| 1 | § 1. De aanbieder van de aanloopfase staat in voor de invulling van de aanloopcomponent en kan daarbij beroep doen op een organisator. |
| 2 | § 2. De aanloopcomponent is een individueel traject op maat van de leerling. De inhoud en de duur van het individuele traject worden bepaald door het resultaat van de screening, vermeld in artikel 357/47, en worden verankerd in een individueel opleidingsplan, gebaseerd op het curriculumdossier. |
| 3 | § 3. De aanloopcomponent focust op het stimuleren van de arbeidsrijpheid van de leerling en is gericht op: |
| 4 | 1° het verbeteren van de arbeidsgerichte competenties van de leerling of; |
| 5 | 2° het verbeteren van loopbaangerichte competenties, het zoeken naar een werkplek en verbetering van sollicitatievaardigheden, of; |
| 6 | 3° de versterking van vaktechnische competenties. |
| 7 | De verschillende onderdelen kunnen geïntegreerd worden aangeboden. |
| 8 | De Vlaamse Regering kan aanvullend op de doelstellingen, vermeld in het eerste lid, een verdere focus van de aanloopcomponent bepalen. |
| 9 | § 4. De aanloopcomponent kan ook ingevuld worden met een begeleide leerervaring op een werkplek. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere organisatie van deze leerervaring, met inbegrip van mogelijke trajecten, het statuut van de leerling en de te hanteren overeenkomst. |
| 10 | § 5. In een aanloopstructuuronderdeel hebben gepaste en redelijke aanpassingen voor een leerling met specifieke onderwijsbehoeften als vermeld in artikel 136/2, zowel betrekking op de schoolcomponent als op de aanloopcomponent. De klassenraad werkt hiervoor op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding, de betrokken personen, de organisator of de onderneming, voor wat de aanpassingen op de werkplek betreft. De Vlaamse Regering kan voorzien in een ondersteuning van de werkgever voor het doorvoeren van eventuele gepaste en redelijke aanpassingen. |