Decreet tot wijziging, wat de Blue Deal betreft, van artikel 1.2.2, 1.5.2.1, 1.5.3.2 en 1.6.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018
4 artikels gewijzigd
| 9 | 9 | 3° het duurzaam beheer van de voorraden aan oppervlakte- en grondwater door: | |
| 10 | 10 | a) een duurzame watervoorziening, met inbegrip van de winning, opvang, behandeling en distributie van water bestemd voor menselijke aanwending; | |
| 11 | − | b) een duurzaam watergebruik; | |
| 11 | + | b) een duurzaam watergebruik, waarbij het voor een duurzaam watergebruik door de sectoren minstens gaat over minder of een efficiënter gebruik van grondwater, oppervlaktewater en hemelwater alsook over waterhergebruik; | |
| 12 | 12 | 4° het voorkomen van de verdere achteruitgang van aquatische ecosystemen, van rechtstreeks van waterlichamen afhankelijke terrestrische ecosystemen en van waterrijke gebieden, onder meer door: | |
| 13 | 13 | a) het zoveel mogelijk behouden en herstellen van de natuurlijke werking van watersystemen; | |
| 22 | 22 | 6° het terugdringen van overstromingsrisico's en het risico op waterschaarste door: | |
| 23 | 23 | a) in het beheer van het hemelwater en het oppervlaktewater als prioriteitsvolgorde de volgende hiërarchie te hanteren: hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, hergebruikt, geïnfiltreerd en gescheiden van het afvalwater, alvorens het geborgen en vervolgens bij voorkeur op een vertraagde wijze afgevoerd wordt; | |
| 24 | − | b) verdroging te voorkomen, beperken of ongedaan te maken; | |
| 24 | + | b) verdroging te voorkomen, beperken of ongedaan te maken door water zoveel mogelijk vast te houden, waarbij het voor wat betreft het vasthouden van water minstens gaat over infiltratie van hemelwater, bufferen van hemelwater en opper-vlaktewater, behoud en herstel van grondwater en van natte natuur, valleiherstel en ruimte voor water; | |
| 25 | 25 | c) zoveel mogelijk ruimte te bieden aan water, waarbij het waterbergend vermogen van overstromingsgevoelige gebieden zo veel als mogelijk gevrijwaard wordt en watergebonden functies van de oeverzones en overstromingsgebieden worden behouden en waar nodig hersteld; | |
| 26 | 26 | d) de negatieve gevolgen die overstromingen buiten de afgebakende overstromingsgebieden met zich meebrengen voor de gezondheid van de mens, het milieu, het cultureel erfgoed, de economische bedrijvigheid en de vergunde of vergund geachte gebouwen en infrastructuur, te beperken; | |
| 1 | 1 | §1. De Vlaamse Regering wijst de minister aan die belast is met de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid. | |
| 2 | 2 | §2. De Vlaamse Regering bepaalt de krachtlijnen van het integraal waterbeleid. | |
| 3 | − | Daartoe stelt de Vlaamse Regering een waterbeleidsnota vast. | |
| 3 | + | Daartoe stelt de Vlaamse Regering een Blue Deal vast. |
| 17 | 17 | 2° het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van het stroomgebiedbeheerplan goed te keuren, rekening houdend met het advies dat de bekkenraad daarover heeft uitgebracht en met de resultaten van het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 1.6.2.5, binnen een termijn van 90 dagen na het afsluiten van het openbaar onderzoek en uiterlijk vier maanden voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft; | |
| 18 | 18 | 3° het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van een wateruitvoeringsprogramma goed te keuren, rekening houdend met het advies dat de bekkenraad daarover heeft uitgebracht; | |
| 19 | − | 4° advies te verlenen over de waterbeleidsnota en de documenten vermeld in artikel 1.6.2.5, §1; | |
| 19 | + | 4° advies te verlenen over de documenten vermeld in artikel 1.6.2.5, §1; | |
| 20 | 20 | 5° advies te verlenen over het ontwerp van zoneringsplan, vermeld in artikel 9, §3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen; | |
| 21 | 21 | 6° advies te verlenen over: | |
| 1 | − | §1. De waterbeleidsnota legt de krachtlijnen vast van de visie van de Vlaamse Regering op het integraal waterbeleid voor het Vlaamse Gewest in zijn geheel, en per stroomgebied afzonderlijk, inclusief een overzicht van de belangrijkste waterbeheerkwesties die zijn vastgesteld in het stroomgebied. | |
| 1 | + | §1. De Blue Deal legt de krachtlijnen vast van de visie van de Vlaamse Regering op het integraal waterbeleid voor het Vlaamse Gewest in zijn geheel. | |
| 2 | − | De waterbeleidsnota geeft eveneens aan in hoeverre de krachtlijnen van het integraal waterbeleid vastgelegd in de waterbeleidsnota afgestemd zijn op gewestelijke beleidsplannen. | |
| 2 | + | De Blue Deal geeft eveneens aan in hoeverre de krachtlijnen van het integraal waterbeleid vastgelegd in de waterbeleidsnota afgestemd zijn op gewestelijke beleidsplannen, in het bijzonder op de Blue Deal van de Vlaamse Regering, waarover een akkoord werd bereikt binnen de meerderheid in juli 2020, en op het Vlaams Klimaatadaptatieplan. | |
| 3 | − | §2. De eerste waterbeleidsnota wordt uiterlijk op 22 december 2004 vastgesteld. | |
| 4 | − | De waterbeleidsnota wordt een eerste keer herzien uiterlijk op 22 december 2013 en vervolgens om de zes jaar | |
| 5 | − | §3. Het ontwerp van waterbeleidsnota wordt ter inzage gelegd bij de gemeenten gedurende ten minste zes maanden. Iedereen kan schriftelijke opmerkingen indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Tegelijkertijd wordt de nota voor advies voorgelegd aan de onderstaande strategische adviesraden: | |
| 3 | + | De Blue Deal vermeldt ook minstens de doelstellingen en de structurele financiering die ter beschikking gesteld wordt voor verbetering van de water-kwaliteit, vermindering van de overstromingsrisico’s en vermindering van de risico’s op waterschaarste door droogte. De doelstellingen van de Blue Deal moeten minstens invulling geven aan de Europese kaderrichtlijn Water en haar dochterrichtlijnen, de Europese Overstromingsrichtlijn, en aan de principes van de Blue Deal, waarover een akkoord werd bereikt binnen de meerderheid in juli 2020, en het Vlaams Klimaatadaptatieplan 2030. De visie en doelstellingen van de Blue Deal geven ook een doorkijk naar de langere termijn. | |
| 4 | + | Vanuit de beoogde doelstellingen, bevat de Blue Deal de beleidslijnen en maatregelen om bij te dragen aan het realiseren van die doelstellingen. Om de risico’s op wateroverlast enerzijds en waterschaarste door droogte anderzijds te verminderen zijn deze beleidslijnen en maatregelen er minstens op gericht om water maximaal vast te houden en duurzaam te gebruiken. Voor het vasthouden van water gaat het minstens over infiltratie van hemelwater, bufferen van hemelwater en oppervlaktewater, behoud en herstel van grond-water en van natte natuur, valleiherstel en ruimte voor water. Voor duurzaam watergebruik door de verschillende sectoren gaat het minstens over minder en efficiënter gebruik van grondwater, oppervlaktewater en hemelwater alsook over waterhergebruik. | |
| 5 | + | De Vlaamse Regering kan de inhoud van de Blue Deal aanpassen in het licht van nieuwe ontwikkelingen of noden op het vlak van het integraal waterbeleid. | |
| 6 | + | §2. Uiterlijk één jaar na haar eedaflegging keurt de Vlaamse Regering de Blue Deal goed. | |
| 7 | + | §3. Het ontwerp van Blue Deal wordt voor advies voorgelegd aan de volgende strategische adviesraden: | |
| 6 | 8 | 1° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) ; | |
| 7 | 9 | 2° de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) ; | |
| 8 | 10 | 3° de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) . | |
| 9 | − | §4. De waterbeleidsnota wordt bekendgemaakt door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan daartoe nadere regels bepalen. | |
| 11 | + | §4. De Blue Deal wordt bekendgemaakt door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan daartoe nadere regels bepalen. |