Tot wijziging van artikel 4, 7, 9, 10, 13 en 15 van het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur #510
Gemerged Vlaamse Regering voegde 6 artikels samen in decreet-2017-05-05 · 22 oktober 2020 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: CUL
ingediend op 8 december 2020 (2020-2021)
Verslag
namens de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media
uitgebracht door Steven Coenegrachts en Annick Lambrecht
over het ontwerp van decreet
tot wijziging van artikel 4, 7, 9, 10, 13 en 15
van het decreet van 5 mei 2017
houdende de ondersteuning
van bovenlokale sportinfrastructuur en
topsportinfrastructuur
Samenstelling van de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media:
Voorzitter: Elisabeth Meuleman.
Vaste leden:
Cathy Coudyser, Marius Meremans, Freya Perdaens, Wilfried Vandaele, Manuela Van Werde;
Filip Brusselmans, Johan Deckmyn, Klaas Slootmans;
Karin Brouwers, Orry Van de Wauwer;
Steven Coenegrachts, Stephanie D'Hose;
Elisabeth Meuleman, Jeremie Vaneeckhout;
Hannes Anaf.
Plaatsvervangers:
Andries Gryffroy, Kathleen Krekels, Philippe Muyters, Kris Van Dijck, Karl Vanlouwe;
Immanuel De Reuse, Jan Laeremans, Ilse Malfroot;
Maaike De Rudder, Tinne Rombouts;
Els Ampe, Bart Tommelein;
Gustaaf Pelckmans, Tine Van den Brande;
Katia Segers.
Toegevoegde leden:
Tom De Meester.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
INHOUD
1. Toelichting ........................................................................................... 4
2. Bespreking........................................................................................... 6
2.1. Algemene bespreking .................................................................... 6
2.2. Artikelsgewijze bespreking en stemming .......................................... 7
3. Eindstemming ...................................................................................... 7
Bijlage: zie de dossierpagina van dit document op www.vlaamsparlement.be
Op woensdag 2 december 2020 behandelde de Commissie voor Cultuur, Jeugd,
Sport en Media het ontwerp van decreet tot wijziging van artikel 4, 7, 9, 10, 13 en
15 van het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale
sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur.
De presentatie van minister Weyts is terug te vinden op de dossierpagina van dit
commissieverslag op www.vlaamsparlement.be.
(De vergadering werd als videoconferentie georganiseerd.)
1. Toelichting
Ben Weyts, viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister
van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand, herinnert eraan dat al sinds
2016 het Sportinfrastructuurplan Vlaanderen het algemene kader vormt voor de
investeringen door de Vlaamse overheid in sportinfrastructuur. Het plan behelst
zes krachtlijnen. Twee daarvan vormen de aanleiding van het voorliggende ontwerp van decreet en het bijhorende uitvoeringsbesluit. Die twee krachtlijnen zijn
respectievelijk:
− het verminderen van de financiële drempel voor bovenlokale sportinfrastructuur;
− het verminderen van de financiële drempel voor topsportinfrastructuur.
Vanaf de uitvoering van het plan in 2017 kregen al 119 projecten, verdeeld over
vier oproepen, een subsidiebelofte voor bovenlokale sportinfrastructuur. 38 daarvan zijn inmiddels gerealiseerd. Als voorbeelden vermeldt minister Weyts nieuwe
schaatsinfrastructuur in Deurne, en atletiekpark Den Heurk in Overijse.
Voor topsportinfrastructuur was er tot dusver één projectoproep. Van acht ingediende projecten is de subsidie goedgekeurd. Vier daarvan zijn intussen gerealiseerd. De hockeyaccommodatie in Wilrijk is alvast een heel goede investering
gebleken. Als tweede voorbeeld vermeldt de minister Topsportcentrum Tennis
Vlaanderen.
Het voorliggende ontwerp van decreet gaat voort op nieuwe inzichten uit de vijf
vermelde eerdere oproepen. Het ontwerp strekt veeleer tot een verfijning van het
huidige decreet betreffende de bovenlokale en topsportinfrastructuur dan tot wereldschokkende wijzigingen. Nieuwe beleidsaanpassingen zou de minister het niet
noemen, wel overwegend technische aanpassingen.
Al eerder in 2020 zijn met het programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020 (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 290/1-16) wijzigingen aan het vermelde
decreet doorgevoerd. Ze voegen vanaf 2021 een tweede jaarlijkse indienmoment
toe. Budgettair zit de minister op dat vlak in een gunstige positie, aangezien de
Vlaamse Regering de investeringsmiddelen voor de sport aanzienlijk heeft opgetrokken.
Het voorliggende ontwerp van decreet behelst ten eerste een verduidelijking van
de mogelijkheid om één subsidieaanvraag in te dienen met meerdere sportinfrastructuren op dezelfde site. Het is wel degelijk de bedoeling dat een aanvraag meer
dan één sportinfrastructuur op een site mag betreffen, bijvoorbeeld een voetbalveld en een hockeyterrein, een mogelijkheid die nu explicieter wordt verwoord.
De tweede aanpassing wijzigt de vereiste dat de indiener van een dossier al op het
moment van zijn aanvraag het zakelijke recht heeft op de grond waarop hij zijn
sportinfrastructuur wil bouwen. De ervaring met vorige oproepen heeft geleerd dat
die voorwaarde dikwijls oponthoud veroorzaakt. Vele initiatiefnemers blijken niet
over dat zakelijke recht te beschikken op het moment van hun projectindiening.
Dat bleek dus een struikelblok. Soms zijn interessante projecten niet kunnen doorgaan omdat de aanvrager nog een traject bij de notaris af te leggen had.
Daarom formuleert het voorliggende ontwerp van decreet een wat soepeler voorwaarde met betrekking tot het zakelijke recht. Een projectaanvrager moet op het
moment van indiening over een garantie beschikken. De timing van het effectieve
bezit schuift op naar het moment waarop de werken van start gaan.
De voorwaarde van het zakelijke recht helemaal loslaten en zich louter op een
belofte baseren, vindt minister Weyts niet aangewezen. De voorwaarde versoepelt
dus. Het zakelijke recht blijft een voorwaarde, maar pas op het moment dat de
werken van start gaan.
De derde wijziging brengt het decreet betreffende de bovenlokale en topsportinfrastructuur in overeenstemming met een aanpassing aan het Omgevingsdecreet.
Daartoe strekt de vervanging van de term ‘stedenbouwkundige vergunning’ door
‘omgevingsvergunning’.
De …