Tot wijziging van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector #1186
Gemerged Vlaamse Regering voegde 52 artikels samen in decreet-2016-06-10-1027012 · 14 maart 2022 1 checks vragen aandacht
52 artikels gewijzigd
| 2 | 1° aangesloten lid : de sportbeoefenaar die een jaarlijkse individuele bijdrage betaalt aan een sportclub om op regelmatige basis gedurende het sportjaar te kunnen deelnemen aan competitieve of recreatieve sportactiviteiten; | 2 | 1° aangesloten lid : de sportbeoefenaar die een jaarlijkse individuele bijdrage betaalt aan een sportclub om op regelmatige basis gedurende het sportjaar te kunnen deelnemen aan competitieve of recreatieve sportactiviteiten; |
| 3 | 2° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen"; | 3 | 2° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen"; |
| 4 | 2°/1 aanspreekpunt integriteit (API) : persoon of personen die het aanspreekpunt vormen voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag waarbij de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen wordt geschaad. Het aanspreekpunt integriteit is belast met de eerste opvang en doorverwijzing, en zorgt voor de coördinatie van interne procedures ter bevordering van de integriteit van personen. Het aanspreekpunt integriteit is belast met de preventie en ondersteuning, en moet vormen van grensoverschrijdend gedrag tegengaan; | 4 | 2°/1 aanspreekpunt integriteit (API) : persoon of personen of organisatie die het aanspreekpunt vormen voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag waarbij de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen wordt geschaad; |
| 5 | 2°/2 anders georganiseerde sporter: de sportbeoefenaar die geen aangesloten lid is en gebruikmaakt van een georganiseerd sportaanbod, aangeboden door de sportfederatie of haar sportclubs; | ||
| 5 | 3° beleidsplan : een vierjaarlijks document waarin de sportfederatie, de koepelorganisatie, de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding, het G-sportplatform en de organisatie voor risicovechtsporten hun visie, strategie en volledige werking, met inbegrip van hun kwaliteitsbeleid, weergeven; | 6 | 3° beleidsplan : een vierjaarlijks document waarin de sportfederatie, de koepelorganisatie, de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en de organisatie voor risicovechtsporten hun visie, strategie en volledige werking, met inbegrip van hun kwaliteitsbeleid, weergeven; |
| 7 | 3°/1 GAISF: de internationale unie van internationale sportfederaties GAISF; | ||
| 6 | 4° G-sport: de sportparticipatie, uitgeoefend door personen met een auditieve, fysieke, verstandelijke of visuele beperking, met een psychische kwetsbaarheid of met een chronische aandoening; | 8 | 4° G-sport: de sportparticipatie, uitgeoefend door personen met een auditieve, fysieke, verstandelijke of visuele beperking, met een psychische kwetsbaarheid of met een chronische aandoening; |
| 7 | 5° jeugd : personen tot achttien jaar; | 9 | 5° jeugd : personen tot achttien jaar; |
| 8 | 5°/1 integriteitsbeleid: een beleid met maatregelen die de sportfederatie in acht moet nemen met het oog op de bewaring en de bevordering van de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen; | 10 | 5°/1 integriteitsbeleid: een beleid met maatregelen die de sportfederatie in acht moet nemen met het oog op de bewaring en de bevordering van de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen; |
| 9 | 6° kansengroep : een geheel van personen die vanwege één of meer gemeenschappelijke persoons- of situationele kenmerken feitelijk ongelijke kansen hebben inzake sportparticipatie en voor wie bijgevolg een specifiek sport- en beweegbeleid noodzakelijk is; | 11 | 6° kansengroep : een geheel van personen die vanwege één of meer gemeenschappelijke persoons- of situationele kenmerken drempels en ongelijke kansen hebben inzake sportparticipatie en voor wie bijgevolg een specifiek sport- en beweegbeleid noodzakelijk is; |
| 10 | 7° koepelorganisatie : een organisatie waarbij erkende sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding zich kunnen aansluiten om zich te laten ondersteunen in hun werking als sportfederatie, respectievelijk als organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en om gemeenschappelijke belangen te laten behartigen; | 12 | 7° koepelorganisatie : een organisatie waarbij erkende sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding zich kunnen aansluiten om zich te laten ondersteunen in hun werking als sportfederatie, respectievelijk als organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en om gemeenschappelijke belangen te laten behartigen; |
| 11 | 8° olympiade : de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de Olympische Zomerspelen; | 13 | 8° olympiade : de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen; |
| 14 | 8°/1 ongebonden sporter: de sportbeoefenaar die geen gebruik maakt van een georganiseerd sportaanbod, aangeboden door de sportfederatie of haar sportclubs; | ||
| 12 | 9° risicovechtsporten : de sporten waarbij het toegestaan is bepaalde technieken te gebruiken met de intentie de fysieke of psychische integriteit van de tegenstander te verminderen; | 15 | 9° risicovechtsporten : de sporten waarbij het toegestaan is bepaalde technieken te gebruiken met de intentie de fysieke of psychische integriteit van de tegenstander te verminderen; |
| 16 | 9°/1 sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media: de sectorraad voor Sport, vermeld in artikel 4, 2°, van het decreet van 30 november 2007 houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media; | ||
| 13 | 10° sport : sportactiviteiten, individueel of in ploegverband, met competitief of recreatief karakter; | 17 | 10° sport : sportactiviteiten, individueel of in ploegverband, met competitief of recreatief karakter, die het sedentair gedrag tegengaan en een gezondheidsbevorderend effect hebben; |
| 14 | 11° sportclub : een autonome, lokale sportvereniging, aangesloten bij een erkende sportfederatie, met als doelstelling het aanbieden van sportactiviteiten en het promoten van haar sport; | 18 | 11° sportclub : een autonome, lokale sportvereniging, aangesloten bij een erkende sportfederatie, met als doelstelling het aanbieden van sportactiviteiten en het promoten van haar sport; |
| 15 | 12° sportfederatie : een Vlaams gestructureerde privaatrechtelijke organisatie die op vrijwillige wijze en zonder winstoogmerk sportclubs verenigt; | 19 | 12° sportfederatie : een Vlaams gestructureerde privaatrechtelijke organisatie die op vrijwillige wijze en zonder winstoogmerk sportclubs verenigt; |
| 16 | 13° sportieve vrijetijdsbesteding : een vrijetijdsbesteding waarbij de deelnemers op gereglementeerde wijze en in gestructureerd verband hun vaardigheden meten, en waarbij coördinatie, concentratie, behendigheid, tactiek en ontspanning primeren in combinatie met een minimale fysieke activiteit. De sporttakken van de sporttakkenlijst kunnen daar niet toe behoren; | 20 | 13° sportieve vrijetijdsbesteding : een vrijetijdsbesteding waarbij de deelnemers op gereglementeerde wijze en in gestructureerd verband hun vaardigheden meten, en waarbij coördinatie, concentratie, behendigheid, tactiek en ontspanning primeren in combinatie met een minimale fysieke activiteit. De sporttakken van de sporttakkenlijst kunnen daar niet toe behoren; |
| 17 | 14° sporttakkenlijst: de nominatieve lijst van sporttakken die voor subsidiëring van sportfederaties in aanmerking komen; | 21 | 14° sporttakkenlijst: de nominatieve lijst van sporttakken die sportfederaties aanbieden om voor subsidiëring als unisportfederatie of multisportfederatie in aanmerking te kunnen komen; |
| 18 | 15° topsportbeleid : het beleid, afgestemd op topsport, dat de Vlaamse Regering kan subsidiëren; | 22 | 15° topsportbeleid : het beleid, afgestemd op topsport, dat de Vlaamse Regering kan subsidiëren; |
| 19 | 16° topsporter : de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen en Europese Kampioenschappen, de beloftevolle jongere die op internationaal vlak tot de top behoort in de hoogste jeugdcategorie en die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters of de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters; | 23 | 16° topsporter : de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen en Europese Kampioenschappen, de beloftevolle jongere die op internationaal vlak tot de top behoort in de hoogste jeugdcategorie en die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters of de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters; |
| 3 | 2° sportclubs hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op het grondgebied van ten minste vier Vlaamse provincies. In dit decreet wordt het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gelijkgesteld met een provincie; | 3 | 2° sportclubs hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op het grondgebied van ten minste vier Vlaamse provincies. In dit decreet wordt het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gelijkgesteld met een provincie; |
| 4 | 3° ten minste vijfhonderd aangesloten leden hebben. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de sportfederatie en haar aangesloten sportclubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand; | 4 | 3° ten minste vijfhonderd aangesloten leden hebben. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de sportfederatie en haar aangesloten sportclubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand; |
| 5 | 4° opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen; | ||
| 5 | 4° een vereniging zonder winstoogmerk zijn, conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen; | ||
| 6 | 5° volgens haar statuten de sport als doelstelling hebben; | 6 | 5° volgens haar statuten de sport als doelstelling hebben; |
| 7 | 6° een werking, statuten en huishoudelijk reglement hebben die : | 7 | 6° een werking, statuten en intern reglement hebben die : |
| 8 | a) in overeenstemming zijn met het decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar; | 8 | a) in overeenstemming zijn met het decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar; |
| 9 | b) in overeenstemming zijn met het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten; | 9 | b) in overeenstemming zijn met het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten; |
| 13 | 7° alle maatregelen nemen om mensenhandel binnen de sportfederatie en de bij haar aangesloten sportclubs tegen te gaan door de bestaande wetgeving correct toe te passen; | 13 | 7° alle maatregelen nemen om mensenhandel binnen de sportfederatie en de bij haar aangesloten sportclubs tegen te gaan door de bestaande wetgeving correct toe te passen; |
| 14 | 8° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; | 14 | 8° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; |
| 15 | 9° geleid worden door een algemene vergadering waarin alle aangesloten sportclubs op representatieve wijze vertegenwoordigd zijn, en door een raad van bestuur van minstens vijf leden; | 15 | 9° geleid worden door een algemene vergadering waarin alle aangesloten sportclubs op representatieve wijze vertegenwoordigd zijn, en door een bestuursorgaan van minstens vijf leden; |
| 16 | 10° op zelfstandige wijze de financiën beheren en een eigen onafhankelijk beleid voeren . De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid in beleid moet blijken; | 16 | 10° op zelfstandige wijze de financiën beheren en een eigen onafhankelijk beleid voeren op organisatorisch, financieel, communicatief en beleidsmatig vlak, en een eigen onafhankelijk sport- en personeelsbeleid voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid in beleid moet blijken; |
| 17 | 11° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de sportfederatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken; | 17 | 11° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de sportfederatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken; |
| 18 | 12° ter bescherming van haar aangesloten leden verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen; | 18 | 12° ter bescherming van haar aangesloten leden verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen; |
| 19 | 13° ter bescherming van niet-leden bij sportpromotionele acties verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen; | 19 | 13° ter bescherming van niet-leden bij sportpromotionele acties verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen; |
| 20 | 13°/1 ter bescherming van de anders georganiseerde sporters voor hun deelname aan het anders georganiseerde sportaanbod van de sportfederatie, verzekeringspolissen afsluiten. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen; | ||
| 20 | 14° jaarlijkshet door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en het werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de sportfederatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen; | 21 | 14° jaarlijks, van het voorbije werkingsjaar, het werkingsverslag, het financiële verslag inclusief de jaarrekening die de algemene vergadering heeft goedgekeurd en het verslag over die goedkeuring bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, op de zetel of het secretariaat van de sportfederatie in het Nederlands voorhanden zijn, en die ter beschikking stellen voor onderzoek door het agentschap Sport Vlaanderen; |
| 21 | 15° per olympiade een beleidsplan aan het agentschap Sport Vlaanderen voorleggen. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het werkingsverslag. In het beleidsplan worden de volgende aspecten van de werking van de sportfederatie vermeld : | 22 | 15° per olympiade een beleidsplan aan het agentschap Sport Vlaanderen voorleggen. Het beleidsplan wordt op basis van effectmeting minstens per olympiade geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. In het beleidsplan worden de volgende aspecten van de werking van de sportfederatie vermeld : |
| 22 | a) de effectieve werking van de sportfederatie; | 23 | a) de effectieve werking van de sportfederatie; |
| 23 | b) het kwaliteitsbeleid met betrekking tot de begeleiding van haar aangesloten leden en haar sportclubs op basis van de vooropgestelde doelstellingen; | 24 | b) het kwaliteitsbeleid met betrekking tot de begeleiding van haar aangesloten leden en haar sportclubs op basis van de vooropgestelde doelstellingen; |
| 24 | 16° meewerken aan onderzoeken die door of namens de Vlaamse Regering zijn ingesteld en die gericht zijn op de evaluatie van de algemene werking of de activiteiten van de sportsector. | 25 | 16° meewerken aan onderzoeken die door of namens de Vlaamse Regering zijn ingesteld en die gericht zijn op de evaluatie van de algemene werking of de activiteiten van de sportsector; |
| 26 | 17° een integriteitsbeleid voeren, met inbegrip van het organiseren van een aanspreekpunt integriteit. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden om dat integriteitsbeleid te voeren. Ze bepaalt ook de taken van het aanspreekpunt integriteit en stelt de wijze vast waarop de sportfederatie aantoont hoe ze haar integriteitsbeleid voert. | ||
| 25 | Voor de erkenning van een sportfederatie wordt binnen een sportfederatie een uniek persoon slechts één keer in aanmerking genomen als aangesloten lid van die sportfederatie. | 27 | Voor de erkenning van een sportfederatie wordt binnen een sportfederatie een uniek persoon slechts één keer in aanmerking genomen als aangesloten lid van die sportfederatie. |
| 26 | Het in het eerste lid, 3°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden | 28 | Het in het eerste lid, 3°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden |
| 1 | Een sportfederatie wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69 tot en met 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering. | 1 | Een sportfederatie wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69 tot en met 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering. |
| 2 | Sportfederaties kunnen uitsluitend vanaf de aanvang van een nieuwe olympiade gesubsidieerd worden als nieuwe uni- of multisportfederatie. Ze dienen hun aanvraag tot subsidiëring voor het eerste werkingsjaar conform artikel 69 in, in het jaar voorafgaand aan een nieuwe olympiade. Dat geldt niet voor sportfederaties die zijn ontstaan uit een fusie met een sportfederatie die al wordt gesubsidieerd. | ||
| 3 | Een sportfederatie die in aanmerking komt voor een aanvullende subsidie als vermeld in artikel 9, derde lid, kan op elk moment van de olympiade gesubsidieerd worden voor een project voor de beleidsfocus innovatie, sportkampen, rationalisatie of topsport. De sportfederatie kan op elk moment van de olympiade een project indienen. Ze dient haar aanvraag tot subsidiëring in conform artikel 69. | ||
| 4 | Een sportfederatie die in aanmerking komt voor een aanvullende subsidie als vermeld in artikel 9, derde lid, kan om de twee jaar en telkens vanaf een oneven werkingsjaar van een olympiade gesubsidieerd worden voor een project voor de beleidsfocus jeugdsport, kansengroepen of professionalisering in sportkaderopleidingen. Ze dient haar aanvraag tot subsidiëring voor het eerste werkingsjaar conform artikel 69 in, in het jaar vóór het voormelde oneven werkingsjaar. |
| 1 | Erkende sportfederaties die een sporttak aanbieden, vermeld op de sporttakkenlijst , kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring. De sportfederaties worden voor de subsidiëring ingedeeld in unisportfederaties als vermeld in artikel 20 en 21, en multisportfederaties als vermeld in artikel 26. De Vlaamse Regering bepaalt , na advies van de sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, de sporttakkenlijst. Op de sporttakkenlijst kunnen sporttakken worden opgenomen die voldoen aan minstens twee van de volgende voorwaarden: | 1 | Erkende sportfederaties die een sporttak aanbieden die op de sporttakkenlijst is vermeld, kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring. De sportfederaties worden voor de subsidiëring ingedeeld in unisportfederaties als vermeld in artikel 20 en 21, en multisportfederaties als vermeld in artikel 26. De Vlaamse Regering bepaalt de sporttakkenlijst, na advies van de sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media en van het agentschap Sport Vlaanderen. Op de sporttakkenlijst kunnen, ten behoeve van en rekening houdend met het sportlandschap en de sportbeoefening in het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de doelstelling van de sporttakkenlijst, sporten worden opgenomen of samengevoegd die voldoen aan de volgende voorwaarden: |
| 2 | 1° een door een sportfederatie gereglementeerde fysieke activiteit betreffen met een cardiovasculair trainingseffect die een persoon in gezonde, milieuvriendelijke, ethisch en medisch verantwoorde omstandigheden verricht; | 2 | 1° een door een sportfederatie gereglementeerde fysieke activiteit betreffen met een cardiovasculair trainingseffect die een persoon in gezonde, milieuvriendelijke, ethisch en medisch verantwoorde omstandigheden verricht; |
| 3 | 2° voldoen aan minstens een van de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 2° olympisch zijn of vertegenwoordigd worden door een internationale organisatie die opgenomen is in de ledenlijst van de internationale unie van sportfederaties (SportAccord); | 4 | a) olympisch zijn of vertegenwoordigd worden door een internationale sportfederatie die volwaardig lid met stemrecht is van GAISF; |
| 4 | 3° een voldoende groot draagvlak hebben in het Nederlandse taalgebied . | 5 | b) een voldoende groot draagvlak wat betreft actieve sportbeoefening hebben in het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. |
| 5 | Disciplines van sporttakken worden enkel vermeld bij een sporttak indien andere disciplines van de betreffende sporttak om ethische of medische redenen worden uitgesloten voor subsidiëring. | 6 | Disciplines worden enkel vermeld bij een sporttak indien andere disciplines van de betreffende sporttak om ethische of medische redenen worden uitgesloten voor subsidiëring. |
| 6 | De subsidies voor de sportfederaties bestaan uit : | 7 | De subsidies voor de sportfederaties bestaan uit : |
| 7 | 1° een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten, die bestaat uit : | 8 | 1° een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten, die bestaat uit : |
| 8 | a) een basissubsidie, afhankelijk van het aantal aangesloten leden; | 9 | a) een basissubsidie; |
| 9 | b) een subsidie, afhankelijk van het beantwoorden aan kwaliteitsprincipes; | 10 | b) een subsidie, afhankelijk van het beantwoorden aan kwaliteitsprincipes; |
| 10 | 2° aanvullende subsidies voor de uitvoering van een of meer van de volgende beleidsfocussen : | 11 | 2° aanvullende subsidies voor de uitvoering van een of meer van de volgende beleidsfocussen : |
| 11 | a) een specifiek jeugdsportbeleid, hierna de beleidsfocus jeugdsport genoemd, realiseren; | ||
| 12 | b) laagdrempelige sporttrajecten aanbieden, waarbij de sportfederatie een licht georganiseerde sportparticipatie of een anders georganiseerde sportparticipatie beoogt of trajecten realiseert om de sportparticipatie van kansengroepen te verhogen, hierna de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod genoemd; | ||
| 12 | a) voor de unisportfederaties: een jeugdsportproject realiseren met als doelstelling de kwaliteit van de begeleiding, de kadervorming en het aanbod voor de jeugd in de sportfederatie en haar sportclubs te verhogen om de sportparticipatie van de jeugd en hun aansluiting bij een sportclub te bevorderen, hierna de beleidsfocus jeugdsport genoemd; | ||
| 13 | b) voor de unisportfederaties: projecten rond kansengroepen organiseren, met als doelstelling het sportaanbod en de organisatie van de sporttak en daaraan gekoppeld de eigen sportorganisatie, af te stemmen op de noden en behoeften van personen uit kansengroepen, hierna de beleidsfocus kansengroepen genoemd; | ||
| 13 | c) innovatieve projecten organiseren, waarbij de sportfederatie initiatieven realiseert die origineel en vernieuwend zijn voor het door haar gevoerde beleid , hierna de beleidsfocus innovatie genoemd; | 14 | c) voor de unisportfederaties: innovatieve projecten organiseren, waarbij de sportfederatie initiatieven realiseert die origineel en vernieuwend zijn voor het door haar gevoerde beleid om het bestaande sportaanbod te verruimen of te optimaliseren of om in te zetten op een betere sportbeleving, hierna de beleidsfocus innovatie genoemd; |
| 14 | d) sportkampen organiseren, hierna de beleidsfocus sportkampen genoemd; | 15 | d) sportkampen organiseren, hierna de beleidsfocus sportkampen genoemd; |
| 15 | e) voor de unisportfederaties, met uitzondering van de unisportfederaties categorie B : een integraal topsportbeleid met bijzondere aandacht voor de begeleiding van beloftevolle jongeren, respectievelijk de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters, hierna de beleidsfocus topsport genoemd, realiseren. | 16 | e) voor de unisportfederaties, met uitzondering van de unisportfederaties categorie B : een integraal topsportbeleid met bijzondere aandacht voor de begeleiding van beloftevolle jongeren, respectievelijk de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters, hierna de beleidsfocus topsport genoemd, realiseren; |
| 17 | f) naar efficiëntiewinst streven in de niet-sportgerelateerde werking, hierna de beleidsfocus rationalisatie genoemd; | ||
| 18 | g) voor de unisportfederaties: een optimalisatie realiseren van de kwaliteit, instroom, doorstroom of valorisatie op het vlak van sportkaderopleidingen en sportgekwalificeerden, hierna de beleidsfocus professionalisering in sportkaderopleidingen genoemd. | ||
| 16 | De Vlaamse Regering kan de verhouding tussen de werkings- en personeelssubsidies, vermeld in het tweede lid, 1°, bepalen. | 19 | De Vlaamse Regering kan de verhouding tussen de werkings- en personeelssubsidies, vermeld in het derde lid, 1°, bepalen. |
| 17 | In het tweede lid, 2°, a), wordt verstaan onder jeugdsportbeleid : een beleid dat tot doel heeft de sportparticipatie van de jeugd en hun aansluiting bij een sportclub te bevorderen en de kwaliteit van de begeleiding, de kadervorming en het aanbod voor de jeugd in de sportfederatie en haar sportclubs te verhogen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitwerking van de beleidsfocussen, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, waarvoor de sportfederaties aanvullende subsidies kunnen bekomen. | 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitwerking van de beleidsfocussen, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, waarvoor de sportfederaties aanvullende subsidies kunnen bekomen. |
| 1 | § 1. Om in aanmerking te komen voor een algemene werkingssubsidie als vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, moet een sportfederatie aan de volgende algemene voorwaarden voldoen : | 1 | § 1. Om in aanmerking te komen voor een algemene werkingssubsidie als vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, moet een sportfederatie aan de volgende algemene voorwaarden voldoen : |
| 2 | 1° erkend zijn door de Vlaamse Regering als sportfederatie; | 2 | 1° erkend zijn door de Vlaamse Regering als sportfederatie; |
| 3 | 2° de volgende minimale aantallen aangesloten leden tellen : | 3 | 2° de volgende minimale aantallen aangesloten leden tellen : |
| 4 | a) unisportfederaties van categorie A1 als vermeld in artikel 21, 1° : ten minste 500 aangesloten leden ; | 4 | a) unisportfederaties van categorie A1 als vermeld in artikel 21, 1° : ten minste 500 aangesloten leden die de olympische sporttak beoefenen; |
| 5 | b) unisportfederaties van categorie A2 als vermeld in artikel 21, 2° : ten minste 1500 aangesloten leden ; | 5 | b) unisportfederaties van categorie A2 als vermeld in artikel 21, 2° : ten minste 1500 aangesloten leden die de sporttak beoefenen waarvoor de sportfederatie een officiële affiliatie heeft met de internationale federatie van de sport, die op haar beurt volwaardig lid met stemrecht is van GAISF; |
| 6 | c) unisportfederaties van categorie B als vermeld in artikel 21, 3° : ten minste 30.000 aangesloten leden; | 6 | c) unisportfederaties van categorie B als vermeld in artikel 21, 3° : ten minste 30.000 aangesloten leden; |
| 7 | d) unisportfederaties van categorie G-sport als vermeld in artikel 21, 4° : ten minste 500 aangesloten leden; | 7 | d) unisportfederaties van categorie G-sport als vermeld in artikel 21, 4° : ten minste 500 aangesloten leden; |
| 8 | e) multisportfederaties als vermeld in artikel 26 : ten minste 10.000 aangesloten leden. De fusiebewegingen die hieruit voortvloeien worden na een jaar geëvalueerd; | 8 | e) multisportfederaties als vermeld in artikel 26 : ten minste 10.000 aangesloten leden. De fusiebewegingen die hieruit voortvloeien worden na een jaar geëvalueerd; |
| 9 | 3° aan alle aangesloten leden via de sportclubs gedurende het sportjaar sportactiviteiten op verantwoorde wijze aanbieden, waarbij het gaat om een voldoende regelmatige en fysieke inspanning, individueel of in ploegverband, met enerzijds voor de unisportfederaties een competitief en recreatief karakter, en anderzijds voor de multisportfederaties een competitiegericht of recreatief karakter. Het betreft activiteiten waarbij de sportbeoefenaar de bedoeling heeft zijn lichamelijke ontwikkeling te stimuleren of zijn lichamelijke conditie op peil te houden of te verbeteren; | 9 | 3° aan alle aangesloten leden via de sportclubs gedurende het sportjaar sportactiviteiten op verantwoorde wijze aanbieden, waarbij het gaat om een voldoende regelmatige en fysieke inspanning, individueel of in ploegverband, met enerzijds voor de unisportfederaties een competitief en recreatief karakter, en anderzijds voor de multisportfederaties een competitiegericht of recreatief karakter. Het betreft activiteiten waarbij de sportbeoefenaar de bedoeling heeft zijn lichamelijke ontwikkeling te stimuleren of zijn lichamelijke conditie op peil te houden of te verbeteren; |
| 10 | 3°/1 een integriteitsbeleid voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van dat integriteitsbeleid; | 10 | 3°/1 een uitgebreid integriteitsbeleid voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van dat integriteitsbeleid; |
| 11 | 3°/2 een aanspreekpunt integriteit organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt wat het uitvoeren van de taken van het aanspreekpunt integriteit inhoudt en stelt de wijze vast waarop de sportfederatie aantoont hoe deze taken worden uitgevoerd; | ||
| 11 | 3°/2 ...; | ||
| 12 | 4° het ledenbestand van de sportfederatie registreren. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de sportfederatie en haar aangesloten sportclubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand; | 12 | 4° het ledenbestand van de sportfederatie registreren. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de sportfederatie en haar aangesloten sportclubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand; |
| 13 | 5° een boekhouding voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van een boekhouding; | 13 | 5° een boekhouding voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het voeren van een boekhouding; |
| 14 | 6° jaarlijkshet door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen; | 14 | 6° jaarlijks, van het voorbije werkingsjaar, het werkingsverslag, het financiële verslag inclusief de jaarrekening die de algemene vergadering heeft goedgekeurd en het verslag over die goedkeuring bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen; |
| 15 | 7° via de sportclubs een jaarlijkse bijdrage van de aangesloten leden innen die bestemd is voor de sportfederatie; | 15 | 7° via de sportclubs een jaarlijkse bijdrage van de aangesloten leden innen die bestemd is voor de sportfederatie; |
| 16 | 8° in het beleidsplan de werking en de daaraan gekoppelde budgettering, de kwaliteitszorg en de effectmeting opnemen; | 16 | 8° in het beleidsplan de werking en de daaraan gekoppelde budgettering, de kwaliteitszorg en de effectmeting opnemen; |
| 17 | 9° minimaal één voltijds equivalent in dienst hebben dat beantwoordt aan de volgende sporttechnische kwalificaties : | ||
| 18 | a) voor de unisportfederaties : master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegings-wetenschappen/licentiaat Lichamelijke Opvoeding met een specialisatie in de sporttak in kwestie, ofwel met een diploma trainer A of het hoogste bestaande diploma in de sporttak in kwestie, uitgereikt door de VTS of geassimileerd met het diploma trainer A of het hoogste bestaande diploma in de sporttak in kwestie, uitgereikt door de VTS; | ||
| 19 | b) voor de multisportfederaties : master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegings-wetenschappen/licentiaat Lichamelijke Opvoeding. | ||
| 17 | 9° een sporttechnisch beleid voeren. Die voorwaarde wordt op de volgende wijze vervuld door de verschillende soorten sportfederaties: | ||
| 18 | a) de unisportfederatie heeft minimaal een persoon voltijds in dienst die beantwoordt aan de volgende sporttechnische kwalificaties of minimaal twee personen in dienst om de volgende sporttechnische kwalificaties in te vullen: | ||
| 19 | 1) één voltijdequivalent met een diploma master in de Sporten de Bewegingswetenschappen of master in de Lichamelijke Opvoeding; | ||
| 20 | 2) één voltijdequivalent met een diploma trainer A in de sporttak in kwestie dat is uitgereikt door de VTS of geassimileerd met het diploma trainer A; | ||
| 21 | b) de multisportfederatie heeft één voltijdequivalent in dienst met een diploma van master in de Sporten de Bewegingswetenschappen of master in de Lichamelijke Opvoeding. | ||
| 20 | Voor de subsidiëring van een sportfederatie wordt binnen een sportfederatie een uniek persoon slechts één keer in aanmerking genomen als aangesloten lid van die sportfederatie. | 22 | Voor de subsidiëring van een sportfederatie wordt binnen een sportfederatie een uniek persoon slechts één keer in aanmerking genomen als aangesloten lid van die sportfederatie. |
| 23 | Als het Internationaal Olympisch Comité beslist om een sporttak niet meer als olympische sporttak te beschouwen, heeft de gesubsidieerde unisportfederatie die de sporttak in kwestie aanbiedt, tot het einde van de lopende olympiade de tijd om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, b). | ||
| 21 | De Vlaamse Regering bepaalt wat onder regelmaat van de aangeboden sportactiviteiten als vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verstaan en de wijze waarop de sportfederatie de regelmaat kan aantonen. | 24 | De Vlaamse Regering bepaalt wat onder regelmaat van de aangeboden sportactiviteiten als vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verstaan en de wijze waarop de sportfederatie de regelmaat kan aantonen. |
| 22 | Het in het eerste lid, 4°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden verleend om dubbeltelling en fictieve leden uit te sluiten. Met het oog op het controleren van de subsidiëringsvoorwaarden en de berekening van de subsidies kan het agentschap Sport Vlaanderen op elk ogenblik de volledige bestanden, gedeeltelijke bestanden of geaggregeerde gegevens raadplegen of opvragen. Enkel geanonimiseerde gegevens worden statistisch verwerkt. Na het einde van het lidmaatschap moeten de gegevens één jaar in het bestand worden bewaard. | 25 | Het in het eerste lid, 4°, vermelde unieke identificatienummer en de machtiging om het rijksregisternummer te gebruiken, worden verleend om dubbeltelling en fictieve leden uit te sluiten. Met het oog op het controleren van de subsidiëringsvoorwaarden en de berekening van de subsidies kan het agentschap Sport Vlaanderen op elk ogenblik de volledige bestanden, gedeeltelijke bestanden of geaggregeerde gegevens raadplegen of opvragen. Enkel geanonimiseerde gegevens worden statistisch verwerkt. Na het einde van het lidmaatschap moeten de gegevens één jaar in het bestand worden bewaard. |
| 23 | Als het voltijds equivalent, vermeld in het eerste lid, 9°, a), niet beschikt over de vereiste specialisatie in de sporttak in kwestie, moet hij die behalen binnen vier jaar na zijn aanstelling. De Vlaamse Regering kan uitzonderingsregels bepalen op de bijkomende sportspecifieke diplomaverplichting voor de master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegingswetenschappen/licentiaat Lichamelijke Opvoeding uit de unisportfederatie. | ||
| 26 | In afwijking van het eerste lid, 9°, a), 2), heeft de unisportfederatie die minder dan 10.000 aangesloten leden heeft, minstens een halftijds equivalent in dienst met een diploma trainer A in de sporttak in kwestie dat is uitgereikt door de VTS of geassimileerd met het diploma trainer A. | ||
| 27 | In afwijking van het eerste lid, 9°, a) en b), bepaalt de Vlaamse Regering de voorwaarden waaraan moet worden voldaan indien de sportfederatie een voltijdequivalent in dienst wenst te nemen dat het sporttechnisch beleid coördineert, maar niet beschikt over de vereiste diploma's, vermeld in het eerste lid, 9°, a) of b). | ||
| 24 | Voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 9°, a) en b), geldt dat als de sportfederatie een personeelslid wil aanwerven met een diploma dat niet binnen de Vlaamse Gemeenschap is verworven, de verworven beroepskwalificaties moeten worden vergeleken. Het betreft een beoordeling van de bekwaamheden die blijken uit de diploma's, certificaten en andere titels en uit de relevante beroepservaring. | 28 | Voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 9°, a) en b), geldt dat als de sportfederatie een personeelslid wil aanwerven met een diploma dat niet binnen de Vlaamse Gemeenschap is verworven, de verworven beroepskwalificaties moeten worden vergeleken. Het betreft een beoordeling van de bekwaamheden die blijken uit de diploma's, certificaten en andere titels en uit de relevante beroepservaring. |
| 25 | § 2. De gesubsidieerde sportfederaties moeten de basisopdrachten, vermeld in artikel 22, § 1, respectievelijk artikel 27, § 1, uitvoeren. | 29 | § 2. De gesubsidieerde sportfederaties moeten de basisopdrachten, vermeld in artikel 22, § 1, respectievelijk artikel 27, § 1, uitvoeren. |
| 1 | Om het jeugdsportproject in het kader van de beleidsfocus jeugdsport te realiseren werkt de sportfederatie met een jeugdsportfonds, waarvan de financiële middelen aan de deelnemende sportclubs worden verdeeld op basis van een reglement. De financiële middelen die onder de sportclubs verdeeld worden, bestaan enerzijds uit Vlaamse clubsubsidies en anderzijds uit eigen financiële middelen van de betrokken sportfederatie. De sportclubs wenden die middelen aan om de kwaliteit van de jeugdsportwerking in de sportclubs te verhogen, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd. Maximaal 15 % van de subsidie wordt toegekend voor de ontwikkeling, begeleiding en opvolging van het jeugdsportproject (overhead). De eigen financiële inbreng van de sportfederatie in het jeugdsportfonds bedraagt minstens 25 % van de Vlaamse subsidie. | ||
| 2 | Om voor subsidies voor de beleidsfocus jeugdsport in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, a), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen : | ||
| 3 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en het jeugdsportproject opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | ||
| 4 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus jeugdsport afzonderlijk aan bod laten komen; | ||
| 5 | 3° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen : | ||
| 6 | a) voor het eerste subsidiëringsjaar : een grondige analyse van de situatie van de jeugdsport in de sportfederatie; | ||
| 7 | b) voor het eerste subsidiëringsjaar : een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, de doelstellingen en beoogde resultaten; | ||
| 8 | c) voor het eerste subsidiëringsjaar : de concrete uitwerking van de wijze waarop via het jeugdsportfonds de kwaliteit van de jeugdsportwerking in de sportclubs verhoogd zal worden, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd; | ||
| 9 | d) het reglement waarin minstens de kwalitatieve eisen die aan de sportclubs worden gesteld, de wijze van monitoring en controle van de sportclubs door de sportfederatie, de wijze waarop de financiële middelen zullen worden verdeeld onder de sportclubs en de bestedingsmogelijkheden van die middelen door de sportclubs in het kader van de kwaliteitsverhoging, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd, worden opgenomen; | ||
| 10 | e) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden en voor meerjarige jeugdsportprojecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het jeugdsportproject; | ||
| 11 | f) voor het eerste subsidiëringsjaar : een omschrijving van de wijze waarop het jeugdsportproject elk jaar geëvalueerd zal worden; | ||
| 12 | g) vanaf het tweede subsidiëringsjaar : een grondige evaluatie op basis van cijfer gegevens van het lopende jeugdsportproject en in voorkomend geval een op deze evaluatie gebaseerd gemotiveerd voorstel van bijsturing van het jeugdsportproject. | ||
| 13 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een jeugdsportproject, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus jeugdsport in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het jeugdsportproject gekoppeld aan het reglement, vermeld in het tweede lid, 3°, d), de administratieve lasten voor de sportclubs, de omkadering, de gelijkheid van kansen en de ethiek. |
| 1 | Een project in het kader van de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod heeft als doelstelling het creëren van een laagdrempelig sporttraject waarbij initiatieven genomen worden om : | ||
| 2 | 1° de niet georganiseerde, licht of anders georganiseerde sportparticipatie te promoten door aangepaste varianten van het bestaande sportaanbod aan te bieden aan personen die in eerste instantie niet of niet meer actief een bepaalde sport beoefenen of door een uitbreiding van het standaardaanbod, aanvullend op het klassieke sportaanbod via de sportclubs; of | ||
| 3 | 2° het (inclusief) diversiteitsbeleid van de sportfederatie of haar clubs te bevorderen, drempels voor bepaalde doelgroepen weg te werken die de weg naar het reguliere sportaanbod niet of nog niet vinden of de sportparticipatie te bevorderen van mensen uit kansengroepen. | ||
| 4 | Om voor subsidies voor de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, b), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen : | ||
| 5 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | ||
| 6 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod afzonderlijk aan bod laten komen; | ||
| 7 | 3° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen : | ||
| 8 | a) een grondige analyse van de noden en behoeften (mogelijkheden versus moeilijkheden) met betrekking tot het laagdrempelig sportaanbod in de sportfederatie; | ||
| 9 | b) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, het concept, de doelstellingen en de beoogde resultaten; | ||
| 10 | c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het laagdrempelig sportaanbodproject; | ||
| 11 | d) een omschrijving van de wijze waarop het laagdrempelig sportaanbodproject elk jaar geëvalueerd zal worden en de wijze van integratie in de basiswerking van de sportfederatie. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een project laagdrempelig sportaanbod, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het project laagdrempelig sportaanbod, de duurzaamheid, de doelgroep(en), de gelijkheid van kansen, de omkadering en de communicatiestrategie. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen inzake cofinanciering door de sportfederatie. |
| 1 | Een project in het kader van de beleidsfocus innovatie heeft als doelstelling het realiseren van initiatieven die origineel en vernieuwend zijn voor het beleid van de sportfederatie om het bestaande sportaanbod te verruimen en te verdiepen en daardoor meer mensen te bereiken en aan te zetten tot sporten. Dat kan door nieuwe sporten alsook door innovatieve varianten van een bestaande sport aan te bieden, of door een bestaande sport op een vernieuwende manier aan te bieden of de sport op een vernieuwende manier te organiseren of om meer en andere doelgroepen aan te trekken. | ||
| 2 | Om voor subsidies voor de beleidsfocus innovatie in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, c), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen : | ||
| 3 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus innovatie opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | ||
| 4 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus innovatie afzonderlijk aan bod laten komen; | ||
| 5 | 3° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen : | ||
| 6 | a) een grondige analyse van noden en behoeften met betrekking tot innovatie in de sportfederatie; | ||
| 7 | b) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, het concept, de doelstellingen en de beoogde resultaten; | ||
| 8 | c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige innovatieve projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het innovatief project; | ||
| 9 | d) een omschrijving van de wijze waarop het innovatief project elk jaar geëvalueerd zal worden en de wijze van integratie in de basiswerking van de sportfederatie. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een innovatief project, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus innovatie in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het innovatief project, de duurzaamheid, de gelijkheid van kansen. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen inzake cofinanciering door de sportfederatie. |
| 1 | De beleidsfocus sportkampen houdt in dat de sportfederatie gesubsidieerd kan worden voor het organiseren van sportkampen op initiatie- of vervolmakingsniveau die plaatsvinden in internaatsverband gedurende minimaal vijf opeenvolgende dagen, vanuit één welbepaalde locatie, met de deelname van minstens zeven interne deelnemers, waarbij aan iedere deelnemer per dag minstens vier uur begeleide sportactiviteiten gegeven wordt door sportgekwalificeerde lesgevers. | 1 | De beleidsfocus sportkampen houdt in dat de sportfederatie gesubsidieerd kan worden voor het organiseren van sportkampen op initiatie- of vervolmakingsniveau die plaatsvinden in internaatsverband gedurende minimaal vijf opeenvolgende dagen, vanuit één welbepaalde locatie, met de deelname van minstens zeven interne deelnemers, waarbij minstens aan iedere deelnemer per dag gemiddeld vier uur begeleide sportactiviteiten gegeven wordt door sportgekwalificeerde lesgevers. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid geldt voor sportkampen die exclusief gericht zijn op G-sporters, een duur van minimaal drie opeenvolgende dagen. | ||
| 2 | Om voor subsidies voor de beleidsfocus sportkampen in aanmerking te komen moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen : | 3 | Om voor subsidies voor de beleidsfocus sportkampen in aanmerking te komen moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen : |
| 3 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus sportkampen opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | 4 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus sportkampen opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; |
| 4 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus sportkampen afzonderlijk aan bod laten komen; | 5 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus sportkampen afzonderlijk aan bod laten komen; |
| 5 | 3° a) voor de multisportfederaties : in de sportkampen worden alleen sporttakken aangeboden die voorkomen op de sporttakkenlijst ; | 6 | 3° a) voor de multisportfederaties : in de sportkampen worden alleen sporttakken aangeboden die voorkomen op de sporttakkenlijst of sporten waarvoor de multisportfederatie gesubsidieerd kan worden, conform artikel 26; |
| 6 | b) voor de unisportfederaties : de sportkampen worden uitsluitend georganiseerd in de eigen sporttak, vermeld op de sporttakkenlijst; | 7 | b) voor de unisportfederaties : de sportkampen worden uitsluitend georganiseerd in de eigen sporttak, vermeld op de sporttakkenlijst; |
| 7 | 4° de sportkampen staan open voor iedereen, de sportfederatie kan alleen toegangscriteria opleggen op het sporttechnische niveau en op het vlak van de leeftijd; | 8 | 4° de sportkampen staan open voor iedereen, de sportfederatie kan alleen toegangscriteria opleggen op het sporttechnische niveau en op het vlak van de leeftijd; |
| 9 | 4°/1 het sportkamp vindt plaats vanuit één welbepaalde locatie in het Nederlandse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of, als dat om geografische en sporttechnische redenen vereist is, in het Franse taalgebied of het Duitse taalgebied; | ||
| 8 | 5° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen : | 10 | 5° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen : |
| 9 | a) een beschrijving van de sportkampen die ze wil organiseren in het volgende werkingsjaar, met algemene inlichtingen over de plaats, de aangeboden sporttak of sporttakken, de leeftijdsgroepen, het eventuele beleid inzake kansengroepen; | 11 | a) een beschrijving van de sportkampen die ze wil organiseren in het volgende werkingsjaar, met algemene inlichtingen over de aangeboden sporttak of sporttakken en het eventuele beleid inzake kansengroepen; |
| 10 | b) een beschrijving van de promotiestrategie; | ||
| 12 | b) een beschrijving van de strategie om bij sportkampen op initiatieniveau en eventueel bij sportkampen op vervolmakingsniveau de deelnemers toe te leiden naar de sportclubs; | ||
| 11 | c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de subsidieerbare sportkampen voor het komende werkingsjaar. | 13 | c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de subsidieerbare sportkampen voor het komende werkingsjaar. |
| 12 | Sportkampen, exclusief toegankelijk voor gepreselecteerde deelnemers, die gericht zijn op de directe voorbereiding van een individu of een team op een competitie, kaderend in een jaarplan van trainingen, stages en wedstrijden, komen niet in aanmerking voor subsidiëring binnen de beleidsfocus sportkampen. | 14 | Sportkampen, exclusief toegankelijk voor gepreselecteerde deelnemers, die gericht zijn op de directe voorbereiding van een individu of een team op een competitie, kaderend in een jaarplan van trainingen, stages en wedstrijden, komen niet in aanmerking voor subsidiëring binnen de beleidsfocus sportkampen. |
| 13 | Sportkampen die door een sportfederatie worden georganiseerd met dezelfde sporttakkentijdens dezelfde periode en op dezelfde plaats, worden voor de toepassing van dit decreet als één sportkamp beschouwd. Sportkampen worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de sportfederatie. | 15 | Sportkampen die door een sportfederatie worden georganiseerd met dezelfde sporttakken, respectievelijk sporten tijdens dezelfde periode en op dezelfde plaats, worden voor de toepassing van dit decreet als één sportkamp beschouwd. Sportkampen worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de sportfederatie. |
| 14 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van subsidiëring, de informatie die per concreet gesubsidieerd sportkamp moet worden bezorgd en het tijdstip van bezorging aan het agentschap Sport Vlaanderen, de controle tijdens de sportkampen en de bijzondere voorwaarden waaraan een sportkamp moet voldoen. De bijzondere voorwaarden hebben betrekking op de locatie, de leeftijd van de deelnemers, verzekering, de inhoud van het programma, de accommodatie, de omkadering en de uitvoering. | 16 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van subsidiëring, de informatie die per concreet gesubsidieerd sportkamp moet worden bezorgd en het tijdstip van bezorging aan het agentschap Sport Vlaanderen, de controle tijdens de sportkampen en de bijzondere voorwaarden waaraan een sportkamp moet voldoen. De bijzondere voorwaarden kunnen betrekking hebben op de locatie, de leeftijd van de deelnemers, verzekering, de inhoud van het programma, de accommodatie, de omkadering en de uitvoering. |
| 1 | Een project in het kader van de beleidsfocus rationalisatie heeft als doelstelling het streven naar efficiëntiewinst in de niet-sportgerelateerde werking via rationalisatieprojecten van een gesubsidieerde sportfederatie met een of meer erkende of gesubsidieerde sportfederaties of via een fusie van een gesubsidieerde sportfederatie met een of meer erkende of gesubsidieerde sportfederaties. De projectsubsidie richt zich op de tijdelijke kosten om een rationalisatieproject of fusie te realiseren, waarbij de recurrente kosten gedragen worden door de sportfederatie of sportfederaties. | ||
| 2 | Een sportfederatie komt in aanmerking voor subsidies voor de beleidsfocus rationalisatie, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, f), als de sportfederatie voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus rationalisatie opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan, conform artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | ||
| 4 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus rationalisatie afzonderlijk aan bod laten komen; | ||
| 5 | 3° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen: | ||
| 6 | a) voor het eerste subsidiejaar: | ||
| 7 | 1) een grondige analyse van het potentieel, de noden en behoeften voor rationalisatie in de sportfederaties in kwestie; | ||
| 8 | 2) een projectplan voor de volledige duur van het project, dat minstens al de volgende elementen bevat: | ||
| 9 | i) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie; | ||
| 10 | ii) de doelstellingen; | ||
| 11 | iii) de concrete acties; | ||
| 12 | iv) de beoogde resultaten; | ||
| 13 | v) de timing; | ||
| 14 | vi) de projectuitvoerders; | ||
| 15 | 3) een gedetailleerde begroting als vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de werkingsjaren waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het project rationalisatie; | ||
| 16 | 4) een omschrijving van de mate waarin het project beantwoordt aan de vooropgestelde beoordelingscriteria; | ||
| 17 | b) vanaf het tweede subsidiejaar: | ||
| 18 | 1) een stand van zaken en, in voorkomend geval, een update van het projectplan, met inbegrip van de realisaties; | ||
| 19 | 2) in voorkomend geval, een update van de begroting. | ||
| 20 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een project rationalisatie, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus rationalisatie in aanmerking komt. De voormelde beoordelingscriteria hebben betrekking op de relevantie, de beoogde impact, de doelstellingen en de kwaliteit van het project rationalisatie en de duurzaamheid. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen voor cofinanciering door de sportfederatie. De Vlaamse Regering kan de vergoeding voor de leden van de voormelde beoordelingscommissie bepalen. |
| 1 | § 1. De algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, wordt jaarlijks toegekend. | 1 | § 1. De algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, wordt jaarlijks toegekend. |
| 2 | § 2. De basissubsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, a), van de sportfederaties is gerelateerd aan het aantal aangesloten leden van het werkingsjaar en bedraagt minstens 60.000 euro. | 2 | § 2. De basissubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, a), van de unisportfederaties is gerelateerd aan het aantal aangesloten leden van het werkingsjaar x-2 en bedraagt minstens 60.000 euro. |
| 3 | Als een sportfederatie meer dan 10.000 aangesloten leden telt, wordt de basissubsidie, vermeld in het eerste lid, verhoogd met 2,80 euro voor elk lid dat de sportfederatie telt boven de grens van 10.000 aangesloten leden. De jaarlijkse basissubsidie kan nooit meer dan 312.000 euro bedragen. | 3 | Als een unisportfederatie meer dan 10.000 aangesloten leden telt, wordt de basissubsidie, vermeld in het eerste lid, verhoogd met 2,80 euro voor elk lid dat de unisportfederatie telt boven de grens van 10.000 aangesloten leden. De jaarlijkse basissubsidie kan nooit meer dan 312.000 euro bedragen. |
| 4 | De basissubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, a), van de multisportfederaties bedraagt minstens 60.000 euro (zestigduizend euro). | ||
| 4 | § 3. De subsidie, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, b), wordt toegekend op basis van een korf van de volgende kwaliteitsprincipes : | 5 | § 3. De subsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, b), wordt toegekend op basis van een korf van de volgende kwaliteitsprincipes : |
| 5 | 1° het draagvlak van de sportfederatie; | 6 | 1° het draagvlak van de sportfederatie; |
| 6 | 2° de kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie; | 7 | 2° de kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie; |
| 7 | 3° het goed bestuur van de sportfederatie. | 8 | 3° het goed bestuur van de sportfederatie; |
| 9 | 4° bijkomend voor de multisportfederaties: de kwaliteit van het aanbod voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters. | ||
| 8 | Het draagvlak van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 1°, heeft betrekking op het bereik van de sportfederatie. Het geeft ook een indicatie van het aandeel van de sportfederatie in het totale landschap van de georganiseerde sportsector. | 10 | Het draagvlak van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 1°, heeft betrekking op het bereik van de sportfederatie. Het geeft ook een indicatie van het aandeel van de sportfederatie in het totale landschap van de georganiseerde sportsector. |
| 9 | De kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 2°, heeft betrekking op de kwaliteit van de sporttechnische omkadering binnen de sportclubs van de sportfederatie, het beleid met betrekking tot de vorming van deze omkadering en de kwaliteit van de organisatie van het aanbod. | 11 | De kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 2°, heeft betrekking op de kwaliteit van de sporttechnische omkadering binnen de sportclubs van de sportfederatie, het beleid met betrekking tot de vorming van deze omkadering en de kwaliteit van de organisatie van het aanbod. |
| 12 | De kwaliteit van het aanbod voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters, vermeld in het eerste lid, 4°, heeft betrekking op de kwaliteit en het bereik van het aanbod van de multisportfederatie, dat aanvullend is op het bestaande aanbod voor de aangesloten leden van de uni- of multisportfederaties. De multisportfederatie zet daarbij in op de toeleiding van die sporters naar de sportclubs of het kwalitatief begeleiden van die sporters buiten de sportclubs. | ||
| 13 | De inhoudelijke beoordeling van de kwaliteit van het aanbod voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters, vermeld in het eerste lid, 4°, gebeurt op basis van het beleidsplan. De beoordeling gebeurt aan de hand van beoordelingscriteria die betrekking hebben op de meerwaarde, de beoogde impact, de doelstellingen, de kwaliteit, de laagdrempeligheid en de duurzaamheid van de deelaspecten van het beleidsplan die betrekking hebben op het aanbod voor de anders georganiseerde sporters, de ongebonden sporters of de niet-sporters. | ||
| 14 | Het toe te kennen bedrag binnen het kwaliteitsprincipe, vermeld in het eerste lid, 4°, is gebaseerd op de score die behaald wordt op de beoordelingscriteria, vermeld in het zesde lid, en op een financieel behoefteplan. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van de beoordeling, de periodiciteit van de beoordeling en de nadere beoordelingscriteria. | ||
| 10 | Het goed bestuur van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 3°, heeft betrekking op patronen binnen de organisatiestructuur van een sportfederatie die worden gekenmerkt door sleutelelementen zoals verantwoording, efficiëntie, effectiviteit, voorspelbaarheid, transparantie en democratie. | 15 | Het goed bestuur van de sportfederatie, vermeld in het eerste lid, 3°, heeft betrekking op patronen binnen de organisatiestructuur van een sportfederatie die worden gekenmerkt door sleutelelementen zoals verantwoording, efficiëntie, effectiviteit, voorspelbaarheid, transparantie en democratie. |
| 11 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere indicatoren per kwaliteitsprincipe, hun aandeel in de korf en de berekeningswijze van de korf. | 16 | De Vlaamse Regering bepaalt voor de subsidiëring van unisportfederaties enerzijds en voor de subsidiëring van multisportfederaties anderzijds, de nadere indicatoren voor de kwaliteitsprincipes, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, hun aandeel in de korf en de berekeningswijze van de korf. |
| 12 | § 4. ... | ||
| 17 | § 4. In afwijking van paragraaf 2 en 3 wordt de algemene werkingssubsidie, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, voor de eerste twee werkingsjaren waarvoor een nieuw gesubsidieerde sportfederatie gesubsidieerd wordt, vastgelegd op een bedrag van 100.000 euro (honderdduizend euro) per werkingsjaar. | ||
| 18 | § 5. De Vlaamse Regering kan voor de verdeling van het jaarlijkse budget voor de algemene werkingssubsidies tussen de unisportfederaties enerzijds, en de multisportfederaties anderzijds het percentage bepalen dat wordt voorzien voor de algemene werkingssubsidies van de multisportfederaties. |