§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters en het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten #2018

Gemerged Vlaamse Regering voegde 14 artikels samen in decreet-2012-04-20 · 13 februari 2024 Alle checks geslaagd
Aangenomen tekst
22 april 2024 · 12 blz.
2018/5 Officiële PDF
14 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 22 apr 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-2012-04-20/art. 2 wijzigt · eerste lid
Art. 2. In artikel 2, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters, gewijzigd bij de decreten van 19 juni 2015, 19 januari 2018 en 21 mei 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een punt 1°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “1°/1 algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;”; 2° in punt 2° wordt tussen de zinsnede “kinderopvang van baby’s en peuters,” en het woord “namelijk” de zinsnede “buiten de gezinswoning van het kind,” ingevoegd; 3° er worden een punt 19° en 20° toegevoegd, die luiden als volgt: “19° de beginselen van voorzorg, preventie en zorgvuldigheid, hierna voorzorgsbeginsel genoemd: de mogelijkheid om, los van de vaststelling van een inbreuk op de bepalingen, bestuurlijke maatregelen te nemen als er in het kader van kinderopvang als vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan: a) een risico is op een schending van de fysieke of psychische integriteit van de kinderen; b) een vaststelling is van een ernstige gebeurtenis waarbij de fysieke of psychische integriteit van de kinderen is geschonden; 20° beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd in functie van het bijdragen aan de ontplooiing van het kind.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (dit nummer bestaat al). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+3 −1 decreet-2012-04-20/art. 3 berekend
1De Vlaamse Gemeenschap beoogt met kinderopvang een dienstverlening aan gezinnen die een economische, pedagogische en sociale functie heeft, die kwaliteitsvol, beschikbaar, betaalbaar en rechtstreeks toegankelijk is voor elk kind zonder onderscheid, in aanvulling op de opvoeding van het kind in zijn gezin, met respect voor de draagkracht van het kind, zijn thuismilieu en de keuzevrijheid van het gezin.1De Vlaamse Gemeenschap beoogt met kinderopvang een dienstverlening aan gezinnen die een economische, pedagogische en sociale functie heeft, die kwaliteitsvol, beschikbaar, betaalbaar en rechtstreeks toegankelijk is voor elk kind zonder onderscheid, in aanvulling op de opvoeding van het kind in zijn gezin, met respect voor de draagkracht van het kind, zijn thuismilieu en de keuzevrijheid van het gezin.
2Binnen het beschikbare aanbod aan kinderopvang heeft elk gezin met een behoefte aan kinderopvang, recht op kinderopvang. De Vlaamse Gemeenschap beoogt tegen 2016 een aanbod voor minstens de helft van de kinderen jonger dan drie jaar, en vanaf 2020 voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, binnen een afgesproken budgettair kader.
2Binnen het beschikbare aanbod aan kinderopvang heeft elk gezin met een behoefte aan kinderopvang, recht op kinderopvang.
3De kinderopvang wordt in de Vlaamse Gemeenschap uitgebouwd met als doel aan alle gezinnen die behoefte hebben aan kinderopvang binnen een redelijke termijn en op een redelijke afstand een kwaliteitsvolle en betaalbare opvangplaats te kunnen aanbieden.3De kinderopvang wordt in de Vlaamse Gemeenschap uitgebouwd met als doel aan alle gezinnen die behoefte hebben aan kinderopvang binnen een redelijke termijn en op een redelijke afstand een kwaliteitsvolle en betaalbare opvangplaats te kunnen aanbieden.
4De Vlaamse Gemeenschap ontwikkelt een financieringskader met het oog op een duurzame uitbouw van de kinderopvang, zowel kwalitatief als kwantitatief.
5De uitbouw van bovenstaande aspecten binnen de kinderopvang gebeurt binnen een afgesproken budgettair kader.
4Lokale loketten, zoals vermeld in artikel 13, moeten voor alle gezinnen de toegankelijkheid van kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, bevorderen.6Lokale loketten, zoals vermeld in artikel 13, moeten voor alle gezinnen de toegankelijkheid van kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, bevorderen.
5Zolang het aanbod niet volstaat voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, bepaalt de Vlaamse Regering in functie van de toegankelijkheid welke groepen bij voorrang kunnen gebruik maken van het aanbod waarvoor de organisator een subsidie ontvangt als vermeld in artikel 8 en 9.7Zolang het aanbod niet volstaat voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, bepaalt de Vlaamse Regering in functie van de toegankelijkheid welke groepen bij voorrang kunnen gebruik maken van het aanbod waarvoor de organisator een subsidie ontvangt als vermeld in artikel 8 en 9.
+3 −6 decreet-2012-04-20/art. 4 berekend
1Een organisator moet over een of meer van de volgende vergunningen van het agentschap beschikken om kinderopvang te kunnen organiseren :1Een organisator moet over een vergunning van het agentschap beschikken om kinderopvang te kunnen organiseren.
21° vergunning voor gezinsopvang, als de kinderopvang plaatsvindt buiten de gezinswoning van het kind, voor maximaal acht tegelijk aanwezige kinderen;
32° vergunning voor groepsopvang, als de kinderopvang plaatsvindt buiten de gezinswoning van het kind, en er minimaal negen tegelijk aanwezige kinderen kunnen zijn;
43° vergunning voor opvang aan huis, als de organisator van kinderopvang uitsluitend kinderen in hun eigen gezinswoning opvangt.
5Een natuurlijke persoon die kinderopvang organiseert in een kinderopvanglocatie in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, kan vrijwillig een vergunning aanvragen bij het agentschap.2Een natuurlijke persoon die kinderopvang organiseert in een kinderopvanglocatie in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, kan vrijwillig een vergunning aanvragen bij het agentschap.
6Een vergunning wordt toegekend door het agentschap als uit passend onderzoek door een toezichthouder of door het agentschap, zoals vermeld in artikel 16, blijkt dat de organisator van de kinderopvanglocatie voldoet aan de startvoorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het passend onderzoek heeft minstens betrekking op de aanwezigheid van het beleidsvoerend vermogen, vermeld in artikel 6, §1 .3Een vergunning wordt toegekend door het agentschap als uit passend onderzoek door een toezichthouder of door het agentschap, zoals vermeld in artikel 16, blijkt dat de organisator van de kinderopvanglocatie voldoet aan de startvoorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het passend onderzoek heeft minstens betrekking op de aanwezigheid van het beleidsvoerend vermogen, vermeld in artikel 6, §1 Het passend onderzoek heeft minstens betrekking op de aanwezigheid van het beleidsvoerend vermogen, vermeld in artikel 6, §1.
7Als de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, geldt een vergunning voor onbepaalde duur, met behoud van de toepassing van artikel 19.4Als de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, geldt een vergunning voor onbepaalde duur, met behoud van de toepassing van artikel 19.
8De organisator meldt tijdig de tijdelijke of definitieve stopzetting van de kinderopvang of elke wijziging die gevolgen heeft voor de vergunning aan het agentschap en aan de gezinnen van de op te vangen kinderen.5De organisator meldt tijdig de tijdelijke of definitieve stopzetting van de kinderopvang of elke wijziging die gevolgen heeft voor de vergunning aan het agentschap en aan de gezinnen van de op te vangen kinderen.
9De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, de toekenning en de wijziging van de vergunning, inclusief de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen, evenals de procedure om een sanctie op te leggen als een stopzetting of een wijziging die gevolgen heeft voor de vergunning, niet of niet tijdig wordt gemeld .6De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, de toekenning en de wijziging van de vergunning, inclusief de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen, evenals de procedure om een sanctie op te leggen als een stopzetting of een wijziging die gevolgen heeft voor de vergunning, niet of niet tijdig wordt gemeld De Vlaamse Regering kan bij de nadere voorwaarden tot vergunning of subsidie onderscheid maken naargelang het aantal vergunde kinderopvangplaatsen.
+1 −2 decreet-2012-04-20/art. 5 berekend
1De vergunning voor groepsopvang en de vergunning voor gezinsopvang bevatten minstens de volgende gegevens :1De vergunning bevat minstens de volgende gegevens :
21° de organisator;21° de organisator;
32° de vestigingsplaats;32° de vestigingsplaats;
43° het aantal vergunde kinderopvangplaatsen, namelijk het maximaal toegestane aantal tegelijk aanwezige kinderen in de kinderopvanglocatie;43° het aantal vergunde kinderopvangplaatsen, namelijk het maximaal toegestane aantal tegelijk aanwezige kinderen in de kinderopvanglocatie;
54° de datum van de toekenning van de vergunning.54° de datum van de toekenning van de vergunning.
6De vergunning voor opvang aan huis bevat minstens de gegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 4°.
7De Vlaamse Regering kan bijkomende op te nemen gegevens bepalen.6De Vlaamse Regering kan bijkomende op te nemen gegevens bepalen.
8Als de gegevens, vermeld in het eerste en het tweede lid, die op de uitgereikte vergunning staan, niet meer met de werkelijkheid overeenstemmen of als er anderszins aanleiding bestaat om die gegevens te wijzigen, moet een nieuwe of aangepaste vergunning worden aangevraagd volgens de procedure, vermeld in artikel 4, zesde lid.7Als de gegevens, vermeld in het eerste en het tweede lid, die op de uitgereikte vergunning staan, niet meer met de werkelijkheid overeenstemmen of als er anderszins aanleiding bestaat om die gegevens te wijzigen, moet een nieuwe of aangepaste vergunning worden aangevraagd volgens de procedure, vermeld in artikel 4, zesde lid.
+7 −6 decreet-2012-04-20/art. 6 berekend
1§1. De organisator heeft de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om op een rechtmatige manier, rekening houdend met de geldende normen en waarden, kwaliteitsvolle en duurzame kinderopvang te organiseren.1§1. De organisator heeft de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om op een rechtmatige manier, rekening houdend met de geldende normen en waarden, kwaliteitsvolle en duurzame kinderopvang te organiseren.
2De naleving van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, blijkt uit de ma-nier waarop de volgende aspecten in de vergunde werking aanwezig zijn:2De naleving van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, blijkt uit de manier waarop de volgende aspecten in de vergunde werking aanwezig zijn:
31° duidelijk leiderschap, met een gestructureerde werkomgeving waar de bevoegdheden en verantwoordelijkheden duidelijk worden toebedeeld en waarbij de organisator ervoor zorgt dat alle medewerkers minstens de geïntegreerde aanpak, vermeld in punt 2°, kennen en toepassen;31° duidelijk leiderschap, met een gestructureerde werkomgeving waar de bevoegdheden en verantwoordelijkheden duidelijk worden toebedeeld en waarbij de organisator ervoor zorgt dat alle medewerkers minstens de geïntegreerde aanpak, vermeld in punt 2°, kennen en toepassen;
42° een geïntegreerde aanpak van al de volgende thema’s:42° een geïntegreerde aanpak van al de volgende thema’s:
7c) omgang met de kinderen en de gezinnen, waaronder minstens:7c) omgang met de kinderen en de gezinnen, waaronder minstens:
81) respect voor integriteit en niet-discriminatie;81) respect voor integriteit en niet-discriminatie;
92) pedagogisch beleid met het oog op het stimuleren van de ontwikke-ling van elk kind op lichamelijk, cognitief, sociaal, emotioneel, communicatief, creatief en moreel vlak, en met het oog op het waarborgen van het welbevinden en de betrokkenheid van elk kind;92) pedagogisch beleid met het oog op het stimuleren van de ontwikkeling van elk kind op lichamelijk, cognitief, sociaal, emotioneel, communicatief, creatief en moreel vlak, en met het oog op het waarborgen van het welbevinden en de betrokkenheid van elk kind;
103) betrokkenheid en participatie van de gezinnen;103) betrokkenheid en participatie van de gezinnen;
114) huishoudelijk reglement en schriftelijke overeenkomst;114) huishoudelijk reglement en schriftelijke overeenkomst;
13d) personen werkzaam in de kinderopvanglocatie, minstens met betrekking tot:13d) personen werkzaam in de kinderopvanglocatie, minstens met betrekking tot:
141) de verantwoordelijke, zoals zijn kwalificatie en zijn actieve kennis van de Nederlandse taal;141) de verantwoordelijke, zoals zijn kwalificatie en zijn actieve kennis van de Nederlandse taal;
152) de kinderbegeleider, zoals zijn kwalificatie, het aantal kinderbegelei-ders in verhouding tot het aantal tegelijk aanwezige kinderen en voor minstens een van de kinderbegeleiders de actieve kennis van de Nederlandse taal;152) de kinderbegeleider, zoals zijn kwalificatie, het aantal kinderbegeleiders in verhouding tot het aantal tegelijk aanwezige kinderen en voor minstens een van de kinderbegeleiders de actieve kennis van de Nederlandse taal;
163) andere personen met regelmatig direct contact;163) andere personen met regelmatig direct contact;
17e) organisatorisch management van de kinderopvanglocatie, minstens het medewerkersbeleid, de algemene en financiële werking, de leefgroepin-deling en de klachtenbehandeling;17e) organisatorisch management van de kinderopvanglocatie, minstens het medewerkersbeleid, de algemene en financiële werking, de leefgroepindeling en de klachtenbehandeling;
18f) samenwerking met het agentschap, het lokaal loket kinderopvang en het lokaal bestuur;18f) samenwerking met het agentschap, het lokaal loket kinderopvang en het lokaal bestuur;
193° een reflectieve, proactieve en reactieve houding met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback en input van gezinnen, medewerkers en relevante expertise van externe or-ganisaties;193° een reflectieve, proactieve en reactieve houding met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback en input van gezinnen, medewerkers en relevante expertise van externe organisaties;
204° een innovatieve houding, waarbij er oog is voor vernieuwing, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving, de samenleving en de regelgeving;204° een innovatieve houding, waarbij er oog is voor vernieuwing, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving, de samenleving en de regelgeving;
215° doeltreffende communicatie en transparantie, waarbij erop gelet wordt dat de nodige en correcte informatie tijdig en duidelijk bij de juiste mensen terechtkomt, waaronder de personen die werken in de kinderopvanglocatie en de gezinnen van de opgevangen kinderen;215° doeltreffende communicatie en transparantie, waarbij erop gelet wordt dat de nodige en correcte informatie tijdig en duidelijk bij de juiste mensen terechtkomt, waaronder de personen die werken in de kinderopvanglocatie en de gezinnen van de opgevangen kinderen;
29Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, artikel 4, eerste lid, 1°, en artikel 5, §1, §2 en §3, eerste, tweede en vijfde lid, van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, zijn van toepassing bij de controle, vermeld in het eerste en tweede lid.29Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, artikel 4, eerste lid, 1°, en artikel 5, §1, §2 en §3, eerste, tweede en vijfde lid, van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, zijn van toepassing bij de controle, vermeld in het eerste en tweede lid.
30De organisator zorgt er via een schriftelijk document voor dat elke persoon als vermeld in het eerste en tweede lid, die het voorwerp uitmaakt van een strafonderzoek of een veroordeling oploopt met betrekking tot feiten ten aanzien van minderjarigen die een impact hebben op het goed zedelijk gedrag van de betrokken persoon en met name zijn onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen, dat verplicht meldt aan de organisator. Onder schriftelijk document kan ook verstaan worden het arbeidsreglement van een organisator.30De organisator zorgt er via een schriftelijk document voor dat elke persoon als vermeld in het eerste en tweede lid, die het voorwerp uitmaakt van een strafonderzoek of een veroordeling oploopt met betrekking tot feiten ten aanzien van minderjarigen die een impact hebben op het goed zedelijk gedrag van de betrokken persoon en met name zijn onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen, dat verplicht meldt aan de organisator. Onder schriftelijk document kan ook verstaan worden het arbeidsreglement van een organisator.
31De organisator voert een nieuwe controle uit zoals bedoeld in het eerste lid op het ogenblik dat hij informatie ontvangt, ofwel via de meldingsplicht, ofwel op een andere wijze, over het opstarten van een strafonderzoek of over het oplopen van een nieuwe veroordeling met betrekking tot feiten ten aanzien van minderjarigen die een impact hebben op het goed zedelijk gedrag van de betrokken persoon en met name zijn onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen. Het resultaat van de controle of het niet naleven van de meldingsplicht kunnen arbeidsrechtelijke of contractuele gevolgen hebben voor de verantwoordelijke, de kinderbegeleider of de meerderjarige personen die in de kinderopvanglocatie regelmatig direct contact hebben met de opgevangen kinderen.31De organisator voert een nieuwe controle uit zoals bedoeld in het eerste lid op het ogenblik dat hij informatie ontvangt, ofwel via de meldingsplicht, ofwel op een andere wijze, over het opstarten van een strafonderzoek of over het oplopen van een nieuwe veroordeling met betrekking tot feiten ten aanzien van minderjarigen die een impact hebben op het goed zedelijk gedrag van de betrokken persoon en met name zijn onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen.
32Het resultaat van de controle of het niet naleven van de meldingsplicht kunnen arbeidsrechtelijke of contractuele gevolgen hebben voor de verantwoordelijke, de kinderbegeleider of de meerderjarige personen die in de kinderopvanglocatie regelmatig direct contact hebben met de opgevangen kinderen.
32De organisator vraagt een nieuw uittreksel uit het strafregister op na elke periode van drie jaar.33De organisator vraagt een nieuw uittreksel uit het strafregister op na elke periode van drie jaar.
33§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot paragraaf 1 tot en met paragraaf 4, en maakt daarbij een onderscheid tussen de startvoorwaarden en de werkingsvoorwaarden.34§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot paragraaf 1 tot en met paragraaf 4, en maakt daarbij een onderscheid tussen de startvoorwaarden en de werkingsvoorwaarden.
+1 −1 decreet-2012-04-20/art. 7 berekend
1De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of een vergunning voor groepsopvang kan een basissubsidie ontvangen van het agentschap.1De organisator met een vergunning kan een basissubsidie ontvangen van het agentschap.
2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de basissubsidie, waaronder minstens de voorwaarden voor de actieve taalkennis van het Nederlands voor de kinderbegeleiders [... zie arrest 97/2014 van het Grondwettelijk Hof van 30 juni 2014].2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de basissubsidie, waaronder minstens de voorwaarden voor de actieve taalkennis van het Nederlands voor de kinderbegeleiders [... zie arrest 97/2014 van het Grondwettelijk Hof van 30 juni 2014].
decreet-2012-04-20/art. 8 wijzigt
Art. 8. In artikel 8 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of een vergunning voor groepsopvang” vervangen door de woorden “De organisator met een vergunning”; 2° in paragraaf 1, eerste lid, worden tussen de woorden “voor de realisatie van kinderopvang” en de woorden “waarvoor de gezinnen betalen” de woorden “en van opvang van schoolgaande kinderen binnen de vergunde opvang” ingevoegd; 3° in paragraaf 3, eerste lid, 1°, worden tussen de woorden “voor de prijs van de kinderopvang” en de woorden “voor de gezinnen” de woorden “of van de opvang van schoolgaande kinderen” ingevoegd; 4° in paragraaf 3 wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In dit artikel wordt verstaan onder opvang van schoolgaande kinderen: opvang van kinderen die naar de basisschool gaan en die gebruik maken van kinderopvang in een opvanglocatie die een vergunning heeft voor opvang van baby’s en peuters, en die hoofdzakelijk baby’s en peuters opvangt.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (onduidelijk welk deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2012-04-20/art. 9 berekend
1De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of een vergunning voor groepsopvang kan bovenop de subsidie, vermeld in artikel 8, een subsidie ontvangen van het agentschap voor de realisatie van kinderopvangopdrachten ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen, waaronder de bestrijding van armoede in gezinnen, en voor de realisatie van toegang voor die gezinnen. Kwetsbare gezinnen zijn gezinnen die minstens beantwoorden aan verschillende van de hieronder vermelde basiscriteria :1De organisator met een vergunning kan bovenop de subsidie, vermeld in artikel 8, een subsidie ontvangen van het agentschap voor de realisatie van kinderopvangopdrachten ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen, waaronder de bestrijding van armoede in gezinnen, en voor de realisatie van toegang voor die gezinnen. Kwetsbare gezinnen zijn gezinnen die minstens beantwoorden aan verschillende van de hieronder vermelde basiscriteria :
21° de werksituatie;21° de werksituatie;
32° de financiële situatie;32° de financiële situatie;
+1 −1 decreet-2012-04-20/art. 10 berekend
1De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of met een vergunning voor groepsopvang kan bovenop de subsidies, vermeld in artikel 7, 8 en 9, een subsidie ontvangen van het agentschap voor :1De organisator met een vergunning kan bovenop de subsidies, vermeld in artikel 7, 8 en 9, een subsidie ontvangen van het agentschap voor :
21° de organisatie van kinderopvang met flexibele openingstijden;21° de organisatie van kinderopvang met flexibele openingstijden;
32° de organisatie van inclusieve kinderopvang voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte;32° de organisatie van inclusieve kinderopvang voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
+2 −2 decreet-2012-04-20/art. 11 berekend
1Het agentschap kan een subsidie toekennen aan :1Het agentschap kan een subsidie toekennen aan :
21° de initiatiefnemer of de structuur die de organisatie van het lokaal loket kinderopvang op zich neemt voor de opdrachten, vermeld in artikel 13;21° de organisator van het lokaal loket kinderopvang, vermeld in artikel 13;
32° de organisator met een vergunning voor opvang aan huis.
32° de organisaties aangesteld voor de ondersteuning van organisatoren, bij de realisatie van de voorwaarden, vermeld in artikel 6, §1.
+2 −2 decreet-2012-04-20/art. 13 berekend
54° het lokaal bestuur of de lokale besturen, de organisatoren van kinderopvang en het agentschap informeren over de vragen naar kinderopvangplaatsen.54° het lokaal bestuur of de lokale besturen, de organisatoren van kinderopvang en het agentschap informeren over de vragen naar kinderopvangplaatsen.
65° ondersteuning bieden aan de gezinnen, bij het aanvragen van het inkomenstarief als bedoeld in artikel 8;65° ondersteuning bieden aan de gezinnen, bij het aanvragen van het inkomenstarief als bedoeld in artikel 8;
7Het lokaal loket kinderopvang krijgt gestalte doordat binnen het Lokaal Overleg Kinderopvang, dit is de gemeentelijke adviesraad inzake kinderopvang, ter uitvoering van artikel 6, § 3, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, een initiatiefnemer wordt aangewezen of een structuur wordt gecreëerd om het lokaal loket kinderopvang te organiseren. Elke lokale actor die relevant is voor kinderopvang, kan de organisatie op zich nemen. Als er geen initiatiefnemer wordt aangewezen of als er geen structuur wordt gecreëerd en een operationeel werkend lokaal loket kinderopvang ontbreekt, neemt het lokaal bestuur de organisatie ervan op zich.
7Het lokaal bestuur organiseert het lokaal loket kinderopvang. Als een lokaal bestuur deze opdracht niet opneemt, kan een andere actor de organisatie opnemen. In de steden en gemeenten waar een Huis van het Kind aanwezig is, kan het lokaal bestuur het lokaal loket kinderopvang organiseren in samenwerking met het Huis van het Kind. Als een andere actor dan het lokaal bestuur het lokaal loket kinderopvang organiseert, dan moet deze lid zijn van het samenwerkingsverband Huis van het Kind en het lokaal loket kinderopvang in die context organiseren.
8Het lokaal loket kinderopvang kan betrekking hebben op verschillende gemeenten binnen de grenzen van de zorgregio.8Het lokaal loket kinderopvang kan betrekking hebben op verschillende gemeenten binnen de grenzen van de zorgregio.
9De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels.
9De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels waaronder de scheiding van de rol van de organisator van kinderopvang en de rol van organisator van het lokaal loket kinderopvang waarbij de neutraliteit van de dienstverlening van het lokaal loket kinderopvang moet gegarandeerd worden.
+0 −1 decreet-2012-04-20/art. 15 berekend
8In het eerste lid wordt verstaan onder Zorginspectie: de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.8In het eerste lid wordt verstaan onder Zorginspectie: de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
9Bij de uitoefening van zijn toezichtopdracht draagt de private toezichtpersoon een legitimatiebewijs bij zich dat hij, op verzoek, meteen voorlegt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere inhoud en het model van het legitimatiebewijs en bepaalt ook welk bestuursorgaan het legitimatiebewijs uitreikt.9Bij de uitoefening van zijn toezichtopdracht draagt de private toezichtpersoon een legitimatiebewijs bij zich dat hij, op verzoek, meteen voorlegt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere inhoud en het model van het legitimatiebewijs en bepaalt ook welk bestuursorgaan het legitimatiebewijs uitreikt.
10Het agentschap oefent toezicht uit op stukken.
+6 −2 decreet-2012-04-20/art. 18 berekend
+22 −5 decreet-2012-04-20/art. 19 berekend
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd