§ flandrepo
39 regels · van kracht sinds 2 jun 2026
1§1. Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma wordt in aanmerking genomen:
21° voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële bacheloropleidingen (FPi-diploma-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-diploma-banaba);
32° voor de academisch gerichte opleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel);
43° voor de academisch gerichte opleidingen in de universiteiten : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel).
5§2. Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma in aanmerking genomen:
61° voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen: het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma’s in de initiële bachelor-opleidingen (FPi-diploma-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-diploma-banaba), met uitzondering van de uitgereikte diploma’s in de professioneel gerichte kunstopleidingen;
72° voor de kunstopleidingen in de hogescholen: het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma’s in de initiële professioneel gerichte bacheloropleidingen, in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-diploma-banaba);
83° voor de academisch gerichte opleidingen in de universiteiten:
9a) het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma’s in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel);
10b) het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma’s in die initiële bacheloropleidingen waarvoor de desbetreffende universiteit geen onderwijsbevoegdheid heeft voor het aanbieden van de aansluitende masteropleiding.
11§ 2/1. Vanaf het begrotingsjaar 2022 wordt voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma in aanmerking genomen :
121° voor de graduaatsopleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de graduaatsopleidingen (FP1-diploma-initieel);
132° voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële bacheloropleidingen (FPi-diploma-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-diploma-banaba), met uitzondering van de uitgereikte diploma's in de professioneel gerichte kunstopleidingen;
143° voor de kunstopleidingen in de hogescholen : het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële professioneel gerichte bacheloropleidingen, in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel) en in de bachelor-na-bacheloropleidingen (FPi-diploma-banaba);
154° voor de academisch gerichte opleidingen in de universiteiten :
16a) het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in de initiële masteropleidingen (FPi-diploma-initieel);
17b) het aantal financieringspunten, gebaseerd op het aantal uitgereikte diploma's in die initiële bacheloropleidingen waarvoor de desbetreffende universiteit geen onderwijsbevoegdheid heeft voor het aanbieden van de aansluitende masteropleiding.
18§ 2/2. In afwijking van paragraaf 2/1 worden de diploma's van de educatieve masteropleidingen voor kunstvakken in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten niet meegenomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma indien de student reeds in het bezit is van een masterdiploma in hetzelfde studiegebied.
19§3. Het aantal financieringspunten FPi-diploma in het begrotingsjaar t is gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal uitgereikte diploma's per opleiding, zoals bepaald in paragraaf 5, over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 en het overeenkomstige puntengewicht, zoals bepaald in artikel III.19, en een factor 30.
20§4. Vanaf het begrotingsjaar 2014 is het aantal financieringspunten FPi-diploma in het begrotingsjaar t gelijk aan de som van de producten van het gemiddeld aantal uitgereikte diploma’s per opleiding, zoals bepaald in paragraaf 6, over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 en het overeenkomstig puntengewicht, zoals bepaald in artikel III.19, en de doorstroombonus, zoals bepaald in paragraaf 6.
21Vanaf het begrotingsjaar 2014 worden, voor de vaststelling van het aantal financieringspunten FPi-diploma in een instelling, de uitgereikte diploma’s in de academisch gerichte hogeschoolopleidingen die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in een universiteit, geacht behoord te hebben tot de universiteit tijdens de relevante academiejaren, nodig voor de berekening van het vijfjarige gemiddelde.
22In afwijking van het eerste lid is voor de graduaatsopleidingen het aantal financieringspunten FPi-diploma :
231° in het begrotingsjaar 2022 gelijk aan de som van de producten van het aantal uitgereikte diploma's per opleiding, vermeld in paragraaf 5, voor het academiejaar 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19, en de doorstroombonus, vermeld in paragraaf 6;
242° in het begrotingsjaar 2023 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal uitgereikte diploma's per opleiding, vermeld in paragraaf 5, over de academiejaren 2020-2021 en 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19, en de doorstroombonus, vermeld in paragraaf 6;
253° vanaf het begrotingsjaar 2024 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal uitgereikte diploma's per opleiding, vermeld in paragraaf 5, over de academiejaren t-5/t-4 tot en met t-3/t-2, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19, en de doorstroombonus, vermeld in paragraaf 6.
26§ 5. Voor de vaststelling van het aantal uitgereikte diploma's per opleiding komen in aanmerking :
271° voor de berekening van FPi-diploma-initieel :
28a) voor de graduaatsopleidingen in de hogescholen : het aantal uitgereikte graduaatsdiploma's. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 30;
29b) voor de professioneel gerichte opleidingen in de hogescholen : het aantal uitgereikte initiële bachelordiploma's, met uitzondering van de bachelor-diploma's in de professioneel gerichte kunstopleidingen. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 30;
30c) voor de kunstopleidingen in de hogescholen : het aantal uitgereikte professioneel gerichte initiële bachelordiploma's en het aantal uitgereikte initiële masterdiploma's. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 30;
31d) voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten :
321) het aantal uitgereikte initiële bachelordiploma's voor die bachelor-diploma's waarvoor de desbetreffende universiteit geen onderwijsbevoegdheid heeft voor het aanbieden van de aansluitende masteropleiding. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 18;
332) het aantal uitgereikte initiële masterdiploma's. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 30;
342° voor de berekening van FPi-diploma-banaba : het aantal uitgereikte diploma's van bachelor-na-bacheloropleidingen. De doorstroombonus voor deze diploma's is gelijk aan 15.
35§6. Alleen de diploma’s, uitgereikt aan studenten die voor minstens de helft van de studiepunten van de desbetreffende opleiding een creditbewijs ontvangen hebben in de instelling die het diploma uitreikt, worden in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma. Voor deze bepaling worden voor de masteropleidingen die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in een universiteit, de betrokken hogeschool en universiteit als een uitreikende instelling beschouwd.
36In afwijking van de bepaling in het eerste lid komen diploma's van professioneel gerichte bacheloropleidingen, uitgereikt aan studenten die reeds een diploma behaald hebben in het hoger beroepsonderwijs, in aanmerking voor de doorstroombonus van 30 studiepunten, zoals bedoeld in paragraaf 3 van dit artikel.
37De diploma's uitgereikt aan studenten die zich een tweede maal ingeschreven hebben voor een graduaatsopleiding, een bachelor- of masteropleiding en die al in het bezit zijn van een diploma voor die opleiding, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma.
38§7. Het aantal uitgereikte diploma's FPi-diploma-initieel, berekend zoals bepaald in paragraaf 5, aan beurstariefstudenten, aan studenten met een functiebeperking en aan werkstudenten wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5.
39In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt de diplomabonus van de student verhoogd met de helft van die diplomabonus voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd