Decreet tot wijziging van de regelgeving over het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
36 artikels gewijzigd
| 1 | − | § 1. Het Fonds voor verwerking en analyse van gezondheidsindicatoren ten behoeve van derden, de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en de aanhangsels bij het protocolakkoord van 20 maart 2003 van 11 december 2006 en 2 maart 2009, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, voor de uitvoering van Europese overeenkomsten en voor de uitvoering van het Protocolakkoord van 28 september 2012 tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake preventie, met aanhangsel van 18 juni 2012, voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid en voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid; voor de uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, meer bepaald voor de afhandeling van de kosten verbonden aan het goedkeuringsprotocol alternatieve beheersmaatregelen, voor de uitvoering van het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid van 21 november 2003, meer bepaald het principe `vervuiler betaalt' als vermeld in artikel 54, § 3, van het decreet, en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid, wordt opgericht, hierna het Fonds te noemen. | |
| 1 | + | § 1. Het Fonds voor verwerking en analyse van gezondheidsindicatoren ten behoeve van derden, de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en de aanhangsels bij het protocolakkoord van 20 maart 2003 van 11 december 2006 en 2 maart 2009, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, voor de uitvoering van Europese overeenkomsten en voor de uitvoering van het Protocolakkoord van 28 september 2012 tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake preventie, met aanhangsel van 18 juni 2012, voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid en voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid; voor de uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, meer bepaald voor de afhandeling van de kosten verbonden aan het goedkeuringsprotocol alternatieve beheersmaatregelen, voor de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, conform artikel 54/1 van het voormelde decreet, en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid, wordt opgericht, hierna het Fonds te noemen. | |
| 2 | 2 | Het Fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. | |
| 3 | 3 | § 2. Het Fonds wordt gespijsd met de middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald voor contractonderzoek dat door de administratie Gezondheidszorg wordt uitgevoerd, door de verkoop van publicaties en door de inkomsten in uitvoering van het protocolakkoord bedoeld in § 1. | |
| 5 | 5 | § 2/2. Het Fonds wordt gespijsd met uitbetalingen in het kader van de cofinanciering van de federale overheid voor de uitgevoerde testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen, in het kader van een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, zoals bepaald in het protocolakkoord van 28 september 2009. | |
| 6 | 6 | § 2/3. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 7 | − | § 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Agentschap Zorg en Gezondheid voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen. | |
| 7 | + | § 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Departement Zorg voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen. | |
| 8 | 8 | § 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 9 | 9 | § 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 10 | − | §2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject met betrekking tot de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen. | |
| 10 | + | §2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject voor de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen voor de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het Legionellabesluit van 9 februari 2007. | |
| 11 | − | § 2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 11 | + | § 2/7/1. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 12 | + | §2/8. Het Fonds wordt gespijsd met al de volgende elementen: | |
| 12 | − | § 2/8. Het Fonds wordt, conform artikel 54, § 3, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, gespijsd met een partim van bestaande milieugerelateerde heffingen of belastingen die door burgers worden betaald na het akkoord van de Vlaamse Regering of met middelen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid en dit in uitvoering van een overeenkomst die een bedrijf in kwestie daarover met de Vlaamse Gemeenschap heeft gesloten. | |
| 13 | + | 1° vrijwillige financiële bijdragen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid als vermeld in artikel 54/1, §2, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid; | |
| 14 | + | 2° vrijwillige bijdragen in het kader van het ‘vervuiler betaalt’-principe, vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet; | |
| 15 | + | 3° vrijwillige bijdragen in het kader van een gedeelde beleidsmatige verantwoordelijkheid die duidelijk is vastgesteld als vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet; | |
| 16 | + | 4° vrijwillige bijdragen in het kader van een gemeenschappelijke wetenschappelijke interesse als vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet; | |
| 17 | + | 5° terugvorderingen van salarissen, vergoedingen en toelagen als vermeld in paragraaf 3/8, van de personeelsleden die zijn toegekend binnen het Departement Zorg en die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om de initiatieven, vermeld in artikel 54/1, §1, van het voormelde decreet, te realiseren. | |
| 18 | + | De bijdragen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en degene die de bijdrage aan het fonds levert. | |
| 13 | − | § 2/8. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 19 | + | § 2/8/1. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 14 | 20 | § 2/9. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 15 | 21 | § 2/10. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | |
| 17 | 23 | §2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022. | |
| 18 | 24 | § 3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Gezondheidszorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting, voorzover deze uitgaven verband houden met onderzoek dat door derden wordt betaald, betrekking hebben op het centraal beheer van het informatiesysteem, op de kosten gegenereerd door de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en het aanhangsel bij het protocolakkoord van 20 maart 2003, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of op het preventief gezondheidsbeleid. | |
| 19 | − | § 3/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Zorg en Gezondheid aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting voor zover deze uitgaven verband houden met de uitvoering van Europese overeenkomsten. | |
| 25 | + | § 3/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van het Departement Zorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting voor zover deze uitgaven verband houden met de uitvoering van Europese overeenkomsten. | |
| 20 | 26 | § 3/2. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 28 september 2009, door de Vlaamse overheid, in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, de aankoop betaald van de testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen door een daartoe aangeduid laboratorium, het versturen van de uitnodigingen en de testkits en het verwerken van de uitslagen. | |
| 21 | 27 | § 3/3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 22 | − | § 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het Agentschap Zorg en Gezondheid besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen. | |
| 28 | + | § 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het Departement Zorg besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen. | |
| 23 | 29 | § 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 24 | 30 | § 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 25 | − | §3/7. Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, in uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen. | |
| 31 | + | §3/7. Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Departement Zorg, aangerekend als ze verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, ter uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het Legionellabesluit van 9 februari 2007. | |
| 26 | − | § 3/7. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 32 | + | § 3/7/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 27 | − | § 3/8. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de oprichting van een netwerk voor de bewaking van de in de mens gemeten blootstelling of voor de bewaking van de effecten van fysische en chemische factoren op de bevolking, om maatregelen te kunnen nemen voor de bescherming van de volksgezondheid. | |
| 33 | + | §3/8. Ten laste van dit Fonds worden conform artikel 54/1, §1, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid de uitgaven aangerekend die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het voormelde decreet. Die uitgaven omvatten ook de betaling van salarissen, vergoedingen en toelagen van de personeelsleden binnen het Departement Zorg die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om die initiatieven te realiseren. | |
| 34 | + | De overeenkomst, vermeld in paragraaf 2/8, tweede lid, omschrijft welke initiatieven en maatregelen die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid met de bijdragen uit de overeenkomst gefinancierd kunnen worden. De inkomsten, vermeld in paragraaf 2/8, worden steeds aangewend voor uitgaven, vermeld in het eerste lid, die overeenstemmen met hetgeen voorzien is in de overeenkomst op basis waarvan de inkomsten verkregen zijn. | |
| 28 | − | § 3/8. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 35 | + | § 3/8/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 29 | 36 | § 3/9. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 30 | 37 | § 3/10. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | |
| 19 | 19 | 16° gehuwden: | |
| 20 | 20 | a) gehuwden; | |
| 21 | − | b) wettelijk samenwonenden overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek; | |
| 21 | + | b) wettelijk samenwonenden overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van degene die wettelijk samenwoont met een ascendent; | |
| 22 | 22 | c) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres en een of meer gemeenschappelijke kinderen hebben; | |
| 23 | 23 | d) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres, waarbij de ene persoon kinderen van de andere persoon fiscaal ten laste neemt; | |
| 20 | 20 | Het agentschap Opgroeien regie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen, vermeld in het eerste en tweede lid. | |
| 21 | 21 | § 5. De geschillencommissie verwerkt de in de tweede paragraaf vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de behandeling van de beroepen die bij haar worden ingesteld overeenkomstig artikel 104 van dit decreet. | |
| 22 | − | Kind en Gezin is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens door de geschillencommissie. | |
| 22 | + | Het agentschap Opgroeien regie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens door de geschillencommissie. | |
| 23 | 23 | § 6. De organisatoren kinderopvang verwerken de in de tweede paragraaf, 1° en 5°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de toekenning van de kinderopvangtoeslag, vermeld in artikel 51 en 52. | |
| 24 | 24 | § 7. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming verwerkt de in de tweede paragraaf, 1° en 7°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de vaststelling van het recht op toelagen in het kader van het gezinsbeleid, de berekening en de toekenning van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. | |
| 5 | 5 | 2° 93,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 31.897,53 euro bedragen; | |
| 6 | 6 | 3° 73,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis tussen 31.897,53 euro en 60.000 euro liggen. | |
| 7 | − | Als ten gevolge van een gelijkmatig verdeelde huisvesting de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders , wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk rechtgevend gezin. | |
| 7 | + | Als ten gevolge van een gelijkmatig verdeelde huisvesting de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders of de pleegouders, wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk rechtgevend gezin. | |
| 8 | − | Als de huisvesting van het rechtgevende kind niet gelijk is verdeeld tussen beide ouders wordt het kind voor de toepassing van het tweede lid alleen meegeteld in het gezin waar het kind meer dan de helft van de tijd verblijft. | |
| 8 | + | Als de huisvesting van het rechtgevende kind niet gelijk is verdeeld tussen beide ouders of beide pleegouders wordt het kind voor de toepassing van het tweede lid alleen meegeteld in het gezin waar het kind meer dan de helft van de tijd verblijft. | |
| 9 | − | Als de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind niet is bepaald of bekrachtigd door de bevoegde rechtbank, wordt ervan uitgegaan dat de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders . | |
| 9 | + | Als de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind niet is bepaald, bekrachtigd of vastgesteld door de bevoegde rechtbank, wordt ervan uitgegaan dat de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders of de pleegouders. | |
| 10 | 10 | Voor de huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind wordt uitgegaan van de woonplaats van het kind. | |
| 11 | 11 | In afwijking van het zesde lid blijft de vastgestelde huisvesting overeenkomstig het vijfde lid die geldt op het moment dat het kind meerderjarig wordt, gelden. | |
| 12 | − | In afwijking van het zesde en zevende lid kan de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind worden bepaald op grond van een overeenkomst, waarin de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind uitdrukkelijk wordt bepaald, en die is geregistreerd conform artikel 1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. | |
| 12 | + | In afwijking van het zesde en zevende lid kan de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind worden bepaald op grond van een overeenkomst, waarin de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind uitdrukkelijk wordt bepaald, en die is geregistreerd conform artikel 1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, of op grond van een vaststelling door de bevoegde rechtbank. | |
| 13 | 13 | Als het rechtgevende kind is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een pleeggezin, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het pleeggezin volledig meegeteld. | |
| 14 | − | Als het rechtgevende kind materiële ondersteuning krijgt als vermeld in artikel 68, § 2/1, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het gezin waar het verbleef voorafgaand aan de plaatsing, volledig meegeteld. In toepassing van artikel 68, § 3, wordt het kind daarentegen niet meegeteld in het gezin waar het verbleef voorafgaand aan de plaatsing. | |
| 14 | + | Als het rechtgevende kind materiële ondersteuning krijgt als vermeld in artikel 68, § 2/1, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het gezin van de begunstigden, volledig meegeteld. | |
| 15 | 15 | De Vlaamse Regering bepaalt met welke inkomsten van welke personen rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten, vermeld in het eerste lid, vast te stellen. Ze bepaalt de periode waarin de sociale toeslag wordt toegekend, en ze kan de gezinsgrootte nader bepalen. De Vlaamse Regering stelt ook een alarmbelprocedure vast voor de onmiddellijke aanpassing van het recht op sociale toeslag. | |
| 1 | 1 | Een jaarlijkse selectieve participatietoeslag leerling, waarvan het bedrag is bepaald in hoofdstuk 4 van deze titel, wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet: | |
| 2 | − | 1° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | |
| 2 | + | 1° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling; | |
| 3 | 3 | 2° de pedagogische voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2 van deze titel; | |
| 4 | 4 | 3° de financiële voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3 van deze titel. | |
| 1 | 1 | Een kinderopvangtoeslag wordt toegekend aan het kind: | |
| 2 | − | 1° dat de Belgische nationaliteit heeft, of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | |
| 2 | + | 1° dat de Belgische nationaliteit heeft, of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling; | |
| 3 | 3 | 2° tot het naar de kleuterschool gaat; | |
| 4 | 4 | 3° dat overeenkomstig het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters wordt opgevangen op een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde opvangplaats, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters. | |
| 1 | + | Een kleutertoeslag wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet: | |
| 2 | + | 1° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling; | |
| 3 | + | 2° de leerling is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs, als de leerling gerechtigd is dat onderwijs te volgen overeenkomstig het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering kan algemene vrijstellingen van het eerste lid, 1°, bepalen. | |
| 5 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de verdere voorwaarden waaronder de kleutertoeslagen worden toegekend, inclusief het uitbetalingstijdstip, en bepaalt de nadere regels met betrekking tot deze toeslagen. |
| 1 | 1 | § 1. Een kleutertoeslag van 130 euro wordt toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór het jaar waarin de toeslag verschuldigd is, op voorwaarde dat de inschrijving, vermeld in artikel 54, behouden blijft voor de leerling, en op voorwaarde dat het bewijs van voldoende aanwezigheid in een betrokken schooljaar geleverd wordt, zoals nader bepaald in artikel 27, § 2, 1°, 2°, en § 3, § 4, § 5 en § 6. | |
| 2 | + | De inschrijving, vermeld in het eerste lid, wordt gecontroleerd op de dag dat de leerling vier jaar wordt. Als de leerling op dat moment niet ingeschreven is in het kleuteronderwijs, wordt de leerling geacht aan de voorwaarden te voldoen als de leerling uiterlijk 21 kalenderdagen na de uitschrijving die op dat ogenblik geldt, opnieuw ingeschreven is in het kleuteronderwijs. | |
| 2 | 3 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december 2018, een kleutertoeslag van 130 euro toegekend, op voorwaarde dat hij in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor kleuteronderwijs is ingeschreven. |
| 1 | 1 | Een kind geeft recht op een ondersteuningstoeslag als het aan al de volgende voorwaarden voldoet: | |
| 2 | − | 1° het kind heeft de Belgische nationaliteit of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen conform de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | |
| 2 | + | 1° het kind heeft de Belgische nationaliteit of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen conform de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling; | |
| 3 | 3 | 2° het kind heeft zijn woonplaats in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; | |
| 4 | 4 | 3° het kind heeft een zorgbehoefte die voortvloeit uit een aandoening die gevolgen heeft voor hemzelf op het vlak van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van activiteit en participatie, of die gevolgen heeft voor zijn familiale omgeving. | |
| 1 | + | In afwijking van dit hoofdstuk kan de bevoegde rechtbank begunstigden aanwijzen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de aanwijzing van de begunstigden van een derde van de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 68, §2/1, eerste lid. |
| 1 | 1 | Als een pleegzorger als begunstigde is aanwezen als vermeld in artikel 59, § 2, maar die pleegzorg geen perspectiefbiedende pleegzorg betreft als vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van de pleegzorg, wordt de pleegzorgtoeslag uitbetaald aan de persoon die voorafgaandelijk aan de plaatsing van het rechtgevende kind in de pleegzorg de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, ontving. | |
| 2 | − | Een afwijking van het voorgaande lid is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank een uitspraak heeft gedaan over de bestemming van de pleegzorgtoeslag aan een andere persoon dan deze aangeduid in het eerste lid, in het belang van het kind. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. | |
| 2 | + | Een afwijking van het voorgaande lid is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank een uitspraak heeft gedaan of de plaatsende overheid een andersluidende beslissing heeft genomen over de bestemming van de pleegzorgtoeslag aan een andere persoon dan deze aangeduid in het eerste lid, in het belang van het kind. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. |
| 1 | 1 | De toelagen in het kader van het gezinsbeleid worden uitbetaald op een bankrekening. | |
| 2 | − | Als een betaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid om technische of sociale redenen niet mogelijk is per overschrijving bepaalt de Vlaamse Regering met welk betaalmiddel de toelagen worden uitbetaald en volgens welke regelst. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering kan bepalen onder welke voorwaarden de toelagen in het kader van het gezinsbeleid uitbetaald kunnen worden aan een andere rechtspersoon in naam en voor rekening van de begunstigden. |
| 1 | − | De onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid brengen van rechtswege interest op vanaf de betaling als de onverschuldigde betaling het gevolg is van bedrog of bedrieglijke handelingen van een begunstigde. Een kapitalisatie van interesten is nooit mogelijk, ook niet in de situatie, vermeld in artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek. | |
| 1 | + | De onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid brengen van rechtswege interest op vanaf de betaling als de onverschuldigde betaling het gevolg is van bedrog of bedrieglijke handelingen van een begunstigde. Een kapitalisatie van interesten is nooit mogelijk, ook niet in de situatie, vermeld in artikel 5.207 van het Burgerlijk Wetboek. |
| 1 | 1 | De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 1: | |
| 2 | − | 1° wetens en willens een regularisatiemaatregel die, in voorkomend geval, is bevestigd bij gerechtelijke uitspraak, niet uitvoeren; | |
| 2 | + | 1° een regularisatiemaatregel die, in voorkomend geval, is bevestigd bij gerechtelijke uitspraak, niet uitvoeren; | |
| 3 | − | 2° wetens en willens nalaten om te verklaren dat hij niet langer recht heeft op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, zelfs als dat maar gedeeltelijk is, om ten onrechte de toelage in het kader van het gezinsbeleid te behouden. | |
| 3 | + | 2° nalaten te verklaren dat die geen of niet langer recht heeft op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, geheel of gedeeltelijk, of daarvoor de inlichtingen te verstrekken. |
| 1 | 1 | § 1. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2: | |
| 2 | − | 1° onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | |
| 2 | + | 1° wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | |
| 3 | − | 2° nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | |
| 3 | + | 2° wetens en willens nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | |
| 4 | − | 3° ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid waarop hij geen of maar gedeeltelijk recht heeft, verkrijgen of behouden door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen of door na te laten of te weigeren om de noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken. | |
| 4 | + | 3° ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid waarop hij geen of maar gedeeltelijk recht heeft, verkrijgen of behouden door wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen of door na te laten of te weigeren om de noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken. | |
| 5 | 5 | § 2. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2 als ze zijn begaan om ten onrechte toelagen gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden: | |
| 6 | 6 | 1° valsheid in geschrifte plegen, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten in een akte; | |
| 1 | − | De persoon die met opzet een van de volgende handelingen stelt, is strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van 100 euro tot 40.000 euro, of met een van die straffen: | |
| 1 | + | De persoon die wetens en willens een van de volgende handelingen stelt, is strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van 100 euro tot 40.000 euro, of met een van die straffen: | |
| 2 | 2 | 1° onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | |
| 3 | 3 | 2° nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | |
| 3 | 3 | 2° 48,88 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar; | |
| 4 | 4 | 3° 62,15 euro voor een rechtgevend kind van minstens achttien jaar. | |
| 5 | − | § 2. In afwijking van paragraaf 1 geeft een oudste rechtgevend kind, waarvoor een bijslagtrekkende of begunstigden, aan wie kinderbijslag wordt betaald voor een rechtgevend kind dat recht geeft op kinderbijslag van 92,09 euro, de gezinsbijslagen ontvangen, recht op de maandelijkse leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 44, § 1, van de Algemene kinderbijslagwet, namelijk: | |
| 5 | + | § 2. In afwijking van paragraaf 1 geeft een oudste rechtgevend kind, waarvoor een bijslagtrekkende of begunstigden, aan wie kinderbijslag wordt toegekend voor een rechtgevend kind dat recht geeft op kinderbijslag van 92,09 euro, de gezinsbijslagen ontvangen, recht op de maandelijkse leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 44, § 1, van de Algemene kinderbijslagwet, namelijk: | |
| 6 | 6 | 1° 16,04 euro voor een rechtgevend kind van minstens zes jaar; | |
| 7 | 7 | 2° 24,43 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar; | |
| 6 | 6 | Lokale loketten, zoals vermeld in artikel 13, moeten voor alle gezinnen de toegankelijkheid van kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, bevorderen. | |
| 7 | 7 | Zolang het aanbod niet volstaat voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, bepaalt de Vlaamse Regering in functie van de toegankelijkheid welke groepen bij voorrang kunnen gebruik maken van het aanbod waarvoor de organisator een subsidie ontvangt als vermeld in artikel 8 en 9. | |
| 8 | − | De Vlaamse Regering houdt bij de programmatie van de vergunningen, zoals vermeld in artikel 8 en 9, rekening met een wetenschappelijk onderbouwde raming van de behoefte aan kinderopvang die minstens uitgaat van : | |
| 8 | + | De Vlaamse Regering houdt bij de programmatie van de subsidies, zoals vermeld in artikel 8 en 9, rekening met een wetenschappelijk onderbouwde raming van de behoefte aan kinderopvang die minstens uitgaat van : | |
| 9 | 9 | 1° de vastgestelde nataliteit en de prognose van de toekomstige nataliteit in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest; | |
| 10 | 10 | 2° het aantal kinderen dat kinderopvang gebruikt; | |
| 1 | − | De organisator met een vergunning kan bovenop de subsidies, vermeld in artikel 7, 8 en 9, een subsidie ontvangen van het agentschap voor : | |
| 1 | + | De organisator met een vergunning kan een subsidie ontvangen van het agentschap voor : | |
| 2 | 2 | 1° de organisatie van kinderopvang met flexibele openingstijden; | |
| 3 | 3 | 2° de organisatie van inclusieve kinderopvang voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte; | |
| 1 | 1 | Het agentschap kan een subsidie toekennen aan : | |
| 2 | 2 | 1° de organisator van het lokaal loket kinderopvang, vermeld in artikel 13; | |
| 3 | − | 2° de organisaties aangesteld voor de ondersteuning van organisatoren, bij de realisatie van de voorwaarden, vermeld in artikel 6, §1. | |
| 3 | + | 2° de organisaties aangesteld voor de ondersteuning van organisatoren, bij de realisatie van de voorwaarden, vermeld in artikel 6, §1; | |
| 4 | + | 3° de organisaties of deskundigen die instaan voor de screening en adviesverlening, vermeld in artikel 19, vijfde lid, 3° en 4°. |
| 1 | 1 | § 1. De subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 11, kunnen alleen binnen de perken van het daarvoor vastgelegde budget worden toegekend. | |
| 2 | − | De Vlaamse Regering legt de programmatieregels vast, minstens voor de subsidies vermeld in artikel 8, 9, en 10, 1° en 2°, waaronder het feit dat ze minstens per zorgregio worden toegekend, en bepaalt de nadere regels voor die subsidie. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering legt de programmatieregels vast, minstens voor de subsidies vermeld in artikel 8, 9, en 10, 1° en 2°, en bepaalt de nadere regels voor de subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 11. | |
| 3 | 3 | § 2. De beslissing over de subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 9, en artikel 10, 1° en 2°, bevat minstens de volgende gegevens : | |
| 4 | 4 | 1° de organisator; | |
| 1 | − | Het agentschap kan de vergunning wijzigen, schorsen of opheffen als de organisator : | |
| 1 | + | Het agentschap kan de vergunning wijzigen, schorsen, opheffen of kan beveiligende maatregelen nemen als het agentschap vaststelt: | |
| 2 | − | 1° de bepalingen, vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan, niet naleeft; | |
| 2 | + | 1° dat er een inbreuk is op de bepalingen, vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan; | |
| 3 | − | 2° ... | |
| 3 | + | 2° dat een maatregel moet worden genomen vanuit het voorzorgsbeginsel; | |
| 4 | + | 3° dat het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht verhinderd wordt. | |
| 4 | − | De schorsing van de vergunning heeft van rechtswege de opschorting van de uitoefening van de kinderopvang tot gevolg vanaf de dag die volgt op de datum van de kennisgeving van de beslissing tot schorsing, tot het moment waarop de organisator weer voldoet aan de bepalingen, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. | |
| 5 | + | De schorsing van de vergunning heeft van rechtswege de opschorting van de uitoefening van de kinderopvang tot gevolg vanaf de dag die vermeld is in de schorsingsbeslissing tot het moment dat het agentschap vaststelt dat de organisator opnieuw voldoet aan de vergunningsvoorwaarden en uiterlijk tot de datum die vermeld is in de schorsingsbeslissing. Als op de einddatum van de schorsing de aanleiding van de maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de schorsing verlengen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen. | |
| 5 | 6 | De opheffing van de vergunning heeft van rechtswege de sluiting van de kinderopvanglocatie tot gevolg. | |
| 6 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, die minstens de mogelijkheid bevatten om een bezwaar in te dienen. | |
| 7 | + | De beveiligende maatregelen zijn tijdelijke bestuurlijke maatregelen waarbij de uitoefening van de kinderopvang niet volledig wordt opgeschort, tenzij het agentschap gelijktijdig met de beveiligende maatregel een schorsing oplegt. Als op de einddatum van de beveiligende maatregel de aanleiding van de beveiligende maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de beveiligende maatregel verlengen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen. | |
| 8 | + | Het agentschap kan een of meer beveiligende maatregelen nemen die kunnen bestaan uit: | |
| 9 | + | 1° de wijziging van de vergunning, al dan niet gekoppeld aan het verbod om bepaalde ruimtes in de kinderopvanglocatie in gebruik te nemen; | |
| 10 | + | 2° de beperking van de openingsdagen en -uren; | |
| 11 | + | 3° de screening en adviesverlening aan het agentschap van de risico’s met betrekking tot de persoon van de organisator of van een persoon die werkzaam is in de kinderopvanglocatie, door een organisatie of deskundige als vermeld in artikel 15/1, eerste lid; | |
| 12 | + | 4° de screening en adviesverlening aan het agentschap van de competenties van de organisator met betrekking tot het beleidsvoerend vermogen, door een organisatie als vermeld in artikel 11; | |
| 13 | + | 5° het opleggen van een verbod voor een organisator om een vergunning aan te vragen als het handhavingsdossier elementen bevat die wijzen op de ongeschiktheid om als organisator van een kinderopvanglocatie op te treden; | |
| 14 | + | 6° het opleggen van een verbod voor een persoon om als verantwoordelijke van een kinderopvanglocatie tewerkgesteld te worden als het handhavingsdossier elementen bevat die wijzen op de ongeschiktheid om dergelijke functie op te nemen; | |
| 15 | + | 7° het opleggen van een verbod om activiteiten op te nemen met de opgevangen kinderen ten aanzien van een of meer personen die werkzaam zijn in de kinderopvanglocatie; | |
| 16 | + | 8° het opleggen van een specifieke ondersteuning, al dan niet op de werkvloer, of van een specifieke opleiding; | |
| 17 | + | 9° het opleggen van een verbod om nieuwe contracten af te sluiten met gezinnen; | |
| 18 | + | 10° het verzoek aan de rechter om een voorlopige bewindvoerder aan te stellen met competenties in de organisatie van een zorgvoorziening die gemachtigd wordt om in naam en voor rekening van de organisator de nodige maatregelen te nemen om tegemoet te komen aan de vastgestelde inbreuken of risico’s wat betreft de kwaliteit en de duurzaamheid van de kinderopvang. | |
| 19 | + | In de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt transparant omschreven wat de bestuurlijke maatregel inhoudt, de motivering voor de keuze van de opgelegde bestuurlijke maatregel en welke voorwaarden in voorkomend geval vervuld moeten zijn en binnen welke termijn ze vervuld moeten zijn. | |
| 20 | + | Het agentschap kan in voorkomend geval de kosten voor bepaalde beveiligende maatregelen geheel of ten dele aanrekenen aan de organisator. | |
| 21 | + | Het agentschap kan in geval van een schorsing van een vergunning naar aanleiding van een ernstige gebeurtenis als vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, b), waaruit blijkt dat de gebeurtenis te wijten is aan een oorzaak die volledig buiten de organisator of zijn medewerkers ligt, een eenmalig forfaitair bedrag betalen voor geleden inkomensverlies. | |
| 22 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels die minstens de mogelijkheid bevatten om bezwaar in te dienen tegen de bestuurlijke maatregelen, vermeld in het eerste lid, die de parameters bevatten voor het vastleggen van de kosten voor bepaalde beveiligende maatregelen en voor het vastleggen van het eenmalig forfaitair bedrag, vermeld in het zevende en achtste lid, en de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder als vermeld in het vijfde lid, 10°. | |
| 23 | + | De Vlaamse regering bepaalt de maximale duurtijd van de eerste schorsingsbeslissing en van de beveiligende maatregelen. |
| 5 | 5 | De bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag dat het bevoegde personeelslid van het agentschap het verslag van vaststelling van de toezichthouder ontvangt, en op voorwaarde dat de betrokken organisator de kans heeft gehad om gehoord te worden over de vermeende inbreuk en over de hoogte van de geldboete. De organisator mag zich daarbij laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een derde. Als een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en de termijn waarbinnen beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing. | |
| 6 | 6 | De betrokkene kan, op straffe van verval van het recht tot het instellen van het beroep, binnen een termijn van een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd tegen die beslissing beroep aantekenen met een verzoekschrift bij de Raad van State. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing. | |
| 7 | − | Als de betrokkene weigert de bestuurlijke geldboete te betalen, wordt ze bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. | |
| 8 | 7 | De vordering tot voldoening van de bestuurlijke geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in het tweede lid, of, in geval van beroep, vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. | |
| 9 | 8 | De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van het agentschap aan die overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling bevoegd zijn om bestuurlijke geldboeten op te leggen, en bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de bestuurlijke geldboete. | |
| 2 | 2 | 1° van het kind en van het gezin van het kind : | |
| 3 | 3 | a) de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), van het kind in het kader van de handhaving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden en in het kader van de beleidsvoorbereiding en -evaluatie; | |
| 4 | − | b) identificatiegegevensin het kader van de handhaving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, de aanwezigheidsregistratie, het kenbaar maken van genomen maatregelen met betrekking tot de vergunning of subsidiëring, en de facturatie; | |
| 4 | + | b) identificatiegegevens, met inbegrip van het INSZ-nummer, in het kader van de handhaving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, de aanwezigheidsregistratie, het kenbaar maken van genomen maatregelen met betrekking tot de vergunning of subsidiëring, en de facturatie; | |
| 5 | 5 | c) gegevens over de vraag naar kinderopvang in het kader van de handhaving van vergunnings- en subsidievoorwaarden, de beleidsvoorbereiding en -evaluatie en de programmatie; | |
| 6 | 6 | d) gegevens over het gebruik van de kinderopvanglocatie door gezinnen in het kader van de handhaving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, de beleidsvoorbereiding en -evaluatie, de facturatie, de programmatie en de aanwezigheidsregistratie; | |
| 9 | 9 | g) gegevens over de behandeling van klachten over de kinderopvanglocatie; | |
| 10 | 10 | h) gegevens over de maatschappelijke kwetsbaarheid in het kader van de handhaving van de subsidievoorwaarden en de beleidsvoorbereiding en -evaluatie; | |
| 11 | + | i) de aanduiding of het kind een pleegkind is als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, en als dusdanig enige voordelen krijgt, zoals voorrang of een verlaagde ouderbijdrage; | |
| 11 | 12 | 2° van de organisatoren, de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en eventuele andere medewerkers in het kader van de handhaving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, minstens : | |
| 12 | − | a) de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de voormelde verordening, en de persoonsgegevens, vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening, minstens een attest van medische geschiktheid en een uittreksel uit het strafregister ; | |
| 13 | + | a) de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de voormelde verordening, en de persoonsgegevens, vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening, minstens een attest van medische geschiktheid, een uittreksel uit het strafregister of andere strafrechtelijke informatie; | |
| 14 | + | a/1) de gegevens over de geschiktheid en competenties en de risico’s met betrekking tot die personen; | |
| 13 | − | b) de identificatiegegevens, de opleidingsgegevens en de tewerkstellingsgegevens; | |
| 15 | + | b) de identificatiegegevens, met inbegrip van het INSZ-nummer, de opleidingsgegevens en de tewerkstellingsgegevens; | |
| 14 | 16 | c) de gegevens over crisissituaties in de kinderopvanglocatie; | |
| 15 | 17 | d) de gegevens over de behandeling van klachten over de kinderopvanglocatie; | |
| 18 | + | e) de gegevens over de organisatie en de financiële werking van de organisator zoals opgenomen in de federale en Vlaamse authentieke databanken; | |
| 16 | 19 | 3° van elke meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie direct contact heeft met de opgevangen kinderen, de gegevens, vermeld in punt 2°, a). | |
| 17 | − | Het agentschap bezorgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor hun opdrachten, aan de organisaties en deskundigen, vermeld in artikel 15/1 of artikel 11, 2° , en aan de gerechtelijke instanties met het oog op meldingen door het agentschap of in het kader van lopende strafonderzoeken. | |
| 20 | + | Het agentschap bezorgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor hun opdrachten, aan de organisaties en deskundigen, vermeld in artikel 15/1 of artikel 11, 2° en 3°, en aan de gerechtelijke instanties met het oog op meldingen door het agentschap of in het kader van lopende strafonderzoeken. | |
| 18 | 21 | De organisator verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan minstens de volgende soorten persoonsgegevens : | |
| 19 | 22 | 1° van het kind en van het gezin van het kind : | |
| 20 | 23 | a) de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de voormelde verordening in het kader van de vergunnings- en subsidievoorwaarden; | |
| 21 | − | b) de identificatiegegevensin het kader van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, de aanwezigheidsregistratie en de facturatie; | |
| 24 | + | b) de identificatiegegevens, met inbegrip van het INSZ-nummer, in het kader van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, de aanwezigheidsregistratie en de facturatie; | |
| 22 | 25 | c) de gegevens over de vraag naar kinderopvang in het kader van de vergunnings- en subsidievoorwaarden en het beleid van de organisator met betrekking tot de kinderopvanglocatie; | |
| 23 | 26 | d) de gegevens over het gebruik van de kinderopvanglocatie door gezinnen in het kader van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, de aanwezigheidsregistratie, de facturatie en het beleid van de kinderopvanglocatie; | |
| 26 | 29 | 2° van de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en eventuele andere medewerkers in het kader van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, minstens : | |
| 27 | 30 | a) de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de voormelde verordening, en de persoonsgegevens, vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening, minstens een attest van medische geschiktheid en een uittreksel uit het strafregister; | |
| 28 | − | b) de identificatiegegevens, de opleidingsgegevens en de gegevens over de draagkracht van de kinderbegeleiders; | |
| 31 | + | b) de identificatiegegevens, met inbegrip van het INSZ-nummer, de opleidingsgegevens en de gegevens over de draagkracht van de kinderbegeleiders; | |
| 29 | 32 | 3° van de personen, vermeld in punt 1° en 2° : | |
| 30 | 33 | a) de gegevens over de omgang met crisissituaties in de kinderopvanglocatie; | |
| 53 | 56 | De verwerking is noodzakelijk gelet op artikel 6.1, e), artikel 9, tweede lid, g), en artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming. De organisatie of deskundige is verwerkingsverantwoordelijke. De gegevens worden bewaard tot tien jaar nadat de organisatie of deskundige het onderzoek heeft afgerond en het advies heeft uitgebracht aan het agentschap. | |
| 54 | 57 | De personen van wie de persoonsgegevens kunnen worden verwerkt door de organisaties of deskundigen die aangesteld zijn door de Vlaamse Regering ter uitvoering van artikel 15/1, zijn de organisatoren kinderopvang, de personen die werkzaam zijn in hun kinderopvanglocatie, de zaakvoerders en bestuurders die betrokken zijn bij de kinderopvanglocatie en de minderjarigen of personen die betrokken zijn bij een melding of klacht over de kinderopvanglocatie in kwestie. | |
| 55 | − | De organisaties die een subsidie ontvangen voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2° , verwerken de volgende persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van hun opdrachten: | |
| 58 | + | De organisaties die een subsidie ontvangen voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2° en 3°, verwerken de volgende persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van hun opdrachten: | |
| 56 | 59 | 1° de identificatiegegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, b), en 2°, b); | |
| 57 | 60 | 2° de opleidingsgegevens en de tewerkstellingsgegevens, vermeld in het eerste lid, 2°, b); | |
| 58 | 61 | 3° de gegevens over de crisissituaties in de kinderopvanglocatie en over de behandeling van de klachten, vermeld in het eerste lid, 2°, c) en d); | |
| 59 | 62 | 4° de documenten over het toezicht en de handhaving op de vergunningsvoorwaarden van de organisatoren, die noodzakelijk zijn voor de opdracht van de organisatie. | |
| 60 | − | De verwerking is noodzakelijk gelet op artikel 6.1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming. De organisatie die een subsidie ontvangt voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2° , is verwerkingsverantwoordelijke. De gegevens worden bewaard tot tien jaar nadat de organisatie de ondersteuning aan de organisator heeft afgerond. | |
| 63 | + | De verwerking is noodzakelijk gelet op artikel 6.1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming. De organisatie die een subsidie ontvangt voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2° en 3°, is verwerkingsverantwoordelijke. De gegevens worden bewaard tot tien jaar nadat de organisatie de ondersteuning aan de organisator heeft afgerond. | |
| 61 | − | De personen van wie de persoonsgegevens door de organisaties die een subsidie ontvangen voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2° , kunnen verwerkt worden, zijn de vergunde organisatoren kinderopvang en de personen die werkzaam zijn in hun kinderopvanglocaties. | |
| 64 | + | De personen van wie de persoonsgegevens door de organisaties die een subsidie ontvangen voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2° en 3°, kunnen verwerkt worden, zijn de vergunde organisatoren kinderopvang en de personen die werkzaam zijn in hun kinderopvanglocaties. | |
| 62 | 65 | De bewaartermijn is tien jaar voor de gegevens over de klachten en crisissituaties, en vijf jaar voor de andere gegevens, vermeld in het eerste lid tot en met het vierde lid. Voor de gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en de eventuele andere medewerkers begint de termijn te lopen vanaf het einde van hun tewerkstelling. | |
| 63 | 66 | Voor het uittreksel uit het strafregister geldt, in afwijking van het veertiende lid en in afwijking van artikel 5 van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, dat de bewaartermijn drie jaar is, waarbij die termijn begint te lopen vanaf de aanstelling van de betrokkene. Bij de ontvangst door de organisator van een nieuw uittreksel uit het strafregister wordt het voorgaande uittreksel vernietigd. De organisator neemt de gepaste maatregelen voor de beveiligde bewaring van de uittreksels. | |
| 1 | 1 | § 1. Bij het agentschap wordt een interdisciplinaire Expertencommissie gespecialiseerde zorg opgericht. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werkingsregels van de Expertencommissie. De samenstelling van de Expertencommissie kan variëren conform de voorwaarden en de procedures vastgelegd door de Vlaamse Regering. De samenstelling kan onder meer afhankelijk zijn van de betreffende taak van de Expertencommissie. | |
| 3 | − | De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de Expertencommissie en legt de onverenigbaarheden vast, waaronder het verbod voor de leden van de Expertencommissie om in dienst te zijn van een zorgvoorziening, of om mandaten te vervullen binnen een zorgvoorziening. | |
| 3 | + | De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de Expertencommissie en legt de onverenigbaarheden vast. | |
| 4 | 4 | Het agentschap is belast met de administratieve ondersteuning en aansturing van de Expertencommissie. | |
| 5 | 5 | § 2. De Expertencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikers, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. | |
| 1 | − | De Expertencommissie wordt onder meer belast met de volgende taken: | |
| 1 | + | De Expertencommissie kan onder meer belast worden met de volgende taken: | |
| 2 | 2 | 1° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen aan gebruikers conform de verordening (EG) nr. 883/2004; | |
| 3 | 3 | 2° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; | |
| 13 | 13 | 3° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is; | |
| 14 | 14 | 4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is; | |
| 15 | − | 5° als aan de aangeslotene het beschermingsstatuut van tijdelijk ont-heemde is toegekend, vermeld in artikel 57/29 van de wet van 15 decem-ber 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijfde vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. | |
| 15 | + | 5° als aan de aangeslotene het beschermingsstatuut van tijdelijk ontheemde is toegekend, vermeld in artikel 57/29 van de wet van 15 decem-ber 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. | |
| 16 | + | In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, betaalt de zorgkas de jaarlijkse premies die voor het jaar 2027 of later zijn betaald door of namens de persoon, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°, terug aan die persoon. | |
| 14 | 14 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het tweede en derde lid, bedraagt maximaal 5000 euro. | |
| 15 | 15 | Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. | |
| 16 | − | De administratieve geldboete kan enkel worden opgelegd, voor zover het Openbaar Ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of geen toepassing maakt van de artikelen 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering. | |
| 17 | − | Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde administratie een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde wetboek voor te stellen. | |
| 18 | 16 | § 5. De zorg waarvan is vastgesteld dat ze in strijd is met de regels, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kan niet nogmaals ter uitbetaling worden ingediend bij de zorgkas. | |
| 1 | − | § 1. De zorgkas kent het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood toe aan de persoon met een verminderde zelfredzaamheid die ten minste 65 jaar oud is. | |
| 1 | + | § 1. De zorgkas kent het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood toe aan de persoon met een verminderde zelfredzaamheid die ten minste de leeftijd bereikt heeft waarop hij geen aanvraag van een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming conform artikel 2, §1 en §2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, meer kan indienen. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de vermindering van de zelfredzaamheid wordt vastgesteld, en hoe die vaststelling wordt vergoed. | |
| 3 | 3 | § 2. De tegemoetkoming kan niet worden gecumuleerd met een van de volgende tegemoetkomingen: | |
| 1 | + | In het kader van de uitvoering van de sociale akkoorden die betrekking hebben op de gezondheidssector en als die sociale akkoorden betrekking hebben op de woonzorgcentra, de centra voor dagverzorging, de centra voor kortverblijf, de psychiatrische verzorgingstehuizen, de initiatieven van beschut wonen, de revalidatievoorzieningen, de revalidatieziekenhuizen en de multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, bepaalt de Vlaamse Regering de maatregelen waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt en legt de Vlaamse Regering de voorwaarden en de procedure vast met het oog op de vaststelling van de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beroepsmogelijkheden bij de arbeidsrechtbank tegen beslissingen die genomen zijn ter uitvoering van dit artikel. |
| 1 | − | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra. | |
| 1 | + | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra. | |
| 2 | 2 | De zorgkas betaalt de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, uit aan de woonzorgcentra in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. | |
| 3 | − | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 3 | + | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 4 | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het evaluatie-instrument, vermeld in het eerste lid, wordt herzien en gecontroleerd. | |
| 5 | 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. | |
| 6 | 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie heeft verzameld, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | |
| 7 | − | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, aan de woonzorgcentra. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | |
| 7 | + | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, aan de woonzorgcentra. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | |
| 8 | + | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beroepsmogelijkheden bij de arbeidsrechtbank tegen beslissingen die genomen zijn ter uitvoering van dit artikel. |
| 1 | − | § 1. Als de Zorgkassencommissie bij de uitoefening van de controles, vermeld in artikel 145, een andere inschatting maakt van de afhankelijkheid van de gebruiker, wordt de tegemoetkoming, vermeld in artikel 145, § 1, tweede lid, aangepast in functie van het resultaat van die controle. | |
| 1 | + | § 1. Als de Zorgkassencommissie bij de uitoefening van de controles, vermeld in artikel 145, een andere inschatting maakt van de afhankelijkheid van de gebruiker, past het woonzorgcentrum de afhankelijkheid van de gebruiker aan in functie van het resultaat van die controle. | |
| 2 | − | § 2. De Vlaamse Regering kan een procedure uitwerken waarbij de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 145, § 1, tweede lid, in hoofde van het woonzorgcentrum worden verminderd als wordt vastgesteld dat het evaluatie-instrument, vermeld in artikel 145, § 2, op significante wijze verkeerd wordt toegepast. | |
| 2 | + | § 2. De Vlaamse Regering kan een procedure uitwerken waarbij de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 145, § 1, tweede lid, in hoofde van het woonzorgcentrum worden verminderd als wordt vastgesteld dat het evaluatie-instrument, vermeld in artikel 145, § 2, op problematische of significante wijze verkeerd wordt toegepast. | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt voor de toepassing van het eerste lid: | |
| 4 | 4 | 1° op basis van welke elementen kan worden beslist tot een vermindering; | |
| 5 | − | 2° wat wordt verstaan onder een op significante wijze verkeerde toepassing van het evaluatie-instrument als vermeld in het eerste lid; | |
| 5 | + | 2° wat wordt verstaan onder een op problematische of significante wijze verkeerde toepassing van het evaluatie-instrument als vermeld in het eerste lid; | |
| 6 | 6 | 3° de vermindering van de tegemoetkomingen; | |
| 7 | 7 | 4° de termijn van de vermindering, vermeld in punt 3°, en hoe die wordt bepaald; | |
| 18 | 18 | De administratieve geldboete, verhoogd met de invorderingskosten, kan bij dwangbevel worden ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling. | |
| 19 | 19 | De bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het dwangbevel. | |
| 20 | − | De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek. | |
| 20 | + | De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het oud Burgerlijk Wetboek. | |
| 21 | − | § 4. Het woonzorgcentrum kan tegen de beslissing van het agentschap tot aanpassing van een tegemoetkoming conform paragraaf 1, tegen de beslissing van het agentschap tot vermindering van tegemoetkomingen conform paragraaf 2 en tegen de beslissing van het agentschap tot oplegging van een administratieve boete conform paragraaf 3, beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. | |
| 21 | + | § 4. Het woonzorgcentrum kan tegen de beslissing tot vermindering van tegemoetkomingen conform paragraaf 2 en tegen de beslissing van het agentschap tot oplegging van een administratieve boete conform paragraaf 3, beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. | |
| 22 | 22 | Het agentschap kan een beroep doen op het betrokken team van de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het pakket aan zorg dat gedekt wordt door de tegemoetkoming, vermeld in artikel 148. |
| 1 | − | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning. | |
| 1 | + | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning. | |
| 2 | 2 | De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de centra voor dagverzorging, vermeld in het eerste lid, in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. | |
| 3 | − | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 3 | + | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 4 | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het door haar bepaalde evaluatie-instrument wordt herzien en gecontroleerd. | |
| 5 | 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. | |
| 6 | 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie verzameld heeft, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | |
| 7 | 7 | Artikel 146 is van overeenkomstige toepassing op de centra voor dagverzorging, vermeld in dit artikel. | |
| 8 | − | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de centra voor dagverzorging, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | |
| 8 | + | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de centra voor dagverzorging, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | |
| 9 | + | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beroepsmogelijkheden bij de arbeidsrechtbank tegen beslissingen die genomen zijn ter uitvoering van dit artikel. |
| 1 | − | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in centra voor kortverblijf met en zonder bijkomende erkenning als oriënterend kortverblijf. | |
| 1 | + | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in centra voor kortverblijf met en zonder bijkomende erkenning als oriënterend kortverblijf. | |
| 2 | 2 | De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de centra voor kortverblijf, vermeld in het eerste lid, in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. | |
| 3 | − | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 3 | + | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 4 | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het door haar bepaald evaluatie-instrument wordt herzien en gecontroleerd. | |
| 5 | 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. | |
| 6 | 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie verzameld heeft, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | |
| 7 | 7 | Artikel 146 is van overeenkomstige toepassing op de centra voor kortverblijf, vermeld in dit artikel. | |
| 8 | − | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de centra voor kortverblijf, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | |
| 8 | + | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de centra voor kortverblijf, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | |
| 9 | + | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beroepsmogelijkheden bij de arbeidsrechtbank tegen beslissingen die genomen zijn ter uitvoering van dit artikel. |
| 1 | 1 | Gebruikers die op basis van een valse verklaring die ze hebben afgelegd of op basis van een vals document dat ze hebben opgemaakt ten onrechte rechtstreeks een tegemoetkoming voor reiskosten hebben gekregen, betalen de waarde ervan terug. Die verplichting geldt ook als de tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller. | |
| 2 | 2 | Vervoerders, revalidatievoorzieningen of indicatiestellers die een tegemoetkoming voor reiskosten hebben gekregen op basis van een vals document die ze hebben opgemaakt of op basis van een valse verklaring die de gebruiker heeft afgelegd, betalen de waarde ervan terug. | |
| 3 | − | Naast de terugbetaling, vermeld in het eerste en het tweede lid, en op voorwaarde dat het Openbaar Ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of ze geen toepassing maakt van de mogelijkheden, vermeld in artikel 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering, kan de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst bijkomend de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller, vermeld in het eerste en het tweede lid, een administratieve geldboete opleggen, die niet meer kan bedragen dan 100% van het terug te betalen bedrag. Die administratieve geldboete kan ook volledig of gedeeltelijk met uitstel van de uitvoering ervan worden opgelegd. Het uitstel kan toegestaan worden gedurende een termijn van twee jaar vanaf de datum van de beslissing als bij het uitspreken van een administratieve geldboete is vastgesteld dat aan de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller in kwestie geen administratieve geldboete is opgelegd in het voorgaande jaar. Als de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller gedurende de voormelde termijn van twee jaar een nieuwe inbreuk pleegt, worden de uitgestelde en de nieuwe sanctie samengevoegd. In geval van herhaling van dezelfde inbreuk binnen een tijdspanne van drie jaar na de beslissing, kan het bedrag van de boete worden verdubbeld. | |
| 3 | + | Naast de terugbetaling, vermeld in het eerste en het tweede lid, kan de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst bijkomend de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller, vermeld in het eerste en het tweede lid, een administratieve geldboete opleggen, die niet meer kan bedragen dan 100% van het terug te betalen bedrag. Die administratieve geldboete kan ook volledig of gedeeltelijk met uitstel van de uitvoering ervan worden opgelegd. Het uitstel kan toegestaan worden gedurende een termijn van twee jaar vanaf de datum van de beslissing als bij het uitspreken van een administratieve geldboete is vastgesteld dat aan de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller in kwestie geen administratieve geldboete is opgelegd in het voorgaande jaar. Als de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller gedurende de voormelde termijn van twee jaar een nieuwe inbreuk pleegt, worden de uitgestelde en de nieuwe sanctie samengevoegd. In geval van herhaling van dezelfde inbreuk binnen een tijdspanne van drie jaar na de beslissing, kan het bedrag van de boete worden verdubbeld. | |
| 4 | 4 | Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. | |
| 5 | − | Het bedrag van de administratieve geldboete bedraagt maximaal 500 euro. Het Openbaar Ministerie bezorgt aan de bevoegde administratie een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde wetboek voor te stellen. | |
| 5 | + | Het bedrag van de administratieve geldboete bedraagt maximaal 500 euro. |