumdoelen die ontwikkeld zijn vanuit de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, wetenschappen en techniek; | |
| 75 | + | 4° passen de scholen de eindtermen, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997, toe bij de leerlingengroepen die het getuigschrift basisonderwijs, vermeld in artikel 53, volgens het normale leerproces in de schooljaren 2026-2027 en 2027-2028 kunnen behalen en wordt het getuigschrift basisonderwijs uitgereikt op basis van de eindtermen. | |
| 1 | − | §1. Wanneer een schoolbestuur oordeelt dat de eindtermen of de ontwikkelingsdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of ermee onverzoenbaar zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijkwaardigheid in door vervangende eindtermen en/of ontwikkelingsdoelen voor te stellen. De indiening gebeurt uiterlijk op 1 september van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin de vervangende eindtermen of ontwikkelingsdoelen zullen gelden. | |
| 1 | + | §1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden. | |
| 2 | + | In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 30 november 2025. | |
| 2 | − | Wanneer de aanvraag gebeurt ingevolge een wijziging van ontwikkelingsdoelen of eindtermen door het Vlaams Parlement, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waarbinnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen mag werken. | |
| 3 | + | Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken. | |
| 3 | − | De aanvraag is slechts ontvankelijk indien precies wordt aangegeven waarom de eindtermen of de ontwikkelingsdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze ermee onverzoenbaar zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende eindtermen of ontwikkelingsdoelen voor. | |
| 4 | + | De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor. | |
| 4 | − | §2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende eindtermen of ontwikkelingsdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met deze eindtermen of ontwikkelingsdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. | |
| 5 | + | §2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. | |
| 5 | 6 | De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: | |
| 6 | 7 | 1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden; | |
| 7 | 8 | 2° de vereiste inhoud, in functie van de sleutelcompetenties, zoals bepaald in artikel 44; | |
| 8 | 9 | 3° de formulering | |
| 9 | − | a) gebeurt onder de vorm van ontwikkelingsdoelen of eindtermen, naargelang van het geval; | |
| 10 | + | a) gebeurt onder de vorm van na te streven of te bereiken minimumdoelen, naargelang van het geval; | |
| 10 | − | b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd of eindtermen worden bereikt. | |
| 11 | + | b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie minimumdoelen worden nagestreefd of bereikt. | |
| 11 | 12 | Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van de onderwijsinspectie en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure. | |
| 12 | − | § 3. De vervangende eindtermen of ontwikkelingsdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement. | |
| 13 | + | § 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement. |
| 1 | 1 | Op het einde van het gewoon lager onderwijs neemt de school van elke leerling, vanaf het schooljaar 2017-2018, een gevalideerde toets af voor ten minste twee leergebieden en vanaf het schooljaar 2018-2019 voor ten minste drie leergebieden. | |
| 2 | − | De resultaten van deze toetsafnames zijn gericht op het verkrijgen van informatie op schoolniveau over de mate waarin de leerlingenpopulatie de eindtermen bereikt en ze worden aangewend in het kader van interne kwaliteitszorg. De resultaten kunnen één van de elementen zijn waar de klassenraad rekening mee houdt bij de toekenning van een getuigschrift zoals bepaald in artikel 53. | |
| 2 | + | De resultaten van deze toetsafnames zijn gericht op het verkrijgen van informatie op schoolniveau over de mate waarin de leerlingenpopulatie de te bereiken minimumdoelen bereikt en ze worden aangewend in het kader van interne kwaliteitszorg. De resultaten kunnen één van de elementen zijn waar de klassenraad rekening mee houdt bij de toekenning van een getuigschrift zoals bepaald in artikel 53. |
| 3 | 3 | Een school voor buitengewoon lager onderwijs kan beslissen haar leerlingen te laten deelnemen aan de Vlaamse toetsen. | |
| 4 | 4 | De Vlaamse toetsen worden ontwikkeld door het bevoegde steunpunt met betrokkenheid van de onderwijsverstrekkers en kunnen van zodra technisch mogelijk door deze onderwijsverstrekkers worden aangevuld met eigen items in functie van een eigen kwaliteitszorgsysteem. De Vlaamse overheid stelt de Vlaamse toetsen, met inbegrip van oefentoetsen, ter beschikking van de scholen die ze digitaal en op basis van instructies bij hun leerlingen afnemen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de praktische organisatie van de Vlaamse toetsen. | |
| 5 | − | De Vlaamse toetsen omvatten een selectie van eindtermen van het leergebied wiskunde en het leergebied Nederlands. De Vlaamse toetsen houden rekening met zowel de eindtermen als de gelijkwaardig verklaarde vervangende eindtermen. | |
| 5 | + | De Vlaamse toetsen omvatten een selectie van te bereiken minimumdoelen van het leergebied wiskunde en het leergebied Nederlands. De Vlaamse toetsen houden rekening met zowel de te bereiken minimumdoelen als de gelijkwaardig verklaarde vervangende te bereiken minimumdoelen. | |
| 6 | 6 | De deelname aan de Vlaamse toetsen aan het einde van het gewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2025-2026 vervangt de verplichte afname in het gewoon lager onderwijs van een gevalideerde toets voor ten minste drie leergebieden als vermeld in artikel 44ter. | |
| 7 | − | §2. De Vlaamse toetsen hebben tot doel de onderwijskwaliteit te versterken en te monitoren door het bereiken van de eindtermen en de leerwinst te meten op onder- staande niveaus. | |
| 7 | + | §2. De Vlaamse toetsen hebben tot doel de onderwijskwaliteit te versterken en te monitoren door het bereiken van de te bereiken minimumdoelen en de leerwinst te meten op onder- staande niveaus. | |
| 8 | − | De resultaten van de Vlaamse toetsen worden op de volgende wijze gebruikt: 1° op Vlaams niveau als bron van informatie over de onderwijskwaliteit, meer bepaald de mate waarin de eindtermen bereikt worden, de mate waarin leerwinst gegenereerd wordt en als element van kwaliteitszorg op systeemniveau; | |
| 8 | + | De resultaten van de Vlaamse toetsen worden op de volgende wijze gebruikt: 1° op Vlaams niveau als bron van informatie over de onderwijskwaliteit, meer bepaald de mate waarin de te bereiken minimumdoelen bereikt worden, de mate waarin leerwinst gegenereerd wordt en als element van kwaliteitszorg op systeemniveau; | |
| 9 | 9 | 2° op schoolniveau als element van interne en externe kwaliteitszorg: | |
| 10 | 10 | a) als een van de elementen in de interne kwaliteitszorg van de school. De school en het schoolbestuur zullen daartoe een eigen feedbackrapport met gecontextualiseerde resultaten op een beveiligde manier kunnen consulteren; | |
| 1 | − | § 1. Vanuit de ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs en de eindtermen voor het gewoon lager onderwijs, worden door het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen ontwikkeld die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren, lerarenteams of leerlingen. In de leerplannen zijn in elk geval alle door het Vlaams Parlement goedgekeurde ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs en eindtermen voor het gewoon lager onderwijs letterlijk opgenomen waarbij transparant het onderscheid gemaakt wordt welke doelen de eindtermen realiseren en met welke doelen de ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd. De leerplannen zijn voor de onderwijsinspectie een aanvullend instrument om het kwaliteitsbeleid van een school te kaderen. | |
| 2 | − | Leerplannen worden ter goedkeuring door de onderwijsverstrekkers ingediend bij de onderwijsinspectie. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering volgens de vooraf door haar bepaalde criteria en op advies van de onderwijsinspectie, de leerplannen goed. | |
| 1 | + | §1. Vanuit de minimumdoelen voor het kleuter- en lager onderwijs ontwikkelt het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren of lerarenteams. Het schoolbestuur kan daarin ook aanvullende doelen opnemen, voor zover die aanvullende doelen niet tegenstrijdig zijn met de minimumdoelen of er afbreuk aan doen. | |
| 2 | + | In de leerplannen zijn bij de opgenomen doelen in elk geval alle betrok-ken, bij decreet vastgestelde minimumdoelen, vermeld in artikel 44, §1, letterlijk opgenomen, waarbij transparant het onderscheid gemaakt wordt tussen na te streven en te bereiken minimumdoelen en waarbij het ook duidelijk is welke doelen het schoolbestuur heeft toegevoegd. | |
| 3 | + | Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS), opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Dat agentschap toetst of de minimumdoelen volledig en correct zijn omgezet in het leerplan, of de minimumdoelen letterlijk zijn opgenomen in het leerplan en of dat leerplan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de vastgestel-de minimumdoelen of die de realisatie ervan in de weg staan. | |
| 4 | + | In afwijking van het derde lid hoeft het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen de leerplannen voor het kleuter- en lager onderwijs niet goed te keuren: | |
| 5 | + | 1° voor het schooljaar 2025-2026; | |
| 6 | + | 2° voor het schooljaar 2026-2027, met uitzondering van de leerplannen die betrekking hebben op de minimumdoelen die ontwikkeld zijn vanuit de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, en wetenschap en techniek. | |
| 7 | + | De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen. | |
| 3 | − | §2. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing, zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties. | |
| 8 | + | §2. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing, zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde na te streven en te bereiken minimumdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties. | |
| 4 | 9 | De directeur kan de levensbeschouwelijke leerlingengroepen tijdens de levensbeschouwelijke les bezoeken om administratieve redenen, om algemeen pedagogische redenen, om na te gaan of de grondwettelijke rechten en vrijheden gevrijwaard worden of voor een bespreking met de leerlingen. De directeur - of een ander personeelslid dat aangesteld is als evaluator - kan de les ook bijwonen, gelet op zijn bevoegdheid als evaluator voor niet-vakinhoudelijke en niet-vaktechnische aspecten. | |
| 5 | − | §3. In afwijking op paragraaf 1 dienen de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing niet door de Vlaamse Regering te worden goedgekeurd. Deze leerplannen worden publiek bekendgemaakt. | |
| 10 | + | §3. In afwijking van paragraaf 1 hoeven de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing niet ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Die leerplannen worden publiek bekendgemaakt. | |
| 6 | − | §4. Over het in overeenstemming zijn met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en het respecteren van de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen, evenals over de uitvoering van de leerplannen, wordt jaarlijks aan het Vlaams Parlement een stand van zaken gerapporteerd door: | |
| 11 | + | §4. Over het in overeenstemming zijn met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en het respecteren van de goedgekeurde minimumdoelen, evenals over de uitvoering van de leerplannen, wordt jaarlijks aan het Vlaams Parlement een stand van zaken gerapporteerd door: | |
| 7 | 12 | 1° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken: over de leerplannen godsdienst en niet-confessionele zedenleer met inbegrip van de interlevensbeschouwelijke competenties; | |
| 8 | 13 | 2° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs: over de leerplannen cultuurbeschouwing. |
| 1 | 1 | §1. Voor elke leerling met een IAC-verslag wordt, zowel in het gewoon als in het buitengewoon onderwijs, een individueel aangepast curriculum opgemaakt door de klassenraad in afstemming met de leerling tenzij dat niet mogelijk is, met de ouders, in voorkomend geval de leerondersteuner en waar nodig de CLB-medewerker en andere externe ondersteuners. | |
| 2 | − | §2. Het individueel aangepast curriculum bevat, met inachtneming van de door de Vlaamse Regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde eindtermen of ontwikkelingsdoelen, de doelen die nagestreefd zullen worden, volgens de onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften van de leerling. Het individueel aangepast curriculum krijgt vorm op basis van een cyclisch proces van handelingsplanmatig werken. | |
| 2 | + | §2. Het individueel aangepast curriculum bevat, met inachtneming van de door de Vlaamse Regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde minimumdoelen, de doelen die nagestreefd zullen worden, volgens de onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften van de leerling. Het individueel aangepast curriculum krijgt vorm op basis van een cyclisch proces van handelingsplanmatig werken. | |
| 3 | − | De klassenraad vertrekt voor de selectie van de doelen van de eindtermen en van de ontwikkelingsdoelen van het buitengewoon onderwijs. De doelen worden door de klassenraad bij de leerling nagestreefd met het oog op de maximale ontplooiing van en leerwinst bij de leerling en met het oog op een zo volwaardig mogelijke participatie aan het klas- en schoolgebeuren en maatschappelijke participatie zoals andere leeftijdsgenoten. Scholen voor buitengewoon onderwijs werken actief aan de mogelijkheid tot terugkeer naar het gewoon onderwijs. | |
| 3 | + | De klassenraad vertrekt voor de selectie van de doelen van de minimumdoelen. De doelen worden door de klassenraad bij de leerling nagestreefd met het oog op de maximale ontplooiing van en leerwinst bij de leerling en met het oog op een zo volwaardig mogelijke participatie aan het klas- en schoolgebeuren en maatschappelijke participatie zoals andere leeftijdsgenoten. Scholen voor buitengewoon onderwijs werken actief aan de mogelijkheid tot terugkeer naar het gewoon onderwijs. | |
| 4 | 4 | §3. In het individueel aangepast curriculum opgenomen doelen met betrekking tot godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing zijn gebaseerd op de overeenkomstige leerplannen en zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder. | |
| 5 | 5 | §4. Het individueel aangepast curriculum bepaalt hoe de doelen gerealiseerd zullen worden en hoe sociale, psychologische, orthopedagogische, medische of paramedische hulpverlening in het onderwijsaanbod wordt geïntegreerd. Daarbij wordt gebruikgemaakt van het netwerk en de ondersteunende partners die betrokken zijn naargelang de onderwijscontext waarin de leerling schoolloopt. | |
| 1 | 1 | Het schoolbestuur van een erkende school kan, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, een getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan de regelmatige leerlingen in het gewoon lager onderwijs. | |
| 2 | − | De klassenraad oordeelt hierbij autonoom of een leerling in voldoende mate de doelen uit het leerplan die het bereiken van de eindtermen beogen, heeft bereikt. | |
| 2 | + | De klassenraad oordeelt hierbij autonoom of een leerling in voldoende mate de doelen uit het leerplan die het bereiken van de minimumdoelen beogen, heeft bereikt. |
| 1 | 1 | De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met het getuigschrift basisonderwijs, afgeleverd door scholen die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap. | |
| 2 | 2 | Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening : | |
| 3 | − | 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader; | |
| 3 | + | 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de na te streven of te bereiken minimumdoelen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader; | |
| 4 | 4 | 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 57bis zijn opgenomen, met het getuigschrift basisonderwijs, afgegeven in de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader gebruikt; 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur als referentiekader gebruikt. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 57bis zijn opgenomen, met het getuigschrift basisonderwijs, afgegeven in de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de na te streven of te bereiken minimumdoelen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader gebruikt; 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur als referentiekader gebruikt. | |
| 2 | 2 | De financiële bijdrage die de houder van een buitenlands studiebewijs moet betalen aan de erkenningsautoriteit voor een onderzoek met betrekking tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van het buitenlands studiebewijs bedraagt 90 euro per aanvraag en per studiebewijs. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2013. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal. De Vlaamse Regering kan het bedrag verminderen voor specifieke doelgroepen. Voor asielzoekers, vluchtelingen en subsidiair-beschermden is de behandeling van de erkenningsaanvraag gratis. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor een versnelde procedure tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen. De Vlaamse Regering kan het bedrag dan vermeerderen tot maximaal 500 euro indien de houder van het buitenlands studiebewijs opteert voor deze versnelde procedure. |
| 8 | 8 | 7° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maakt; | |
| 9 | 9 | 8° de reglementering inzake vakantieperioden en de aanwending van de onderwijstijd, zoals bedoeld in artikel 50 in acht neemt, | |
| 10 | − | 9° de reglementering betreffende eindtermen, ontwikkelingsdoelen of met ingang van een datum te bepalen door de Vlaamse Regering de erkende onderwijskwalificaties, leerplannen en individueel aangepaste curricula naleven; | |
| 10 | + | 9° de reglementering betreffende na te streven of te bereiken minimumdoelen of met ingang van een datum te bepalen door de Vlaamse Regering de erkende onderwijskwalificaties, leerplannen en individueel aangepaste curricula naleven; | |
| 11 | 11 | 10° samenwerkingsafspraken maakt met een centrum voor leerlingenbegeleiding en een beleid op leerlingenbegeleiding voert; | |
| 12 | 12 | 11° in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt. | |
| 13 | − | 12° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement. | |
| 13 | + | 12° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement; | |
| 14 | + | 13° een doeltreffend beleid voert om het verbod op het gebruik van slimme apparaten bekend te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid dat is opgenomen in het schoolreglement. | |
| 14 | 15 | § 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden: | |
| 15 | 16 | 1° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdien-stige opvattingen van de ouders en de leerling; | |
| 16 | − | 2° de leerplannen volgen van het gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV, of eigen leerplannen ermee verenigbaar; | |
| 17 | + | 2° ...; | |
| 17 | 18 | 3° een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter bedoeld in 1°; | |
| 18 | 19 | 4° begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV; | |
| 2 | 2 | 1° ze stelt zich tot doel de participatie van de kleuters van de kermisexploitanten en ze organiseert een rijdende kleuterschool Vlaanderen ter bevordering daarvan. De rijdende kleuterschool Vlaanderen zal de toer van de foren volgen; | |
| 3 | 3 | 2° ze leeft de erkenningsvoorwaarden na, vermeld in artikel 62, § 1, 2°, 5°, 6°, 7° en 11° ; | |
| 4 | − | 3° ze voorziet in onderwijsaanbod dat ten minste de leergebieden , vermeld in artikel 39, omvat. De geformuleerde ontwikkelingsdoelen voor die leergebieden, vermeld in artikel 44, § 1, worden nagestreefd; | |
| 4 | + | 3° ze voorziet in onderwijsaanbod dat ten minste de leergebieden en de leergebiedoverschrijdende thema’s, vermeld in artikel 39, omvat. De geformuleerde na te streven of te bereiken minimumdoelen voor die leergebieden, vermeld in artikel 44, § 1, worden nagestreefd; | |
| 5 | 5 | 4° ze houdt zich aan de bepalingen, vermeld in artikel 27 en 27bis; | |
| 6 | 6 | 5° ze aanvaardt alleen kleuters die zijn ingeschreven in een erkende school; | |