§ flandrepo

Decreet tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming Syntra Vlaanderen, tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam Hermesfonds

Vlaamse Regering #283 Staatsblad 8 juli 2020 NUMAC 2020041989
65 artikels gewijzigd
+3 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 3
3011° cursist : een regelmatige leerling in het hoger beroepsonderwijs;3011° cursist : een regelmatige leerling in het hoger beroepsonderwijs;
3112° deeltijds beroepssecundair onderwijs : het onderwijs dat minder weken per jaar of minder lesuren per week omvat dan bepaald is voor het voltijds secundair onderwijs;3112° deeltijds beroepssecundair onderwijs : het onderwijs dat minder weken per jaar of minder lesuren per week omvat dan bepaald is voor het voltijds secundair onderwijs;
3212°/0 Departement Werk en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
3212°/1 differentiërende maatregelen: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum, een beperkte variatie in het onderwijsleerproces aanbrengt om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele leerlingen of groepen van leerlingen;3312°/1 differentiërende maatregelen: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum, een beperkte variatie in het onderwijsleerproces aanbrengt om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele leerlingen of groepen van leerlingen;
3312°/2 dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het betreffende structuuronderdeel ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt nog in voldoende mate kunnen bereikt worden;3412°/2 dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het betreffende structuuronderdeel ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt nog in voldoende mate kunnen bereikt worden;
57d) waarbij effectieve arbeid wordt verricht;58d) waarbij effectieve arbeid wordt verricht;
58e) met de bedoeling beroepservaring op te doen;59e) met de bedoeling beroepservaring op te doen;
5917°/3 leertijd: de opleiding, vermeld in artikel 27 tot en met 30 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen";6017°/3 leertijd: de opleiding, vermeld in artikel 2, 15°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
6017°/3 leerling met specifieke onderwijsbehoeften: leerling met langdurige en belangrijke participatieproblemen die te wijten zijn aan het samenspel tussen:6117°/3 leerling met specifieke onderwijsbehoeften: leerling met langdurige en belangrijke participatieproblemen die te wijten zijn aan het samenspel tussen:
61a) één of meerdere functiebeperkingen op mentaal, psychisch, lichamelijk of zintuiglijk vlak en;62a) één of meerdere functiebeperkingen op mentaal, psychisch, lichamelijk of zintuiglijk vlak en;
10643° ...10743° ...
10743°/0 studierichting: de combinatie van basisvorming, specifiek gedeelte en complementair gedeelte;10843°/0 studierichting: de combinatie van basisvorming, specifiek gedeelte en complementair gedeelte;
10843°/1 Syntra Vlaanderen: het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen";
10943°/1 ...;
10943°/1/1 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;11043°/1/1 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
11044° trekkende bevolking : de binnenschippers, de kermis- en circusexploitanten en Bartiesten en de woonwagenbewoners bedoeld in artikel 2, 3° van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaams beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;11144° trekkende bevolking : de binnenschippers, de kermis- en circusexploitanten en Bartiesten en de woonwagenbewoners bedoeld in artikel 2, 3° van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaams beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 47
3§ 2. Per regelmatige leerling op de door de Vlaamse Regering te bepalen teldatum worden extra middelen toegekend.3§ 2. Per regelmatige leerling op de door de Vlaamse Regering te bepalen teldatum worden extra middelen toegekend.
4Om voor extra middelen in aanmerking te kunnen komen, moeten de betrokken scholen een investeringsplan opstellen. Het investeringsplan moet voldoen aan de door de Vlaamse Regering vastgelegde, minimale onderdelen.4Om voor extra middelen in aanmerking te kunnen komen, moeten de betrokken scholen een investeringsplan opstellen. Het investeringsplan moet voldoen aan de door de Vlaamse Regering vastgelegde, minimale onderdelen.
5§ 3. De beoordeling van de ingediende investeringsplannen gebeurt door een commissie die paritair is samengesteld uit drie afgevaardigden van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en twee afgevaardigden van de onderwijsinspectie, enerzijds, en één afgevaardigde per onderwijsnet, voorgedragen door het Gemeenschapsonderwijs en de betrokken representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en één afgevaardigde van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming-Syntra Vlaanderen, anderzijds.5§ 3. De beoordeling van de ingediende investeringsplannen gebeurt door een commissie die paritair is samengesteld uit drie afgevaardigden van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en twee afgevaardigden van de onderwijsinspectie, enerzijds, en één afgevaardigde per onderwijsnet, voorgedragen door het Gemeenschapsonderwijs en de betrokken representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en één afgevaardigde van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, anderzijds.
6De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en kan experten toelaten tot de vergadering.6De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en kan experten toelaten tot de vergadering.
7De commissie garandeert dat een aanvankelijk als « onvoldoende » bevonden plan, bijgestuurd kan worden en éénmaal opnieuw mag worden ingediend binnen een door haar vooropgestelde termijn, die evenwel nooit minder kan zijn dan 10 werkdagen te rekenen vanaf de beslissing van de commissie.7De commissie garandeert dat een aanvankelijk als « onvoldoende » bevonden plan, bijgestuurd kan worden en éénmaal opnieuw mag worden ingediend binnen een door haar vooropgestelde termijn, die evenwel nooit minder kan zijn dan 10 werkdagen te rekenen vanaf de beslissing van de commissie.
+5 −5 codex-secundair-onderwijs/art. 256
21° die hun studies volbracht hebben overeenkomstig de wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen;21° die hun studies volbracht hebben overeenkomstig de wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen;
32° die houder zijn van :32° die houder zijn van :
4a) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school, door Syntra Vlaanderen in de leertijd, of door de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap en die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs en het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs met vrucht volbracht hebben;4a) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school, door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding in de leertijd, of door de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap en die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs en het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs met vrucht volbracht hebben;
5b) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school , door Syntra Vlaanderen in de leertijd, of door de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap en die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen, technisch, kunst- of beroepssecundair onderwijs en het tweede en het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht volbracht hebben;5b) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school , door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding in de leertijd, of door de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap en die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen, technisch, kunst- of beroepssecundair onderwijs en het tweede en het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht volbracht hebben;
6c) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school , door Syntra Vlaanderen in de leertijd, of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, en die het eerste en tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs met vrucht volbracht hebben;6c) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school , door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding in de leertijd, of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, en die het eerste en tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs met vrucht volbracht hebben;
7d) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school, door Syntra Vlaanderen in de leertijd, of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, en die het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en het eerste leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs met vrucht volbracht hebben;7d) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school, door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding in de leertijd, of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, en die het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en het eerste leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs met vrucht volbracht hebben;
8e) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school, door Syntra Vlaanderen in de leertijd, of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, en die het hoger beroepsonderwijs van het secundair onderwijs met vrucht volbracht hebben.8e) een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school, door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding in de leertijd, of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, en die het hoger beroepsonderwijs van het secundair onderwijs met vrucht volbracht hebben.
9§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt met het diploma van secundair onderwijs gelijkgesteld :9§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt met het diploma van secundair onderwijs gelijkgesteld :
101° het getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs;101° het getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs;
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/7
1§ 1. In afwachting van de progressieve uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs vanaf 1 september 2019, zijn de duale structuuronderdelen ingericht volgens standaardtrajecten.1§ 1. In afwachting van de progressieve uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs vanaf 1 september 2019, zijn de duale structuuronderdelen ingericht volgens standaardtrajecten.
2§ 2. Voor elk duaal structuuronderdeel wordt één standaardtraject ontwikkeld, gebaseerd op een of meerdere beroepskwalificaties of één of meerdere deelkwalificaties, onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap in overleg met de betrokken sector, het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs, een afvaardiging van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Standaardtrajecten worden door de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.2§ 2. Voor elk duaal structuuronderdeel wordt één standaardtraject ontwikkeld, gebaseerd op een of meerdere beroepskwalificaties of één of meerdere deelkwalificaties, onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap in overleg met de betrokken sector, het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs, een afvaardiging van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, het Departement Werk en Sociale Economie en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Standaardtrajecten worden door de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.
3Een standaardtraject bevat in elk geval:3Een standaardtraject bevat in elk geval:
41° de reguliere opleidingsduur uitgedrukt in jaren of semesters;41° de reguliere opleidingsduur uitgedrukt in jaren of semesters;
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/20
1Het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen staat als regisseur van de werkplekcomponent in voor de uitbouw en het beheer van een duurzaam netwerk van erkende leerondernemingen.1Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren staat als regisseur van de werkplekcomponent in voor de uitbouw en het beheer van een duurzaam netwerk van erkende leerondernemingen.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/21
1De aanbieder duaal leren en de leerling kiezen samen een geschikte werkplek. Ze kunnen daarbij een beroep doen op de sector of het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen.1De aanbieder duaal leren en de leerling kiezen samen een geschikte werkplek. Ze kunnen daarbij een beroep doen op de sector of het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.
2Tussen de onderneming of de vertegenwoordiger van de onderneming en de leerling vindt een intakegesprek plaats, met het oog op het sluiten van een overeenkomst in het kader van een duaal structuuronderdeel. De leerling kan daarbij ondersteund worden door de trajectbegeleider bij onder andere het intakegesprek, de voorbereiding en de opvolging ervan.2Tussen de onderneming of de vertegenwoordiger van de onderneming en de leerling vindt een intakegesprek plaats, met het oog op het sluiten van een overeenkomst in het kader van een duaal structuuronderdeel. De leerling kan daarbij ondersteund worden door de trajectbegeleider bij onder andere het intakegesprek, de voorbereiding en de opvolging ervan.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/30
1Het kwaliteitstoezicht op duale structuuronderdelen verloopt conform de bepalingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.1Het kwaliteitstoezicht op duale structuuronderdelen verloopt conform de bepalingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
2Onverminderd het eerste lid, wordt voor duale structuuronderdelen het kwaliteitstoezicht gezamenlijk uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op het leertraject. De onderwijsinspectie coördineert het kwaliteitstoezicht op de schoolcomponent. Het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen - wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als extern deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen - coördineert het kwaliteitstoezicht van de werkplekcomponent binnen het leertraject. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht.2Onverminderd het eerste lid, wordt voor duale structuuronderdelen het kwaliteitstoezicht gezamenlijk uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werk en Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op het leertraject. De onderwijsinspectie coördineert het kwaliteitstoezicht op de schoolcomponent. Het Departement Werk en Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als extern deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werk en Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht van de werkplekcomponent binnen het leertraject. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht.
3De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen.3De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen.
4Tussen de onderwijsinspectie en het Vlaams Agentschap voor Ondernemers-vorming - SYNTRA Vlaanderen - wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten.4Tussen de onderwijsinspectie en het Vlaams Agentschap voor Ondernemers-vorming - SYNTRA Vlaanderen - wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/33
76° een afgevaardigde van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn uit het werkingsgebied van het overlegforum in kwestie;76° een afgevaardigde van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn uit het werkingsgebied van het overlegforum in kwestie;
87° een afgevaardigde van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding met kennis van het werkingsgebied van het overlegforum;87° een afgevaardigde van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding met kennis van het werkingsgebied van het overlegforum;
98° een afgevaardigde van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;
98° een afgevaardigde van het Departement Werk en Sociale Economie;
109° een afgevaardigde namens het Departement Onderwijs en Vorming.109° een afgevaardigde namens het Departement Onderwijs en Vorming.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/62
1Voor elk duaal structuuronderdeel wordt één standaardtraject ontwikkeld dat gebaseerd is op een of meerdere beroepskwalificaties, onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en in overleg met de betrokken sector, het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs, een afvaardiging van de centra voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Standaardtrajecten worden op voordracht van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.1Voor elk duaal structuuronderdeel wordt één standaardtraject ontwikkeld dat gebaseerd is op een of meerdere beroepskwalificaties, onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en in overleg met de betrokken sector, het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs, een afvaardiging van de centra voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, het Departement Werk en Sociale Economie en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Standaardtrajecten worden op voordracht van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.
2Een standaardtraject vermeldt in elk geval:2Een standaardtraject vermeldt in elk geval:
31° de reguliere opleidingsduur uitgedrukt in jaren of semesters;31° de reguliere opleidingsduur uitgedrukt in jaren of semesters;
+2 −1 decreet-2004-05-07-1013063/art. 2
1312° persoon met een arbeidshandicap : een persoon met een langdurig en belangrijk probleem van deelname aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure aan de hand waarvan de VDAB bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft;1312° persoon met een arbeidshandicap : een persoon met een langdurig en belangrijk probleem van deelname aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure aan de hand waarvan de VDAB bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft;
1413° leefloongerechtigde: iedere persoon die recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, of die recht heeft op financiële maatschappelijke steun, equivalent aan het leefloon, vermeld in artikel 60, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van de personen voor wie tewerkstelling niet haalbaar is om gezondheids- of billijkheidsredenen.1413° leefloongerechtigde: iedere persoon die recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, of die recht heeft op financiële maatschappelijke steun, equivalent aan het leefloon, vermeld in artikel 60, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van de personen voor wie tewerkstelling niet haalbaar is om gezondheids- of billijkheidsredenen.
1514° persoon op beroepsactieve leeftijd: alle personen tussen vijftien jaar en de pensioengerechtigde leeftijd die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht, met inbegrip van gepensioneerden die zich vrijwillig inschrijven als werkzoekende.1514° persoon op beroepsactieve leeftijd: alle personen tussen vijftien jaar en de pensioengerechtigde leeftijd die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht, met inbegrip van gepensioneerden die zich vrijwillig inschrijven als werkzoekende;
1615° leertijd: het traject dat bestaat uit een praktijkopleiding in een onderneming, aangevuld met een theoretische opleiding in een erkend centrum als vermeld in artikel 26/2, § 1, 1°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, dat voldoet aan de regels, vermeld in artikel 22/20 tot en met 22/23 van dit decreet.
+13 −1 decreet-2004-05-07-1013063/art. 5
73b) de verhoging van de werkzaamheidsgraad te faciliteren of een duurzame loopbaan te realiseren van de personen op beroepsactieve leeftijd die in het Vlaamse Gewest gedomicilieerd zijn;73b) de verhoging van de werkzaamheidsgraad te faciliteren of een duurzame loopbaan te realiseren van de personen op beroepsactieve leeftijd die in het Vlaamse Gewest gedomicilieerd zijn;
74c) transparante en betrouwbare arbeidsmarktinformatie te verschaffen;74c) transparante en betrouwbare arbeidsmarktinformatie te verschaffen;
75d) in een relevant aanbod op maat voor werkgevers en personen te kunnen voorzien.75d) in een relevant aanbod op maat voor werkgevers en personen te kunnen voorzien;
7615° taken in het kader van de leertijd:
77a) het bereik, de effectiviteit en de kwaliteit van de leertijd periodiek evalueren, monitoren, auditen en bijsturen;
78b) de trajecten en modules controleren. Die controle gebeurt met het oog op:
791) de kwaliteit en het financieel correcte verloop van de leertijd;
802) de conformiteit met de reglementering;
81c) de nodige instrumenten en procedures voor kennisborging en verspreiding opzetten;
82d) de voorwaarden en de criteria vastleggen waaraan de kwaliteitssystemen binnen de leertijd moeten voldoen;
83e) controleren of voor het uitreiken van studiebewijzen leertijd voldaan is aan alle voorwaarden, vermeld in hoofdstuk III van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;
84f) het algemeen pedagogisch didactisch toezicht uitoefenen op de uitvoering van de overeenkomsten in de leertijd;
85g) de financiering van de leertijd.
86De Vlaamse Regering bepaalt wie verantwoordelijk is voor de uitbetaling, de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd;
87h) een beleid binnen de leertijd voor de inbedding van doel- en kansengroepen ontwikkelen en coördineren.
76De Vlaamse Regering bepaalt de verschillende categorieën van de doelgroep, vermeld in het eerste lid, 12°, a).88De Vlaamse Regering bepaalt de verschillende categorieën van de doelgroep, vermeld in het eerste lid, 12°, a).
77§ 2. De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen betreffende de in artikel 5, § 1, vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de taken van het agentschap verder worden gepreciseerd en/of geconcretiseerd.89§ 2. De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen betreffende de in artikel 5, § 1, vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de taken van het agentschap verder worden gepreciseerd en/of geconcretiseerd.
+1 −1 decreet-2004-05-07-1013063/art. 22/16
1De VDAB kan stages inzetten voor werkzoekenden om competenties aan te leren en toe te passen, waardoor de afstand tot de arbeidsmarkt wordt verkleind.1De VDAB kan stages inzetten voor werkzoekenden om competenties aan te leren en toe te passen, waardoor de afstand tot de arbeidsmarkt wordt verkleind.
2De bepalingen van deze afdeling zijn alleen van toepassing op de stagevormen die georganiseerd worden of erkend zijn door de VDAB. Deze bepalingen zijn onder meer niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde stages, studies, leertijd of opleidingen in het kader van onderwijs, centra voor deeltijdse vorming en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en op het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming Syntra Vlaanderen.2De bepalingen van deze afdeling zijn alleen van toepassing op de stagevormen die georganiseerd worden of erkend zijn door de VDAB. Deze bepalingen zijn onder meer niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde stages, studies, leertijd of opleidingen in het kader van onderwijs, centra voor deeltijdse vorming en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.
3De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de vormen, de voorwaarden en de nadere regels voor stages die ze organiseert. De Vlaamse Regering kan ook na advies van de raad van bestuur van de VDAB de regels voor aanvragen van stages en voor overeenkomsten in het kader daarvan bepalen, alsook de nadere regels voor de schorsing, stopzetting of verlenging van stages.3De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de vormen, de voorwaarden en de nadere regels voor stages die ze organiseert. De Vlaamse Regering kan ook na advies van de raad van bestuur van de VDAB de regels voor aanvragen van stages en voor overeenkomsten in het kader daarvan bepalen, alsook de nadere regels voor de schorsing, stopzetting of verlenging van stages.
+3 −0 decreet-2004-05-07-1013063/art. 22/20 nieuw
1De leertijd bestaat uit een praktijkopleiding in een onderneming, aangevuld met een theoretische vorming in een erkend centrum als vermeld in artikel 26/2, § 1, 1°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid.
2De theoretische vorming omvat een algemene vorming en een beroepsgerichte vorming. Er kunnen ook aanvullende taalcursussen worden verstrekt.
3Praktijkopleiding en aanvullende theoretische vorming zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en beantwoorden aan de bepalingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
+1 −0 decreet-2004-05-07-1013063/art. 22/21 nieuw
1De praktijkopleiding in de leertijd omvat het sluiten van een overeenkomst als vermeld in artikel 3 van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.
+19 −0 decreet-2004-05-07-1013063/art. 22/22 nieuw
1De erkende centra, vermeld in artikel 22/20, eerste lid, organiseren de theoretische vorming en de taalcursussen.
2Aan een centrum kan de VDAB conform de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, en conform eventuele bijkomende voorwaarden opgenomen in het ondernemingsplan, de volgende subsidies en financiële compensaties toekennen:
31° een subsidie voor de leertijd;
42° een subsidie of financiële compensatie voor de huur, het verwerven, de nieuwbouw, het eigenaarsonderhoud en de uitrusting van gebouwen conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt;
53° een subsidie of financiële compensatie voor innovatie en productontwikkeling conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt;
64° een subsidie of financiële compensatie voor projecten in het kader van de uitvoering van het ondernemingsplan conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt;
75° een subsidie voor het doel- en kansengroepenbeleid in de leertijd.
8De subsidies, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, kunnen de volgende vormen aannemen:
91° een productiesubsidie;
102° een effectiviteitssubsidie.
11De subsidies, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden geval per geval toegekend op grond van een ondernemingsplan dat aan de VDAB ter goedkeuring wordt voorgelegd en op grond van de voorwaarden bepaald in het vijfde lid.
12Een centrum als vermeld in het eerste lid komt in aanmerking voor een subsidie als het in het kader van de leertijd:
131° deelneemt aan en samenwerkt binnen een of meer overlegfora als vermeld in artikel 357/32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
142° binnen zijn opdrachten maximale inspanningen levert om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren;
153° deelneemt aan en samenwerkt binnen een lokaal overlegplatform opgericht overeenkomstig deel VIII, hoofdstuk 1, afdeling 2, van het besluit van 28 oktober 2016 betreffende codificatie van sommige bepalingen voor het onderwijs.
16In het vijfde lid, 3°, wordt verstaan onder samenwerken:
171° de gegevens leveren, vermeld in deel VIII, hoofdstuk 1, afdeling 3, van het besluit van 28 oktober 2016 betreffende codificatie van sommige bepalingen voor het onderwijs;
182° de afspraken naleven, vermeld in deel VIII, hoofdstuk 1, afdeling 3, van het besluit van 28 oktober 2016 betreffende codificatie van sommige bepalingen voor het onderwijs.
19De subsidiëring voor de leertijd van een centrum dat niet meer voldoet aan alle subsidiëringsvoorwaarden, wordt door de VDAB volledig of gedeeltelijk ingehouden. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begroting, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, kan de inhouding ook op voorstel van de onderwijsinspectie als het gaat om de voorwaarden, vermeld in het vijfde lid. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen voor die inhouding en regelt de beroepsprocedure.
+1 −0 decreet-2004-05-07-1013063/art. 22/23 nieuw
1De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de erkenning van de studiebewijzen in verband met de leertijd.
+2 −0 decreet-2004-05-07-1013063/art. 23/1 nieuw
1Met behoud van de toepassing van de geldende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van het toezicht op de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 6, en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet, uitgeoefend door het Departement Werk en Sociale Economie.
2De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten en verdere regels van het toezicht en de kwaliteit.
+1 −1 decreet-2013-06-07/art. 2
9a) het centrum, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;9a) het centrum, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
10b) een talencentrum, opgericht door een universiteit als bedoeld in artikel 4 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;10b) een talencentrum, opgericht door een universiteit als bedoeld in artikel 4 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;
11c) een erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine of middelgrote ondernemingen als vermeld in artikel 36 tot en met 38 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap ``Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen'';11c) een erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine of middelgrote ondernemingen als vermeld in artikel 26/2 van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
12d) een centrum voor beroepsopleiding als vermeld in artikel 64 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.12d) een centrum voor beroepsopleiding als vermeld in artikel 64 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.
135° ...;135° ...;
+1 −1 decreet-2013-06-07/art. 46/3
74° met het oog op de taken, vermeld in punt 1°, 2°, 2° /1, 3° en 3° /1, organiseert het EVA, op structurele basis:74° met het oog op de taken, vermeld in punt 1°, 2°, 2° /1, 3° en 3° /1, organiseert het EVA, op structurele basis:
8a) regionaal overleg met de centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°. Het regionaal overleg keurt het plan, vermeld in punt 2° /1, goed;8a) regionaal overleg met de centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°. Het regionaal overleg keurt het plan, vermeld in punt 2° /1, goed;
9b) overleg op Vlaams niveau met de onderwijsverstrekkers, de Federatie voor Basiseducatie, de centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), de VDAB, Syntra Vlaanderen, het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, en het departement of intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 16, § 4. Dat overleg keurt het ontwerp van het Vlaams Afsprakenkader NT2 en de actualisering ervan, vermeld in punt 3° /1, goed.9b) overleg op Vlaams niveau met de onderwijsverstrekkers, de Federatie voor Basiseducatie, de centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), de VDAB, Agentschap voor Innoveren en Ondernemen, het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, en het departement of intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 16, § 4. Dat overleg keurt het ontwerp van het Vlaams Afsprakenkader NT2 en de actualisering ervan, vermeld in punt 3° /1, goed.
10De Vlaamse Regering kan de nadere modaliteiten bepalen over de organisatie van het regionaal overleg en het overleg op Vlaams niveau.10De Vlaamse Regering kan de nadere modaliteiten bepalen over de organisatie van het regionaal overleg en het overleg op Vlaams niveau.
11De pedagogische begeleidingsdiensten, vermeld in artikel 14 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 44 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, voorzien samen in een ondersteuningsaanbod voor lesgevers Nederlands als tweede taal. Het voorstel van ondersteuningsaanbod wordt besproken op het regionaal overleg, vermeld in het eerste lid, 4°, a).11De pedagogische begeleidingsdiensten, vermeld in artikel 14 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 44 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, voorzien samen in een ondersteuningsaanbod voor lesgevers Nederlands als tweede taal. Het voorstel van ondersteuningsaanbod wordt besproken op het regionaal overleg, vermeld in het eerste lid, 4°, a).
+1 −1 decreet-2008-07-10/art. 2
1Dit decreet is van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en op het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen.1Dit decreet is van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en op de VDAB.
+3 −3 decreet-2008-07-10/art. 3
21b) beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en;21b) beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en;
22c) persoonlijke en externe factoren;22c) persoonlijke en externe factoren;
238° leertijd: de opleiding als vermeld in artikel 26, 1°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;238° leertijd: de opleiding, vermeld in artikel 2, 15°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
249° lokaal comité : het voor arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden bevoegde lokale overlegorgaan of onderhandelingsorgaan;249° lokaal comité : het voor arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden bevoegde lokale overlegorgaan of onderhandelingsorgaan;
2510° module : het kleinste te certificeren deel van een opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud;2510° module : het kleinste te certificeren deel van een opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud;
2610° bis NAFT: NAFT zoals bepaald in de vigerende decreet- en regelgeving op de bijzondere jeugdbijstand en de integrale jeugdhulp;2610° bis NAFT: NAFT zoals bepaald in de vigerende decreet- en regelgeving op de bijzondere jeugdbijstand en de integrale jeugdhulp;
2710° ter ondernemersopleiding : de opleiding als vermeld in artikelen 26, 2°, en 31, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;
2710° ter ...;
2811° onthaalonderwijs : een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers voorbereidt op betere doorstroming naar arbeidsdeelname. Dit onderwijsaanbod is gericht op taalvaardigheid, inburgering en zelfredzaamheid. De Vlaamse Regering bakent de doelgroep af, ten minste rekening houdend met de criteria `leeftijd', `taalkennis Nederlands' en `duurtijd van de aanwezigheid op het Belgische grondgebied' van de anderstalige nieuwkomers.;2811° onthaalonderwijs : een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers voorbereidt op betere doorstroming naar arbeidsdeelname. Dit onderwijsaanbod is gericht op taalvaardigheid, inburgering en zelfredzaamheid. De Vlaamse Regering bakent de doelgroep af, ten minste rekening houdend met de criteria `leeftijd', `taalkennis Nederlands' en `duurtijd van de aanwezigheid op het Belgische grondgebied' van de anderstalige nieuwkomers.;
2912° ...;2912° ...;
37d) waarbij effectieve arbeid wordt verricht die aansluit bij de gevolgde opleiding;37d) waarbij effectieve arbeid wordt verricht die aansluit bij de gevolgde opleiding;
38e) met de bedoeling beroepservaring op te doen.38e) met de bedoeling beroepservaring op te doen.
3915° Syntra Vlaanderen : het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen als vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;
3915° ...;
4016° trajectbegeleider: het aangewezen personeelslid dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs belast is met trajectbegeleiding; de gemandateerde persoon die in het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen belast is met trajectbegeleiding;4016° trajectbegeleider: het aangewezen personeelslid dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs belast is met trajectbegeleiding; de gemandateerde persoon die in het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen belast is met trajectbegeleiding;
4117° ...;4117° ...;
+3 −2 decreet-2008-07-10/art. 15
1Voor de erkenning, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 37 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zijn vervuld.1Voor de erkenning, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 26/2, § 5, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, zijn vervuld.
2Als aan die voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van een college dat voor de helft is samengesteld uit leden van de onderwijsinspectie en voor de helft uit personeelsleden van Syntra Vlaanderen, de erkenning binnen de leertijd van een centrum of een opleiding ervan al dan niet geleidelijk opheffen. Zij kan evenwel de opheffing van de erkenning ook beperken tot de al dan niet geleidelijke opheffing van de bevoegdheid om eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken.2Als aan die voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van een college dat voor de helft is samengesteld uit leden van de onderwijsinspectie en voor de helft uit personeelsleden van het Departement Werk en Sociale Economie, de erkenning binnen de leertijd van een centrum of een opleiding ervan al dan niet geleidelijk opheffen. Zij kan evenwel de opheffing van de erkenning ook beperken tot de al dan niet geleidelijke opheffing van de bevoegdheid om eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken.
3In het tweede lid wordt verstaan onder het Departement Werk en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
3De Vlaamse Regering legt de aanvullende bepalingen vast over de werking en de organisatie van dat college, wijst de leden ervan aan en regelt de beroepsprocedure.4De Vlaamse Regering legt de aanvullende bepalingen vast over de werking en de organisatie van dat college, wijst de leden ervan aan en regelt de beroepsprocedure.
+2 −2 decreet-2008-07-10/art. 16
1Voor de subsidiëring, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 38 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zijn vervuld.1Voor de subsidiëring, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 22/22 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", zijn vervuld.
2Met behoud van de erkenning wordt de subsidiëring, binnen de leertijd, van een centrum dat niet meer voldoet aan alle subsidiëringsvoorwaarden of een opleiding ervan die niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door Syntra Vlaanderen geheel of gedeeltelijk ingehouden.2Met behoud van de erkenning wordt de subsidiëring, binnen de leertijd, van een centrum dat niet meer voldoet aan alle subsidiëringsvoorwaarden of een opleiding ervan die niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door de VDAB geheel of gedeeltelijk ingehouden.
+2 −2 decreet-2008-07-10/art. 23
42° deskundigen in de beroepswereld, intern of extern aan de opleidingensector.42° deskundigen in de beroepswereld, intern of extern aan de opleidingensector.
5De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap stelt de commissie samen en neemt het voorzitterschap ervan waar.5De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap stelt de commissie samen en neemt het voorzitterschap ervan waar.
6De conclusies van de commissie worden voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs ter advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad en voor de leertijd aan de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen.6De conclusies van de commissie worden voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs ter advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad en voor de leertijd aan de raad van bestuur van de VDAB.
7Op basis van de conclusies van de commissie en het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, respectievelijk de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen, neemt de Vlaamse Regering een beslissing.7Op basis van de conclusies van de commissie en het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, respectievelijk de raad van bestuur van de VDAB, neemt de Vlaamse Regering een beslissing.
+2 −2 decreet-2008-07-10/art. 24
2De Vlaamse Regering kan daartoe, al dan niet in het kader van de screening als vermeld in artikel 23, § 1, zelf het initiatief nemen of ze kan onderbouwde voorstellen in overweging nemen die door opleidingsverstrekkers of derden worden ingediend.2De Vlaamse Regering kan daartoe, al dan niet in het kader van de screening als vermeld in artikel 23, § 1, zelf het initiatief nemen of ze kan onderbouwde voorstellen in overweging nemen die door opleidingsverstrekkers of derden worden ingediend.
3§ 2. Een initiatief tot of een voorstel van nieuwe opleiding wordt voorgelegd aan de commissie als vermeld in artikel 23, § 2. De commissie onderzoekt het voorstel ten minste op volledigheid, correctheid en actualiteitswaarde, en formuleert conclusies.3§ 2. Een initiatief tot of een voorstel van nieuwe opleiding wordt voorgelegd aan de commissie als vermeld in artikel 23, § 2. De commissie onderzoekt het voorstel ten minste op volledigheid, correctheid en actualiteitswaarde, en formuleert conclusies.
4Het oorspronkelijke initiatief of voorstel en de conclusies van de commissie worden ter advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad, aan de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen of aan beide, afhankelijk van waar de opleiding wordt ondergebracht.4Het oorspronkelijke initiatief of voorstel en de conclusies van de commissie worden ter advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad, aan de raad van bestuur van de VDAB of aan beide, afhankelijk van waar de opleiding wordt ondergebracht.
5Op basis van de conclusies van de commissie en het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, respectievelijk de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen of beide, neemt de Vlaamse Regering een beslissing.5Op basis van de conclusies van de commissie en het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, respectievelijk de raad van bestuur van de VDAB of beide, neemt de Vlaamse Regering een beslissing.
6De Vlaamse Regering legt de termijnen vast met betrekking tot de indienings- en adviseringsprocedure.6De Vlaamse Regering legt de termijnen vast met betrekking tot de indienings- en adviseringsprocedure.
+2 −2 decreet-2008-07-10/art. 31
1§ 1. De leertijd bestaat uit een praktijkopleiding in een onderneming, aangevuld met een theoretische vorming in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen. Praktijkopleiding en aanvullende theoretische vorming zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De praktijkopleiding staat gelijk met de component werkplekleren en de theoretische vorming staat gelijk met de component leren.1§ 1. De leertijd bestaat uit een praktijkopleiding in een onderneming, aangevuld met een theoretische vorming in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen. Praktijkopleiding en aanvullende theoretische vorming zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De praktijkopleiding staat gelijk met de component werkplekleren en de theoretische vorming staat gelijk met de component leren.
2Voor de praktijkopleiding in de leertijd wordt een overeenkomst vermeld in artikel 3 van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen gesloten.2Voor de praktijkopleiding in de leertijd wordt een overeenkomst vermeld in artikel 3 van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen gesloten.
3De theoretische vorming in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt verstrekt gedurende ten minste 30 weken per schooljaar naar rata van minimaal 8 wekelijkse uren, waaronder minimaal 4 uren algemene vorming en minimaal 4 uren beroepsgerichte vorming. De raad van bestuur van Syntra Vlaanderen kan voor bijzondere gevallen beslissen om een opleiding in een ander week- of jaarritme te organiseren op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan het totale aantal uren op jaarbasis.3De theoretische vorming in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt verstrekt gedurende ten minste 30 weken per schooljaar naar rata van minimaal 8 wekelijkse uren, waaronder minimaal 4 uren algemene vorming en minimaal 4 uren beroepsgerichte vorming. Het centrumbestuur kan voor bijzondere gevallen beslissen om een opleiding in een ander week- of jaarritme te organiseren op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan het totale aantal uren op jaarbasis.
4Vanaf het schooljaar dat begint in het kalenderjaar waarin de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt, kan Syntra Vlaanderen de jongere vrijstellen van de algemene vorming.4Vanaf het schooljaar dat begint in het kalenderjaar waarin de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt, kan de klassenraad de jongere vrijstellen van de algemene vorming.
5Bij de organisatie van de leertijd werkt een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding en de betrokken personen en doet in het bijzonder voor jongeren met specifieke onderwijsbehoeften gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen naargelang de noden van de jongere. De specifieke onderwijsbehoeften van jongeren en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal.5Bij de organisatie van de leertijd werkt een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding en de betrokken personen en doet in het bijzonder voor jongeren met specifieke onderwijsbehoeften gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen naargelang de noden van de jongere. De specifieke onderwijsbehoeften van jongeren en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal.
6§ 2. Voor de organisatie van de beroepsgerichte vorming en de algemene vorming en van activiteiten ter ondersteuning van de beroepsgerichte vorming en de algemene vorming kan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen samenwerken met andere centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, met centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, met centra voor volwassenenonderwijs of met instellingen voor voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs.6§ 2. Voor de organisatie van de beroepsgerichte vorming en de algemene vorming en van activiteiten ter ondersteuning van de beroepsgerichte vorming en de algemene vorming kan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen samenwerken met andere centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, met centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, met centra voor volwassenenonderwijs of met instellingen voor voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs.
+2 −2 decreet-2008-07-10/art. 32
1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt in overleg met de beroepssectoren, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen, welke door de Vlaamse Regering vóór 1 januari 2014 vastgelegde referentiekaders worden opgeheven en door welke beroepskwalificaties ze worden vervangen. Van deze beroepskwalificaties worden, onverkort, de doelen voor de beroepsgerichte vorming van de opleidingen binnen de leertijd afgeleid.1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt in overleg met de beroepssectoren, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de raad van bestuur van de VDAB, welke door de Vlaamse Regering vóór 1 januari 2014 vastgelegde referentiekaders worden opgeheven en door welke beroepskwalificaties ze worden vervangen. Van deze beroepskwalificaties worden, onverkort, de doelen voor de beroepsgerichte vorming van de opleidingen binnen de leertijd afgeleid.
2De doelen waarborgen de toepassing van eventuele Europese, federale of Vlaamse regelgeving inzake beroepsuitoefening.2De doelen waarborgen de toepassing van eventuele Europese, federale of Vlaamse regelgeving inzake beroepsuitoefening.
3Voor een opleiding die zowel in de leertijd als in het deeltijds beroepssecundair onderwijs voorkomt, geldt hetzelfde referentiekader. Als de leertijd en het deeltijds beroepssecundair onderwijs hetzelfde referentiekader hanteren, dan geldt dat vanaf hetzelfde schooljaar.3Voor een opleiding die zowel in de leertijd als in het deeltijds beroepssecundair onderwijs voorkomt, geldt hetzelfde referentiekader. Als de leertijd en het deeltijds beroepssecundair onderwijs hetzelfde referentiekader hanteren, dan geldt dat vanaf hetzelfde schooljaar.
4§ 2. De bepalingen van § 1 gelden niet voor opleidingen binnen de leertijd die door de centra worden georganiseerd in afwachting van het opleidingsaanbod dat tot stand komt na screening als vermeld in artikel 23, § 1. In voorkomend geval worden de door de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen goedgekeurde programma's als referentiekader gehanteerd waarin de minimale leerdoelen en -inhouden van de opleiding in kwestie worden beschreven.4§ 2. De bepalingen van § 1 gelden niet voor opleidingen binnen de leertijd die door de centra worden georganiseerd in afwachting van het opleidingsaanbod dat tot stand komt na screening als vermeld in artikel 23, § 1. In voorkomend geval worden de door de raad van bestuur van de VDAB goedgekeurde programma's als referentiekader gehanteerd waarin de minimale leerdoelen en -inhouden van de opleiding in kwestie worden beschreven.
+1 −4 decreet-2008-07-10/art. 33
1§ 1. Om het studiepeil te waarborgen, en uitsluitend met het oog op de uitreiking in de leertijd van graad- of leerjaargebonden eindstudiebewijzen, identiek aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, zijn de bepalingen over eindtermen en leerplannen als vermeld in artikel 29, van toepassing op de algemene vorming.1Voor de toekenning van graad of leerjaargebonden eindstudiebewijzen, identiek aan die van het voltijds gewoon beroepssecundair onderwijs, zijn op de algemene vorming van de leertijd de bepalingen over eindtermen en op die eind termen gebaseerde leerplannen als vermeld in deel IV, titel 1, hoofdstuk 1, afdeling 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 van toepassing, met uitzondering van de eindtermen en leerplannen die zijn gekoppeld aan het vak lichamelijke opvoeding.
2Dat houdt in dat de algemene vorming wordt verstrekt op basis van enerzijds door de Vlaamse Regering goedgekeurde leerplannen waarin op herkenbare wijze de vakgebonden eindtermen moeten worden opgenomen, en anderzijds, en uiterlijk vanaf het schooljaar 2010-2011, met inachtname van de vakoverschrijdende eindtermen.
3Met vakgebonden eindtermen worden de eindtermen voor de vakken van de basisvorming bedoeld, met uitzondering van het vak lichamelijke opvoeding, van respectievelijk de tweede graad - eerste en tweede leerjaar, de derde graad - eerste en tweede leerjaar, of de derde graad - derde leerjaar, van het voltijds gewoon beroepssecundair onderwijs, naargelang van het geval. Met vakoverschrijdende eindtermen worden de eindtermen bedoeld van respectievelijk de tweede graad of de derde graad van het voltijds gewoon beroepssecundair onderwijs, naargelang van het geval.
4§ 2. Als Syntra Vlaanderen oordeelt dat de eindtermen onvoldoende ruimte laten voor zijn eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of ermee onverzoenbaar zijn, dient het bij de Vlaamse Regering een aanvraag tot afwijking in. In voorkomend geval gelden de afwijkingsvoorwaarden en -procedure die ook van toepassing zijn in het voltijds gewoon secundair onderwijs als vermeld in artikel 147 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs.
+1 −1 decreet-2008-07-10/art. 39
1§ 1. Het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd zijn toegankelijk voor jongeren die enerzijds aan de voltijdse leerplicht hebben voldaan en anderzijds de leeftijd van 25 jaar nog niet hebben bereikt. Ze kunnen worden gevolgd uiterlijk tot het einde van het schooljaar waarin jongeren de leeftijd van 25 jaar bereiken.1§ 1. Het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd zijn toegankelijk voor jongeren die enerzijds aan de voltijdse leerplicht hebben voldaan en anderzijds de leeftijd van 25 jaar nog niet hebben bereikt. Ze kunnen worden gevolgd uiterlijk tot het einde van het schooljaar waarin jongeren de leeftijd van 25 jaar bereiken.
2In afwijking van het voorgaande kan een jongere evenwel bijzondere toelating krijgen om vanaf het begin van het schooljaar waarin hij deeltijds leerplichtig wordt, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd te volgen. Die toelating wordt gegeven door de directie van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs in kwestie of door Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval, op advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de instelling voor voltijds onderwijs waar de jongere de lessen volgt, samenwerkt.2In afwijking van het voorgaande kan een jongere evenwel bijzondere toelating krijgen om vanaf het begin van het schooljaar waarin hij deeltijds leerplichtig wordt, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd te volgen. Die toelating wordt gegeven door de directie van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of door de directie van het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in kwestie op advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de instelling voor voltijds onderwijs waar de jongere de lessen volgt, samenwerkt.
3§ 2. ...3§ 2. ...
+1 −0 decreet-2008-07-10/art. 40
1Een jongere kan niet tot een opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of in de leertijd worden toegelaten als hij al in het bezit is van een eindstudiebewijs van dezelfde opleiding, behaald in het secundair onderwijs, in het volwassenenonderwijs, in de leertijd of in het ondernemerschapstraject.1Een jongere kan niet tot een opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of in de leertijd worden toegelaten als hij al in het bezit is van een eindstudiebewijs van dezelfde opleiding, behaald in het secundair onderwijs, in het volwassenenonderwijs, in de leertijd of in het ondernemerschapstraject.
2Een jongere kan niet tot een module van een opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs worden toegelaten als hij die module al met vrucht heeft gevolgd in het secundair onderwijs of in het volwassenenonderwijs.2Een jongere kan niet tot een module van een opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs worden toegelaten als hij die module al met vrucht heeft gevolgd in het secundair onderwijs of in het volwassenenonderwijs.
3In het eerste lid wordt verstaan onder het ondernemerschapstraject: een traject als vermeld in artikel 26/2, § 1, 2°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid.
+1 −1 decreet-2008-07-10/art. 43
1In de leertijd kan de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen voor bepaalde opleidingen bijzondere instapvoorwaarden inzake leeftijd of vooropleiding vastleggen.1In de leertijd kan de raad van bestuur van de VDAB voor bepaalde opleidingen bijzondere instapvoorwaarden inzake leeftijd of vooropleiding vastleggen.
+1 −1 decreet-2008-07-10/art. 44
1Rechtstreekse inschrijving in een centrum om aan de component leren te voldoen, is enkel mogelijk in een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of, via de trajectbegeleider Syntra Vlaanderen, in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.1Rechtstreekse inschrijving in een centrum om aan de component leren te voldoen, is enkel mogelijk in een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of, via de trajectbegeleider, in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.
+1 −1 decreet-2008-07-10/art. 61
1Tijdens de periodes dat de jongere de component werkplekleren effectief invult, moet een vertegenwoordiger van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs waar de jongere is ingeschreven of een trajectbegeleider Syntra Vlaanderen bereikbaar zijn. Deze verplichting kan echter geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden. Als de uitvoering van deze bepaling voor personeelsleden verplichtingen met zich meebrengt die er anders niet zouden geweest zijn, moet het centrumbestuur in een passende compensatieregeling voorzien. Deze regeling vergt het uitdrukkelijk, schriftelijk en voorafgaand akkoord van het betrokken personeelslid en wordt desgevallend onderhandeld in het bevoegde lokaal comité.1Tijdens de periodes dat de jongere de component werkplekleren effectief invult, moet een vertegenwoordiger van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs waar de jongere is ingeschreven of een trajectbegeleider in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen bereikbaar zijn. Deze verplichting kan echter geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden. Als de uitvoering van deze bepaling voor personeelsleden verplichtingen met zich meebrengt die er anders niet zouden geweest zijn, moet het centrumbestuur in een passende compensatieregeling voorzien. Deze regeling vergt het uitdrukkelijk, schriftelijk en voorafgaand akkoord van het betrokken personeelslid en wordt desgevallend onderhandeld in het bevoegde lokaal comité.
+1 −1 decreet-2008-07-10/art. 93
1§ 1. De centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden gesubsidieerd op basis van de vigerende regelgeving betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in uitvoering van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zoals gewijzigd.1§ 1. De centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden gesubsidieerd op basis van de vigerende regelgeving betreffende de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in uitvoering van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
2§ 2. ...2§ 2. ...
+1 −1 decreet-2018-12-07/art. I.3
243) ze verlenen advies aan onder meer het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, een Vlaamse minister of de Vlaamse administratie;243) ze verlenen advies aan onder meer het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, een Vlaamse minister of de Vlaamse administratie;
254° Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie:254° Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie:
26a) het Fonds Flankerend Economisch Beleid - Hermes;
26a) het Fonds voor Innoveren en Ondernemen;
27b) het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector - FIVA;27b) het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector - FIVA;
28c) het Fonds Culturele Infrastructuur - FoCI;28c) het Fonds Culturele Infrastructuur - FoCI;
+2 −2 decreet-2009-04-30-1018134/art. 10
1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de prioriteiten inzake het opstellen van beroepskwalificatiedossiers.1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de prioriteiten inzake het opstellen van beroepskwalificatiedossiers.
2§ 2. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering coördineert het opstellen van de beroepskwalificatiedossiers. Bij deze voorbereiding doet de bevoegde dienst een beroep op sectorale en/of interprofessionele sociale partners, VDAB, Syntra Vlaanderen en onafhankelijke experten.2§ 2. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering coördineert het opstellen van de beroepskwalificatiedossiers. Bij deze voorbereiding doet de bevoegde dienst een beroep op sectorale en/of interprofessionele sociale partners, VDAB, Agentschap Innoveren en Ondernemen en onafhankelijke experten.
3§ 3. Een beroepskwalificatiedossier komt in eerste instantie tot stand op basis van één of meerdere beroepscompetentieprofielen die door de sociale partners in de SERV zijn gevalideerd. Bij het ontbreken van beroepscompetentieprofielen komt het dossier tot stand aan de hand van normatieve beroepsreferentiekaders en bij ontstentenis daarvan of ter aanvulling ervan aan de hand van niet-normatieve referentiekaders uit binnen- of buitenland. De competenties worden beschreven zodanig dat een inschaling op basis van descriptorelementen mogelijk is.3§ 3. Een beroepskwalificatiedossier komt in eerste instantie tot stand op basis van één of meerdere beroepscompetentieprofielen die door de sociale partners in de SERV zijn gevalideerd. Bij het ontbreken van beroepscompetentieprofielen komt het dossier tot stand aan de hand van normatieve beroepsreferentiekaders en bij ontstentenis daarvan of ter aanvulling ervan aan de hand van niet-normatieve referentiekaders uit binnen- of buitenland. De competenties worden beschreven zodanig dat een inschaling op basis van descriptorelementen mogelijk is.
4§ 4. Een valideringscommissie bestaande uit interprofessionele sociale partners, VDAB, Syntra Vlaanderen en onafhankelijke experten valideert het beroepskwalificatiedossier. Deze validering bevestigt dat met het geheel van competenties opgenomen in het beroepskwalificatiedossier een beroep kan worden uitgeoefend.4§ 4. Een valideringscommissie bestaande uit interprofessionele sociale partners, VDAB, Agentschap Innoveren en Ondernemen en onafhankelijke experten valideert het beroepskwalificatiedossier. Deze validering bevestigt dat met het geheel van competenties opgenomen in het beroepskwalificatiedossier een beroep kan worden uitgeoefend.
5§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden en voor welke sectoren ze beroepskwalificatiedossiers opstelt voor maatschappelijke rollen gebaseerd op een competentieprofiel.5§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden en voor welke sectoren ze beroepskwalificatiedossiers opstelt voor maatschappelijke rollen gebaseerd op een competentieprofiel.
+2 −2 decreet-2009-04-30-1018134/art. 11
1De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering legt een gevalideerd beroepskwalificatiedossier voor inschaling voor aan een inschalingscommissie.1De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering legt een gevalideerd beroepskwalificatiedossier voor inschaling voor aan een inschalingscommissie.
2Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door de SERV en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen.2Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door de SERV en de andere helft door de Vlor, VDAB en Agentschap Innoveren en Ondernemen.
3Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragraaf 5 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door hetzij een betrokken overheidsinstantie, hetzij een betrokken sector en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen.3Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragraaf 5 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door hetzij een betrokken overheidsinstantie, hetzij een betrokken sector en de andere helft door de Vlor, VDAB en Agentschap Innoveren en Ondernemen.
4Er worden ten minste twee niet-stemgerechtigde onafhankelijke experten door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering aan de inschalingscommissie toegevoegd.4Er worden ten minste twee niet-stemgerechtigde onafhankelijke experten door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering aan de inschalingscommissie toegevoegd.
+6 −3 decreet-2016-06-10/art. 2
1In dit decreet wordt verstaan onder:1In dit decreet wordt verstaan onder:
21° agentschap: het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen";21° Agentschap voor Onderwijsdiensten: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten;
32° alternerende opleiding: elke opleiding van het voltijds secundair onderwijs en van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4, die door de Vlaamse Regering als duaal wordt aangeduid en elke opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en in de leertijd. In dergelijke opleiding worden contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek gecombineerd. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd;32° alternerende opleiding: elke opleiding van het voltijds secundair onderwijs en van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4, die door de Vlaamse Regering als duaal wordt aangeduid en elke opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en in de leertijd. In dergelijke opleiding worden contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek gecombineerd. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd;
42° bis Departement Onderwijs en Vorming: het departement, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
52° ter Departement Werk en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
43° mentor: de persoon die binnen de onderneming aangeduid wordt om de leerling op de werkplek op te leiden en te begeleiden;63° mentor: de persoon die binnen de onderneming aangeduid wordt om de leerling op de werkplek op te leiden en te begeleiden;
54° onderneming: elke natuurlijke persoon, privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die een leerling opleidt met een overeenkomst tot uitvoering van een alternerende opleiding;74° onderneming: elke natuurlijke persoon, privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die een leerling opleidt met een overeenkomst tot uitvoering van een alternerende opleiding;
65° opleidingsplan: een plan dat het individuele leertraject van de leerling bevat;85° opleidingsplan: een plan dat het individuele leertraject van de leerling bevat;
76° opleidingsverstrekker: een opleidings- of onderwijsinstelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap;96° opleidingsverstrekker: een opleidings- of onderwijsinstelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap;
87° sectoraal partnerschap: het orgaan, vermeld in artikel 17 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen";
107° sectoraal partnerschap: het orgaan, vermeld in artikel 2sexies;
98° trajectbegeleider: het gemandateerde personeelslid van een aanbieder duaal leren, dat belast is met de opvolging en begeleiding van de leerling met het oog op de volledige realisatie van het opleidingsplan;118° trajectbegeleider: het gemandateerde personeelslid van een aanbieder duaal leren, dat belast is met de opvolging en begeleiding van de leerling met het oog op de volledige realisatie van het opleidingsplan;
109° trajectbegeleiding: een continu proces van begeleiding en opvolging van de persoonlijke ontwikkeling en de vorming van de leerling zowel tijdens het onderwijs op school als in het centrum, als tijdens de opleiding op de werkplek;129° trajectbegeleiding: een continu proces van begeleiding en opvolging van de persoonlijke ontwikkeling en de vorming van de leerling zowel tijdens het onderwijs op school als in het centrum, als tijdens de opleiding op de werkplek;
1310° Vlaams Partnerschap Duaal Leren: het orgaan, vermeld in artikel 2bis;
1110° Vlaams Partnerschap Duaal Leren: het orgaan, vermeld in artikel 13 tot en met 18 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen";1410° bis Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
1211° werkplek: een reële werkplek of een gesimuleerde werkplek buiten de school. Gesimuleerde werkplekken komen enkel in aanmerking voor zover ze eigen zijn aan de sector of de onderneming en ook door werknemers binnen een sector of onderneming gebruikt dienen te worden.1511° werkplek: een reële werkplek of een gesimuleerde werkplek buiten de school. Gesimuleerde werkplekken komen enkel in aanmerking voor zover ze eigen zijn aan de sector of de onderneming en ook door werknemers binnen een sector of onderneming gebruikt dienen te worden.
+36 −0 decreet-2016-06-10/art. 2bis nieuw
1§ 1. De Vlaamse Regering richt een Vlaams Partnerschap Duaal Leren op.
2§ 2. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren is samengesteld uit de volgende leden:
31° een voorzitter;
42° vier effectieve en vier plaatsvervangende leden, voorgedragen door de representatieve middenstands-, zelfstandigen- en werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
53° vier effectieve en vier plaatsvervangende leden, voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal- Economische Raad van Vlaanderen;
64° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs;
75° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;
86° een vertegenwoordiger van de erkende centra voor de vorming van zelfstandigen en kmo;
97° een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
108° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
119° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming;
1210° een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;
1311° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen.
14In het eerste lid wordt onder het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen verstaan: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen.
15Het secretariaat wordt opgenomen door het Departement Werk en Sociale Economie en het Departement Onderwijs en Vorming.
16De Vlaamse Regering regelt op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, de werking van het secretariaat.
17De instanties, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 11°, duiden een effectieve en een plaatsvervangende vertegenwoordiger aan.
18Met uitzondering van de voorzitter hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht.
19§ 3. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren heeft de volgende opdrachten:
201° een onderneming erkennen of een erkenning opheffen;
212° een onderneming uitsluiten;
223° de uitvoering van de overeenkomst tot uitvoering van een alternerende opleiding wat betreft de opleiding op de werkplek controleren;
234° een jaarlijks monitoringsrapport opmaken over de stand van zaken van het duaal leren in Vlaanderen;
245° de nodige acties nemen om de ondernemingen te informeren over het duaal leren in Vlaanderen;
256° ondernemingen ondersteunen en mobiliseren om het aanbod aan werkplekken kwantitatief en kwalitatief te versterken;
267° advies verlenen over materies die het duaal leren aanbelangen.
27Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan de uitvoering van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, toevertrouwen aan een door de Vlaamse Regering aangewezen dienst. De Vlaamse Regering legt de nadere regels voor die opdrachtbepaling vast.
28§ 4. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren stelt een huishoudelijk reglement op dat minstens de volgende inhoud heeft:
291° de regels voor de bijeenroeping van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren;
302° de regels voor het voorzitterschap van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren bij afwezigheid van de voorzitter;
313° de regels voor de samenwerking tussen het Vlaams Partnerschap Duaal Leren en de sectorale partnerschappen;
324° de regels die het Vlaams Partnerschap Duaal Leren in acht moet nemen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;
335° de regels voor het uitnodigen van experten voor de toelichting van bepaalde agendapunten.
34Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren legt zijn huishoudelijk reglement ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering, die binnen dertig dagen nadat ze het huishoudelijk reglement heeft ontvangen, beslist om het huishoudelijk reglement al of niet goed te keuren.
35Als de Vlaamse Regering beslist het huishoudelijk reglement van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren niet goed te keuren, verricht het Vlaams Partnerschap Duaal Leren de nodige aanpassingen en legt het huishoudelijk reglement opnieuw ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beslist binnen veertien dagen nadat ze het huishoudelijk reglement heeft ontvangen, om het huishoudelijk reglement al of niet goed te keuren.
36De procedure bepaald in het tweede en derde lid is ook van toepassing als het huishoudelijk reglement wordt gewijzigd.
+1 −0 decreet-2016-06-10/art. 2ter nieuw
1Op voordracht van de stemgerechtigde leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren benoemt de Vlaamse Regering de voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.
+2 −0 decreet-2016-06-10/art. 2quater nieuw
1De Vlaamse Regering stelt de voorzitter en de leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, vermeld in artikel 2bis, § 2, eerste lid, 2° en 3°, aan voor een hernieuwbare periode van vijf jaar.
2Als in de loop van de termijn, vermeld in het eerste lid, een mandaat vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering, op voordracht van de organisatie in kwestie, een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan.
+1 −0 decreet-2016-06-10/art. 2quinquies nieuw
1De Vlaamse Regering kan een vergoeding toekennen aan de leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.
+17 −0 decreet-2016-06-10/art. 2sexies nieuw
1Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan voor de uitvoering van zijn opdrachten met betrekking tot de overeenkomsten tot uitvoering van de alternerende opleiding een samenwerkingsakkoord sluiten met een sectoraal partnerschap. Het samenwerkingsakkoord bepaalt de opdrachten van het sectoraal partnerschap.
2Het sectoraal partnerschap is samengesteld uit de volgende leden:
31° minstens drie vertegenwoordigers van de representatieve middenstands-, zelfstandigenen werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
42° minstens drie vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
53° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs;
64° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;
75° een vertegenwoordiger van de erkende centra voor de vorming van zelfstandigen en kmo;
86° een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
97° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming;
108° een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;
119° een secretaris, personeelslid van het Departement Werk en Sociale Economie.
12In afwijking van het tweede lid, 1° en 2°, wordt het sectoraal partnerschap in sectoren zonder representatieve werkgevers en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, samengesteld uit minstens drie vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en minstens drie vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de raad van bestuur van het sectorfonds van de betrokken sector.
13De instanties, vermeld in het tweede lid, duiden hun effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordiger(s) aan.
14De leden, vermeld in het tweede lid, kiezen onder elkaar een voorzitter en een ondervoorzitter, die niet tot dezelfde geleding behoren.
15Met uitzondering van de secretaris hebben alle leden stemrecht.
16Als het samenwerkingsakkoord met het Vlaams Partnerschap Duaal Leren ook de bevoegdheden, vermeld in artikel 2bis, § 3, eerste lid, 1°, 2° en 3°, omvat, hebben, in afwijking van het zesde lid, voor die bevoegdheden alleen de leden, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, stemrecht.
17Het sectoraal partnerschap stelt een huishoudelijk reglement op.
+0 −3 decreet-2016-06-10/art. 8 opgeheven
1Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan voor de uitvoering van zijn opdrachten betreffende de overeenkomsten tot uitvoering van de alternerende opleiding een samenwerkingsakkoord sluiten met een sectoraal partnerschap.
2Het samenwerkingsakkoord bepaalt de opleidingen waarop de samenwerking slaat.
3Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan voor de uitvoering van zijn opdrachten in het kader van de overeenkomsten tot uitvoering van de alternerende opleiding waarvoor geen samenwerkingsakkoord met een sector is gesloten, een delegatie van bevoegdheid verlenen aan personeelsleden van het agentschap.
+2 −2 decreet-2016-06-10/art. 30
1Onverminderd de vigerende decretale en reglementaire bepalingen met betrekking tot het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgeoefend door het agentschap.1Onverminderd de vigerende decretale en reglementaire bepalingen met betrekking tot het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgeoefend door het Departement Werk en Sociale Economie.
2Het agentschap stelt voor de uitoefening van het toezicht een werkingscode op en maakt die bekend bij degenen bij wie toezicht wordt uitgeoefend.2Het Departement Werk en Sociale Economie stelt voor de uitoefening van het toezicht een werkingscode op en maakt die bekend bij degenen bij wie toezicht wordt uitgeoefend.
+29 −28 decreet-2001-12-21/art. 41
1§ 1. Er wordt een Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid opgericht, hierna te noemen het Hermesfonds.1§ 1. Er wordt een Fonds voor Innoveren en Ondernemen opgericht.
2Het Hermesfonds wordt ingesteld bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen.2Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen wordt ingesteld bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
3§ 2. Het Hermesfonds heeft rechtspersoonlijkheid. De bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, die van toepassing zijn op de instellingen van categorie A zijn op het Hermesfonds van toepassing voor- zover er in dit decreet niet wordt van afgeweken.3§ 2. Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen heeft rechtspersoonlijkheid. De bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, die van toepassing zijn op de instellingen van categorie A zijn op het Fonds voor Innoveren en Ondernemen van toepassing voor- zover er in dit decreet niet wordt van afgeweken.
4§ 3. De financiële middelen van het Hermesfonds zijn :4§ 3. De financiële middelen van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen zijn :
51° een jaarlijkse dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap;51° een jaarlijkse dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap;
62° financiële, personele of materiële ondersteuning door openbare besturen of door internationale of supranationale organisaties of organen;62° financiële, personele of materiële ondersteuning door openbare besturen of door internationale of supranationale organisaties of organen;
73° tegemoetkomingen van de europese Unie in uitgaven met betrekking tot de tenuitvoerlegging van europese programma's;73° tegemoetkomingen van de europese Unie in uitgaven met betrekking tot de tenuitvoerlegging van europese programma's;
84° leningen, na machtiging door de Vlaamse Regering;84° leningen, na machtiging door de Vlaamse Regering;
95° de terugbetaling van sommen die voortvloeien uit de uitvoering van de taken van het Hermesfonds;95° de terugbetaling van sommen die voortvloeien uit de uitvoering van de taken van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen;
106° ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot het eigen patrimonium of intellectuele rechten waarvan het Hermesfonds de titularis is;106° ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot het eigen patrimonium of intellectuele rechten waarvan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen de titularis is;
117° toevallige ontvangsten, met inbegrip van schenkingen, legaten en de opbrengst van sponsoring;117° toevallige ontvangsten, met inbegrip van schenkingen, legaten en de opbrengst van sponsoring;
128° alle inkomsten die voortvloeien uit diensten die door het Hermesfonds aan derden worden verstrekt tegen betaling;128° alle inkomsten die voortvloeien uit diensten die door het Fonds voor Innoveren en Ondernemen aan derden worden verstrekt tegen betaling;
139° inkomsten uit eigen participaties, met inbegrip van de verkoop ervan, en uit door het Hermesfonds verstrekte kredieten aan derden;139° inkomsten uit eigen participaties, met inbegrip van de verkoop ervan, en uit door het Fonds voor Innoveren en Ondernemen verstrekte kredieten aan derden;
1410° subsidies waarvoor het Hermesfonds als begunstigde in aanmerking komt;1410° subsidies waarvoor het Fonds voor Innoveren en Ondernemen als begunstigde in aanmerking komt;
1511° inkomsten uit beleggingen;1511° inkomsten uit beleggingen;
1612° andere inkomsten in het kader van de taken van het Hermesfonds;1612° andere inkomsten in het kader van de taken van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen;
1713° inkomsten uit de terbeschikkingstelling aan derden, tegen betaling, van overheidsinformatie die zich tot een dergelijke terbeschikkingstelling leent;1713° inkomsten uit de terbeschikkingstelling aan derden, tegen betaling, van overheidsinformatie die zich tot een dergelijke terbeschikkingstelling leent;
1814° het eventuele saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar op het Hermesfonds;1814° het eventuele saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar op het Fonds voor Innoveren en Ondernemen;
1915° andere inkomsten, na goedkeuring door de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie en het technologisch innovatiebeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen.1915° andere inkomsten, na goedkeuring door de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie en het technologisch innovatiebeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen.
20§ 3bis. Het Hermesfonds neemt de vermogensbestanddelen, rechten en plichten, van het Vlaams Agentschap Ondernemen die in uitvoering van artikel 3 van het decreet van 19 december 2008 houdende diverse maatregelen inzake de ontbinding van het Vlaams Agentschap Ondernemen en houdende de inrichting van een comité voor preventief bedrijfsbeleid door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan het Hermesfonds, over.20§ 3bis. Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen neemt de vermogensbestanddelen, rechten en plichten, van het Vlaams Agentschap Ondernemen die in uitvoering van artikel 3 van het decreet van 19 december 2008 houdende diverse maatregelen inzake de ontbinding van het Vlaams Agentschap Ondernemen en houdende de inrichting van een comité voor preventief bedrijfsbeleid door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, over.
21Het Hermesfonds neemt ook het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, over die ter uitvoering van artikel 4 van het decreet van 20 november 2015 houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van de agentschappen van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan het Hermesfonds21Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen neemt ook het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, over die ter uitvoering van artikel 4 van het decreet van 20 november 2015 houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van de agentschappen van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
22Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen neemt ook het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Agentschap Vlaams Agentschap voor ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen", over die ter uitvoering van artikel 3 van het decreet van 19 juni 2020 tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen", tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam "Hermesfonds" worden toegewezen aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
22De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten worden gevoegd bij het vermogen van het Hermesfonds.23De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten worden gevoegd bij het vermogen van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
23§ 3ter. Het Hermesfonds wordt gemachtigd om een reservefonds aan te leggen.24§ 3ter. Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen wordt gemachtigd om een reservefonds aan te leggen.
24De middelen in het reservefonds mogen worden aangewend voor :25De middelen in het reservefonds mogen worden aangewend voor :
251° de taken die krachtens dit decreet aan het Hermesfonds zijn opgedragen of die door de Vlaamse Regering aan het Hermesfonds of aan het Agentschap Ondernemen worden gegeven;261° de taken die krachtens dit decreet aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen zijn opgedragen of die door de Vlaamse Regering aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen of aan het Agentschap Ondernemen worden gegeven;
262° het verwerven en beheren van patrimonium dat wordt aangewend voor de realisatie van de taken die krachtens dit decreet aan het Hermesfonds zijn opgedragen of die door de Vlaamse Regering aan het Hermesfonds of aan het Agentschap Ondernemen worden gegeven.272° het verwerven en beheren van patrimonium dat wordt aangewend voor de realisatie van de taken die krachtens dit decreet aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen zijn opgedragen of die door de Vlaamse Regering aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen of aan het Agentschap Ondernemen worden gegeven.
27Het reservefonds wordt gestijfd door :28Het reservefonds wordt gestijfd door :
281° de middelen die aan het Hermesfonds worden overgedragen ter uitvoering van § 3bis ;291° de middelen die aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen worden overgedragen ter uitvoering van § 3bis ;
292° de intresten of andere inkomsten uit de middelen, vermeld in punt 1°.302° de intresten of andere inkomsten uit de middelen, vermeld in punt 1°.
30§ 4. Het Hermesfonds neemt de uitgaven voor zijn rekening die voortvloeien uit :31§ 4. Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen neemt de uitgaven voor zijn rekening die voortvloeien uit :
311° de toepassing van de wettelijke en decretale en overige reglementaire bepalingen met betrekking tot het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;321° de toepassing van de wettelijke en decretale en overige reglementaire bepalingen met betrekking tot het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;
322° de studies in verband met het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;332° de studies in verband met het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;
333° de Vlaamse cofinanciering in de uitgaven van europese programma's die aansluiten bij de doelstellingen van het Hermesfonds en het Agentschap Innoveren en Ondernemen;343° de Vlaamse cofinanciering in de uitgaven van europese programma's die aansluiten bij de doelstellingen van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen en het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
344° de bijdragen aan de werking van nationale en internationale organisaties die actief zijn op het vlak van economische ontwikkeling of innovatiebeleid;354° de bijdragen aan de werking van nationale en internationale organisaties die actief zijn op het vlak van economische ontwikkeling of innovatiebeleid;
355° elke andere uitgave die past in het sociaal, economisch, innovatie-, ruimtelijk economischen handelsvestigingenbeleid van de Vlaamse Regering.365° elke andere uitgave die past in het sociaal, economisch, ondernemersvormings-, innovatie-, ruimtelijk economisch, handelsvestigingen- en ondernemingsbeleid van de Vlaamse Regering.
36§ 5. De Vlaamse regering beschikt over de kredieten van het Hermesfonds voor al wat dienen kan in het raam van het sociaal, economisch, innovatie-, ruimtelijk economisch, handelsvestigingen- en ondernemingsbeleid.37§ 5. De Vlaamse regering beschikt over de kredieten van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen voor al wat dienen kan in het raam van het sociaal, economisch, ondernemersvormings-, innovatie-, ruimtelijk economisch, handelsvestigingen- en ondernemingsbeleid.
37§ 6. Het Hermesfonds neemt de op 31 december 2001 uitstaande rechten en plichten ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen over.38§ 6. Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen neemt de op 31 december 2001 uitstaande rechten en plichten ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen over.
38De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten, worden bij de financiële middelen van het Hermesfonds gevoegd.39De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten, worden bij de financiële middelen van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen gevoegd.
39De op 31 december 2001 beschikbare saldi van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen worden overgedragen aan het Hermesfonds.40De op 31 december 2001 beschikbare saldi van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen worden overgedragen aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
40§ 7. Het vastgestelde verschil in de jaarrekening van het Hermesfonds tussen het gecumuleerde bedrijfsresultaat en het gecumuleerde budgettaire resultaat wordt op 1 januari 2016 door een correctieboeking weggewerkt.41§ 7. Het vastgestelde verschil in de jaarrekening van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen tussen het gecumuleerde bedrijfsresultaat en het gecumuleerde budgettaire resultaat wordt op 1 januari 2016 door een correctieboeking weggewerkt.
41De Vlaamse Regering kan de nodige maatregelen nemen om deze bepaling uit te voeren.42De Vlaamse Regering kan de nodige maatregelen nemen om deze bepaling uit te voeren.
42§ 8. ...43§ 8. ...
43§ 9. De Vlaamse Regering regelt de werking en het beheer van het Hermesfonds. Ze stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden van haar diensten ter beschikking van het Hermesfonds en kan, overeenkomstig de ter zake geldende algemene beginselen, sommige van haar bevoegdheden delegeren aan de leidend ambtenaar die zij daartoe aanwijst.44§ 9. De Vlaamse Regering regelt de werking en het beheer van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen. Ze stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden van haar diensten ter beschikking van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen en kan, overeenkomstig de ter zake geldende algemene beginselen, sommige van haar bevoegdheden delegeren aan de leidend ambtenaar die zij daartoe aanwijst.
44§ 10. (niet opgenomen)45§ 10. (niet opgenomen)
45(Heft de artikelen 1 en 2 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 op)46(Heft de artikelen 1 en 2 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 op)
46§ 11. Het Hermesfonds neemt de op 31 december 2015 uitstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen over van het Fonds voor de verwerving, het beheer en de vervreemding van onroerende goederen, opgericht bij het decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010.47§ 11. Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen neemt de op 31 december 2015 uitstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen over van het Fonds voor de verwerving, het beheer en de vervreemding van onroerende goederen, opgericht bij het decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010.
+1 −1 decreet-2001-12-21/art. 41bis
1Het Hermesfonds kan voor de verwezenlijking van zijn doel contracten sluiten in het raam van een aanneming, onderaanneming, tijdelijke vereniging, consortium, en alle andere geschikt bevonden samenwerkingsverbanden, roerende en onroerende goederen verwerven en vervreemden en in het algemeen alle nuttige rechtshandelingen stellen.1Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan voor de verwezenlijking van zijn doel contracten sluiten in het raam van een aanneming, onderaanneming, tijdelijke vereniging, consortium, en alle andere geschikt bevonden samenwerkingsverbanden, roerende en onroerende goederen verwerven en vervreemden en in het algemeen alle nuttige rechtshandelingen stellen.
+27 −27 decreet-2001-12-21/art. 41ter
1§ 1. Bij het Hermesfonds wordt een beslissingscomité opgericht dat bestaat uit twaalf stemgerechtigde leden, natuurlijke personen, waaronder een voorzitter.1§ 1. Bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen wordt een beslissingscomité opgericht dat bestaat uit twaalf stemgerechtigde leden, natuurlijke personen, waaronder een voorzitter.
2§ 2. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de economie of de innovatie :2§ 2. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de economie of de innovatie :
31° aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de van toepassing zijnde europese regelgeving inzake staatssteun en de uitvoeringsbesluiten;31° aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de van toepassing zijnde europese regelgeving inzake staatssteun en de uitvoeringsbesluiten;
14Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder steun verstaan : elke vorm van financiering, met inbegrip van staatssteun. Staatssteun is elke maatregel die voldoet aan alle criteria, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.14Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder steun verstaan : elke vorm van financiering, met inbegrip van staatssteun. Staatssteun is elke maatregel die voldoet aan alle criteria, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.
15Binnen de grenzen bepaald door de Vlaamse Regering staat het beslissingscomité in voor de beslissing over het uitschrijven en bepalen van nadere modaliteiten en criteria van de programma's of combinaties van programma's, de volledige beoordeling en toekenning van de steun en de opvolging ervan.15Binnen de grenzen bepaald door de Vlaamse Regering staat het beslissingscomité in voor de beslissing over het uitschrijven en bepalen van nadere modaliteiten en criteria van de programma's of combinaties van programma's, de volledige beoordeling en toekenning van de steun en de opvolging ervan.
16De Vlaamse Regering bepaalt welke instrumenten met betrekking tot de steunverlening tot de bevoegdheid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds behoren.16De Vlaamse Regering bepaalt welke instrumenten met betrekking tot de steunverlening tot de bevoegdheid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen behoren.
17Het beslissingscomité bij het Hermesfonds is ervoor bevoegd om een beslissing over de toekenning van steun te nemen, ongeacht het bedrag van de toe te kennen steun.17Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen is ervoor bevoegd om een beslissing over de toekenning van steun te nemen, ongeacht het bedrag van de toe te kennen steun.
18§ 3. De Vlaamse Regering benoemt de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds :18§ 3. De Vlaamse Regering benoemt de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen :
191° twee leden worden aangesteld op voordracht van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, vermeld in artikel II.40 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;191° twee leden worden aangesteld op voordracht van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, vermeld in artikel II.40 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
202° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal dat voorgedragen is door de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA);202° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal dat voorgedragen is door de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA);
224° vier leden worden aangesteld uit een dubbeltal, voorgedragen door de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;224° vier leden worden aangesteld uit een dubbeltal, voorgedragen door de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
235° vier leden uit het bedrijfsleven, die vertrouwd zijn met het economisch en het innovatiebeleid.235° vier leden uit het bedrijfsleven, die vertrouwd zijn met het economisch en het innovatiebeleid.
24De leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds worden onder de personen, vermeld in paragraaf 3, door de Vlaamse Regering benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar.24De leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen worden onder de personen, vermeld in paragraaf 3, door de Vlaamse Regering benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar.
25De termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, vangt aan zes maanden na de beëdiging van een nieuwe Vlaamse Regering na algehele vernieuwing van het Vlaams Parlement. Als tussen de beëindiging van twee opeenvolgende regeringen minder of meer dan vijf jaar is verlopen, wordt die termijn overeenkomstig aangepast.25De termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, vangt aan zes maanden na de beëdiging van een nieuwe Vlaamse Regering na algehele vernieuwing van het Vlaams Parlement. Als tussen de beëindiging van twee opeenvolgende regeringen minder of meer dan vijf jaar is verlopen, wordt die termijn overeenkomstig aangepast.
26Als in de loop van de termijn een mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan. In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds van rechtswege verlengd tot wanneer de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds heeft aangesteld.26Als in de loop van de termijn een mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan. In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen van rechtswege verlengd tot wanneer de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen heeft aangesteld.
27De uittredende leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds zijn herbenoembaar.27De uittredende leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen zijn herbenoembaar.
28De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, en de secretaris-generaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie wonen de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds bij met raadgevende stem.28De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, en de secretaris-generaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie wonen de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen bij met raadgevende stem.
29§ 4. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden is het mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds onverenigbaar met :29§ 4. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden is het mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen onverenigbaar met :
301° een mandaat in het europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;301° een mandaat in het europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
312° het ambt van minister of staatssecretaris en de hoedanigheid van kabinetslid van een Vlaams minister;312° het ambt van minister of staatssecretaris en de hoedanigheid van kabinetslid van een Vlaams minister;
323° het ambt van personeelslid van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.323° het ambt van personeelslid van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
33Als een lid niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, beschikt hij over een termijn van drie maanden om de mandaten of functies die tot de onverenigbaarheid aanleiding geven, neer te leggen.33Als een lid niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, beschikt hij over een termijn van drie maanden om de mandaten of functies die tot de onverenigbaarheid aanleiding geven, neer te leggen.
34Als het lid nalaat de onverenigbare mandaten of functies neer te leggen, wordt hij na afloop van de termijn, vermeld in het tweede lid, van rechtswege geacht zijn mandaat in het beslissingscomité bij het Hermesfonds te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen. Hij wordt vervangen conform paragraaf 3, vierde lid.34Als het lid nalaat de onverenigbare mandaten of functies neer te leggen, wordt hij na afloop van de termijn, vermeld in het tweede lid, van rechtswege geacht zijn mandaat in het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen. Hij wordt vervangen conform paragraaf 3, vierde lid.
35De Vlaamse Regering bepaalt een regeling inzake de vergoeding van de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.35De Vlaamse Regering bepaalt een regeling inzake de vergoeding van de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
36§ 5. De leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds kunnen op elk moment worden ontslagen door de Vlaamse Regering, al dan niet op voorstel van de instantie die hen heeft voorgedragen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid.36§ 5. De leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kunnen op elk moment worden ontslagen door de Vlaamse Regering, al dan niet op voorstel van de instantie die hen heeft voorgedragen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid.
37§ 6. De Vlaamse Regering wijst onder de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds een voorzitter aan.37§ 6. De Vlaamse Regering wijst onder de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen een voorzitter aan.
38Het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen is van rechtswege de secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.38Het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen is van rechtswege de secretaris van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
39§ 7. De secretaris van het beslissingscomité, vermeld in paragraaf 6, tweede lid, neemt deel aan alle vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris verzorgt de oproepingsagenda, alsook de voorbereiding van de vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris staat ook in voor het opstellen van de notulen van het beslissingscomité. De secretaris kan zich laten vervangen volgens de regels vastgelegd in het huishoudelijk reglement, vermeld in paragraaf 9. De secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds vertegenwoordigt het Hermesfonds in en buiten rechte.39§ 7. De secretaris van het beslissingscomité, vermeld in paragraaf 6, tweede lid, neemt deel aan alle vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris verzorgt de oproepingsagenda, alsook de voorbereiding van de vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris staat ook in voor het opstellen van de notulen van het beslissingscomité. De secretaris kan zich laten vervangen volgens de regels vastgelegd in het huishoudelijk reglement, vermeld in paragraaf 9. De secretaris van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen vertegenwoordigt het Fonds voor Innoveren en Ondernemen in en buiten rechte.
40§ 8. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan bevoegdheden delegeren aan het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, dit alles met mogelijkheid van verdere delegatie door de leidend ambtenaar.40§ 8. Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan bevoegdheden delegeren aan het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, dit alles met mogelijkheid van verdere delegatie door de leidend ambtenaar.
41De Vlaamse Regering legt de hoogte van het bedrag vast waarboven beslissingen over individuele steundossiers niet kunnen worden gedelegeerd.41De Vlaamse Regering legt de hoogte van het bedrag vast waarboven beslissingen over individuele steundossiers niet kunnen worden gedelegeerd.
42§ 9. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds stelt, met inachtneming van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, een huishoudelijk reglement op waarin het zijn werkwijze nader regelt.42§ 9. Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen stelt, met inachtneming van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, een huishoudelijk reglement op waarin het zijn werkwijze nader regelt.
43Het huishoudelijk reglement regelt in elk geval :43Het huishoudelijk reglement regelt in elk geval :
441° de frequentie en de wijze van bijeenroeping van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds;441° de frequentie en de wijze van bijeenroeping van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen;
452° de inhoud van de oproeping tot de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds;452° de inhoud van de oproeping tot de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen;
463° het aanwezigheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het Hermesfonds geldig kan beraadslagen;463° het aanwezigheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen geldig kan beraadslagen;
474° het gebruik van volmachten als een lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds verhinderd is om deel te nemen aan een vergadering van het beslissingscomité;474° het gebruik van volmachten als een lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen verhinderd is om deel te nemen aan een vergadering van het beslissingscomité;
485° het meerderheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het Hermesfonds geldig beslissingen kan nemen;485° het meerderheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen geldig beslissingen kan nemen;
496° de wijze waarop genotuleerd wordt tijdens de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds en de wijze waarop de notulen bewaard worden;496° de wijze waarop genotuleerd wordt tijdens de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen en de wijze waarop de notulen bewaard worden;
507° de regeling van belangenconflicten die zich kunnen voordoen bij de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.507° de regeling van belangenconflicten die zich kunnen voordoen bij de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
51Na vaststelling van het huishoudelijk reglement, vermeld in het eerste lid, of na een wijziging ervan, legt het beslissingscomité bij het Hermesfonds het huishoudelijk reglement, respectievelijk de aangebrachte wijziging, ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.51Na vaststelling van het huishoudelijk reglement, vermeld in het eerste lid, of na een wijziging ervan, legt het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen het huishoudelijk reglement, respectievelijk de aangebrachte wijziging, ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.
52De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van het huishoudelijk reglement.52De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van het huishoudelijk reglement.
53§ 10. De personeelsleden van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds, de externe deskundigen, alsook alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een steunaanvraag of opvolging ervan, zijn voor de gegevens van of over bedrijven, organisaties, instellingen of personen over vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten, of over hun uitgangspunten of methoden om tot dergelijke vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten te komen, alsook de tijdens de behandeling of opvolging van een aanvraag geformuleerde adviezen, ertoe gehouden om ze :53§ 10. De personeelsleden van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, de externe deskundigen, alsook alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een steunaanvraag of opvolging ervan, zijn voor de gegevens van of over bedrijven, organisaties, instellingen of personen over vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten, of over hun uitgangspunten of methoden om tot dergelijke vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten te komen, alsook de tijdens de behandeling of opvolging van een aanvraag geformuleerde adviezen, ertoe gehouden om ze :
541° strikt vertrouwelijk te behandelen;541° strikt vertrouwelijk te behandelen;
552° alleen mee te delen of te laten meedelen aan derden als dat in het rechtstreekse belang is van de onderneming, de organisatie, de instelling of de persoon die de steunaanvraag doen, of als dat een functioneel onderdeel is van de behandeling van de aanvraag, of van een lopend dossier door het Agentschap Innoveren en Ondernemen;552° alleen mee te delen of te laten meedelen aan derden als dat in het rechtstreekse belang is van de onderneming, de organisatie, de instelling of de persoon die de steunaanvraag doen, of als dat een functioneel onderdeel is van de behandeling van de aanvraag, of van een lopend dossier door het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
563° nooit in eigen voordeel of met het oog op een persoonlijk voordeel te gebruiken of te verspreiden.563° nooit in eigen voordeel of met het oog op een persoonlijk voordeel te gebruiken of te verspreiden.
57De verplichtingen, vermeld in het eerste lid, blijven gelden, ook na het einde van de tewerkstelling bij de Vlaamse overheid of na de aanstelling als lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds of als externe deskundige, of na het einde van de uitoefening van elke andere opdracht op verzoek van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.57De verplichtingen, vermeld in het eerste lid, blijven gelden, ook na het einde van de tewerkstelling bij de Vlaamse overheid of na de aanstelling als lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen of als externe deskundige, of na het einde van de uitoefening van elke andere opdracht op verzoek van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
+10 −10 decreet-2001-12-21/art. 41quater
1§ 1. Het Hermesfonds staat voor de beslissingen die genomen worden door het beslissingscomité bij het Hermesfonds, onder de controlebevoegdheid van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert. Die controle wordt uitgeoefend door een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering, op voordracht van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert.1§ 1. Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen staat voor de beslissingen die genomen worden door het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, onder de controlebevoegdheid van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert. Die controle wordt uitgeoefend door een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering, op voordracht van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert.
2Daarnaast wordt een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, met dezelfde controlefunctie als de regeringsafgevaardigde, vermeld in het eerste lid, inzake alle beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag.2Daarnaast wordt een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, met dezelfde controlefunctie als de regeringsafgevaardigde, vermeld in het eerste lid, inzake alle beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag.
3Als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid, verhinderd zijn, benoemt de Vlaamse Regering een plaatsvervanger op voordracht, naargelang het geval, van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert of van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De plaatsvervangende regeringsafgevaardigde heeft, voor de uitoefening van zijn opdracht, dezelfde bevoegdheden als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering kan op elk moment een plaatsvervangende regeringsafgevaardigde afzetten.3Als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid, verhinderd zijn, benoemt de Vlaamse Regering een plaatsvervanger op voordracht, naargelang het geval, van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert of van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De plaatsvervangende regeringsafgevaardigde heeft, voor de uitoefening van zijn opdracht, dezelfde bevoegdheden als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering kan op elk moment een plaatsvervangende regeringsafgevaardigde afzetten.
5De Vlaamse Regering kan regels vaststellen voor de uitvoering van de opdrachten, de actiemiddelen en het statuut van de regeringsafgevaardigden en de plaatsvervangers.5De Vlaamse Regering kan regels vaststellen voor de uitvoering van de opdrachten, de actiemiddelen en het statuut van de regeringsafgevaardigden en de plaatsvervangers.
6§ 2. De regeringsafgevaardigden waken over de naleving van de wetgeving.6§ 2. De regeringsafgevaardigden waken over de naleving van de wetgeving.
7§ 3. De regeringsafgevaardigden worden uitgenodigd om alle vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds bij te wonen en hebben er een raadgevende stem. De regeringsafgevaardigden ontvangen de volledige agenda van de vergaderingen waarop zij worden uitgenodigd, alsook elk bijbehorend document, uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de vergaderingen, behalve in geval van met redenen omklede buitengewone omstandigheden. De regeringsafgevaardigden ontvangen de notulen van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.7§ 3. De regeringsafgevaardigden worden uitgenodigd om alle vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen bij te wonen en hebben er een raadgevende stem. De regeringsafgevaardigden ontvangen de volledige agenda van de vergaderingen waarop zij worden uitgenodigd, alsook elk bijbehorend document, uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de vergaderingen, behalve in geval van met redenen omklede buitengewone omstandigheden. De regeringsafgevaardigden ontvangen de notulen van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
8De regeringsafgevaardigden kunnen op elk moment ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van het Hermesfonds. De regeringsafgevaardigden kunnen van de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds alle verduidelijkingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun mandaat.8De regeringsafgevaardigden kunnen op elk moment ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen. De regeringsafgevaardigden kunnen van de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen alle verduidelijkingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun mandaat.
9§ 4. Een regeringsafgevaardigde kan binnen een termijn van vier werkdagen beroep aantekenen bij de Vlaamse minister op wiens voordracht hij is aangesteld tegen elke beslissing van het beslissingscomité bij het Hermesfonds die hij strijdig acht met de wetgeving.9§ 4. Een regeringsafgevaardigde kan binnen een termijn van vier werkdagen beroep aantekenen bij de Vlaamse minister op wiens voordracht hij is aangesteld tegen elke beslissing van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen die hij strijdig acht met de wetgeving.
10De termijn om beroep in te stellen tegen een beslissing van het beslissingscomité bij het Hermesfonds gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, als de regeringsafgevaardigde daarop regelmatig was uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop de beslissing aan hem werd betekend of, bij gebrek daaraan, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen.10De termijn om beroep in te stellen tegen een beslissing van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, als de regeringsafgevaardigde daarop regelmatig was uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop de beslissing aan hem werd betekend of, bij gebrek daaraan, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen.
11Het beroep, vermeld in het eerste lid, is opschortend.11Het beroep, vermeld in het eerste lid, is opschortend.
12Elk beroep van een regeringsafgevaardigde wordt dezelfde dag met een aangetekende brief meegedeeld aan de secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds, vermeld in artikel 41ter, § 6, tweede lid, en aan de Vlaamse minister op wiens voordracht de betreffende regeringsafgevaardigde is aangesteld.12Elk beroep van een regeringsafgevaardigde wordt dezelfde dag met een aangetekende brief meegedeeld aan de secretaris van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41ter, § 6, tweede lid, en aan de Vlaamse minister op wiens voordracht de betreffende regeringsafgevaardigde is aangesteld.
13De secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds brengt elk beroep binnen een termijn van twee werkdagen vanaf de ontvangst daarvan schriftelijk, met de elektronische post of elk ander telecommunicatiemiddel dat kan resulteren in een schriftelijk stuk aan de kant van de geadresseerde, ter kennis van de voorzitter en de andere leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.13De secretaris van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen brengt elk beroep binnen een termijn van twee werkdagen vanaf de ontvangst daarvan schriftelijk, met de elektronische post of elk ander telecommunicatiemiddel dat kan resulteren in een schriftelijk stuk aan de kant van de geadresseerde, ter kennis van de voorzitter en de andere leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
14§ 5. Binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, betekent de Vlaamse minister bij wie het beroep werd ingesteld, aan het beslissingscomité bij het Hermesfonds de nietigverklaring van de beslissing.14§ 5. Binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, betekent de Vlaamse minister bij wie het beroep werd ingesteld, aan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen de nietigverklaring van de beslissing.
15§ 6. Elk jaar brengen de regeringsafgevaardigden vóór 1 maart verslag uit bij de Vlaamse minister op wiens voordracht zij zijn aangesteld, over de uitvoering van hun taken.15§ 6. Elk jaar brengen de regeringsafgevaardigden vóór 1 maart verslag uit bij de Vlaamse minister op wiens voordracht zij zijn aangesteld, over de uitvoering van hun taken.
16De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het Hermesfonds, alsook over de werking van het beslissingscomité bij het Hermesfonds. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.16De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, alsook over de werking van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.
17§ 7. Als de naleving van de wet dat vereist, kan de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert, of de regeringsafgevaardigden het beslissingscomité bij het Hermesfonds verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid, binnen de taken van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.17§ 7. Als de naleving van de wet dat vereist, kan de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert, of de regeringsafgevaardigden het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid, binnen de taken van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.
18§ 8. ....18§ 8. ....
+1 −1 decreet-2012-03-16/art. 1
1Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.1Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid, met uitzondering van hoofdstuk 6/1, dat een gemeenschapsaangelegenheid regelt.
+1 −0 decreet-2012-03-16/art. 4
1De cumulatie van steun, zoals vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, ongeacht de bron, hetzij Europees, federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau, en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag niet tot gevolg hebben dat de geldende Europese maximumsteunplafonds worden overschreden.1De cumulatie van steun, zoals vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, ongeacht de bron, hetzij Europees, federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau, en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag niet tot gevolg hebben dat de geldende Europese maximumsteunplafonds worden overschreden.
2De Vlaamse Regering kan een verbod van cumulatie van steun voor dezelfde investeringen of kosten opleggen.2De Vlaamse Regering kan een verbod van cumulatie van steun voor dezelfde investeringen of kosten opleggen.
3Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.
+1 −0 decreet-2012-03-16/art. 5
1Er kan alleen steun worden verleend als die een stimulerend effect heeft. De Vlaamse Regering bepaalt wanneer aan die voorwaarde is voldaan.1Er kan alleen steun worden verleend als die een stimulerend effect heeft. De Vlaamse Regering bepaalt wanneer aan die voorwaarde is voldaan.
2Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.
+1 −0 decreet-2012-03-16/art. 26/1 nieuw
1In dit hoofdstuk wordt verstaan onder departement: het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
+38 −0 decreet-2012-03-16/art. 26/2 nieuw
1§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
21° erkend centrum: een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen dat erkend is conform de voorwaarden, vermeld in paragraaf 5;
32° ondernemerschapstraject: een traject dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3;
43° toegewezen traject: een traject dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 4.
5§ 2. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan erkende centra voor de uitvoering van ondernemerschapstrajecten en toegewezen trajecten onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
6§ 3. Het ondernemerschapstraject, vermeld in paragraaf 2, is een niet-economische dienst van algemeen belang.
7Het ondernemerschapstraject voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
81° het traject leidt naar zelfstandig ondernemerschap, waarin een uitstroom als
9kmo-medewerker mogelijk is;
102° het traject beantwoordt aan een behoefte op de markt;
113° het traject is afgestemd op een sectoraal beroepscompetentieprofiel, het generieke ondernemersprofiel of andere regelgeving waarin competentievereisten zijn opgenomen;
124° het traject verhoogt de kansen op duurzame tewerkstelling en de economische effectiviteit;
135° het traject wordt niet aangeboden door andere private marktspelers of de toegang wordt belemmerd door specifieke drempels, die de toegang tot de opleiding belemmeren.
14De ondernemerschapstrajecten worden alleen door de erkende centra uitgevoerd en kunnen werkplekleren omvatten.
15De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met derde lid, verduidelijken en aanvullen.
16§ 4. Het toegewezen traject, vermeld in paragraaf 2, is een dienst van algemeen economisch belang waarop de richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt van toepassing is.
17Het toegewezen traject heeft als doel de deelnemers sterker in te bedden binnen het ondernemerschap door hen opleidingen aan te bieden of technieken aan te leren om hun ondernemerschapscompetenties te verhogen.
18De toegewezen trajecten kunnen uitgevoerd worden door de erkende centra, de professionele en interprofessionele organisaties of andere private of publieke opleidingsverstrekkers.
19De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met derde lid, verduidelijken en aanvullen.
20§ 5. Een centrum als vermeld in paragraaf 2 kan erkend worden voor het verstrekken van de leertijd, de aanloopstructuuronderdelen, de duale structuuronderdelen en de ondernemerschapstrajecten als het voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
211° het centrum is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk conform het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
222° de algemene vergadering van het centrum is uitsluitend toegankelijk voor alle representatieve middenstands-, zelfstandigenen werkgeversorganisaties die voldoen aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt;
233° de statuten zijn voorafgaandelijk door de Vlaamse Regering goedgekeurd conform de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt;
244° het doel van het centrum is:
25a) het organiseren van leertijd, aanloopstructuuronderdelen, duale structuuronderdelen en ondernemerschapstrajecten;
26b) de pedagogische begeleiding van de cursisten die de door het centrum georganiseerde vorming volgen;
27c) het verlenen aan de Vlaamse Regering en aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen van de medewerking voor bepaalde verwezenlijkingen op het gebied van de opleiding, vorming en begeleiding, met inbegrip van de innovatie en (product)ontwikkeling;
28d) het sluiten van samenwerkingsakkoorden met of het deelnemen in de andere centra of derden met het oog op het optimaal functioneren van een centrum op zich of van de centra als totaliteit;
295° het centrum moet in het kader van de leertijd, de aanloopstructuuronderdelen en de duale structuuronderdelen:
30a) de controle door de onderwijsinspectie mogelijk maken;
31b) beantwoorden aan de bepalingen inzake structuur en organisatie van het onderwijs die bij de Codex Secundair Onderwijs, de decreetgeving op het stelsel van leren en werken en de uitvoeringsreglementering expliciet op, naargelang van het geval, de leertijd, de duale structuuronderdelen of de aanloopstructuuronderdelen, georganiseerd door het centrum, toepasbaar zijn gesteld;
32c) een doeltreffend beleid voeren om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefenen op de naleving van het verbod en overtreders sancties opleggen, conform het eigen sanctiebeleid, vermeld in het centrum of arbeidsreglement;
33d) samenwerkingsafspraken maken met een centrum voor leerlingenbege leiding;
34e) een beleid voor leerlingenbegeleiding voeren.
35De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, verduidelijken en aanvullen.
36De Vlaamse Regering kan, op voorstel van een college, de erkenning voor wat betreft de leertijd van een centrum geleidelijk en volledig of gedeeltelijk opheffen als niet meer wordt voldaan aan de erkenningsvoorwaarden als vermeld in dit artikel. Dat college wordt voor de helft samengesteld uit inspectieleden uit het onderwijs en voor de helft uit inspectieleden van het departement.
37De Vlaamse Regering legt de aanvullende bepalingen vast over de werking en de organisatie van dat college, wijst de leden ervan aan en regelt de beroepsprocedure.
38De Vlaamse Regering vraagt advies aan de raad van bestuur van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding over het voldoen van een centrum aan de erkenningsvoorwaarden die betrekking hebben op de leertijd.
+2 −0 decreet-2012-03-16/art. 26/3 nieuw
1De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van de steun, vermeld in artikel 26/2, § 2.
2Het steunbedrag is afhankelijk van de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
+2 −0 decreet-2012-03-16/art. 26/4 nieuw
1Het departement oefent het toezicht uit op de ondernemerschapstrajecten, vermeld in artikel 26/2, § 2.
2De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten en verdere regels van het toezicht en de sancties.
+1 −0 decreet-2012-03-16/art. 38
2Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet, pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.2Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet, pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.
3De Vlaamse Regering kan op voorwaarde van aanmelding of kennisgeving bij de Europese Commissie steun verlenen aan ondernemingen. Die steun is rechtstreeks gebaseerd op respectievelijk artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en de algemene groepsvrijstellingsverordening, als die steun niet ressorteert onder de categorieën van steun, vermeld in dit decreet.3De Vlaamse Regering kan op voorwaarde van aanmelding of kennisgeving bij de Europese Commissie steun verlenen aan ondernemingen. Die steun is rechtstreeks gebaseerd op respectievelijk artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en de algemene groepsvrijstellingsverordening, als die steun niet ressorteert onder de categorieën van steun, vermeld in dit decreet.
4Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.
+1 −0 decreet-2012-03-16/art. 39
1Met behoud van de toepassing van artikel 15 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof zijn de schuldvorderingen ten aanzien van het Vlaamse Gewest die uit dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan voortvloeien, verjaard en voorgoed ten voordele van het Vlaamse Gewest vervallen als ze niet overgelegd zijn binnen een termijn van twaalf maanden na de beëindiging van het project.1Met behoud van de toepassing van artikel 15 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof zijn de schuldvorderingen ten aanzien van het Vlaamse Gewest die uit dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan voortvloeien, verjaard en voorgoed ten voordele van het Vlaamse Gewest vervallen als ze niet overgelegd zijn binnen een termijn van twaalf maanden na de beëindiging van het project.
2Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.
+1 −0 decreet-2012-03-16/art. 40
2De Vlaamse Regering bepaalt de intrestvoet die in geval van terugvordering verschuldigd is.2De Vlaamse Regering bepaalt de intrestvoet die in geval van terugvordering verschuldigd is.
3De Vlaamse Regering bepaalt de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot terugvordering, zich moeten voordoen, en de termijn waarin ze de steun kan terugvorderen.3De Vlaamse Regering bepaalt de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot terugvordering, zich moeten voordoen, en de termijn waarin ze de steun kan terugvorderen.
4Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.
+1 −1 decreet-2015-11-20/art. 2
32° Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;32° Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;
43° Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek : het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;43° Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek : het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;
54° Hermesfonds : de rechtspersoon Fonds voor het Flankerend Economisch Beleid, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.54° Fonds voor Innoveren en Ondernemen: het fonds, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
+1 −1 decreet-2015-11-20/art. 4
1Onverminderd hoofdstuk 5 is de ontbinding, vermeld in artikel 3, een ontbinding zonder vereffening waarbij het hele vermogen, alle rechten en plichten en alle activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, worden overgedragen aan het Agentschap Ondernemen, met uitzondering van de overdracht van het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten die worden toegewezen aan het Hermesfonds of aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.1Onverminderd hoofdstuk 5 is de ontbinding, vermeld in artikel 3, een ontbinding zonder vereffening waarbij het hele vermogen, alle rechten en plichten en alle activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, worden overgedragen aan het Agentschap Ondernemen, met uitzondering van de overdracht van het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten die worden toegewezen aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen of aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.
+1 −1 decreet-2015-11-20/art. 6
1De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden, de procedure en de gevolgen van de ontbinding zonder vereffening van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en de overdracht van zijn vermogen, zijn rechten en plichten en zijn activiteiten aan het Agentschap Ondernemen, respectievelijk aan het Hermesfonds en aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 4.1De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden, de procedure en de gevolgen van de ontbinding zonder vereffening van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en de overdracht van zijn vermogen, zijn rechten en plichten en zijn activiteiten aan het Agentschap Ondernemen, respectievelijk aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen en aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 4.
2De personeelsleden van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie die van rechtswege overgedragen worden aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen, behouden alle rechten en plichten die ze genoten in het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, met dien verstande dat de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden kan regelen krachtens het decreet van 28 november 2008 tot regeling van de overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid in geval van verschuiving van taken of bevoegdheden.2De personeelsleden van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie die van rechtswege overgedragen worden aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen, behouden alle rechten en plichten die ze genoten in het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, met dien verstande dat de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden kan regelen krachtens het decreet van 28 november 2008 tot regeling van de overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid in geval van verschuiving van taken of bevoegdheden.
3De Vlaamse Regering neemt de nodige maatregelen met het oog op de overgang van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie naar het Agentschap Ondernemen.3De Vlaamse Regering neemt de nodige maatregelen met het oog op de overgang van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie naar het Agentschap Ondernemen.
+1 −1 decreet-2015-11-20/art. 30
1De Vlaamse Regering kan de bestaande decreetsbepalingen waarin de werking van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, van het Agentschap Ondernemen of van het Hermesfonds nader is geregeld, wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet.1De Vlaamse Regering kan de bestaande decreetsbepalingen waarin de werking van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, van het Agentschap Ondernemen of van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen nader is geregeld, wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet.
2De besluiten die krachtens het eerste lid worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben als ze niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen negen maanden na de datum van de inwerkingtreding ervan. De bekrachtiging werkt terug tot die laatste datum.2De besluiten die krachtens het eerste lid worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben als ze niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen negen maanden na de datum van de inwerkingtreding ervan. De bekrachtiging werkt terug tot die laatste datum.
3De bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, vervalt twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens dit artikel zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd, alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.3De bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, vervalt twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens dit artikel zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd, alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
+10 −3 decreet-2015-11-20/art. 32
1§ 1. In de volgende besluiten van de Vlaamse Regering, wordt "IWT" na de inwerkingtreding van dit decreet gelezen als "Agentschap Innoveren en Ondernemen", wordt "raad van bestuur" of "raad van bestuur van het IWT" gelezen als "beslissingscomité bij het Hermesfonds" en wordt "directiecomité" of "directiecomité van het IWT" gelezen als "beslissingscomité bij het Hermesfonds" :- besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2004 houdende de oprichting van een programma voor de bevordering van kennistransfer door instellingen van hoger onderwijs;- besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende de projectmatige financiering van toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector;- besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse innovatiesamenwerkingsverbanden;- besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot regeling van de steun aan projecten van onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen.1§ 1. In de volgende besluiten van de Vlaamse Regering, wordt "IWT" na de inwerkingtreding van dit decreet gelezen als "Agentschap Innoveren en Ondernemen", wordt "raad van bestuur" of "raad van bestuur van het IWT" gelezen als "beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen" en wordt "directiecomité" of "directiecomité van het IWT" gelezen als "beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen" :
2- besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2004 houdende de oprichting van een programma voor de bevordering van kennistransfer door instellingen van hoger onderwijs;
3- besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende de projectmatige financiering van toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector;
4- besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse innovatiesamenwerkingsverbanden;
5- besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot regeling van de steun aan projecten van onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen.
2§ 2. Behoudens de regeling inzake het beheer van de op 1 januari 2016 lopende subsidieovereenkomsten door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie of zijn rechtsopvolger zoals voorzien in artikel 24, § 2, wordt in de hiernavolgende besluiten van de Vlaamse Regering "IWT" na de inwerkingtreding van dit decreet gelezen als "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek" :- besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 tot regeling van de steuntoekenning van doctoraatsbeurzen voor de uitvoering van projecten van strategisch basisonderzoek;- besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen;- besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2006 voor de financiering van toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit.6§ 2. Behoudens de regeling inzake het beheer van de op 1 januari 2016 lopende subsidieovereenkomsten door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie of zijn rechtsopvolger zoals voorzien in artikel 24, § 2, wordt in de hiernavolgende besluiten van de Vlaamse Regering "IWT" na de inwerkingtreding van dit decreet gelezen als "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek" :
7- besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 tot regeling van de steuntoekenning van doctoraatsbeurzen voor de uitvoering van projecten van strategisch basisonderzoek;
8- besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen;
9- besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2006 voor de financiering van toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit.
3§ 3. In afwijking van § 2 kan het beslissingscomité bij het Hermesfonds op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen steun toekennen aan projecten welke geheel of gedeeltelijk bestaan uit basisonderzoek uit te voeren door onderzoekscentra.10§ 3. In afwijking van § 2 kan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen steun toekennen aan projecten welke geheel of gedeeltelijk bestaan uit basisonderzoek uit te voeren door onderzoekscentra.
4§ 4. De §§ 1, 2 en 3 blijven in voege tot aan de aanpassing van de daarin vermelde besluiten, in uitvoering van dit decreet.11§ 4. De §§ 1, 2 en 3 blijven in voege tot aan de aanpassing van de daarin vermelde besluiten, in uitvoering van dit decreet.
+1 −1 decreet-2016-07-15-1027060/art. 21
1§ 1. De opgelegde exclusieve bestuurlijke geldboete en voordeelontneming worden door het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid geïnd en ingevorderd ten voordele van het Hermesfonds. Zij beslissen over de gemotiveerde verzoeken tot kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere procedurele regels voor de behandeling van die verzoeken.1§ 1. De opgelegde exclusieve bestuurlijke geldboete en voordeelontneming worden door het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid geïnd en ingevorderd ten voordele van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen. Zij beslissen over de gemotiveerde verzoeken tot kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere procedurele regels voor de behandeling van die verzoeken.
2§ 2. Bij gebrek aan voldoening van de exclusieve bestuurlijke geldboete en desgevallend voordeelontneming, vermeerderd met de invorderingskosten, wordt door de ambtenaar die belast is met de invordering, een dwangbevel uitgevaardigd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daarvoor is aangewezen door de Vlaamse Regering.2§ 2. Bij gebrek aan voldoening van de exclusieve bestuurlijke geldboete en desgevallend voordeelontneming, vermeerderd met de invorderingskosten, wordt door de ambtenaar die belast is met de invordering, een dwangbevel uitgevaardigd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daarvoor is aangewezen door de Vlaamse Regering.
3De betekening en uitvoering van het dwangbevel geschiedt volgens de procedure die is voorzien in hoofdstuk V van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.3De betekening en uitvoering van het dwangbevel geschiedt volgens de procedure die is voorzien in hoofdstuk V van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd