§ flandrepo

Tot wijziging van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen #633

Gemerged Vlaamse Regering voegde 32 artikels samen in codex-wonendecreet-2021-07-09 · 6 januari 2026 Alle checks geslaagd
32 artikels gewijzigd
+4 −5 codex-wonen/art. 1.3 zoals gemerged
2310° distributienetbeheerders: de natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in artikel 2, 8°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, en artikel 1, 31°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;2310° distributienetbeheerders: de natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in artikel 2, 8°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, en artikel 1, 31°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
2411° doortrekkersterrein: een terrein dat bestemd en ingericht is voor het tijdelijk plaatsen van verkeerswaardige woonwagens;2411° doortrekkersterrein: een terrein dat bestemd en ingericht is voor het tijdelijk plaatsen van verkeerswaardige woonwagens;
2511°/1 driepartijenovereenkomst: een overeenkomst gesloten tussen een woonmaatschappij en minstens twee gemeenten binnen haar werkingsge-bied en bekrachtigd door de Vlaamse Regering;
2512° eengezinswoning: elk bebouwd onroerend goed dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van één gezin of één alleenstaande, waarin zich geen andere woningen bevinden;2612° eengezinswoning: elk bebouwd onroerend goed dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van één gezin of één alleenstaande, waarin zich geen andere woningen bevinden;
2613° ...;2713° ...;
81d) een gemeente, een OCMW of een sociale woonorganisatie, met uitzondering van de huurdersorganisaties, voor zover op de woning het sociaal beheersrecht, vermeld in artikel 5.82, wordt uitgeoefend of voor zover het een woning als vermeld in artikel 3.30, §2, betreft;82d) een gemeente, een OCMW of een sociale woonorganisatie, met uitzondering van de huurdersorganisaties, voor zover op de woning het sociaal beheersrecht, vermeld in artikel 5.82, wordt uitgeoefend of voor zover het een woning als vermeld in artikel 3.30, §2, betreft;
82e) een gemeente of een OCMW, voor zover de woning verworven werd met toepassing van het recht van voorkoop, vermeld in artikel 5.76;83e) een gemeente of een OCMW, voor zover de woning verworven werd met toepassing van het recht van voorkoop, vermeld in artikel 5.76;
83f) een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband, voor zover er toepassing gemaakt wordt van artikel 2.8;
84f) ...;
8450° sociale kavel: een in een goedgekeurde en niet-vervallen verkaveling gelegen afgebakend perceel, voorzien van de nodige infrastructuur en nutsvoorzieningen, dat wordt bestemd om verkocht te worden aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden door:8550° sociale kavel: een in een goedgekeurde en niet-vervallen verkaveling gelegen afgebakend perceel, voorzien van de nodige infrastructuur en nutsvoorzieningen, dat wordt bestemd om verkocht te worden aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden door:
85a) de VMSW of een woonmaatschappij;86a) de VMSW of een woonmaatschappij;
86b) een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband, voor zover er met betrekking tot dat perceel een van de volgende gevallen zich voordoet:87b) een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband, voor zover er met betrekking tot dat perceel een subsidie werd verleend als vermeld in punt 49°, c);
871) er werd een subsidie verleend als vermeld in punt 50°, c);
882) er wordt toepassing gemaakt van artikel 2.8;
89c) een gemeente, voor zover het perceel verworven werd met toepassing van het recht van voorkoop;88c) een gemeente, voor zover het perceel verworven werd met toepassing van het recht van voorkoop;
9051° sociale koopwoning: een woning die wordt bestemd om verkocht te worden aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden door:8951° sociale koopwoning: een woning die wordt bestemd om verkocht te worden aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden door:
91a) de VMSW of een woonmaatschappij;90a) de VMSW of een woonmaatschappij;
92b) een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband, voor zover er toepassing gemaakt wordt van artikel 2.8;
91b) ...;
93c) het Vlaams Woningfonds, een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband, voor zover er voor die woning een subsidie verleend werd als vermeld in artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, in boek 5, deel 2, titel 1, 2, 3, 4, 5 of 6;92c) het Vlaams Woningfonds, een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband, voor zover er voor die woning een subsidie verleend werd als vermeld in artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, in boek 5, deel 2, titel 1, 2, 3, 4, 5 of 6;
94d) een gemeente, voor zover de woning verworven werd met toepassing van het recht van voorkoop;93d) een gemeente, voor zover de woning verworven werd met toepassing van het recht van voorkoop;
+5 −2 codex-wonen/art. 2.6 zoals gemerged
1Bij de organisatie van een grootschalig steekproefonderzoek als vermeld in artikel 2.40, berekent elke gemeente, voor haar grondgebied, de gezamenlijke oppervlakte van de onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse besturen en Vlaamse semipublieke rechtspersonen, met uitzondering van de gronden die voldoen aan één of meer van de bijzondere karakteristieken, vermeld in artikel 5.107, 1°.1Elke gemeente berekent voor haar grondgebied de gezamenlijke oppervlakte van de onbebouwde bouwgronden en kavels die in eigendom zijn van Vlaamse besturen, met uitzondering van de gronden die voldoen aan een of meer van de bijzondere karakteristieken, vermeld in artikel 5.107, 1°.
2De gemeentelijke berekening van de gezamenlijke oppervlakte, vermeld in het eerste lid, gebeurt uiterlijk op 31 oktober 2026. De resultaten van die berekening gelden tot en met 31 december 2042.
2Door middel van haar regiefunctie, vermeld in artikel 2.2, waakt de gemeente er over dat de diverse Vlaamse besturen en Vlaamse semipublieke rechtspersonen geconcerteerde acties ondernemen opdat, binnen een periode van tien jaar naar aanleiding van de organisatie van een grootschalig steekproefonderzoek als vermeld in artikel 2.40, de gezamenlijke oppervlakte aangewend wordt om het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, te behalen. De gemeenteraad stelt ter zake een actieprogramma vast.3Overeenkomstig haar regiefunctie, vermeld in artikel 2.2, waakt de gemeen-te erover dat de Vlaamse besturen geconcerteerde acties ondernemen opdat de gezamenlijke oppervlakte, vermeld in het eerste lid, aangewend wordt om het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, te behalen. De gemeenteraad stelt hiertoe een actieprogramma vast.
4Een gemeente die kennelijk onvoldoende inspanningen levert om het bin-dend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, te bereiken als vermeld in artikel 2.23, §3, eerste lid, is ertoe gehouden om ten minste 25 procent van de gezamenlijke oppervlakte van de onbebouwde bouwgronden en kavels die in eigendom zijn van Vlaamse besturen, vermeld in het eerste lid, aan te wenden voor de verwezenlijking van sociale huurwoningen. De gronden die eigendom zijn van Vlabinvest apb worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van dat minimale aandeel.
5Aan de verplichting, vermeld in het derde lid, is voldaan als het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, in een gemeente wordt behaald in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2042.
+0 −5 codex-wonen/art. 2.7 zoals gemerged
1De eerste gemeentelijke berekening van de gezamenlijke oppervlakte van onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse besturen gebeurt in afwijking van artikel 2.6, eerste lid, uiterlijk op 31 oktober 2010. De resultaten van die berekening gelden tot en met 31 december 2025.
2In afwijking van artikel 2.6, eerste lid, kan elke gemeente in de periode 2009-2025, voor haar grondgebied, de gezamenlijke oppervlakte van de onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse semipublieke rechtspersonen berekenen. De resultaten van die berekening gelden tot en met 31 december 2025.
3In afwijking van artikel 2.6, tweede lid, waakt de gemeente erover dat gezamenlijke oppervlakte, berekend conform het eerste lid, aangewend wordt om het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, te behalen. Als de gemeente toepassing gemaakt heeft van het tweede lid, geldt die verplichting ten aanzien van de gezamenlijke oppervlakte, berekend conform het eerste en het tweede lid.
4In afwijking van het derde lid is een gemeente die kennelijk onvoldoende inspanningen levert om het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.23, §2, eerste lid, te bereiken, ertoe gehouden ten minste een kwart van de gezamenlijke oppervlakte, vermeld in artikel 2.6, eerste lid, aan te wenden voor een sociaal woonaanbod. De gronden die eigendom zijn van sociale woonorganisaties, respectievelijk van het Vlabinvest apb, tellen niet mee voor de berekening van het minimale aandeel.
5Aan de verplichting, vermeld in het derde lid, is voldaan als het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, in een gemeente wordt behaald in de periode van 1 september 2009 tot en met 31 december 2025.
+0 −1 codex-wonen/art. 2.8 zoals gemerged
1Indien gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op grond van het actieprogramma, vermeld in artikel 2.6, eigenstandig een sociaal woonaanbod verwezenlijken, wordt dat aanbod geacht door een woonmaatschappij te zijn gerealiseerd, in zoverre alle voorwaarden die gelden in hoofde van de woonmaatschappijen in acht genomen worden, en het aanbod verwezenlijkt wordt op gronden die de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband op 31 december 2008 in eigendom heeft.
+1 −1 codex-wonen/art. 2.21 zoals gemerged
2Bij de planning van de investeringen wordt tevens rekening gehouden met:2Bij de planning van de investeringen wordt tevens rekening gehouden met:
31° de resultaten van de nulmeting, vermeld in artikel 2.26, en de beginselen van artikelen 2.31 tot 2.34;31° de resultaten van de nulmeting, vermeld in artikel 2.26, en de beginselen van artikelen 2.31 tot 2.34;
42° artikel 2.23 en 2.24.42° artikel 2.23.
+36 −10 codex-wonen/art. 2.23 zoals gemerged
1§1. In de periode van 1 september 2009 tot en met 31 december 2025 breidt de Vlaamse overheid het bestaande sociaal woonaanbod, zoals dat blijkt uit de nulmeting, vermeld in artikel 2.26, uit met 50.000 sociale huurwoningen.1§1. In de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2042 wordt het bestaande sociaal woonaanbod, zoals dat blijkt uit de nulmeting, vermeld in artikel 2.26, §1, eerste lid, uitgebreid met 50.000 sociale huurwoningen.
2De uitbreiding, vermeld in het eerste lid, wordt verwezenlijkt:
31° op initiatief van de initiatiefnemers, vermeld in artikel 2.8 en 4.13;
42° op grond van:
5a) de reguliere investeringen voor sociale huisvesting, in de zin van artikel 2.21;
6b) een op grond van specifieke begrotingskredieten georganiseerde inhaalbeweging, bijzondere inhaalbeweging 2009-2020 genoemd.
2De initiatiefnemers, vermeld in artikel 4.13, verwezenlijken het gewestelijk objectief, vermeld in het eerste lid, met de investeringen voor de sociale huisvesting, vermeld in artikel 2.21, eerste lid.
3Het gewestelijk groeipad, vermeld in de bijlage die bij deze codex is ge-voegd, bepaalt het ritme van de programmatie van het aantal sociale huurwo-ningen, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt het groeipad per gemeente.
4De Vlaamse Regering verdeelt 45.000 sociale huurwoningen van het gewes-telijk objectief, vermeld in het eerste lid, over de gemeenten. Om hiertoe te komen, houdt de verdeling rekening met de volgende elementen:
51° op basis van de prognoses over het aantal huishoudens per gemeente per jaar blijft het aandeel sociale huurwoningen per gemeente minstens op peil;
62° in voorkomend geval, de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 2.32;
73° in voorkomend geval, de vermindering, vermeld in artikel 2.31, §2, tweede lid;
84° in voorkomend geval, de afwijking, vermeld in artikel 2.31, §2, derde lid;
95° het aandeel huurders op de private huurmarkt in de gemeente, die voldoen aan de inkomensvoorwaarde, vermeld in artikel 6.8, §1, eerste lid, 2°.
10Het aandeel sociale huurwoningen per gemeente, vermeld in het vierde lid, 1°, wordt berekend door de som van het aantal sociale huurwoningen bij de nulmeting, vermeld in artikel 2.26, en het niet-gerealiseerde deel van het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen van de gemeente, vermeld in artikel 2.32, §1, eerste lid, te delen door het aantal huishoudens in die gemeente op 1 januari 2026. Zolang er geen definitieve gegevens over het aantal huishoudens op 1 januari 2026 bekend zijn, houdt de Vlaamse Regering rekening met de meest recente prognoses op die datum.
11De Vlaamse Regering werkt het groeipad, vermeld in het derde lid, en de verdeling, vermeld in het vierde lid, bij in de tweede helft van 2029, 2034 en 2039, rekening houdend met de meest recente gegevens die op dat moment beschikbaar zijn:
121° het aandeel huishoudens op de private huurmarkt die voldoen aan de inkomensvoorwaarde, vermeld in artikel 6.8, §1, eerste lid, 2°, per gemeen-te;
132° prognoses over de evolutie van het aantal huishoudens per gemeente;
143° de beschikbare middelen binnen de Vlaamse begroting.
15De Vlaamse Regering voorziet in een enveloppe voor het resterende aandeel sociale huurwoningen van het gewestelijk objectief, vermeld in het eerste lid, dat niet wordt verdeeld over de gemeenten, vermeld in het vierde lid, en voor het aantal sociale huurwoningen dat is vrijgesteld conform de procedure, vermeld in artikel 2.32, §2. De gemeenten kunnen van die enveloppe gebruikmaken conform de procedure, vermeld in artikel 2.2, §2, eerste lid.
7§2. Met het oog op de bewaking van de verwezenlijking van de gewestelijke objectieven, vermeld in §1, voert de Vlaamse Regering voor het eerst in 2012 en daarna periodiek om de twee jaar, een voortgangstoets uit over de implementatie van het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27.16§2. Om de verwezenlijking van het gewestelijk objectief, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, te bewaken, voert de Vlaamse Regering in 2028, en vervolgens om de drie jaar, een voortgangstoets uit over de verwezenlijking van het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, op basis van de volgende voorwaarden:
8Indien de Vlaamse Regering vaststelt dat een gemeente kennelijk onvoldoende inspanningen levert om het bindend sociaal objectief tijdig te bereiken, sluit zij een overeenkomst met sociale woonorganisaties die bereid worden gevonden om het vereiste sociaal woonaanbod op het grondgebied van de gemeente te verwezenlijken.
9De Vlaamse Regering bepaalt de methodologie en de criteria aan de hand waarvan de voortgangstoets, vermeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd. Zij legt een nadere omschrijving vast van het begrip “kennelijk onvoldoende inspanningen om het bindend sociaal objectief te bereiken”.
10De Vlaamse Regering waakt over de medewerking van de gemeenten aan de implementatie van de overeenkomsten met sociale woonorganisaties, vermeld in het tweede lid. Onverminderd gevallen van overmacht kan zij daartoe elk financieel mechanisme aanwenden dat in rechte is voorgeschreven ter sanctionering van de niet-uitvoering van gemeentelijke verplichtingen.
171° op 31 december 2027 is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2030 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
182° op 31 december 2030:
19a) is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2030 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
20b) is het aantal van de sociale huurwoningen dat nog niet gerealiseerd is of opgenomen is in de kortetermijnplanning conform punt a), minstens opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
213° op 31 december 2033:
22a) zijn alle sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2030 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplan-ning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
23b) is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2031 tot en met 2036 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
244° op 31 december 2036:
25a) zijn alle sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2030 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplan-ning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
26b) is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2031 tot en met 2036 van het gemeentelijk objectief, vermeld in punt artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
27c) is het aantal van de sociale huurwoningen dat nog niet gerealiseerd is of opgenomen is in de kortetermijnplanning conform punt b), minstens op-genomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
285° op 31 december 2039:
29a) zijn alle sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2036 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplan-ning, vermeld in artikel 2.22, §2;
30b) is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2037 tot en met 2042 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen op de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
316° op 31 december 2042 zijn alle gemeentelijke objectieven, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd.
32De sociale huurwoningen opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in het eerste lid, zijn voorafgaandelijk opgenomen in de langetermijnplanning.
33De Vlaamse Regering bepaalt de methodologie en de criteria om de voort-gangstoets uit te voeren.
34§3. Een gemeente die kennelijk onvoldoende inspanningen levert om het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, tijdig te bereiken, betaalt, per sociale huurwoning die niet is verwezenlijkt, een bijdrage aan het Vlaamse Gewest, die hoogstens gelijk is aan de tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden, vermeld in artikel 5.74, vermenig-vuldigd met twaalf.
35De Vlaamse Regering bepaalt wat er wordt verstaan onder: kennelijk onvol-doende inspanningen leveren om het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, te bereiken.
36De Vlaamse Regering stelt de modaliteiten vast van de betaling van de bijdrage aan het Vlaamse Gewest, vermeld in het eerste lid.
+0 −4 codex-wonen/art. 2.24 zoals gemerged
1In de periode 2012-2023 breidt de Vlaamse overheid het bescheiden woonaanbod uit met 6 000 eenheden.
2De uitbreiding, vermeld in het eerste lid, wordt verwezenlijkt op initiatief van:
31° de woonmaatschappijen, voor zover voldaan wordt aan alle voorwaarden, vermeld in artikel 4.42;
42° de private actoren, voor zover voldaan wordt aan alle voorwaarden, vermeld in artikel 5.101.
+0 −7 codex-wonen/art. 2.25 zoals gemerged
1In de periode 2015-2020 staat de Vlaamse overheid ten minste 17.000 bijzondere sociale leningen voor de aankoop van een in het Vlaamse Gewest gelegen woning als vermeld in artikel 5.66, eerste lid, 1°, toe aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden.
2Het gewestelijk objectief, vermeld in het eerste lid, wordt als volgt verdeeld over de provincies:
31° provincie Antwerpen: 27,53%;
42° provincie Limburg: 15,00%;
53° provincie Oost-Vlaanderen: 22,51%;
64° provincie Vlaams-Brabant: 16,64%;
75° provincie West-Vlaanderen: 18,32%.
+3 −4 codex-wonen/art. 2.26 zoals gemerged
1§1. De Vlaamse Regering gelast periodiek een nulmeting op het vlak van het bestaande sociaal woonaanbod binnen elke Vlaamse gemeente.
2Een nulmeting wordt georganiseerd naar aanleiding van de organisatie van een grootschalig steekproefonderzoek als vermeld in artikel 2.40.
1§1. In 2026 actualiseert de Vlaamse Regering, op basis van de gegevens van 31 december 2025, de resultaten van de nulmeting op het vlak van het bestaande sociaal woonaanbod binnen elke Vlaamse gemeente, die de Vlaamse Regering in 2025 uitvoerde op basis van de gegevens van 31 december 2023.
3De Vlaamse Regering kan nadere materiële, methodologische en procedurele regelen voor de nulmeting bepalen.2De Vlaamse Regering kan nadere materiële, methodologische en procedurele vereisten voor de nulmeting bepalen.
4§2. De resultaten van de nulmeting op het vlak van het bestaande sociaal woonaanbod, opgenomen in de bijlage bij deze codex, die zijn bekrachtigd bij artikel 7.3.6 decreet grond- en pandenbeleid, voor het werd opgeheven bij artikel 61 van het decreet van 14 oktober 2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, gelden voor de periode vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 december 2025.
3§2. De Vlaamse Regering maakt de resultaten van de nulmetingen, vermeld in paragraaf 1, bekend, die gelden voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2042.
+1 −1 codex-wonen/art. 2.27 zoals gemerged
1Een bindend sociaal objectief is een gemeentelijke omschrijving van het sociaal woonaanbod dat binnen een periode van tien jaar naar aanleiding van de organisatie van een grootschalig steekproefonderzoek als vermeld in artikel 2.40, ten minste moet worden verwezenlijkt.1Het bindend sociaal objectief is een gemeentelijke omschrijving van het sociaal woonaanbod dat in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2042 ten minste moet worden gerealiseerd.
2Het bindend sociaal objectief wordt bekendgemaakt op de wijze, vermeld in artikel 286 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.2Het bindend sociaal objectief wordt bekendgemaakt op de wijze, vermeld in artikel 286 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
+2 −2 codex-wonen/art. 2.28 zoals gemerged
1Met behoud van de mogelijkheid tot bijstelling met toepassing van artikel 2.31, tweede en derde lid, en artikel 2.32, gelden de eerste bindende sociale objectievenvoor de periode vanaf 1 september 2009 tot en met 31 december 2025.1Met behoud van de toepassing van artikel 2.31, §4, gelden de bindende sociale objectieven, vermeld in artikel 2.27, voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2042.
2Of een bindend sociaal objectief als vermeld in het eerste lid, al dan niet tijdig bereikt is, wordt beoordeeld op basis van het sociaal woonaanbod dat verwezenlijkt is in de periode vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 december 2025.2Of een bindend sociaal objectief als vermeld in artikel 2.27, al dan niet tijdig bereikt is, wordt beoordeeld op basis van het sociaal woonaanbod dat verwezenlijkt is in de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2042.
+2 −4 codex-wonen/art. 2.29 zoals gemerged
1Het bindend sociaal objectief houdt voor de gemeentelijke overheid een rechtsplicht in om:
21° bestaande gemeentelijke plannen en reglementen met een invloed op de verwezenlijking van het sociaal woonaanbod waar nodig af te stemmen op het vooropgestelde percentage;1Het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, houdt voor de ge-meentelijke overheid de verplichting in om bestaande gemeentelijke plannen en reglementen met een invloed op de verwezenlijking van het sociaal woonaanbod waar nodig af te stemmen op het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen, vermeld in artikel 2.31, §2, of het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen bij een driepartijenovereenkomst.
32° de normen, vermeld in deel 2, titel 2, vast te stellen in lijn met het vooropgestelde percentage.
4Een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan dat zich niet verdraagt met het bindend sociaal objectief, en dat nog niet is aangepast overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan niet worden ingeroepen om de maatregelen af te wijzen die voor de verwezenlijking van het bindend sociaal objectiefzijn vereist.2Een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan of een gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan dat zich niet verdraagt met het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, en dat nog niet is aangepast overeenkomstig het eerste lid, kan niet worden ingeroepen om de maatregelen af te wijzen die voor de verwezenlijking van het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, zijn vereist.
+1 −1 codex-wonen/art. 2.30 zoals gemerged
+9 −11 codex-wonen/art. 2.31 zoals gemerged
+15 −80 codex-wonen/art. 2.32 zoals gemerged
+0 −1 codex-wonen/art. 2.33 zoals gemerged
+1 −1 codex-wonen/art. 2.34 zoals gemerged
+1 −0 codex-wonen/art. 3.1 zoals gemerged
+4 −3 codex-wonen/art. 4.1/1 zoals gemerged
+2 −2 codex-wonen/art. 4.2 zoals gemerged
+1 −1 codex-wonen/art. 4.44 zoals gemerged
+1 −1 codex-wonen/art. 4.46/1/1 zoals gemerged
+3 −0 codex-wonen/art. 4.46/2 zoals gemerged
+1 −1 codex-wonen/art. 5.26 zoals gemerged
+1 −1 codex-wonen/art. 5.34 zoals gemerged
+1 −1 codex-wonen/art. 5.42 zoals gemerged
+1 −1 codex-wonen/art. 5.47 zoals gemerged
+0 −3 codex-wonen/art. 5.52 zoals gemerged
+4 −1 codex-wonen/art. 5.52/1 zoals gemerged
+9 −0 codex-wonen/art. 5.57/1 zoals gemerged
+1 −1 codex-wonen/art. 5.76 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2021-07-09/art. 210 zoals gemerged
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd