§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, wat betreft de betalingsregeling en de overgangsbepalingen #1150

Gemerged Vlaamse Regering voegde 6 artikels samen in decreet-2019-05-03 · 17 februari 2022 2 checks vragen aandacht
6 artikels gewijzigd
+2 −3 decreet-2019-05-03/art. 12 zoals gemerged
43° eerste indicator: de mate waarin het lokaal bestuur kwetsbare gezinnen bereikt;43° eerste indicator: de mate waarin het lokaal bestuur kwetsbare gezinnen bereikt;
54° tweede indicator: de mate waarin het lokaal bestuur kinderen met een specifieke zorgbehoefte bereikt.54° tweede indicator: de mate waarin het lokaal bestuur kinderen met een specifieke zorgbehoefte bereikt.
6De Vlaamse Regering kent daarnaast, binnen de grenzen van de kredieten die daartoe op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap worden ingeschreven, op basis van de parameters en indicatoren, vermeld in het eerste lid, aan de lokale besturen een subsidie toe die bij voorrang wordt besteed aan het aanbod van kleuteropvang met een kwaliteitslabel.
7De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt uitbetaald overeenkomstig de regeling in artikel 13 van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds.
6Het lokaal bestuur besteedt een deel van de toegekende subsidie, vermeld in het eerste lid, aan het aanbod van kleuteropvang met een kwaliteitslabel.
8De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelsen stelt vast wat wordt verstaan onder kwetsbare gezinnen en onder kinderen met een specifieke zorgbehoefte. Ze bepaalt ook de wijze waarop de subsidie, vermeld in het tweede lid, zal worden uitbetaald.7De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, waaronder het deel van de subsidie, vermeld in het tweede lid, dat het lokaal bestuur moet besteden aan kleuteropvang met een kwaliteitslabel, en stelt vast wat wordt verstaan onder kwetsbare gezinnen en onder kinderen met een specifieke zorgbehoefte. Ze bepaalt ook de wijze waarop de subsidie zal worden uitbetaald.
+1 −1 decreet-2019-05-03/art. 13 zoals gemerged
1De bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, zijn van toepassing .1De bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, zijn van toepassing met uitzondering van artikel 9 van dat decreet.
2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen die van toepassing zijn voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen die van toepassing zijn voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
+3 −5 decreet-2019-05-03/art. 15 zoals gemerged
1De Vlaamse Regering keurt een overgangsplan goed voor een periode van zes jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit artikel, met de mogelijkheid tot tussentijdse bijsturing. Het overgangsplan heeft minstens betrekking op de volgende elementen:
21° een budgettaire meerjarenplanning;
32° de bepaling van wetenschappelijk onderbouwde indicatoren om artikel 12, eerste lid, 3° en 4°, te operationaliseren.
4Het lokaal bestuur geeft in zijn meerjarenplanning aan wat de gekozen beleidsopties zijn om de continuïteit van het aanbod van kleuteropvang en opvang lager onderwijs tijdens de overgangstermijn zo veel mogelijk te verzekeren.1Het lokaal bestuur geeft in zijn meerjarenplanning aan wat de gekozen beleidsopties zijn met betrekking tot het continueren van het aanbod van kleuteropvang en opvang lager onderwijs na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid.
5Als de Vlaamse Regering gedurende de overgangstermijn een subsidie, vermeld in artikel 12, toekent aan lokale besturen, dan wordt de bestaande subsidie, vermeld in artikel 17, eerste lid, daarin verrekend. 2Na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, wordt minstens 75% van de toegekende subsidie, vermeld in artikel 12, aan de realisatie van het aanbod van kleuteropvang en opvang lager onderwijs besteed. Dit gedurende een periode van zes jaar.
3De Vlaamse Regering bepaalt, voor wat het tweede lid betreft, de nadere regels, minstens de manier waarop het lokaal bestuur deze opdracht opneemt en hierover rapporteert en wat verstaan wordt onder de realisatie van het aanbod van kleuteropvang en opvang lager onderwijs
+2 −2 decreet-2019-05-03/art. 16 zoals gemerged
1In afwachting van de operationalisering van de indicatoren, vermeld in artikel 12, eerste lid, 3° en 4°, en uiterlijk tot drie jaar na de inwerkingtreding van dit artikel, wordt in de plaats daarvan de subsidie in elk geval mee gebaseerd op het aantal kwetsbare gezinnen dat in de gemeente is gedomicilieerd.
2De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder de kwetsbare gezinnen, vermeld in het eerste lid.
1Als de Vlaamse Regering gedurende de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, een subsidie als vermeld in artikel 12 toekent aan lokale besturen, wordt de bestaande subsidie, vermeld in artikel 17, eerste lid, daarin verrekend en worden de indicatoren, vermeld in artikel 12, eerste lid, 3° en 4°, niet toegepast bij de bepaling van het subsidiebedrag, maar wordt wel rekening gehouden met het kansarmoedepercentage bij de selectie van lokale besturen die in aanmerking komen voor een subsidie.
2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, minstens hoe de verrekening gebeurt, wat verstaan wordt onder het kansarmoedepercentage en hoe het kansarmoedepercentage meetelt bij de selectie van lokale besturen.
+1 −1 decreet-2019-05-03/art. 17 zoals gemerged
32° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut;32° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut;
43° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 houdende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten en flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang, en de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang en een plussubsidie;43° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 houdende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten en flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang, en de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang en een plussubsidie;
54° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord .54° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord en de besluiten van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het zesde Vlaams intersectoraal akkoord van 30 maart 2021.
6In afwijking van het eerste lid kunnen het lokaal bestuur en de organisatoren een kortere overgangstermijn overeenkomen. In dat geval wordt aan het lokaal bestuur voor de rest van de termijn een subsidie toegekend, waarvan het bedrag minstens gelijk is aan de totaliteit van de subsidies van de organisatoren met betrekking tot het grondgebied van de gemeente.6In afwijking van het eerste lid kunnen het lokaal bestuur en de organisatoren een kortere overgangstermijn overeenkomen. In dat geval wordt aan het lokaal bestuur voor de rest van de termijn een subsidie toegekend, waarvan het bedrag minstens gelijk is aan de totaliteit van de subsidies van de organisatoren met betrekking tot het grondgebied van de gemeente.
7Gedurende de overgangstermijn, die eventueel wordt verkort op een wijze als vermeld in het tweede lid, behoudt het agentschap de opdracht om de subsidie toe te kennen en uit te betalen aan de organisatoren in kwestie.7Gedurende de overgangstermijn, die eventueel wordt verkort op een wijze als vermeld in het tweede lid, behoudt het agentschap de opdracht om de subsidie toe te kennen en uit te betalen aan de organisatoren in kwestie.
+4 −0 decreet-2019-05-03/art. 17/1 zoals gemerged
1Na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, krijgen de lokale besturen van de gemeenten die een substantieel subsidieverlies lijden ten opzichte van de subsidies die op grond van artikel 17, eerste lid, aan de organisatoren werden verleend, een gedeeltelijke compensatie. Dit gedurende een periode van vier jaar.
2Van het totale beschikbare budget voor de subsidie, vermeld in artikel 12, wordt 10% ingezet voor deze compensatie.
3Na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, worden de indicatoren, vermeld in artikel 12, eerste lid, 3° en 4°, niet toegepast bij de bepaling van het subsidiebedrag, maar wordt het subsidiebedrag wel mee gebaseerd op het kansarmoedepercentage in verhouding tot het aantal gezinnen binnen de gemeente. Dit gedurende een periode van vier jaar.
4De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, minstens de uitwerking van de compensatieregeling en wat verstaan wordt onder het kansarmoedepercentage, vermeld in het derde lid.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd