Decreet betreffende de uitbouw van de graduaatsopleidingen binnen de hogescholen en de versterking van de lerarenopleidingen binnen de hogescholen en universiteiten
Staatsblad 16 juli 2018 NUMAC 2018012999
157 artikels gewijzigd
| 3 | 3 | 2° accreditatie en instellingsreview: | |
| 4 | 4 | a) opleidingsaccreditatie: de formele erkenning van een opleiding op grond van een beslissing van een onafhankelijk orgaan waarin vastgesteld wordt dat de opleiding voldoet aan vooraf vastgestelde minimale kwaliteits- en niveauvereisten; | |
| 5 | − | b) eerste ronde opleidingsaccreditaties: de accreditaties die zijn verleend vanaf 1 februari 2005 tot en met het einde van het academiejaar 2012-2013; | |
| 6 | − | c) tweede ronde opleidingsaccreditaties: de accreditaties die zijn verleend vanaf het begin van het academiejaar 2013-2014 tot en met het einde van het academiejaar 2020-2021; | |
| 7 | − | d) derde ronde opleidingsaccreditaties: de accreditaties die zijn verleend vanaf het begin van het academiejaar 2021-2022 tot en met het einde van het academiejaar 2028-2029; | |
| 8 | − | e) instellingsreview: periodieke beoordeling door een externe commissie van de beleidsprocessen die een instelling hoger onderwijs opzet om te garanderen dat ze haar taken op het terrein van het onderwijs op een kwaliteitsvolle manier uitvoert; | |
| 5 | + | b) instellingsreview: de periodieke beoordeling door een externe commissie van de wijze waarop een hogeronderwijsinstelling onderwijsbeleid voert en aantoont dat ze dit onderwijsbeleid op een kwaliteitsvolle manier uitvoert met inbegrip van de regie die de instelling opzet opdat de kwaliteit van haar opleidingen geborgd wordt. De commissie betrekt daarbij ook de beleidsprocessen die de instelling opzet om het onderwijs dat ze in haar opleidingen aanbiedt te ondersteunen vanuit haar opdrachten op het terrein van onderzoek en maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening; | |
| 9 | − | f) positief besluit instellingsreview: het besluit van de accreditatieorganisatie dat een instellingsreview afrondt en waarin de accreditatieorganisatie bevestigt dat de instelling voldoet aan alle onderwerpen van het beoordelingskader instellingsreview; | |
| 10 | − | g) eerste ronde instellingsreviews: de instellingsreviews die worden uitgevoerd vanaf het begin van het academiejaar 2015-2016 tot en met het einde van het academiejaar 2016-2017; | |
| 11 | − | h) tweede ronde instellingsreviews: de instellingsreviews die worden uitgevoerd vanaf het begin van het academiejaar 2019-2020 tot en met het einde van het academiejaar 2020-2021; | |
| 12 | − | i) derde ronde instellingsreviews: de instellingsreviews die worden uitgevoerd vanaf het begin van het academiejaar 2025-2026 tot en met het einde van het academiejaar 2026-2027; | |
| 13 | − | j) opleidingsdossier: het dossier dat het instellingsbestuur indient met het oog op het verkrijgen van de opleidingsaccreditatie; | |
| 14 | − | k) visitatierapport: de gepubliceerde externe beoordeling uitgevoerd door een visitatiecommissie georganiseerd door een evaluatieorgaan; | |
| 6 | + | c) regie: het geheel van acties, processen, praktijken, procedures en instrumenten die de instelling in staat stelt de kwaliteit van de opleidingen te borgen; | |
| 7 | + | d) toets nieuwe opleiding: een beoordeling door een externe commissie van de potentiële kwaliteit van een nieuwe opleiding als vermeld in artikel II.150 van deze codex; | |
| 15 | − | 3° accreditatieorganisatie: de organisatie die bij internationaal verdrag aangewezen is om de accreditatie te verlenen en de toets nieuwe opleidingen uit te voeren; | |
| 8 | + | 3° accreditatieorganisatie: de organisatie die bij internationaal verdrag aangewezen is om de accreditatie van opleidingen te verlenen, de toets nieuwe opleiding en de instellingsreview uit te voeren; | |
| 16 | 9 | 4° ...; | |
| 17 | 10 | 5° afgevaardigde : een behoorlijk gemachtigde vertegenwoordiger; | |
| 22 | 15 | 10° basisvoorwaarden bij het studeren : behoeften uit het dagelijks leven die vervuld moeten zijn om goed te kunnen studeren; | |
| 23 | 16 | 11° bekwaamheidsonderzoek : het onderzoek van de competenties van een persoon, voorafgaand aan het afleveren van een bewijs van bekwaamheid; | |
| 17 | + | 11°/1 beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan uitgeoefend worden als vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur; | |
| 24 | 18 | 12° bestuur : elk bestuursorgaan van een associatie, respectievelijk een instelling dat krachtens een wettelijke of decretale bepaling of de statuten is aangewezen om uitvoerbare beslissingen te nemen in de in deze codificatie bedoelde aangelegenheden; | |
| 25 | 19 | 13° beursstudent : een student die een studietoelage ontvangt van de Vlaamse Gemeenschap, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 29 | 23 | c) onderdaan is van een staat behorende tot de Europese Economische Ruimte en beantwoordt aan de financiële criteria voor het verkrijgen van een studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, of | |
| 30 | 24 | d) een DGOS-bursaal, een BTC-bursaal of een bursaal in de programma’s van de ontwikkelingssamenwerking van de Vlaamse Interuniversitaire Raad is; | |
| 31 | − | 15° bewijs van bekwaamheid: het bewijsdat een student op grond van EVC’s of EVK’s de competenties heeft verworven eigen aan: | |
| 25 | + | 15° bewijs van bekwaamheid: het bewijs, via een document of een bewijs van registratie, dat een student op grond van EVC's of EVK's de competenties heeft verworven die eigen zijn aan: | |
| 26 | + | a) het niveau van gegradueerde in het hoger beroepsonderwijs; | |
| 32 | − | a) het niveau van bachelor in het hoger professioneel onderwijs of het academisch onderwijs, of | |
| 27 | + | b) het niveau van bachelor in het hoger professioneel onderwijs of het academisch onderwijs; | |
| 33 | − | b) het masterniveau, of | |
| 28 | + | c) het niveau van master; | |
| 34 | − | c) een welomschreven opleiding, opleidingsonderdeel of cluster van opleidingsonderdelen; | |
| 29 | + | d) een welomschreven opleiding, opleidingsonderdeel of cluster van opleidingsonderdelen; | |
| 35 | − | Bedoeld bewijs betreft een document of een registratie; | |
| 36 | 30 | 16° bijna-beursstudent : een student die onderdaan is van een staat behorende tot de Europese Economische ruimte of voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 9 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap en die geen studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap ontvangt, maar waarvan het referentie-inkomen ten hoogste 3000 euro ligt boven de financiële maximumgrens, bepaald in de regelgeving betreffende de studietoelagen. Het bedrag van 3000 euro wordt geïndexeerd overeenkomstig artikel II.218; | |
| 37 | 31 | 17° creditbewijs : de erkenning van het feit dat een student blijkens een examen de competenties, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven. Deze erkenning wordt vastgelegd in een document of een registratie. De verworven studiepunten, verbonden aan het betrokken opleidingsonderdeel, worden aangeduid als “credits”; | |
| 38 | 32 | 18° creditcontract : een contract, aangegaan door een instellingsbestuur met de student die zich inschrijft met het oog op het behalen van (een) creditbewij(s)(zen) voor 1 of meer opleidingsonderdelen; | |
| 39 | − | 19° cursist : een deelnemer aan het hoger beroepsonderwijs die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en ingeschreven is, als vermeld in artikel 3, 6°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs; | |
| 33 | + | 19°...; | |
| 40 | 34 | 19°/1 Databank Hoger Onderwijs: de databank, vermeld in artikel IV.90; | |
| 41 | 35 | 20° diplomacontract : een contract, aangegaan door een instellingsbestuur met de student die zich inschrijft met het oog op het behalen van een graad of diploma van een opleiding of die zich inschrijft voor een schakel- of voorbereidingsprogramma; | |
| 50 | 44 | 27° financieringspunten : het financieringsvolume, uitgedrukt in een aantal punten en berekend op basis van het aantal opgenomen studiepunten, het aantal verworven studiepunten en het aantal diploma’s, en rekening houdend met het puntengewicht en de financieringsboni; | |
| 51 | 45 | 28° gedelibereerde studiepunten : studiepunten waarvoor een student op basis van examens geen creditbewijs verworven heeft, maar waarvoor een examencommissie beslist heeft dat de bijbehorende opleidingsonderdelen niet hervat hoeven te worden. De examencommissie heeft verklaard dat de student geslaagd is voor het geheel van de opleidingsonderdelen in kwestie die hij tijdens de periode in kwestie heeft gevolgd; | |
| 52 | − | 29° generatiestudent : een student die zich, in een bepaald academiejaar, voor het eerst inschrijft met een diplomacontract voor een professioneel of academisch gerichte bachelor in het Vlaamse hoger onderwijs. Het statuut van generatiestudent geldt voor dat volledige academiejaar; | |
| 46 | + | 29° generatiestudent : een student die zich, in een bepaald academiejaar, voor het eerst inschrijft met een diplomacontract voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs of een professioneel of academisch gerichte bachelor in het Vlaamse hoger onderwijs. Het statuut van generatiestudent geldt voor dat volledige academiejaar; | |
| 53 | 47 | 30° gesubsidieerde officiële hogeschool : een hogeschool met een publiekrechtelijk karakter tot 1 oktober 2013, die opgericht is door een provincie, een gemeente of een OCMW; | |
| 54 | 48 | 31° gesubsidieerde vrije hogeschool : een hogeschool met een privaatrechtelijk karakter; | |
| 55 | 49 | 32° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van ’s lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen; | |
| 56 | − | 33° graad : aanduiding van bachelor, master of doctor verleend op het einde van een opleiding c.q. na promotie met de uitreiking van een diploma; | |
| 50 | + | 33° graad : aanduiding van gegradueerde, bachelor, master of doctor verleend op het einde van een opleiding c.q. na promotie met de uitreiking van een diploma; | |
| 57 | 51 | 33°/1 hbo5-opleiding: een opleiding van het hoger beroepsonderwijs die buiten de context van deze codex werd of wordt aangeboden, met name door een cvo of een secundaire school; | |
| 58 | 52 | 34° herstructurering : onder herstructurering wordt begrepen : | |
| 62 | 56 | d) een overdracht van 1 of meer studiegebieden van een hogeronderwijsinstelling naar een andere instelling, waarbij deze laatste instelling onderwijsbevoegdheid heeft voor de overgedragen studiegebieden; | |
| 63 | 57 | 34°/1 Hogeronderwijsregister: het register, vermeld in artikel II.170; | |
| 64 | − | 35° integratiekader: het geheel van personeelsleden, opgenomen in een lijst die bekrachtigd is door de Vlaamse Regering, zoals vermeld in artikel V.209; | |
| 58 | + | 35° integratiekader : het geheel van de personeelsleden die door een hogeschool met behoud van hun rechtspositieregeling als personeel van de hogeschool, aan een universiteit zijn overgedragen, voor zover ze niet opgenomen zijn in de rechtspositieregeling van de universiteiten; | |
| 65 | 59 | 36° jaar : kalenderjaar; | |
| 66 | 60 | 37° kunstopleidingen : de professioneel gerichte bacheloropleidingen en de academisch gerichte bachelor- en masteropleidingen in de volgende studiegebieden: | |
| 79 | 73 | waarin de ambtshalve geregistreerde instellingen krachtens deze codificatie opleidingen kunnen aanbieden; | |
| 80 | 74 | 43° onderwijs- en examenreglement : het reglement bedoeld in deel 2, titel 4, hoofdstuk 3; | |
| 75 | + | 43°/1 onderwijskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties dat noodzakelijk is om maatschappelijk te functioneren en te participeren, waarmee verdere studies in het secundair of in het hoger onderwijs aangevat kunnen worden of waarmee beroepsactiviteiten uitgeoefend kunnen worden als vermeld in artikel 9 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur; | |
| 81 | 76 | 44° onderzoeksmaster : een initiële masteropleiding zoals vermeld in artikel II.157; | |
| 82 | 77 | 45° opgenomen studiepunten : studiepunten, verbonden aan de opleidingsonderdelen, waarvoor een student zich heeft ingeschreven in een bepaald academiejaar; | |
| 127 | 122 | 76° voorbereidingsprogramma : een programma dat kan worden opgelegd aan een student die niet in het bezit is van een diploma dat op rechtstreekse wijze toelating verleent tot de opleiding waarvoor hij zich wenst in te schrijven; | |
| 128 | 123 | 77° vrijstelling : de opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel, of een deel ervan, examen af te leggen; | |
| 124 | + | 77°/1 werkplekleren : leeractiviteiten die gericht zijn op het verwerven van algemene of beroepsgerichte competenties, waarbij de arbeidssituatie de leeromgeving is; | |
| 129 | 125 | 78° werkstudent : een student die aan al de volgende voorwaarden beantwoordt : | |
| 130 | 126 | a) hij is in het bezit van een bewijs van tewerkstelling in een dienstverband met een omvang van ten minste 80 uren per maand, of hij is in het bezit van een bewijs van uitkeringsgerechtigde werkzoekende en de opleiding kadert binnen het door een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling voorgestelde traject naar werk; | |
| 1 | − | §1. Een hogeschool die kunstopleidingen aanbiedt, en de overeenstemmende graden van bachelor en master wil verlenen, richt met ingang van het academiejaar 2013-2014 1 of meer Schools of Arts op. | |
| 1 | + | §1. Een hogeschool die kunstopleidingen aanbiedt, en de overeenstemmende graden van gegradueerde, bachelor en master wil verlenen, richt met ingang van het academiejaar 2013-2014 1 of meer Schools of Arts op. | |
| 2 | 2 | In afwijking van het eerste lid moet een hogeschool geen School of Arts oprichten als het aantal bachelor- en masteropleidingen die de desbetreffende hogeschool aanbiedt voor ten minste 80% bestaat uit kunstopleidingen of uit kunstgerelateerde bachelor- of masteropleidingen. Het aantal andere bachelor- en masteropleidingen is kleiner dan of gelijk aan 20% van het totale aantal bachelor- en masteropleidingen die de hogeschool aanbiedt. In dat geval wordt voor de toepassing van deze codificatie de hogeschool als geheel beschouwd als een School of Arts. | |
| 3 | 3 | Onder kunstgerelateerde opleidingen worden de volgende professionele bacheloropleidingen begrepen: | |
| 4 | 4 | 1° de cel macrodoelmatigheid, bestaande uit ten minste 4 en ten hoogste 8 experten; | |
| 5 | 5 | 2° de cel taalregeling, bestaande uit 4 experten; | |
| 6 | − | 3° de cel kwaliteitszorg hbo5-opleidingen, bestaande uit 4 experten. | |
| 6 | + | 3° .... | |
| 7 | 7 | De cel kwaliteitszorg hbo5-opleidingen wordt opgeheven als de algemene afbouw van de van rechtswege erkende hbo5-opleidingen, zoals vermeld in artikel 161, §2, 2°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, start. | |
| 8 | 8 | §4. De experten zijn deskundig op 1 of meer van de volgende gebieden: | |
| 9 | 9 | 1° de cel macrodoelmatigheid: het hoger beroepsonderwijs, de professionele bachelor-opleidingen, de academische bachelor- en masteropleidingen, de kunstopleidingen, de arbeidsmarkt in relatie tot deze opleidingen; | |
| 10 | 10 | 2° de cel taalregeling: de (onderwijs)taal in het hoger onderwijs, de positionering van het Vlaamse hoger onderwijs in een internationale context, de relatie ‘onderwijs – internationale arbeidsmarkt’, de democratisering hoger onderwijs; | |
| 11 | − | 3° de cel kwaliteitszorg hbo5-opleidingen: kwaliteitszorg opleidingen in het hoger beroepsonderwijs, het professioneel hoger onderwijs, de arbeidsmarkt in relatie tot deze opleidingen. | |
| 11 | + | 3° .... | |
| 12 | 12 | §5. De Vlaamse Regering stelt de leden en de experten aan en regelt de werking van de Commissie Hoger Onderwijs. | |
| 13 | 13 | Bij elke combinatie ‘vaste kern – cel van experten’ mag ten hoogste twee derden van de door de Vlaamse Regering aangestelde leden en experten van hetzelfde geslacht zijn. | |
| 4 | 4 | b) nieuwe bachelor- of masteropleidingen overeenkomstig artikel II.153, §3; | |
| 5 | 5 | 2° een oordeel uit te brengen over het aanbieden van een anderstalige initiële bachelor- of masteropleiding overeenkomstig artikel II.263; | |
| 6 | − | 3° een advies uit te brengen over een vrijstelling van een equivalentievoorwaarde voor een anderstalige initiële bachelor- of masteropleiding overeenkomstig artikel II.264; | |
| 6 | + | 3° een oordeel uit te brengen over een vrijstelling van een equivalentievoorwaarde voor een anderstalige initiële bachelor- of masteropleiding overeenkomstig artikel II.264; | |
| 7 | 7 | 4° een oordeel uit te brengen over een afwijking op de voorwaarde tot het aanbieden van een equivalente opleiding overeenkomstig artikel II.268; | |
| 8 | 8 | 5° ...; | |
| 9 | − | 6° het kwaliteitstoezicht uitoefenen op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vermeld in artikel 160 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, en overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikel 161/1 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs; | |
| 10 | − | 7° het beoordelen van de aanvragen van gecombineerd onderwijs in opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vermeld in artikel 28 en 98, §5, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en overeenkomstig de criteria, vermeld in voormeld artikel 28; | |
| 11 | − | 8° het beoordelen van de aanvragen voor wijziging van het opleidingsprofiel van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vermeld in artikel 160 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, tot aan de omvorming van die opleidingen overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikel 161/2 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs; | |
| 9 | + | 6° ...; | |
| 10 | + | 7° ...; | |
| 11 | + | 8° ...; | |
| 12 | − | 9° ... | |
| 12 | + | 9° ...; | |
| 13 | 13 | 10° het verlenen van advies aan de Vlaamse Regering over het al dan niet bijdragen van een opleiding en instelling buiten de Europese Hoger Onderwijsruimte, aan de uitbouw van een wetenschappelijke discipline, vermeld in artikel 30 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 14 | 14 | 11° een oordeel uit te brengen over een aanvraag tot vrijstelling van de afbouw van een initiële bachelor- of masteropleiding, conform artikel II.153 van deze codex; | |
| 15 | − | 12° een oordeel uit te brengen over de aanvraag tot verandering van vestiging, conform artikel II.154 van deze codex. | |
| 15 | + | 12° een oordeel uit te brengen over de aanvraag tot verandering van vestiging, conform artikel II.154 van deze codex; | |
| 16 | + | 13° het beoordelen van de aanvragen voor een relevantietoets, vermeld in artikel II.153/1, § 4, van deze codex, van nieuwe opleidingen die uitgaan van geregistreerde instellingen als vermeld in artikel II.6 van deze codex, en van de instellingen die de registratie aanvragen conform artikel II.6 van deze codex. | |
| 1 | 1 | §1. De VLUHR verstrekt adviezen en doet voorstellen aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en aan de Vlaamse minister, bevoegd voor wetenschap en innovatie. De VLUHR kan ook overleg onder de hogescholen, universiteiten of associaties organiseren. Het overleg, de adviezen en de voorstellen betreffen alle aangelegenheden die de Vlaamse hogescholen, universiteiten en associaties aanbelangen. | |
| 2 | 2 | §2. De VLUHR is bevoegd voor de externe kwaliteitsbeoordelingen in de instellingen zoals bepaald in artikel II.122. De VLUHR kan daartoe een verzelfstandigd orgaan oprichten. | |
| 3 | − | De leden van dat verzelfstandigd orgaanmoeten expertise hebben met betrekking tot kwaliteitszorg van opleidingen hoger beroepsonderwijs, hoger professioneel onderwijs, hoger academisch onderwijs en de specifieke lerarenopleiding. | |
| 3 | + | De leden van het verzelfstandigd orgaan, vermeld in het eerste lid, moeten expertise hebben met betrekking tot kwaliteitszorg van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, het hoger professioneel onderwijs en het academisch onderwijs. | |
| 4 | 4 | §3. Op vraag van de Vlaamse Regering en de Commissie Hoger Onderwijs verstrekt de VLUHR adviezen in diverse materies. | |
| 5 | 5 | §4. De VLUHR moet ook aspecten zoals internationalisering, ontwikkelingssamenwerking en wetenschap en innovatie op volwaardige manier aan bod laten komen binnen zijn werking. | |
| 1 | − | Het hoger onderwijs omvat opleidingen die leiden tot de graad van bachelor en de graad van master en opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die leiden tot een diploma van gegradueerde en specifieke lerarenopleidingen die leiden tot een diploma van leraar. Het hoger onderwijs omvat ook de opleidingen die kunnen afgesloten worden met een postgraduaatgetuigschrift. Bovendien wordt in het hoger onderwijs ook de graad van doctor verleend. | |
| 1 | + | Het hoger onderwijs omvat opleidingen die leiden tot de graad van gegradueerde, de graad van bachelor en de graad van master. Het hoger onderwijs omvat ook de opleidingen die kunnen afgesloten worden met een postgraduaatgetuigschrift. Bovendien wordt in het hoger onderwijs ook de graad van doctor verleend. | |
| 2 | 2 | Aan een instelling voor hoger onderwijs kan geen secundair onderwijs of aanvullend beroepsonderwijs georganiseerd worden. |
| 1 | − | §1. De hogescholen bieden in het hoger beroepsonderwijs opleidingen aan die leiden tot het diploma van gegradueerde overeenkomstig bepalingen, vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. | |
| 1 | + | §1. De hogescholen bieden in het hoger beroepsonderwijs opleidingen aan die leiden tot de graad van gegradueerde. | |
| 2 | 2 | §2. De hogescholen bieden in het hoger professioneel onderwijs opleidingen aan die leiden tot de graad van bachelor. | |
| 3 | 3 | §3. De hogescholen bieden binnen een School of Arts opleidingen aan in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst, en Muziek en podiumkunsten die: | |
| 4 | − | 1° in het hoger beroepsonderwijs leiden tot het diploma van gegradueerde; | |
| 4 | + | 1° in het hoger beroepsonderwijs leiden tot de graad van gegradueerde; | |
| 5 | 5 | 2° in het hoger professioneel onderwijs leiden tot de graad van bachelor; | |
| 6 | 6 | 3° in het academisch onderwijs leiden tot de graad van bachelor of de graad van master; | |
| 7 | 7 | §4. De Hogere Zeevaartschool biedt in het studiegebied Nautische wetenschappen opleidingen aan die: | |
| 8 | − | 1° in het hoger beroepsonderwijs leiden tot het diploma van gegradueerde; | |
| 8 | + | 1° in het hoger beroepsonderwijs leiden tot de graad van gegradueerde; | |
| 9 | 9 | 2° in het hoger professioneel onderwijs leiden tot de graad van bachelor; | |
| 10 | 10 | 3° in het academisch onderwijs leiden tot de graad van bachelor of de graad van master. |
| 1 | − | §1. Postgraduaatgetuigschriften kunnen door de hogescholen en de universiteiten uitgereikt worden na de succesvolle voltooiing van opleidingstrajecten met de studieomvang van ten minste 20 studiepunten. Het gaat om opleidingstrajecten die in het kader van de verdere professionele vorming, een verbreding c.q. verdieping beogen van de competenties verworven bij de voltooiing van een bachelor- of masteropleiding . | |
| 1 | + | §1. Postgraduaatgetuigschriften kunnen door de hogescholen en de universiteiten uitgereikt worden na de succesvolle voltooiing van opleidingstrajecten met de studieomvang van ten minste 20 studiepunten. Het gaat om opleidingstrajecten die in het kader van de verdere professionele vorming, een verbreding c.q. verdieping beogen van de competenties verworven bij de voltooiing van een bachelor- of masteropleiding of van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 2 | 2 | §2. De universiteiten en hogescholen organiseren in het kader van permanente vorming kortere opleidingstrajecten met het oog op de bij- en nascholing. | |
| 3 | 3 | Ze bepalen zelf of in gemeenschappelijk overleg het kwalificatie- en certificeringskader voor deze na- en bijscholingen en maken dit openbaar. |
| 1 | 1 | §1. Opleidingen van het hoger beroepsonderwijs sluiten aan bij het secundair onderwijs. | |
| 2 | − | §2. De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs hebben een minimale globale duur van 2 jaar en een studieomvang van 90 of 120 studiepunten. | |
| 2 | + | §2. De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs hebben een studieomvang van 90 of 120 studiepunten. |
| 1 | + | Elke graduaatsopleiding bevat een relevant aandeel werkplekleren. Als minimale norm geldt een derde van de studieomvang. |
| 4 | 4 | De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels uitwerken. | |
| 5 | 5 | De in het tweede lid vermelde opmaak van domeinspecifieke leerresultaten geldt niet voor de graad van doctor. | |
| 6 | + | De domeinspecifieke leerresultaten voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs komen tot stand volgens de procedure, vermeld in artikel 15/2 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. | |
| 12 | 12 | 1° houders van de graad van bachelor in de opleidingen en studiegebieden bedoeld in artikel II.71, §1, en waarop paragraaf 2 niet van toepassing is; | |
| 13 | 13 | 2° de personen aan wie deze titel is verleend door een daartoe op grond van de onderwijsregelgeving bevoegde instelling. | |
| 14 | − | 3° houders van het diploma van gegradueerde (in het Engels vertaald als associate degree), uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs. | |
| 14 | + | 3° houders van het diploma of de graad van gegradueerde (in het Engels vertaald als associate degree), uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs. | |
| 15 | 15 | §4. Alleen personen aan wie de graad van geaggregeerde werd verleend door een daartoe op grond van de onderwijsregelgeving bevoegde instelling, mogen de titel van geaggregeerde voeren. | |
| 16 | 16 | §5. Degene aan wie op grond van een examen aan een niet in de Vlaamse Gemeenschap gevestigde instelling voor hoger onderwijs een graad is verleend van bachelor, master of doctor (doctor of philosophy, met afkorting PhD of dr) en die gerechtigd is die graad in het betreffende land als titel te voeren, is eveneens gerechtigd die graad als titel te voeren in de Vlaamse Gemeenschap op dezelfde wijze als in het betreffende land met aanduiding van de instelling van hoger onderwijs die de graad heeft verleend. | |
| 1 | − | De Arteveldehogeschool kan in de vestiging Gent opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 1 | + | § 1. De Arteveldehogeschool kan in de vestiging Gent opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Onderwijs, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 17 | + | § 2. De Arteveldehogeschool kan in de vestiging Oudenaarde opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 18 | + | 1° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 19 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend |
| 1 | 1 | § 1. Odisee kan in de vestiging Brussel-Hoofdstad en Dilbeek opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Onderwijs, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 6 | 14 | § 2. Odisee kan in de vestigingen Gent, Sint-Niklaas en Aalst opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 15 | + | 1° Biotechniek, waarvoor : | |
| 7 | − | 1° Biotechniek, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 17 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 18 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 8 | − | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 19 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 20 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 21 | + | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 9 | − | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 22 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 23 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 24 | + | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 10 | − | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 25 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 26 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 27 | + | 5° Onderwijs, waarvoor : | |
| 11 | − | 5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 28 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 29 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend |
| 1 | − | De Erasmushogeschool Brussel kan in de vestiging Brussel-Hoofdstad en Vilvoorde opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 1 | + | § 1. De Erasmushogeschool Brussel kan in de vestiging Brussel-Hoofdstad en Vilvoorde opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Architectuur, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 3 | − | 2° audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 5 | + | 2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 4 | − | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 5 | − | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor of master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 7 | + | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 8 | + | c) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 9 | + | 3° Biotechniek, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 10 | + | 4° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 6 | − | 3° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 11 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 13 | + | 5° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 7 | − | 4° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 14 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 15 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 16 | + | 6° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 8 | − | 5° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 17 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 18 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 9 | − | 6° Muziek en podiumkunsten, waarvoor : | |
| 19 | + | 7° Muziek en podiumkunsten, waarvoor : | |
| 10 | − | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 20 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 11 | − | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor of master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 21 | + | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 22 | + | c) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 23 | + | 8° Onderwijs, waarvoor : | |
| 12 | − | 7° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 24 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 25 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 26 | + | 9° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 13 | − | 8° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 27 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 28 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 29 | + | § 2. De Erasmushogeschool Brussel kan in de vestiging Leuven opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 30 | + | 1° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 31 | + | 2° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 32 | + | 3° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 33 | + | § 3. De Erasmushogeschool kan in de vestiging Diest opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | 1 | De Hogere Zeevaartschool kan in de vestiging Antwerpen opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in het studiegebied Nautische wetenschappen, waarvoor: | |
| 2 | 2 | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | − | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. | |
| 3 | + | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend; | |
| 4 | + | c) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | − | De Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen kan in de vestigingen Antwerpen, Turnhout, Mechelen en Lier opleidingen aanbieden en de graden die daarop betrekking hebben, verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 1 | + | § 1. De Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen kan in de vestigingen Antwerpen, Turnhout, Mechelen en Lier opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 3 | + | a) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 5 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 6 | 14 | 5° Muziek en podiumkunsten, waarvoor: | |
| 7 | − | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 8 | − | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 16 | + | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 17 | + | c) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 18 | + | 6° Onderwijs, waarvoor : | |
| 9 | − | 6° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 19 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 20 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 21 | + | 7° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 10 | − | 7° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 22 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 23 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 11 | − | De Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen kan in de vestiging Boom opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 24 | + | § 2. De Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen kan in de vestiging Boom opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 25 | + | 1° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 12 | − | 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 26 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 27 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 28 | + | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 13 | − | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 29 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 30 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 31 | + | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 14 | − | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 32 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 33 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 34 | + | 4° Onderwijs, waarvoor : | |
| 15 | − | 4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 35 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 36 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 37 | + | 5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 16 | − | 5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 38 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 39 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 40 | + | § 3. De Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen kan in de vestiging Turnhout opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in het studiegebied Biotechniek, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | − | De Hogeschool Gent kan in de vestigingen Gent en Aalst opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 1 | + | § 1. De Hogeschool Gent kan in de vestigingen Gent en Aalst opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Architectuur, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 6 | + | a) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 8 | + | 3° Biotechniek, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Biotechniek, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 17 | + | 6° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 7 | − | 6° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 18 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 19 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 20 | + | 7° Muziek en podiumkunsten, waarvoor : | |
| 8 | − | 7° Muziek en podiumkunsten, waarvoor in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 21 | + | a) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 22 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 23 | + | 8° Onderwijs, waarvoor : | |
| 9 | − | 8° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 24 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 25 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 26 | + | 9° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 10 | − | 9° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 27 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 28 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 29 | + | § 2. De Hogeschool Gent kan in de vestiging Dendermonde opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 30 | + | § 3. De Hogeschool Gent kan in de vestiging Lokeren opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | − | De Hogeschool PXL kan in de vestiging Hasselt opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 1 | + | § 1. De Hogeschool PXL kan in de vestiging Hasselt opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 3 | + | a) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 5 | + | 2° Biotechniek, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Biotechniek, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 17 | + | 6° Muziek en podiumkunsten, waarvoor : | |
| 7 | − | 6° Muziek en podiumkunsten, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 18 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 19 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 20 | + | 7° Onderwijs, waarvoor : | |
| 8 | − | 7° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 21 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 22 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 23 | + | 8° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 9 | − | 8° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 24 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 25 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 26 | + | § 2. De Hogeschool PXL kan in de vestiging Maasmechelen opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 27 | + | 1° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 28 | + | 2° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | 1 | De Hogeschool West-Vlaanderen kan in de vestigingen Brugge, Oostende en Kortrijk opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden: | |
| 2 | + | 1° Architectuur, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Onderwijs, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 17 | + | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 7 | − | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 18 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 19 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | 1 | § 1. De LUCA School of Arts kan in de vestigingen Brussel-Hoofdstad, Leuven en Gent opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden: | |
| 2 | + | 1° Architectuur, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 3 | − | 2° audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 5 | + | 2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 4 | − | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 5 | − | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 7 | + | b) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 8 | + | c) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 9 | + | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 6 | − | 3° industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 11 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 12 | + | 4° Muziek en podiumkunsten, waarvoor : | |
| 7 | − | 4° muziek en podiumkunsten, waarvoor in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts. | |
| 13 | + | a) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 14 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts. | |
| 15 | + | § 2. De LUCA School of Arts kan in de vestiging Diepenbeek opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in volgende studiegebieden : | |
| 16 | + | 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 8 | − | § 2. De LUCA School of Arts kan in de vestiging Diepenbeek opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in het studiegebied audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts. | |
| 17 | + | a) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 18 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts. |
| 1 | 1 | De Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen kan in de vestiging Antwerpen opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden: | |
| 2 | + | 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleendop voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 3 | + | a) in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend, op voorwaarde dat het onderwijs verstrekt wordt in het kader van een School of Arts; | |
| 5 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Onderwijs, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 17 | + | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 7 | − | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 18 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 19 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | − | De Katholieke Hogeschool Vives Noord kan in de vestigingen Brugge en Oostende opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 1 | + | § 1. De Katholieke Hogeschool Vives Noord kan in de vestigingen Brugge en Oostende opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Onderwijs, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 14 | + | § 2. De Katholieke Hogeschool Vives Noord kan in de vestigingen Ieper en Koksijde opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 15 | + | 1° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 16 | + | 2° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | − | De Thomas More Kempen kan in de vestigingen Vorselaar, Turnhout, Geel en Lier opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 1 | + | § 1. Thomas More Kempen kan in de vestigingen Vorselaar, Turnhout, Geel en Lier opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Biotechniek, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Biotechniek, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Onderwijs, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 17 | + | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 7 | − | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 18 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 19 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 20 | + | § 2. Thomas More Kempen kan in de vestiging Westerlo opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 21 | + | 1° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 22 | + | 2° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 23 | + | 3° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | − | UC Leuven kan in de vestigingen Leuven en Diest opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 1 | + | § 1. UC Leuven kan in de vestigingen Leuven en Diest opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : | |
| 2 | + | 1° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Onderwijs, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 17 | + | § 2. UC Leuven kan in de vestiging Leuven opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in het studiegebied Biotechniek, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | 1 | UC Limburg kan in de vestiging Diepenbeek opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden: | |
| 2 | − | 1° ... | |
| 2 | + | 1° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Onderwijs, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 7 | − | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | 1 | § 1. Thomas More Mechelen-Antwerpen kan in de vestigingen Mechelen en Sint-Katelijne-Waver opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden: | |
| 2 | + | 1° Architectuur, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Onderwijs, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. | |
| 7 | 17 | § 2. Thomas More Mechelen-Antwerpen kan in de vestiging Antwerpen opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden: | |
| 18 | + | 1° Biotechniek, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 19 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 8 | − | 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 20 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 21 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 22 | + | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 23 | + | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 24 | + | 5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 9 | − | 2° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 25 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 26 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | 1 | De Katholieke Hogeschool Vives Zuid kan in de vestigingen Kortrijk, Tielt, Roeselare en Torhout opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden: | |
| 2 | + | 1° Biotechniek, waarvoor : | |
| 2 | − | 1° Biotechniek, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 3 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 4 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 5 | + | 2° Gezondheidszorg, waarvoor : | |
| 3 | − | 2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 6 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 7 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 8 | + | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor : | |
| 4 | − | 3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 9 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 10 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 11 | + | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : | |
| 5 | − | 4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 12 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 13 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 14 | + | 5° Onderwijs, waarvoor : | |
| 6 | − | 5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 15 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 16 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend; | |
| 17 | + | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor : | |
| 7 | − | 6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. | |
| 18 | + | a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend; | |
| 19 | + | b) in het hoger beroepsonderwijs de graad van gegradueerde kan worden verleend. |
| 1 | + | Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.88, kan de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen in de vestiging Mol de opleiding van het hoger beroepsonderwijs Openbare Werken aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen. | |
| 2 | + | Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.89, kan de Hogeschool Gent in de vestiging Geraardsbergen de opleiding van het hoger beroepsonderwijs Boekhouden aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen. | |
| 3 | + | Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.91, kan de Hogeschool West-Vlaanderen in de vestiging Antwerpen de opleiding van het hoger beroepsonderwijs Bouwkundig Tekenaar aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen. | |
| 4 | + | Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.94, kan de Katholieke Hogeschool Vives Noord in de vestiging Kortrijk de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs Elektromechanica, Elektronica en Mechanica aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen. | |
| 5 | + | Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.95, kan Thomas More Kempen in de vestiging Herentals de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs Boekhouden en Informatica aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen. | |
| 6 | + | Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.97, kan UC Limburg : | |
| 7 | + | 1° in de vestiging Maasmechelen de opleiding van het hoger beroepsonderwijs Boekhouden aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen; | |
| 8 | + | 2° in de vestiging Overpelt de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs Elektriciteit en Mechanica aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen. | |
| 9 | + | Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.98, kan Thomas More Mechelen-Antwerpen in de vestiging Sint-Niklaas de opleiding van het hoger beroepsonderwijs Boekhouden aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen. | |
| 10 | + | Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.100, kan de Katholieke Hogeschool Vives Zuid in de vestiging Brugge de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs Informatica en Motorvoertuigentechniek aanbieden en de graad van gegradueerde verlenen. | |
| 11 | + | Indien een opleiding, vermeld in dit artikel, gedurende twee opeenvolgende academiejaren niet wordt ingericht, vervalt de onderwijsbevoegdheid. |
| 1 | + | § 1. Naast de opleidingen, vermeld in artikel II.83 tot en met II.100, kan een hogeschool, in functie van de laagdrempeligheid van het aanbod, de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs, vermeld in artikel II.112, en het verkorte traject van een educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs, vermeld in artikel II.113, § 4, ook aanbieden op de vestigingsplaats van een centrum voor volwassenenonderwijs als aan al de volgende voorwaarden wordt voldaan : | |
| 2 | + | 1° het centrum voor volwassenenonderwijs had onderwijsbevoegdheid voor de specifieke lerarenopleiding conform bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2017 betreffende de onderwijsbevoegdheden per vestigingsplaats van de centra voor volwassenonderwijs; | |
| 3 | + | 2° het centrum voor volwassenenonderwijs heeft een overeenkomst gesloten met de hogeschool in kwestie als vermeld in artikel III.33/1. | |
| 4 | + | § 2. Naast de opleidingen vermeld in artikel II.78 tot en met II.100, kan een hogeschool, in het kader van een School of Arts, of een universiteit in functie van de laagdrempeligheid van het aanbod, het verkorte traject van een educatieve masteropleiding, vermeld in artikel II.114, § 4, ook aanbieden op de vestigingsplaats van een centrum voor volwassenenonderwijs, als aan al de volgende voorwaarden wordt voldaan : | |
| 5 | + | 1° het centrum voor volwassenenonderwijs had onderwijsbevoegdheid voor de specifieke lerarenopleiding conform bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2017 betreffende de onderwijsbevoegdheden per vestgingsplaats van de centra voor volwassenonderwijs; | |
| 6 | + | 2° het centrum voor volwassenenonderwijs heeft een overeenkomst gesloten met de hogeschool of universiteit in kwestie als vermeld in artikel III.33/1. | |
| 7 | + | § 3. Onverminderd de toepassing van paragraaf 2, kan de Universiteit Gent het verkorte traject van een educatieve masteropleiding voor secundair onderwijs ook aanbieden in de vestiging Kortrijk. |
| 1 | − | De ambtshalve geregistreerde instellingen, vermeld in artikel II.83 tot en met II.101, kunnen elk in de studiegebieden en de vestigingen waarbinnen ze opleidingen in het hoger professioneel onderwijs kunnen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden mogen verlenen, opleidingen van het hoger beroepsonderwijs aanbieden en de daarop betrekking hebbende diploma’s van gegradueerde uitreiken. |
| 1 | − | Met behoud van de toepassing van artikel II.67, bepalen de instellingsbesturen het opleidingsprogramma van de lerarenopleidingen op basis van de basiscompetenties. Het opleidingsprogramma omvat een theoretisch gedeelte en een praktijkcomponent. | |
| 2 | − | De praktijkcomponent van het opleidingsprogramma omvat het geheel van praktijkgerichte onderwijsactiviteiten, preservicetraining en/of inservicetraining. | |
| 1 | + | § 1. Het beroepsprofiel van de leraar is de omschrijving van de kennis, vaardig-heden en attitudes van de leraar bij zijn beroepsuitoefening en bevat de kennis van de te onderwijzen vakinhoud, de noodzakelijke didactische vaardigheden, klasmanagement, omgaan met de grootstedelijke context, de taalvaardigheid in het Nederlands, de meertaligheid en de diversificatie van het onderwijsgebeuren. Het beroepsprofiel bevat de taken die een ervaren leraar verricht en zal verrichten. Er zal naast een stevige basis ook rekening gehouden worden met het inspelen op maatschappelijke en andere ontwikkelingen. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering bepaalt het beroepsprofiel van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering dient dit beroepsprofiel ter goedkeuring in bij het Vlaams Parlement. | |
| 3 | + | § 2. De basiscompetenties van de pas afgestudeerde leraar zijn de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes, waarover iedere afgestudeerde moet beschikken om op een volwaardige en kwalitatief gelijkwaardige manier als beginnend leraar te kunnen fungeren met de gepaste beroepshouding. De basiscompetenties stellen de leraar in staat door te groeien naar het beroepsprofiel en worden rechtstreeks afgeleid van het beroepsprofiel. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de basiscompetenties op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. |
| 1 | − | Met behoud van de toepassing van artikel II.189, hebben met ingang van het academiejaar 2006-2007 alle personeelsleden van het onderwijs toegang tot de bachelor-na-bacheloropleiding buitengewoon onderwijs en de bachelor-na-bacheloropleiding zorgverbreding en remediërend leren. | |
| 1 | + | Onverminderd het aanbieden van de lerarenopleidingen, vermeld in artikel II.111, hebben de hogescholen en universiteiten die lerarenopleidingen aanbieden, de volgende opdrachten : | |
| 2 | + | 1° mee instaan voor de verdere ontwikkeling in het professionele continuüm en de ontwikkeling van het reflectieve vermogen bij aspirant-leraren; | |
| 3 | + | 2° een aanbod ontwikkelen voor professionalisering en permanente vorming, met een kwaliteitsvol en complementair team van lerarenopleiders, zeker ook op het vlak van het hebben van voldoende ervaring in het lesgeven zelf, en zo de brug slaan tussen de lerarenopleidingen, de pedagogische begeleidingsdiensten en de andere aanbieders van professionalisering voor leraren; | |
| 4 | + | 3° de aanvangsbegeleiding van beginnende leraren ondersteunen, onder verantwoordelijkheid van de school waar die leraren werken, en samen met de pedagogische begeleidingsdiensten. |
| 1 | − | §1. De professioneel gerichte bacheloropleidingen in onderwijs zijn geïntegreerde lerarenopleidingen die leiden tot de graad van bachelor in onderwijs, respectievelijk kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs. De hogescholen kennen aan de afgestudeerden de betreffende graad toe en reiken het diploma van leraar uit. | |
| 2 | − | §2. De studieomvang van de praktijkcomponent van de geïntegreerde lerarenopleiding bedraagt 45 studiepunten van de 180 studiepunten. | |
| 3 | − | De hogescholen organiseren de praktijkcomponent als preservicetraining in samenwerking met de scholen, centra of instellingen. Onder preservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van een lerarenopleiding die men zonder een statutaire relatie met een centrum, instelling of school vervult. | |
| 4 | − | De preservicetraining wordt begeleid door een personeelslid van de hogeschool, de stagebegeleider genaamd, en een personeelslid van het centrum, de instelling of de school, dat belast is met het mentorschap. De hogescholen sluiten een overeenkomst met de centra, instellingen of scholen. Die overeenkomst bevat onder meer : de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het centrum, de instelling of de school, de student en de hogeschool, waarbij de rol van het centrum, de instelling of de school in de evaluatie van de student wordt vastgelegd, de periode van het schooljaar waarin deze preservice plaatsgrijpt en de opdrachten die de stagiair moet opnemen. | |
| 5 | − | §3. De student van de geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs kiest 2 onderwijsvakken uit de mogelijkheden die de hogeschool aanbiedt : aardrijkskunde, bewegingsrecreatie, bio-esthetiek, biologie, biotechnieken, bouw, chemie, Duits, economie, elektriciteit, Engels, Frans, fysica, geschiedenis, haartooi, handel-burotica, hout, burotica of informatica, islamitische godsdienst, katholieke godsdienst Latijn, lichamelijke opvoeding, mechanica, mode, muzikale opvoeding, natuurwetenschappen, Nederlands, Nederlands-gebarentaal, Nederlands-doventolk, niet-confessionele zedenleer, plastische opvoeding, project algemene vakken, project kunstvakken, protestants-evangelische godsdienst, techniek, voedingverzorging, wiskunde. De Vlaamse Regering kan de lijst van onderwijsvakken aanpassen. | |
| 6 | − | §4. Een hogeschool kan voor de onderwijsvakken muzikale opvoeding, plastische opvoeding en lichamelijke opvoeding vaste combinaties met andere onderwijsvakken aanbieden. | |
| 7 | − | § 5. Een student die reeds beschikt over één van volgende diploma's of diplomacombinaties kan, in afwijking van paragraaf 3 en paragraaf 4, een diploma van de geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs behalen met slechts één onderwijsvak : | |
| 8 | − | 1° een diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs, lager onderwijs of secundair onderwijs; | |
| 9 | − | 2° een diploma van de specifieke lerarenopleiding in combinatie met een bachelor- of masterdiploma; | |
| 10 | − | 3° een diploma van een Academische Initiële Lerarenopleiding, een Initiële lerarenopleiding van Academisch Niveau of een Getuigschrift Pedagogische bekwaamheid in combinatie met een bachelor- of masterdiploma; | |
| 11 | − | 4° een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst als gelijkwaardig met 1 van de voorgaande diploma's wordt erkend. | |
| 12 | − | §6. De Vlaamse Regering kent aan de hogescholen die een geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs aanbieden een forfaitair bedrag toe. Vanaf het begrotingsjaar 2010 tot en met het begrotingsjaar 2013 bedraagt dit bedrag jaarlijks 1.400.000 euro. Voor eind 2012 voert de Vlaamse Regering een evaluatie uit van de geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs wat de transitie van 3 naar 2 vakken betreft. Deze zal worden uitgevoerd door een commissie van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van deze commissie. De resultaten van deze evaluatie zullen worden vastgelegd in een openbaar verslag dat wordt voorgelegd aan het Vlaams Parlement. | |
| 13 | − | §7. De middelen in paragraaf 6 worden onder de hogescholen verdeeld op basis van het gemiddeld aantal eerste inschrijvingen in een diplomacontract in de geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs tijdens de twee voorbije academiejaren. | |
| 1 | + | § 1. De hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen kunnen een overeenkomst sluiten over de organisatie van de lerarenopleidingen, namelijk over de onderwijs- en studieactiviteiten, de kwaliteitszorg en het gebruik van infrastructuur, zoals voorzien in artikel II.173. | |
| 2 | + | § 2. De Vlaamse Regering kan middelen toekennen voor initiatieven die de kwaliteit van de lerarenopleidingen verbeteren en/of de samenwerking tussen lerarenopleidingen bevorderen. Hiertoe zal ze ten minste om de vijf jaar de beleidsprioriteiten vastleggen. | |
| 3 | + | Die initiatieven kunnen georganiseerd worden door hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen die een of meer lerarenopleidingen organiseren. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de toekenning van de middelen. |
| 1 | − | De omvang van de specifieke lerarenopleiding bedraagt 60 studiepunten. De praktijkcomponent van een specifieke lerarenopleiding bedraagt 30 studiepunten. De Vlaamse Regering evalueert het effect van deze maatregel op de stagecapaciteit van de scholen. | |
| 1 | + | Vanaf het academiejaar 2019-2020 worden in het hoger onderwijs de volgende lerarenopleidingen aangeboden : | |
| 2 | + | 1° de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs; | |
| 3 | + | 2° de educatieve bacheloropleiding voor kleuteronderwijs; | |
| 4 | + | 3° de educatieve bacheloropleiding voor lager onderwijs; | |
| 5 | + | 4° de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs; | |
| 6 | + | 5° de educatieve masteropleiding voor secundair onderwijs; | |
| 7 | + | 6° de educatieve masteropleiding voor kunstvakken. |
| 1 | − | §1. Een hogeschool kan voor de professioneel gerichte bacheloropleidingen een specifieke lerarenopleiding aanbieden mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering houdt hierbij rekening met de volgende criteria inzake macrodoelmatigheid : het aanbod van specifieke lerarenopleidingen en het aantal studenten in deze specifieke lerarenopleidingen. De Vlaamse Regering kan hierbij het advies inwinnen van de Commissie Hoger Onderwijs. | |
| 2 | − | De houders van een professioneel gericht bachelordiploma en studenten die al 120 studiepunten hebben verworven, worden toegelaten tot de specifieke lerarenopleidingen, georganiseerd door hogescholen. | |
| 3 | − | Het diploma van leraar kan pas uitgereikt worden na het behalen van de bachelorgraad. | |
| 4 | − | In afwijking van het eerste lid, kan een hogeschool die de professionele bacheloropleiding dans aanbiedt, ook de specifieke lerarenopleiding dans aanbieden. | |
| 1 | + | § 1. De educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs wordt door de hogescholen aangeboden binnen het hoger beroepsonderwijs in het studiegebied Onderwijs en heeft een studieomvang van negentig studiepunten. | |
| 2 | + | § 2. De toegang tot de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs wordt beperkt tot studenten die minstens drie jaar nuttige ervaring in een technisch of praktisch vak kunnen bewijzen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze nuttige ervaring wordt aangetoond. | |
| 3 | + | § 3. Om optimaal tegemoet te komen aan de behoeften van de doelgroep van de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs, wordt de opleiding op het vlak van organisatie en methodiek op maat van de student aangeboden. Er wordt versterkt ingezet op de mogelijkheid om de opleiding te volgen binnen een LIO-baan. | |
| 4 | + | § 4. In afwijking van de procedure, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling II/1, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wordt de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs ontwikkeld volgens de procedures, vermeld in artikel II.68, II.108, § 2, II.141, II.152 en II.153. | |
| 5 | + | De aanvraag, vermeld in artikel II.152, kan voor de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs worden ingediend zonder de beslissing van de Vlaamse Regering tot erkenning van een beroepskwalificatie. | |
| 5 | − | In afwijking van het tweede en derde lid kunnen kandidaten die voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden tot de basisopleidingen van 1 cyclus, geslaagd zijn voor een artistiek toelatingsexamen, georganiseerd door de hogeschool diede professionele bacheloropleiding dans organiseert, en 5 jaar nuttige ervaring als professioneel danser in een erkend gezelschap kunnen aantonen, toegelaten worden tot de specifieke lerarenopleiding dans en het diploma behalen. | |
| 6 | + | § 5. In afwijking van paragraaf 2 en artikel II.176 kunnen kandidaten die geslaagd zijn voor een artistiek toelatingsexamen, georganiseerd door de hogeschool die, in het kader van een School of Arts, de professionele bacheloropleiding dans organiseert, en die vijf jaar nuttige ervaring als professionele danser in een erkend gezelschap kunnen aantonen, toegelaten worden tot de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs. | |
| 6 | − | §2. Hogescholen kunnen voor de afgestudeerden van de masteropleidingen in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst of in het studiegebied Muziek en podiumkunsten, een specifieke lerarenopleiding aanbieden. | |
| 7 | − | De hogescholen kunnen 30 studiepunten van die lerarenopleiding organiseren als een afstudeerrichting in het opleidingsprogramma van een masteropleiding van 120 studiepunten. | |
| 8 | − | De hogescholen kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. | |
| 9 | − | De houders van een academisch bachelordiploma in de bovenvermelde studiegebieden kunnen een inschrijving nemen voor de specifieke lerarenopleiding samen met de inschrijving voor de masteropleiding. | |
| 10 | − | Studenten die op grond van de bepalingen van artikel II.198, gelijktijdig mogen inschrijven voor een bacheloropleiding en de aansluitende masteropleiding, kunnen zich inschrijven voor de specifieke lerarenopleiding. De houders van een bachelordiploma van een professioneel gerichte opleiding die inschrijven voor een schakelprogramma met het oog op het volgen van een masteropleiding in 1 van de bovenvermelde studiegebieden, kunnen een inschrijving nemen voor de specifieke lerarenopleiding samen met de inschrijving voor het schakelprogramma of samen met de inschrijving voor de masteropleiding. | |
| 11 | − | Het diploma van leraar kan pas uitgereikt worden na het behalen van de mastergraad. | |
| 12 | − | §3. Universiteiten kunnen voor de afgestudeerden van de masteropleidingen een specifieke lerarenopleiding aanbieden, die leidt tot het diploma van leraar. | |
| 13 | − | De universiteiten kunnen 30 studiepunten van die lerarenopleidingen organiseren als een afstudeerrichting in het opleidingsprogramma van een masteropleiding van 120 studiepunten. | |
| 14 | − | De universiteiten kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. | |
| 15 | − | De houders van een academisch bachelordiploma kunnen een inschrijving nemen voor de specifieke lerarenopleiding samen met een inschrijving voor de masteropleiding. | |
| 16 | − | Studenten die op grond van de bepalingen van artikel II.197, gelijktijdig mogen inschrijven voor een bacheloropleiding en de aansluitende masteropleiding, kunnen zich inschrijven voor de specifieke lerarenopleiding. De houders van een bachelordiploma van een professioneel gerichte opleiding die inschrijven voor een schakelprogramma met het oog op het volgen van een masteropleiding, kunnen een inschrijving nemen voor de specifieke lerarenopleiding samen met de inschrijving voor het schakelprogramma of samen met de inschrijving voor de masteropleiding. | |
| 17 | − | Het diploma van leraar kan pas uitgereikt worden na het behalen van de mastergraad. | |
| 18 | − | §4. Als ambtshalve geregistreerde instellingen voor hoger onderwijs kunnen de Evangelische Theologische Faculteit te Heverlee en de Faculteit Protestantse Godgeleerdheid te Brussel in het studiegebied godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid een specifieke lerarenopleiding aanbieden onder dezelfde voorwaarden als de universiteiten. | |
| 19 | − | Deze instellingen kunnen 30 studiepunten organiseren als een afstudeerrichting in het opleidingsprogramma van een masteropleiding van 120 studiepunten. De houders van een academisch bachelordiploma kunnen een inschrijving nemen voor de specifieke lerarenopleiding samen met de inschrijving voor de masteropleiding. Het diploma van leraar kan pas uitgereikt worden na het behalen van de mastergraad. | |
| 20 | − | De instellingen, vermeld in het eerste lid, kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. | |
| 7 | + | § 6. De Vlaamse Regering kan nadere regels en voorwaarden bepalen waaronder de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs wordt georganiseerd. |
| 1 | − | Onder preservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van een lerarenopleiding die men zonder een statutaire relatie met een centrum, instelling of school vervult. Onder inservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van de specifieke lerarenopleiding die men vervult als een personeelslid van een centrum, instelling of school. | |
| 2 | − | De preservicetraining wordt georganiseerd in samenwerking met de scholen, centra of instellingen en begeleid door een personeelslid van de hogeschool of de universiteit, de stagebegeleider genaamd, en een personeelslid van de school, het centrum of instelling, dat belast is met het mentorschap. De hogescholen of universiteiten sluiten een overeenkomst met de scholen, centra of instellingen. Die overeenkomst bevat onder meer : de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het centrum, de instelling of de school, de student, de hogeschool of de universiteit waarbij de rol van de school, centrum of instelling in de evaluatie van de student wordt vastgelegd, de periode van het schooljaar waarin deze preservicetraining plaatsgrijpt en de opdrachten die de stagiair moet opnemen. | |
| 1 | + | § 1. De educatieve bacheloropleidingen, respectievelijk voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs, worden door de hogescholen aangeboden binnen het hoger professioneel onderwijs in het studiegebied Onderwijs en hebben een studieomvang van 180 studiepunten. | |
| 2 | + | In afwijking van artikel II.108, § 2, tweede lid, bedraagt de praktijkcomponent ten minste 45 studiepunten. | |
| 3 | + | § 2. De Vlaamse Regering legt een lijst van onderwijsvakken vast die de hogescholen mogen aanbieden binnen de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs. De studenten van die opleiding kiezen twee onderwijsvakken uit het aanbod van de hogeschool. | |
| 4 | + | § 3. Een student die al beschikt over een van volgende diploma's of diplomacombinaties kan, in afwijking van paragraaf 2, een diploma van de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs behalen met maar één onderwijsvak : | |
| 5 | + | 1° een diploma van een educatieve bachelor of educatieve master; | |
| 6 | + | 2° een diploma van een specifieke lerarenopleiding in combinatie met een bachelor- of masterdiploma; | |
| 7 | + | 3° een diploma van een academische initiële lerarenopleiding, een initiële lerarenopleiding van academisch niveau of een getuigschrift pedagogische bekwaamheid in combinatie met een bachelor- of masterdiploma; | |
| 8 | + | 4° een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst als gelijkwaardig met een van de voorgaande diploma's wordt erkend. | |
| 9 | + | § 4. Een student die al beschikt over een bachelordiploma kan, in afwijking van paragraaf 2, een diploma van de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs behalen zonder de vermelding van onderwijsvakken. | |
| 10 | + | De hogescholen die de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs aanbieden, bieden de component leraarschap, met inbegrip van een cluster vakdidactiek, aan als een verkort traject van die opleiding. | |
| 11 | + | Het verkorte traject, dat focust op de component leraarschap, vormt een coherent geheel van zestig studiepunten, met inbegrip van de praktijkcomponent van ten minste dertig studiepunten en van een vakdidactische cluster. Het traject wordt op het vlak van organisatie en methodiek op maat van de student aangeboden. | |
| 12 | + | Het verkort traject, dat volgt op een bachelordiploma, behaald in een kunstopleiding, kan enkel gezamenlijk met een School of Arts georganiseerd worden. In afwijking van artikel II.171 kan een School of Arts mee de gezamenlijke opleiding inrichten binnen het studiegebied onderwijs, ook als de hogeschool waartoe de School of Arts behoort niet de onderwijsbevoegdheid heeft voor het studiegebied onderwijs. | |
| 13 | + | In het verkorte traject wordt versterkt ingezet op de mogelijkheid om de opleiding te volgen binnen een LIO-baan. |
| 1 | − | §1. De inservicetraining gebeurt in de vorm van een leraar-in-opleidingsbaan, hierna de LIO-baan genoemd, en wordt uitgeoefend in 1 of meer instellingen van het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de Centra voor Volwassenenonderwijs en de Centra voor Basiseducatie. De leraar-in-opleiding wordt begeleid door een personeelslid van de school, het centrum of instelling, dat belast is met het mentorschap. | |
| 2 | − | Bij wijze van uitzondering kan de student die de specifieke lerarenopleiding volgt na of gelijktijdig met een masteropleiding lichamelijke opvoeding, een LIO-baan vervullen in het basisonderwijs. | |
| 3 | − | De LIO-baan moet op jaarbasis ten minste 500 uren-leraar (secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs), lesuren (buitengewoon secundair onderwijs), leraarsuren (volwassenenonderwijs), lestijden (in het basisonderwijs voor de master lichamelijke opvoeding) bedragen. De LIO-baan in een Centrum voor Basiseducatie bedraagt op jaarbasis ten minste 0,6 VTE. Op het einde van de LIO-baan wordt de student gedurende een assessment voor de inservicetraining beoordeeld door het centrum, de instelling of de school enerzijds en de hogeschool of universiteit anderzijds. Indien de leraar-in-opleiding er niet in slaagt deze 500 uren te presteren, kan hij dit tekort aanvullen met preservicetraining. | |
| 4 | − | De hogeschool of universiteit en de school sluiten een LIO-baanovereenkomst af. Een LIO-baanovereenkomst is een overeenkomst waarbij de hogeschool of de universiteit en de centra, instellingen of scholen de voorwaarden vastleggen die moeten toelaten dat studenten in het kader van hun lerarenopleiding kennis of vaardigheden verwerven in een centrum, instelling of school via een tijdelijke aanstelling door het uitvoeren van arbeidsprestaties. De LIO-baanovereenkomst bevat onder meer: | |
| 5 | − | 1° de engagementen van het centrum, de instelling of de school ten aanzien van ondersteuning van leraren-in-opleiding; | |
| 6 | − | 2° de engagementen van de hogeschool of universiteit ten aanzien van de begeleiding van de student/leraar-in-opleiding met betrekking tot de opleiding; | |
| 7 | − | 3° het aandeel van het centrum, instelling of de school enerzijds en de hogeschool of universiteit anderzijds in het assessment van de student. | |
| 8 | − | De leraar-in-opleiding in een instelling voor secundair onderwijs, voor deeltijds kunstonderwijs of in een centrum voor volwassenenonderwijs wordt aangesteld als tijdelijk personeelslid en is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding of het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs. | |
| 9 | − | De leraar-in-opleiding in een centrum voor basiseducatie wordt aangesteld als contractueel personeelslid zoals bedoeld in artikel 127, 1°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. | |
| 10 | − | §2. Vanaf het schooljaar 2009-2010 evalueert de Vlaamse Regering het systeem van de LIO-baan vijfjaarlijks. | |
| 11 | − | §3. De specifieke lerarenopleidingen worden bekrachtigd met een diploma van leraar. | |
| 1 | + | § 1. De educatieve masteropleidingen voor secundair onderwijs en kunstvakken worden door respectievelijk de universiteiten of de hogescholen in het kader van een School of Arts aangeboden binnen het academisch onderwijs en hebben een studieomvang van 90 of 120 studiepunten. | |
| 2 | + | Aan een student kan alleen het diploma van een educatieve master uitgereikt worden en de graad van master toegekend worden als die student een totale component leraarschap van 60 studiepunten met succes doorlopen heeft. | |
| 3 | + | De component leraarschap in een educatieve masteropleiding heeft ongeacht de studieomvang van de masteropleiding een studieomvang van ten minste 45 studiepunten. | |
| 4 | + | Een student kan de 15 resterende studiepunten verwerven op de volgende manieren : | |
| 5 | + | 1° hij volgt studiepunten van de component leraarschap als een pakket van keuzevakken in een academische bacheloropleiding. De hogeschool in het kader van een School of Arts of de universiteit biedt daarvoor vijftien studiepunten educatieve keuzevakken in die academische bacheloropleidingen die rechtstreeks toeleiden naar een educatieve masteropleiding aan; | |
| 6 | + | 2° als de student de component leraarschap niet opneemt in een bacheloropleiding, kan hij die alsnog verwerven in het kader van een voorbereidingsprogramma dat hij vooraf of samen met de educatieve masteropleiding volgt; | |
| 7 | + | 3° als de student de component leraarschap niet opneemt in een bacheloropleiding of in het kader van een voorbereidingsprogramma, kan hij deze alsnog verwerven als een pakket van keuzevakken in de educatieve masteropleiding. Deze manier kan enkel worden ingericht als, binnen de eigen instelling, de twee eerste manieren ook ingericht worden. | |
| 8 | + | In de educatieve masteropleidingen voor kunstvakken telt de artistieke component ten minste de helft van de studiepunten. | |
| 9 | + | In afwijking van het vierde lid kan een student die rechtstreeks instroomt uit een bacheloropleiding uit het studiegebied Architectuur, Audiovisuele en beeldende kunsten, Bewegings- en revalidatiewetenschappen, Biomedische wetenschappen, Diergeneeskunde, Farmaceutische wetenschappen, Geneeskunde, Industriële wetenschappen en technologie, Muziek en podiumkunsten, Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen, Sociale gezondheidswetenschappen, Tandheelkunde, Toegepaste biologische wetenschappen, of Toegepaste wetenschappen, het pakket van 15 studiepunten component leraarschap verwerven op volgende manieren : | |
| 10 | + | 1° in het kader van een voorbereidingsprogramma dat hij vooraf of samen met de educatieve masteropleiding volgt; | |
| 11 | + | 2° als een pakket van keuzevakken in de educatieve masteropleiding. | |
| 12 | + | De bijzondere toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel II.186, zijn niet van toepassing voor het voorbereidingsprogramma, vermeld in het vierde lid | |
| 13 | + | § 2. De Vlaamse Regering legt vast welke educatieve masteropleidingen hogescholen, in het kader van een School of Arts, en de universiteiten kunnen aanbieden. De Vlaamse Regering bepaalt ook de studieomvang van de educatieve masteropleidingen en het studiegebied waaronder de educatieve masteropleidingen ressorteren. | |
| 14 | + | § 3. De Vlaamse Regering legt een lijst van vakdidactieken vast die de hogescholen, in het kader van een School of Arts, en de universiteiten mogen aanbieden binnen de educatieve masteropleidingen voor secundair onderwijs en kunstvakken. De studenten van deze opleidingen kiezen minstens één vakdidactiek uit het aanbod van de hogeschool of de universiteit, die erover waken dat de student de nodige vakinhoudelijke voorkennis heeft. De vakdidactieken en aanverwante opleidingsonderdelen vormen een voorwaarde voor het toekennen van bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs. | |
| 15 | + | § 4. Een student die al beschikt over een masterdiploma kan op basis van dat diploma vrijgesteld worden van de vakinhoudelijke component van een educatieve masteropleiding voor secundair onderwijs of kunstvakken. | |
| 16 | + | De universiteiten die de educatieve masteropleiding voor secundair onderwijs aanbieden, bieden de component leraarschap, met inbegrip van een cluster vakdidactiek, aan als een verkort traject van die opleiding voor studenten die al over een masterdiploma beschikken. | |
| 17 | + | De hogescholen, in het kader van een School of Arts, die de educatieve masteropleiding voor kunstvakken aanbieden, bieden de component leraarschap, met inbegrip van een cluster vakdidactiek, aan als een verkort traject van die opleiding voor studenten die al over een masterdiploma beschikken. | |
| 18 | + | Het verkorte traject vormt een coherent geheel van 60 studiepunten, met inbegrip van de praktijkcomponent van ten minste 30 studiepunten, en wordt op het vlak van organisatie en methodiek op maat van de student aangeboden. | |
| 19 | + | In het verkorte traject wordt versterkt ingezet op de mogelijkheid om de opleiding te volgen binnen een LIO-baan. | |
| 20 | + | § 5. In afwijking van paragraaf 4 kan een hogeschool, in het kader van een School of Arts, een educatieve masteropleiding voor kunstvakken organiseren in de vorm van een consecutief traject. | |
| 21 | + | Dit consecutief traject heeft een omvang van 60 studiepunten, met inbegrip van de praktijkcomponent van ten minste 30 studiepunten, en wordt op het vlak van organisatie en methodiek op maat van de student aangeboden. De hogeschool biedt het consecutief traject aan zonder dat ze de volledige educatieve masteropleiding voor kunstvakken organiseert. | |
| 22 | + | Als toelatingsvoorwaarde voor een educatieve masteropleiding voor kunstvakken waarvoor de hogeschool enkel het consecutieve traject organiseert, geldt dat de student moet beschikken over een masterdiploma in het studiegebied waartoe de educatieve masteropleiding behoort. | |
| 23 | + | § 6. In afwijking van paragraaf 4 kan een universiteit een educatieve masteropleiding organiseren in de vorm van een consecutief traject, als het gaat om een educatieve masteropleiding binnen het studiegebied Biomedische wetenschappen, Geneeskunde, of Sociale gezondheidswetenschappen, of als de educatieve masteropleiding volgt op een masteropleiding die een bacheloropleiding in het hoger professioneel onderwijs als algemene toelatingsvoorwaarde heeft, met toepassing van artikel II.182, § 2/1. |
| 1 | − | De hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen en/of centra voor volwassenenonderwijs kunnen een overeenkomst sluiten over de organisatie van de lerarenopleidingen, met name onderwijs- en studieactiviteiten, de kwaliteitszorg en het gebruik van infrastructuur. | |
| 1 | + | Met behoud van de toepassing van artikel II.189 hebben met ingang van het academiejaar 2006-2007 alle personeelsleden van het onderwijs toegang tot de bachelor-na-bacheloropleiding Buitengewoon Onderwijs en de bachelor-na-bacheloropleiding Zorgverbreding en Remediërend Leren. |
| 1 | 1 | De Vlaamse Regering kan middelen toekennen voor initiatieven die de kwaliteit van de lerarenopleidingen verbeteren en/of de samenwerking tussen lerarenopleidingen bevorderen. Hiertoe zal ze minstens vijfjaarlijks de beleidsprioriteiten vastleggen. | |
| 2 | − | Deze initiatieven kunnen georganiseerd worden door hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen en/of centra voor volwassenenonderwijs, die één of meerdere lerarenopleidingen (zowel geïntegreerde lerarenopleidingen als specifieke lerarenopleidingen) organiseren. | |
| 2 | + | Deze initiatieven kunnen georganiseerd worden door hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen die één of meerdere lerarenopleidingen organiseren. | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de toekenning van de middelen. |
| 1 | − | § 1. De instellingen, vermeld in artikel II.1, zorgen voor de kwaliteitszorg van de onderwijsactiviteiten. Ze zien permanent en op eigen initiatief toe op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten. Ze betrekken studenten, alumni, externe deskundigen uit het beroepenveld en internationale deskundigen bij de processen van kwaliteitsbewaking. Ze voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten. | |
| 1 | + | § 1. De instellingen voor hoger onderwijs zorgen voor de kwaliteitszorg van de onderwijsactiviteiten. Ze zien permanent en op eigen initiatief toe op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten. Ze betrekken interne en externe stakeholders en externe, onafhankelijke deskundigen bij de processen van kwaliteitsbewaking. Ze voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten. | |
| 2 | − | Tot en met het einde van het academiejaar 2016-2017 kunnen de instellingen bij wijze van experiment proefprojecten opzetten waarbij zij zelf de regie voeren van de borging van de kwaliteit van hun opleidingen. | |
| 3 | − | § 2. Als een instelling als vermeld in artikel II.1, met toepassing van artikel II.126, § 2, tweede lid, geen bijkomende beoordeling heeft gevraagd van de manier waarop de instelling de regie voert van de borging van de kwaliteit van haar opleidingen, wordt met het oog op het verlenen van de accreditaties een externe beoordeling uitgevoerd door een visitatiecommissie die het geheel van haar werkzaamheden afrondt binnen een bestek van twaalf maanden. Van de visitatiecommissie maakt ten minste één student deel uit. | |
| 4 | − | §3. De externe beoordelingen als vermeld in paragraaf 2, worden georganiseerd door een evaluatieorgaan dat daartoe een visitatieprotocol vastlegt na overleg met de accreditatieorganisatie. Het protocol wordt openbaar gemaakt. | |
| 5 | − | Het visitatieprotocol voorziet ten minste in: | |
| 6 | − | 1° de mogelijkheid voor het instellingsbestuur om technische opmerkingen en inhoudelijke bezwaren te formuleren voor de commissie de externe beoordeling definitief vaststelt; | |
| 7 | − | 2° de plicht voor de visitatiecommissie om ten aanzien van het instellingsbestuur schriftelijk te antwoorden op de geformuleerde inhoudelijke bezwaren; | |
| 8 | − | 3° de wijze waarop de onafhankelijkheid van de beoordelingen wordt gewaarborgd; | |
| 9 | − | 4° de wijze waarop het evaluatieorgaan de visitatiecommissies samenstelt zodat de visitatiecommissies met kennis van zaken een oordeel kunnen vormen over wat er internationaal wenselijk en gangbaar is inzake het eindniveau van opleidingen met een verwante kwalificatie; | |
| 10 | − | 5° de wijze waarop de visitatiecommissie tot haar oordeel is gekomen en de wijze waarop de vergelijkbaarheid van de oordelen, verleend aan de criteria, bedoeld in het accreditatiekader, over de verschillende opleidingen wordt gewaarborgd; | |
| 11 | − | 6° de wijze waarop de leden van de visitatiecommissies gevormd worden met het oog op een eenduidige toepassing van het visitatieprotocol en het accreditatiekader; | |
| 12 | − | 7° de minimumvereisten waaraan een visitatieprotocol moet voldoen opdat het kan toelaten om de voldoende aanwezigheid van de generieke kwaliteitswaarborgen na te gaan. | |
| 13 | − | Met behoud van de toepassing van paragraaf 4 en artikel II.148 en II.382 organiseert het Bestuurscomité Kwaliteitszorg van de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad de externe beoordeling van de opleidingen van de instellingen, vermeld in artikel II.1. Het Bestuurscomité Kwaliteitszorg is het verzelfstandigd orgaan binnen de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad dat als evaluatieorgaan optreedt zoals bedoeld in artikel II.37, §2. | |
| 14 | − | §4. Instellingen kunnen voor de organisatie van de externe beoordeling een beroep doen op een ander evaluatieorgaan dat bij het European Quality Assurance Register for Higher Education (EQAR) geregistreerd is of dat door de NVAO erkend is om 1 van de volgende redenen: | |
| 15 | − | 1° de internationale vergelijkbaarheid van de te accrediteren opleiding met vergelijkbare opleidingen aan buitenlandse instellingen; | |
| 16 | − | 2° een goede aansluiting tussen de expertise van het ander evaluatieorgaan en de inhoudelijke specificiteit van de te accrediteren opleiding. | |
| 17 | − | §5. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 gelden voor de lerarenopleidingen de volgende bepalingen : | |
| 18 | − | De eerste externe beoordeling van de bachelor-na-bacheloropleidingen in het onderwijs en de specifieke lerarenopleidingen moet afgerond zijn voor eind 2012. Vanaf 2013 gebeurt de externe beoordeling van de geïntegreerde lerarenopleidingen, de bachelor-na-bacheloropleidingen in het onderwijs en de specifieke lerarenopleidingen minstens om de 8 jaar. | |
| 19 | − | De visitatiecommissies worden steeds aangevuld met deskundigen die het afnemend veld vertegenwoordigen en deskundigen die voeling hebben met de noden van volwassen cursisten. | |
| 20 | − | De lerarenopleidingen worden geclusterd in een cluster geïntegreerde lerarenopleidingen, een cluster bachelor-na-bacheloropleidingen in het onderwijs en een cluster specifieke lerarenopleidingen. | |
| 21 | − | Indien de specifieke lerarenopleiding georganiseerd is als een afstudeerrichting van een masteropleiding van 120 studiepunten, maakt dit deel uit van de visitatie van de specifieke lerarenopleiding. | |
| 22 | − | §6. De visitatiecommissies brengen de uitkomst van hun beoordeling van elke opleiding, cluster van opleidingen en van verwante opleidingen samen in een openbaar verslag. | |
| 23 | − | §7. De instellingen geven gevolg aan de uitkomsten van de kwaliteitsbeoordeling in het beleid van de instelling. | |
| 24 | − | §8. Paragraaf 2, 3, 4 en 6 is niet van toepassing op de opleidingen waarvoor een beroep wordt gedaan op de accreditatieprocedure, vermeld in artikel II.149. | |
| 25 | − | § 9. De bepalingen in dit artikel zijn ook van toepassing op de specifieke lerarenopleidingen, met uitzondering van deze aangaande de accreditatie van opleidingen voor de specifieke lerarenopleidingen georganiseerd door de centra voor volwassenenonderwijs, de hogescholen en de universiteiten, en deze over de instellingsreview als voor de specifieke lerarenopleidingen georganiseerd door de centra voor volwassenenonderwijs. | |
| 2 | + | § 2. De instellingen voor hoger onderwijs leggen verantwoording af over de kwaliteit van hun opleidingen. | |
| 3 | + | De instellingen, vermeld in artikel II.2 en II.3, doen dat binnen of op maat van de eigen regie van de borging van de kwaliteit van hun opleidingen conform de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 9/1, afdeling 2 en 3. | |
| 4 | + | Voor wat betreft de transnationale Universiteit Limburg zijn de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 9/1, enkel van toepassing op de universitaire campus Diepenbeek-Hasselt. | |
| 5 | + | De instellingen, vermeld in artikel II.19, II.20, II.21, II.105 en II.106, en de geregistreerde instellingen, vermeld in artikel II.6, doen dat door beoordelingen door externe evaluatieorganen op opleidingsniveau conform de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 9/1, afdeling 4. |
| 1 | − | §1. Indien de kwaliteit van het onderwijs in een specifieke lerarenopleiding, na een grondig kwaliteitsonderzoek uitgevoerd volgens artikel II.122, §3 onvoldoende wordt geacht, of in redelijkheid moet geacht worden niet te behoren tot het hoger onderwijs, kan de Vlaamse Regering besluiten dat: | |
| 2 | − | 1° de cursisten van die opleiding niet in aanmerking komen voor de berekening van het aantal lesurencursist, zoals bedoeld in artikel 99 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; | |
| 3 | − | 2° de diploma’s van de studenten van die opleiding niet meer in aanmerking komen voor de berekening van de financiering zoals bedoeld in artikel III.33; | |
| 4 | − | 3° de diploma’s van de studenten van die opleiding niet meer in aanmerking komen voor de berekening van de financiering zoals bedoeld in artikel III.32; | |
| 5 | − | 4° het instellingsbestuur de opleiding niet meer mag sanctioneren met het diploma van leraar. | |
| 6 | − | De ingeschreven studenten of cursisten moeten wel de mogelijkheid krijgen hun opleiding af te ronden. De Vlaamse Regering neemt daartoe de nodige maatregelen. | |
| 7 | − | Het uitsluitingsbesluit kan pas genomen worden nadat de Vlaamse Regering aan de desbetreffende instelling een waarschuwing heeft gegeven. Deze waarschuwing houdt in dat zij voornemens is dit uitsluitingsbesluit te treffen onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet worden gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. Het uitsluitingsbesluit treedt slechts in werking in het tweede daaropvolgende academiejaar. | |
| 8 | − | §2. Als een specifieke lerarenopleiding zich onttrokken heeft aan deelname aan de visitatie, vermeld in artikel II.122, of aan een deel ervan, verliest de instelling de bevoegdheid om deze opleiding aan te bieden vanaf het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin de visitatie plaatsvindt. |
| 1 | − | §1. De instellingen voor hoger onderwijs verlenen de graden van bachelor of master op grond van het met goed gevolg voltooien van een opleiding die overeenkomstig deze codificatie georganiseerd wordt en die: | |
| 1 | + | §1. De instellingen voor hoger onderwijs verlenen de graden van gegradueerde, bachelor of master op grond van het met goed gevolg voltooien van een opleiding die overeenkomstig deze codificatie georganiseerd wordt en die: | |
| 2 | − | 1° ofwel overeenkomstig afdeling 2 geaccrediteerd is voor de in het accreditatiebesluit bepaalde duur; | |
| 2 | + | 1° ofwel overeenkomstig deze codex geaccrediteerd is voor de in het accreditatiebesluit bepaalde duur; | |
| 3 | − | 2° ofwel overeenkomstig afdeling 3 erkend is als nieuwe opleiding; | |
| 3 | + | 2° ofwel overeenkomstig afdeling 3 en 3/1 erkend is als nieuwe opleiding; | |
| 4 | − | 3° ofwel een verlenging geniet van de geldigheidsduur van de accreditatie overeenkomstig artikel II.142, §5, en artikel II.145 , II.381 of II.387/1, ofwel nog een tijdelijke erkenning geniet. | |
| 4 | + | 3° ofwel een verlenging geniet van de geldigheidsduur van de accreditatie overeenkomstig hoofdstuk 9/1; | |
| 5 | + | 4° ofwel als opleiding van het hoger beroepsonderwijs is geactualiseerd conform afdeling 3/2; | |
| 6 | + | 5° ofwel geaccrediteerd is overeenkomstig een accreditatiebesluit genomen voor 1 september 2019 voor de in het accreditatiebesluit bepaalde duur; | |
| 7 | + | 6° ofwel erkend is als nieuwe opleiding overeenkomstig een erkenningsbesluit genomen voor 1 september 2019. | |
| 5 | 8 | §2. Een opleiding die niet meer voldoet aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 1 wordt geschrapt uit het Hogeronderwijsregister, vermeld in artikel II.170, vanaf het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin de geldigheid van de lopende accreditatie, de erkenning als nieuwe opleiding of de verlenging van de accreditatie vervalt. | |
| 6 | 9 | Het instellingsbestuur kan eerst na verloop van een periode van 3 jaar te rekenen vanaf de datum van de schrapping van een opleiding een aanvraag tot erkenning als nieuwe opleiding indienen van: | |
| 1 | − | §1. Zowel in het visitatierapport, vermeld in artikel II.137, §2, als in het accreditatierapport en in het accreditatiebesluit wordt, in voorkomend geval, melding gemaakt van de opleidingsvarianten die op het tijdstip van de visitatie bestonden: | |
| 2 | − | 1° de verschillende vestigingen waar de opleiding aangeboden wordt; | |
| 3 | − | 2° de verschillende afstudeerrichtingen van de opleiding, met uitzondering van de als afstudeerrichting georganiseerde specifieke lerarenopleiding(en); | |
| 4 | − | 3° de verschillende talen waarin de opleiding aangeboden wordt als vermeld in artikel II.261, §2; | |
| 5 | − | 4° het studietraject voor werkstudenten, vermeld in artikel I.3,78°,c; | |
| 6 | − | 5° de verschillende programma’s binnen de opleiding, als die leiden tot verschillende vormen van de diplomering, namelijk diplomering door een instelling, bidiplomering of gezamenlijke diplomering; | |
| 7 | − | 6° de verschillende programma’s binnen de opleiding, als deze georganiseerd worden door verschillende instellingsbesturen. | |
| 8 | − | §2. Het visitatierapport, vermeld in artikel II.137, §2, bevat een beoordeling van elk van de varianten, vermeld in paragraaf 1. |
| 1 | + | § 1. In het advies over de ontwikkeling van een onderwijskwalificatie, vermeld in artikel 15/1 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, verleent de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering ook een advies over de verwantschap van : | |
| 2 | + | 1° de onderwijskwalificatie met een of meer bestaande opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. Daarvoor vraagt de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering inbreng van vertegenwoordigers van de hogescholen; | |
| 3 | + | 2° de beroepskwalificatie waarvoor geen onderwijskwalificatie wordt ontwikkeld, met een of meer bestaande opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 4 | + | De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering kan bij het advies over de verwantschap rekening houden met de volgende criteria : | |
| 5 | + | 1° de sectorale indeling; | |
| 6 | + | 2° de indeling naar beroepsgroep; | |
| 7 | + | 3° de wetenschappelijke discipline of het studiegebied. | |
| 8 | + | De verwantschap kan worden vastgelegd op het niveau van de volledige opleiding of op het niveau van de afstudeerrichtingen of de opties van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 9 | + | § 2. De Vlaamse Regering beslist over de verwantschap met bestaande hbo5-opleidingen. | |
| 10 | + | Als de Vlaamse Regering beslist dat een bestaande hbo5-opleiding verwant is met een beroepskwalificatie waarvoor een onderwijskwalificatie wordt ontwikkeld, wordt de bestaande hbo5-opleiding omgevormd tot die onderwijskwalificatie. | |
| 11 | + | Als er een verwantschap wordt bepaald met verschillende onderwijskwalificaties of met een onderwijskwalificatie met verschillende afstudeerrichtingen, hebben de hogescholen de vrijheid om te kiezen tot welke onderwijskwalificatie ze de bestaande hbo5-opleiding zullen omvormen. | |
| 12 | + | In afwijking hiervan kunnen de hogescholen Katholieke Hogeschool Vives Zuid en Thomas More Kempen beslissen om een van een centrum voor volwassenenonderwijs overgenomen hbo5-opleiding Elektromechanica of een overgenomen hbo5-opleiding Informatica per optie om te vormen naar een onderwijskwalificatie waarmee die hbo5-opleiding verwant is verklaard, op voorwaarde dat de desbetreffende optie in het schooljaar 2017-2018 binnen het samenwerkingsverband werd georganiseerd. | |
| 13 | + | In afwijking hiervan kan de Hogeschool PXL een van een centrum voor volwassenenonderwijs overgenomen hbo5-opleiding Hout- en bouwconstructies omvormen naar twee onderwijskwalificaties waarmee die hbo5-opleiding verwant is verklaard. | |
| 14 | + | Hogescholen die een bestaande hbo5-opleiding omvormen, hoeven geen macrodoelmatigheidstoets als vermeld in artikel II.152, 3°, aan te vragen. | |
| 15 | + | Als de Vlaamse Regering beslist dat een bestaande hbo5-opleiding verwant is met een beroepskwalificatie waarvoor geen onderwijskwalificatie wordt ontwikkeld, wordt die opleiding stopgezet. De hogeschool kan vanaf het volgende academiejaar geen nieuwe studenten meer inschrijven. Het instellingsbestuur garandeert de voorzieningen die nodig zijn om de ingeschreven studenten hun opleiding te kunnen laten voltooien. | |
| 16 | + | Als de Vlaamse Regering beslist dat er geen bestaande hbo5-opleiding verwant is met een beroepskwalificatie waarvoor een onderwijskwalificatie wordt ontwikkeld, wordt de graduaatsopleiding die leidt tot de onderwijskwalificatie, als een nieuwe opleiding beschouwd. Hogescholen kunnen een aanvraag indienen om die opleiding aan te bieden volgens de procedure, vermeld in artikel II.152 en II.153. | |
| 17 | + | § 3. Hogescholen die geen onderwijsbevoegdheid hebben voor een bestaande hbo5-opleiding die wordt omgevormd, kunnen een aanvraag indienen om die opleiding aan te bieden. Die aanvraag wordt ingediend volgens de procedure, vermeld in artikel II.152 en II.153, en kan op zijn vroegst in het kalenderjaar dat volgt op de erkenning van de desbetreffende opleiding aan de andere hogescholen, worden ingediend. |
| 1 | − | §1. De centra voor volwassenenonderwijs kunnen de programmatie van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, die ze sinds het academiejaar 2003-2004 hebben georganiseerd, als bachelor aanvragen. Het programmatieproces verloopt overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling die gelden voor de ambtshalve geregistreerde instellingen. | |
| 2 | − | §2. Een opleiding, zoals vermeld in paragraaf 1, die als bachelor erkend wordt, moet worden overgedragen aan een ambtshalve geregistreerde instelling die de overeenkomstige onderwijsbevoegdheid en territoriale bevoegdheid heeft. | |
| 3 | − | De overdracht van de opleiding kan plaatsvinden vanaf het ogenblik van de erkenning en moet voltrokken zijn uiterlijk op 31 augustus van het jaar dat volgt op het jaar van de erkenning. | |
| 4 | − | Van de territorialiteitsvoorwaarde als vermeld in het eerste lid, kan worden afgeweken in het overdrachtsprotocol, als vermeld in paragraaf 4. In geval van toepassing van paragraaf 3 kan deze afwijking reeds worden vastgelegd in de intentieverklaring. De afwijking heeft in dit geval pas uitwerking met de eigenlijke overdracht. Als voorwaarde geldt dat: | |
| 5 | − | 1° de afwijking op de territorialiteitsvoorwaarde wordt gemotiveerd; | |
| 6 | − | 2° de afwijking op de territorialiteitsvoorwaarde wordt bekrachtigd door het Vlaams Parlement; | |
| 7 | − | 3° de opleiding slechts op 1 plaats wordt aangeboden. | |
| 8 | − | §3. Indien de overdracht van de opleiding niet op het ogenblik van de erkenning plaatsvindt, leggen het overdragende centrum voor volwassenenonderwijs en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling hun principiële overeenstemming over de overdracht van de opleiding in een intentieverklaring neer. Deze intentieverklaring bevat minimaal de datum waarop de overdracht van de erkende opleiding zal plaatsvinden en de engagementen van de ambtshalve geregistreerde instelling waaraan de opleiding wordt overgedragen. Deze intentieverklaring wordt ter bekrachtiging voorgelegd aan de Vlaamse Regering. | |
| 9 | − | §4. Ter regeling van de overdracht van de opleiding sluiten het overdragende centrum voor volwassenenonderwijs en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling in ieder geval een protocol. | |
| 10 | − | Het in het eerste lid bedoelde protocol vermeldt ten minste: | |
| 11 | − | 1° de naam van het centrum voor volwassenenonderwijs en de naam van de hogeschool; | |
| 12 | − | 2° de naam van de afdeling(en) die wordt/worden overgedragen en de categorie(en) waarbinnen deze afdeling(en) is/zijn gerangschikt; | |
| 13 | − | 3° de naam van de hogeschoolopleiding(en) waarnaar de afdeling(en) wordt/worden omgevormd en het studiegebied waarbinnen de opleiding(en) is/zijn gerangschikt; | |
| 14 | − | 4° de vestiging van de hogeschool waar de overgedragen afdeling(en) zal/zullen worden georganiseerd; | |
| 15 | − | 5° de modaliteiten inzake de organisatie van de afdeling(en) in afbouw overeenkomstig de organisatie van het hoger onderwijs voor sociale promotie; | |
| 16 | − | 6° de procedure en de modaliteiten inzake de overdracht van de inschrijving van de studenten die op het ogenblik van de overdracht van de afdeling(en) in het centrum voor volwassenenonderwijs zijn ingeschreven, naar de hogeschool; | |
| 17 | − | 7° de procedure en de modaliteiten inzake de overdracht van het personeel van het centrum voor volwassenenonderwijs naar de hogeschool; | |
| 18 | − | 8° desgevallend de modaliteiten inzake de overdracht van infrastructuur en onroerende goederen. | |
| 19 | − | §5. Indien de overdracht van de opleiding niet op het ogenblik van de erkenning plaatsvindt, reiken het overdragende centrum voor volwassenenonderwijs en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling, bij wijze van overgangsmaatregel en in afwijking van artikel II.59, gezamenlijk een diploma van de graad van bachelor uit na de succesvolle voltooiing van de opleiding die de erkenning heeft verworven. | |
| 20 | − | De gezamenlijke diplomering is slechts mogelijk vanaf de bekrachtiging door de Vlaamse Regering van de in paragraaf 3 bedoelde intentieverklaring en zolang de overdracht van de opleiding naar de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling niet is gerealiseerd. | |
| 21 | − | In ieder geval verliezen het centrum voor volwassenenonderwijs en de ambtshalve geregistreerde instelling de uitzonderlijke mogelijkheid om gezamenlijk een diploma van de graad van bachelor uit te reiken als de overdracht van de opleiding niet binnen de in paragraaf 2 vermelde termijn is gerealiseerd. |
| 1 | + | De bestaande hbo5-opleidingen waarvoor nog geen verwante beroepskwalificatie is erkend, worden geactualiseerd. |
| 1 | + | § 1. De hogescholen die onderwijsbevoegdheid bezitten voor een van de opleidingen, vermeld in artikel II.155/1, schrijven gezamenlijk per opleiding de domeinspecifieke leerresultaten uit op basis van de niveaudescriptoren, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Ze organiseren daartoe structureel onderling overleg, waarbij ook de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering wordt betrokken. De hogescholen kunnen voor deze opdracht een beroep doen op externe experten. | |
| 2 | + | De formulering van de domeinspecifieke leerresultaten is concreet en beroepsgericht en waarborgt de toepassing van Vlaamse, federale en internationale regelgeving over de beroepsuitoefening. | |
| 3 | + | § 2. De beschrijving van de domeinspecifieke leerresultaten wordt gevalideerd door de accreditatieorganisatie. De hogescholen dienen daarvoor samen een vraag tot validatie in bij de accreditatieorganisatie. Die aanvraag vermeldt de hogescholen die onderwijsbevoegdheid bezitten voor de desbetreffende opleiding, maar die de vraag niet mee willen indienen. | |
| 4 | + | § 3. Als een hogeschool die onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding die moet worden geactualiseerd, de aanvraag, vermeld in paragraaf 2, niet mee ondertekent, verliest ze de onderwijsbevoegdheid voor de opleiding en wordt die opleiding stopgezet. De hogeschool kan vanaf het volgende academiejaar geen nieuwe studenten meer inschrijven. Het instellingsbestuur garandeert de nodige voorzieningen die toelaten dat de ingeschreven studenten hun opleiding kunnen voltooien. | |
| 5 | + | § 4. De accreditatieorganisatie bezorgt de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de gevalideerde domeinspecifieke leerresultaten met de daarin vervatte competenties voor registratie in een kwalificatiedatabank. | |
| 6 | + | § 5. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering legt, na advies van de hogescholen, de studieomvang van 90 of 120 studiepunten van de opleiding vast en het aandeel werkplekleren van de opleiding, dat minimaal een derde van de studieomvang bedraagt. | |
| 7 | + | § 6. De hogeschool bepaalt voor elke geactualiseerde opleiding een opleidingsprogramma, dat bestaat uit een samenhangend geheel van opleidingsonderdelen, en schrijft voor elk opleidingsonderdeel leerresultaten uit. |
| 1 | + | De Vlaamse Regering neemt de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die volgens de procedure, vermeld in deze afdeling, zijn geactualiseerd, op in de lijst, vermeld in artikel II.170. | |
| 2 | + | Door een opleiding van het hoger beroepsonderwijs op te nemen in de lijst als vermeld in het eerste lid, wordt het door de Vlaamse Regering erkende opleidingsprofiel, het door de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs goedgekeurde structuurschema of het goedgekeurde leerplan en lessentabel van de desbetreffende opleiding opgeheven. |
| 1 | + | § 1. Opleidingen, geactualiseerd volgens de procedure, vermeld in deze afdeling, die op een later tijdstip verwant worden verklaard met een of meer erkende beroepskwalificaties, waarvoor wordt beslist om een onderwijskwalificatie te ontwikkelen, worden omgevormd als vermeld in artikel II.150/1. | |
| 2 | + | § 2. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering maakt op 1 februari 2024 een lijst van graduaatsopleidingen die zijn geactualiseerd, maar nog niet zijn omgevormd omdat er nog geen verwante beroepskwalificatie is erkend. | |
| 3 | + | Als de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering adviseert dat er voor een bestaande graduaatsopleiding geen beroepskwalificatie zal worden erkend die ermee verwant kan worden verklaard, beslist de Vlaamse Regering dat de betrokken graduaatsopleiding wordt stopgezet. De hogeschool kan vanaf het volgende academiejaar geen nieuwe studenten meer inschrijven. Het instellingsbestuur garandeert de nodige voorzieningen die toelaten dat de ingeschreven studenten hun opleiding kunnen voltooien. | |
| 4 | + | Als de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering adviseert dat er voor een bestaande graduaatsopleiding in de toekomst wel nog een beroepskwalificatie zal worden erkend die ermee verwant kan worden verklaard, beslist de Vlaamse Regering dat de betrokken graduaatsopleiding opnieuw moet worden geactualiseerd volgens de procedure, vermeld in deze afdeling. | |
| 5 | + | De hogescholen kunnen de opleiding pas aanbieden nadat ze met positief gevolg de toets nieuwe opleiding bij het accreditatieorgaan hebben ondergaan volgens de procedure, vermeld in artikel II.395. Ze dienen daarvoor een dossier in uiterlijk op 30 november 2024. | |
| 6 | + | § 3. Als een hogeschool voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, met uitzondering van de hbo5-opleiding Verpleegkunde, uiterlijk op 30 november 2024 nog nooit een toets nieuwe opleiding heeft aangevraagd bij de accreditatieorganisatie, verliest de hogeschool de onderwijsbevoegdheid voor die opleiding. |
| 2 | 2 | 1° een vakinhoudelijke masteropleiding van 90 studiepunten; | |
| 3 | 3 | 2° een masteropleiding van 90 studiepunten die bestaat uit een vakinhoudelijke vorming van 60 studiepunten en een differentiatie van 30 studiepunten die specifiek gericht is op 1 of meer van de volgende finaliteiten : | |
| 4 | − | a) het verwerven van specifieke beroepsgerichte competenties, andere dan die van leraar; | |
| 4 | + | a) het verwerven van specifieke beroepsgerichte competenties; | |
| 5 | 5 | b) een doorgedreven vakinhoudelijke specialisatie; | |
| 6 | 6 | 3° een masteropleiding van 120 studiepunten die bestaat uit een vakinhoudelijke vorming van 90 studiepunten en een differentiatie van 30 studiepunten die specifiek gericht is op 1 of meer van de volgende finaliteiten : | |
| 7 | − | a) de lerarenopleiding, waarbij een deel van de lerarenopleiding ingebouwd wordt als afstudeerrichting in de initiële master, zoals bepaald in artikel II.112, §2 en §3; | |
| 7 | + | a) ...; | |
| 8 | − | b) het verwerven van specifieke beroepsgerichte competenties, andere dan die van leraar; | |
| 8 | + | b) het verwerven van specifieke beroepsgerichte competenties; | |
| 9 | 9 | c) een doorgedreven vakinhoudelijke specialisatie; | |
| 10 | 10 | 4° een onderzoeksmaster van 120 studiepunten, die wordt aangeboden naast een masteropleiding in hetzelfde studiegebied; | |
| 11 | − | 5° een educatieve master. De Vlaamse Regering bepaalt na de goedkeuring van de beroepskwalificaties van leraar en na de afronding van de decretaal opgelegde evaluatie de nadere regelen en de voorwaarden waaronder deze educatieve master wordt georganiseerd. Die houden rekening met de resultaten van de evaluatie en betreffen ten minste : | |
| 12 | − | a) de studieomvang; | |
| 13 | − | b) de puntengewichten voor de financiering, binnen een vork gaande van 1 tot 3; | |
| 14 | − | c) de procedure en de criteria voor de beoordeling van de aanvraag; | |
| 15 | − | d) het moment waarop de eerste aanvragen kunnen worden ingediend; | |
| 16 | − | e) het moment waarop de eerste educatieve masters kunnen worden aangeboden. | |
| 11 | + | 5° .... | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering kan de studieomvang van bachelor- of masteropleidingen uitbreiden om op die manier de bij of krachtens de wet, het decreet of de Europese richtlijn vastgelegde voorwaarden of richtlijnen met betrekking tot de studieomvang te realiseren met het oog op de toegang tot het beroep. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering kan de studieomvang van graduaats-, bachelor- of masteropleidingen uitbreiden om op die manier de bij of krachtens de wet, het decreet of de Europese richtlijn vastgelegde voorwaarden of richtlijnen met betrekking tot de studieomvang te realiseren met het oog op de toegang tot het beroep. |
| 7 | 7 | 3° studenten die zich voor een traject met vermindering van studieduur op grond van een eerder behaald bachelor- of masterdiploma inschrijven in het academiejaar waarin de uitbreiding van de studieomvang ingevoerd wordt of het daaropvolgend academiejaar. | |
| 8 | 8 | Instellingen moeten door middel van de organisatie van specifieke studietrajecten met een studieomvang van ten hoogste de omvang van de studie-uitbreiding aan studenten die een bacheloropleiding van 180 studiepunten hebben voltooid, de mogelijkheid bieden om de graad van bachelor te behalen van de in studieomvang uitgebreide bacheloropleiding. | |
| 9 | + | § 3. In het academiejaar dat de uitbreiding van de studieomvang van een graduaatsopleiding wordt ingevoerd en in de twee academiejaren die daarop volgen kunnen studenten nog het diploma behalen van de graduaatsopleiding op basis van de studieomvang van voor de uitbreiding. Deze mogelijkheid bestaat voor studenten die reeds in de graduaatsopleiding ingeschreven waren vóór het academiejaar waarin de uitbreiding van de studieomvang wordt ingevoerd. | |
| 10 | + | Instellingen moeten door middel van de organisatie van specifieke studietrajecten met een studieomvang van ten hoogste de omvang van de studie-uitbreiding aan studenten die een graduaatsopleiding van 90 of 120 studiepunten hebben voltooid, de mogelijkheid bieden om de graad van gegradueerde te behalen van de in studieomvang uitgebreide graduaatsopleiding. | |
| 1 | 1 | Onder herschikkingen van het opleidingsaanbod worden begrepen: | |
| 2 | − | 1° het omvormen van bachelor- of masteropleidingen tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding, zoals bedoeld in artikel II.171 van deze codificatie; | |
| 2 | + | 1° het omvormen van graduaats-, bachelor- of masteropleidingen tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding als vermeld in artikel II.171; | |
| 3 | − | 2° het omvormen van een bachelor- of masteropleiding tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding, waarbij de toetredende instelling de bachelor- of masteropleiding op het ogenblik van de omvorming niet aanbiedt, zoals bedoeld in artikel II.166; | |
| 3 | + | 2° het omvormen van een graduaats-, bachelor- of masteropleiding tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding, waarbij de toetredende instelling de graduaats-, bachelor- of masteropleiding op het ogenblik van de omvorming niet aanbiedt, vermeld in artikel II.166; | |
| 4 | 4 | 3° het samenvoegen van 2 of meerdere bacheloropleidingen of 2 of meerdere masteropleidingen binnen een hogeschool of universiteit, zoals bedoeld in artikel II.167. |
| 1 | − | §1. Als een bestaande bachelor- of masteropleiding aangeboden door een hogeschool of universiteit, omgevormd wordt tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding conform de bepalingen van artikel II.171, dan wordt deze opleiding niet beschouwd als een nieuwe opleiding in hoofde van de toetredende instellingen. De betrokken hogescholen of universiteiten moeten de onderwijsbevoegdheid hebben om de desbetreffende graden binnen de geografische omschrijving te verlenen. | |
| 1 | + | §1. Als een bestaande graduaats-, bachelor- of masteropleiding aangeboden door een hogeschool of universiteit, omgevormd wordt tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding conform de bepalingen van artikel II.171, dan wordt deze opleiding niet beschouwd als een nieuwe opleiding in hoofde van de toetredende instellingen. De betrokken hogescholen of universiteiten moeten de onderwijsbevoegdheid hebben om de desbetreffende graden binnen de geografische omschrijving te verlenen. | |
| 2 | 2 | §2. Voorafgaand aan de organisatie van de gezamenlijke opleiding, moeten de associaties waarvan een partner de desbetreffende onderwijsbevoegdheid heeft en de desbetreffende graden mag verlenen in een vestiging in de provincie waarin de toetredende instelling de geografische bevoegdheid heeft om de opleiding aan te bieden en de desbetreffende graden te verlenen, hun akkoord verlenen. | |
| 3 | 3 | Voor de toepassing van het eerste lid worden het Brusselse Gewest en de provincie Vlaams-Brabant als 1 provincie beschouwd. | |
| 1 | − | §1. De hogescholen en universiteiten kunnen in hun onderwijs- en examenreglement bepalen onder welke voorwaarden hun studenten, met naleving van het aldaar geldende onderwijs- en examenreglement, aan een andere hogeschool of universiteit in België, in een andere ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs, in een geregistreerde instelling voor hoger onderwijs, aan de Koninklijke Militaire School in Brussel of een instelling voor hoger onderwijs in het buitenland, voor zover deze een opleidingsprogramma van ten minste 3 jaar aanbiedt, onderwijsactiviteiten kunnen volgen en examens kunnen afleggen over onderdelen van een opleidingsprogramma waarover in uitvoering van deze codificatie examen moet worden afgelegd voor het behalen van een graad van bachelor of master. | |
| 1 | + | §1. De hogescholen en universiteiten kunnen in hun onderwijs- en examenreglement bepalen onder welke voorwaarden hun studenten, met naleving van het aldaar geldende onderwijs- en examenreglement, aan een andere hogeschool of universiteit in België, in een andere ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs, in een geregistreerde instelling voor hoger onderwijs, aan de Koninklijke Militaire School in Brussel of een instelling voor hoger onderwijs in het buitenland, voor zover deze een opleidingsprogramma van ten minste 3 jaar of voor opleidingen van niveau 5 ten minste 90 studiepunten aanbiedt, onderwijsactiviteiten kunnen volgen en examens kunnen afleggen over onderdelen van een opleidingsprogramma waarover in uitvoering van deze codificatie examen moet worden afgelegd voor het behalen van een graad van gegradueerde, bachelor of master. | |
| 2 | 2 | §2. Een hogeschool of universiteit kan samen met een partnerinstelling, het weze een hogeschool of universiteit van de Franse Gemeenschap, het weze een hogeschool van de Duitstalige gemeenschap, het weze de Koninklijke Militaire School in Brussel, het weze een buitenlandse universiteit of instelling voor hoger onderwijs, het weze met meerdere daarvan, tegelijk een diploma van hoger onderwijs, zoals bepaald in deze codificatie, afleveren, en een diploma met een andere benaming dat door de partnerinstelling kan worden afgeleverd krachtens de voor haar geldende regelgeving, wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden: | |
| 3 | 3 | 1° tussen de hogeschool/universiteit en de partnerinstelling is een overeenkomst gesloten; deze overeenkomst bevestigt dat er voldoende overeenstemming is inzake doelstellingen en inhoud van de betrokken opleidingen en bevat de preciseringen in het onderwijsreglement die toepasselijk zullen zijn voor de betrokken studenten van de hogeschool/universiteit en van de partnerinstelling; | |
| 5 | 5 | 3° de betrokken studenten zijn in het academiejaar waarin de bedoelde diploma's samen worden afgeleverd, ingeschreven in de hogeschool/universiteit, desgevallend enkel voor examens; deze eis geldt niet als het gaat om een uitwisseling van studenten in het kader van een Europees onderwijsprogramma; | |
| 6 | 6 | 4° in de overeenkomst tussen de hogeschool/universiteit en de partnerinstelling wordt gepreciseerd op welke wijze een eventuele dubbele aanrekening van de betrokken studenten of diploma's voor de subsidiëring van de betrokken instellingen wordt vermeden. Het diploma van het hoger onderwijs en het diploma met een andere benaming worden op eenzelfde document afgeleverd, tenzij de regelgeving geldend voor de partnerinstelling dit niet toelaat. | |
| 7 | − | § 3. Een universiteit of een hogeschool kan binnen de perken van haar onderwijsbevoegdheid met 1 of meer buitenlandse instellingen voor hoger onderwijs of met de Koninklijke Militaire School in Brussel een gezamenlijk diploma uitreiken en de betreffende graad van bachelor of master verlenen aan de student die met succes een door de betrokken instellingen gezamenlijke opleiding heeft voltooid. Een universiteit kan binnen de perken van haar onderwijsbevoegdheid met 1 of meer universiteiten van de Franse Gemeenschap een gezamenlijk diploma uitreiken en de betreffende graad van bachelor of master verlenen aan de student die met succes een door de betrokken instellingen gezamenlijke opleiding heeft voltooid. Een hogeschool kan binnen de perken van haar onderwijsbevoegdheid met 1 of meer hogescholen van de Franse of Duitstalige Gemeenschap een gezamenlijk diploma uitreiken en de betreffende graad van bachelor of master verlenen aan de student die met succes een door de betrokken instellingen gezamenlijke opleiding heeft voltooid. De organisatie van de gezamenlijke opleiding vindt plaats in het kader van een internationaal of Europees onderwijsprogramma of in het kader van een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken instellingen. | |
| 7 | + | § 3. Een universiteit of een hogeschool kan binnen de perken van haar onderwijsbevoegdheid met een of meer buitenlandse instellingen voor hoger onderwijs of met de Koninklijke Militaire School in Brussel een gezamenlijk diploma uitreiken en de betreffende graad van gegradueerde, bachelor of master verlenen aan de student die met succes een door de betrokken instellingen gezamenlijke opleiding heeft voltooid. Een universiteit kan binnen de perken van haar onderwijsbevoegdheid met een of meer universiteiten van de Franse Gemeenschap een gezamenlijk diploma uitreiken en de betreffende graad van bachelor of master verlenen aan de student die met succes een door de betrokken instellingen gezamenlijke opleiding heeft voltooid. Een hogeschool kan binnen de perken van haar onderwijsbevoegdheid met een of meer hogescholen van de Franse of Duitstalige Gemeenschap een gezamenlijk diploma uitreiken en de betreffende graad van gegradueerde, bachelor of master verlenen aan de student die met succes een door de betrokken instellingen gezamenlijke opleiding heeft voltooid. De organisatie van de gezamenlijke opleiding vindt plaats in het kader van een internationaal of Europees onderwijsprogramma of in het kader van een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken instellingen. | |
| 8 | 8 | §4. Een universiteit kan samen met een andere binnenlandse of buitenlandse universiteit of met de Koninklijke Militaire School in Brussel een dubbeldiploma of een gezamenlijk diploma van de graad van doctor uitreiken na de openbare verdediging van een proefschrift ten overstaan van een jury waarin ten minste professoren van de betrokken instellingen zetelen en op voorwaarde dat de promovendus ten minste 6 maanden aan de partneruniversiteit onderzoek heeft gedaan in het kader van zijn proefschrift. | |
| 1 | − | Om als regelmatige cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, georganiseerd door een hogeschool, moet de cursist voldaan hebben aan de leerplicht en het onderwijsreglement ontvangen en ondertekend hebben. | |
| 1 | + | Om als regelmatige student toegelaten te worden tot een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, georganiseerd door een hogeschool, moet de student voldaan hebben aan de leerplicht. | |
| 2 | − | Daarenboven moet de cursist beschikken over 1 van de volgende studiebewijzen: | |
| 2 | + | Daarenboven moet de student beschikken over 1 van de volgende studiebewijzen: | |
| 3 | 3 | 1° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, dat minstens 3 jaar behaald is; | |
| 4 | 4 | 2° een diploma van het secundair onderwijs; | |
| 2 | 2 | 1° humanitaire redenen; | |
| 3 | 3 | 2° medische, psychische of sociale redenen; | |
| 4 | − | 3° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een door het instellingsbestuur georganiseerde toelatingsproef. | |
| 4 | + | 3° het algemene niveau van de student, getoetst met een door het instellingsbestuur georganiseerde toelatingsproef. Het instellingsbestuur kan deze toetsing opdragen aan een in artikel II.232 bedoelde validerende instantie. Het instellingsbestuur kan op grond van de toetsing de inschrijving afhankelijk maken van het met succes voltooien van een voorbereidingsprogramma. | |
| 5 | − | De toelatingsproef, vermeld in het eerste lid, punt 3°, wordt uiterlijk de vijfde dag na het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd en gaat na of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Het instellingsbestuur kan de organisatie van een toelatingsproef op verzoek van de cursist niet weigeren. | |
| 5 | + | De toelatingsproef, vermeld in het eerste lid, punt 3°, wordt uiterlijk de vijfde dag na het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd en gaat na of de student over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Het instellingsbestuur kan de organisatie van een toelatingsproef op verzoek van de student niet weigeren. | |
| 6 | − | Het instellingsbestuur maakt op basis van de resultaten van de toelatingsproef, vermeld in het eerste lid, punt 3°, een beoordeling op in de vorm van een schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de cursist. | |
| 6 | + | Het instellingsbestuur maakt op basis van de resultaten van de toelatingsproef, vermeld in het eerste lid, punt 3°, een beoordeling op in de vorm van een schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de student. | |
| 7 | 7 | De voorwaarden om een toelatingsproef als vermeld in het eerste lid, punt 3°, te organiseren worden opgenomen in het onderwijsreglement. | |
| 2 | 2 | 1° de initiële bachelor- en masteropleidingen, opgenomen in het Hogeronderwijsregister door studenten onder diplomacontract; | |
| 3 | 3 | 2° één of meer opleidingsonderdelen door studenten onder creditcontract. | |
| 4 | + | In afwijking van het eerste lid wordt het leerkrediet niet ingezet in een educatieve bacheloropleiding als een student al in het bezit is van een bachelordiploma en in een educatieve masteropleiding als een student al in het bezit is van een masterdiploma. | |
| 4 | 5 | §2. Bij elke inschrijving in een academiejaar t-1/t wordt het aantal studiepunten waarvoor een student zich heeft ingeschreven in het desbetreffende academiejaar afgetrokken van het individuele leerkrediet van de student. | |
| 5 | 6 | §3. De studiepunten, verworven in het academiejaar t-1/t, worden aan het individuele leerkrediet van de student toegevoegd. | |
| 1 | 1 | Bij het behalen van een diploma voor een initiële masteropleiding wordt het individuele leerkrediet van de student verminderd met 140 studiepunten. Bij een positief saldo kan de student het resterende leerkrediet opnieuw aanwenden voor een inschrijving in een initiële bachelor- of masteropleiding. Als het saldo van het resterende leerkrediet minder dan 60 studiepunten bedraagt, kan de student zijn leerkrediet eenmalig opnieuw opbouwen tot maximaal 60 studiepunten. Vanaf het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin hij zijn masterdiploma behaald heeft, worden elk academiejaar 10 studiepunten toegevoegd aan het individuele leerkrediet. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van de derde en vierde volzin, krijgt een student onder diplomacontract bij de start van het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin hij zijn masterdiploma heeft behaald, eenmalig en bij wijze van overgangsmaatregel het verschil tussen 60 en het aantal opgenomen studiepunten in een opleiding bedoeld in artikel II.203, §1, 1°, waarvoor hij vanaf het academiejaar 2008-2009 een inschrijving heeft genomen, extra bij het saldo van het leerkrediet. Deze regeling geldt voor zover de student al in het academiejaar 2007-2008 in de desbetreffende masteropleiding ingeschreven was en op voorwaarde dat hij vanaf het academiejaar 2008-2009 het initiële masterdiploma behaalt en vanaf datzelfde academiejaar minder dan 60 studiepunten heeft opgenomen. | |
| 2 | 2 | Als het individueel leerkrediet van een student die nog geen masterdiploma behaald heeft en geen inschrijvingen meer heeft in het hoger onderwijs, zoals bedoeld in artikel II.203, §1, minder dan 60 studiepunten bedraagt, kan hij in het kader van levenslang leren zijn leerkrediet eenmalig verder opbouwen tot maximaal 60 studiepunten behalve indien zijn leerkrediet al eerder aangevuld is geweest in toepassing van het derde lid. Vanaf het academiejaar waarin hij geen inschrijvingen meer heeft in het hoger onderwijs zoals bedoeld in artikel II.203, §1, worden daartoe elk academiejaar 10 studiepunten toegevoegd aan het individuele leerkrediet. Het aldus opgebouwde leerkrediet kan opnieuw aangewend worden voor een inschrijving in een initiële bachelor- of masteropleiding. | |
| 3 | − | Als een student die een diploma behaald heeft in het hoger beroepsonderwijs, op het moment van herinschrijving in het hoger onderwijs, een leerkrediet heeft dat minder dan 60 studiepunten bedraagt, dan wordt het leerkrediet van de betreffende student aangevuld tot 60 studiepunten behalve indien de student al een masterdiploma heeft behaald. | |
| 3 | + | Als een student die een diploma behaald heeft in het hoger beroepsonderwijs, op het moment van herinschrijving in het hoger onderwijs, een leerkrediet heeft dat minder dan 60 studiepunten bedraagt, dan wordt het leerkrediet van de betreffende student aangevuld tot 60 studiepunten. | |
| 4 | 4 | In het kader van een opnieuw opgebouwd leerkrediet met toepassing van de bepalingen in dit artikel worden de eerste 60 verworven studiepunten niet dubbel aangerekend. |
| 3 | 3 | 1° 590 euro, als het bekwaamheidsonderzoek betrekking heeft op het niveau van bachelor in het hoger professioneel onderwijs of het academisch onderwijs; | |
| 4 | 4 | 2° 770 euro, als het bekwaamheidsonderzoek betrekking heeft op het masterniveau en de aanvrager nog niet beschikt over een diploma van een bacheloropleiding; | |
| 5 | − | 3° 230 euro, als het bekwaamheidsonderzoek betrekking heeft op het masterniveau en de aanvrager al beschikt over een diploma van een bacheloropleiding. | |
| 5 | + | 3° 230 euro, als het bekwaamheidsonderzoek betrekking heeft op het masterniveau en de aanvrager al beschikt over een diploma van een bacheloropleiding; | |
| 6 | + | 4° 335 euro, als het bekwaamheidsonderzoek betrekking heeft op het niveau van gegradueerde | |
| 6 | 7 | Als het bekwaamheidsonderzoek betrekking heeft op afzonderlijke opleidingsonderdelen of een cluster van opleidingsonderdelen, worden die bedragen gedifferentieerd evenredig met de omvang ervan, een vast bedrag van 55 euro voor administratieve kosten buiten beschouwing gelaten. | |
| 7 | 8 | §3. De in paragraaf 2 bedoelde bedragen worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. | |
| 1 | − | §1. Het instellingsbestuur verleent een diploma van gegradueerde met nadere kwalificatie aan ieder die een opleiding van het hoger beroepsonderwijs met succes heeft voltooid. | |
| 1 | + | §1. Het instellingsbestuur verleent de graad van gegradueerde met nadere kwalificatie aan ieder die een opleiding van het hoger beroepsonderwijs met succes heeft voltooid. | |
| 2 | 2 | §2. Het instellingsbestuur verleent de graad van bachelor met nadere kwalificatie en in voorkomend geval specificatie aan ieder die de betreffende bacheloropleiding met succes heeft voltooid. | |
| 3 | 3 | §3. Het instellingsbestuur verleent de graad van master met nadere kwalificatie en in voorkomend geval specificatie aan ieder die de betreffende masteropleiding met succes heeft voltooid. | |
| 1 | − | Het onderwijs dat binnen een School of Arts wordt verstrekt, wordt door het betrokken hogeschoolbestuur bekrachtigd met een diploma van gegradueerde, een graad van bachelor of master na het succesvol voltooien van de opleiding. In geval van een samenwerkingsovereenkomst kunnen de participerende hogescholen gezamenlijk de graad van bachelor of master uitreiken. | |
| 1 | + | Het onderwijs dat binnen een School of Arts wordt verstrekt, wordt door het betrokken hogeschoolbestuur bekrachtigd met een graad van gegradueerde, bachelor of master na het succesvol voltooien van de opleiding. In geval van een samenwerkingsovereenkomst kunnen de participerende hogescholen gezamenlijk de graad van gegradueerde, bachelor of master uitreiken. |
| 1 | + | § 1. De onderwijstaal in de graduaatsopleidingen is het Nederlands. | |
| 2 | + | In de graduaatsopleidingen kan evenwel een andere onderwijstaal dan het Nederlands worden gebruikt, conform de bepalingen in deze afdeling. Als een instelling gebruik wil maken van die mogelijkheid, moeten de waarborgen inzake kwaliteit en democratisering, vermeld in artikel II.270 en II.271, vervuld zijn voorafgaand aan de start van de opleiding. | |
| 3 | + | § 2. Een instelling kan in de volgende gevallen beslissen dat in graduaatsopleidingen voor opleidingsonderdelen een andere onderwijstaal dan het Nederlands wordt gebruikt : | |
| 4 | + | 1° de opleidingsonderdelen die een vreemde taal tot onderwerp hebben en die in die taal worden gedoceerd; | |
| 5 | + | 2° de opleidingsonderdelen die gedoceerd worden door anderstalige gastprofessoren; | |
| 6 | + | 3° de anderstalige opleidingsonderdelen die, op initiatief van de student en met instemming van de instelling, worden gevolgd aan een andere instelling voor hoger onderwijs; | |
| 7 | + | 4° de opleidingsonderdelen waar uit de expliciet gemotiveerde beslissing de meerwaarde voor de studenten en het afnemende veld en de functionaliteit voor de opleiding blijkt. | |
| 8 | + | § 3. De omvang van de opleidingsonderdelen, uitgedrukt in studiepunten, aangeboden in een andere onderwijstaal dan het Nederlands in het modeltraject van die opleiding mag niet hoger zijn dan 18,33% van de totale omvang van de in die opleiding aangeboden opleidingsonderdelen, uitgedrukt in studiepunten, in het modeltraject. | |
| 9 | + | § 4. Voor de berekening van de grenzen, vermeld in paragraaf 3, worden de opleidingsonderdelen, vermeld in paragraaf 2, 1° en 3°, niet meegeteld. |
| 1 | − | §1. Met behoud van de toepassing van het bepaalde in artikel II.193 en II.194, voorziet de instelling in de mogelijkheid dat studenten die een initiële bachelor- of masteropleiding volgen met anderstalige opleidingsonderdelen of een anderstalige initiële bachelor- of masteropleiding, hun taalkennis van deze andere taal kunnen testen. | |
| 1 | + | §1. Met behoud van de toepassing van het bepaalde in artikel II.193 en II.194, voorziet de instelling in de mogelijkheid dat studenten die een initiële graduaats-, bachelor- of masteropleiding volgen met anderstalige opleidingsonderdelen of een anderstalige initiële bachelor- of masteropleiding, hun taalkennis van deze andere taal kunnen testen. | |
| 2 | − | De instelling voorziet in het opleidingsprogramma van initiële bachelor- of masteropleidingen met anderstalige opleidingsonderdelen of van anderstalige initiële bachelor- of masteropleidingen in taalbegeleidingsmaatregelen. Deze taalbegeleidingsmaatregelen kunnen bestaan uit: | |
| 2 | + | De instelling voorziet in het opleidingsprogramma van initiële graduaats-, bachelor- of masteropleidingen met anderstalige opleidingsonderdelen of van anderstalige initiële bachelor- of masteropleidingen in taalbegeleidingsmaatregelen. Deze taalbegeleidingsmaatregelen kunnen bestaan uit: | |
| 3 | 3 | 1° taalopleidingsonderdelen (met inbegrip van taalvakken) die aangeboden worden binnen het pakket van verplichte opleidingsonderdelen of als een verplicht keuzevak; | |
| 4 | 4 | 2° taalbegeleidingsmaatregelen die geïntegreerd worden in de anderstalige opleidingsonderdelen. Deze taalbegeleidingsmaatregelen voorzien in een actieve begeleiding van de studenten en zijn als dusdanig voor de studenten duidelijk herkenbaar in het opleidingsonderdeel. | |
| 1 | 1 | De studenten die met een diploma- of creditcontract ingeschreven zijn hebben binnen de bepalingen van dit hoofdstuk toegang tot de studentenvoorzieningen van de hogeschool of universiteit waar ze hun opleiding volgen. | |
| 2 | 2 | De studenten die in het kader van internationale mobiliteit en uitwisselingen, een deel van hun opleiding in een Vlaamse universiteit of hogeschool volgen, maar daar niet ingeschreven zijn, hebben toegang tot studentenvoorzieningen die verbonden zijn aan de plaats waar ze dat onderdeel van hun opleiding volgen. | |
| 3 | − | De cursisten in een hbo5-opleiding georganiseerd door een Centrum voor Volwassenenonderwijs en leerlingen in een hbo5-opleiding verpleegkunde georganiseerd door een instelling voor secundair onderwijskunnen toegang hebben tot de sociale voorzieningen van de hogeschool, waarmee het betrokken Centrum voor Volwassenenonderwijs of de betrokken instelling voor secundair onderwijs een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de betreffende hbo5-opleiding heeft afgesloten. Deze overeenkomst legt ten minste de afspraken vast over de afstemming op het vlak van curriculumontwikkeling, inzet van personeel, infrastructuur en kwaliteitszorg in die hbo5-opleidingen. | |
| 3 | + | De leerlingen in een hbo5-opleiding Verpleegkunde, georganiseerd door een instelling voor secundair onderwijs, kunnen toegang hebben tot de sociale voorzieningen van de hogeschool, waarmee de betrokken instelling voor secundair onderwijs een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de betreffende hbo5-opleiding heeft afgesloten. Deze overeenkomst legt ten minste de afspraken vast over de afstemming op het vlak van curriculumontwikkeling, de inzet van personeel, de infrastructuur en de kwaliteitszorg in die hbo5-opleidingen. |
| 1 | − | De stuvoraad is paritair samengesteld uit minstens acht leden. De helft van de leden wordt aangewezen door het instellingsbestuur. De andere helft wordt aangeduid door en onder de studenten en de leerlingen en cursisten uit hbo5-opleidingen die krachtens artikel II.338 toegang hebben tot studentenvoorzieningen van de instelling. Die aanduiding gebeurt door middel van rechtstreekse verkiezing of door middel van getrapte verkiezing, in welk geval de betrokken studenten worden verkozen door de leden van de studentenraad. De keuze voor de wijze van aanduiding wordt gemaakt door de studentenraad. De stuvoraad streeft bij zijn samenstelling naar diversiteit. Maximum twee derde van zijn leden mag van hetzelfde geslacht zijn. | |
| 1 | + | De stuvoraad is paritair samengesteld uit minstens acht leden. De helft van de leden wordt aangewezen door het instellingsbestuur. De andere helft wordt aangeduid door en onder de studenten en de leerlingen uit hbo5-opleidingen die krachtens artikel II.338 toegang hebben tot studentenvoorzieningen van de instelling. Die aanduiding gebeurt door middel van rechtstreekse verkiezing of door middel van getrapte verkiezing, in welk geval de betrokken studenten worden verkozen door de leden van de studentenraad. De keuze voor de wijze van aanduiding wordt gemaakt door de studentenraad. De stuvoraad streeft bij zijn samenstelling naar diversiteit. Maximum twee derde van zijn leden mag van hetzelfde geslacht zijn. | |
| 2 | 2 | In het eerste werkingsjaar na de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in een universiteit, dient in de stuvoraad van de betreffende universiteit, tenminste 1 student uit een geïntegreerde opleiding opgenomen te worden. | |
| 3 | 3 | De verkiezingen van de studentenvertegenwoordigers worden georganiseerd door de instelling in samenspraak met de studentenraad. De studentenraad legt de kiesprocedure vast. | |
| 1 | − | § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten stelt de Vlaamse Regering een mobiliteitstoelage ter beschikking voor studenten of cursisten die een periode in het buitenland doorbrengen in het kader van hun opleiding onder de volgende voorwaarden: | |
| 1 | + | § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten stelt de Vlaamse Regering een mobiliteitstoelage ter beschikking voor studenten die een periode in het buitenland doorbrengen in het kader van hun opleiding onder de volgende voorwaarden: | |
| 2 | − | 1° de student of de cursist is op het moment van de aanvraag ingeschreven aan een Vlaamse ambtshalve geregistreerde instelling onder een diplomacontract of een centrum voor volwassenenonderwijs in een opleiding die valt onder kwalificatieniveau 5, 6, 7 en 8; | |
| 2 | + | 1° de student is op het moment van de aanvraag ingeschreven aan een Vlaamse ambtshalve geregistreerde instelling onder een diplomacontract in een opleiding die valt onder kwalificatieniveau 5, 6, 7 en 8; | |
| 3 | − | 2° de student of cursist is door deze instelling of het centrum voorgedragen of geselecteerd om via een uitwisselingsprogramma een periode in het buitenland door te brengen; de instelling of het centrum legt de criteria en de voorwaarden voor selectie vast en maakt deze op duidelijke wijze kenbaar aan de student of cursist ruim voor de start van de selectieprocedure; | |
| 3 | + | 2° de student is door deze instelling voorgedragen of geselecteerd om via een uitwisselingsprogramma een periode in het buitenland door te brengen; de instelling legt de criteria en de voorwaarden voor selectie vast en maakt deze op duidelijke wijze kenbaar aan de student ruim voor de start van de selectieprocedure; | |
| 4 | 4 | 3° de periode in het buitenland bedraagt minimum één maand en maximum twaalf maanden; | |
| 5 | − | 4° de student heeft een leerovereenkomst of een vormingsovereenkomst in het kader van een stage afgesloten met deze instelling of het centrum, waarin onder meer de erkenning of validatie van de uitwisseling door deze instelling of het centrum wordt geregeld; | |
| 5 | + | 4° de student heeft een leerovereenkomst of een vormingsovereenkomst in het kader van een stage afgesloten met deze instelling, waarin onder meer de erkenning of validatie van de uitwisseling door deze instelling wordt geregeld; | |
| 6 | 6 | 5° er wordt voldaan aan de bijkomende criteria en voorwaarden vastgelegd in het specifieke uitwisselingsprogramma waarvoor de student zich kandidaat stelt. | |
| 7 | − | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de mobiliteitsbeurzen prioritair toegekend worden aan studenten of cursisten ingeschreven in een initiële opleiding van kwalificatieniveau 5, 6 of 7 als de omvang van de begrotingskredieten beperkt is. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten of cursisten plaatsvindt. | |
| 7 | + | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de mobiliteitsbeurzen prioritair toegekend worden aan studenten ingeschreven in een initiële opleiding van kwalificatieniveau 5, 6 of 7 als de omvang van de begrotingskredieten beperkt is. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten plaatsvindt. |
| 1 | − | § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten stelt de Vlaamse Regering een mobiliteitstoelage ter beschikking voor studenten of cursisten die een periode in het buitenland doorbrengen in het kader van hun opleiding onder de volgende voorwaarden: | |
| 1 | + | § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten stelt de Vlaamse Regering een mobiliteitstoelage ter beschikking voor studenten die een periode in het buitenland doorbrengen in het kader van hun opleiding onder de volgende voorwaarden: | |
| 2 | − | 1° de student of de cursist is op het moment van de aanvraag ingeschreven aan een Vlaamse ambtshalve geregistreerde instelling onder een diplomacontract of een centrum voor volwassenenonderwijs in een opleiding die valt onder kwalificatieniveau 5, 6, 7 en 8; | |
| 2 | + | 1° de student is op het moment van de aanvraag ingeschreven aan een Vlaamse ambtshalve geregistreerde instelling onder een diplomacontract in een opleiding die valt onder kwalificatieniveau 5, 6, 7 en 8; | |
| 3 | − | 2° de student of cursist is door deze instelling of het centrum voorgedragen of geselecteerd om via een uitwisselingsprogramma een periode in het buitenland door te brengen; de instelling of het centrum legt de criteria en de voorwaarden voor selectie vast en maakt deze op duidelijke wijze kenbaar aan de student of cursist ruim voor de start van de selectieprocedure; | |
| 3 | + | 2° de student is door deze instelling voorgedragen of geselecteerd om via een uitwisselingsprogramma een periode in het buitenland door te brengen; de instelling legt de criteria en de voorwaarden voor selectie vast en maakt deze op duidelijke wijze kenbaar aan de student ruim voor de start van de selectieprocedure; | |
| 4 | 4 | 3° de periode in het buitenland bedraagt minimum één maand en maximum twaalf maanden; | |
| 5 | − | 4° de student heeft een leerovereenkomst of een vormingsovereenkomst in het kader van een stage afgesloten met deze instelling of het centrum, waarin onder meer de erkenning of validatie van de uitwisseling door deze instelling of het centrum wordt geregeld; | |
| 5 | + | 4° de student heeft een leerovereenkomst of een vormingsovereenkomst in het kader van een stage afgesloten met deze instelling, waarin onder meer de erkenning of validatie van de uitwisseling door deze instelling wordt geregeld; | |
| 6 | 6 | 5° er wordt voldaan aan de bijkomende criteria en voorwaarden vastgelegd in het specifieke uitwisselingsprogramma waarvoor de student zich kandidaat stelt. | |
| 7 | − | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de mobiliteitsbeurzen prioritair toegekend worden aan studenten of cursisten ingeschreven in een initiële opleiding van kwalificatieniveau 5, 6 of 7 als de omvang van de begrotingskredieten beperkt is. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten of cursisten plaatsvindt. | |
| 7 | + | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de mobiliteitsbeurzen prioritair toegekend worden aan studenten ingeschreven in een initiële opleiding van kwalificatieniveau 5, 6 of 7 als de omvang van de begrotingskredieten beperkt is. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten plaatsvindt. |
| 6 | 6 | 5° de eventuele internationale afspraken die zijn vastgelegd in een Memorandum of Understanding. | |
| 7 | 7 | § 2. Ten minste 25% van de mobiliteitsbeurzen wordt toegekend aan studenten uit ondervertegenwoordigde groepen, bedoeld in 4° van de vorige paragraaf. | |
| 8 | − | § 3. Met het oog op het realiseren van een evenwichtige en een voldoende gespreide mobiliteit kan de Vlaamse Regering het aantal toe te kennen beurzen voor een bepaald land of regio beperken of verhogen om de mobiliteit naar dat land of regio te beperken of te stimuleren. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten of cursisten plaatsvindt. | |
| 8 | + | § 3. Met het oog op het realiseren van een evenwichtige en een voldoende gespreide mobiliteit kan de Vlaamse Regering het aantal toe te kennen beurzen voor een bepaald land of regio beperken of verhogen om de mobiliteit naar dat land of regio te beperken of te stimuleren. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten plaatsvindt. | |
| 9 | − | § 4. De Vlaamse Regering kan (in het kader van de academische diplomatie) een aantal beurzen voorbehouden voor de uitwisseling van studenten met instellingen of bedrijven uit een door de Vlaamse Regering bepaalde lijst van prioritaire landen. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten of cursisten plaatsvindt. | |
| 9 | + | § 4. De Vlaamse Regering kan (in het kader van de academische diplomatie) een aantal beurzen voorbehouden voor de uitwisseling van studenten met instellingen of bedrijven uit een door de Vlaamse Regering bepaalde lijst van prioritaire landen. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten plaatsvindt. | |
| 10 | − | § 5. De Vlaamse Regering kan prioritaire studiedomeinen of maatschappelijke thema's vastleggen. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten of cursisten plaatsvindt. | |
| 10 | + | § 5. De Vlaamse Regering kan prioritaire studiedomeinen of maatschappelijke thema's vastleggen. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten plaatsvindt. | |
| 1 | − | Indien de student-stagiair of cursist-stagiair bij de uitvoering van zijn stage de stagegever of derden schade berokkent, is hij, met behoud van toepassing van artikel 1384, derde tot en met het vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is de student-stagiair of cursist-stagiair enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. | |
| 1 | + | Indien de student-stagiair bij de uitvoering van zijn stage de stagegever of derden schade berokkent, is hij, met behoud van toepassing van artikel 1384, derde tot en met het vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is de student-stagiair enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. | |
| 2 | − | De aansprakelijkheid van de vader en de moeder in de zin van artikel 1384, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek geldt enkel wanneer een minderjarige student-stagiair of cursist-stagiair overeenkomstig de hier voormelde gevallen persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. | |
| 2 | + | De aansprakelijkheid van de vader en de moeder in de zin van artikel 1384, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek geldt enkel wanneer een minderjarige student-stagiair overeenkomstig de hier voormelde gevallen persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. | |
| 3 | 3 | De stagegever is een aansteller in de zin van artikel 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek. | |
| 4 | 4 | Alle met de bepalingen van dit artikel strijdige bedingen zijn nietig. |
| 1 | − | Tot de inwerkingtreding van artikel II.145 geldt de volgende bepaling: | |
| 2 | − | “Art. II.145. [1] §1. Zowel in de in artikel II.137, §2, bedoelde gepubliceerde externe beoordeling als in het accreditatierapport en accreditatiebesluit wordt in voorkomend geval melding gemaakt van de opleidingsvarianten die op het tijdstip van de visitatie bestonden: | |
| 3 | − | 1° de onderscheiden vestigingen waar de opleiding aangeboden wordt; | |
| 4 | − | 2° de onderscheiden afstudeerrichtingen van de opleiding, met uitzondering van de als afstudeerrichting georganiseerde specifieke lerarenopleiding(en); | |
| 5 | − | 3° de onderscheiden talen waarin de opleiding aangeboden wordt, als vermeld in artikel II.261, §2; | |
| 6 | − | 4° het studietraject voor werkstudenten, als vermeld in artikel I.3, 78°; | |
| 7 | − | 5° de onderscheiden programma’s binnen de opleiding, indien deze leiden tot onderscheiden vormen van diplomering, te weten diplomering door een instelling, bidiplomering of gezamenlijke diplomering; | |
| 8 | − | 6° de onderscheden programma’s binnen de opleiding, indien deze georganiseerd worden door onderscheiden instellingsbesturen. | |
| 9 | − | §2. De in artikel II.137, §2, bedoelde externe beoordeling bevat een beoordeling van elk van in paragraaf 1 vermelde varianten. | |
| 10 | − | §3. Indien de in artikel II.137, §2, bedoelde gepubliceerde externe beoordeling negatief is enkel en alleen op grond van het feit dat bij 1 of meerdere van de in paragraaf 1 vermelde opleidingsvarianten onvoldoende generieke kwaliteitswaarborgen aanwezig zijn, kan het instellingsbestuur deze variant of varianten uitdrukkelijk uit de accreditatieaanvraag uitsluiten. | |
| 11 | − | §4. Indien de accreditatieorganisatie de accreditatie van de betrokken opleiding verleent: | |
| 12 | − | 1° wordt in het accreditatiebesluit melding gemaakt van de uitsluiting van de betrokken variant of varianten; | |
| 13 | − | 2° verliest het instellingsbestuur, totdat een nieuw en positief accreditatiebesluit wordt verkregen, de bevoegdheid om de uitgesloten variant of varianten aan te bieden.” |
| 1 | + | § 1. Met ingang van het academiejaar 2019-2020 dragen de centra voor volwassenenonderwijs hun bevoegdheid voor het aanbieden van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en het verlenen van de overeenstemmende studiebekrachtiging over aan de hogescholen. | |
| 2 | + | De hogeschool waaraan een centrum voor volwassenenonderwijs de bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, heeft overgedragen, oefent die bevoegdheid uit conform artikel II.83 tot en met II.100. | |
| 3 | + | § 2. De hogeschool treedt na de overdracht van de bevoegdheden, vermeld in het eerste lid, voor de overgedragen bevoegdheden in de rechten en verplichtingen van het centrum voor volwassenenonderwijs die zijn bevoegdheden heeft overgedragen aan de hogeschool. | |
| 4 | + | Naar aanleiding van de overdracht van de desbetreffende opleidingen sluiten de hogeschool en het centrum voor volwassenenonderwijs een overeenkomst waarin ten minste afspraken gemaakt worden over de overdracht, de terbeschikkingstelling en het gebruik van infrastructuur en onroerende goederen, en over financiële aangelegenheden. | |
| 5 | + | § 3. De hogescholen voorzien in aangepaste overgangs- en begeleidingsmaatregelen opdat studenten die vóór het academiejaar 2019-2020 gestart zijn in een opleiding van het hoger beroepsonderwijs aan een centrum voor volwassenenonderwijs, dat met ingang van het academiejaar 2019-2020 overgedragen wordt aan een hogeschool, hun opleiding kunnen voltooien. Dat betekent minimaal dat : | |
| 6 | + | 1° de hogeschool de studiebewijzen en de punten die de student verworven heeft in de desbetreffende opleiding in het centrum voor volwassenenonderwijs, overneemt. Die studiebewijzen worden geacht verworven te zijn in de ontvangende hogeschool; | |
| 7 | + | 2° de hogeschool de vrijstellingen voor een module, een opleidingsonderdeel of voor een deel ervan, die de student verkregen heeft voor de desbetreffende opleiding, overneemt. |
| 1 | + | Vanaf het academiejaar 2019-2020 behoren de volgende opleidingen tot de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs : | |
| 2 | + | 1° de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vastgelegd in de lijst, vermeld in artikel II.170; | |
| 3 | + | 2° de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs in het secundair onderwijs, die samen met een hogeschool georganiseerd wordt in het kader van een samenwerkingsverband. | |
| 4 | + | De financiering voor een hbo5-opleiding Verpleegkunde kan alleen toegekend worden aan een secundaire school en wordt berekend conform de bepalingen van deel III, titel 1, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. |
| 1 | + | § 1. Voor de organisatie van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt een samenwerkingsverband opgericht tussen één hogeschool, met onderwijsbevoegdheid voor de bacheloropleiding Verpleegkunde, en een of meer scholen van het voltijds secundair onderwijs. | |
| 2 | + | § 2. Eén onderwijsinstelling kan maar participeren in één samenwerkingsverband. Binnen het samenwerkingsverband wordt afgesproken welke onderwijsinstelling de inhoudelijke coördinatie op zich neemt. | |
| 3 | + | De inhoudelijk coördinerende instelling heeft als taak om de gezamenlijke organisatie van de hbo5-opleiding Verpleegkunde binnen een samenwerkingsverband te coördineren. Binnen het samenwerkingsverband wordt afgesproken welke onderwijsinstellingen een deel of het geheel van de gemeenschappelijk georganiseerde hbo5-opleiding aanbieden. | |
| 4 | + | De administratief beherende instelling is altijd een secundaire school. De cursist schrijft zich in aan de administratief beherende instelling voor het totaal van de hbo5-opleiding. Op het vlak van financiering, subsidiëring en inschrijvingsgelden gelden de vigerende decretale en regelgevende bepalingen van de administratief beherende instelling. | |
| 5 | + | § 3. Binnen het samenwerkingsverband reiken de onderwijsinstellingen gezamenlijk het diploma van gegradueerde met bijbehorende kwalificatie en de deelcertificaten uit. | |
| 6 | + | § 4. Een samenwerkingsverband kan samenwerken met : | |
| 7 | + | 1° een of meer publieke verstrekkers van beroepsopleidingen voor volwassenen; | |
| 8 | + | 2° een of meer sectoren van het beroep waartoe de opleiding leidt; | |
| 9 | + | 3° bedrijven en organisaties. | |
| 10 | + | § 5. Als een onderwijsinstelling uit een samenwerkingsverband stapt, behoudt ze, voor hbo5-opleidingen, alleen de onderwijsbevoegdheid die ze had op 31 augustus 2013 of, in voorkomend geval, de onderwijsbevoegdheid van de graduaatsopleidingen die uit de omvorming, vermeld in artikel II.150/1, zijn voortgekomen. | |
| 11 | + | § 6. Als twee of meer hogescholen fuseren, fuseren ook de samenwerkingsverbanden waarvan ze lid zijn. | |
| 12 | + | § 7. Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs kan, na onderhandeling in het lokale comité, uren-leraar overdragen naar een andere partner van het samenwerkingsverband. Als uren-leraar naar een hogeschool worden overgedragen, worden de uren-leraar in kwestie omgezet in krediet. | |
| 13 | + | Een hogeschool kan, na onderhandeling in het hogeschoolonderhandelingscomité, middelen overdragen naar een andere partner van het samenwerkingsverband. Als middelen naar een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs worden overgedragen, worden de middelen omgezet in uren-leraar. | |
| 14 | + | De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag voor de omzetting van middelen naar uren-leraar en omgekeerd. | |
| 15 | + | De betrekking die een school voor het voltijds gewoon secundair onder wijs organiseert met uren-leraar als vermeld in deze paragraaf, komt niet in aanmerking voor vacant verklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid in die betrekking affecteren, muteren of vast benoemen. |
| 1 | + | Een samenwerkingsverband vervult de volgende opdrachten : | |
| 2 | + | 1° de gezamenlijke organisatie van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 3 | + | 2° het vastleggen van een gezamenlijke onderwijs- en examenregeling en evaluatiereglement voor deze opleidingen; | |
| 4 | + | 3° het ontwikkelen van een gemeenschappelijk intern kwaliteitszorgsysteem voor de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 5 | + | 4° de ontwikkeling van het curriculum met inbegrip van het uittekenen van vervolgtrajecten in inhoudelijk aansluitende professionele bacheloropleidingen; | |
| 6 | + | 5° de optimalisering van de dienstverlening voor de leerlingen; | |
| 7 | + | 6° de programmatie van het aanbod met als doelstelling dat de verschillende participerende instellingen - elk vanuit hun sterkte - zoveel mogelijk verschillende doelgroepen bereiken; | |
| 8 | + | 7° de optimalisering van de inzetbaarheid en professionalisering van het personeel, binnen de grenzen van de regelgeving die op de betrokken personeelsleden van toepassing is; | |
| 9 | + | 8° het delen van gebouwen en technische infrastructuur; | |
| 10 | + | 9° de uitbouw van een leerlingenbegeleiding; | |
| 11 | + | 10° het beschikbaar maken van de sociale voorzieningen voor de cursisten; | |
| 12 | + | 11° het uitwerken en evalueren van een kwaliteitsvolle EVC-procedure; | |
| 13 | + | 12° het uitwerken van de communicatie(strategie) over het aanbod van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 14 | + | 13° de organisatie van de toelatingsproef, vermeld in artikel 163, § 2, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. |
| 1 | + | De hogescholen bouwen de hbo5-opleidingen die door de centra voor volwassenenonderwijs werden aangeboden op basis van een door de Vlaamse Regering erkend opleidingsprofiel, een door de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs goedgekeurd structuurschema of een goedgekeurd leerplan en lessentabel, en waarvoor de hogeschool de onderwijsbevoegdheid heeft verworven krachtens een overeenkomst met een centrum voor volwassenenonderwijs, af met ingang van het academiejaar 2019-2020. | |
| 2 | + | Tijdens de academiejaren 2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022 worden in de lijst, vermeld in artikel II.170, de opleidingen, vermeld in paragraaf 1, ook opgenomen. Hogescholen kunnen voor die opleidingen studenten inschrijven, het curriculum zoals het van kracht was vóór het academiejaar 2019-2020, aanbieden en het diploma van gegradueerde uitreiken onder de voorwaarden, vermeld in het vierde lid. | |
| 3 | + | De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die tot en met schooljaar 2018-2019 behoorden tot de onderwijsbevoegdheid van de centra voor volwassenenonderwijs en die niet worden geactualiseerd of waarvoor geen toets nieuwe opleiding voor de omvorming ervan werd ingediend voor 1 september 2019, kunnen niet als graduaatsopleiding worden aangeboden door de hogescholen. Opleidingen van het hoger beroepsonderwijs waarvoor een aanvraag voor een toets nieuwe opleiding voor de omvorming werd ingediend voor 1 september 2019 maar die nog niet zijn erkend door de Vlaamse Regering op het ogenblik dat de Vlaamse Regering de lijst, vermeld in artikel II.170, § 2, vierde lid, vastlegt, worden opgenomen in de lijst, vermeld in artikel II.170, § 2, voor het academiejaar volgend op de erkenning door de Vlaamse Regering na de ontvangst van een positief toetsingsbesluit, vermeld in artikel II.153/6. | |
| 4 | + | Studenten die uiterlijk in het academiejaar 2018-2019 geslaagd zijn voor minstens een derde van een hbo5-opleiding in een centrum voor volwassenenonderwijs, hebben tot en met het academiejaar 2020-2021 het recht die opleiding te voltooien op basis van de inhoud en de studieomvang die van kracht was in het centrum voor volwassenenonderwijs. | |
| 5 | + | De hogescholen bepalen de modaliteiten waaronder de studenten, vermeld in het tweede lid, het diploma van gegradueerde kunnen behalen. |
| 1 | + | § 1. Vanaf het academiejaar 2019-2020 worden de specifieke lerarenopleidingen, die georganiseerd werden aan een centrum voor volwassenenonderwijs overgedragen aan een hogeschool of universiteit. | |
| 2 | + | § 2. ... | |
| 3 | + | § 3. Vanaf het academiejaar dat de Evangelische Theologische Faculteit in Heverlee een educatieve masteropleiding aanbiedt, bouwt deze instelling de specifieke lerarenopleiding die ze tot dan aangeboden heeft, af. Vanaf dat academiejaar kunnen er geen nieuwe studenten meer worden ingeschreven in de specifieke lerarenopleiding. Studenten die bij de aanvang van het academiejaar dat de Evangelische Theologische Faculteit een educatieve masteropleiding organiseert, reeds vijftien studiepunten in de specifieke lerarenopleiding verworven hebben, hebben het recht om hun opleiding af te werken tot en met het daaropvolgend academiejaar. |
| 1 | + | De Vlaamse Regering kan een bijkomende kwaliteitscontrole organiseren voor de opleidingen, vermeld in artikel II.111. |
| 4 | 4 | b) een of meer opleidingsonderdelen die behoren tot 1 of meer bachelor- of masteropleidingen; | |
| 5 | 5 | c) een schakelprogramma of een voorbereidingsprogramma voorafgaand aan een initiële masteropleiding; | |
| 6 | − | d) een of meer opleidingen in het hoger beroepsonderwijs; | |
| 6 | + | d) een of meer opleidingen in het hoger beroepsonderwijs, opgenomen in het Hogeronderwijsregister; | |
| 7 | 7 | e) een of meer opleidingsonderdelen die behoren tot 1 of meer opleidingen in het hoger beroepsonderwijs; | |
| 8 | 8 | 2° nationaliteit : studenten komen alleen in aanmerking als ze aan 1 van de volgende voorwaarden beantwoorden : | |
| 20 | 20 | De onderzoekssokkel voor de universiteiten (SOZun2014) is gelijk aan de onderzoekssokkel voor de universiteiten (SOZun), vermeld in paragraaf 13. | |
| 21 | 21 | Het variabele onderzoeksdeel voor de universiteiten (VOZun2014) is het variabele onderzoeksdeel voor de universiteiten (VOZun), vermeld in paragraaf 1, vermeerderd met de bedragen uit de kolom “VOZun2014 ZAP”, vermeld in paragraaf 13. | |
| 22 | + | § 2/1. Vanaf het begrotingsjaar 2022 wordt de volgende component toegevoegd aan de totale werkingsuitkering, vermeld in paragraaf 2, eerste lid : een variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen (VOWhbo). | |
| 23 | + | § 2/2. Professioneel gerichte opleidingen die over studiegebieden heen gerangschikt worden en waarvan een van de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst of Muziek en podiumkunsten is, worden meegenomen voor de onderwijssokkel voor de professioneel gerichte opleidingen SOWprof2014 en voor het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen VOWprof2014. | |
| 22 | 24 | §3. Bij de universiteiten is de verhouding (sokkel onderwijs SOWun + variabel onderwijsdeel VOWun) ten opzichte van (sokkel onderzoek SOZun + variabel onderzoeksdeel SOZun) gelijk aan 55 %/45 %. Hierbij is de sokkel onderwijs SOWun gelijk aan de som van de onderwijssokkels van alle universiteiten, berekend overeenkomstig de bepalingen in artikel III.9. | |
| 23 | 25 | §4. Vanaf het begrotingsjaar 2014 worden voor de berekening van de 55%/45%-verhouding, vermeld in paragraaf 3, de volgende bedragen in rekening gebracht: | |
| 216 | 218 | 102.376,80 | |
| 217 | 219 | Vanaf het begrotingsjaar 2018 worden de bedragen vermeld in het eerste lid, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9 van dit artikel. | |
| 220 | + | § 17. Vanaf het begrotingsjaar 2022 is het bedrag voor het variabel onderwijsdeel VOWhbo, vermeld in paragraaf 2/1, gelijk aan het bedrag dat overgedragen wordt conform artikel III.42/1. | |
| 221 | + | Vanaf het begrotingsjaar 2025 kan het bedrag voor VOWhbo, vermeld in deze paragraaf, evolueren conform artikel III.6, § 2/1. | |
| 222 | + | Vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt het bedrag voor VOWhbo, vermeld in deze paragraaf, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9. | |
| 15 | 15 | De eerste referentiepunten voor het variabele onderwijsdeel VOWhko2014 zijn gelijk aan het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten in de academiejaren 2006-2007 tot en met 2010-2011 in de kunstopleidingen, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1. De referentiepunten voor het variabele onderwijsdeel VOWhko evolueren overeenkomstig de bepaling in paragraaf 1. | |
| 16 | 16 | De opgenomen studiepunten in een door de Vlaamse Regering conform artikel II.153 van de Codex Hoger Onderwijs nieuwe erkende opleiding, aangeboden door een universiteit in een studiegebied dat met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd is in de universiteiten, worden meegerekend voor het variabel onderwijsdeel VOWun. | |
| 17 | + | § 2/1. Vanaf het begrotingsjaar 2025 evolueert het bedrag voor het variabele onderwijsdeel VOWhbo conform paragraaf 1, eerste lid. | |
| 18 | + | Voor de vaststelling van het aantal opgenomen studiepunten in het variabele onderwijsdeel VOWhbo voor het begrotingsjaar t wordt het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten in aanmerking genomen over de academiejaren t-5/t-4 tot en met t-3/t-2 waarvoor studenten onder diplomacontract zich ingeschreven hebben voor een graduaatsopleiding. | |
| 19 | + | De eerste referentiepunten voor het variabele onderwijsdeel VOWhbo zijn gelijk aan het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten in de academiejaren 2019-2020 tot en met 2021-2022 in de graduaatsopleidingen, vastgesteld conform het tweede lid. | |
| 20 | + | Bij elke daling of stijging van het aantal opgenomen studiepunten met 2% of meer in het variabele onderwijsdeel VOWhbo worden er nieuwe referentiepunten vastgelegd. De nieuwe referentiepunten zijn gelijk aan de vorige referentiepunten plus of min 2%. | |
| 17 | 21 | §3. Na elke stijging of daling van het bedrag van een variabel onderwijsdeel wordt dat bedrag vastgelegd en is het de vertrekbasis voor de toekomstige berekeningen. | |
| 18 | 22 | §4. De Vlaamse Regering voert jaarlijks een analyse uit van de evolutie van het aantal financieringspunten in elk variabel onderwijsdeel en van de evolutie van de instroom, doorstroom en uitstroom. | |
| 37 | 37 | c) VOWhko2014 gelijk is aan het variabele onderwijsdeel voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts, vermeld in of berekend overeenkomstig artikel III.5. | |
| 38 | 38 | De sommatie Σi loopt over het aantal hogescholen die professioneel gerichte opleidingen of kunstopleidingen aanbieden. | |
| 39 | + | § 2/1. Vanaf het begrotingsjaar 2022 wordt voor de berekening van het variabele onderwijsdeel van een hogeschool de volgende formule toegepast : VOWi = VOWi-prof2014 + VOWi-hko2014 + VOWi-hbo, waarbij : | |
| 40 | + | 1° VOWi gelijk is aan het variabele onderwijsdeel voor hogeschool i; | |
| 41 | + | 2° VOWi-prof2014 = FPi-prof2014 x VOWprof2014 / Σi FPi-prof2014, waarbij : | |
| 42 | + | a) VOWi-prof2014 gelijk is aan het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen, met uitzondering van de professioneel gerichte kunstopleidingen, in hogeschool i; | |
| 43 | + | b) FPi-prof2014 gelijk is aan het totale aantal financieringspunten voor de professioneel gerichte opleidingen, met uitzondering van financieringspunten voor de professioneel gerichte kunstopleidingen, in hogeschool i; | |
| 44 | + | c) VOWprof2014 gelijk is aan het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen, vermeld in artikel III.5, of berekend conform artikel III.5; | |
| 45 | + | 3° VOWi-hko2014 = FPi-hko2014 x VOWhko2014 / Σi FPi-hko2014, waarbij : | |
| 46 | + | a) VOWi-hko2014 gelijk is aan het variabele onderwijsdeel voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts in hogeschool i; | |
| 47 | + | b) FPi-hko2014 gelijk is aan het totale aantal financieringspunten voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts in hogeschool i; | |
| 48 | + | c) VOWhko2014 gelijk is aan het variabele onderwijsdeel voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts, vermeld in artikel III.5, of berekend conform artikel III.5; | |
| 49 | + | 4° VOWi-hbo = FPi-hbo x VOWhbo / Σi FPi-hbo, waarbij : | |
| 50 | + | a) VOWi-hbo gelijk is aan het variabele onderwijsdeel voor graduaatsopleidingen in hogeschool i; | |
| 51 | + | b) FPi-hbo gelijk is aan het totale aantal financieringspunten voor de graduaatsopleidingen in hogeschool i; | |
| 52 | + | c) VOWhbo gelijk is aan het variabele onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen in de hogescholen, vermeld in artikel III.5, of berekend conform artikel III.5. | |
| 53 | + | De sommatie Σi loopt over het aantal hogescholen die professioneel gerichte opleidingen, kunstopleidingen of graduaatsopleidingen aanbieden. | |
| 39 | 54 | §3. Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt voor de berekening van het variabele onderwijsdeel van een universiteit de volgende formule toegepast: | |
| 40 | 55 | VOWi-un = FPi-un2014 x VOWun2014 /Σi FPi-un2014, | |
| 1 | 1 | §1. Het aantal financieringspunten FPi-input in het begrotingsjaar t is gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten per opleiding, zoals bepaald in paragraaf 2, over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 en het overeenkomstige puntengewicht, zoals bepaald in artikel III.19. | |
| 2 | 2 | Vanaf het begrotingsjaar 2014 worden, voor de vaststelling van het aantal financieringspunten FPi-input in een instelling, de opgenomen studiepunten in de academisch gerichte hogeschoolopleidingen die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in een universiteit, geacht behoord te hebben tot de universiteit tijdens de relevante academiejaren, nodig voor de berekening van het vijfjarige gemiddelde. | |
| 3 | + | In afwijking van het eerste lid is voor de graduaatsopleidingen het aantal financieringspunten voor de berekening van de FPi-input : | |
| 4 | + | 1° in het begrotingsjaar 2022 gelijk aan de som van de producten van het aantal opgenomen studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 2, van het academiejaar 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19; | |
| 5 | + | 2° in het begrotingsjaar 2023 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 2, over de academiejaren 2020-2021 en 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19; | |
| 6 | + | 3° vanaf het begrotingsjaar 2024 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 2, over de academiejaren t-5/t-4 tot en met t-3/t-2, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19. | |
| 3 | − | § 2. Voor de berekening van het aantal opgenomen studiepunten per opleiding wordt het aantal studiepunten in aanmerking genomen waarvoor een student onder diplomacontract zich heeft ingeschreven voor een initiële bacheloropleiding tot op het ogenblik dat de student 60 studiepunten heeft verzameld in 1 en dezelfde bacheloropleiding. Voor de vaststelling van die eerste 60 studiepunten in 1 en dezelfde bacheloropleiding worden de volgende studiepunten in aanmerking genomen : | |
| 7 | + | § 2. Voor de berekening van het aantal opgenomen studiepunten per opleiding wordt het aantal studiepunten in aanmerking genomen waarvoor een student onder diplomacontract zich heeft ingeschreven voor een graduaatsopleiding of een initiële bacheloropleiding tot op het ogenblik dat de student zestig studiepunten heeft verzameld in een en dezelfde graduaatsopleiding of bacheloropleiding. Voor de vaststelling van die eerste zestig studiepunten in een en dezelfde graduaatsopleiding of bacheloropleiding worden de volgende studiepunten in aanmerking genomen : | |
| 4 | − | 1° het aantal studiepunten waarvoor de student een creditbewijs ontvangen heeft in de desbetreffende bacheloropleiding; | |
| 8 | + | 1° het aantal studiepunten waarvoor de student een creditbewijs ontvangen heeft in de desbetreffende graduaatsopleiding of bacheloropleiding; | |
| 5 | − | 2° het aantal studiepunten waarvoor de student in de desbetreffende bacheloropleiding een vrijstelling heeft gekregen voor een opleidingsonderdeel. | |
| 9 | + | 2° het aantal studiepunten waarvoor de student in de desbetreffende graduaatsopleiding of bacheloropleiding een vrijstelling heeft gekregen voor een opleidingsonderdeel. | |
| 6 | − | §3. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel III.4 behoudt een instelling het aantal opgenomen studiepunten door een generatiestudent als die student zich heroriënteert door in de loop van hetzelfde academiejaar te veranderen van opleiding en instelling of door over te stappen naar een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, tenzij de uitschrijving plaatsvindt voor de start van het academiejaar. | |
| 10 | + | §3. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel III.4 behoudt een instelling het aantal opgenomen studiepunten door een generatiestudent als die student zich heroriënteert door in de loop van hetzelfde academiejaar te veranderen van opleiding en instelling, tenzij de uitschrijving plaatsvindt voor de start van het academiejaar. | |
| 7 | 11 | §4. Het aantal opgenomen studiepunten, berekend overeenkomstig paragraaf 2, door een beursstudent, door een student met een functiebeperking en door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 8 | 12 | In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal opgenomen studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal opgenomen studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student. |
| 7 | 7 | 2° voor de kunstopleidingen in de hogescholen: het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal verworven studiepunten in de initiële professioneel gerichte bacheloropleidingen, in de initiële academisch gerichte bachelor- en masteropleidingen, in de schakelprogramma’s en de voorbereidingsprogramma’s voorafgaand aan een initiële masteropleiding (FPi-output-initieel) en in de bachelor-na-bachelor-opleidingen (FPi-output-banaba); | |
| 8 | 8 | 3° voor de academisch gerichte opleidingen in de universiteiten: het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal verworven studiepunten in de initiële bachelor- en masteropleidingen, in de schakelprogramma’s en in de voorbereidingsprogramma’s voorafgaand aan een initiële masteropleiding (FPi-output-initieel), en het aantal gegeneerde studiepunten in de opleiding huisartsgeneeskunde, zoals vermeld in paragraaf 6. | |
| 9 | + | § 2/1. Vanaf het begrotingsjaar 2022 wordt voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-output in aanmerking genomen : | |
| 10 | + | 1° voor de graduaatsopleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal verworven studiepunten in de graduaatsopleidingen (FPi-output-initieel); | |
| 11 | + | 2° voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal verworven studiepunten in de initiële bacheloropleidingen (FPi-output-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-output-banaba), met uitzondering van de verworven studiepunten in de professioneel gerichte kunstopleidingen; | |
| 12 | + | 3° voor de kunstopleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal verworven studiepunten in de initiële professioneel gerichte bacheloropleidingen, in de initiële academisch gerichte bachelor- en masteropleidingen, in de schakelprogramma's en de voorbereidingsprogramma's voorafgaand aan een initiële masteropleiding (FPi-output-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-output-banaba); | |
| 13 | + | 4° voor de academisch gerichte opleidingen in de universiteiten : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal verworven studiepunten in de initiële bachelor- en masteropleidingen, in de schakelprogramma's en in de voorbereidingsprogramma's voorafgaand aan een initiële masteropleiding (FPi-output-initieel). | |
| 9 | 14 | §3. Het aantal financieringspunten FPi-output in het begrotingsjaar t is gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal verworven studiepunten per opleiding, zoals bepaald in paragraaf 4, en het aantal gegenereerde studiepunten, zoals bepaald in paragraaf 6, over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 en het overeenkomstige puntengewicht, zoals bepaald in artikel III.19. | |
| 10 | 15 | Vanaf het begrotingsjaar 2014 worden, voor de vaststelling van het aantal financieringspunten FPi-output in een instelling, de verworven studiepunten in de academisch gerichte hogeschoolopleidingen die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in een universiteit, geacht behoord te hebben tot de universiteit tijdens de relevante academiejaren, nodig voor de berekening van het vijfjarige gemiddelde. | |
| 16 | + | In afwijking van het eerste lid is voor de graduaatsopleidingen het aantal financieringspunten FPi-output : | |
| 17 | + | 1° in het begrotingsjaar 2022 gelijk aan de som van de producten van het aantal verworven studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 4, voor het academiejaar 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19; | |
| 18 | + | 2° in het begrotingsjaar 2023 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal verworven studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 4, over de academiejaren 2020-2021 en 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19; | |
| 19 | + | 3° vanaf het begrotingsjaar 2023 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal verworven studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 4, over de academiejaren t-5/t-4 tot en met t-3/t-2, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19. | |
| 11 | − | § 4. Voor de vaststelling van het aantal verworven studiepunten per opleiding wordt het aantal studiepunten in aanmerking genomen waarvoor een student onder diplomacontract een creditbewijs ontvangen heeft : | |
| 20 | + | § 4. Voor de vaststelling van het aantal verworven studiepunten per opleiding wordt het aantal studiepunten in aanmerking genomen waarvoor een student onder diplomacontract een creditbewijs ontvangen heeft : | |
| 12 | 21 | 1° voor de berekening van FPi-output-initieel : | |
| 13 | − | a) in een initiële bacheloropleiding de studiepunten die niet op basis van inputfinanciering, zoals vermeld in artikel III.12, worden gefinancierd; | |
| 22 | + | a) in een graduaatsopleiding of een initiële bacheloropleiding de studiepunten die niet op basis van inputfinanciering, vermeld in artikel III.12, worden gefinancierd; | |
| 14 | 23 | b) in een initiële masteropleiding; | |
| 15 | 24 | c) in een schakelprogramma; | |
| 16 | − | d) in een voorbereidingsprogramma voorafgaand aan een initiële masteropleiding; | |
| 25 | + | d) in een voorbereidingsprogramma voorafgaand aan een initiële master-opleiding; | |
| 17 | − | 2° voor de berekening van FPi-output-banaba : in een bachelor-na-bacheloropleiding vermenigvuldigd met een factor 0,5. | |
| 26 | + | 2° voor de berekening van FPi-output-banaba : in een bachelor-na-bachelor-opleiding, vermenigvuldigd met een factor 0,5. | |
| 18 | 27 | §5. Het aantal verworven studiepunten FPi-output-initieel berekend zoals bepaald in paragraaf 4, door een beursstudent, door een student met een functiebeperking of door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 19 | 28 | In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal verworven studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal verworven studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student. | |
| 21 | 30 | §7. Bij de initiële masteropleidingen van 120 studiepunten in de studiegebieden Wetenschappen en Biomedische wetenschappen wordt gedurende een periode van 5 jaar, te rekenen vanaf het academiejaar 2007-2008, het aantal door een student verworven studiepunten dat in aanmerking komt voor financiering beperkt tot 60 voor de gehele masteropleiding. | |
| 22 | 31 | §8. Bij de onderzoeksmasters wordt het aantal door een student verworven studiepunten dat in aanmerking komt voor financiering, beperkt tot 60 voor de gehele masteropleiding. | |
| 32 | + | § 9. Bij de educatieve masteropleidingen voor kunstvakken in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst wordt het aantal door een student verworven studiepunten dat in aanmerking komt voor financiering, beperkt tot zestig voor de gehele masteropleiding. | |
| 33 | + | In afwijking van paragraaf 4 komen de verworven studiepunten van een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten niet in aanmerking voor het vaststellen van het aantal financieringspunten FPi-output indien de student reeds in het bezit is van een masterdiploma in hetzelfde studiegebied. | |
| 9 | 9 | a) het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma’s in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel); | |
| 10 | 10 | b) het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma’s in die initiële bacheloropleidingen waarvoor de desbetreffende universiteit geen onderwijsbevoegdheid heeft voor het aanbieden van de aansluitende masteropleiding. | |
| 11 | + | § 2/1. Vanaf het begrotingsjaar 2022 wordt voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma in aanmerking genomen : | |
| 12 | + | 1° voor de graduaatsopleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de graduaatsopleidingen (FP1-diploma-initieel); | |
| 13 | + | 2° voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële bacheloropleidingen (FPi-diploma-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-diploma-banaba), met uitzondering van de uitgereikte diploma's in de professioneel gerichte kunstopleidingen; | |
| 14 | + | 3° voor de kunstopleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële professioneel gerichte bacheloropleidingen, in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-diploma-banaba); | |
| 15 | + | 4° voor de academisch gerichte opleidingen in de universiteiten : | |
| 16 | + | a) het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel); | |
| 17 | + | b) het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in die initiële bacheloropleidingen waarvoor de desbetreffende universiteit geen onderwijsbevoegdheid heeft voor het aanbieden van de aansluitende masteropleiding. | |
| 18 | + | § 2/2. In afwijking van paragraaf 2/1 worden de diploma's van de educatieve masteropleidingen voor kunstvakken in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten niet meegenomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma indien de student reeds in het bezit is van een masterdiploma in hetzelfde studiegebied. | |
| 11 | 19 | §3. Het aantal financieringspunten FPi-diploma in het begrotingsjaar t is gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal uitgereikte diploma's per opleiding, zoals bepaald in paragraaf 5, over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 en het overeenkomstige puntengewicht, zoals bepaald in artikel III.19, en een factor 30. | |
| 12 | 20 | §4. Vanaf het begrotingsjaar 2014 is het aantal financieringspunten FPi-diploma in het begrotingsjaar t gelijk aan de som van de producten van het gemiddeld aantal uitgereikte diploma’s per opleiding, zoals bepaald in paragraaf 6, over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 en het overeenkomstig puntengewicht, zoals bepaald in artikel III.19, en de doorstroombonus, zoals bepaald in paragraaf 6. | |
| 13 | 21 | Vanaf het begrotingsjaar 2014 worden, voor de vaststelling van het aantal financieringspunten FPi-diploma in een instelling, de uitgereikte diploma’s in de academisch gerichte hogeschoolopleidingen die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in een universiteit, geacht behoord te hebben tot de universiteit tijdens de relevante academiejaren, nodig voor de berekening van het vijfjarige gemiddelde. | |
| 22 | + | In afwijking van het eerste lid is voor de graduaatsopleidingen het aantal financieringspunten FPi-diploma : | |
| 23 | + | 1° in het begrotingsjaar 2022 gelijk aan de som van de producten van het aantal uitgereikte diploma's per opleiding, vermeld in paragraaf 5, voor het academiejaar 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19, en de doorstroombonus, vermeld in paragraaf 6; | |
| 24 | + | 2° in het begrotingsjaar 2023 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal uitgereikte diploma's per opleiding, vermeld in paragraaf 5, over de academiejaren 2020-2021 en 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19, en de doorstroombonus, vermeld in paragraaf 6; | |
| 25 | + | 3° vanaf het begrotingsjaar 2023 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal uitgereikte diploma's per opleiding, vermeld in paragraaf 5, over de academiejaren t-5/t-4 tot en met t-3/t-2, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19, en de doorstroombonus, vermeld in paragraaf 6. | |
| 14 | − | § 5. Voor de vaststelling van het aantal uitgereikte diploma’s per opleiding komen in aanmerking : | |
| 26 | + | § 5. Voor de vaststelling van het aantal uitgereikte diploma's per opleiding komen in aanmerking : | |
| 15 | 27 | 1° voor de berekening van FPi-diploma-initieel: | |
| 28 | + | a) voor de graduaatsopleidingen in de hogescholen : het aantal uitgereikte graduaatsdiploma's. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 30; | |
| 16 | − | a) voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen : het aantal uitgereikte initiële bachelordiploma’smet uitzondering van de bachelordiploma’s in de professioneel gerichte kunstopleidingen. De doorstroombonus voor deze diploma’s is gelijk aan 30; | |
| 29 | + | b) voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen : het aantal uitgereikte initiële bachelordiploma's, met uitzondering van de bachelor-diploma's in de professioneel gerichte kunstopleidingen. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 30; | |
| 17 | − | b) voor de kunstopleidingen in de hogescholen : het aantal uitgereikte professioneel gerichte initiële bachelordiploma’s en het aantal uitgereikte initiële masterdiploma’s. De doorstroombonus voor deze diploma’s is gelijk aan 30; | |
| 30 | + | c) voor de kunstopleidingen in de hogescholen : het aantal uitgereikte professioneel gerichte initiële bachelordiploma's en het aantal uitgereikte initiële masterdiploma's. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 30; | |
| 18 | − | c) voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten : | |
| 31 | + | d) voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten : | |
| 19 | − | 1) het aantal uitgereikte initiële bachelordiploma’s voor die bachelordiploma’s waarvoor de desbetreffende universiteit geen onderwijsbevoegdheid heeft voor het aanbieden van de aansluitende masteropleiding. De doorstroombonus voor deze diploma’s is gelijk aan 18; | |
| 32 | + | 1) het aantal uitgereikte initiële bachelordiploma's voor die bachelor-diploma's waarvoor de desbetreffende universiteit geen onderwijsbevoegdheid heeft voor het aanbieden van de aansluitende masteropleiding. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 18; | |
| 20 | − | 2) het aantal uitgereikte initiële masterdiploma’s. De doorstroombonus voor deze diploma’s is gelijk aan 30; | |
| 33 | + | 2) het aantal uitgereikte initiële masterdiploma's. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 30; | |
| 21 | − | 2° voor de berekening van FPi-diploma-banaba : het aantal uitgereikte diploma’s van bachelor-na-bacheloropleidingen. De doorstroombonus voor deze diploma’s is gelijk aan 15. | |
| 34 | + | 2° voor de berekening van FPi-diploma-banaba : het aantal uitgereikte diploma's van bachelor-na-bacheloropleidingen. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 15. | |
| 22 | 35 | §6. Alleen de diploma’s, uitgereikt aan studenten die voor minstens de helft van de studiepunten van de desbetreffende opleiding een creditbewijs ontvangen hebben in de instelling die het diploma uitreikt, worden in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma. Voor deze bepaling worden voor de masteropleidingen die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in een universiteit, de betrokken hogeschool en universiteit als een uitreikende instelling beschouwd. | |
| 23 | − | In afwijking van de bepaling in het eerste lid komen diploma's van professioneel gerichte bacheloropleidingen, uitgereikt aan studenten die reeds een diploma behaald hebben in het hoger beroepsonderwijs, in aanmerking voor de diplomabonus van 30 studiepunten, zoals bedoeld in paragraaf 3 van dit artikel. | |
| 36 | + | In afwijking van de bepaling in het eerste lid komen diploma's van professioneel gerichte bacheloropleidingen, uitgereikt aan studenten die reeds een diploma behaald hebben in het hoger beroepsonderwijs, in aanmerking voor de doorstroombonus van 30 studiepunten, zoals bedoeld in paragraaf 3 van dit artikel. | |
| 24 | − | De diploma's uitgereikt aan studenten die zich een tweede maal ingeschreven hebben voor een bachelor- of masteropleiding en die al in het bezit zijn van een diploma voor die opleiding, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma. | |
| 37 | + | De diploma's uitgereikt aan studenten die zich een tweede maal ingeschreven hebben voor een graduaatsopleiding, een bachelor- of masteropleiding en die al in het bezit zijn van een diploma voor die opleiding, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma. | |
| 25 | 38 | §7. Het aantal uitgereikte diploma's FPi-diploma-initieel, berekend zoals bepaald in paragraaf 5, aan beursstudenten, aan studenten met een functiebeperking en aan werkstudenten wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5. | |
| 26 | 39 | In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt de diplomabonus van de student verhoogd met de helft van die diplomabonus voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student. | |
| 1 | 1 | §1. Voor de berekening van het aantal financieringspunten wordt het puntengewicht van de studiegebieden als volgt vastgelegd: | |
| 2 | − | 1° voor de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs en voor de professioneel gerichte opleidingen aan de hogescholen : | |
| 2 | + | 1° voor de professioneel gerichte opleidingen aan de hogescholen : | |
| 3 | 3 | studiegebied | |
| 4 | 4 | puntengewicht | |
| 21 | 21 | i) Handelswetenschappen en bedrijfskunde | |
| 22 | 22 | 1,00 | |
| 23 | + | 1°/1 voor de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs aan de hogescholen : | |
| 24 | + | Studiegebied | |
| 25 | + | Puntengewicht | |
| 26 | + | a) Architectuur | |
| 27 | + | 1,50 | |
| 28 | + | b) Gezondheidszorg | |
| 29 | + | 1,50 | |
| 30 | + | c) Industriële wetenschappen en technologie | |
| 31 | + | 1,50 | |
| 32 | + | d) Audiovisuele en beeldende kunst | |
| 33 | + | 1,50 | |
| 34 | + | e) Muziek en podiumkunsten | |
| 35 | + | 1,50 | |
| 36 | + | f) Biotechniek | |
| 37 | + | 1,50 | |
| 38 | + | g) Onderwijs | |
| 39 | + | 1,50 | |
| 40 | + | h) Sociaal-agogisch werk | |
| 41 | + | 1,00 | |
| 42 | + | i) Handelswetenschappen en bedrijfskunde | |
| 43 | + | 1,15 | |
| 23 | 44 | 2° voor de academisch gerichte opleidingen aan de hogescholen : | |
| 24 | 45 | studiegebied | |
| 86 | 107 | - opleidingen in de huisartsgeneeskunde | |
| 87 | 108 | 2,00 | |
| 109 | + | - educatieve masteropleidingen voor secundair onderwijs | |
| 110 | + | 2,00 | |
| 88 | 111 | - overige opleidingen die leiden tot de graad van master | |
| 89 | 112 | 4,00 | |
| 102 | 125 | z) Biomedische wetenschappen 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor | |
| 103 | 126 | 2,00 | |
| 127 | + | aa) Biomedische wetenschappen 2 | |
| 128 | + | - educatieve masteropleidingen voor secundair onderwijs | |
| 129 | + | 2,00 | |
| 104 | − | aa) Biomedische wetenschappen 2 – opleidingen die leiden tot de graad van master | |
| 130 | + | - overige opleidingen die leiden tot de graad van master | |
| 105 | 131 | 3,00 | |
| 106 | 132 | ab) Verkeerskunde | |
| 258 | 284 | §4. In de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten wordt een bijkomend puntengewicht toegekend overeenkomstig het volgende schema: | |
| 259 | 285 | 1° studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst : | |
| 260 | − | a) voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de beeldende kunsten en van de academische bachelor- en masteropleiding in het productdesign samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 24.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2; | |
| 286 | + | a) voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de beeldende kunsten en van de academische bachelor- en masteropleiding in het productdesign en van de educatieve masteropleiding voor kunstvakken met afstudeerrichting beeldende kunsten en productdesign samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 24.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2; | |
| 261 | − | b) voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de audiovisuele kunsten samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 18.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2; | |
| 287 | + | b) voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de audiovisuele kunsten en van de educatieve master voor kunstvakken met afstudeerrichting audiovisuele kunsten samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 18.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2; | |
| 262 | 288 | c) tot en met het begrotingsjaar 2013 wordt voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de conservatie-restauratie samen, de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 6.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2; | |
| 263 | 289 | d) vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding “bachelor in de audiovisuele kunsten” de som van het aantal opgenomen studiepunten, vermeld in artikel III. 12, §2, en het aantal verworven studiepunten, vermeld in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 12.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2. | |
| 264 | 290 | 2° studiegebied Muziek en podiumkunsten : | |
| 265 | − | a) voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de muziek en van de academische bachelor- en masteropleiding in het drama samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 27.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3; | |
| 291 | + | a) voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de muziek en van de academische bachelor- en masteropleiding in het drama en van de educatieve masteropleiding voor kunstvakken samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 27.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3; | |
| 266 | 292 | b) voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de musical wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 2.400 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3; | |
| 267 | 293 | c) voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de dans wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 1.500 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 4; | |
| 270 | 296 | Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beursstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid. | |
| 271 | 297 | Bij een herstructurering, vermeld in artikel I.3, 34°, kan de Vlaamse Regering de aantallen wijzigen die zijn vastgelegd in deze paragraaf. In voorkomend geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat de maximale aantallen gelden per vestigingsplaats. | |
| 298 | + | § 4/1. In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1°, de opgenomen en verworven studiepunten voor een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst beperkt tot zestig studiepunten voor de gehele masteropleiding. | |
| 299 | + | In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1° en 2°, de opgenomen en verworven studiepunten in een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten niet meegenomen indien de student reeds in het bezit is van een masterdiploma in hetzelfde studiegebied. | |
| 300 | + | In afwijking van paragraaf 4, tweede lid, worden de diploma's van de educatieve masteropleidingen voor kunstvakken in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten niet meegenomen in de berekening van de financieringspunten FPi-diploma-initieel indien de student reeds in het bezit is van een masterdiploma in hetzelfde studiegebied. | |
| 301 | + | § 4/2. Tegen 1 januari 2022 worden de puntengewichten en maxima voor de educatieve masteropleidingen voor kunstvakken, vermeld in paragraaf 4, geëvalueerd. | |
| 272 | 302 | §5. Voor de academisch gerichte opleidingen aan de hogescholen is het puntengewicht van de voorbereidingsprogramma's voorafgaand aan een initiële masteropleiding en van de schakelprogramma's gelijk aan het puntengewicht van het studiegebied waaronder het programma valt. | |
| 273 | 303 | Voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten is het puntengewicht van de voorbereidingsprogramma's voorafgaand aan een initiële masteropleiding en van de schakelprogramma's gelijk aan 1 in die studiegebieden waar het puntengewicht overeenkomstig paragraaf 1, punt 3°, gelijk is aan 1. | |
| 4 | 4 | §4. In afwijking van paragraaf 3 wordt in 2014 182.250 euro, gelijk verdeeld over het aantal hogescholen dat lid is van een samenwerkingsverband. | |
| 5 | 5 | § 5. Indien de Hogere Zeevaartschool gebruik maakt van de bepaling, vermeld in artikel 50, § 2, van het decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, kan ze geen aanspraak maken op de werkingstoelage als vermeld in paragraaf 1. | |
| 6 | + | § 6. In afwijking van paragraaf 3 is het bedrag van de werkingstoelage van een hogeschool in het begrotingsjaar 2020 gelijk aan het conform artikel III.5, § 9, geïndexeerde bedrag van de werkingsuitkering dat de hogeschool ontvangen heeft in het begrotingsjaar 2019. Dit bedrag wordt in het begrotingsjaar 2020 toegevoegd aan het bedrag dat de hogescholen ontvangen van de centra voor volwassenenonderwijs, zoals vermeld in artikel III.42/1. | |
| 1 | − | Op basis van een wetenschappelijke studie naar het profiel en de behoeften van de leerlingen en cursisten die in het academiejaar 2011-2012 hbo5-opleidingen volgen, werkt de Vlaamse Regering met inachtneming van de hierna vermelde voorwaarden een financieringsregeling uit voor de cursisten en leerlingen van een hbo5-opleiding, zoals omschreven in artikel II.338 : | |
| 2 | − | 1° het startbedrag per studiepunt houdt rekening met de resultaten van de wetenschappelijke studie; | |
| 3 | − | 2° vanaf de inwerkingtreding van de bijzondere envelopperegeling wordt gerekend met opgenomen studiepunten overeenkomstig artikel I.3, 45°, waarbij het eenheidsbedrag per studiepunt vermenigvuldigd wordt met het aantal in rekening gebrachte studiepunten; | |
| 4 | − | 3° het aantal studiepunten wordt jaar na jaar toegevoegd tot er een vijfjarig tijdsvenster verwezenlijkt is; | |
| 5 | − | 4° het vijfjarig tijdsvenster wordt jaar na jaar opgeschoven waarbij uitgegaan wordt van een tijdsvenster van t-7/t-6 tot t-3/t-2; | |
| 6 | − | 5° de verdeling over de hogescholen gebeurt aan de hand van het aantal opgenomen studiepunten. | |
| 7 | − | Onder profiel van de leerling of cursist wordt verstaan : | |
| 8 | − | 1° de mate waarin de leerling of cursist beroepsactief is en tot welke beroepsgroep de leerling of cursist behoort; | |
| 9 | − | 2° de vooropleiding van de leerling of cursist; | |
| 10 | − | 3° de wijze waarop de leerling of cursist de studies financiert; | |
| 11 | − | 4° de tijd die de leerling of cursist besteedt aan de studie; | |
| 12 | − | 5° de sociaaleconomische status van de leerling of cursist. | |
| 13 | − | Onder behoeften worden de behoeften van de leerling of cursist verstaan aan de voorzieningen aangeboden binnen de werkvelden, zoals omschreven in artikel II.348. |
| 1 | 1 | §1. De geraamde bezoldigingskosten - met inbegrip van de mandaatvergoedingen en premies - van de geraamde personeelsformatie, van de contractuele personeelsleden bezoldigd ten laste van de werkingsuitkering en van de plaatsvervangers kunnen maximaal 5% variëren in min of in plus op de norm 80% van de jaarlijkse werkingsuitkering. | |
| 2 | 2 | In geval van een herstructurering zoals bedoeld in artikel I.3, 34°, kunnen de herstructurerende instellingen op gemotiveerde wijze afwijken van de in de eerste alinea bedoelde variatie. | |
| 3 | + | Hogescholen die met ingang van het academiejaar 2019-2020 opleidingen van het hoger beroepsonderwijs aanbieden kunnen tot en met het begrotingsjaar 2025 op gemotiveerde wijze afwijken van de in de eerste alinea bedoelde variatie. | |
| 3 | 4 | §2. Als de bezoldigingskosten zoals bepaald in paragraaf 1 hoger worden geraamd dan 85% van de jaarlijkse werkingsuitkering, dient de hogeschool samen met de begroting een financieringsplan in, dat aangeeft op welke wijze en binnen welke termijn zij met de beschikbare reserves de financiële herstructurering zal realiseren. De hogeschool kan niemand benoemen of aanstellen ten laste van de werkingsuitkering voordat de Vlaamse Regering dit financieringsplan heeft goedgekeurd. | |
| 4 | 5 | §3. Als de bezoldigingskosten zoals bepaald in paragraaf 1 lager worden geraamd dan 75% van de jaarlijkse werkingsuitkering, stelt de hogeschool samen met de begroting een personeelsstructuurplan op om het minimumniveau van 75% te bereiken. Dit personeelsstructuurplan behoeft de goedkeuring van het hogeschoolonderhandelingscomité. | |
| 1 | + | § 1. Als na de stopzetting van een specifieke lerarenopleiding aan een centrum voor volwassenenonderwijs de financiering voor die opleiding deels naar een universiteit overgaat, kan die universiteit met ingang van 1 september 2019 personeelsleden overnemen zonder openbare vacature en vergelijkende selectieprocedure, voor zover deze personeelsleden vermeld zijn op de lijst bedoeld in artikel 103ter decies, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 84vicies ter, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 : | |
| 2 | + | 1° een lid van het onderwijzend personeel dat aan de specifieke lerarenopleiding verbonden is; | |
| 3 | + | 2° een lid van het bestuurs- en ondersteunend personeel dat verbonden is aan het centrum voor volwassenenonderwijs dat de specifieke lerarenopleiding aanbiedt. | |
| 4 | + | § 2. De overgenomen personeelsleden worden ingeschaald in een graad van het academisch of het administratief en technisch personeel, rekening houdend met het minimaal vereiste bekwaamheidsbewijs. | |
| 5 | + | Voor de beoordeling van het vereiste bekwaamheidsbewijs, vermeld in het eerste lid, gelden, voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, 1°, de bepalingen uit artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. | |
| 6 | + | De overgenomen personeelsleden verkrijgen in de salarisschaal die verbonden is aan hun graad, ten minste het jaarsalaris dat gelijk is aan of onmiddellijk hoger is dan het jaarsalaris tegen 100% dat ze kregen aan het centrum voor volwassenenonderwijs. | |
| 7 | + | § 3. Een overname en inschaling zijn alleen mogelijk met de instemming van het betrokken personeelslid. |
| 1 | + | § 1. Als er door de vrijwillige overname van personeelsleden, vermeld in artikel V.79/1, § 1, 1°, minder personeelsleden van de specifieke lerarenopleiding, uitgedrukt in voltijdse eenheden, naar de universiteit overgaan dan het percentage vastgesteld voor de universiteit overeenkomstig artikel III.33/1, § 3, kan de universiteit vanaf 1 oktober 2019 personeelsleden tewerkstellen die conform artikel V.206/1 naar een hogeschool overgegaan zijn. | |
| 2 | + | De tewerkstelling, vermeld in het eerste lid, verloopt op een van de volgende wijzen : | |
| 3 | + | 1° via een opname in het integratiekader als vermeld in deel 5, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 1; | |
| 4 | + | 2° via een overeenkomst als vermeld in artikel V.223. | |
| 5 | + | De tewerkstelling, vermeld in het eerste lid, is mogelijk voor het volledige volume van de opdracht van het betrokken personeelslid aan de hogeschool of voor een gedeelte van de opdracht. | |
| 6 | + | § 2. De hogeschool naar waar de personeelsleden op grond van artikel V.206/1 overgaan en de universiteit die de tewerkstelling op grond van paragraaf 1 kan overnemen, sluiten een overeenkomst zoals vermeld in artikel III.33/1, § 1. Deze overeenkomst heeft betrekking op alle personeelsleden uit een specifieke lerarenopleiding van een centrum voor volwassenenonderwijs die op grond van artikel V.206/1 naar een hogeschool overgaan. De hogeschool en de universiteit houden bij de toewijzing van de tewerkstelling maximaal rekening met de voorkeur van de betrokken personeelsleden. |
| 1 | + | Een personeelslid dat op basis van een in artikel V.79/2, § 2, vermelde overeenkomst aan een universiteit of hogeschool tewerkgesteld is, kan tot 1 september 2024 zonder openbare vacature en vergelijkende selectieprocedure overgaan naar de andere hogeronderwijsinstelling. Deze overgang gebeurt via een aanpassing van de overeenkomst tussen de universiteit en hogeschool en is niet mogelijk zonder instemming van het betrokken personeelslid. |
| 1 | + | Een universiteit kan een lid van het bestuurs- en ondersteunend personeel als vermeld in artikel V.79/1, § 1, 2°, dat aan het centrum voor volwassenenonderwijs ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, tewerkstellen. Die tewerkstelling verloopt in wederzijdse toestemming tussen het ter beschikking gestelde personeelslid en de universiteit. | |
| 2 | + | De tewerkstelling, vermeld in het eerste lid, wordt voor het vastbenoemde personeelslid in kwestie beschouwd als een wedertewerkstelling conform het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage. |
| 12 | 12 | §2. Wanneer het hogeschoolbestuur een einde maakt aan de aanstelling, om andere redenen dan de bepalingen vermeld in paragraaf 1, moet het een opzeggingstermijn in acht nemen, gelijk aan 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar dienstanciënniteit gepresteerd in de betrokken hogeschool of haar rechtsvoorganger. De opzeggingstermijn gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van kennisgeving van de opzegging. Op straffe van nietigheid moet de kennisgeving van de opzegging het begin en de duur van de opzeggingstermijn vermelden. De kennisgeving gebeurt door afgifte van een geschrift aan het personeelslid dat tekent voor ontvangst, ofwel bij aangetekend schrijven dat uitwerking heeft de derde werkdag na verzending, ofwel bij deurwaardersexploot. | |
| 13 | 13 | De opzeggingstermijn wordt herleid tot 7 dagen indien het een personeelslid betreft dat is aangesteld voor een periode van minder dan 12 maanden en indien dit personeelslid de evaluatie "onvoldoende" heeft gekregen voor het ambt waarop de evaluatie betrekking heeft. | |
| 14 | + | Wanneer het hogeschoolbestuur een einde maakt aan de aanstelling van een personeelslid dat met toepassing van artikel V.206/1 naar de hogeschool overgegaan is, wordt voor het bepalen van de opzeggingstermijn ook rekening gehouden met de dienstanciënniteit die het personeelslid in het hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding aan het centrum voor volwassenenonderwijs opgebouwd heeft. | |
| 6 | 6 | 5° bij pensionering wegens het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd of op het einde van het academiejaar waarin het personeelslid de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt. De leden van het administratief en technisch personeel, vermeld in hoofdstuk 3, kunnen bij het bereiken van de pensioenleeftijd maar verder werken tot het einde van het academiejaar wanneer het hogeschoolbestuur hiermee instemt; | |
| 7 | 7 | 6° bij overlijden; | |
| 8 | − | 7° bij toepassing van artikel V.87 en V.91. | |
| 8 | + | 7° bij toepassing van artikel V.87 en V.91; | |
| 9 | + | 8° wanneer een personeelslid dat met toepassing van artikel V.206/1, eerste lid, 1°, overgekomen is van een centrum voor volwassenenonderwijs naar een centrum terugkeert met toepassing van artikel 31, § 5, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 45, § 5, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. | |
| 9 | 10 | In afwijking van het eerste lid, punt 5°, kan de benoeming van het personeelslid na het academiejaar waarin het de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft, telkens met maximum 1 academiejaar en telkens met instemming van het hogeschoolbestuur verlengd worden. De definitieve ambtsneerlegging gaat pas in na het einde van de benoeming. Het hogeschoolbestuur bepaalt bij reglement de procedure voor een verlenging van de benoeming. | |
| 10 | 11 | §2. Voor de benoemde personeelsleden geven eveneens aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging: | |
| 11 | 12 | 1° het ontslag als gevolg van een tuchtmaatregel; | |
| 12 | 13 | 2° indien hij gedurende 2 opeenvolgende academiejaren of 5 keer in zijn loopbaan binnen de hogeschool de evaluatie "onvoldoende" heeft gekregen voor het ambt waarop de evaluatie betrekking heeft. | |
| 13 | − | In deze gevallen wordt een opzeggingstermijn toegekend waarvan de duur gelijk is aan de periode die nodig is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. Tijdens deze opzeggingstermijn wordt het personeelslid geacht als tijdelijk te zijn aangesteld en kan de hogeschool het betrokken personeelslid met een andere opdracht belasten. Het betrokken personeelslid geniet dan het brutosalaris verbonden aan het ambt waarin het was benoemd. Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn. | |
| 14 | + | In de gevallen, vermeld in het eerste lid, kent het hogeschoolbestuur een opzeggingstermijn toe. De opzeggingstermijn bedraagt drie maanden voor het personeelslid dat minder dan vijf jaar anciënniteit heeft in de hogeschool in kwestie of haar rechtsvoorganger. De termijn wordt verhoogd met drie maanden per begonnen schijf van vijf jaar anciënniteit. Het hogeschoolbestuur en het personeelslid in kwestie kunnen een langere of kortere opzeggingstermijn overeenkomen. | |
| 15 | + | De opzeggingstermijn gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de betekening van het ontslag. Het ontslag wordt betekend met een aangetekende brief en heeft uitwerking op de derde dag na de verzending. | |
| 16 | + | Het hogeschoolbestuur kan beslissen dat het ontslag onmiddellijk ingaat. In dat geval betaalt het hogeschoolbestuur een verbrekingsvergoeding die gelijk is aan het salaris dat overeenstemt met de duur van de berekende opzeggingstermijn. | |
| 17 | + | Met het oog op de opname van het personeelslid in de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering, worden tijdens de opzeggingstermijn of op de verbrekingsvergoeding de nodige werknemersbijdragen ingehouden en samen met de werkgeversbijdragen gestort. Als die bijdragen niet volstaan, betaalt de hogeschool de nog benodigde werkgevers- en werknemersbijdragen. | |
| 14 | 18 | §3. Het hogeschoolbestuur kan de benoeming van een personeelslid eveneens beëindigen bij een ontslag om een dringende reden. In dit geval vindt het ontslag plaats zonder opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding. Het hogeschoolbestuur betaalt evenwel de werkgevers- en werknemersbijdragen nodig voor de opname van het betrokken personeelslid in de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering met inbegrip van de sector uitkeringen en de moederschapsbescherming. De duur van de periode gedekt door de betaling van werkgevers- en werknemersbijdragen voor de werkloosheidsverzekering en de ziekteverzekering met inbegrip van de sector uitkeringen mag de duur van de benoeming van het ontslagen personeelslid niet overschrijden. | |
| 1 | + | Een hogeschool kan de lectoren die opgenomen zijn op de lijst, vermeld in artikel 103ter decies, § 1, eerste lid, 2°, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, of artikel 84vicies ter, § 1, eerste lid, 2°, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, die de hogeschool op grond van artikel V.206/1, eerste lid, van deze codex overgenomen heeft, op grond van de overeenkomst, vermeld in artikel V.79/2, § 2, van deze codex, vanaf 1 oktober 2019 overdragen naar het integratiekader van een universiteit. |
| 1 | + | Een hogeschool die de onderwijsbevoegdheid van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs of een deel van de financiële middelen voor een stopgezette specifieke lerarenopleiding overneemt, kan met ingang van 1 september 2019 de volgende personeelsleden overnemen zonder openbare vacature en vergelijkende selectieprocedure, voor zover deze personeelsleden vermeld zijn op een lijst bedoeld in artikel 103ter decies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 84vicies ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 : | |
| 2 | + | 1° een lid van het onderwijzend personeel dat verbonden is aan een overgenomen opleiding en dat niet onder de toepassing van artikel V.206/1 valt; | |
| 3 | + | 2° een lid van het bestuurs- en ondersteunend personeel dat verbonden is aan het centrum voor volwassenenonderwijs waaraan de overgenomen opleiding verbonden is. |
| 1 | + | De personeelsleden die conform deze onderafdeling overgenomen zijn door een hogeschool, vallen onder de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de personeelsleden van de hogescholen. | |
| 2 | + | De personeelsleden worden ingeschaald in een ambt uit groep 1 van het onderwijzend personeel of van het administratief en technisch personeel, rekening houdend met het minimaal vereiste bekwaamheidsbewijs. | |
| 3 | + | De personeelsleden verkrijgen in de salarisschaal die verbonden is aan hun ambt, ten minste het jaarsalaris dat gelijk is aan of onmiddellijk hoger is dan het jaarsalaris tegen 100% dat ze kregen bij het centrum voor volwassenenonderwijs. |
| 1 | + | In afwijking van artikel V.206/5 gelden voor de personeelsleden die conform deze onderafdeling overgenomen zijn door een hogeschool, de volgende overgangsregelingen : | |
| 2 | + | 1° voor de beoordeling van het minimale bekwaamheidsbewijs, vermeld in artikel V.206/5, tweede lid, en voor de uitbreiding van de omvang van de opdracht gelden voor de personeelsleden die bij het centrum voor volwassenenonderwijs in een ambt van het onderwijzend personeel werkten, de bepalingen, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs; | |
| 3 | + | 2° als voor de benoeming van een personeelslid een bepaalde anciënniteit vereist is, houdt het hogeschoolbestuur bij tijdelijke personeelsleden die van een centrum voor volwassenenonderwijs overgekomen zijn, ook rekening met de dienstanciënniteit die bij het centrum verworven is binnen een opleiding van het hoger beroepsonderwijs of een specifieke lerarenopleiding; | |
| 4 | + | 3° artikel V.170 van deze codex is niet van toepassing op de personeelsleden van het onderwijzend personeel die op 31 augustus 2019 aan de volgende twee voorwaarden voldoen : | |
| 5 | + | a) benoemd zijn voor een voltijdse opdracht bij het centrum voor volwassenenonderwijs of de overnemende hogeschool; | |
| 6 | + | b) een vaste betrekking op de personeelsformatie van respectievelijk de overnemende hogeschool of het centrum voor volwassenenonderwijs hebben. |
| 1 | + | Een hogeschool kan een lid van het bestuurs- en ondersteunend personeel als vermeld in artikel V.79/1, § 1, 2°, dat aan het centrum voor volwassenenonderwijs ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, tewerkstellen. Die tewerkstelling verloopt in wederzijdse toestemming tussen het ter beschikking gestelde personeelslid en de hogeschool. | |
| 2 | + | De tewerkstelling, vermeld in het eerste lid, wordt voor het vastbenoemde personeelslid in kwestie beschouwd als een wedertewerkstelling conform het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage. |
| 14 | 14 | e) wijzigingen in de werkelijk uitgeoefende omvang van de opdracht, verbonden aan het ambt of de graad, in de betrokken academische opleidingen, met vermelding van het verlofstelsel indien van toepassing; | |
| 15 | 15 | 3° toevoegen van personeelsleden: | |
| 16 | − | a) de personeelsleden, vermeld in artikel V.220, §2, eerste lid. | |
| 16 | + | a) de personeelsleden, vermeld in artikel V.220, §2, eerste lid; | |
| 17 | + | b) ... | |
| 17 | 18 | Een wijziging in de omvang van de opdracht, zoals vermeld in punt 2°, d), is alleen mogelijk in de volgende gevallen: | |
| 18 | 19 | 1° het hogeschoolbestuur heeft ingestemd met het verzoek van een lid van het onderwijzend personeel om de voltijdse opdracht terug te brengen naar een deeltijdse opdracht, overeenkomstig artikel V.132; | |
| 37 | 37 | 33° module : een module zoals bedoeld in artikel 24 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; | |
| 38 | 38 | 34° opleiding : een opleiding, zoals bedoeld in artikel 24 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; | |
| 39 | − | 35° HBO5 : het hoger beroepsonderwijs met kwalificatieniveau 5 in het voltijds secundair onderwijs of in het volwassenenonderwijs zoals bedoeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. | |
| 39 | + | 35° HBO5 : het hoger beroepsonderwijs met kwalificatieniveau 5 in het voltijds secundair onderwijs. | |
| 40 | − | 36° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs en lector in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding in het volwassenenonderwijs; | |
| 40 | + | 36° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs; | |
| 41 | 41 | 37° leeftijdsgrens : het einde van het schooljaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. | |
| 42 | 42 | 38° het net : | |
| 48 | 48 | 41° preventieadviseur-arbeidsgeneesheer: de preventieadviseur deskundig in arbeidsgeneeskunde verbonden aan de externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk zoals bepaald in het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. | |
| 49 | 49 | 42° internaten die in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorzien: medisch-pedagogische instituten van het gemeenschapsonderwijs, instituten voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs en autonome internaten buitengewoon onderwijs van het gemeenschapsonderwijs met openstelling tijdens schoolvrije dagen die verblijf en begeleiding voor hun internen tijdens de schoolvrije dagen organiseren als bedoeld in artikel III.38 en volgende van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs; | |
| 50 | − | 43° regionale ondersteuningscel: de netoverstijgende regionale ondersteuningscel of de regionale ondersteuningscel, vermeld in artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding. | |
| 50 | + | 43° regionale ondersteuningscel: de netoverstijgende regionale ondersteuningscel of de regionale ondersteuningscel, vermeld in artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding; | |
| 51 | + | 44° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid in het leren beheersen van zijn kerntaken, in het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en in het leren vinden van zijn weg in zijn instelling als werkplek en lerende organisatie. | |
| 1 | − | Met ingang van 1 januari 2017 en tot een door de Vlaamse Regering te beslissen datum komt een betrekking in een centrum voor volwassenenonderwijs in het wervingsambt van lector niet in aanmerking voor een vacantverklaring, voor een benoeming in vast verband of voor een mutatie. | |
| 2 | − | In afwijking van het eerste lid heeft een vaste benoeming wel uitwerking ten aanzien van de overheid als het gaat om een personeelslid dat gebruikmaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 40ter, § 2. |
| 9 | 9 | § 4bis. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 10 | 10 | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 11 | + | § 5. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 1 september 2017 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en op diezelfde datum belast is met een coördinatieopdracht, mits zijn akkoord op 1 september 2019 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, behoudt het personeelslid voor het volume van de coördinatieopdracht waarvoor hij op 1 september 2017 vast benoemd is in het ambt van lector de salarisschaal verbonden aan het ambt van lector. | |
| 12 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 1 september 2017 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en op diezelfde datum belast is met een coördinatieopdracht, op zijn verzoek op 1 september 2019 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, behoudt het personeelslid voor het volume van de coördinatieopdracht waarvoor hij op 1 september 2017 vast benoemd is in het ambt van lector de salarisschaal verbonden aan het ambt van lector. | |
| 13 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur op 1 september 2020 of op 1 september 2021 een personeelslid op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs als het personeelslid aan volgende voorwaarden voldoet : | |
| 14 | + | 1° het personeelslid is op 1 september 2019 overgegaan naar een hogeschool overeenkomstig de regeling, vermeld in artikel V.206/1 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; | |
| 15 | + | 2° het personeelslid was uiterlijk op 1 september 2017 vast benoemd in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en was op diezelfde datum belast met een coördinatieopdracht; | |
| 16 | + | 3° het personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs. | |
| 17 | + | Als het personeelslid deze mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de coördinatieopdracht waarvoor hij op 1 september 2017 vast benoemd was in het ambt van lector in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van lector. | |
| 18 | + | § 6. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en op diezelfde datum belast is met een coördinatieopdracht, mits zijn akkoord op 1 september 2019 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van stafmedewerker, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 19 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en op diezelfde datum belast is met een coördinatieopdracht, op zijn verzoek op 1 september 2019 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van stafmedewerker, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 20 | + | § 7. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs, mits zijn akkoord op 1 september 2019 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 21 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs voor een opdracht van maximum 10 procent van een voltijdse betrekking, mits zijn akkoord op 1 september 2019 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, behoudt het personeelslid voor het volume van de opdracht waarvoor hij op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector de salarisschaal verbonden aan het ambt van lector. | |
| 22 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs, op zijn verzoek op 1 september 2019 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 23 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs voor een opdracht van maximum 10 procent van een voltijdse betrekking, op zijn verzoek op 1 september 2019 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, behoudt het personeelslid voor het volume van de opdracht waarvoor hij op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector de salarisschaal verbonden aan het ambt van lector. | |
| 1 | 1 | § 1. Het personeelslid verliest bij een nieuwe affectatie of mutatie zijn vroegere affectatie binnen de perken van de nieuwe opdracht. Het personeelslid dat wordt gemuteerd, moet in de scholengroep die het verlaat, ontslag nemen voor de opdracht waarvoor het wordt gemuteerd. De overgang van de ene naar de andere scholengroep moet zonder onderbreking gebeuren. | |
| 2 | 2 | § 2. Vastbenoemde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra kunnen overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling muteren naar het gemeenschapsonderwijs. | |
| 3 | − | De diensten die vóór deze mutatie gepresteerd werden in hetzelfde ambt of in geval van toepassing van artikel 31, § 3 of § 4, in het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was, worden gelijkgesteld met diensten gepresteerd in het gemeenschapsonderwijs. | |
| 3 | + | De diensten die vóór deze mutatie gepresteerd werden in hetzelfde ambt of in geval van toepassing van artikel 31, § 3, § 4, § 5, § 6 of § 7, in het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was, worden gelijkgesteld met diensten gepresteerd in het gemeenschapsonderwijs. |
| 1 | − | Met ingang van 1 januari 2017 en tot een door de Vlaamse Regering te beslissen datum komt een betrekking in een centrum voor volwassenenonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt niet in aanmerking voor een vacantverklaring, voor een toelating tot de proeftijd, voor een benoeming in vast verband of voor een mutatie als het gaat om een betrekking in een centrum voor volwassenenonderwijs dat minstens hoger beroepsonderwijs organiseert of dat minstens een specifieke lerarenopleiding organiseert. | |
| 2 | − | In afwijking van het eerste lid heeft een vaste benoeming wel uitwerking ten aanzien van de overheid als het gaat om een personeelslid dat vóór 1 januari 2017 is toegelaten tot de proeftijd in een selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs dat minstens hoger beroepsonderwijs organiseert of dat minstens een specifieke lerarenopleiding organiseert. |
| 1 | − | § 1. Bij de overheveling van een hbo5- of een SLO-opleiding in het volwassenenonderwijs verkrijgen de personeelsleden die tijdens het schooljaar voorafgaand aan de overheveling tewerkgesteld zijn in een betrekking in deze hbo5- of een SLO-opleiding, de hoedanigheid van personeelslid van inrichtende macht die deze hbo5- of een SLO-opleiding overneemt ten belope van de opdracht waarin ze tijdens het schooljaar voorafgaand aan de overheveling tewerkgesteld waren. | |
| 2 | − | Deze personeelsleden gaan, al naargelang ze vastbenoemd of tijdelijk aangesteld zijn, over als vastbenoemde of tijdelijk aangestelde personeelsleden. De personeelsleden die voor de overheveling recht hadden op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, zoals vermeld in artikel 21, § 3, en artikel 21bis, § 3, van dit decreet of in artikel 23, § 3, en artikel 23bis, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, behouden dit recht na de overheveling. | |
| 3 | − | De diensten die het personeelslid volgens de bepalingen van dit decreet of volgens de bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs gepresteerd heeft in een ambt, betrekking, opleiding, module of vak bij de inrichtende macht waartoe de HBO5- of SLO-opleiding voor de overheveling behoorde, worden geacht ook gepresteerd te zijn in hetzelfde ambt, dezelfde betrekking, dezelfde opleiding, dezelfde module of hetzelfde vak bij de inrichtende macht waartoe de HBO5- of SLO-opleiding na de overheveling behoort. | |
| 4 | − | Een kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, die geldt bij de inrichtende macht waartoe de hbo5- of SLO-opleiding voor de overheveling behoorde, wordt geacht ook gedaan te zijn bij de inrichtende macht waartoe de hbo5- of SLO-opleidingna de overheveling behoort. | |
| 5 | − | § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan een personeelslid afzien van de hoedanigheid van personeelslid van de inrichtende macht die de hbo5- of SLO-opleiding overneemt als de hbo5- of SLO-opleiding wordt overgenomen door een instelling die behoort tot een ander net. | |
| 6 | − | In afwijking van paragraaf 1 kan een vast benoemd personeelslid afzien van de hoedanigheid van personeelslid van de inrichtende macht die de hbo5- of SLO-opleiding overneemt, op voorwaarde dat dit personeelslid na de overheveling van de hbo5- of SLO-opleiding bij de inrichtende macht die de hbo5- of SLO-opleiding overhevelt niet ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking of niet bijkomend ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking, tenzij dit personeelslid kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking voor de duur van een volledig schooljaar. |
| 6 | 6 | 4° bij toepassing van artikel 83, § 1; | |
| 7 | 7 | 5° de definitieve pensionering; | |
| 8 | − | 6° het einde van de verlenging van de aanstelling zoals voorzien in het tweede lid van dit artikel. | |
| 8 | + | 6° het einde van de verlenging van de aanstelling zoals voorzien in het tweede lid van dit artikel; | |
| 9 | + | 7° de weigering van een vastbenoemde lector van een centrum voor volwassenenonderwijs om op 1 september 2019 over te gaan naar een hogeschool, zoals bedoeld in artikel 103undecies. | |
| 9 | 10 | In afwijking van punt 2° geeft het bereiken van de leeftijdsgrens geen aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging als het betrokken personeelslid en zijn inrichtende macht overeenkomen de aanstelling te verlengen. | |
| 10 | 11 | Dergelijke verlenging kan slechts onder volgende voorwaarden : | |
| 1 | − | Een vastbenoemd personeelslid dat in toepassing van artikel 86, 9°, 10° of 11°, of artikel 88, 3° , wordt ontslagen of afgezet, wordt pas definitief uit zijn ambt verwijderd na een opzeggingstermijn waarvan de duur wordt vastgesteld volgens het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. | |
| 1 | + | Een vastbenoemd personeelslid dat in toepassing van artikel 86, 9°, 10° of 11°, of artikel 88, eerste lid, 3° en 7°, wordt ontslagen of afgezet, wordt pas definitief uit zijn ambt verwijderd na een opzeggingstermijn waarvan de duur wordt vastgesteld volgens het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. | |
| 2 | 2 | Deze opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de betekening van de beslissing bedoeld in artikel 87. | |
| 3 | − | Tijdens deze opzeggingstermijn wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld. Het kan door de raad van bestuur - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum door de afgevaardigd bestuurder - met een andere opdracht worden belast en het kan, naar rato van de grootte van zijn oorspronkelijke opdracht, worden vervangen. | |
| 3 | + | Tijdens deze opzeggingstermijn wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld en kan hij door de raad van bestuur - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum door de afgevaardigd bestuurder - met een andere opdracht worden belast en, uitgezonderd bij een ontslag volgens artikel 88, eerste lid, 7°, naar rato van de grootte van zijn oorspronkelijke opdracht worden vervangen. | |
| 4 | 4 | Het personeelslid ontvangt het brutosalaris verbonden aan het ambt waarin het vastbenoemd was. | |
| 5 | 5 | Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn. |
| 30 | 30 | 23° module : een module zoals bedoeld in artikel 24 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; | |
| 31 | 31 | 24° opleiding : een opleiding, zoals bedoeld in artikel 24 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; | |
| 32 | − | 25° HBO5 : het hoger beroepsonderwijs met kwalificatieniveau 5 in het voltijds secundair onderwijs of in het volwassenenonderwijs zoals bedoeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. | |
| 32 | + | 25° HBO5 : het hoger beroepsonderwijs met kwalificatieniveau 5 in het voltijds secundair onderwijs. | |
| 33 | − | 26° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs en lector in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding in het volwassenenonderwijs. | |
| 33 | + | 26° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs. | |
| 34 | 34 | 27° leeftijdsgrens : het einde van het schooljaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. | |
| 35 | 35 | 28° de inrichtende macht : de schoolbesturen van het basisonderwijs en van het voltijds secundair onderwijs, de centrumbesturen van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, de centrumbesturen van de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, de schoolbesturen van het deeltijds kunstonderwijs, van de internaten en de besturen van tehuizen voor kinderen met ouders die geen vaste verblijfplaats hebben, van de autonome internaten en van de pedagogische begeleidingsdiensten; | |
| 37 | 37 | 30° MEDEX: de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Medische Expertise, cel Pensioenen; | |
| 38 | 38 | 31° preventieadviseur-arbeidsgeneesheer: de preventieadviseur deskundig in arbeidsgeneeskunde verbonden aan de externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk zoals bepaald in het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk; | |
| 39 | − | 32° regionale ondersteuningscel: de netoverstijgende regionale ondersteuningscel of de regionale ondersteuningscel, vermeld in artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding. | |
| 39 | + | 32° regionale ondersteuningscel: de netoverstijgende regionale ondersteuningscel of de regionale ondersteuningscel, vermeld in artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding; | |
| 40 | + | 33° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid in het leren beheersen van zijn kerntaken, in het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en in het leren vinden van zijn weg in zijn instelling als werkplek en lerende organisatie. | |
| 1 | − | Met ingang van 1 januari 2017 en tot een door de Vlaamse Regering te beslissen datum komt een betrekking in een centrum voor volwassenenonderwijs in het wervingsambt van lector niet in aanmerking voor een vacantverklaring, voor een benoeming in vast verband of voor een mutatie. | |
| 2 | − | In afwijking van het eerste lid heeft een vaste benoeming wel uitwerking ten aanzien van de overheid als het gaat om een personeelslid dat gebruikmaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 35bis, § 2. |
| 1 | − | Met ingang van 1 januari 2017 en tot een door de Vlaamse Regering te beslissen datum komt een betrekking in een centrum voor volwassenenonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt niet in aanmerking voor een vacantverklaring, voor een benoeming in vast verband of voor een mutatie als het gaat om een betrekking in een centrum voor volwassenenonderwijs dat minstens hoger beroepsonderwijs organiseert of dat minstens een specifieke lerarenopleiding organiseert. |
| 8 | 8 | § 4bis. In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 9 | 9 | In afwijking van paragraaf 2 kan de inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 10 | + | § 5. In afwijking van paragraaf 2 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 1 september 2017 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en op diezelfde datum belast is met een coördinatieopdracht, mits zijn akkoord op 1 september 2019 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, behoudt het personeelslid voor het volume van de coördinatieopdracht waarvoor hij op 1 september 2017 vast benoemd is in het ambt van lector de salarisschaal verbonden aan het ambt van lector. | |
| 11 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 1 september 2017 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en op diezelfde datum belast is met een coördinatieopdracht, op zijn verzoek op 1 september 2019 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, behoudt het personeelslid voor het volume van de coördinatieopdracht waarvoor hij op 1 september 2017 vast benoemd is in het ambt van lector de salarisschaal verbonden aan het ambt van lector. | |
| 12 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht op 1 september 2020 of op 1 september 2021 een personeelslid op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs als het personeelslid aan volgende voorwaarden voldoet : | |
| 13 | + | 1° het personeelslid is op 1 september 2019 overgegaan naar een hogeschool overeenkomstig de regeling, vermeld in artikel V.206/1 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; | |
| 14 | + | 2° het personeelslid was uiterlijk op 1 september 2017 vast benoemd in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en was op diezelfde datum belast met een coördinatieopdracht; | |
| 15 | + | 3° het personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs. | |
| 16 | + | Als het personeelslid deze mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de coördinatieopdracht waarvoor hij op 1 september 2017 vast benoemd was in het ambt van lector in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van lector. | |
| 17 | + | § 6. In afwijking van paragraaf 2 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en op diezelfde datum belast is met een coördinatieopdracht, mits zijn akkoord op 1 september 2019 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van stafmedewerker, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 18 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs en op diezelfde datum belast is met een coördinatieopdracht, op zijn verzoek op 1 september 2019 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van stafmedewerker, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 19 | + | § 7. In afwijking van paragraaf 2 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs, mits zijn akkoord op 1 september 2019 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 20 | + | In afwijking van paragraaf 2 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs voor een opdracht van maximum 10 procent van een voltijdse betrekking, mits zijn akkoord op 1 september 2019 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, behoudt het personeelslid voor het volume van de opdracht waarvoor hij op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector de salarisschaal verbonden aan het ambt van lector. | |
| 21 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs, op zijn verzoek op 1 september 2019 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 22 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector in een centrum voor volwassenenonderwijs voor een opdracht van maximum 10 procent van een voltijdse betrekking, op zijn verzoek op 1 september 2019 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, behoudt het personeelslid voor het volume van de opdracht waarvoor hij op 31 augustus 2019 vast benoemd is in het ambt van lector de salarisschaal verbonden aan het ambt van lector. | |
| 1 | 1 | § 1. Een betrekking kan aan het personeelslid, bij mutatie of nieuwe affectatie worden toegewezen voor zover de betrekking, overeenkomstig de terzake geldende bepalingen, niet ingevolge de bepalingen inzake reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. | |
| 2 | − | Niemand kan in een betrekking gemuteerd worden of een nieuwe affectatie verkrijgen indien hij in de gesubsidieerde instellingen of centra niet vastbenoemd is in een betrekking van hetzelfde ambt, behoudens bij toepassing van artikel 45, § 3 en § 4. | |
| 2 | + | Niemand kan in een betrekking gemuteerd worden of een nieuwe affectatie verkrijgen indien hij in de gesubsidieerde instellingen of centra niet vastbenoemd is in een betrekking van hetzelfde ambt, behoudens bij toepassing van artikel 45, § 3, § 4, § 5, § 6 of § 7. | |
| 3 | 3 | De inrichtende macht is verplicht het personeelslid op het ogenblik zelf van de mutatie in vast verband te benoemen en te affecteren. | |
| 4 | 4 | Het personeelslid moet bij de inrichtende macht die het verlaat, ontslag nemen voor de opdracht waarvoor het mutatie heeft aangevraagd. De overgang van de ene naar de andere inrichtende macht moet zonder onderbreking gebeuren. | |
| 5 | − | § 2. Mutatie overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk naar onderwijsinstellingen van het gesubsidieerd onderwijs of naar gesubsidieerde centra is eveneens mogelijk voor personeelsleden van onderwijsinstellingen en van centra van het Gemeenschapsonderwijs. De diensten die vóór deze mutatie gepresteerd werden in hetzelfde ambt, of in geval van toepassing van artikel 45, § 3, in het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was, worden gelijkgesteld met diensten gepresteerd in het gesubsidieerd onderwijs. | |
| 5 | + | § 2. Mutatie overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk naar onderwijsinstellingen van het gesubsidieerd onderwijs of naar gesubsidieerde centra is eveneens mogelijk voor personeelsleden van onderwijsinstellingen en van centra van het Gemeenschapsonderwijs. De diensten die vóór deze mutatie gepresteerd werden in hetzelfde ambt, of in geval van toepassing van artikel 45, § 3, § 4, § 5, § 6 of § 7, in het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was, worden gelijkgesteld met diensten gepresteerd in het gesubsidieerd onderwijs. |
| 4 | 4 | 3° het ontslag of de afzetting als gevolg van een tuchtmaatregel volgens artikel 64, 6° of 7°; | |
| 5 | 5 | 4° de definitieve pensionering; | |
| 6 | − | 5° het einde van de verlenging van de aanstelling zoals voorzien in het tweede lid van dit artikel. | |
| 6 | + | 5° het einde van de verlenging van de aanstelling zoals voorzien in het tweede lid van dit artikel; | |
| 7 | + | 6° de weigering van een vastbenoemde lector van een centrum voor volwassenenonderwijs om op 1 september 2019 over te gaan naar een hogeschool, zoals bedoeld in artikel 84vicies semel. | |
| 7 | 8 | In afwijking van punt 2° geeft het bereiken van de leeftijdsgrens geen aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging als het betrokken personeelslid en zijn inrichtende macht overeenkomen de aanstelling te verlengen. | |
| 8 | 9 | Dergelijke verlenging kan slechts onder volgende voorwaarden : | |
| 1 | − | Een vastbenoemd personeelslid dat in toepassing van artikel 60, 5°, 9°, 10° of 11°, of artikel 62, 3° , wordt ontslagen of afgezet, wordt pas definitief uit zijn ambt verwijderd na een opzeggingstermijn waarvan de duur wordt vastgesteld volgens het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. | |
| 1 | + | Een vastbenoemd personeelslid dat in toepassing van artikel 60, 5°, 9°, 10° of 11°, of artikel 62, eerste lid, 3° en 6°, wordt ontslagen of afgezet, wordt pas definitief uit zijn ambt verwijderd na een opzeggingstermijn waarvan de duur wordt vastgesteld volgens het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. | |
| 2 | 2 | Deze opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de betekening van de beslissing bedoeld in artikel 61. | |
| 3 | − | Tijdens deze opzeggingstermijn wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld. Het kan door de inrichtende macht met een andere opdracht worden belast en het kan, naar rato van de grootte van zijn oorspronkelijke opdracht, worden vervangen. | |
| 3 | + | Tijdens deze opzeggingstermijn wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld en kan hij door de inrichtende macht met een andere opdracht worden belast en, uitgezonderd bij een ontslag volgens artikel 62, eerste lid, 6°, naar rato van de grootte van zijn oorspronkelijke opdracht worden vervangen. | |
| 4 | 4 | Het personeelslid ontvangt het brutosalaris verbonden aan het ambt waarin het vastbenoemd was. | |
| 5 | 5 | Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn. |
| 1 | − | § 1. Bij de overheveling van een hbo5- of SLO-opleiding in het volwassenenonderwijs verkrijgen de personeelsleden die tijdens het schooljaar voorafgaand aan de overheveling tewerkgesteld zijn in een betrekking in deze hbo5- of SLO-opleiding, de hoedanigheid van personeelslid van de inrichtende macht die deze hbo5- of SLO-opleiding overneemt ten belope van de opdracht waarin ze tijdens het schooljaar voorafgaand aan de overheveling tewerkgesteld waren. | |
| 2 | − | Deze personeelsleden gaan, al naargelang ze vastbenoemd of tijdelijk aangesteld zijn, over als vastbenoemde of tijdelijk aangestelde personeelsleden De personeelsleden die voor de overheveling recht hadden op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, zoals vermeld in artikel 23, § 3, en artikel 23bis, § 3, van dit decreet of in artikel 21, § 3, en artikel 21bis, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, behouden dit recht na de overheveling. | |
| 3 | − | De diensten die het personeelslid volgens de bepalingen van dit decreet of volgens de bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs gepresteerd heeft in een ambt, betrekking, opleiding, module of vak bij de inrichtende macht waartoe de HBO5- of SLO-opleiding voor de overheveling behoorde, worden geacht ook gepresteerd te zijn in hetzelfde ambt, dezelfde betrekking, dezelfde opleiding, dezelfde module of hetzelfde vak bij de inrichtende macht waartoe de HBO5- of SLO-opleiding na de overheveling behoort. | |
| 4 | − | Een kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, die geldt bij de inrichtende macht waartoe de hbo5- of SLO-opleiding voor de overheveling behoorde, wordt geacht ook gedaan te zijn bij de inrichtende macht waartoe de hbo5- of SLO-opleiding na de overheveling behoort. | |
| 5 | − | § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan een personeelslid afzien van de hoedanigheid van personeelslid van de inrichtende macht die de hbo5- of SLO-opleiding overneemt als de hbo5-opleiding wordt overgenomen door een instelling die behoort tot een ander net. | |
| 6 | − | In afwijking van paragraaf 1 kan een vastbenoemd personeelslid afzien van de hoedanigheid van personeelslid van de inrichtende macht die de hbo5- of SLO-opleiding overneemt, op voorwaarde dat dit personeelslid na de overheveling van de hbo5- of SLO-opleiding bij de inrichtende macht die de hbo5- of SLO-opleiding overhevelt niet ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking of niet bijkomend ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking, tenzij dit personeelslid kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking voor de duur van een volledig schooljaar. |
| 4 | 4 | 2° bis een beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan uitgeoefend worden als vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur; | |
| 5 | 5 | 3° beroepsprofiel : een geordende opsomming van taken die door de ervaren beroepsbeoefenaar worden uitgeoefend en van de kwaliteitsnormen en beroepsvereisten die daarvoor gelden; | |
| 6 | + | 3° bis bevolkingsdichtheid : het aantal inwoners per km² in de vestigingsplaats volgens de meest recente berekening van de federale instantie die bevoegd is voor de coördinatie van de openbare statistiek. Voor de vestigingsplaats tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wordt de totale bevolking van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km². De in aanmerking te nemen bevolkingsdichtheid voor een centrum met meerdere vestigingsplaatsen wordt vastgesteld op grond van volgende berekening : de totale bevolking van deze gemeenten wordt gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km²; | |
| 6 | 7 | 4° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie; | |
| 7 | 8 | 5° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden; | |
| 11 | 12 | 9° contactonderwijs : onderwijs in een rechtstreeks contact tussen de leraar of begeleider van een onderwijsactiviteit en de cursist, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking; | |
| 12 | 13 | 10° cursist : een deelnemer aan het volwassenenonderwijs die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en ingeschreven is; | |
| 13 | − | 11° deelcertificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie, het secundair volwassenenonderwijs of de specifieke lerarenopleidingen met goed gevolg heeft beëindigd; | |
| 14 | + | 11° deelcertificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie of het secundair volwassenenonderwijs met goed gevolg heeft beëindigd; | |
| 14 | − | 12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair of het hoger onderwijs heeft beëindigd; | |
| 15 | + | 12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair onderwijs heeft beëindigd; | |
| 15 | 16 | 13° eindtermen : minimumdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes die de Vlaamse Gemeenschap noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie; | |
| 16 | 17 | 14° evaluatiereglement : het onderdeel van het centrumreglement waarin de evaluatieprocedure en alle evaluatievoorwaarden vastgesteld worden; | |
| 17 | 18 | 14° bis examencommissie : de examencommissie zoals bedoeld in artikel 17sexies van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, artikel 19sexies van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 50 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs en artikel 128sexies; | |
| 19 | + | 14° ter financieringspunten : de punten om de financierbare of subsidieerbare vte of leraarsuren, punten en werkingsmiddelen van de centra te bepalen, ongewogen berekend tegen 80 % op basis van het aantal lesurencursist per ingeschreven module en tegen 20 % op basis van het aantal lesurencursist per geslaagde module en vervolgens gewogen met de puntengewichten en de kwalificatiebonus; | |
| 18 | 20 | 15° fusie : de samenvoeging tot één centrum van twee of meer centra; | |
| 19 | 21 | 16° gecombineerd onderwijs : een combinatie van contactonderwijs en afstandsonderwijs; | |
| 20 | 22 | 16° bis gedetineerden : personen die ter uitvoering van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel verblijven in een Belgische gevangenis, personen die krachtens artikel 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten geïnterneerd zijn, personen die met toepassing van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, of van artikel 606 van het Wetboek van strafvordering, verblijven in een gesloten federaal centrum, voor zover de gevangenis, de instelling waarin de betrokkene is geïnterneerd of het gesloten federaal centrum hetzij gelegen is in het Nederlandse taalgebied of in Brussel-Hoofdstad, hetzij elders gelegen is en daarvoor een overeenkomst met de bevoegde overheid werd gesloten; | |
| 21 | 23 | 17° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van een centrum is ondergebracht; | |
| 22 | − | 18° inburgeraar : een natuurlijk persoon zoals vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid; | |
| 24 | + | 18° inburgeraar : een natuurlijk persoon als vermeld in artikel 2, eerste lid, 7°, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid; | |
| 23 | 25 | 18° bis jaar : een kalenderjaar; | |
| 24 | 26 | 18° ter kwalificatieniveau : een onderverdeling van de kwalificatiestructuur gebaseerd op niveaudescriptoren vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur; | |
| 28 | 30 | 22° leerplan : plan waarin het centrumbestuur uitdrukkelijk de doelen voor zijn cursisten formuleert vanuit het eigen agogische project; | |
| 29 | 31 | 23° leertrajectbegeleiding : de begeleiding van een cursist tijdens het leerproces, waarbij het leertraject kan worden aangepast aan de behoeften van de cursist en waarbij de doorstroming naar vervolgopleidingen of werk wordt ondersteund; | |
| 30 | − | 24° leraarsuren : het aantal lestijden voor een schooljaar aan een Centrum voor Volwassenenonderwijs toegekend om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie in de ambten van leraar secundair volwassenenonderwijs of een lector te bepalen; | |
| 32 | + | 24° leraarsuren : het aantal lestijden voor een schooljaar aan een Centrum voor Volwassenenonderwijs toegekend om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie in de ambten van leraar secundair volwassenenonderwijs te bepalen; | |
| 31 | 33 | 25° lesplaats : alle gebouwde of ongebouwde onroerende goederen die gevestigd zijn op eenzelfde kadastraal perceel of aaneensluitende percelen en die volledig of gedeeltelijk door personeelsleden van een centrum gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten met uitzondering van stages en buitenschoolse activiteiten; | |
| 32 | 34 | 26° lestijd : een periode van zestig minuten als eenheid voor de duur van een onderwijsactiviteit georganiseerd door een Centrum voor Basiseducatie, een periode van vijftig minuten als eenheid voor de duur van een onderwijsactiviteit georganiseerd door een Centrum voor Volwassenenonderwijs; | |
| 33 | 35 | 27° lesurencursist : het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal lestijden van een module met het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten; | |
| 34 | 36 | 28° lokaal comité : het lokale overleg- of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is op het vlak van arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden; | |
| 35 | − | 29° module: het kleinste te certificeren deel van een opleiding, met uitzondering van deze in het hoger beroepsonderwijs waar modules verder worden onderverdeeld in opleidingsonderdelen, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud, omvang en een bepaald niveau; | |
| 37 | + | 29° module: het kleinste te certificeren deel van een opleiding dat overeenstemt met een bepaalde inhoud, omvang en een bepaald niveau; | |
| 36 | 38 | 29° bis onderwijsinspectie : de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, voor zover belast met taken op het gebied van het volwassenenonderwijs; | |
| 37 | 39 | 30° openleercentrum : didactische term voor een speciaal uitgeruste ruimte in een centrum waar cursisten al dan niet onder begeleiding zelfstandig leren; | |
| 46 | 48 | 38° schooljaar : de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar; | |
| 47 | 49 | 39° specifieke eindtermen : doelen met betrekking tot de vaardigheden, de specifieke kennis, inzichten en attitudes waarover een cursist beschikt om vervolgonderwijs aan te vatten; | |
| 48 | − | 40° structuuronderdeel : een studiegebied van het secundair volwassenenonderwijs, een opleiding van de basiseducatie, het hoger beroepsonderwijs, een specifieke lerarenopleiding of het geheel van het onderwijsaanbod georganiseerd in een vestigingsplaats van een centrum; | |
| 50 | + | 40° structuuronderdeel : een studiegebied van het secundair volwassenenonderwijs, een opleiding van de basiseducatie of het geheel van het onderwijsaanbod georganiseerd in een vestigingsplaats van een centrum; | |
| 49 | − | 41° studiegebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen in het secundair volwassenenonderwijs of in het hoger beroepsonderwijs; | |
| 51 | + | 41° studiegebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen in het secundair volwassenenonderwijs; | |
| 50 | 52 | 42° ... | |
| 51 | − | 42° bis studieomvang : het aantal studiepunten toegekend aan een onderdeel of aan een opleiding; | |
| 52 | − | 43° studiepunt : een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten en waarmee de studieomvang van elke opleiding of elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt, als vermeld in artikel I.3, 67°, van de Codex Hoger Onderwijs; | |
| 53 | + | 42° bis ...; | |
| 54 | + | 43° ...; | |
| 53 | 55 | 44° vestigingsplaats : alle lesplaatsen van een centrum gelegen op het grondgebied van dezelfde gemeente of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; | |
| 54 | 56 | 45° VTE : het aantal voltijdse equivalenten voor een schooljaar aan een Centrum voor Basiseducatie toegekend om de subsidieerbare personeelsformatie in het ambt van leraar te bepalen; | |
| 55 | 57 | 46° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende Centra voor Volwassenenonderwijs en de erkende Centra voor Basiseducatie, vermeld in dit decreet; | |
| 56 | 58 | 47° werkingsgebied: de geografische omschrijving van aan elkaar grenzende gemeenten waarover het centrum voor basiseducatie zich uitstrekt en waarbinnen het centrum voor volwassenenonderwijs een hoofdvestigingsplaats aanwijst; | |
| 59 | + | 47° bis werkzoekende : de werkzoekende waarvan de opleiding kadert in een traject naar werk of een gepast opleidingsaanbod vastgesteld door VDAB; | |
| 57 | 60 | 48° wettig verblijf : de situatie van de vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of die gemachtigd is er zich te vestigen, of die volgens een geldig document in het Rijk mag verblijven, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. | |
| 2 | 2 | 1° basiseducatie; | |
| 3 | 3 | 2° secundair volwassenenonderwijs; | |
| 4 | − | 3° hoger beroepsonderwijs; | |
| 4 | + | 3°...; | |
| 5 | − | 4° specifieke lerarenopleidingen. | |
| 5 | + | 4° .... | |
| 3 | 3 | § 2. Het secundair volwassenenonderwijs omvat opleidingen die georganiseerd worden op het niveau van het voltijds secundair onderwijs, uitgezonderd de eerste graad en opleidingen die leiden naar een beroepskwalificatie van niveau 5, zoals bedoeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, voor zover deze beroepskwalificatie geen deel uitmaakt van een onderwijskwalificatie van niveau 5. | |
| 4 | 4 | De studiegebieden talen en Nederlands tweede taal en de door de Vlaamse Regering bepaalde opleidingen van het studiegebied bijzondere educatieve noden van het secundair volwassenenonderwijs worden ingedeeld in vier richtgraden, genummerd van 1 tot 4. | |
| 5 | − | § 3. Het hoger beroepsonderwijs is beroepsgericht onderwijs als vermeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. De bepalingen van voormeld decreet zijn onverminderd van toepassing op deze opleidingen. | |
| 6 | − | De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs hebben een minimale globale duur van twee jaar en een studieomvang van 90 of 120 studiepunten. | |
| 5 | + | § 3. .... | |
| 1 | − | Het hoger beroepsonderwijs wordt ingedeeld in de studiegebieden, vermeld in artikel II.71, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs. |
| 1 | − | De indeling van de leergebieden en studiegebieden in opleidingen en de concordantie tussen de categorieën technisch hoger onderwijs, economisch hoger onderwijs, agrarisch hoger onderwijs, paramedisch hoger onderwijs, sociaal hoger onderwijs, artistiek hoger onderwijs, pedagogisch hoger onderwijs en maritiem hoger onderwijs en de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs worden vastgelegd in bijlage I, die bij dit decreet gevoegd is. De Vlaamse Regering kan bijlage I aanpassen. | |
| 1 | + | De indeling van de leergebieden en studiegebieden in opleidingen worden vastgelegd in bijlage I, die bij dit decreet gevoegd is. De Vlaamse Regering kan bijlage I aanpassen. | |
| 2 | 2 | Het studiegebied aanvullende algemene vorming omvat ten minste de opleiding Aanvullende Algemene Vorming. Het studiegebied bedrijfsbeheer omvat ten minste de opleiding Bedrijfsbeheer. |
| 1 | − | De basiscompetenties zijn van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. |
| 1 | − | § 1. In afwijking van artikelen 24 en 25 bepalen de Centra voor Volwassenenonderwijs het opleidingsprogramma van de specifieke lerarenopleidingen op basis van de basiscompetenties van de leraar. Het opleidingsprogramma omvat een theoretisch gedeelte en een praktijkcomponent. De praktijkcomponent van het opleidingsprogramma omvat het geheel van praktijkgerichte onderwijsactiviteiten, preservicetraining of inservicetraining. | |
| 2 | − | § 2. De omvang van een specifieke lerarenopleiding bedraagt 60 studiepunten. De praktijkcomponent van een specifieke lerarenopleiding bedraagt 30 studiepunten. | |
| 3 | − | De Vlaamse Regering evalueert het effect van deze maatregel op de stagecapaciteit van de scholen uiterlijk voor september 2009. |
| 1 | − | § 1. Het beroepsprofiel van de leraar is de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes van de leraar bij zijn beroepsuitoefening. Het beroepsprofiel bevat de taken die een ervaren leraar verricht en zal verrichten in het licht van maatschappelijke en andere ontwikkelingen, zoals de grootstedelijke context, de taalvaardigheid in het Nederlands, de meertaligheid en de diversificatie van het onderwijsgebeuren. | |
| 2 | − | De Vlaamse Regering bepaalt het beroepsprofiel van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering legt het besluit binnen de zes maand na definitieve goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Indien het Vlaams Parlement dit besluit niet bekrachtigt binnen de zes maanden na de definitieve goedkeuring, houdt het op rechtskracht te hebben. | |
| 3 | − | § 2. De basiscompetenties van de leraar zijn de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes, waarover iedere afgestudeerde moet beschikken om op een volwaardige manier als beginnend leraar te kunnen fungeren. De basiscompetenties stellen de leraar in staat door te groeien naar het beroepsprofiel en worden rechtstreeks afgeleid van het beroepsprofiel. | |
| 4 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de basiscompetenties van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. |
| 1 | − | § 1. Onder preservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van een lerarenopleiding die men zonder een statutaire relatie met een centrum, instelling of school vervult. Onder inservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van de specifieke lerarenopleiding die men vervult als een personeelslid van een centrum, instelling of school. | |
| 2 | − | § 2. De Centra voor Volwassenenonderwijs organiseren de preservicetraining in samenwerking met de centra, instellingen of scholen. De preservicetraining wordt begeleid door een personeelslid van het Centrum voor Volwassenenonderwijs, de stagebegeleider genaamd, en een personeelslid van de school, het centrum of de instelling, dat belast is met het mentorschap. De Centra voor Volwassenenonderwijs sluiten een overeenkomst met de centra, instellingen of scholen. Die overeenkomst bevat onder meer : de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het centrum, de instelling of de school, de cursist en het Centrum voor Volwassenenonderwijs, waarbij de rol van het centrum, de instelling of de school in de evaluatie van de cursist wordt vastgelegd, de periode van het schooljaar waarin de preservicetraining plaatsgrijpt en de opdrachten die de stagiair moet opnemen. | |
| 3 | − | § 3. De inservicetraining gebeurt in de vorm van een leraar-in-opleidingsbaan, hierna de LIO-baan genoemd, en wordt uitgeoefend in een of meer instellingen van het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs , Centra voor Volwassenenonderwijs en Centra voor Basiseducatie. De leraar-in-opleiding wordt begeleid door een personeelslid van de school, het centrum of de instelling, dat belast is met het mentorschap. Bij wijze van uitzondering kan de cursist van de specifieke lerarenopleiding die houder is van een masterdiploma lichamelijke opvoeding een LIO-baan vervullen in het basisonderwijs. | |
| 4 | − | De LIO-baan moet op jaarbasis ten minste 500 uren-leraar (secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs), lesuren (buitengewoon secundair onderwijs), leraarsuren (volwassenenonderwijs), lestijden (in het basisonderwijs voor de master lichamelijke opvoeding) bedragen. De LIO-baan in een Centrum voor Basiseducatie bedraagt op jaarbasis ten minste 0,6 VTE. Op het einde van de LIO-baan wordt de cursist gedurende een assessment, voor de inservicetraining beoordeeld door het centrum, de instelling of de school enerzijds en het Centrum voor Volwassenenonderwijs anderzijds. Indien de leraar-in-opleiding er niet in slaagt deze 500 uren te presteren, kan hij dit tekort aanvullen met preservicetraining. | |
| 5 | − | Het centrum, de instelling of de school en het Centrum voor Volwassenenonderwijs sluiten een LIO-baanovereenkomst af. Een LIO-baanovereenkomst is een overeenkomst waarbij de voorwaarden worden vastgelegd die moeten toelaten dat cursisten in het kader van hun lerarenopleiding kennis of vaardigheden verwerven in een centrum, instelling of school via een tijdelijke aanstelling door het uitvoeren van arbeidsprestaties. De LIO-baanovereenkomst bevat onder meer : | |
| 6 | − | - de engagementen van het centrum, de instelling of de school ten aanzien van ondersteuning van leraren-in-opleiding; | |
| 7 | − | - de engagementen van het Centrum voor Volwassenenonderwijs ten aanzien van de begeleiding van de cursist/leraar-in-opleiding; | |
| 8 | − | - het aandeel van het centrum, de instelling of de school enerzijds en het Centrum voor Volwassenenonderwijs anderzijds in het assessment van de cursist. | |
| 9 | − | De leraar-in-opleiding in een instelling voor secundair onderwijs, voor deeltijds kunstonderwijs of in een centrum voor volwassenenonderwijs wordt aangesteld als tijdelijk personeelslid en is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding of het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs. | |
| 10 | − | De leraar-in-opleiding in een centrum voor basiseducatie wordt aangesteld als contractueel personeelslid zoals bedoeld in artikel 127, 1°. | |
| 11 | − | § 4. De Vlaamse Regering evalueert het systeem van de LIO-baan : | |
| 12 | − | - op het einde van het schooljaar 2007-2008; | |
| 13 | − | - op het einde van het schooljaar 2008-2009. | |
| 14 | − | Vanaf het schooljaar 2009-2010 wordt het systeem van de LIO-baan vijfjaarlijks geëvalueerd. |
| 1 | − | § 1. Voor de opleidingen van de studiegebieden, vermeld in artikel 8, en voor de specifieke lerarenopleidingen wordt één studiepunt gelijkgesteld aan twaalf lestijden. | |
| 2 | − | Voor de berekening van de financiering of subsidiëring van de opleidingen, vermeld in het eerste lid, wordt het aantal lestijden, zoals berekend in het eerste lid, in aanmerking genomen. | |
| 3 | − | § 2. De centra voor volwassenenonderwijs delen de opleidingsprogramma »s, vermeld in artikel 17, § 1, in modules in en leggen het aantal lestijden per module vast. |
| 1 | − | De Centra voor Volwassenenonderwijs bouwen de specifieke lerarenopleidingen overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling op vanaf het schooljaar 2007-2008. |
| 1 | − | § 1. Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, moet de cursist voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht. | |
| 2 | − | Daarenboven moet de cursist beschikken over een van de volgende studiebewijzen : | |
| 3 | − | 1° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, dat minstens drie jaar behaald is; | |
| 4 | − | 2° een diploma van het secundair onderwijs; | |
| 5 | − | 3° een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimum 900 lestijden; | |
| 6 | − | 4° een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimum 900 lestijden; | |
| 7 | − | 4° bis een certificaat van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 8 | − | 5° een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie; | |
| 9 | − | 6° een diploma van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 10 | − | 7° een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan; | |
| 11 | − | 8° een diploma van bachelor of master; | |
| 12 | − | 9° een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met een van de voorgaande diploma's. Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het centrumbestuur personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of een getuigschrift hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een opleiding hoger beroepsonderwijs. | |
| 13 | − | § 2. In afwijking van § 1, tweede lid, neemt het centrumbestuur in zijn centrumreglement afwijkende toelatingsvoorwaarden op. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen enkel rekening houden met de volgende elementen : | |
| 14 | − | 1° humanitaire redenen; | |
| 15 | − | 2° medische, psychische of sociale redenen; | |
| 16 | − | 3° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een door het centrumbestuur georganiseerde toelatingsproef. | |
| 17 | − | De toelatingsproef, vermeld in 3°, wordt uiterlijk de vijfde dag voor het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd en gaat na of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de module in kwestie aan te vangen. De directeur kan de organisatie van een toelatingsproef op verzoek van de cursist niet weigeren. | |
| 18 | − | De directeur van het centrum maakt op basis van de resultaten van de toelatingsproef een beoordeling op in de vorm van een schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de cursist. | |
| 19 | − | De modaliteiten met betrekking tot de toelatingsproef worden opgenomen in het centrumreglement. |
| 1 | − | § 1. Om als cursist toegelaten te worden tot een specifieke lerarenopleiding, moet de cursist voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht. | |
| 2 | − | Daarenboven moet de cursist beschikken over een van de volgende studiebewijzen : | |
| 3 | − | 1° een diploma van het secundair onderwijs; | |
| 4 | − | 2° een diploma van het hoger onderwijs; | |
| 5 | − | 3° een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met een van de voorgaande diploma's. Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het centrumbestuur personen, die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een specifieke lerarenopleiding. | |
| 6 | − | § 2. In afwijking van § 1, tweede lid, moeten de cursisten van de specifieke lerarenopleiding, die geen diploma secundair onderwijs behaald hebben, een door de Vlaamse Regering vast te leggen brugprogramma volgen. | |
| 7 | − | In afwijking van het eerste lid kunnen deze cursisten toegelaten worden tot de opleiding op basis van een toelatingsproef die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de specifieke lerarenopleiding te volgen. | |
| 8 | − | Deze toelatingsproef wordt uiterlijk de vijfde dag voor het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd. | |
| 9 | − | De directeur kan de organisatie van een toelatingsproef op verzoek van de cursist niet weigeren. De directeur van het centrum maakt op basis van de resultaten van de toelatingsproef een beoordeling op in de vorm van een schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de cursist. | |
| 10 | − | De modaliteiten met betrekking tot de toelatingsproef worden opgenomen in het centrumreglement. |
| 1 | − | § 1. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 31, 32, 33, 34 en 34bis, worden , met uitzondering van de opleidingen vanaf het niveau richtgraad 2 van de studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Europese talen richtgraad 3 en 4, Hebreeuws, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen, geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende organisatie of een niet-sequentieel geordende module. | |
| 1 | + | § 1. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 31, 32 en 33, worden , met uitzondering van de opleidingen vanaf het niveau richtgraad 2 van de studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Europese talen richtgraad 3 en 4, Hebreeuws, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen, geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende organisatie of een niet-sequentieel geordende module. | |
| 2 | 2 | Om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding vanaf het niveau richtgraad 2 van de studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Europese talen richtgraad 3 en 4, Hebreeuws, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen, met uitzondering van de opleidingen Deens richtgraad 4, Duits richtgraad 4, Engels richtgraad 4, Frans richtgraad 4, Italiaans richtgraad 4, Portugees richtgraad 4, Spaans richtgraad 4 en Zweeds richtgraad 4, moet de cursist kunnen aantonen dat hij de basiscompetenties heeft behaald van de opleiding op het niveau van de voorgaande richtgraad. | |
| 3 | 3 | Voor de opleidingen vanaf het niveau richtgraad 2 van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 gelden de volgende aanvullende toelatingsvoorwaarden: | |
| 5 | 5 | 2° om toegelaten te worden tot de aanvangsmodule met mondelinge basiscompetenties moet de cursist kunnen aantonen dat hij de mondelinge basiscompetenties heeft behaald op het niveau van de voorgaande richtgraad. | |
| 6 | 6 | In afwijking van het eerste lid en in uitvoering van federale, Europese of andere hiërarchisch hogere regelgeving voortvloeiende verplichtingen, kan de Vlaamse Regering aanvullende toelatingsvoorwaarden bepalen om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende organisatie of tot een niet-sequentieel geordende module. | |
| 7 | − | § 2. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikelen artikel 31, 32, 33, 34 en 34bis, moet aan één van volgende voorwaarden voldaan zijn om als cursist toegelaten te worden tot een sequentieel geordende module : | |
| 7 | + | § 2. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 31, 32 en 33, moet aan één van volgende voorwaarden voldaan zijn om als cursist toegelaten te worden tot een sequentieel geordende module : | |
| 8 | − | 1° de cursist beschikt over het deelcertificaat of modulebewijs van een sequentieel voorafgaande module in een leertraject; | |
| 8 | + | 1° de cursist beschikt over het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module in een leertraject; | |
| 9 | 9 | 2° de cursist beschikt over een welbepaald attest of certificaat van een andere opleidings- of vormingsinstelling. De Vlaamse Regering bepaalt welk attest of certificaat toegang geeft tot welke sequentieel geordende modules; | |
| 10 | 10 | 3° de cursist beschikt over een titel van beroepsbekwaamheid, zoals vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en in het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van 23 september 2005 van het decreet betreffende de titel van beroepsbekwaamheid. De Vlaamse Regering bepaalt welke titel van beroepsbekwaamheid toegang geeft tot welke sequentieel geordende modules; | |
| 1 | 1 | § 1. Een evaluatie is een deskundige beoordeling van de mate waarin de cursist de doelstellingen uit het goedgekeurde leerplan of het opleidingsprofiel heeft bereikt. | |
| 2 | 2 | Een evaluatie kan georganiseerd worden in de vorm van een permanente evaluatie of in de vorm van een afsluitende evaluatie. | |
| 3 | − | Het centrum organiseert voor elke module en in het hoger beroepsonderwijs ook voor elk opleidingsonderdeel een evaluatie. | |
| 3 | + | Het centrum organiseert voor elke module een evaluatie. | |
| 4 | − | § 2. In het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleidingen kan een tweede evaluatieperiode georganiseerd worden. | |
| 4 | + | § 2. ... |
| 5 | 5 | 4° de samenstelling van de evaluatiecommissies; | |
| 6 | 6 | 5° de wijze van beraadslaging door de evaluatiecommissies en bekendmaking van de evaluatieresultaten; | |
| 7 | − | 6° de voorwaarden waaronder in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleidingen een tweede evaluatieperiode georganiseerd wordt; | |
| 8 | − | de procedure waarbij conflicten die plaatsvinden tussen de cursisten en de leden van de evaluatiecommissie voor de beraadslaging, worden behandeld of waarbij vermoede materiële vergissingen die na het afsluiten van de beraadslaging zijn vastgesteld, kunnen worden rechtgezet; | |
| 7 | + | 6° de procedure waarbij conflicten die plaatsvinden tussen de cursisten en de leden van de evaluatiecommissie voor de beraadslaging, worden behandeld of waarbij vermoede materiële vergissingen die na het afsluiten van de beraadslaging zijn vastgesteld, kunnen worden rechtgezet; | |
| 9 | − | de procedure voor vrijstelling van evaluaties en voor de regeling van betwistingen hierover. | |
| 8 | + | 7° de procedure voor vrijstelling van evaluaties en voor de regeling van betwistingen hierover | |
| 1 | − | § 1. Een deelcertificaat bekrachtigt een module. In het hoger beroepsonderwijs wordt een module bekrachtigd met een modulebewijs. | |
| 1 | + | § 1. Een deelcertificaat bekrachtigt een module. | |
| 2 | 2 | Bij een deelcertificaat van een open module als vermeld in artikel 25bis wordt steeds een deelcertificaatsupplement uitgereikt, waarin het centrumbestuur de eindtermen of basiscompetenties van die module opneemt. De Vlaamse Regering bepaalt het model van deelcertificaatsupplement en de nadere modaliteiten met betrekking tot de uitreiking ervan. | |
| 3 | + | § 1bis. Een bewijs van deelkwalificatie bekrachtigt een samenhangend geheel van competenties uit eenzelfde beroepskwalificatie en biedt uitstroomkansen in een smaller deel van de arbeidsmarkt dan de volledige beroepskwalificatie. | |
| 3 | 4 | § 2. Een certificaat bekrachtigt : | |
| 4 | − | 1° een opleiding, met uitzondering van de opleidingen vermeld in § 3, § 4, § 5 en § 6; | |
| 5 | + | 1° een opleiding, met uitzondering van de opleidingen vermeld in paragraaf 3 en paragraaf 4; | |
| 5 | 6 | 2° een opleiding in afstandsonderwijs als dat onderwijs dezelfde structuur en dezelfde basiscompetenties of eindtermen respecteert als door de Vlaamse Gemeenschap erkend onderwijs, als dat onderwijs een evaluatieprocedure gebruikt die door de Vlaamse Regering is goedgekeurd en een controle door de Vlaamse Regering aanvaard wordt. | |
| 6 | 7 | § 3. Een getuigschrift bekrachtigt de opleiding bedrijfsbeheer in het studiegebied Bedrijfsbeheer. | |
| 7 | 8 | § 4. Een diploma van het secundair onderwijs bekrachtigt : | |
| 8 | 9 | 1° de opleidingen economie-moderne talen, economie-wiskunde, humane wetenschappen ASO3, moderne talen-wetenschappen, moderne talen-wiskunde en wetenschappen-wiskunde van het studiegebied algemene vorming; | |
| 9 | − | 2° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5 of een diploma van gegradueerde; | |
| 10 | + | 2° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5 of een diploma of graad van gegradueerde; | |
| 10 | 11 | 2° bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42; | |
| 11 | 12 | 3° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan aanvullende algemene vorming of algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs. | |
| 12 | − | § 5. Een diploma van leraar bekrachtigt een specifieke lerarenopleiding, zoals vermeld in artikel 17, § 1. | |
| 13 | − | § 6. Een diploma van gegradueerde bekrachtigt een opleiding van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 14 | − | Diegene aan wie overeenkomstig dit decreet het diploma van gegradueerde (in het Engels vertaald als associate degree) is verleend met of zonder nadere specificatie, is gerechtigd tot het voeren van de overeenkomstige titel van gegradueerde met of zonder nadere specificatie. | |
| 15 | − | Bij een diploma van gegradueerde wordt steeds een diplomasupplement uitgereikt. Dit is een document dat de inhoud van de studies van de cursist en de structuur van het onderwijs in het land waar de cursist gestudeerd heeft, verduidelijkt. | |
| 16 | − | De Vlaamse Regering bepaalt het model van diplomasupplement en de nadere modaliteiten met betrekking tot het uitreiken van een diplomasupplement. | |
| 13 | + | § 5. .... | |
| 14 | + | § 6. .... |
| 1 | − | Artikel II.122 en II.125 van de Codex Hoger Onderwijs, zijn van toepassing op de specifieke lerarenopleidingen. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering kan initiatieven nemen met betrekking tot de kwaliteitszorg van de lerarenopleidingen door een beleidsevaluatie te organiseren. Deze zal worden uitgevoerd door een commissie van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de commissie. | |
| 2 | − | Een beleidsevaluatie zal onder meer aandacht hebben voor de mate waarin de centra, hogescholen en universiteiten een beleid voeren inzake taalvaardigheid van de cursisten of studenten in het Nederlands en voor de mate waarin de preservicetraining voorbereidt op de verschillende onderwijsvormen. De resultaten van deze evaluatie zullen worden vastgelegd in een openbaar verslag dat voorgelegd wordt aan het Vlaams Parlement. |
| 1 | − | De bepalingen, vermeld in artikel 161/1 en titel II, hoofdstuk II, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, zijn van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. |
| 3 | 3 | 2° georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een centrumbestuur; | |
| 4 | 4 | 3° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden inzake hygiëne en bewoonbaarheid voldoen; | |
| 5 | − | 4° de controle door de onderwijsinspectie of, indien het gaat om opleidingen van het hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding, een ander daarvoor door de Vlaamse Regering aangewezen orgaan mogelijk maken; | |
| 5 | + | 4° de controle door de onderwijsinspectie mogelijk maken; | |
| 6 | 6 | 5° beschikken over didactisch materiaal en een centrumuitrusting die beantwoorden aan de agogische vereisten; | |
| 7 | 7 | 6° de bepalingen naleven over de taalregeling en de taalkennis van het personeel; | |
| 2 | 2 | Een vrij centrum wordt opgericht door een natuurlijke persoon of door een privaatrechtelijke rechtspersoon. | |
| 3 | 3 | Een officieel centrum wordt opgericht door een publiekrechtelijke rechtspersoon. | |
| 4 | − | § 2. De Centra voor Volwassenenonderwijs worden uitsluitend erkend voor de organisatie van secundair volwassenenonderwijs, specifieke lerarenopleiding of hoger beroepsonderwijs. | |
| 4 | + | § 2. De Centra voor Volwassenenonderwijs worden uitsluitend erkend voor de organisatie van secundair volwassenenonderwijs. | |
| 5 | 5 | § 3. De centra, vermeld in § 1 en § 2, dragen de naam Centrum voor Volwassenenonderwijs, afgekort CVO. Die benaming kan aangevuld worden met een eigen specifieke benaming. Een andere instelling kan de benaming Centrum voor Volwassenenonderwijs niet dragen. | |
| 1 | 1 | § 1. De Centra voor Volwassenenonderwijs kunnen de volgende bevoegdheden uitoefenen : | |
| 2 | − | 1° de organisatie van de opleidingen die behoren tot de studiegebieden, vermeld in artikelen 7 en 8, en de organisatie van de specifieke lerarenopleidingen voor zover het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor onderwijsbevoegdheid heeft; | |
| 2 | + | 1° de organisatie van de opleidingen die behoren tot de studiegebieden, vermeld in artikel 7, voor zover het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor onderwijsbevoegdheid heeft; | |
| 3 | 3 | 2° de organisatie van openleercentra; | |
| 4 | 4 | 3° de organisatie van activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten; | |
| 6 | 6 | 5° ... | |
| 7 | 7 | 6° het assessment van de bekwaamheid die iemand via formeel of non-formeel leren heeft verworven om een bepaald beroep uit te oefenen, volgens de procedures, vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid. | |
| 8 | − | § lbis. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming zijn ertoe gehouden om op verzoek van een cursist daadwerkelijk een bepaalde module van deze opleiding te organiseren en voor elke cursist van de opleiding Aanvullende Algemene Vorming aantoonbaar een individuele leertrajectbegeleiding te organiseren. | |
| 8 | + | § 1bis. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming zijn ertoe gehouden om op verzoek van een cursist daadwerkelijk een bepaalde module van deze opleiding te organiseren en voor elke cursist van de opleiding Aanvullende Algemene Vorming aantoonbaar een individuele leertrajectbegeleiding te organiseren. | |
| 9 | 9 | Het centrum voor volwassenenonderwijs legt in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist. | |
| 10 | 10 | § 1ter. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor opleidingen van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 zijn ertoe gehouden om aantoonbaar voor elke cursist een individuele leertrajectbegeleiding te organiseren. | |
| 11 | 11 | Het centrum voor volwassenenonderwijs legt hiertoe in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist en in voorkomend geval ook met de vragen van de doorverwijzende instantie. | |
| 12 | − | § 2. De onderwijsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt vanaf 1 september 2017 per vestigingsplaats toegekend in de vorm van : | |
| 12 | + | § 2. De onderwijsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt vanaf 1 september 2017 voor het secundair volwassenenonderwijs per vestigingsplaats toegekend in de vorm van een studiegebied als vermeld in artikel 7. | |
| 13 | − | 1° een studiegebied als vermeld in artikel 7, voor het secundair volwassenenonderwijs; | |
| 14 | − | 2° een opleiding voor het hoger beroepsonderwijs en voor de specifieke lerarenopleidingen. | |
| 15 | 13 | § 2bis. Op 1 september 2017 heeft een centrum voor volwassenenonderwijs per vestigingsplaats onderwijsbevoegdheid voor de studiegebieden, vermeld in artikel 7, waartoe de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs behoren die het centrum in die vestigingsplaats effectief heeft georganiseerd tijdens minstens één van de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016, met uitzondering van de onderwijsbevoegdheden die het tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2016 heeft overgeheveld naar een ander centrum. Als het centrum voor volwassenenonderwijs tussen 31 januari 2014 en 2 februari 2017 onderwijsbevoegdheid heeft verworven, maar nog geen opleidingen kon organiseren, wijst het centrumbestuur daarvoor per studiegebied waartoe deze opleidingen behoren, uiterlijk op 1 september 2017 één vestigingsplaats aan. Als het centrum voor volwassenenonderwijs op 1 september 2016 door overheveling een vestigingsplaats heeft verworven, heeft het centrum in die vestigingsplaats op 1 september 2017 de onderwijs|Upbevoegdheid die het overhevelende centrum daar effectief heeft georganiseerd tijdens de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016. Als de Vlaamse Regering tussen 31 januari 2016 en 2 september 2016 de bevoegdheid verleende aan een centrum voor volwassenenonderwijs om in een bijkomende vestigingsplaats leraarsuren en ambten opgericht op basis van de puntenenveloppe aan te wenden, heeft het centrum op 1 september 2017 in die vestigingsplaats de onderwijsbevoegdheid die het daar effectief heeft georganiseerd tussen 1 september 2016 en 31 december 2016. | |
| 16 | 14 | Op 1 september 2017 heeft een centrum voor volwassenenonderwijs dat tijdens de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016 in een penitentiaire inrichting effectief opleidingen heeft georganiseerd, in die penitentiaire inrichting de onderwijsbevoegdheid die het in al zijn andere vestigingsplaatsen heeft. | |
| 17 | − | Op 1 september 2017 heeft een centrum voor volwassenenonderwijs per vestigingsplaats de onderwijsbevoegdheid voor de specifieke lerarenopleiding die het in die vestigingsplaats effectief heeft georganiseerd tijdens het schooljaar 2015-2016 en die bij de externe beoordeling, vermeld in artikel II.122 van de Codex Hoger Onderwijs, als voldoende werd beoordeeld. Een centrum voor volwassenenonderwijs dat na hervisitatie van de specifieke lerarenopleiding gevat is door een uitsluitingsbesluit van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel II.125 van de Codex Hoger Onderwijs, behoudt de onderwijsbevoegdheid gedurende de in het besluit van de Vlaamse Regering vastgestelde periode tot afbouw. | |
| 18 | − | Op 1 september 2017 heeft een centrum voor volwassenenonderwijs per vestigingsplaats waar het tijdens de schooljaren 2014-2015 of 2015-2016 een opleiding van het hoger beroepsonderwijs heeft georganiseerd, de onderwijsbevoegdheid voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die het op 1 september 2014 had of nadien verkregen heeft, met uitzondering van de onderwijsbevoegdheden die het tussen 1 september 2014 en 31 augustus 2016 heeft overgeheveld naar een ander centrum. Indien een centrum voor volwassenenonderwijs op 1 september 2016 is gestart met de organisatie van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs in een bepaalde vestigingsplaats, dan behoudt het centrum voor volwassenenonderwijs in die vestigingsplaats de bevoegdheid voor die opleiding. | |
| 19 | − | De Vlaamse Regering legt op basis van bovenstaande criteriaper vestigingsplaats van de centra voor volwassenenonderwijs een lijst vast met de onderwijsbevoegdheden voor de studiegebiedenvermeld in artikel 7, een lijst met de onderwijsbevoegdheden voor de specifieke lerarenopleidingen en een lijst met de onderwijsbevoegdheden voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 15 | + | De Vlaamse Regering legt op basis van de criteria, vermeld in het eerste en het tweede lid, per vestigingsplaats van de centra voor volwassenenonderwijs een lijst vast met de onderwijsbevoegdheden voor de studiegebieden, vermeld in artikel 7. | |
| 20 | 16 | De eerste lijsten geven de situatie weer op 1 september 2017. | |
| 21 | 17 | De Vlaamse Regering kan de lijsten, vermeld in het vorige lid, aanpassen op basis van wijzigingen van de onderwijsbevoegdheden en vestigingsplaatsen van een centrum voor volwassenenonderwijs die het gevolg zijn van het doorlopen van de procedures, vermeld in artikel 64 en artikel 65 | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor de toekenning van onderwijsbevoegdheid voor een of meerdere studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in een vestigingsplaats aan de besturen van de centra voor volwassenenonderwijs. | |
| 4 | 4 | Voor de toepassing van de bepalingen in het eerste en tweede lid wordt een penitentiaire inrichting beschouwd als vestigingsplaats. | |
| 5 | − | § 2. De onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs wordt aan het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs toegekend, conform titel II van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. | |
| 5 | + | § 2. ... | |
| 6 | − | § 3. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan de onderwijsbevoegdheid, verkregen via de procedures, vermeld in paragraaf 1 en 2, of verkregen via overheveling, uitsluitend uitoefenen in de vestigingsplaatsen waarvoor de onderwijsbevoegdheid is verkregen. | |
| 6 | + | § 3. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan de onderwijsbevoegdheid, verkregen via de procedures, vermeld in paragraaf 1, of verkregen via overheveling, uitsluitend uitoefenen in de vestigingsplaatsen waarvoor de onderwijsbevoegdheid is verkregen. | |
| 7 | 7 | § 4. In afwijking van paragraaf 3 kan de Vlaamse Regering omwille van dringende redenen aan het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs een bestaande onderwijsbevoegdheid voor een studiegebied vermeld in artikel 7 toekennen om gedurende maximaal één schooljaar in een andere vestigingsplaats uit te oefenen dan in de vestigingsplaats waarvoor ze was toegekend, als aan de onderstaande voorwaarden is voldaan : | |
| 8 | 8 | 1° er is een ondertekend akkoord van elk ander centrumbestuur dat in die vestigingsplaats dezelfde onderwijsbevoegdheid bezit; | |
| 9 | 9 | 2° er is een protocol van het lokaal comité van het aanvragende centrumbestuur. | |
| 10 | − | § 5. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering geen bijkomende onderwijsbevoegdheid aanvragen voor een specifieke lerarenopleiding. | |
| 10 | + | § 5. .... | |
| 11 | 11 | § 6. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs verliest de onderwijsbevoegdheid in de volgende gevallen : | |
| 12 | − | 1° voor een studiegebied als vermeld in artikel 7 van dit decreet, of de specifieke lerarenopleiding : | |
| 12 | + | 1° voor een studiegebied als vermeld in artikel 7 van dit decreet: | |
| 13 | 13 | a) als het die gedurende drie opeenvolgende schooljaren niet georganiseerd heeft, vanaf het daaropvolgende schooljaar of in het geval van onderwijsbevoegdheid in een penitentiaire inrichting als het die gedurende drie opeenvolgende schooljaren in geen enkele vestigingsplaats heeft uitgeoefend; | |
| 14 | 14 | b) als het vrijwillig afstand gedaan heeft van de onderwijsbevoegdheid; | |
| 15 | 15 | c) als het de onderwijsbevoegdheid overgeheveld heeft naar het bestuur van een ander centrum voor volwassenenonderwijs conform artikel 65 van dit decreet; | |
| 16 | − | d) als het centrum voor volwassenenonderwijs de erkenning voor het betreffende studiegebied of de specifieke lerarenopleiding verliest conform artikel 57 van dit decreet; | |
| 16 | + | d) als het centrum voor volwassenenonderwijs de erkenning voor het betreffende studiegebied verliest conform artikel 57 van dit decreet; | |
| 17 | − | 2° voor de specifieke lerarenopleiding als het niet deelneemt aan de externe beoordeling van de specifieke lerarenopleiding door een visitatiecommissie, vermeld in artikel II.122 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | |
| 17 | + | 2°... | |
| 18 | − | Om de onderwijsbevoegdheid voor een studiegebied als vermeld in artikel 7, opnieuw te verkrijgen, volgt het centrumbestuur de procedures, vermeld in paragraaf 1 en 2. | |
| 18 | + | Om de onderwijsbevoegdheid voor een studiegebied als vermeld in artikel 7, opnieuw te verkrijgen, volgt het centrumbestuur de procedures, vermeld in paragraaf 1. | |
| 1 | − | De besturen van de centra voor volwassenenonderwijs kunnen met de hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen en/of centra voor volwassenenonderwijs een overeenkomst sluiten over de organisatie van de lerarenopleidingen, met name onderwijs- en studieactiviteiten, de kwaliteitszorg en het gebruik van infrastructuur. | |
| 1 | + | De centra voor volwassenenonderwijs kunnen met de hogescholen of universiteiten een overeenkomst sluiten over de organisatie van de lerarenopleidingen voor het gebruik van infrastructuur. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering kan middelen toekennen voor initiatieven die de kwaliteit van de lerarenopleidingen verbeteren en/of de samenwerking tussen lerarenopleidingen bevorderen. Hiertoe zal ze minstens vijfjaarlijks de beleidsprioriteiten vastleggen. | |
| 2 | − | Deze initiatieven kunnen georganiseerd worden door hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen en/of centra voor volwassenenonderwijs, die één of meerdere lerarenopleidingen (zowel geïntegreerde lerarenopleidingen als specifieke lerarenopleidingen) organiseren. | |
| 3 | − | De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de toekenning van de middelen. |
| 1 | − | § 1. Een erkend Centrum voor Volwassenenonderwijs komt voor de financiering of subsidiëring voor het schooljaar n/n+1 in aanmerking wanneer het Centrum voor Volwassenenonderwijs tijdens de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n ten minste 120.000 lesurencursist heeft behaald. | |
| 1 | + | § 1. Een erkend centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor de studiegebieden als vermeld in artikel 7 komt voor de financiering of subsidiëring voor het schooljaar n/n+1 in aanmerking wanneer het centrum voor volwassenenonderwijs aan één van de volgende voorwaarden voldoet : | |
| 2 | − | § 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, komt een erkend Centrum voor Volwassenenonderwijs in aanmerking voor de financiering of subsidiëring van de opleidingen uit de studiegebieden, vermeld in artikel 8, als op het moment van toetreding tot het samenwerkingsverband zoals vermeld in artikel 4 en artikel 50, § 1, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, tijdens de referteperiode voorafgaand aan die toetreding, voor die opleidingen samen ten minste 60.000 lesurencursist heeft behaald. | |
| 2 | + | 1° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van meer dan 300 inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 ten minste 700.000 lesurencursist in het secundair volwassenenonderwijs behaald, waarbij de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n naar een ander centrum, niet meegerekend zijn; | |
| 3 | + | 2° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van meer dan 300 inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft op 1 september n ten minste de som van 700.000 lesurencursist in het secundair volwassenenonderwijs bereikt, waarvan een deel de lesurencursist zijn die door het centrum tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 zijn behaald en een deel de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n; | |
| 4 | + | 3° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van 300 of minder inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 ten minste 360.000 lesurencursist in het secundair volwassenenonderwijs behaald, waarbij de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n naar een ander centrum, niet meegerekend zijn; | |
| 5 | + | 4° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van 300 of minder inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft op 1 september n ten minste de som van 360.000 lesurencursist in het secundair volwassenenonderwijs bereikt, waarvan een deel de lesurencursist zijn die door het centrum tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 zijn behaald en een deel de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n; | |
| 6 | + | 5° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvan de hoofdvestigingsplaats op 1 januari 2017 in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in de rand- en taalgrensgemeenten of in de voormalige mijngemeente Beringen, Genk, Houthalen-Helchteren, Heusden-Zolder en Maasmechelen ligt, heeft tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 ten minste 525.000 lesurencursist behaald, waarbij de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n naar een ander centrum, niet meegerekend zijn; | |
| 7 | + | 6° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvan de hoofdvestigingsplaats op 1 januari 2017 in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in de rand- en taalgrensgemeenten of in de voormalige mijngemeente Beringen, Genk, Houthalen-Helchteren, Heusden-Zolder en Maasmechelen ligt, heeft op 1 september n ten minste de som van 525.000 in het secundair volwassenenonderwijs bereikt, waarvan een deel de lesurencursist zijn die door het centrum tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 zijn behaald en een deel de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n; | |
| 8 | + | 7° het centrum voor volwassenenonderwijs heeft onderwijsbevoegdheid voor maximaal één studiegebied als vermeld in artikel 7 en heeft tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 ten minste 200.000 lesurencursist in dit studiegebied behaald; | |
| 9 | + | 8° het centrum voor volwassenenonderwijs heeft onderwijsbevoegdheid voor maximaal één studiegebied als vermeld in artikel 7 en heeft op 1 september n ten minste de som van 200.000 lesurencursist bereikt, waarvan een deel de lesurencursist zijn die door het centrum tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 in dit studiegebied zijn behaald en een deel de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n; | |
| 10 | + | 9° het centrum voor volwassenenonderwijs heeft onderwijsbevoegdheid voor maximaal twee studiegebieden als vermeld in artikel 7, waarvan één studiegebied waarvoor op 1 februari 2017 geen enkel ander centrum voor volwassenenonderwijs onderwijsbevoegdheid heeft, en heeft tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 ten minste 200.000 lesurencursist in één van deze studiegebieden behaald. | |
| 3 | − | § 3. In afwijking van paragraaf 1 komt een Centrum voor Volwassenenonderwijs waarvan de hoofdvestigingsplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, of in de rand- en taalgrensgemeenten ligt, in aanmerking voor financiering of subsidiëring voor het schooljaar n/n+1 op voorwaarde dat het Centrum voor Volwassenenonderwijs tijdens de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart nten minste 60.000 lesurencursist heeft behaald. | |
| 11 | + | Een erkend centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor uitsluitend de studiegebieden, vermeld in artikel 8, en/of uitsluitend de specifieke lerarenopleiding komt voor de financiering of subsidiëring voor het schooljaar n/n+1 in aanmerking wanneer het centrum voor volwassenenonderwijs tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 ten minste 120.000 lesurencursist heeft behaald.. | |
| 12 | + | § 2. .... | |
| 13 | + | § 3. .... | |
| 4 | − | § 4. ... | |
| 14 | + | § 4. .... | |
| 5 | − | § 5. Een Centrum voor Volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs dat erkend is via de procedure, vermeld in artikel 61, § 2, komt alleen in aanmerking voor financiering of subsidiëring als hettijdens de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n ten minste 360.000 lesurencursist heeft behaald. | |
| 15 | + | § 5. Een Centrum voor Volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs dat erkend is via de procedure, vermeld in artikel 61, § 2, komt alleen in aanmerking voor financiering of subsidiëring wanneer het aan één van de volgende voorwaarden voldoet : | |
| 16 | + | 1° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van meer dan 300 inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 ten minste 850.000 lesurencursist behaald; | |
| 17 | + | 2° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van 300 of minder inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 ten minste 360.000 lesurencursist behaald. | |
| 6 | − | § 6. Als in de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart nniet langer voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, wordt de financiering of de subsidiëring van het structuuronderdeel of de structuuronderdelen in kwestie, zoals vermeld in paragraaf 1, van het Centrum voor Volwassenenonderwijs in kwestie afgebouwd tot nul vanaf het jaar n. | |
| 18 | + | § 6. Als in de referteperiodes van 1 januari n-2 tot en met 31 december n-1 niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, wordt de financiering of de subsidiëring van het structuuronderdeel of de structuuronderdelen in kwestie, zoals vermeld in paragraaf 1, van het centrum voor volwassenenonderwijs in kwestie afgebouwd tot nul vanaf het jaar n. | |
| 19 | + | Elk centrum dat de rationalisatienorm gedurende twee opeenvolgende referteperiodes niet bereikt heeft, moet op 1 september van het daaropvolgende schooljaar : | |
| 20 | + | 1° hetzij fusioneren met een andere centrum; | |
| 7 | − | De cursisten, ingeschreven in het Centrum voor Volwassenenonderwijs op het ogenblik dat beslist wordt tot afbouw, moeten de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek kunnen beëindigen. Met een normaal tijdsbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van drie schooljaren. | |
| 21 | + | 2° hetzij overgaan tot geleidelijke afbouw waarbij de cursisten, ingeschreven in het centrum voor volwassenenonderwijs op het moment dat beslist wordt tot afbouw, de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek moeten kunnen beëindigen. Met een normaal tijdsbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van drie schooljaren. | |
| 8 | − | Op verzoek van het betrokken centrumbestuur kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, voor een Centrum voor Volwassenenonderwijs een afwijking toestaan op de rationalisatienorm. De Vlaamse Regering bepaalt de periode waarvoor de afwijking geldt. Het centrumbestuur stuurt daarvoor uiterlijk op 15 april van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag aan de bevoegde administratie. | |
| 9 | − | § 7. Indien op het moment van de toetreding tot een samenwerkingsverband een Centrum voor Volwassenenonderwijs niet langer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, wordt de financiering of de subsidiëring van het structuuronderdeel hoger beroepsonderwijs van het Centrum voor Volwassenenonderwijs in kwestie afgebouwd tot nul vanaf het daaropvolgende schooljaar. | |
| 10 | − | De cursisten, ingeschreven in het Centrum voor Volwassenenonderwijs op het ogenblik dat beslist wordt tot afbouw, zoals vermeld in het eerste lid, moeten de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek kunnen beëindigen. Met een normaal tijdsbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van drie schooljaren. | |
| 11 | − | Op verzoek van het betrokken Centrum voor Volwassenonderwijs kan de Vlaamse Regering, een afwijking toestaan op de norm vermeld in paragraaf 2. Om van deze afwijking gebruik te kunnen maken moet het Centrum voor Volwassenenonderwijs voor alle opleidingen van het structuuronderdeel hoger beroepsonderwijs die het centrum organiseert bij toetreding tot het samenwerkingsverband, de in paragraaf 2 vermelde norm wel behaald hebben in de referteperiode 2011-2012 of 2012-2013 en moet het centrum kunnen aantonen toe te willen treden tot een samenwerkingsverband waarvan nog geen ander Centrum voor Volwassenenonderwijs lid is. Het centrumbestuur stuurt daarvoor uiterlijk op 15 april van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag aan de bevoegde administratie. | |
| 22 | + | § 7. .... |
| 1 | − | Als een Centrum voor Volwassenenonderwijs succesvol de accreditatie als bacheloropleiding verkrijgt voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs en die overdraagt naar een hogeschool, als vermeld in artikel II.138, II.155 en II.378, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs, dan worden de lesurencursist gegenereerd door die opleiding tijdens de laatste afgesloten referteperiode, nog vijf jaar na de overdracht meegeteld voor het bepalen van de aantallen lesuurcursist, vermeld in artikel 97. | |
| 1 | + | Als een Centrum voor Volwassenenonderwijs succesvol de accreditatie als bacheloropleiding verkrijgt voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs en die overdraagt naar een hogeschool, als vermeld in artikel II.138 en II.378, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs, dan worden de lesurencursist gegenereerd door die opleiding tijdens de laatste afgesloten referteperiode, nog vijf jaar na de overdracht meegeteld voor het bepalen van de aantallen lesuurcursist, vermeld in artikel 97. |
| 1 | − | Aan de cursisten van een centrum mogen buiten het inschrijvingsgeld geen andere kosten worden aangerekend, tenzij voor cursusmateriaal. Onder cursusmateriaal wordt verstaan alle benodigdheden die door het centrumbestuur als noodzakelijk voor het volgen van de module of in het hoger beroepsonderwijs het opleidingsonderdeel worden opgegeven en die door het centrumbestuur worden aangerekend. | |
| 1 | + | Aan de cursisten van een centrum mogen buiten het inschrijvingsgeld geen andere kosten worden aangerekend, tenzij voor cursusmateriaal. Onder cursusmateriaal wordt verstaan alle benodigdheden die door het centrumbestuur als noodzakelijk voor het volgen van de module worden opgegeven en die door het centrumbestuur worden aangerekend. | |
| 2 | 2 | Het cursusmateriaal wordt aangerekend tegen kostprijs en moet bij het begin van elk schooljaar geraamd worden en moet voor de inschrijving aan de cursisten meegedeeld worden. |
| 1 | − | Voor de administratieve en geldelijke rechtspositie van de personeelsleden die worden aangesteld in de specifieke lerarenopleiding geldt dezelfde regelgeving als deze die van toepassing is op de personeelsleden van het hoger beroepsonderwijs, in afwachting dat de Vlaamse Regering dit anders bepaalt. |
| 1 | − | De timing van de afbouw van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs zal bepaald worden door de Vlaamse Regering, rekening houdend met de bepalingen, vermeld in artikelen 160, 161 en 162 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. |
| 1 | − | De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs van minder dan 900 lestijden leiden in afwachting van de omvorming, zoals vermeld in artikel 158 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, tot een certificaat van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 1 | + | Op 1 september 2019 verliezen de centra voor volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en de bevoegdheid om de overeenstemmende diploma's van gegradueerde te verlenen. | |
| 2 | + | De centra voor volwassenenonderwijs sluiten een overeenkomst met een hogeschool als vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, die de betreffende opleidingen zal aanbieden. Die overeenkomst betreft de wijze waarop de ingeschreven cursisten hun opleiding kunnen voltooien. |
| 1 | − | In afwijking van artikel 109, § 2, wordt het inschrijvingsgeld van een lineair georganiseerde opleiding van het hoger beroepsonderwijs begrensd op 600 euro per schooljaar. |
| 2 | 2 | In afwijking van het eerste lid: | |
| 3 | 3 | 1° ... | |
| 4 | − | 2° gelden artikel 96 tot en met 99, 110/19 tot en met 110/27, 115/1 en 116 tot en met 120 niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs; | |
| 4 | + | 2° gelden artikel 96 tot en met 99, 115/1 en 116 tot en met 120 niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs; | |
| 5 | 5 | 3° gelden artikel 110/1 tot en met 110/18, 111 en 112, 123/2 tot en met 123/4, 123/6 tot en met 123/25 ook voor de leertijd. | |
| 6 | 6 | § 2. De bepalingen van deel IV van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs. | |
| 7 | 7 | De artikelen 216 en 242 tot en met 251/1 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs. | |
| 8 | + | De artikelen 253/1 tot en met 253/31 zijn enkel van toepassing op de scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied. De artikelen 253/33 tot en met 253/63 zijn enkel van toepassing op de scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. | |
| 9 | + | Artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, en artikel 253/52 tot en met 253/61 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd. | |
| 10 | + | Artikel 253/1 tot en met 253/61 zijn niet van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs. | |
| 8 | − | § 2/1. De bepalingen van deel III en deel IV van de codificatie zijn ook van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld en met behoud van toepassing van de bepalingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. | |
| 11 | + | § 2/1. De bepalingen van deel III en deel IV van de codificatie zijn ook van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld en met behoud van toepassing van de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | |
| 9 | 12 | § 3. De bepalingen van deel V van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van artikel 357, dat niet van toepassing is op het buitengewoon secundair onderwijs, maar enkel op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs. | |
| 13 | + | De artikelen 295/1 tot en met 295/15 zijn niet van toepassing op de ziekenhuisscholen. | |
| 10 | 14 | De artikelen 351 tot en met 356 gelden ook voor het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs. | |
| 11 | 15 | § 3/1. De bepalingen van deel V/1 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen. | |
| 12 | 16 | De bepalingen van deel V/2 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen. | |
| 13 | − | § 3/2. De bepalingen van deel V/3 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3 en 4 met duale structuuronderdelen. | |
| 17 | + | § 3/2. De bepalingen van deel V/3 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3 en 4 met duale structuuronderdelen.". | |
| 14 | 18 | § 4. Deel VI bevat een overzicht van de uitwerkingsdatum van de artikelen van de codificatie en deel VII wijzigt de verwijzingen naar artikelen die opgenomen zijn in de codificatie betreffende het secundair onderwijs. | |
| 15 | 19 | § 5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde internaten en semi-internaten. (1) | |
| 16 | − | § 6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111, 112, artikel 115 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253en 256/11. | |
| 20 | + | § 6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111, 112, artikel 115 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63, 256/11, 314/8 en 314/9. | |
| 1 | 1 | Hoger beroepsonderwijs, bestaande uit de opleiding verpleegkunde, is beroepsgericht onderwijs, leidt tot een erkende onderwijskwalificatie van kwalificatieniveau 5 die bestaat uit minstens één erkende beroepskwalificatie van kwalificatieniveau 5, en wordt bekrachtigd met een diploma van gegradueerde. Het hoger beroepsonderwijs heeft een duurtijd van zes semesters. Bij modulaire organisatie kan het hoger beroepsonderwijs voor de cursisten starten hetzij op 1 september hetzij op 1 februari, bij niet-modulaire organisatie enkel op 1 september. | |
| 2 | − | Het hoger beroepsonderwijs wordt georganiseerd enerzijds overeenkomstig de codificatie van de bepalingen betreffende het secundair onderwijs en anderzijds overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. | |
| 2 | + | Het hoger beroepsonderwijs wordt georganiseerd enerzijds overeenkomstig de codificatie van de bepalingen betreffende het secundair onderwijs en anderzijds overeenkomstig de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | |
| 3 | 3 | Met inachtname van de voorwaarde inzake studieomvang zoals bepaald in de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad, dient de school, buiten de wekelijkse lessentabel, aan de cursisten verpleegkunde gedurende de volledige duur van de opleiding en naar rata van ten minste 4 wekelijkse lestijden, opleidingsgebonden persoonlijke activiteiten op te leggen. De klassenraad beslist autonoom over de vorm en inhoud van deze activiteiten. De resultaten van de door de cursist uitgevoerde activiteiten worden in aanmerking genomen bij zijn of haar evaluatie door de klassenraad. (131) |
| 1 | 1 | In dit decreet wordt verstaan onder : | |
| 2 | − | 1° aanvrager : een leerling, student of de wettelijke vertegenwoordiger bij wie de leerling of student op 31 december van het school- of academiejaar in kwestie zijn hoofdverblijfplaats heeft, die een aanvraag voor een toelage indient; | |
| 2 | + | 1° aanvrager : een student of de wettelijke vertegenwoordiger bij wie de student op 31 december van het academiejaar in kwestie zijn hoofdverblijfplaats heeft, die een aanvraag voor een toelage indient; | |
| 3 | 3 | 2° academiejaar : periode van één jaar die op zijn vroegst op 1 september en uiterlijk op 1 oktober begint en die eindigt op de dag voor het begin van het volgende academiejaar. Als conform de vigerende wetgeving uitzonderlijk wordt afgeweken van de bovenvermelde definitie, wordt voor de aanvraag van een studietoelage de opleiding die begint na 31 december en eindigt na 30 september beschouwd als behorend tot het academiejaar, zoals hierboven bepaald, waarin de opleiding eindigt; | |
| 4 | 4 | 3° ... | |
| 6 | 6 | 5° ...; | |
| 7 | 7 | 6° buitenland : gebied buiten het grondgebied van het rijk; | |
| 8 | − | 7° deeltijds leerplichtonderwijs : het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd, gesubsidieerd of erkend deeltijds secundair onderwijs dat aan een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling gevolgd wordt, evenals de vormingsprogramma's aan instellingen die door de Vlaamse Gemeenschap zijn erkend voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in toepassing van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht; | |
| 8 | + | 7° ...; | |
| 9 | 9 | 8° afdeling Studietoelagen : de afdeling Studietoelagen van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming die verantwoordelijk is voor de studiefinanciering; | |
| 10 | 10 | 9° diplomacontract : begrip als vermeld in artikel I.3, 20°, van de Codex Hoger Onderwijs; | |
| 11 | 11 | 9° bis diplomajaar : het academiejaar waarin een student zich met een diplomacontract inschrijft voor een opleiding zoals bedoeld in artikel 21, § 1, en dat academiejaar voor die opleiding een diploma kan behalen of zijn schakel- of voorbereidingsprogramma kan voltooien. | |
| 12 | − | 10° erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs : begrip, gedefinieerd conform hoofdstuk VII van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, zoals gewijzigd; | |
| 13 | − | 11° erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor voltijds of deeltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs : begrip, gedefinieerd overeenkomstig de artikel 13 tot en met artikel 15 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs; | |
| 12 | + | 10° ...; | |
| 13 | + | 11° ...; | |
| 14 | 14 | 12° Europese Hogeronderwijsruimte : alle Europese landen en regio's die de Bolognaverklaring, Joint Declaration of the European Ministers of Education Convened in Bologna on the 19th of June 1999, hebben ondertekend, of die de Bolognaverklaring na die datum hebben onderschreven en die op een Bolognafollow-upconferentie van Europese ministers, bevoegd voor het hoger onderwijs, als lid van het Bolognaproces zijn aanvaard; | |
| 15 | 15 | 13° fiscaal ten laste : ten laste volgens artikelen 136 tot en met 145 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen; | |
| 23 | 23 | d) een schakelprogramma; | |
| 24 | 24 | e) het hoger beroepsonderwijs; | |
| 25 | + | f) een lerarenopleiding als vermeld in artikel II.111 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; | |
| 25 | 26 | 17° hoofdverblijfplaats : begrip zoals, bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen; | |
| 26 | 27 | 18° kadastraal inkomen : het kadastraal inkomen overeenkomstig titel IX van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen; | |
| 28 | 29 | 19°/1 kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden : het kadastraal inkomen van de onroerende goederen die voor eigen beroepsdoeleinden gebruikt worden, vermeld op het aanslagbiljet van de personenbelasting; | |
| 29 | 30 | 20° kalenderjaar : periode van 1 januari tot en met 31 december; | |
| 30 | − | 21° leefeenheid : één of meer meerderjarigen, ongeacht hun geslacht, met eventueel een of meer minderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres, alsook één of meer minderjarige gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerlingen of studenten, ongeacht hun geslacht, met eventueel één of meer minder- en meerderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres; | |
| 31 | + | 21° leefeenheid : één of meer meerderjarigen, ongeacht hun geslacht, met eventueel een of meer minderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres, alsook één of meer minderjarige gehuwde, zelfstandige of alleenstaande studenten, ongeacht hun geslacht, met eventueel één of meer minder- en meerderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres; | |
| 31 | − | 22° leerling : de persoon, ingeschreven in het kleuteronderwijs of het leerplichtonderwijs; | |
| 32 | − | 23° leerplichtonderwijs : het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd, gesubsidieerd of erkend voltijds lager onderwijs en voltijds of deeltijds secundair onderwijs dat aan een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling gevolgd wordt, evenals de vormingsprogramma's aan instellingen die door de Vlaamse Gemeenschap zijn erkend voor de vervulling van de leerplicht in toepassing van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht; | |
| 32 | + | 22° ...; | |
| 33 | + | 23° ...; | |
| 33 | 34 | 24° ...; | |
| 34 | − | 25° meeneembaarheid van de toelage : het krijgen van een schooltoelage in het secundair onderwijs of een studietoelage in het hoger onderwijs voor een studieprogramma of opleiding, gevolgd in een andere gemeenschap of in het buitenland; | |
| 35 | + | 25° meeneembaarheid van de toelage : het krijgen van een studietoelage in het hoger onderwijs voor een studieprogramma of opleiding, gevolgd in een andere gemeenschap of in het buitenland; | |
| 35 | 36 | 26° NARIC-Vlaanderen : het National Academic (& Professional) Recognition and Information Centre, opgericht bij de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 36 | 37 | 27° niet-verwanten : natuurlijke personen die noch bloedverwanten zijn in de rechte opgaande en nederdalende lijn, of in de zijlijn tot de vierde graad, noch aanverwanten zijn in dezelfde lijn en dezelfde graad; | |
| 37 | 38 | 28° opgenomen studiepunten : deel van de opleiding, uitgedrukt in het totaal aantal studiepunten dat het omvat, waarvoor een student zich met een diplomacontract aan een hogeronderwijsinstelling heeft ingeschreven voor het volgen van een opleiding, zoals bedoeld in artikel 20, § 1 en § 2, artikel 21, § 1, en artikel 30, § 1; | |
| 38 | 39 | 29° opleidingsonderdeel : begrip als vermeld in artikel I.3, 49°, van de Codex Hoger Onderwijs; | |
| 39 | − | 30° rechthebbende : de leerling en student die overeenkomstig dit decreet recht hebben op een schooltoelage of een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 40 | + | 30° rechthebbende : de student die overeenkomstig dit decreet recht hebben op een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 40 | 41 | 31° schakelprogramma : begrip als vermeld in artikel I.3, 56°, van de Codex Hoger Onderwijs; | |
| 41 | − | 32° schooldag : een kalenderdag waarop de leerling dient deel te nemen aan onderwijsactiviteiten, die zowel uit lessen als uit werkplekleren kunnen bestaan; | |
| 42 | − | 33° schooljaar : de periode die begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar; | |
| 43 | − | 34° schooltoelage : financiële middelen, toegekend door de Vlaamse Gemeenschap, aan minvermogende leerlingen in het kleuteronderwijs en het leerplichtonderwijs; | |
| 42 | + | 32° ...; | |
| 43 | + | 33° ...; | |
| 44 | + | 34° ...; | |
| 44 | 45 | 35° ...; | |
| 45 | 46 | 36° student : de persoon, ingeschreven in een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs; | |
| 46 | 47 | 37° ... | |
| 47 | 48 | 38° studietoelage : financiële middelen, toegekend door de Vlaamse Gemeenschap, aan minvermogende studenten in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 48 | − | 39° toelage : een schooltoelage of een studietoelage; | |
| 49 | + | 39° toelage : een studietoelage; | |
| 49 | − | 40° uitschrijven : het vroegtijdig stopzetten van dat deel van de opleiding waarvoor de aanvrager, leerling of student zich voor het school- of academiejaar in kwestie heeft ingeschreven, op verzoek van de aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger; | |
| 50 | + | 40° uitschrijven : het vroegtijdig stopzetten van dat deel van de opleiding waarvoor de aanvrager, student zich voor het academiejaar in kwestie heeft ingeschreven, op verzoek van de aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger; | |
| 50 | 51 | 41° verworven studiepunten : studiepunten waarvoor aan de student een creditbewijs werd verleend voor het met een diplomacontract volgen van een opleiding zoals bedoeld in artikel 20, § 1 en § 2, artikel 21, § 1, en artikel 30, § 1; | |
| 51 | 52 | 42° voltijds studietraject : een studietraject in het hoger onderwijs met een studieprogramma van zestig studiepunten; | |
| 52 | 53 | 43° voorbereidingsprogramma : begrip als vermeld in artikel I.3, 76°, van de Codex Hoger Onderwijs, dat niet gevolgd wordt in voorbereiding op een bachelor-na-bacheloropleiding of een master-na-masteropleiding; | |
| 53 | 54 | 43°/1 voortgezette opleiding : een bachelor-na-bacheloropleiding, een master-na-masteropleiding, een doctoraat, een doctoraatsopleiding of een postgraduaatsopleiding; | |
| 54 | − | 44° werkplekleren : elke vorm van activiteit, naast de leercomponent, die samen met die leercomponent het voltijds engagement uitmaakt; | |
| 55 | + | 44° ...; | |
| 55 | 56 | 45° wettig verblijf : de situatie van de vreemdeling die toegelaten is om voor een langere termijn dan drie maanden in het Rijk te verblijven of die gemachtigd is zich er te vestigen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsook de situatie van personen die als slachtoffer van mensenhandel of -smokkel of als niet-begeleide minderjarige door middel van een attest van immatriculatie gemachtigd zijn tot een verblijf in het Rijk van maximaal drie maanden. | |
| 1 | − | § 1. Iedere student kan een studietoelage krijgen voor het behalen van een diploma voor twee bachelors, een master, een specifieke lerarenopleiding, en voor het voltooien van een voorbereidingsprogramma en een schakelprogramma. | |
| 1 | + | § 1. Iedere student kan een studietoelage krijgen voor het behalen van een diploma voor twee bachelors, twee graduaten, een master, een lerarenopleiding en voor het voltooien van een voorbereidingsprogramma en een schakelprogramma. | |
| 2 | + | Als een student een educatieve graduaatsopleiding heeft voltooid of in het betrokken academiejaar ingeschreven is in een educatieve graduaatsopleiding, dan heeft de student recht op een krediet voor een derde graduaatsopleiding. | |
| 3 | + | Als een student een educatieve bacheloropleiding of een bacheloropleiding uit het studiegebied Onderwijs heeft voltooid of in het betrokken academiejaar ingeschreven is in een educatieve bacheloropleiding, dan heeft de student recht op een krediet voor een derde bacheloropleiding. | |
| 4 | + | Als de student een educatieve masteropleiding heeft voltooid of in het betrokken academiejaar ingeschreven is in een educatieve masteropleiding, dan heeft de student recht op een krediet voor een tweede masteropleiding. | |
| 5 | + | De kredieten, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid, kunnen niet worden gecumuleerd. | |
| 2 | 6 | § 2. Elke student heeft een studietoelagekrediet dat op het einde van elk academiejaar aangevuld wordt met het aantal verworven studiepunten dat de student dat academiejaar verworven heeft bij zijn studies, zoals bedoeld in § 1. | |
| 3 | 7 | De verworven studiepunten worden in meerdering aangebracht op het studietoelagekrediet, ongeacht het feit of de student voor deze verworven studiepunten een studietoelage zal aanvragen. | |
| 4 | 4 | De opleiding die in het verleden voldeed aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, maar waarvan de erkenning van de opleiding of de instelling vervallen is voor de student binnen de normale opleidingsduur de opleiding heeft voltooid, wordt eveneens beschouwd als een opleiding die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. | |
| 5 | 5 | § 2. In afwijking van artikel 29 komt de student die in het kader van verticale mobiliteit studies wenst te volgen buiten de Europese Hogeronderwijsruimte, in aanmerking voor studiefinanciering na goedkeuring door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt haar beslissing op basis van de volgende aanvullende cumulatieve criteria : | |
| 6 | − | 1° voor de te volgen opleiding bestaat geen gelijkwaardige opleiding tussen de volgens de bepalingen van het Structuurdecreet geaccrediteerde, als nieuw erkende of tijdelijk erkende opleidingen; | |
| 6 | + | 1° voor de te volgen opleiding bestaat geen gelijkwaardige opleiding tussen de volgens de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 geaccrediteerde, als nieuw erkende of tijdelijk erkende opleidingen; | |
| 7 | 7 | 2° de opleiding en de organiserende instelling draagt bij aan de verdere uitbouw van de wetenschappelijke discipline. Hierbij wint de Vlaamse Regering het advies in van de Commissie Hoger Onderwijs, vermeld in artikel II.23 van de Codex Hoger Onderwijs. | |
| 8 | 8 | § 3. Onverminderd het bepaalde in §§ 1 en 2 moet de betrokken student, om in aanmerking te komen voor een studietoelage voor een opleiding in het kader van verticale mobiliteit, voldoen aan een van de volgende voorwaarden : | |
| 9 | 9 | 1° de student heeft zijn hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest; | |
| 10 | 10 | 2° de student heeft een diploma secundair onderwijs, uitgereikt door een door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming gefinancierde, gesubsidieerde of erkende instelling; | |
| 11 | − | 3° de student heeft aan een ambtshalve geregistreerde instelling een diploma hoger onderwijs behaald voor een bacheloropleiding of masteropleiding, als vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2004 tot vaststelling van de lijst van de bachelor- en de masteropleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen, zoals gewijzigd, of voor een hiermee overeenstemmende opleiding, beëindigd voor de inwerkingtreding van het structuurdecreet. | |
| 11 | + | 3° de student heeft aan een ambtshalve geregistreerde instelling een diploma hoger onderwijs behaald voor een bacheloropleiding of masteropleiding, als vermeld in de lijst, vermeld in artikel II.170, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, of voor een hiermee overeenstemmende opleiding, beëindigd voor de inwerkingtreding van het structuurdecreet. | |