§ flandrepo

Tot wijziging van artikel 10.2.3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wat de sanering van afvalwater betreft #1349

Gemerged Vlaamse Regering voegde 27 artikels samen in decreet-1995-04-05decreet-2003-07-18 · 28 juni 2022 22 checks vragen aandacht
27 artikels gewijzigd
+3 −2 decreet-1995-04-05/art. 10.2.3 zoals gemerged
196° het uitvoeren van de analyses en beoordelingen van de kenmerken van het stroomgebiedsdistrict, de effecten van de menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater en van het watergebruik, bedoeld in artikel 1.7.3.1. van het decreet integraal waterbeleid;196° het uitvoeren van de analyses en beoordelingen van de kenmerken van het stroomgebiedsdistrict, de effecten van de menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater en van het watergebruik, bedoeld in artikel 1.7.3.1. van het decreet integraal waterbeleid;
207° het uitbrengen van het advies bij de watertoets, bedoeld in artikel 1.3.1.1,§ 3, van het decreet integraal waterbeleid, voor die gevallen waarin de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse regering is aangewezen als adviesverlenende instantie;207° het uitbrengen van het advies bij de watertoets, bedoeld in artikel 1.3.1.1,§ 3, van het decreet integraal waterbeleid, voor die gevallen waarin de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse regering is aangewezen als adviesverlenende instantie;
218° het uitoefenen van toezicht op de Vennootschap, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §1, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, vermeld in titel II, hoofdstuk VI, afdeling 1, onderafdelingen 1 en 2, van het voormelde decreet, en het opstellen, controleren en opvolgen van de subsidiëringsprogramma’s voor de zuivering van het afvalwater dat geloosd wordt in de openbare riolen en collectoren;
218° het opstellen, controleren en opvolgen van de investeringsprogramma's en de subsidiëringsprogramma's voor de zuivering van het afvalwater dat geloosd wordt in de openbare riolen en collectoren; de aansturing van de uitbouw van het gemeentelijke rioleringsnet met inbegrip van subsidiëring en het ecologisch en economisch toezicht op de uitbouw en het beheer van de zuiveringsinfrastructuur;228° bis de aansturing van de uitbouw van het gemeentelijke rioleringsnet met inbegrip van subsidiëring en het toezicht op de uitbouw en het beheer van de zuiveringsinfrastructuur;
229° het beheren van het grondwater en de voorstellen voor afbakening van waterwingebieden en beschermingszones;239° het beheren van het grondwater en de voorstellen voor afbakening van waterwingebieden en beschermingszones;
2310° met betrekking tot de onbevaarbare waterlopen:2410° met betrekking tot de onbevaarbare waterlopen:
4020° het opmaken van zoneringsplannen voor de sanering van het afvalwater. De zoneringsplannen maken een onderscheid tussen de gebieden met collectieve sanering en de gebieden met individuele sanering. In uitvoering van één of meerdere zoneringsplannen wordt een gebiedsdekkend uitvoeringsplan per zuiveringsgebied opgemaakt waarin de uitvoering en de timing van de projecten met betrekking tot respectievelijk de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting geregeld zijn, evenals de noodzakelijke afstemming van de projecten. Deze zonerings- en uitvoeringsplannen worden bindend voor derden na goedkeuring door de Vlaamse Regering.4120° het opmaken van zoneringsplannen voor de sanering van het afvalwater. De zoneringsplannen maken een onderscheid tussen de gebieden met collectieve sanering en de gebieden met individuele sanering. In uitvoering van één of meerdere zoneringsplannen wordt een gebiedsdekkend uitvoeringsplan per zuiveringsgebied opgemaakt waarin de uitvoering en de timing van de projecten met betrekking tot respectievelijk de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting geregeld zijn, evenals de noodzakelijke afstemming van de projecten. Deze zonerings- en uitvoeringsplannen worden bindend voor derden na goedkeuring door de Vlaamse Regering.
4121° het ondersteunen van de uitbouw van grijswatercircuits ter bescherming van de kwetsbare watervoerende lagen door subsidiëring van grijswaterleveranciers.4221° het ondersteunen van de uitbouw van grijswatercircuits ter bescherming van de kwetsbare watervoerende lagen door subsidiëring van grijswaterleveranciers.
42Met betrekking tot de in § 1, tweede lid, 8° , bepaalde taak kan tegen de beslissingen van de ecologische en economische toezichthouder beroep worden ingesteld bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de voorwaarden.43Met betrekking tot de in het tweede lid, 8° en 8°bis, bepaalde taak kan tegen de beslissingen van de Vlaamse Milieumaatschappij beroep worden ingesteld bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de voorwaarden.
43§ 2. De taken van de Vlaamse Milieumaatschappij met betrekking tot de verontreiniging van de atmosfeer zijn:44§ 2. De taken van de Vlaamse Milieumaatschappij met betrekking tot de verontreiniging van de atmosfeer zijn:
441° het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door:451° het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door:
decreet-2003-07-18/art. 1.5.3.2 wijzigt · §2, eerste lid, 6°, b)
Art. 3. In artikel 1.5.3.2, §2, eerste lid, 6°, b), van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en het laatst gewijzigd bij decreet van 15 juli 2022, wordt tussen het woord “investeringsprogramma’s” en het woord “over” de zinsnede “of investeringsplannen als vermeld in artikel 2.6.1.1.5 van dit decreet” ingevoegd.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 1.5.3.3 wijzigt · §2, eerste lid, 5°, b)
Art. 4. In artikel 1.5.3.3, §2, eerste lid, 5°, b), van hetzelfde decreet wordt tussen het woord “plannen” en het woord “over” de zinsnede “of plannen ter uitvoering van de investeringsplannen, vermeld in artikel 2.6.1.1.5,” ingevoegd.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 2.1.2 wijzigt
Art. 5. In artikel 2.1.2 van hetzelfde decreet worden punt 7° en 8° opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.2.3 nieuw
1De rechten en verplichtingen, vermeld in artikel 9 tot en met 15 en artikel 16 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten, en andere door middel van leidingen, zijn van toepassing op de waterleverancier bij de aanleg en de wijziging van een openbaar waterdistributienetwerk.
2De Vlaamse Regering kan de rechten en verplichtingen, vermeld in het eerste lid, nader regelen.
decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.1.1 wijzigt
Art. 7. In artikel 2.6.1.1.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: “De Vennootschap is een instelling met een publieke taak als vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, uitsluitend voor wat het uitvoeren van de taken, vermeld in paragraaf 2 en 2/1, betreft.”; 2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de woorden “volgens de regels vast te stellen door de Vlaamse Regering en op te nemen in een met de Vennootschap te sluiten overeenkomst” worden opgeheven; b) tussen de woorden “taken” en “toevertrouwd” worden de woorden “van algemeen belang” ingevoegd; c) na het woord “toevertrouwd” wordt de zinsnede “volgens de regels en voorwaarden vastgesteld in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3” toegevoegd; 3° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt het woord “technische” opgeheven en worden de woorden “door de Vlaamse Regering vastgestelde investeringsprogramma” vervangen door de zinsnede “investeringsplan opgemaakt overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3”; 4° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden tussen de woorden “laten exploiteren” en de zinsnede “van de in punt 1° bedoelde installaties” de zinsnede “, onderhouden, herstellen en vervangen” ingevoegd; 5° aan paragraaf 2, eerste lid, 3°, wordt de zinsnede “en de in punt 2° vermelde vervangingen” toegevoegd; 6° in paragraaf 2, eerste lid, 5°, wordt tussen de woorden “laten exploiteren” en de woorden “van de rioolwaterzuiveringsinstallaties” de zinsnede “, onderhouden, herstellen en vervangen” ingevoegd; 7° in paragraaf 2, eerste lid, 6°, worden tussen het woord “aankoop” en de woorden “van de rioolwaterzuiveringsinstallaties” de woorden “en vervanging” ingevoegd; 8° in paragraaf 2, eerste lid, 7°, wordt het punt na het woord “activiteiten” vervangen door een puntkomma; 9° aan paragraaf 2, eerste lid, worden een punt 8° tot en met 11° toegevoegd, die luiden als volgt: “8° het monitoren van de goede werking van de installaties bedoeld onder punt 1° en 5°, alsook het monitoren van de overstorten; 9° de technische kwaliteitsbewaking over het concept en de uitvoering van de projecten, die voorkomen op het in artikel 2.6.1.3.1, §2, bedoelde subsidiëringsprogramma, waarvoor de Vlaamse Regering nadere regels kan vaststellen; 10° desgevallend, de financiering van de uitvoering van door de Vlaamse Regering hiertoe goedgekeurde en aangeduide investeringen in hemelen afvalwaterzuiveringsinfrastructuur in de plaats van de gemeentelijke rioolbeheerder; 11° het uitvoeren van projecten, onderhoud, vervanging en financiering ervan in het kader van een energiefonds dat zichzelf integraal terugverdient met het oog op het optimaliseren en vergroenen van het energieverbruik nodig voor de exploitatie.”; 10° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven; 11° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt: “§2/1. Naast de taken, vermeld in paragraaf 2, kan de Vlaamse Regering aan de Vennootschap bijkomende taken van algemeen belang opdragen buiten de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3, voor de duur die zij bepaalt, voor zover die verband houden met de taken van algemeen belang van de Vennootschap. De regels en voorwaarden van die bijkomende taken worden vastgesteld in een of meer bijzondere overeenkomsten als vermeld in artikel 2.6.1.1.4.”; 12° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: “De Vennootschap voert het investeringsplan, opgemaakt overeenkomstig de voorschriften van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3, uit binnen de gestelde meerjarenplanning en krachtens de wetgeving over de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, met naleving van die wetgeving.”; 13° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven; 14° in paragraaf 3, derde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de zinsnede “de artikelen 9 tot en met 16” wordt vervangen door de zinsnede “artikel 9 tot en met 15 en artikel 16”; b) de woorden “dit hoofdstuk” worden vervangen door de woorden “deze onderafdeling”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+8 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.1.2 nieuw
1§1. De Vennootschap wordt uitsluitend beheerd door haar organen, in overeenstemming met de wetgeving van toepassing op de rechtsvorm, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §1, binnen de grenzen van het decreet.
2§2. De organen van de Vennootschap zijn als enige bevoegd om alle nuttige of noodzakelijke handelingen te stellen om de doelstellingen bepaald overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3, te verwezenlijken, en de strategie te ontwikkelen om de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, te vervullen binnen de grenzen van het decreet.
3§3. De Vennootschap kan alle bedrijvigheden ontwikkelen die verenigbaar zijn met haar voorwerp. De andere dan in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1, vermelde bedrijvigheden van de Vennootschap mogen de goede uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1, op geen enkele wijze in het gedrang brengen.
4§4. De Vennootschap staat autonoom en in eigen naam en voor eigen rekening in voor de externe financiering van de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3.
5§5. De Vennootschap voert een bedrijfseconomische boekhouding conform de regels van het dubbel boekhouden.
6De activiteiten verbonden aan de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en
7§2/1, worden afgescheiden van andere activiteiten, teneinde kruissubsidiëring tussen de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1, en andere activiteiten van de Vennootschap te vermijden.
8§6. De Vlaamse Regering kan de Vennootschap machtigen, in voorkomend geval, onder de bijzondere voorwaarden die ze bepaalt, een dochteronderneming te betrekken bij de uitvoering van haar taken van algemeen belang voor zover het Vlaamse Gewest steeds rechtstreeks of onrechtstreeks minstens de meerderheid van de stemmen in de algemene vergadering en van de mandaten in het bestuursorgaan van de dochteronderneming in kwestie bezit.
+17 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.1.3 nieuw
1§1. Tussen de Vennootschap en het Vlaamse Gewest wordt een langlopende samenwerkingsovereenkomst gesloten over de wijze waarop de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, worden uitgevoerd.
2§2. De samenwerkingsovereenkomst bepaalt ten minste:
31° de wijze waarop de Vennootschap wordt geëvalueerd aan de hand van een limitatief aantal kritische prestatie-indicatoren voor de toetsing van de goede uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, en de wijze waarop de Vennootschap daarover minstens jaarlijks rapporteert;
42° de verplichte bestanddelen van het investeringsplan, vermeld in artikel 2.6.1.1.5, de wijze waarop het investeringsplan wordt vastgesteld, en de vaststelling van de wijze waarop de financiële grenzen die de Vennootschap in acht moet nemen, worden vastgelegd;
53° de verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan en de termijnen voor de mededeling;
64° het gestructureerd en systematisch overlegsysteem;
75° de informatie- en rapportageverplichtingen over de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2;
86° de financiering van de Vennootschap;
97° de vergoeding van de Vennootschap;
108° de duur, opzeggings- en verlengingsmogelijkheden van de samenwerkingsovereenkomst;
119° de sancties die bij het niet-naleven van de verbintenissen van de partijen van toepassing zijn;
1210° de door de Vennootschap toegepaste code van deugdelijk bestuur.
13§3. Bij de onderhandeling en sluiting van de samenwerkingsovereenkomst wordt het Vlaamse Gewest vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering en de Vennootschap door haar raad van bestuur.
14§4. Als bij het verstrijken van een samenwerkingsovereenkomst geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst in werking is getreden, wordt de duur van de verstreken samenwerkingsovereenkomst met een jaar verlengd.
15Indien geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst in werking is getreden binnen de termijn van één jaar, vermeld in het eerste lid, worden de taken van de Vennootschap, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, die van rechtswege openbaredienstverplichtingen zijn, verder uitgevoerd volgens de modaliteiten van de beëindigde samenwerkingsovereenkomst tot op het ogenblik dat een nieuwe samenwerkingsovereenkomst in werking is getreden of tot op het ogenblik waarop de Vlaamse Regering regels vaststelt overeenkomstig het derde lid.
16Aangezien de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, openbaredienstverplichtingen betreffen, kan de Vlaamse Regering voorlopige regels vaststellen over de aangelegenheden, vermeld in paragraaf 2. Die voorlopige regels zullen als nieuwe samenwerkingsovereenkomst gelden tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst, gesloten overeenkomstig paragraaf 3, in werking treedt.
17§5. Elke uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde in de samenwerkingsovereenkomst wordt voor niet geschreven gehouden. Artikel 1184 van het Oud Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de samenwerkingsovereenkomst. De partij jegens wie een verbintenis in de samenwerkingsovereenkomst niet is uitgevoerd, kan alleen de uitvoering van de verbintenis vorderen en, in voorkomend geval, schadevergoeding, met behoud van de toepassing van eventuele bijzondere sancties als vermeld in de samenwerkingsovereenkomst.
+7 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.1.4 nieuw
1§1. Het Vlaamse Gewest sluit met de Vennootschap een of meer bijzondere overeenkomsten om de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2/1, uit te voeren.
2§2. Deze overeenkomsten regelen ten minste:
31° de uitvoering van de betrokken taken van algemeen belang, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2/1, binnen de grenzen van de toepasselijke regelgeving;
42° de wijze waarop de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2/1, meegenomen wordt in het ondernemingsplan en hoe daarover gerapporteerd wordt;
53° de wijze waarop de Vennootschap wordt geëvalueerd aan de hand van kritische prestatie-indicatoren voor de toetsing van de goede uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2/1, en de wijze waarop de Vennootschap daarover minstens jaarlijks rapporteert;
64° de sancties die bij het niet-naleven van de verbintenissen van de partijen van toepassing zijn;
75° de duur van de bijzondere overeenkomst.
+2 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.1.5 nieuw
1De Vennootschap maakt minstens jaarlijks een investeringsplan op voor de volgende vijf jaar. De Vennootschap deelt het investeringsplan mee aan de Vlaamse Milieumaatschappij.
2Dit investeringsplan wordt ter informatie aan de Vlaamse Regering meegedeeld.
+2 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.1.6 nieuw
1De Vennootschap stelt jaarlijks, naast het investeringsplan, een ondernemingsplan op dat de doelstellingen en de strategie, uitsluitend voor wat het uitvoeren van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1, betreft, op korte en middellange termijn van de Vennootschap vastlegt.
2De onderdelen van het plan die de uitvoering van de taken van algemeen belang betreffen, worden voor toetsing aan de bepalingen van de overeenkomsten, vermeld in artikel 2.6.1.1.3 en 2.6.1.1.4, ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beslist over de goedkeuring na advies van de Vlaamse Milieumaatschappij. De overige onderdelen van het plan worden ter informatie aan de Vlaamse Regering en de Vlaamse Milieumaatschappij medegedeeld.
+7 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.1.7 nieuw
1De Vennootschap rapporteert jaarlijks aan de Vlaamse Milieumaatschappij minstens over:
21° de kritische prestatie-indicatoren die gelden voor de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1;
32° de uitvoering van het investeringsplan, vermeld in artikel 2.6.1.1.5, en het ondernemingsplan, vermeld in artikel 2.6.1.1.6;
43° een vergelijking van de effectieve kosten met de gefactureerde bedragen;
54° de bijdrage aan en de inspanningen voor klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en de circulaire economie;
65° de naleving van de code voor deugdelijk bestuur die in de samenwerkingsovereenkomst is vastgesteld;
76° alle rechtstreekse of onrechtstreekse deelnemingen in rechtspersonen, met vermelding van het houderschapspercentage.
+0 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.2.1 opgeheven
+7 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.2.1.1 nieuw
+7 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.2.1.2 nieuw
+6 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.2.1.3 nieuw
decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.2.3 wijzigt · eerste lid
decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.3.3 wijzigt · §5, eerste lid
+2 −0 decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.3.4 nieuw
decreet-2003-07-18/art. 4.3.1.1.4 wijzigt · §2, vierde lid
decreet-2003-07-18/art. 4.3.2.2 wijzigt · vierde lid
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd