§ flandrepo

Tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid #1631

Gemerged Vlaamse Regering voegde 4 artikels samen in decreet-2017-12-22-1029017 · 15 maart 2023 1 checks vragen aandacht
Amendementen
16 mei 2023 · 3 blz.
1631/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet 12 mei 2023 (2022-2023) Amendementen op het ontwerp van decreet tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid ingediend op verzendcode: BIN — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Tom Ongena, Paul Van Miert, Brecht Warnez, Kris Van Dijck, Katrien Partyka en Nadia Sminate Artikel 3 In de voorgestelde tekst, eerste lid, de zinsnede “is voor de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid titel I,” vervangen door de zinsnede “zijn voor de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid artikel 15 en titel I,”. VERANTWOORDING Dit amendement beoogt eenzelfde verjaringstermijn vast te stellen voor de statutaire personeelsleden bij de provinciale besturen die over de beëindiging van hun hoedanigheid als statutair personeelslid een rechtsvordering willen instellen bij de arbeidsgerechten. De nieuwe ontslagregeling beoogt dezelfde ontslagregeling en bijbehorende rechtsbescherming te bepalen voor de statutaire en contractuele personeelsleden bij de provinciale besturen. In het kader hiervan is het dan ook noodzakelijk dat eenzelfde verjaringstermijn wordt toegepast voor de statutaire personeelsleden om een rechtsvordering in te stellen bij de arbeidsgerechten als de toepasselijke verjaringstermijn hiertoe voor de contractuele personeelsleden bij de provinciale besturen. Om dit te bewerkstelligen moet ook artikel 15 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten overeenkomstig toegepast worden met betrekking tot de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid. Door deze overeenkomstige toepassing zullen de statutaire personeelsleden bij de provinciale besturen een rechtsvordering bij de arbeidsgerechten kunnen instellen tot één jaar na de beëindiging van het statutaire dienstverband bij de toepassing van de nieuwe ontslagregeling zoals vastgesteld in het voorliggende ontwerp van decreet.  AMENDEMENT Nr. 2 voorgesteld door Tom Ongena, Paul Van Miert, Brecht Warnez, Kris Van Dijck, Katrien Partyka en Nadia Sminate Artikel 5 Een punt 1°/1 invoegen, dat luidt als volgt: “1°/1 in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;”. VERANTWOORDING De afzetting wordt in het voorliggende ontwerp van decreet opgeheven als mogelijke tuchtstraf. Om elke verwarring hierover te vermijden moet bijgevolg in artikel 116, §2, van het Provinciedecreet van 9 december 2005 het tweede lid worden opgeheven, aangezien daarin beschreven staat dat de tuchtstraf van afzetting alleen kan worden opgelegd als feiten die daaraan ten grondslag liggen als een misdaad zijn omschreven. Door de opheffing van de afzetting als tuchtstraf wordt dit lid zinledig en moet dit opgeheven worden.  AMENDEMENT Nr. 3 voorgesteld door Tom Ongena, Paul Van Miert, Brecht Warnez, Kris Van Dijck, Katrien Partyka en Nadia Sminate Artikel 8 In de voorgestelde tekst, eerste lid, de zinsnede “is voor de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid titel I,” vervangen door de zinsnede “zijn voor de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid artikel 15 en titel I,”. VERANTWOORDING Dit amendement beoogt eenzelfde verjaringstermijn vast te stellen voor de statutaire personeelsleden bij de lokale besturen die over de beëindiging van hun hoedanigheid als statutair personeelslid een rechtsvordering willen instellen bij de arbeidsgerechten. De nieuwe ontslagregeling beoogt dezelfde ontslagregeling en bijbehorende rechtsbescherming te bepalen voor de statutaire en contractuele personeelsleden bij de lokale besturen. In het kader hiervan is het dan ook noodzakelijk dat eenzelfde verjaringstermijn wordt toegepast voor de statutaire personeelsleden om een rechtsvordering in te stellen bij de arbeidsgerechten als de toepasselijke verjaringstermijn hiertoe voor contractuele personeelsleden bij de lokale besturen. Om dit te bewerkstelligen moet artikel 15 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten ook overeenkomstig toegepast worden met betrekking tot de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid. Door deze overeenkomstige toepassing zullen de statutaire personeelsleden bij de lokale besturen een rechtsvordering bij de arbeidsgerechten kunnen instellen tot één jaar na de beëindiging van het statutaire dienstverband bij de toepassing van de nieuwe ontslagregeling zoals vastgesteld in het voorliggende ontwerp van decreet.  AMENDEMENT Nr. 4 voorgesteld door Tom Ongena, Paul Van Miert, Brecht Warnez, Kris Van Dijck, Katrien Partyka en Nadia Sminate Artikel 10 Een punt 1°/1 invoegen, dat luidt als volgt: “1°/1 in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;”. VERANTWOORDING De afzetting wordt in het voorliggende ontwerp van decreet opgeheven als mogelijke tuchtstraf. Om elke verwarring hierover te vermijden moet bijgevolg in artikel 200, §2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur het tweede lid worden opgeheven, aangezien daarin beschreven staat dat de tuchtstraf van afzetting alleen kan worden opgelegd als feiten die daaraan ten grondslag liggen als een misdaad zijn omschreven. Door de opheffing van de afzetting als tuchtstraf wordt dit lid zinledig en moet dit opgeheven worden. 
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd