Het onderwijsaanbod in het gewoon kleuteronderwijs omvat ten minste, en waar mogelijk in sa-menhang, de volgende leergebieden:
1
Het onderwijsaanbod in het gewoon kleuteronderwijs omvat minstens, en zo mogelijk in samenhang:
2
1° de volgende leergebieden:
2
- lichamelijke opvoeding;
3
a) lichamelijke opvoeding;
3
- muzische vorming;
4
b) muzische vorming;
4
- Nederlands;
5
c) Nederlands;
5
- wetenschappen en techniek;
6
d) wetenschappen en techniek;
6
- mens en maatschappij;
7
e) mens en maatschappij;
7
- wiskundige initiatie.
8
f) wiskundige initiatie;
9
2° de volgende leergebiedoverschrijdende thema’s:
10
a) leren leren;
11
b) sociale vaardigheden.
8
Naast de leergebieden, vermeld in het eerste lid, bevat het onderwijsaanbod in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal ook de volgende leergebieden:
12
Naast de leergebieden, vermeld in het eerste lid, bevat het onderwijsaanbod in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal ook de volgende leergebieden:
§1. 1° Minimumdoelen worden bij decreet vastgesteld voor:
2
a) het einde van het kleuteronderwijs;
3
b) het vierde jaar van het lager onderwijs;
4
c) het einde van het lager onderwijs.
1
§1. 1° Ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs zijn minimumdoelen die het Vlaams Parlement wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie.
5
Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, in-zicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopula-tie.
2
Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de ontwikkelingsdoelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes op populatieniveau bij de leerlingen na te streven.
6
2° Na te streven minimumdoelen voor het kleuteronderwijs zijn minimum-doelen die wenselijk worden geacht voor die leerlingenpopulatie. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die minimumdoelen op po-pulatieniveau na te streven.
3
Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het gewoon kleuteronderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van de ontwikkelingsdoelen.
7
Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de door-lichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het ba-sisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van die minimumdoelen.
4
2° Eindtermen voor het gewoon lager onderwijs zijn minimumdoelen die het Vlaams Parlement noodzakelijk en bereikbaar acht voor die leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie.
5
Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de eindtermen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en bepaalde attitudes op populatieniveau bij de leerlingen te bereiken en de eindtermen met betrekking tot bepaalde andere attitudes bij de leerlingen na te streven.
6
Binnen deze eindtermen worden, minstens voor de competenties in het Nederlands en de wiskundige component van de competenties inzake wiskunde, wetenschappen en technologie, bepaalde eindtermen als basisgeletterdheid aangeduid. De eindtermen basisgeletterdheid moeten door elke individuele leerling worden bereikt op het eind van het vierde jaar lager onderwijs. Basisgeletterdheid zijn die eindtermen die het startpunt vormen voor het bereiken van de eindtermen basisgeletterdheid in de eerste graad van het secundair onderwijs voor de competenties in het Nederlands en de wiskundige component van de competenties inzake wiskunde, wetenschappen en technologie. In uitzonderlijke gevallen kan de klassenraad gemotiveerd beslissen dat een individuele leerling een eindterm basisgeletterdheid niet moet bereiken. De regering bepaalt vanaf welk schooljaar de eindtermen basisgeletterdheid in het lager onderwijs ingevoerd worden.
8
3° Voor het kleuteronderwijs zijn de op populatieniveau te bereiken mini-mumdoelen voor Nederlands beperkt tot woordenschat en luistervaardig-heden, en voor wiskunde tot getalbegrip.
9
Te bereiken minimumdoelen voor het lager onderwijs zijn minimum-doelen die noodzakelijk en bereikbaar worden geacht voor die leerlingen-populatie. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die mini-mumdoelen op populatieniveau te bereiken.
7
Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het gewoon lager onderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van de eindtermen.
10
Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de door-lichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het ba-sisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van die minimumdoelen.
8
3° Ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs zijn doelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die het Vlaams Parlement wenselijk acht voor zoveel mogelijk leerlingen van een bepaalde leerlingenpopulatie.
11
4° Voor het einde van het lager onderwijs worden op individueel niveau te bereiken minimumdoelen vastgelegd voor Nederlands en wiskunde. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die minimumdoelen op in-dividueel niveau te bereiken. Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de doorlichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het de-creet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het basisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van die minimumdoelen op individueel niveau.
12
Die doelen worden door elke leerling bereikt op het einde van het ba-sisonderwijs met het oog op het verkrijgen van het getuigschrift basison-derwijs. De klassenraad kan conform artikel 53 van dit decreet oordelen dat een leerling het getuigschrift basisonderwijs kan verkrijgen zonder dat de betrokken leerling elk minimumdoel op individueel niveau heeft bereikt.
13
5° Voor leerlingen met een IAC-verslag vertrekken scholen van de mini-mumdoelen voor het bepalen van de doelen voor het individueel aange-past curriculum, vermeld in artikel 46.
9
Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de doelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes bij de leerlingen na te streven zoals opgenomen in het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46.
14
Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de doelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die zijn opgeno-men in het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46, na te streven bij de leerlingen.
10
De school kan steeds extra doelen nastreven bij de leerlingen.
11
Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de doorlichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van scholen voor het buitengewoon basisonderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van de doelen die opgenomen zijn in het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46.
15
Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlich-ting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het ba-sisonderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich voor leerlingen met een IAC-verslag op het nastreven van de doelen die zijn bepaald in de indivi-dueel aangepaste curricula.
12
4° Voor het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuur-beschouwing, zijn er geen ontwikkelingsdoelen of eindtermen.
16
6° Voor het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuur-beschouwing zijn er geen na te streven of te bereiken minimumdoelen.
13
§2. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden geformuleerd in functie van volgende sleutelcompetenties:
14
1. competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid;
15
2. competenties in het Nederlands en, voor die scholen waar onderwijs door middel van Vlaamse Gebarentaal wordt gegeven, bijkomend ook competenties in de Vlaamse Gebarentaal;
16
3. competenties in andere talen;
17
4. digitale competentie en mediawijsheid;
18
5. sociaal-relationele competenties;
19
6. competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie;
20
7. burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven;
21
8. competenties met betrekking tot historisch bewustzijn;
22
9. competenties met betrekking tot ruimtelijk bewustzijn;
23
10. competenties inzake duurzaamheid;
24
11. economische en financiële competenties;
25
12. juridische competenties;
26
13. leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatie-denken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatie-verwerking en samenwerken;
27
14. zelfbewustzijn en zelfexpressie, zelfsturing en wendbaarheid;
28
15. ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties;
29
16. cultureel bewustzijn en culturele expressie.
17
§2. De minimumdoelen voor het kleuteronderwijs worden geformuleerd op basis van de volgende vakdisciplines:
18
1° Nederlands;
19
2° wiskunde;
20
3° geschiedenis;
21
4° aardrijkskunde;
22
5° wetenschap en techniek;
23
6° lichamelijke opvoeding;
24
7° muzische vorming; en
25
8° attitudes.
26
De minimumdoelen voor het vierde en het zesde jaar lager onderwijs worden geformuleerd op basis van de volgende vakdisciplines:
27
1° Nederlands;
28
2° wiskunde;
29
3° Frans
30
4° geschiedenis;
31
5° aardrijkskunde;
32
6° wetenschap en techniek;
33
7° ICT;
34
8° lichamelijke opvoeding;
35
9° muzische vorming; en
36
10° attitudes.
30
Het Vlaams Parlement haakt deze ontwikkelingsdoelen en eindtermen niet vast aan leergebieden. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en de in dit decreet opgenomen leergebieden.
37
Deze minimumdoelen worden niet vastgehaakt aan leergebieden. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de minimumdoelen en leergebieden. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat in minstens de helft van de ingerichte lestijden wordt gefocust op Nederlands en wiskunde.
31
§3. De ontwikkeling van minimumdoelen wordt geïnitieerd door de Vlaamse Regering. De regering stelt daartoe een expertencommissie aan, die ten minste bestaat uit experten uit de academische wereld en onderwijspersoneel van de verschillende netten. De expertencommissie formuleert wetenschappelijk onderbouwde minimumdoelen die voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: ze zijn ambitieus, kennisrijk, eenduidig interpreteerbaar, evalueerbaar, consistent, coherent en haalbaar. De expertencommissie wordt geadviseerd door een of meer ontwikkelcommissies voor verschillende vakdisciplines waaronder leerpsychologie en gedragswetenschappen, die een ontwerp van minimumdoelen voor hun respectieve vakdisciplines opstellen. Die subcommissies bestaan uit leerkrachten, directies, de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en vakexperten en andere experten uit het hoger onderwijs.
38
§3. De ontwikkeling van minimumdoelen wordt geïnitieerd door de Vlaamse Regering. De regering stelt daartoe een expertencommissie aan, die ten minste bestaat uit experten uit de academische wereld en onderwijspersoneel van de verschillende netten. De expertencommissie formuleert wetenschappelijk onderbouwde minimumdoelen die voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: ze zijn ambitieus, kennisrijk, eenduidig interpreteerbaar, evalueerbaar, consistent, coherent en haalbaar. De expertencommissie wordt geadviseerd door een of meer ontwikkelcommissies voor verschillende vakdisciplines waaronder leerpsychologie en gedragswetenschappen, die een ontwerp van minimumdoelen voor hun respectieve vakdisciplines opstellen. Die subcommis-sies bestaan uit leerkrachten, directies, de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en vakexperten en andere experten uit het hoger onderwijs.
32
Het finale ontwerp van het geheel van minimumdoelen wordt bepaald door de expertencommissie. Het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering legt dat finale ontwerp vervolgens voor advies voor aan de Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de vertegenwoor-digers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs. De Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de onderwijsverstrekkers baseren hun advies minstens op de kwaliteitscriteria, vermeld in het eerste lid. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 72 van het decreet van 2 april 2004 betreffende de participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 14 van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Het advies van de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs wordt verstrekt binnen een termijn van dertig kalenderdagen. In spoedeisende gevallen, die met redenen worden omkleed, kan de adviesverzoeker de termijn inkorten op voorwaarde dat die termijn ten minste tien werkdagen bedraagt.
39
Het finale ontwerp van het geheel van minimumdoelen wordt bepaald door de expertencommissie. Het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering legt dat finale ontwerp vervolgens voor advies voor aan de Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de vertegenwoor-digers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs. De Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de onderwijsverstrekkers baseren hun advies minstens op de kwaliteitscriteria, vermeld in het eerste lid. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 72 van het decreet van 2 april 2004 betreffende de participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 14 van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Het advies van de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs wordt verstrekt binnen een termijn van dertig kalenderdagen. In spoedeisende gevallen, die met redenen worden omkleed, kan de adviesverzoeker de termijn inkorten op voorwaarde dat die termijn ten minste tien werkdagen bedraagt.
33
De minimumdoelen worden periodiek gescreend op hun actualiteitswaarde en worden zo nodig bijgestuurd. Minstens om de vijf jaar wordt over die screening gerapporteerd aan het Vlaams Parlement. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure.
40
De minimumdoelen worden periodiek gescreend op hun actualiteitswaarde en worden zo nodig bijgestuurd. Minstens om de vijf jaar wordt over die screening gerapporteerd aan het Vlaams Parlement. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure.
34
Het bereiken van de minimumdoelen en de leerwinst bij kleuters wordt om de drie jaar gepeild door middel van een representatieve steekproef in het laatste jaar van het kleuteronderwijs. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure.
41
Het bereiken van de minimumdoelen en de leerwinst bij kleuters wordt om de drie jaar gepeild door middel van een representatieve steekproef in het laatste jaar van het kleuteronderwijs. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure.
35
§4. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel blijven de bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen van toepassing. In afwijking van paragraaf 3 en 5 kan de regering de bestaande ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs herordenen en technisch aanpassen.
42
§4. In afwachting van na te streven en te bereiken minimumdoelen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel blijven de bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen van toepassing. In afwijking van paragraaf 3 en 5 kan de regering de bestaande ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs herordenen en technisch aanpassen.
36
Bij de ontwikkeling en de implementatie van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen wordt rekening gehouden met de coherentie en continuïteit over het kleuter- en lager onderwijs heen en de aansluiting op de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het secundair onderwijs, zonder de eigenheid van het basisonderwijs uit het oog te verliezen.
43
Bij de ontwikkeling en de implementatie van de na te streven en te bereiken minimumdoelen wordt rekening gehouden met de coherentie en continuïteit over het kleuter- en lager onderwijs heen en de aansluiting op de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het secundair onderwijs, zonder de eigenheid van het basisonderwijs uit het oog te verliezen.
37
§5. De minimumdoelen worden bij decreet vastgesteld.
44
§5. De minimumdoelen worden bij decreet vastgesteld.
38
§6. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan een klassenraad, na overleg met de ouders, beslissen om de ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997 die opgenomen zijn in bijlage 5 bij dit decreet niet na te streven bij leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal.
45
§6. In afwachting van na te streven en te bereiken minimumdoelen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan een klassenraad, na overleg met de ouders, beslissen om de ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997 die opgenomen zijn in bijlage 5 bij dit decreet niet na te streven bij leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal.
39
De klassenraad neemt de voormelde ontwikkelingsdoelen die niet nagestreefd worden op in een afsprakenkader. Het afsprakenkader wordt tot één schooljaar nadat de leerling voor het laatst ingeschreven was in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal bewaard. Het voormelde afsprakenkader kan ter verificatie worden voorgelegd aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
46
De klassenraad neemt de voormelde ontwikkelingsdoelen die niet nagestreefd worden op in een afsprakenkader. Het afsprakenkader wordt tot één schooljaar nadat de leerling voor het laatst ingeschreven was in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal bewaard. Het voormelde afsprakenkader kan ter verificatie worden voorgelegd aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
40
§7. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan er voor leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in het lager onderwijs in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal een afwijking voorzien worden op sommige van de bestaande eindtermen, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997. Er kan worden afgeweken van de eindtermen opgenomen in bijlage 5 bij dit decreet.
47
§7. In afwachting van na te streven en te bereiken minimumdoelen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, kan er voor leerlingen die doof of slechthorend zijn als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven zijn in het lager onderwijs in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal een afwijking voorzien worden op sommige van de bestaande eindtermen, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen in het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997. Er kan worden afgeweken van de eindtermen opgenomen in bijlage 5 bij dit decreet.
41
Na instemming van de ouders bepaalt de klassenraad welke eindtermen, vermeld in het eerste lid, niet haalbaar zijn en waarvoor in een afwijking moet worden voorzien. De klassenraad neemt de voormelde afwijkingen van de eindtermen op in een afsprakenkader.
48
Na instemming van de ouders bepaalt de klassenraad welke eindtermen, vermeld in het eerste lid, niet haalbaar zijn en waarvoor in een afwijking moet worden voorzien. De klassenraad neemt de voormelde afwijkingen van de eindtermen op in een afsprakenkader.
42
Het afsprakenkader, vermeld in het tweede lid, wordt tot één schooljaar nadat de leerling voor het laatst ingeschreven was in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal bewaard. Het voormelde afsprakenkader kan ter verificatie worden voorgelegd aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
49
Het afsprakenkader, vermeld in het tweede lid, wordt tot één schooljaar nadat de leerling voor het laatst ingeschreven was in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal bewaard. Het voormelde afsprakenkader kan ter verificatie worden voorgelegd aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
43
§8. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, krijgen de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs type 7, vermeld in de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 7, bekrachtigd bij het decreet van 25 mei 2003 met betrekking tot Communicatie en taal: Vlaamse Gebarentaal, en met betrekking tot Wereldoriëntatie: dovencultuur het statuut van eindtermen in het lager onderwijs in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal.
50
§8. In afwachting van na te streven en te bereiken minimumdoelen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel, krijgen de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs type 7, vermeld in de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 7, bekrachtigd bij het decreet van 25 mei 2003 met betrekking tot Communicatie en taal: Vlaamse Gebarentaal, en met betrekking tot Wereldoriëntatie: dovencultuur het statuut van eindtermen in het lager onderwijs in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal.
44
In afwijking van het eerste lid krijgen de volgende ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs type 7 niet het statuut van eindtermen of ontwikkelingsdoelen:
51
In afwijking van het eerste lid krijgen de volgende ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs type 7 niet het statuut van eindtermen of ontwikkelingsdoelen:
45
1° met betrekking tot Communicatie en taal: Vlaamse Gebarentaal:
52
1° met betrekking tot Communicatie en taal: Vlaamse Gebarentaal:
49
a) punt 7;
56
a) punt 7;
50
b) punt 10.
57
b) punt 10.
58
§9. De minimumdoelen, opgenomen in bijlage 6 bij dit decreet, die ontwikkeld zijn vanuit de volgende vakdisciplines, zijn van toepassing vanaf de volgende data:
59
1° 1 september 2026 voor de vakdisciplines:
60
a) Nederlands;
61
b) wiskunde;
62
c) wetenschap en techniek;
63
2° 1 september 2027 voor de vakdisciplines:
64
a) Frans;
65
b) geschiedenis;
66
c) aardrijkskunde;
67
d) ICT;
68
e) lichamelijke opvoeding;
69
f) muzische vorming;
70
g) attitudes.
71
In afwijking van het eerste lid:
72
1° kunnen scholen vanaf 1 september 2025 de minimumdoelen, vermeld in het eerste lid, aanbieden als aanvullende doelen of in de eigen ruimte, vermeld in artikel 45, §1, eerste lid;
73
2° implementeren de scholen in het schooljaar 2026-2027 de minimumdoelen die ontwikkeld zijn vanuit de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, en wetenschappen en techniek, vermeld in het eerste lid, 1°, alleen bij de leerlingengroepen die het getuigschrift basisonderwijs, vermeld in artikel 53, volgens het normale leerproces in het schooljaar 2029-2030 en de volgende schooljaren kunnen behalen;
74
3° implementeren de scholen in het schooljaar 2027-2028 alleen de minimumdoelen die ontwikkeld zijn vanuit de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, en wetenschappen en techniek, vermeld in het eerste lid, 1°, bij de leerlingengroepen die het getuigschrift basisonderwijs, vermeld in artikel 53, volgens het normale leerproces in het schooljaar 2028-2029 en het schooljaar 2029-2030 kunnen behalen en wordt het getuigschrift basisonderwijs uitgereikt op basis van de minimumdoelen die ontwikkeld zijn vanuit de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, wetenschappen en techniek;
75
4° passen de scholen de eindtermen, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 15 juli 1997, toe bij de leerlingengroepen die het getuigschrift basisonderwijs, vermeld in artikel 53, volgens het normale leerproces in de schooljaren 2026-2027 en 2027-2028 kunnen behalen en wordt het getuigschrift basisonderwijs uitgereikt op basis van de eindtermen.
Een school voor buitengewoon lager onderwijs kan beslissen haar leerlingen te laten deelnemen aan de Vlaamse toetsen.
3
Een school voor buitengewoon lager onderwijs kan beslissen haar leerlingen te laten deelnemen aan de Vlaamse toetsen.
4
De Vlaamse toetsen worden ontwikkeld door het bevoegde steunpunt met betrokkenheid van de onderwijsverstrekkers en kunnen van zodra technisch mogelijk door deze onderwijsverstrekkers worden aangevuld met eigen items in functie van een eigen kwaliteitszorgsysteem. De Vlaamse overheid stelt de Vlaamse toetsen, met inbegrip van oefentoetsen, ter beschikking van de scholen die ze digitaal en op basis van instructies bij hun leerlingen afnemen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de praktische organisatie van de Vlaamse toetsen.
4
De Vlaamse toetsen worden ontwikkeld door het bevoegde steunpunt met betrokkenheid van de onderwijsverstrekkers en kunnen van zodra technisch mogelijk door deze onderwijsverstrekkers worden aangevuld met eigen items in functie van een eigen kwaliteitszorgsysteem. De Vlaamse overheid stelt de Vlaamse toetsen, met inbegrip van oefentoetsen, ter beschikking van de scholen die ze digitaal en op basis van instructies bij hun leerlingen afnemen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de praktische organisatie van de Vlaamse toetsen.
5
De Vlaamse toetsen omvatten een selectie van eindtermen van het leergebied wiskunde en het leergebied Nederlands. De Vlaamse toetsen houden rekening met zowel de eindtermen als de gelijkwaardig verklaarde vervangende eindtermen.
5
De Vlaamse toetsen omvatten een selectie van te bereiken minimumdoelen die worden ontwikkeld vanuit de vakdiscipline wiskunde en vanuit de vakdiscipline Nederlands. De Vlaamse toetsen houden rekening met zowel de minimumdoelen als de gelijkwaardig verklaarde vervangende minimumdoelen.
6
De deelname aan de Vlaamse toetsen aan het einde van het gewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2025-2026 vervangt de verplichte afname in het gewoon lager onderwijs van een gevalideerde toets voor ten minste drie leergebieden als vermeld in artikel 44ter.
6
De deelname aan de Vlaamse toetsen aan het einde van het gewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2025-2026 vervangt de verplichte afname in het gewoon lager onderwijs van een gevalideerde toets voor ten minste drie leergebieden als vermeld in artikel 44ter.
7
§2. De Vlaamse toetsen hebben tot doel de onderwijskwaliteit te versterken en te monitoren door het bereiken van de eindtermen en de leerwinst te meten op onder- staande niveaus.
7
§2. De Vlaamse toetsen hebben tot doel de onderwijskwaliteit te versterken en te monitoren door het bereiken van de te bereiken minimumdoelen en de leerwinst te meten op onder- staande niveaus.
8
De resultaten van de Vlaamse toetsen worden op de volgende wijze gebruikt: 1° op Vlaams niveau als bron van informatie over de onderwijskwaliteit, meer bepaald de mate waarin de eindtermen bereikt worden, de mate waarin leerwinst gegenereerd wordt en als element van kwaliteitszorg op systeemniveau;
8
De resultaten van de Vlaamse toetsen worden op de volgende wijze gebruikt: 1° op Vlaams niveau als bron van informatie over de onderwijskwaliteit, meer bepaald de mate waarin de te bereiken minimumdoelen bereikt worden, de mate waarin leerwinst gegenereerd wordt en als element van kwaliteitszorg op systeemniveau;
9
2° op schoolniveau als element van interne en externe kwaliteitszorg:
9
2° op schoolniveau als element van interne en externe kwaliteitszorg:
10
a) als een van de elementen in de interne kwaliteitszorg van de school. De school en het schoolbestuur zullen daartoe een eigen feedbackrapport met gecontextualiseerde resultaten op een beveiligde manier kunnen consulteren;
10
a) als een van de elementen in de interne kwaliteitszorg van de school. De school en het schoolbestuur zullen daartoe een eigen feedbackrapport met gecontextualiseerde resultaten op een beveiligde manier kunnen consulteren;
§ 1. Vanuit de ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs en de eindtermen voor het gewoon lager onderwijs, worden door het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen ontwikkeld die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren, lerarenteams of leerlingen. In de leerplannen zijn in elk geval alle door het Vlaams Parlement goedgekeurde ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs en eindtermen voor het gewoon lager onderwijs letterlijk opgenomen waarbij transparant het onderscheid gemaakt wordt welke doelen de eindtermen realiseren en met welke doelen de ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd. De leerplannen zijn voor de onderwijsinspectie een aanvullend instrument om het kwaliteitsbeleid van een school te kaderen.
2
Leerplannen worden ter goedkeuring door de onderwijsverstrekkers ingediend bij de onderwijsinspectie. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering volgens de vooraf door haar bepaalde criteria en op advies van de onderwijsinspectie, de leerplannen goed.
1
§1. Vanuit de minimumdoelen voor het kleuter- en lager onderwijs ontwikkelt het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren of lerarenteams. Het schoolbestuur kan daarin ook aanvullende doelen opnemen, voor zover die aanvullende doelen niet tegenstrijdig zijn met de minimumdoelen of er afbreuk aan doen.
2
In de leerplannen zijn bij de opgenomen doelen in elk geval alle betrok-ken, bij decreet vastgestelde minimumdoelen, vermeld in artikel 44, §1, letterlijk opgenomen, waarbij transparant het onderscheid gemaakt wordt tussen na te streven en te bereiken minimumdoelen en waarbij het ook duidelijk is welke doelen het schoolbestuur heeft toegevoegd.
3
Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS), opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Dat agentschap toetst of de minimumdoelen volledig en correct zijn omgezet in het leerplan, of de minimumdoelen letterlijk zijn opgenomen in het leerplan en of dat leerplan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de vastgestel-de minimumdoelen of die de realisatie ervan in de weg staan.
4
In afwijking van het derde lid hoeft het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen de leerplannen voor het kleuter- en lager onderwijs niet goed te keuren:
5
1° voor het schooljaar 2025-2026;
6
2° voor het schooljaar 2026-2027, met uitzondering van de leerplannen die betrekking hebben op de minimumdoelen die ontwikkeld zijn vanuit de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, en wetenschap en techniek.
7
De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen.
3
§2. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing, zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties.
8
§2. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing, zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde na te streven en te bereiken minimumdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties.
4
De directeur kan de levensbeschouwelijke leerlingengroepen tijdens de levensbeschouwelijke les bezoeken om administratieve redenen, om algemeen pedagogische redenen, om na te gaan of de grondwettelijke rechten en vrijheden gevrijwaard worden of voor een bespreking met de leerlingen. De directeur - of een ander personeelslid dat aangesteld is als evaluator - kan de les ook bijwonen, gelet op zijn bevoegdheid als evaluator voor niet-vakinhoudelijke en niet-vaktechnische aspecten.
9
De directeur kan de levensbeschouwelijke leerlingengroepen tijdens de levensbeschouwelijke les bezoeken om administratieve redenen, om algemeen pedagogische redenen, om na te gaan of de grondwettelijke rechten en vrijheden gevrijwaard worden of voor een bespreking met de leerlingen. De directeur - of een ander personeelslid dat aangesteld is als evaluator - kan de les ook bijwonen, gelet op zijn bevoegdheid als evaluator voor niet-vakinhoudelijke en niet-vaktechnische aspecten.
5
§3. In afwijking op paragraaf 1 dienen de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing niet door de Vlaamse Regering te worden goedgekeurd. Deze leerplannen worden publiek bekendgemaakt.
10
§3. In afwijking van paragraaf 1 hoeven de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing niet ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Die leerplannen worden publiek bekendgemaakt.
6
§4. Over het in overeenstemming zijn met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en het respecteren van de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen, evenals over de uitvoering van de leerplannen, wordt jaarlijks aan het Vlaams Parlement een stand van zaken gerapporteerd door:
11
§4. Over het in overeenstemming zijn met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en het respecteren van de goedgekeurde minimumdoelen, evenals over de uitvoering van de leerplannen, wordt jaarlijks aan het Vlaams Parlement een stand van zaken gerapporteerd door:
7
1° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken: over de leerplannen godsdienst en niet-confessionele zedenleer met inbegrip van de interlevensbeschouwelijke competenties;
12
1° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken: over de leerplannen godsdienst en niet-confessionele zedenleer met inbegrip van de interlevensbeschouwelijke competenties;
8
2° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs: over de leerplannen cultuurbeschouwing.
13
2° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs: over de leerplannen cultuurbeschouwing.
1° ze stelt zich tot doel de participatie van de kleuters van de kermisexploitanten en ze organiseert een rijdende kleuterschool Vlaanderen ter bevordering daarvan. De rijdende kleuterschool Vlaanderen zal de toer van de foren volgen;
2
1° ze stelt zich tot doel de participatie van de kleuters van de kermisexploitanten en ze organiseert een rijdende kleuterschool Vlaanderen ter bevordering daarvan. De rijdende kleuterschool Vlaanderen zal de toer van de foren volgen;
3
2° ze leeft de erkenningsvoorwaarden na, vermeld in artikel 62, § 1, 2°, 5°, 6°, 7° en 11° ;
3
2° ze leeft de erkenningsvoorwaarden na, vermeld in artikel 62, § 1, 2°, 5°, 6°, 7° en 11° ;
4
3° ze voorziet in onderwijsaanbod dat ten minste de leergebieden , vermeld in artikel 39, omvat. De geformuleerde ontwikkelingsdoelen voor die leergebieden, vermeld in artikel 44, § 1, worden nagestreefd;
4
3° ze voorziet in onderwijsaanbod dat ten minste de leergebieden en de leergebiedoverschrijdende thema’s, vermeld in artikel 39, omvat. De geformuleerde na te streven of te bereiken minimumdoelen voor die leergebieden, vermeld in artikel 44, § 1, worden nagestreefd;
5
4° ze houdt zich aan de bepalingen, vermeld in artikel 27 en 27bis;
5
4° ze houdt zich aan de bepalingen, vermeld in artikel 27 en 27bis;
6
5° ze aanvaardt alleen kleuters die zijn ingeschreven in een erkende school;
6
5° ze aanvaardt alleen kleuters die zijn ingeschreven in een erkende school;
Een tekort op het vlak van de kwaliteit van de leersteun, vermeld in artikel 38, §1, derde lid, kan leiden tot de verplichting voor het leersteuncentrum om zich extern te laten begeleiden.
20
Een tekort op het vlak van de kwaliteit van de leersteun, vermeld in artikel 38, §1, derde lid, kan leiden tot de verplichting voor het leersteuncentrum om zich extern te laten begeleiden.
21
§6. Tijdens de eerste twee schooljaren van inwerkingtreding van bij decreet of besluit vastgelegde onderwijsdoelen, kan het niet of niet in voldoende mate bereiken of nastreven, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen, niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°.
21
§6. Tijdens de eerste twee schooljaren van inwerkingtreding van bij decreet of besluit vastgelegde onderwijsdoelen, kan het niet of niet in voldoende mate bereiken of nastreven, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen, niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°.
22
:
22
In afwijking van het eerste lid zijn de volgende gedoogperiodes van toepassing voor het basisonderwijs:
23
1 ° tijdens de eerste twee schooljaren van inwerkingtreding van de bij decreet of besluit vastgelegde onderwijsdoelen kan het niet of niet in voldoende mate implementeren, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°;
24
2° tot en met het schooljaar 2030-2031 kan het niet of niet in voldoende mate bereiken of nastreven, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°.
23
§7. Voor het basisen secundair onderwijs zijn volgende evaluaties van het gelijkeonderwijskansenbeleid mogelijk:
25
§7. Voor het basisen secundair onderwijs zijn volgende evaluaties van het gelijkeonderwijskansenbeleid mogelijk:
24
1° een positieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, alsook, naargelang het geval, de SES-lestijden, de aanvullende lestijden, de extra uren-leraar of de extra lesuren ontvangt tot de daaropvolgende schooldoorlichting, conform de berekeningen gebaseerd op, naargelang het geval, artikel 85, §2, 134 en 139ter decies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 227, 235, 249 of 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
26
1° een positieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, alsook, naargelang het geval, de SES-lestijden, de aanvullende lestijden, de extra uren-leraar of de extra lesuren ontvangt tot de daaropvolgende schooldoorlichting, conform de berekeningen gebaseerd op, naargelang het geval, artikel 85, §2, 134 en 139ter decies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 227, 235, 249 of 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;