| 1 | Een leerling kan na overleg met de directeur en de betrokken leerkrachten, binnen het gemeenschappelijke curriculum afwijken van de bepalingen over de studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20 en de bepalingen over de evaluaties, vermeld in artikel 61 en 62, als de leerling voldoet aan een van de volgende voorwaarden: |
| 2 | 1° beschikken over een GC-verslag als vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; |
| 3 | 2° beschikken over een GC-verslag als vermeld in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of over een OV-4 verslag als vermeld in artikel 294, §2, 2°, van de voormelde codex; |
| 4 | 3° erkend zijn als persoon met een handicap met toepassing van een Vlaamse, een andere Belgische of buitenlandse wetgeving; |
| 5 | 4° een medisch attest kunnen voorleggen waaruit blijkt dat de leerling een aandoening heeft die de leerling verhindert om alle leeractiviteiten in het lessenrooster te volgen. Het attest is ondertekend door een arts, psycholoog of lid van een multidisciplinair team dat erkend is door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. |
| 6 | 5° beschikken over een IAC-verslag als vermeld in artikel 15 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; |
| 7 | 6° beschikken over een IAC-verslag als vermeld in artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs. |
| 8 | In het eerste lid wordt onder gemeenschappelijk curriculum verstaan de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de basiscompetenties, de beroepskwalificaties of de specifieke eindtermen te bereiken. |
| 9 | De directeur en de leerkrachten motiveren de afwijkingen in relatie tot de leerwinst met het oog op het behalen van het leerbewijs, het bewijs van competenties of bewijs van beroepskwalificatie. De onderwijsinspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten kunnen het motivatiedossier op elk moment inkijken in de academie. De coëfficiënten, vermeld in artikel 67, § 3, eerste en tweede lid, zijn van toepassing als de academie het motivatiedossier niet kan voorleggen en de leerling een lessenrooster volgt dat afwijkt van de bepalingen over de studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20. |