Over diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid #1560
Gemerged Vlaamse Regering voegde 17 artikels samen in decreet-1990-07-31decreet-2006-06-16-1015082decreet-2013-05-03 · 27 januari 2023 2 checks vragen aandacht
21 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 30 mrt 2023. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | Onverminderd de mogelijkheid voor de Maatschappij om op grond van andere wetgeving wijzigingen te bevelen, kan de Maatschappij om de opdrachten, vermeld in artikel 3, uit te oefenen, de ligging, het tracé of het plan van aanleg van alle gasdistributieleidingen, elektriciteitsdistributieleidingen, waterleidingen, rioleringen en andere leidingen die onder de gewestelijke bevoegdheid ressorteren, van welke aard ook, en alle bijbehorende uitrustingen laten wijzigen naar aanleiding van werken die ze wil uitvoeren aan het domein dat ze in eigendom heeft, waarop ze een zakelijk recht heeft of dat ze beheert. | ||
| 2 | Om de opdrachten, vermeld in artikel 3, uit te voeren, beschikt de Maatschappij na akkoord van de betrokken domeinbeheerder over dezelfde rechten als de rechten, vermeld in het eerste lid, voor werken aan het domein dat de Maatschappij niet in eigendom heeft, waarop ze geen zakelijk recht heeft of dat ze niet beheert. | ||
| 3 | Met het oog op een gecoördineerde uitvaardiging en uitvoering van verplaatsingsbevelen kunnen het Vlaamse Gewest en de provincies en gemeenten alle bevoegdheden en beslissingen of een deel van de bevoegdheden en beslissingen die aan hen toekomen conform de geldende regelgeving over verplaatsingsbevelen voor alle nutsleidingen en kabels, door de Maatschappij in hun naam laten uitoefenen en uitvoeren. | ||
| 4 | Behalve in geval van hoogdringendheid brengt de Maatschappij de operator van de infrastructuur in kwestie met een aangetekende brief op de hoogte van de voorgenomen wijzigingen uiterlijk drie maanden vóór de uitvoering van de werken wordt gestart. De kosten wegens wijziging van de ligging, het tracé of het plan van aanleg van de voormelde infrastructuur zijn ten laste van de operator als de wijzigingen zijn opgelegd in het belang van het openbaar vervoer of bij een andere overweging van openbaar belang die met de uitvoering van haar opdrachten verbonden is. Bij onenigheid mag de Maatschappij zelf tot de uitvoering van de werken overgaan of laten overgaan en de kosten daarvan op de operator verhalen. |
Art. 5. In artikel 37bis van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3 wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
“2° schepen tot 41 meter lengte;”;
2° in paragraaf 5, derde lid, wordt de tabel vervangen door wat volgt:
“
“Lengte in meter Bedrag van de VBS-vergoeding in euro 41 t/m 100 113,45 101 121,16 102 128,87 103 136,58 104 144,29 105 152,00 106 159,71 107 167,42 108 175,13 109 182,84 110 190,55 111 198,26 112 205,97 113 213,68 114 221,39 115 229,10 116 236,81 117 244,52 118 252,23 119 259,94 120 267,65 121 275,36 122 283,07 123 290,78 124 298,49 125 306,20 126 313,91 127 321,62 128 329,33 129 337,04 130 344,75 131 352,46 132 360,17 133 367,88 134 375,59 135 383,30 136 391,01 137 398,72 138 406,43 139 414,14 140 421,85 141 429,56 142 437,27 143 444,98 144 452,69 145 460,40 146 468,11 147 475,82 148 483,53 149 491,24 150 498,95 151 506,66 152 514,37 153 522,08 154 529,79 155 537,50 156 545,21 157 552,92 158 560,63 159 568,34 160 576,05 161 583,76 162 591,47 163 599,18 164 606,89 165 614,60 166 622,31 167 630,02 168 637,73 169 645,44 170 653,15 171 660,86 172 668,57 173 676,28 174 683,99 175 691,70 176 699,41 177 707,12 178 714,83 179 722,54 180 730,25 181 737,96 182 745,67 183 753,38 184 761,09 185 768,80 186 776,51 187 784,22 188 791,93 189 799,64 190 807,35 191 815,06 192 822,77 193 830,48 194 838,19 195 845,90 196 853,61 197 861,32 198 869,03 199 876,74 200 884,45 201 892,16 202 899,87 203 907,58 204 915,29 205 923,00 206 930,71 207 938,42 208 946,13 209 953,84 210 961,55 211 969,26 212 976,97 213 984,68 214 992,39 215 1.000,10 216 1.007,81 217 1.015,52 218 1.023,23 219 1.030,94 220 1.038,65 221 1.046,36 222 1.054,07 223 1.061,78 224 1.069,49 225 1.077,20 226 1.084,91 227 1.092,62 228 1.100,33 229 1.108,04 230 1.115,75 231 1.123,46 232 1.131,17 233 1.138,88 234 1.146,59 235 1.154,30 236 1.162,01 237 1.169,72 238 1.177,43 239 1.185,14 240 1.192,85 241 1.200,56 242 1.208,27 243 1.215,98 244 1.223,69 245 1.231,40 246 1.239,11 247 1.246,82 248 1.254,53 249 1.262,24 en meer 1.269,95 ”;
3° aan paragraaf 5 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“De VBS-vergoeding wordt jaarlijks op 1 augustus automatisch geïndexeerd overeenkomstig de Belgische consumptieprijsindex in functie van het indexcijfer van de maand mei van het hetzelfde jaar ten opzichte van het indexcijfer van de maand van bekendmaking van het betrokken tarief. Het verkregen resultaat wordt afgerond tot de hogere euro.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (aanhalingstekens niet in evenwicht). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 6. In artikel 2 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2017 en 18 december 2020, wordt punt 6/1° vervangen door wat volgt:
“6/1° langere en zwaardere sleep: een voertuigcombinatie die bestaat uit een trekkend voertuig, een tussenvoertuig en een getrokken voertuig en die wordt gebruikt in het kader van een proefproject als vermeld in artikel 4, tweede lid;”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het te vervangen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Het is verboden zich op de openbare weg te bevinden met een ander voertuig of een andere sleep dan het vervoer, vermeld in artikel 4 en 7, waarvan de hoogte het toegestane maximum met meer dan één procent overschrijdt, of waarvan de andere afmetingen of de massa in beladen toestand de toegestane maxima overschrijden. | 1 | Het is verboden zich op de openbare weg te bevinden met een voertuig of een sleep waarvan de hoogte het toegestane maximum met meer dan 1 procent overschrijdt of waarvan de andere afmetingen of de massa in beladen toestand de toegestane maxima overschrijden. |
| 2 | Het is verboden het wegdek te beschadigen door zich met een voertuig op de openbare weg te bevinden waarvan de massa op de grond onder een van de assen het toegestane maximum, met meer dan 5 procent overschrijdt. | 2 | Het is verboden zich op de openbare weg te bevinden met een voertuig waarvan de massa op de grond onder een van de assen het toegestane maximum met meer dan 5 procent overschrijdt. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan bepalen dat het Agentschap Wegen en Verkeer op de hoogte gebracht moet worden van het tijdstip, de gevolgde reisweg en de voertuigen van het vervoer. De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval ook de wijze waarop dat gebeurt en de eventuele uitzonderingen. | 1 | De Vlaamse Regering kan bepalen dat de dienst van de Vlaams administratie die ze aanwijst op de hoogte gebracht moet worden van het tijdstip, de gevolgde reisweg en de voertuigen van het vervoer. De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval ook de wijze waarop dat gebeurt en de eventuele uitzonderingen. |
| 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder Agentschap Wegen en Verkeer : het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid binnen het Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Wegen en Verkeer. |
| 1 | In het kader van een pilootproject als vermeld in artikel 13/1 kan de Vlaamse Regering bepalen dat het Departement Mobiliteit en Openbare Werken op de hoogte gebracht wordt van het tijdstip en de gevolgde reisweg en de voertuigen van het vervoer. De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval ook de wijze waarop dat gebeurt en de eventuele uitzonderingen. | 1 | In het kader van een pilootproject als vermeld in artikel 13/1 kan de Vlaamse Regering bepalen dat de dienst van de Vlaams administratie die ze aanwijst op de hoogte gebracht wordt van het tijdstip en de gevolgde reisweg en de voertuigen van het vervoer. De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval ook de wijze waarop dat gebeurt en de eventuele uitzonderingen. |
| 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder Departement Mobiliteit en Openbare Werken: het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 1 | Zolang de holdingvennootschap met toepassing van artikel 4 van dit decreet deelneemt in North Sea Port Flanders, kunnen de statuten van North Sea Port Flanders, in afwijking van artikel 5, § 3, eerste lid, van het Havendecreet, bepalen dat North Sea Port Flanders enkel bestuurd wordt door een raad van bestuur. De statuten kunnen in dat geval ook bepalen dat, in afwijking van artikel 518, § 1, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen, de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht North Sea Port Flanders uit minder dan drie leden bestaat. | ||
| 2 | Zolang de holdingvennootschap met toepassing van artikel 4 van dit decreet deelneemt in North Sea Port Flanders en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, het toezichthoudend orgaan van die holdingvennootschap ten hoogste voor twee derde uit leden van hetzelfde geslacht bestaat, is artikel 5, §3, vierde lid, van het Havendecreet niet van toepassing op de raad van bestuur van North Sea Port Flanders. Deze bepaling houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2022. | 1 | Zolang de holdingvennootschap met toepassing van artikel 4 van dit decreet deelneemt in North Sea Port Flanders en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, het toezichthoudend orgaan van die holdingvennootschap ten hoogste voor twee derde uit leden van hetzelfde geslacht bestaat, is artikel 5, §3, van het Havendecreet niet van toepassing op de raad van bestuur van North Sea Port Flanders. |
Art. 11. In artikel 36 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid, gewijzigd bij het decreet van 9 oktober 2020, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
“§1. Als er een interne exploitant werd aangeduid conform artikel 34, §1, beslist de interne exploitant over de tarieven voor het kernnet en het aanvullend net conform de bepalingen vastgelegd in het openbaredienstencontract, met uitzondering van de sociale tarieven waarvan de rechthebbenden en de hoogte van het tarief door de Vlaamse Regering worden beslist.
Als er geen interne exploitant werd aangeduid conform artikel 34, §1, coördineert de Vlaamse Regering het tariefbeleid voor het kernnet en het aanvullend net en beslist de Vlaamse Regering over de tarieven.
De Vlaamse Regering coördineert het tariefbeleid voor het openbaar personenvervoer over water en beslist over de tarieven.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. De waterwegbeheerder of het havenbedrijf kan toelating geven voor het uitvoeren, binnen het gebied dat de waterwegbeheerder of het havenbedrijf beheert, van experimenten of pilootprojecten, waaronder het uitvoeren van proefreizen, waarbij gebruik wordt gemaakt van innovatieve systemen. Dergelijke systemen omvatten onder meer geautomatiseerde systemen in vaartuigen of aan wal. | 1 | § 1. De waterwegbeheerder of het havenbedrijf kan toelating geven voor het uitvoeren, binnen het gebied dat de waterwegbeheerder of het havenbedrijf beheert, van experimenten of pilootprojecten, waaronder het uitvoeren van proefreizen, waarbij gebruik wordt gemaakt van innovatieve systemen. Dergelijke systemen omvatten onder meer geautomatiseerde systemen in vaartuigen of aan wal. |
| 2 | De waterwegbeheerder of het havenbedrijf kan daarbij, voor zover noodzakelijk, tijdelijke afwijkingen toelaten van bepalingen van wetten, decreten of uitvoeringsbesluiten die betrekking hebben op de bemanning en het besturen van het vaartuig, de technische kenmerken of uitrusting van het vaartuig, de regeling van het scheepvaartverkeer, de voorschriften met betrekking tot de activiteiten aan boord en aan wal en de boorddocumenten. | 2 | De waterwegbeheerder of het havenbedrijf kan daarbij, voor zover noodzakelijk, tijdelijke afwijkingen toelaten van bepalingen van wetten, decreten of uitvoeringsbesluiten die betrekking hebben op de bemanning en het besturen van het vaartuig, de technische kenmerken of uitrusting van het vaartuig, de regeling van het scheepvaartverkeer, de voorschriften met betrekking tot de activiteiten aan boord en aan wal en de boorddocumenten. |
| 3 | De afwijkingen, vermeld in het tweede lid, kunnen geen betrekking hebben op bepalingen over toezicht en handhaving en op bepalingen van strafrechtelijke aard. Zij hebben een maximale geldingsduur van één jaar en kunnen in functie van de noden worden hernieuwd, zonder dat de totale geldingsduur van een afwijking vijf jaren mag overschrijden. | 3 | De afwijkingen, vermeld in het tweede lid, kunnen geen betrekking hebben op bepalingen over toezicht en handhaving en op bepalingen van strafrechtelijke aard. Zij hebben een maximale geldingsduur van één jaar en kunnen in functie van de noden worden hernieuwd, zonder dat de totale geldingsduur van een afwijking tien jaren mag overschrijden. |
| 4 | § 2. Bij de toelating voor de experimenten of pilootprojecten, vermeld in paragraaf 1, worden in ieder geval de volgende zaken bepaald: | 4 | § 2. Bij de toelating voor de experimenten of pilootprojecten, vermeld in paragraaf 1, worden in ieder geval de volgende zaken bepaald: |
| 5 | 1° wat het doel van de experimenten of de pilootprojecten is; | 5 | 1° wat het doel van de experimenten of de pilootprojecten is; |
| 1 | De bevoegde autoriteit kan, in afwijking van artikel 72, §1, 4°, aan nieuwe terminals een tijdelijke exploitatievergunning met een geldigheidsduur van ten hoogste twaalf maanden uitreiken. De terminal moet echter aantonen voornemens te zijn een kwaliteitszorgsysteem in te voeren overeenkomstig de ISO 9001:2000-norm of een gelijkwaardige norm als vermeld in artikel 72, §1, 4°. | 1 | De bevoegde autoriteit kan, in afwijking van artikel 73, §1, eerste lid, 4°, aan nieuwe terminals een tijdelijke exploitatievergunning met een geldigheidsduur van ten hoogste twaalf maanden uitreiken. De terminal moet echter aantonen voornemens te zijn een kwaliteitszorgsysteem in te voeren overeenkomstig de ISO 9001:2000-norm of een gelijkwaardige norm als vermeld in artikel 73, §1, eerste lid, 4°. |
| 3 | § 2. De waterwegbeheerder stelt het tarief en de eventuele nadere voorwaarden van de scheepvaartrechten en andere retributies vast. | 3 | § 2. De waterwegbeheerder stelt het tarief en de eventuele nadere voorwaarden van de scheepvaartrechten en andere retributies vast. |
| 4 | § 3. De waterwegbeheerder is belast met de inning van de in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies. | 4 | § 3. De waterwegbeheerder is belast met de inning van de in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies. |
| 5 | De invordering van aan het Vlaamse Gewest toekomende in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies, geldboeten, eventuele interesten en kosten welke niet werden voldaan, geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren. | 5 | De invordering van aan het Vlaamse Gewest toekomende in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies, geldboeten, eventuele interesten en kosten welke niet werden voldaan, geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren. |
| 6 | Met het oog op de invordering van aan haar verschuldigde onbetwiste en opeisbare in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies, eventuele interesten en kosten, kan De Vlaamse Waterweg nv een dwangbevel uitvaardigen. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gedelegeerd bestuurder. Een dergelijk dwangbevel wordt aan de schuldenaar betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot en stuit de verjaring. Een bevel kan door de gedelegeerd bestuurder alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief. De Vlaamse Waterweg nv kan administratieve kosten aanrekenen voor deze aangetekende brief. Deze kosten vallen ten laste van de schuldenaar en kunnen eveneens ingevorderd worden via het dwangbevel. Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel worden ingevorderd. Verzet kan tegen dat exploot worden ingediend binnen één maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde voor de ondernemingsrechtbank. | 6 | Met het oog op de invordering van aan haar verschuldigde onbetwiste en opeisbare in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies, eventuele interesten en kosten, kan De Vlaamse Waterweg nv een dwangbevel uitvaardigen. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gedelegeerd bestuurder. Een dergelijk dwangbevel wordt aan de schuldenaar betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot en stuit de verjaring. Een bevel kan door de gedelegeerd bestuurder alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief. De Vlaamse Waterweg nv kan administratieve kosten aanrekenen voor deze aangetekende brief. Deze kosten vallen ten laste van de schuldenaar en kunnen eveneens ingevorderd worden via het dwangbevel. Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel worden ingevorderd. Verzet kan tegen dat exploot worden ingediend binnen één maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde voor de ondernemingsrechtbank. |
| 7 | § 4. De Vlaamse Regering is gemachtigd, behalve wat betreft de door De Vlaamse Waterweg nv beheerde waterwegen en het watergebonden gebied langsheen deze waterwegen, de wijze van bekendmaking van de tarieven, de wijze van inning en het toezicht op de naleving van deze bepalingen nader te regelen. | 7 | § 4. De Vlaamse Regering is gemachtigd, behalve wat betreft de door De Vlaamse Waterweg nv beheerde waterwegen en het watergebonden gebied langsheen deze waterwegen, de wijze van bekendmaking van de tarieven, de wijze van inning en het toezicht op de naleving van deze bepalingen nader te regelen. |
Art. 18. In artikel 94, §2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede
“artikel 108, §2” vervangen door de zinsnede “artikel 108, tweede lid”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.