Artikel 4.46/2
De woonmaatschappij beschikt uiterlijk vanaf 1 januari 2024 over een patrimonium van ten minste 1000 sociale huurwoningen in beheer. Voor de berekening van het aantal sociale huurwoningen in beheer wordt rekening gehouden met de door de woonmaatschappij gerealiseerde en geplande sociale huurwoningen op 1 januari 2024, dan wel op de datum van de indiening van de aanvraag tot erkenning, als die later valt. Voor de berekening van het aantal woningen in beheer wordt geen rekening gehouden met de woningen die in huur genomen zijn op de private huurmarkt met het oog op onderverhuring conform de reglementering inzake het sociaal huurstelsel. Een sociale huurwoning is gepland als ze nog niet is gerealiseerd, maar de uitvoering of de gunningsprocedure voor de realisatie van de woning kan worden opgestart binnen een termijn van drie jaar. De realisatie van de geplande sociale huurwoningen is ten minste opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, § 2.
De woonmaatschappij beschikt vanaf 31 december 2030 over een patrimonium van ten minste 150 sociale huurwoningen die ingehuurd zijn op de private huurmarkt om ze onder te verhuren conform boek 6, of over een patrimonium van die woningen, dat minstens met 25 procent is gestegen ten opzichte van:
- 1°de nulmeting met basis 31 december 2025, vermeld in artikel 2.26, §1, eerste lid, voor de voortgangstoets op 31 december 2030;
- 2°de jongste voortgangstoets, vermeld in artikel 2.23, §2, eerste lid, die voorafgaat aan de voortgangstoetsen vanaf 31 december 2033.