§ flandrepo
16 regels · van kracht sinds 8 sep 2026
1§1. Als toezichthouders naar aanleiding van de vaststelling van een onregelmatigheid redelijkerwijze kunnen vermoeden dat een misdrijf, inbreuk of normschending in de zin van de Vlaamse regelgeving waarop hij toezicht houdt, is gepleegd, kunnen ze, als dat nodig is, na het bewijs ervan te hebben verzekerd als vermeld in artikel 17 van dit decreet, een van de volgende handelingen stellen:
21° het opsporingsonderzoek van de vermoede misdrijven of inbreuken beginnen als ze daarvoor bevoegd zijn;
32° het toezicht van de vermoede misdrijven, inbreuken of normschendingen voortzetten om maatregelen op te leggen, te doen opleggen of op te volgen of om andere beslissingen van burgerlijke of administratieve aard te nemen op grond van Vlaamse regelgeving. Die maatregelen of beslissingen zijn geen straf als vermeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.
4De opstart van een opsporingsonderzoek verhindert niet dat de toezichthouder toezicht kan blijven uitoefenen, voor de doeleinden vermeld in punt 2° van het eerste lid.
5§2. Vaststellingen en inlichtingen met betrekking tot misdrijven kunnen worden opgenomen in een proces-verbaal, dat aan het openbaar ministerie wordt gericht. Een afschrift van het voormelde proces-verbaal wordt steeds aan de beboetingsinstantie verstuurd.
6Vaststellingen en inlichtingen met betrekking tot inbreuken of normschendingen kunnen worden opgenomen in een verslag van vaststelling, dat aan de beboetingsinstantie wordt gericht.
7Vaststellingen en inlichtingen met betrekking tot zowel misdrijven als inbreuken of normschendingen, kunnen worden opgenomen in een proces-verbaal, dat ook als verslag van vaststelling geldt.
8Vaststellingen en inlichtingen, bekomen door de inzet van toezichtrechten, die niet geleid hebben tot de vaststelling van een misdrijf, inbreuk of normschending, kunnen worden opgenomen in een controleverslag.
9§3. Toezichthouders zonder hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie die tijdens hun toezicht- en opsporingsopdracht misdrijven vaststellen, kunnen daarvan een administratief verslag opstellen. Dat verslag wordt met in achtneming van de richtlijnen van het openbaar ministerie aan een bevoegde toezichthouder gericht. De voormelde toezichthouders kunnen het voormelde verslag in een proces-verbaal opnemen, in voorkomend geval samen met hun eigen vaststellingen.
10Het eerste lid is ook van toepassing op misdrijven, inbreuken of normschendingen die toezichthouders tijdens hun toezicht- en opsporingsopdracht vaststellen, maar die buiten die opdracht vallen. De administratieve verslagen over inbreuken en normschendingen worden gericht aan de bevoegde toezichthouder, die ze kan opnemen in een verslag van vaststelling, in voorkomend geval samen met zijn eigen vaststellingen.
11Met behoud van de toepassing van het eerste lid kunnen toezichthouders, met inbegrip van de toezichthouders zonder hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie, altijd een proces-verbaal opstellen als ze verhinderd worden bij de regelmatige inzet van hun toezichtrechten, vermeld in artikel 104, eerste lid.
12§4. Het proces-verbaal of verslag van vaststelling geldt tot het bewijs van het tegendeel voor de feitelijke vaststellingen die erin zijn opgenomen. Een afschrift ervan kan altijd worden bezorgd aan de persoon of de personen ten laste van wie het is opgesteld.
13§5. Als door het misdrijf, de inbreuk of de normschending mogelijk maatregelen of andere beslissingen van burgerlijke of administratieve aard nodig zijn, stuurt de toezichthouder een afschrift van het proces-verbaal of het verslag van vaststelling naar de overheid die daarover oordeelt.
14De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen.
15§6. De politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992, bezorgen de bevoegde beboetingsinstantie een afschrift van hun processen-verbaal waarin vaststellingen of inlichtingen met betrekking tot misdrijven zijn opgenomen.
16Onverminderd de mogelijkheden van de in het eerste lid bedoelde politiediensten om rechtstreeks een afschrift van het proces-verbaal te richten aan de in paragraaf vijf bedoelde overheden, kunnen de bevoegde beboetingsinstanties deze overheden in kennis stellen van het ontvangen afschrift.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd