§ flandrepo

Tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft netbeheer en energie-efficiëntie #2127

Gemerged Vlaamse Regering voegde 35 artikels samen in decreet-1995-04-05energiedecreet · 15 april 2024 2 checks vragen aandacht
Aangenomen tekst
14 mei 2024 · 20 blz.
2127/3 Officiële PDF
36 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 14 mei 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+1 −0 decreet-1995-04-05/art. 16.1.1 berekend
665° de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging;
775°/1 de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
8+5°/2 de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties;
896° de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IIIbis en de uitvoeringsbesluiten ervan betreft;
9106°/1 ...;
energiedecreet/art. 1.1.3 wijzigt
Art. 7. In artikel 1.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een punt 10°/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: “10°/2 afnamepunt voor waterstof: punt waar waterstof van een waterstofnet wordt afgenomen en verbruikt;”; 2° punt 18°/1 wordt vervangen door wat volgt: “18°/1 biobrandstoffen: vloeibare brandstoffen voor vervoer die geproduceerd zijn uit biomassa;”; 3° in punt 18°/2 worden de woorden “van de landbouw” vervangen door de woorden “uit de landbouw”; 4° in punt 18°/2 worden de woorden “van industrieel en huishoudelijk afval” vervangen door de zinsnede “van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong”; 5° punt 35°, opgeheven door het decreet van 14 februari 2014, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: “35° energetisch verbruik: het gebruik van een energiedrager voor het benutten van de energie-inhoud om energie te produceren;”; 6° in punt 40° wordt tussen de zinsnede “gas,” en het woord “elektriciteit” de zinsnede “aardgas, waterstof, hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, koolstofarme brandstof van niet-biologische oorsprong,” ingevoegd; 7° er wordt een punt 92°/0 ingevoegd, dat luidt als volgt: “92°/0 niet-energetisch verbruik: het gebruik van een brandstof als grondstof in een industrieel proces of als smeermiddel, vet, bitumen of oplosmiddel, maar niet voor het produceren van energie als primair doel;”; 8° in punt 92°/1/0/1, g), wordt het woord “landbouwgebouw” vervangen door het woord “landbouwbedrijf”; 9° aan punt 92°/1/0/1 wordt een punt h) toegevoegd, dat luidt als volgt: “h) elektriciteitscabines;”; 10° punt 96°, opgeheven door het decreet van 10 maart 2017, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: “96° openbaar bestuur: alle volgende organisaties en rechtspersonen: a) de publieke organisaties; b) de overheidsinstanties, in zoverre ze niet reeds vallen onder punt a);”; 11° er wordt een punt 97°/0 ingevoegd, dat luidt als volgt: “97°/0 overheidsinstantie: a) de publieke organisaties, vermeld in punt 104°/1, a), b), c), d), e), f), g), l) en m); b) de entiteiten die zowel rechtstreeks door de publieke organisaties, vermeld in punt a), worden gefinancierd en beheerd, maar die niet van industriële of commerciële aard zijn;”; 12° het bestaande punt 97°/0 wordt vernummerd tot punt 97°/0/1; 13° in punt 104°/1, b), wordt de zinsnede “, inclusief de intern en extern verzelfstandigde agentschappen” opgeheven; 14° aan punt 104°/1 worden een punt l) en m) toegevoegd, die luiden als volgt: “l) de polders en wateringen; m) rechtspersonen opgericht op grond van een samenwerkingsakkoord dat werd gesloten tussen: 1) de federale overheid en een of meer gewesten of gemeenschappen; 2) meerdere gewesten of gemeenschappen onderling;”; 15° in punt 113°/2 wordt de zinsnede “voor installaties op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) kleiner of gelijk aan 10 MW geldig gedurende twaalf maanden, voor installaties op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 MW gedurende vijftien maanden,” opgeheven; 16° in punt 113°/2 worden de woorden “voor installaties op basis van zonne-energie minstens twaalf maanden en voor andere installaties” opgeheven; 17° er wordt een punt 124°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “124°/1 totale bruikbare vloeroppervlakte: de som van de brutovloeroppervlakten van alle vloerniveaus binnen het beschermde volume van het gebouw, berekend volgens de door de Vlaamse Regering vastgelegde specificaties;”; 18° er wordt een punt 126°/6 ingevoegd, dat luidt als volgt: “126°/6 verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen: steunregeling waarbij energieproducenten worden verplicht een bepaald aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in hun productie op te nemen, energieleveranciers worden verplicht een bepaald aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in de levering op te nemen of energieconsumenten worden verplicht een bepaald gedeelte van hun energieverbruik uit hernieuwbare bronnen te halen, met inbegrip van regelingen waarbij middels het gebruik van groencertificaten aan deze eisen kan worden voldaan;”; 19° er wordt een punt 131°/0 ingevoegd, dat luidt als volgt: “131°/0 Vlaamse overheid: de entiteiten die vallen onder het toepassingsgebied van artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;”; 20° er wordt een punt 137°/1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “137°/1/1 waterstof: elk product dat hoofdzakelijk bestaat uit waterstofmoleculen;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

energiedecreet/art. 3.1.3 wijzigt · eerste lid, 1°
Art. 8. Aan artikel 3.1.3, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2022, worden een punt v) en een punt w) toegevoegd, die luiden als volgt: “v) het uitvoeren van de beoordeling en het aanduiden van mogelijke passende maatregelen, vermeld in de leden 3 en 4 van artikel 15 van de verordening (EU) 2023/1804 van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/ EU; w) het toezicht op de naleving van codes van goede praktijk en vrijwillige akkoorden die met betrekking tot de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt worden gesloten met marktpartijen.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 energiedecreet/art. 4.1.2 berekend
22De VREG wijst een rechtspersoon aan die belast wordt met het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest, zoals vermeld in het eerste lid.
33Alleen de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan elektrische leidingen aanleggen en beheren met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, die gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributie-netten.
4−Op eigen initiatief of op verzoek van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan de VREG de lijst wijzigen van het geheel van elektrische leidingen en installaties die het plaatselijk vervoernet van elektriciteit uitmaken, als vermeld in het eerste lid .
4+Op eigen initiatief of op verzoek van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een elektriciteitsdistributienetbeheerder wat betreft zijn aaneensluitend geografisch afgebakend gebied kan de VREG de lijst wijzigen van het geheel van elektrische leidingen en installaties die het plaatselijk vervoernet van elektriciteit uitmaken, als vermeld in het eerste lid De VREG onderwerpt de lijst, vermeld in het eerste lid, minstens om de tien jaar en voor het eerst tegen 1 juli 2025 aan een evaluatie en wijzigt daarbij waar nodig de samenstelling ervan.
+6 −4 energiedecreet/art. 4.1.8 berekend
1−§ 1. De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan geen andere activiteiten ondernemen voor de productie van elektriciteit dan de productie van elektriciteit die nodig is om zijn taken als netbeheerder goed te kunnen uitoefenen.
1+§1. De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan:
2+1° geen activiteiten ondernemen voor de productie van energie, behalve om het eigen energieverbruik te dekken;
3+2° niet participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van energie. Onder het voormelde verbod valt niet de productie om het eigen energieverbruik van die rechtspersoon te dekken.
24§ 2. Een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij, en hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, kunnen:
3−1° geen activiteiten ondernemen voor de productie van energie, behalve om het energieverbruik van de eigen gebouwen te dekken;
5+1° geen activiteiten ondernemen voor de productie van energie, behalve om het eigen energieverbruik te dekken;
4−2° niet participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van energie. Hieronder valt niet de productie om het energieverbruik van de eigen gebouwen van die rechtspersoon te dekken.
6+2° niet participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van energie. Onder het voormelde verbod valt niet de productie om het eigen energieverbruik van die rechtspersoon te dekken.
57In afwijking van het eerste lid kunnen een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, activiteiten ondernemen voor de productie van thermische energie of participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van thermische energie voor zover deze activiteit tijdelijk is.
6−De maximale tijdsperiode waarbinnen de distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, de activiteiten, vermeld in het tweede lid, kunnen ondernemen, bedraagt vijf jaar. Deze termijn van vijf jaar kan evenwel op basis van een grondig onderbouwde motivatie maximaal driemaal met twaalf maanden verlengd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels aangaande de uitvoering van deze uitzondering .
8+De maximale tijdsperiode waarbinnen de distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, de activiteiten, vermeld in het tweede lid, kunnen ondernemen, bedraagt tien jaar. Deze termijn van tien jaar kan evenwel op basis van een grondig onderbouwde motivatie telkens met zestig maanden verlengd worden. De gecumuleerde looptijd van de verlengingen kan echter nooit de originele afschrijvingstermijn die van toepassing is op de betrokken activa overschrijden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels aangaande de uitvoering van deze uitzondering en houdt hierbij rekening met de gevolgen voor de marktwerking.
+12 −0 energiedecreet/art. 4.1.11/8 nieuw
1+De Vlaamse Regering stelt, op gezamenlijk voorstel van aardgasdistributienetbeheerders, een veiligheidscode vast. De voormelde veiligheidscode bepaalt de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het aardgasdistributienet te garanderen. De voormelde veiligheidscode bevat minstens al de volgende elementen over het ontwerp, de aanleg, de exploitatie en de ingebruikstelling van alle installaties voor aardgasdistributie in het Vlaamse Gewest en in het kader van de uitvoering van werken door derden aan of in de nabije omgeving van installaties voor aardgasdistributie:
2+1° de technische kenmerken van het aardgasdistributienet met onder meer de toegepaste netdrukken;
3+2° de kenmerken van het gedistribueerde aardgas;
4+3° de ingravingsdiepte en de toegankelijkheid van de aardgasdistributieleidingen;
5+4° de bescherming tegen corrosie;
6+5° de gebruikte materialen en componenten;
7+6° de aanleg, de controle en het beproeven van aardgasdistributieleidingen;
8+7° de verplichtingen van derden voor, tijdens en na werken in de nabijheid van aardgasdistributie-installaties;
9+8° de exploitatievoorwaarden en de controles van de aardgasdistributie-installaties;
10+9° de tussenkomsten na gasreukmeldingen, incidenten of ongevallen;
11+10° de procedure in geval van opening van een gasmeter voor een netgebruiker.
12+De veiligheidscode, vermeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op installaties van gesloten distributienetten, privédistributienetten en directe leidingen.
+13 −0 energiedecreet/art. 4.1.11/9 nieuw
1+De Vlaamse Regering stelt, op gezamenlijk voorstel van de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een veiligheidscode vast. De voormelde veiligheidscode bepaalt de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het elektriciteitsdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit te garanderen.
2+De voormelde veiligheidscode bevat minstens al de volgende elementen voor het ontwerp, de aanleg, de exploitatie en de ingebruikstelling van alle installaties van het elektriciteitsdistributienet of van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest en in het kader van de uitvoering van werken door derden aan of in de nabije omgeving van installaties van het elektriciteitsdistributienet of installaties van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit:
3+1° de technische kenmerken van het elektriciteitsdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit met onder meer de toegepaste spanningsniveaus;
4+2° de vrije hanghoogte, de ingravingsdiepte en de toegankelijkheid van de elektriciteitsleidingen;
5+3° de bescherming tegen corrosie;
6+4° de gebruikte materialen en componenten;
7+5° de aanleg, de controle en het beproeven van elektriciteitsleidingen;
8+6° de verplichtingen van derden voor, tijdens en na werken in de nabijheid van installaties van het elektriciteitsdistributienet en installaties van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;
9+7° de exploitatievoorwaarden en de controles van de installaties van het elektriciteitsdistributienet en installaties van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;
10+8° de tussenkomsten na incidenten of ongevallen;
11+9° de procedure in geval van opening van een elektriciteitsmeter voor een netgebruiker op het elektriciteitsdistributienet of bij een gebruiker van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
12+De veiligheidscode, vermeld in het eerste lid, houdt rekening met de objectieve verschillen tussen het elektriciteitsdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
13+De veiligheidscode, vermeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op installaties van gesloten distributienetten, privédistributienetten en directe lijnen.
+0 −5 energiedecreet/art. 4.1.16 opgeheven
1−Onverminderd artikel 4.1.13 is voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de aansluiting van een wooneenheid of gebouw het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de wooneenheid of het gebouw, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
2−Voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de ontsluiting van een verkaveling is het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de verkaveling, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
3−De Vlaamse Regering houdt voor het vaststellen van de uitzonderingen, vermeld in het eerste en tweede lid, minstens rekening met de aanwezigheid van andere netten en de energieprestaties van de aan te sluiten gebouwen.
4−De aanvrager van de aansluiting of verkaveling draagt de overige kosten.
5−De VREG beslist, met toepassing van afdeling XII, over het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen tussen het aardgasdistributienet en de wooneenheid, het gebouw of de verkaveling.
energiedecreet/art. 4.1.19 wijzigt
Art. 15. In artikel 4.1.19 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 2 april 2021 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord “jaarlijks” vervangen door het woord “tweejaarlijks”; 2° aan paragraaf 1, tweede lid, 2°, c), wordt de zinsnede “, onder meer inzake de potentiële bijdrage van elektrische voertuigen en, specifiek, slim en bidirectioneel laden aan de flexibiliteit van het energiesysteem” toegevoegd; 3° in paragraaf 1, tweede lid, 6°, worden de woorden “het afgelopen jaar” vervangen door de woorden “de afgelopen twee jaar”; 4° in paragraaf 1, derde lid, worden punt 1° tot en met 4° vervangen door wat volgt: “1° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met vermelding van de onderliggende hypothesen; 2° een investeringsprogramma voor vernieuwing en uitbreiding van het net dat de beheerder van het plaatselijk vervoernet uitvoert om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat al de volgende elementen: a) de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar; b) de belangrijkste infrastructuur die vereist is voor de aansluiting van nieuwe productiecapaciteit en nieuwe belasting, inclusief batterijopslag en snellaadinfrastructuur; c) voorspellingen van de langetermijntrends, onder meer inzake de potentiële bijdrage van elektrische voertuigen en, specifiek, slim en bidirectioneel laden aan de flexibiliteit van het energiesysteem; 3° een transparante kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de flexibiliteitsdiensten of andere hulpbronnen, inclusief de onderliggende parameters, de assumpties en de locaties waar die diensten vereist zijn, waarvoor de beheerder van het plaatselijk vervoernet zelf aanvrager van flexibiliteit is, in de vorm van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en het beheer van lokale congestie binnen zijn dekkingsgebied die voor een periode van drie jaar enerzijds en voor een periode van tien jaar anderzijds vereist zijn; 4° een transparante beschrijving van de toepassing van de methodologie, vermeld in artikel 4.2.1, §2, 14°, waarmee een afweging wordt gemaakt tussen de aankoop van flexibiliteitsdiensten, in functie van het beheer van lokale congestie binnen het eigen dekkingsgebied, en van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en een netinvestering;”; 5° aan paragraaf 1, derde lid, worden een punt 5° tot en met 8° toegevoegd, die luiden als volgt: “5° het resultaat van de afweging, vermeld in punt 4°; 6° een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in de afgelopen twee jaar uitgevoerd zijn; 7° de volumerapportering van activaties van flexibiliteitsdiensten op het plaatselijk vervoernet en op het distributienet door congestie op het plaatselijk vervoernet in de afgelopen twee jaar die voorafgaan aan de indiening van het investeringsplan; 8° de ontwikkeling van diensten en maatregelen die het gebruik van flexibiliteit op het plaatselijk vervoernet verhogen.”; 6° in paragraaf 1, vierde lid, worden punt 3° en punt 4° opgeheven; 7° in paragraaf 1, vierde lid, 5°, worden de woorden “het afgelopen jaar” vervangen door de woorden “de afgelopen twee jaar”; 8° in paragraaf 2, eerste lid, wordt tussen het woord “netgebruikers” en de woorden “en de transmissienetbeheerder” de zinsnede “, de relevante gebruikers van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit” ingevoegd; 9° in paragraaf 3, tweede lid, tweede zin, wordt het woord “negentig” vervangen door het woord “dertig”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het op te heffen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+19 −0 energiedecreet/art. 4.1.19/1 nieuw
1+§1. Met behoud van toepassing van artikel 4.1.19 wordt de ontwikkeling van het distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit gebaseerd op een transparant databeheersplan dat tweejaarlijks door de distributienetbeheerders en door de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bij de VREG wordt ingediend, telkens voor het net dat hij beheert.
2+Het databeheersplan, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op:
3+1° voor de distributienetbeheerders de taken, vermeld in artikel 4.1.8/2, eerste lid;
4+2° voor de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit de taken, vermeld in artikel 4.1.6, §3.
5+Het databeheersplan, vermeld in het eerste lid, omvat al de volgende elementen:
6+1° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van de systemen die ingezet worden ter ondersteuning van het netbeheer, de leveringsmarkt en flexibiliteit die gebaseerd is op de toekomstverwachtingen rond evoluties in deze behoeften, rekening houdend met evoluerende behoeften voor de opnamefrequentie en doorstuurfrequentie van de data, met vermelding van de onderliggende hypothesen;
7+2° een investeringsprogramma voor de aanpassing van de systemen dat de netbeheerder uitvoert om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat al de volgende elementen:
8+a) de roadmap voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van de systemen voor het beheren van data voor een periode van tien jaar;
9+b) een toelichting bij de verschillende systemen in de dataketting;
10+c) voorspellingen van de langetermijntrends.
11+Het technisch reglement, vermeld in artikel 4.2.1, kan nader bepalen welke bijkomende informatie kan worden gevraagd aan de distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en op welke wijze de informatie ter beschikking wordt gesteld.
12+§2. De netbeheerders consulteren alle relevante netgebruikers, de relevante gebruikers van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de transmissienetbeheerder over het databeheersplan, vermeld in paragraaf 1.
13+De netbeheerders bezorgen de resultaten van de publieke consultatie, vermeld in het eerste lid, samen met het databeheersplan, vermeld in paragraaf 1, aan de VREG.
14+§3. Het databeheersplan, vermeld in paragraaf 1, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.
15+De VREG maakt zijn beslissing over het databeheersplan, vermeld in het eerste lid, binnen negentig dagen na de dag waarop hij het databeheersplan heeft ontvangen bekend of vraagt binnen die termijn bijkomende inlichtingen aan de netbeheerder. Als de VREG aan de netbeheerder bijkomende inlichtingen vraagt, wordt de voormelde termijn om een beslissing te nemen met dertig dagen verlengd, vanaf de dag nadat de bijkomende inlichtingen zijn gevraagd.
16+De VREG kan, na overleg, de netbeheerder verplichten om het databeheersplan binnen een redelijke termijn aan te passen.
17+Het goedgekeurde databeheersplan wordt op de website van de netbeheerder bekendgemaakt.
18+§4. In het jaar volgend op de goedkeuring van het databeheersplan, vermeld in paragraaf 1, bezorgen de distributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit een voortgangsrapport over de uitvoering van het databeheersplan en bezorgen dat aan de minister voor 1 oktober.
19+§5. De distributienetbeheerder die kleinschalige netten voor de distributie van aardgas bedient op het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied, hoeft geen databeheersplan als vermeld in paragraaf 1, op te stellen en in te dienen.
+1 −0 energiedecreet/art. 4.1.22/3 berekend
443° bezit de technische mogelijkheid tot communiceren met applicaties van andere marktpartijen;
554° kan op afstand het toegangsvermogen instellen en de toegang tot het distributienet verlenen en onderbreken.
6+Een digitale meter wordt als niet-communicerend beschouwd als hij actief is maar niet op afstand uitleesbaar is door de distributienetbeheerder. Als de meter niet-communicerend is door een probleem in de digitale meter, lost de distributienetbeheerder het communicatieprobleem op eigen initiatief of op vraag van de netgebruiker op binnen een door de Vlaamse Regering bepaalde termijn. Indien de meter niet-communicerend is door de locatie van de digitale meter in het gebouw of door de ligging van het gebouw waarin de digitale meter is geplaatst, lost de distributienetbeheerder het communicatieprobleem op als de netgebruiker hem daarom verzoekt en op voorwaarde dat er een technisch en economisch haalbare oplossing is. De Vlaamse Regering kan criteria opleggen voor de evaluatie van de technische en economische haalbaarheid. De distributienetbeheerder zorgt er in alle gevallen voor dat nooit meer dan 6% van de geplaatste digitale meters voor aardgas of 3% van de geplaatste digitale meters voor elektriciteit niet-communicerend zijn.
67De marktpartijen, vermeld in het eerste lid, 3°, verwerken alleen de gegevens die strikt noodzakelijk zijn om hun diensten te verlenen en waarover een overeenkomst werd afgesloten met de betrokkene. Die gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en niet overmatig ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden.
78De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de digitale meters moeten voldoen.
+1 −1 energiedecreet/art. 4.3.3 berekend
1−In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.
1+In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of als de toegang van een leverancier tot het net wordt beëindigd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.
22Het Openbaar Ministerie brengt de VREG op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.
33De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de VREG zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van:
energiedecreet/art. 4.4.1 wijzigt
+4 −0 energiedecreet/art. 7.1.4 berekend
energiedecreet/art. 7.1.5 wijzigt · §4, zevende lid
+1 −1 energiedecreet/art. 7.1.10 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 7.1.11 berekend
energiedecreet/art. 7.1/1 wijzigt · .1, §3
+1 −1 energiedecreet/art. 7.2.2 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 7.2.3 berekend
+0 −3 energiedecreet/art. 7.3.1 opgeheven
energiedecreet/art. 7.8.1 wijzigt
+14 −0 energiedecreet/art. 7.8.2 nieuw
+6 −0 energiedecreet/art. 7.8.3 nieuw
+1 −10 energiedecreet/art. 11.2.3 berekend
energiedecreet/art. 12.2.1 wijzigt · eerste lid
+15 −5 energiedecreet/art. 12.3.1 berekend
+0 −0 energiedecreet/art. 12.3.2 opgeheven
+2 −2 energiedecreet/art. 13.4.9/1 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 13.4.11 berekend
+4 −3 energiedecreet/art. 13.4.16 berekend
+3 −0 energiedecreet/art. 13.4.17 nieuw
+3 −1 energiedecreet/art. 15.3.5/18 berekend
+1 −0 energiedecreet/art. 15.3.5/25 nieuw
+33 −0 energiedecreet/art. 15.3.5/26 nieuw
art. 3de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties voegt in
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd