Artikel 1.4.9
§1. De gewestelijke en gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur en de burgemeester of zijn plaatsvervanger zijn herstelinstanties als vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.
De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst de gewestelijke stedenbouw-kundige inspecteurs aan onder de personeelsleden van de departementen en de agentschappen, vermeld in artikel I.3, 2°, a) tot en met d), van het Bestuursde-creet van 7 december 2018.
De volgende personen kunnen aangewezen worden als gemeentelijke steden-bouwkundige inspecteur:
- 1°de personeelsleden van de gemeente die voor de misdrijven en de inbreuken, vermeld in titel VI, belast zijn met de uitvoering van de handhaving voor het grondgebied van hun gemeente of verschillende gemeenten, die het college van burgemeester en schepenen daarvoor aanwijst;
- 2°de personeelsleden van een intergemeentelijk samenwerkingsverband die voor de misdrijven en de inbreuken, vermeld in titel VI, belast zijn met de uitvoering van de handhaving voor het grondgebied van een of meer gemeen-ten, die het intergemeentelijk samenwerkingsverband daarvoor aanwijst.
De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voor-waarden bepalen waaraan categorieën van herstelinstanties moeten voldoen, en hun bevoegdheden inhoudelijk, geografisch of temporeel beperken.
§2. De Vlaamse Regering of haar gemachtigde duidt de personeelsleden van de Vlaamse overheid aan die optreden als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.