§ flandrepo

Over het onderwijs XXXVI #844

Gemerged Vlaamse Regering voegde 89 artikels samen in decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijsdecreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwijdecreet-1993-12-01 · 11 mei 2026 1 checks vragen aandacht
Aangenomen tekst
3 juni 2026 · 254 blz.
844/8 Officiële PDF
145 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 3 jun 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 3 wijzigt
Art. 4. In artikel 3 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2024, wordt punt 37° opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 4 wijzigt · §4
Art. 5. Aan artikel 4, §4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007 en gewijzigd bij de decreten van 15 juni 2018, 6 juli 2018 en 9 juli 2021, worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt: “Voor de toepassing van hoofdstuk III kan de raad van bestuur de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, beschouwen als diensten die gepresteerd zijn in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. De raad van bestuur kan daarbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen voor maximaal 290 dagen, berekend volgens paragraaf 1. Voor de toepassing van hoofdstuk III kan de raad van bestuur de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, beschouwen als diensten die gepresteerd zijn in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1. De raad van bestuur kan daarbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen voor maximaal 290 dagen, berekend volgens paragraaf 1.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+6 −0 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 20bis berekend
3Over de algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding wordt in het bevoegde lokaal comité onderhandeld door de raad van bestuur, door de afgevaardigd bestuurder in het geval van het vormingscentrum, of door de scholengemeenschap, als de instelling tot een scholengemeenschap behoort.3Over de algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding wordt in het bevoegde lokaal comité onderhandeld door de raad van bestuur, door de afgevaardigd bestuurder in het geval van het vormingscentrum, of door de scholengemeenschap, als de instelling tot een scholengemeenschap behoort.
4§ 2. Voor een vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur met toepassing van artikel 55bis of als gevolg van een reaffectatie of wedertewerkstelling, geldt de verplichting tot aanvangsbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, niet.4§ 2. Voor een vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur met toepassing van artikel 55bis of als gevolg van een reaffectatie of wedertewerkstelling, geldt de verplichting tot aanvangsbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, niet.
5§3. Een scholengemeenschap of een school, als die niet tot een scholengemeenschap behoort, zorgt ervoor dat een startend personeelslid dat in het basis- of secundair onderwijs tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het recht op aanvangsbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, gedeeltelijk kan uitoefenen in maximum 20% van diens toegekende opdracht, rekening houdend met de afspraken en de criteria die lokaal worden vastgelegd, vermeld in het vierde lid. In dat deel van de aanvangsbegeleiding wordt gewerkt aan het verbeteren van klasmanagement en vakdidactiek, en aan andere aspecten verbonden aan diens aanvangsbegeleiding. Daarbij wordt altijd uitgegaan van een verplichte aanwezigheid op school.
6Daarvoor wendt een scholengemeenschap of een school, als die niet tot een scholengemeenschap behoort, de eenheden inductie aan zoals vermeld in artikel 153tricies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 34/3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. In het schooljaar 2026- 2027 kan een scholengemeenschap of een school, als die niet tot een scholengemeenschap behoort, de eenheden inductie ook voor andere doelstellingen aanwenden, conform artikel 153tricies, §1, tweede lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 34/3, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. Voor die eenheden die voor andere doelstellingen worden aangewend, zijn de bepalingen opgenomen in dit artikel niet van toepassing.
7Scholen kunnen ook organieke omkadering aanwenden voor dat doel zoals vermeld in artikel 163bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 212 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
8Over de aanwending van eenheden inductie of organieke omkadering in de vorm van bijzondere pedagogische taken voor dat doel voor de startende personeelsleden, vermeld in het eerste lid, worden in het bevoegde lokaal comité algemene afspraken onderhandeld. Mits een akkoord binnen het bevoegde lokaal comité kunnen er daarbij criteria worden vastgelegd om te bepalen voor welke groepen startende personeelsleden de eenheden inductie prioritair worden aangewend.
9Een startend personeelslid heeft ook dan recht op een deel van deze eenheden inductie als het aangeeft nood te hebben aan een inductiejaar, tenzij alle eenheden inductie al zijn aangewend. Zonder een akkoord in het lokaal comité over de aanwendingscriteria worden de eenheden inductie in verhouding tot hun opdracht evenredig verdeeld over de startende personeelsleden.
10De opdracht van die startende personeelsleden kan nooit meer dan een voltijdse opdracht zijn.
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 23 wijzigt
Art. 7. In artikel 23 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden punt f), punt l) en punt m) opgeheven; 2° het tweede en het derde lid worden opgeheven; 3° in het bestaande vierde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zinsnede “na de leeftijdsgrens bedoeld onder f)” opgeheven; 4° aan de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: “§2. De directeur of, in voorkomend geval, de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, in geval van een vormingscentrum, en het personeelslid dat de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft, kunnen in onderling akkoord een einde maken aan de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur. Dat akkoord blijkt uit een geschrift. Het geschrift vermeldt de datum van de beëindiging van de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur en wordt door beide partijen ondertekend.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 31 wijzigt
Art. 8. In artikel 31 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 november 2023, worden paragraaf 5 en 6 opnieuw opgenomen in de volgende lezing: “§5. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in het wervingsambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het ambt van leraar secundair onderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in dat ambt. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het wervingsambt van het ondersteunend personeel waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het wervingsambt van affectatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat wervingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het wervingsambt van affectatie. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van affectatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel van affectatie. §6. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in het wervingsambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een centrum voor volwassenenonderwijs, op diens verzoek op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het ambt van leraar secundair onderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in dat ambt. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt. Als het personeelslid de mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het wervingsambt van het ondersteunend personeel waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het wervingsambt van mutatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat wervingsambt in een centrum voor volwassenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het wervingsambt van affectatie. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van mutatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van mutatie.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 50 wijzigt · §1bis
Art. 9. In artikel 50, §1bis, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt de zinsnede “na de leeftijdsgrens bedoeld in artikel 23, f),” opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 61 wijzigt · §1, tweede lid
Art. 10. In artikel 61, §1, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden “kan de tuchtstraf enkel worden opgelegd op voorstel of met instemming van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst of de nietconfessionele zedenleer” vervangen door de woorden “wordt de tuchtstraf meegedeeld aan de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst of de niet-confessionele zedenleer”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+5 −2 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 77quinquies berekend
1Een personeelslid dat met toepassing van artikelen 41 en 42 van de arbeidswet van 16 maart 1971 door de werkgever verwijderd werd uit een risico kan door de bevoegde inrichtende macht belast worden met pedagogische ofadministratieve taken in een nietorganieke betrekking in haar ambt in de instelling of het centrum in kwestie en/of voor de scholengemeenschap. Mits onderling akkoord kan het personeelslid deze taken ook uitoefenen in een andere instelling van de scholengemeenschap.1Als een raad van bestuur en, voor het vormingscentrum, de afgevaardigd bestuurder voor een tijdelijk of vastbenoemd personeelslid voor wie volgens artikel 41 van de arbeidswet van 16 maart 1971 een risico is vastgesteld, geen toepassing kunnen maken van de maatregelen, vermeld in artikel 42, §1, eerste lid, 1° of 2°, van de voormelde wet, moeten de raad van bestuur en, voor het vormingscentrum, de afgevaardigd bestuurder dat personeelslid belasten met in haar toestand toelaatbare pedagogische taken of, als het personeelslid niet in het bezit is van een pedagogisch bekwaamheidsbewijs, met in haar toestand toelaatbare administratieve taken in een niet-organieke betrekking in haar ambt in de instelling of het centrum waar het personeelslid is aangesteld.
2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere administratieve en geldelijke gevolgen van deze maatregel.
2Als de raad van bestuur het personeelslid niet met de hiervoor vermelde taken kan belasten in de instelling of het centrum waar het personeelslid is aangesteld, belast de raad van bestuur het personeelslid met de hiervoor vermelde taken in een andere instelling of een ander centrum van de scholengroep of van de scholengemeenschap. Daarbij geldt steeds dat de afstand over de openbare weg tussen de instelling van aanstelling of affectatie en de instelling waar het personeelslid wordt belast met de hiervoor vermelde taken, nooit meer dan 25 kilometer mag bedragen. Dat geldt niet als het personeelslid ermee instemt om over een grotere afstand ingezet te worden.
3In afwijking van het tweede lid belast de raad van bestuur het personeelslid van een centrum voor volwassenenonderwijs met de hiervoor vermelde taken altijd in hetzelfde centrum en dit rekening houdend met artikel 40duodecies.
4Tijdens de periode waarin het personeelslid met een niet-organieke betrekking als vermeld in het eerste lid wordt belast, is het personeelslid in dienstactiviteit.
5Het personeelslid blijft titularis van haar betrekking, behoudt daarbij haar salaris en kan worden vervangen volgens de gebruikelijke vervangingsregeling.
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 88 wijzigt
Art. 12. In artikel 88 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juni 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden punt 2°, punt 5° en punt 6° opgeheven; 2° het tweede en het derde lid worden opgeheven; 3° aan de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: “§2. De raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, kan een einde maken aan de vaste benoeming of aan de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur van een personeelslid dat de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft. De raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder neemt daarbij een opzeggingstermijn in acht, die gelijk is aan drie maanden per begonnen schijf van tien jaar dienstanciënniteit die het personeelslid heeft verworven. De opzegging wordt gemotiveerd. Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan het personeelslid bij het voltooien van de opzeggingstermijn voortwerken tot het einde van de maand waarin het personeelslid de opzeggingstermijn volbracht heeft. De opzeggingstermijn, vermeld in het eerste lid, gaat in op de maandag die volgt op de week waarin de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, in geval van een vormingscentrum, het personeelslid op de hoogte heeft gebracht van het ontslag. De kennisgeving gebeurt op straffe van nietigheid op een van de volgende wijzen: 1° met een aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van de verzending ervan; 2° bij deurwaardersexploot. Op straffe van nietigheid vermeldt de kennisgeving, vermeld in het vierde lid, het begin en de duur van de opzeggingstermijn. In afwijking van het eerste lid kunnen de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, in geval van een vormingscentrum, en het personeelslid in onderling akkoord een einde maken aan de vaste benoeming of aan de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dat akkoord blijkt uit een geschrift. Het geschrift vermeldt de datum van de beëindiging van de vaste benoeming of van de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur en wordt door beide partijen ondertekend.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+9 −0 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 88ter nieuw
1De raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, mag, met toepassing van artikel 88, §2, alleen eenzijdig een einde maken aan de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of aan de vaste benoeming van een personeelslid om redenen die vreemd zijn aan de uitoefening door het personeelslid volgens de geldende regelgeving van een van de volgende rechten:
21° het recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling;
32° het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof;
43° het recht op afwezigheid voor verminderde prestaties voor zorgdoeleinden;
54° het recht om een flexibele werkregeling aan te vragen;
65° het recht om een nevenactiviteit uit te oefenen binnen de grenzen van de cumulatieregeling en de regeling rond onverenigbaarheden van het schoolbestuur;
76° het recht op een nieuwe affectatie of mutatie of om werk met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden te vragen.
8Het principe, vermeld in het eerste lid, gaat in op de dag van de aanvraag van een van de rechten, vermeld in het eerste lid, met uitzondering van het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, dat ingaat op de dag van de geboorte van het kind.
9De raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, deelt het personeelslid schriftelijk mee wat de redenen voor het ontslag zijn. Als de ingeroepen redenen niet vreemd zijn aan de uitoefening van het recht waarvan het personeelslid gebruikmaakt of als er geen reden opgegeven is, betaalt de raad van bestuur aan het personeelslid aanvullend op de opzeggingstermijn een forfaitaire vergoeding die gelijk is aan het brutoloon voor zes maanden. Die vergoeding mag bij het ontslag van een personeelslid niet samen genoten worden met andere vergoedingen die in het kader van een bijzondere beschermingsprocedure tegen ontslag zijn bepaald.
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 5 wijzigt
Art. 14. In artikel 5 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2023, wordt punt 27° opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 6 wijzigt · §4
Art. 15. Aan artikel 6, §4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007 en gewijzigd bij de decreten van 15 juni 2018, 6 juli 2018 en 9 juli 2021, worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt: “Voor de toepassing van hoofdstuk III kan de inrichtende macht de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, beschouwen als diensten die gepresteerd zijn in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. De inrichtende macht kan daarbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen voor maximaal 290 dagen, berekend volgens paragraaf 1. Voor de toepassing van hoofdstuk III kan de inrichtende macht de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, beschouwen als diensten die gepresteerd zijn in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 4, §1. De inrichtende macht kan daarbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen voor maximaal 290 dagen, berekend volgens paragraaf 1.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+5 −0 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 20bis berekend
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 21 wijzigt
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 42 wijzigt · §1bis
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 45 wijzigt
+5 −2 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 51quinquies berekend
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 62 wijzigt
+0 −0 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 62ter nieuw
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 64 wijzigt · derde lid
decreet-1993-12-01/art. 22 wijzigt
+9 −0 decreet-1993-12-01/art. 22/1 nieuw
decreet-1996-06-20/art. 2 wijzigt
+4 −0 decreet-1996-06-20/art. 3 berekend
decreet-1996-06-20/art. 4 wijzigt
+0 −0 decreet-1996-06-20/art. 5 opgeheven
decreet-1997-02-25/art. 3 wijzigt · 4°
+9 −2 decreet-1997-02-25/art. 12/1 berekend
decreet-1997-02-25/art. 13 wijzigt
+15 −0 decreet-1997-02-25/art. 13/0 nieuw
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 13/1 berekend
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 14/0 berekend
decreet-1997-02-25/art. 14/1 wijzigt
decreet-1997-02-25/art. 15 wijzigt · §1, eerste lid
decreet-1997-02-25/art. 20 wijzigt · §1, 1°
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 20/1 berekend
decreet-1997-02-25/art. 31 wijzigt · §1
decreet-1997-02-25/art. 33 wijzigt
+20 −0 decreet-1997-02-25/art. 35 berekend
decreet-1997-02-25/art. 37 wijzigt · §2
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 37/1 berekend
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 37/2 berekend
+3 −3 decreet-1997-02-25/art. 37/3 berekend
+2 −1 decreet-1997-02-25/art. 37novies berekend
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/26 berekend
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/28 berekend
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/62 berekend
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/64 berekend
decreet-1997-02-25/art. 44 wijzigt
decreet-1997-02-25/art. 44bis wijzigt · §2
+4 −0 decreet-1997-02-25/art. 44octies nieuw
decreet-1997-02-25/art. 45 wijzigt · §1, vijfde lid
decreet-1997-02-25/art. 51 wijzigt · §4
decreet-1997-02-25/art. 125novies wijzigt · §1
decreet-1997-02-25/art. 125decies wijzigt
decreet-1997-02-25/art. 154 wijzigt · §2, eerste lid
decreet-1997-02-25/art. 177 wijzigt · §1, 1°
decreet-2007-06-15/art. 14 wijzigt · §3, derde lid
decreet-2009-05-08/art. 72octies wijzigt · ingevoegd bij het decreet
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 2 berekend
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 39 berekend
+3 −0 decreet-2009-05-08/art. 149 berekend
+1 −2 decreet-2009-05-08/art. 150 berekend
+1 −2 decreet-2009-05-08/art. 151 berekend
+9 −0 decreet-2009-05-08/art. 152/1 nieuw
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 8 berekend
+6 −0 decreet-2018-03-09/art. 9 berekend
+5 −4 decreet-2018-03-09/art. 18 berekend
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 19 berekend
decreet-2018-03-09/art. 26 wijzigt
+0 −4 decreet-2018-03-09/art. 33 berekend
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 67 berekend
+2 −1 decreet-2018-03-09/art. 69 berekend
decreet-2018-03-09/art. 84/1 voegt in
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 85 berekend
+1 −0 decreet-2018-03-09/art. 114 berekend
+1 −0 decreet-2018-03-09/art. 120/1 nieuw
+2 −0 decreet-2018-03-09/art. 126 berekend
+2 −2 decreet-2018-03-09/art. 136 berekend
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 145 berekend
+2 −1 decreet-2018-03-09/art. 146 berekend
+2 −0 decreet-2018-03-09/art. 150 berekend
+1 −0 decreet-2018-04-27/art. 5 berekend
decreet-2022-06-03-1037193/art. 24 wijzigt
+1 −1 decreet-2022-06-03-1037193/art. 25 berekend
decreet-2022-06-03-1037193/art. 38 wijzigt
+1 −1 decreet-2022-06-03-1037193/art. 39 berekend
+3 −3 decreet-2023-04-28/art. 17 berekend
+0 −27 decreet-2023-06-30/art. 20 opgeheven
art. 13 wijzigt
art. 22 wijzigt
art. 25 wijzigt
art. 75 wijzigt
art. 175 wijzigt
art. 2de wet van 4 augustus 1986 tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs en tot wijziging van andere bepalingen van de onderwijswetgeving wijzigt
art. 10 wijzigt
art. 34/2 voegt in
art. 34/3 voegt in
art. 48 vervangt
art. 57 wijzigt
art. 110/31 wijzigt · §3, tweede lid
art. 113 wijzigt
art. 115/12 voegt in
art. 116 wijzigt · 1°
art. 118 vervangt
art. 122/6 wijzigt · eerste lid
art. 123/6 wijzigt · eerste lid
art. 123/9 wijzigt
art. 146 wijzigt · §3, tweede lid
art. 147/3 wijzigt · §1, vierde lid
art. 168/3 wijzigt · §2, derde lid
art. 169 wijzigt · §2
art. 252/1 wijzigt
art. 253/18 wijzigt · §2
art. 253/20 wijzigt · eerste lid, 5°
art. 253/24 wijzigt · §1, 4°
art. 253/49 wijzigt · §2
art. 253/51 wijzigt · §1, 5°
art. 253/55 wijzigt · §1, 4°
art. 253/62 wijzigt
art. 256/2/1 voegt in
art. 256/3 wijzigt · §2
art. 256/4 wijzigt · §3
art. 306 wijzigt
art. 308/1 wijzigt
art. 314 wijzigt
art. 332/1 wijzigt · eerste lid
art. 333 wijzigt
art. 335/1 wijzigt
art. 336 wijzigt · §1
art. 357/2 wijzigt
art. 357/6 wijzigt · eerste lid
art. 357/7 wijzigt
art. 357/9 wijzigt
art. 357/43 wijzigt
art. 357/46 wijzigt · §2
art. 357/62 wijzigt
art. 357/65 wijzigt
art. 5het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 wijzigt
art. 17/1het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 voegt in
art. 32het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 wijzigt
art. 41het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 wijzigt · eerste lid
art. 58het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 wijzigt · eerste lid
art. 88/1het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 voegt in
art. 88/2het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 voegt in
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd