Decreet tot wijziging van diverse decreten betreffende het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht
18 artikels gewijzigd
| 8 | 8 | De inservicetraining gebeurt in de vorm van een LIO-baan. | |
| 9 | 9 | §4. De LIO-baan voldoet aan al de volgende voorwaarden: | |
| 10 | − | 1° de LIO-baan wordt uitgeoefend in een of meer erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs of de basiseducatie; | |
| 10 | + | 1° de LIO-baan wordt uitgeoefend in een of meer erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, de GI-school, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs of de basiseducatie; | |
| 11 | 11 | 2° de leraar in opleiding is aangesteld in een ambt van het onderwijzend personeel en volgt een lerarenopleiding die opleiding biedt voor hetzelfde onderwijsniveau als waar het ambt wordt uitgeoefend; | |
| 12 | 12 | 3° de leraar in opleiding wordt begeleid door een personeelslid van een of meer onderwijsinstellingen, dat belast is met het mentorschap; | |
| 12 | 12 | - het leerondersteunend personeel; | |
| 13 | 13 | die in het gemeenschapsonderwijs worden tewerkgesteld bij de scholengroep of in de volgende instellingen: | |
| 14 | − | - de scholen van het basisonderwijs, de instellingen van het secundair onderwijsen de academies voor deeltijds kunstonderwijs, in welke vorm ook; | |
| 14 | + | - de scholen van het basisonderwijs, de instellingen van het secundair onderwijs, de GI-school en de academies voor deeltijds kunstonderwijs, in welke vorm ook; | |
| 15 | 15 | - de onderwijsinternaten; | |
| 16 | 16 | - de semi-internaten; | |
| 2 | 2 | 1° de ARGO: de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs bedoeld in het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs; | |
| 3 | 3 | 2° de centrale raad: de raad met die naam bedoeld in artikel 5 van het bijzonder decreet van 19 december 1988; | |
| 4 | − | 3° de instelling: de scholen van het basisonderwijs, de scholen en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs van het secundair onderwijs, de scholengemeenschapsinstellingen de academies voor deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs, de leersteuncentra, de onderwijsinternaten, de semi-internaten, de pedagogische begeleidingsdienst en de centra voor leerlingenbegeleiding en in voorkomend geval hun permanente ondersteuningscel. Voor de personeelsleden die op basis van artikel 32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bij de scholengroep aangesteld zijn, en voor de vastbenoemde personeelsleden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel die bij de scholengroep aangesteld zijn, wordt de scholengroep voor de toepassing van dit decreet beschouwd als een instelling; | |
| 4 | + | 3° de instelling: de scholen van het basisonderwijs, de scholen en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs van het secundair onderwijs, de GI-school, de scholengemeenschapsinstellingen de academies voor deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs, de leersteuncentra, de onderwijsinternaten, de semi-internaten, de pedagogische begeleidingsdienst en de centra voor leerlingenbegeleiding en in voorkomend geval hun permanente ondersteuningscel. Voor de personeelsleden die op basis van artikel 32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bij de scholengroep aangesteld zijn, en voor de vastbenoemde personeelsleden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel die bij de scholengroep aangesteld zijn, wordt de scholengroep voor de toepassing van dit decreet beschouwd als een instelling; | |
| 5 | 5 | 4° het schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar; | |
| 6 | 6 | 5° de titularis: het personeelslid dat in een vacante betrekking vast benoemd, tijdelijk aangesteld of tot de proeftijd toegelaten is, met uitzondering van wie voor een tijd de tijdelijke titularis vervangt; | |
| 39 | 39 | 35° HBO5 : het hoger beroepsonderwijs met kwalificatieniveau 5 in het voltijds secundair onderwijs. | |
| 40 | 40 | 36° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs; | |
| 41 | − | 37° leeftijdsgrens : het einde van het schooljaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. | |
| 41 | + | 37° ... | |
| 42 | 42 | 38° het net : | |
| 43 | 43 | - het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs; | |
| 50 | 50 | 43° regionale ondersteuningscel: de netoverstijgende regionale ondersteuningscel of de regionale ondersteuningscel, vermeld in artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding; | |
| 51 | 51 | 44° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid in het leren beheersen van zijn kerntaken, in het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en in het leren vinden van zijn weg in zijn instelling als werkplek en lerende organisatie; | |
| 52 | − | 45° een leersteuncentrum: een centrum als vermeld in artikel 20, §1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun. | |
| 52 | + | 45° een leersteuncentrum: een centrum als vermeld in artikel 20, §1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun; | |
| 53 | + | 46° GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht. | |
| 1 | 1 | §1. Voor het berekenen van de dienstanciënniteit in het [gemeenschapsonderwijs: | |
| 2 | 2 | a) bestaat het aantal dagen, gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen gerekend van het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden met uitzondering van de zomervakantie, als ze in die activiteitsperiode vallen. Dat aantal wordt vermenigvuldigd met 1,2. | |
| 3 | − | In afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB'sen de semi-internaten het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2. | |
| 3 | + | In afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB's, van de GI-school en de semi-internaten het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2. | |
| 4 | 4 | De dagen, gepresteerd in een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, worden gerekend vanaf het begin tot het einde van een ononderbroken periode van dienstactiviteit, met inbegrip van alle vakantieperioden; | |
| 5 | 5 | b) worden de dagen gepresteerd in een betrekking met onvolledige dienstprestaties, die tenminste de helft bedraagt van het aantal uren vereist voor de betrekking met volledige dienstprestaties, op dezelfde grond in aanmerking genomen als de dagen gepresteerd in een betrekking met volledige dienstprestaties. Het aantal dagen gepresteerd in een betrekking die niet de helft bedraagt van het aantal uren, vereist voor een betrekking met volledige dienstprestaties wordt met de helft verminderd; | |
| 1 | − | De personeelsleden zijn ertoe gehouden het ambtsgeheim te bewaren. De personeelsleden van een CLB zijn er daarnaast toe gehouden het beroepsgeheim te bewaren. | |
| 1 | + | De personeelsleden zijn ertoe gehouden het ambtsgeheim te bewaren. De personeelsleden van een CLB en de GI-school zijn er daarnaast toe gehouden het beroepsgeheim te bewaren. |
| 15 | 15 | h) verlof voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties; | |
| 16 | 16 | i) afwezigheid voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties. | |
| 17 | − | In afwijking van het eerste lid bepaalt de raad van bestuur afzonderlijk voor haar centra voor volwassenenonderwijs, voor haar academies voor deeltijds kunstonderwijs en voor haar leersteuncentra of leersteuncentra als vermeld in artikel 20, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun , jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité welke vacante betrekkingen hij vacant verklaart in respectievelijk de centra voor volwassenenonderwijs, de academies voor deeltijds kunstonderwijs en de leersteuncentra of leersteuncentra als vermeld in artikel 20, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun. De raad van bestuur moet de vacante betrekkingen waarover in het bevoegde lokaal comité geen akkoord wordt bereikt vacant verklaren als het gaat om vacante betrekkingen die gedurende de drie aan het betrokken schooljaar voorafgaande schooljaren ook vacant waren. De raad van bestuur moet alleszins jaarlijks de betrekkingen, vermeld in het eerste lid, 4°,5° en 6°, vacant verklaren. | |
| 17 | + | In afwijking van het eerste lid bepaalt de raad van bestuur afzonderlijk voor zijn centra voor volwassenenonderwijs, voor zijn academies voor deeltijds kunstonderwijs, voor zijn leersteuncentra of de leersteuncentra, vermeld in artikel 20, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun en voor zijn GI-school, jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegde lokale comité welke betrekkingen hij vacant verklaart in die instellingen. De raad van bestuur moet de vacante betrekkingen waarover in het bevoegde lokaal comité geen akkoord wordt bereikt vacant verklaren als het gaat om vacante betrekkingen die gedurende de drie aan het betrokken schooljaar voorafgaande schooljaren ook vacant waren. De raad van bestuur moet alleszins jaarlijks de betrekkingen, vermeld in het eerste lid, 4°,5° en 6°, vacant verklaren. | |
| 18 | 18 | § 2. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt elk schooljaar voor 15 november openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden ingediend. | |
| 19 | 19 | § 3. De Vlaamse Regering kan voor de categorieën van personeelsleden die ze aanwijst, de vaste benoeming afhankelijk maken van een onderwijsopdracht waarvan zij het minimum bepaalt. Bij de vaststelling van deze categorieën zal de Vlaamse Regering zich inzonderheid laten leiden door de situatie op de arbeidsmarkt, door het aantal wegens ontstentenis van betrekking in deze categorie ter beschikking gestelde vastbenoemde personeelsleden en de specifieke kenmerken van sommige ambten, vakken, specialiteiten, opleidingen of modules. | |
| 1 | − | §1. Een personeelslid kan binnen dezelfde scholengroep mits zijn akkoord een nieuwe affectatie krijgen in een vacante betrekking van het ambt waarin het vast benoemd is, voor zover die betrekking, krachtens de reglementering terzake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld. Dat akkoord is niet vereist wanneer de nieuwe affectatie geschiedt binnen een pedagogische entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds uit één instelling met een tweede en derde graad en eventueel het HBO5 van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen. De criteria en modaliteiten van deze affectatie worden onderhandeld in het bevoegde onderhandelingscomité. | |
| 1 | + | §1. Een personeelslid kan binnen dezelfde scholengroep mits zijn akkoord een nieuwe affectatie krijgen in een vacante betrekking van het ambt waarin het vast benoemd is, voor zover die betrekking, krachtens de reglementering terzake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld. Dat akkoord is niet vereist wanneer de nieuwe affectatie geschiedt binnen een pedagogische entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds uit één instelling met een tweede en derde graad en eventueel het HBO5 van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen. De criteria en modaliteiten van deze affectatie worden onderhandeld in het bevoegde onderhandelingscomité. | |
| 2 | 2 | Een personeelslid kan, op zijn verzoek, worden gemuteerd in een vacante betrekking, voorzover die betrekking, krachtens de reglementering terzake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld. | |
| 3 | 3 | De betrekking kan bij wijze van affectatie of mutatie worden toegewezen aan het personeelslid dat in die betrekking werd gereaffecteerd. | |
| 4 | − | §2. Voor de affectatie of mutatie van een leerkracht levensbeschouwelijk onderricht is de instemming vereist van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst, respectievelijk de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer. | |
| 4 | + | §2. Voor de affectatie of mutatie van een leerkracht levensbeschouwelijk onderricht is de instemming vereist van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst, respectievelijk de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer. | |
| 5 | − | §3. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer. | |
| 5 | + | §3. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer. | |
| 6 | 6 | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer. | |
| 7 | − | §4. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer. | |
| 7 | + | §4. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer. | |
| 8 | 8 | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer. | |
| 9 | − | §4bis. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 9 | + | §4bis. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 10 | 10 | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. | |
| 11 | − | § 5. ... | |
| 12 | − | § 6. ... | |
| 13 | − | § 7. ... | |
| 11 | + | §5. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in het wervingsambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het ambt van leraar secundair onderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in dat ambt. | |
| 12 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het wervingsambt van het ondersteunend personeel waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het wervingsambt van affectatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat wervingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het wervingsambt van affectatie. | |
| 13 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van affectatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van affectatie. | |
| 14 | + | §6. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in het wervingsambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een centrum voor volwassenenonderwijs, op diens verzoek op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het ambt van leraar secundair onderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in dat ambt. | |
| 15 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt. Als het personeelslid de mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het wervingsambt van het ondersteunend personeel waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het wervingsambt van mutatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat wervingsambt in een centrum voor volwassenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het wervingsambt van affectatie. | |
| 16 | + | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van mutatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van mutatie. | |
| 17 | + | §7. ... | |
| 14 | − | §8. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buitengewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, mits zijn akkoord, op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 18 | + | §8. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buitengewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, mits zijn akkoord, op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 15 | 19 | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buiten- gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 16 | 20 | Een personeelslid dat niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste hso) wordt geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van administratief medewerker in het basisonderwijs of het secundair onderwijs. Voor het personeelslid blijft de salarisschaal gelden die hem op grond van de reglementering die gold op 31 augustus 2023 werd verleend voor het ambt waarin hij was aangesteld. | |
| 18 | 22 | §9. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een tehuis als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, mits zijn akkoord op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 19 | 23 | In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een tehuis als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt. | |
| 24 | + | §10. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2026 vastbenoemd is in een ambt en werkt in een gemeenschapsinstelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, op diens verzoek op 1 september 2026 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in de GI-school, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid die mutatie opneemt, aanvaardt het personeelslid de salarisschaal die verbonden is aan dat ambt, tenzij het personeelslid een beroep kan doen op een overgangsmaatregel. | |
| 1 | + | Met behoud van de toepassing van het principe dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan de GI-school waar zijn betrekking reglementair wordt opgericht, kan een personeelslid van de GI-school worden ingezet in de GI-school en in alle vestigingsplaatsen van de GI-school. | |
| 2 | + | Bij de toepassing van het eerste lid worden de volgende principes gehanteerd: | |
| 3 | + | 1° de inzetbaarheid van het personeelslid wordt bepaald vanuit diens standplaats; | |
| 4 | + | 2° de standplaats van een personeelslid wordt bepaald in onderling overleg tussen het personeelslid en de directeur. De standplaats kan alleen worden gewijzigd na een nieuw overleg; | |
| 5 | + | 3° de afstand over de openbare weg tussen de standplaats van het personeelslid en de vestigingsplaats, waar het personeelslid bij een wijziging van de opdracht wordt ingezet, mag nooit meer dan 25 kilometer bedragen, behalve in de volgende gevallen: | |
| 6 | + | a) het personeelslid stemt ermee in om over een grotere afstand ingezet te worden; | |
| 7 | + | b) het personeelslid oefent al een opdracht uit in de vestigingsplaats waar de wijziging plaatsvindt. | |
| 8 | + | De bepalingen over de inzetbaarheid en de standplaats, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden, met behoud van de toepassing van artikel 18 en 31, opgenomen in het geschrift waarin de aanstelling wordt vastgesteld, ook in de functiebeschrijving, vermeld in hoofdstuk VIIIbis van dit decreet. |
| 1 | − | [... (opgeh. decr. 18 mei 1999, art. 93, I: 1 september 1999) ] | |
| 1 | + | Elke gemeenschapsinstelling stelt een lijst vast van de personeelsleden die op 1 september 2026 overgaan naar de GI-school. | |
| 2 | + | De lijst, vermeld in het eerste lid, bevat van elk personeelslid de volgende gegevens: | |
| 3 | + | 1° de identiteit; | |
| 4 | + | 2° de nationaliteit; | |
| 5 | + | 3° het rijksregisternummer; | |
| 6 | + | 4° de diploma’s en kopieën van de originele diploma’s; | |
| 7 | + | 5° het ambt op 1 september 2026 volgens de concordantietabel, vermeld in artikel 90, tweede lid, en artikel 91, tweede lid; | |
| 8 | + | 6° het aantal dagen dienstanciënniteit overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1°, en artikel 91, eerste lid, 1°; | |
| 9 | + | 7° de huidige statutaire toestand: contractueel met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, contractueel met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur of vastbenoemd, met het volume uitgedrukt in uren per week; | |
| 10 | + | 8° de verwachte statutaire toestand op 1 september 2026: vastbenoemd, tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur, tijdelijk aangesteld voor bepaalde duur, met het volume uitgedrukt in uren per week; | |
| 11 | + | 9° de omvang van de gewenste aanstelling per 1 september 2026, met het volume uitgedrukt in uren per week; | |
| 12 | + | 10° informatie over opgenomen verlofstelsels en dienstonderbrekingen en lopende verlofstelsels en dienstonderbrekingen tot na 31 augustus 2026 met vermelding van de begin- en einddatum; | |
| 13 | + | 11° de salarisschaal die het personeelslid op grond van het Vlaams personeelsstatuut geniet; | |
| 14 | + | 12° de geldelijke anciënniteit in jaren, maanden en dagen, en ook prestaties bij vroegere werkgevers die opgenomen zijn in de geldelijke anciënniteit; | |
| 15 | + | 13° een uittreksel uit het strafregister; | |
| 16 | + | 14° het aantal genoten ziektedagen met opsplitsing tussen bezoldigde en onbezoldigde ziektedagen; | |
| 17 | + | 15° een bewijs van taalkennis als het personeelslid niet in het bezit is van een diploma met als onderwijstaal Nederlands; | |
| 18 | + | 16° informatie over een lopende fietslease. | |
| 19 | + | De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden verwerkt met het oog op: | |
| 20 | + | 1° de organisatie van het onderwijs in de GI-school; | |
| 21 | + | 2° de aanstelling van de personeelsleden in de GI-school; | |
| 22 | + | 3° de opdrachtverdeling onder de personeelsleden in de GI-school; | |
| 23 | + | 4° de bezoldiging van de personeelsleden in de GI-school. | |
| 24 | + | De lijst, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op 1 juni 2026 bezorgd aan de scholengroep die bevoegd is of de scholengroepen die bevoegd zijn voor het onderwijs in de GI-school. Die scholengroep is of die scholengroepen zijn verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens, vermeld in het tweede lid. | |
| 25 | + | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal 110 jaar na de geboorte van de betrokken personeelsleden. | |
| 26 | + | De scholengroep neemt of de scholengroepen nemen de verwerkingsverantwoordelijkheid op in het kader van diens/hun rol als inrichtende macht van de GI-school. De inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs bezitten als vermeld in artikel 4, §2, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs al de bevoegdheden die rechtstreeks of onrechtstreeks noodzakelijk of nuttig zijn voor de uitoefening van hun opdracht, met inbegrip van het oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen. | |
| 27 | + | Wijzigingen die na 1 juni 2026 plaatsvinden en die een invloed hebben op de gegevens uit de lijst, vermeld in het eerste lid, worden onmiddellijk bezorgd aan de bevoegde scholengroep of scholengroepen. | |
| 28 | + | De gemeenschapsinstellingen informeren de betrokken personeelsleden tijdig en voorzien in een procedure om administratieve onjuistheden over de gegevens, vermeld in het tweede lid, recht te zetten. De leden van het bevoegde lokale onderhandelingscomité krijgen inzage in de lijst en de gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid. | |
| 29 | + | In dit artikel wordt verstaan onder gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht. |
| 1 | − | [... (opgeh. decr. 14 februari 2003, art. IX. 40, I: 1 september 2003) ] | |
| 1 | + | Voor de personeelsleden die op 31 augustus 2026 in dienst zijn als statutair personeelslid in een gemeenschapsinstelling en op 1 september 2026 aangesteld worden in de GI-school binnen de omkadering, vermeld in artikel 22 van het decreet 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, gelden de volgende bepalingen: | |
| 2 | + | 1° de diensten die personeelsleden gepresteerd hebben als statutair personeelslid, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit, vermeld in artikel 4, 21 of 21bis en 36. De diensten worden geacht te zijn gepresteerd in het ambt waarmee het personeelslid overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd. In afwijking daarvan komen de volgende periodes niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit: | |
| 3 | + | a) politiek verlof of politiek mandaat; | |
| 4 | + | b) onbezoldigde ziektedagen; | |
| 5 | + | c) verlof zonder wedde; | |
| 6 | + | 2° het personeelslid wordt ambtshalve vastbenoemd in het ambt waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt en overeenkomstig het volume dat het vastbenoemd is als statutair personeelslid. Het personeelslid wordt, op het ogenblik dat het in een ambt van de GI-school vastbenoemd wordt, voor het volume van de vaste benoeming in het onderwijs, ambtshalve en zonder opzegging ontslagen in de gemeenschapsinstelling; | |
| 7 | + | 3° de geldelijke anciënniteit die uiterlijk op 31 augustus 2026 was toegekend aan een statutair personeelslid in een gemeenschapsinstelling wordt beschouwd als geldelijke anciënniteit voor het ambt waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt; | |
| 8 | + | 4° het personeelslid wordt bezoldigd volgens de salarisschaal van het ambt en diplomaniveau waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt. | |
| 9 | + | De Vlaamse Regering legt voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid: | |
| 10 | + | 1° een concordantietabel vast met de functies in de gemeenschapsinstellingen en de overeenstemmende ambten in de GI-school; | |
| 11 | + | 2° overgangsmaatregelen vast voor de personeelsleden die niet in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt in de GI-school; | |
| 12 | + | 3° in afwijking van het eerste lid, 4°, overgangsmaatregelen vast voor de geldende salarisschalen voor een ambt in de GI-school. | |
| 13 | + | In dit artikel wordt verstaan onder gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht. |
| 1 | − | [(ing. decr. 14 juli 1998, art. 129) ] [... (opgeh. decr. 14 februari 2003, art. IX. 41, I: 1 september 2003) ] | |
| 1 | + | §1. Op de personeelsleden die op 31 augustus 2026 in dienst zijn als contractueel personeelslid in een gemeenschapsinstelling en op 1 september 2026 aangesteld worden in de GI-school binnen de omkadering, vermeld in artikel 22 van het decreet 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, zijn de volgende bepalingen van toepassing: | |
| 2 | + | 1° de diensten die gepresteerd zijn als contractueel personeelslid worden beschouwd als dienstanciënniteit als vermeld in artikel 4, 21 of 21bis en 36. De diensten worden geacht te zijn gepresteerd in het ambt waarmee het personeelslid overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd. In afwijking daarvan komen de volgende periodes niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit: | |
| 3 | + | a) politiek verlof of politiek mandaat; | |
| 4 | + | b) onbezoldigde ziektedagen; | |
| 5 | + | c) verlof zonder wedde; | |
| 6 | + | 2° het personeelslid wordt tijdelijk aangesteld in het ambt waarmee het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd. Als het personeelslid in een ambt van de GI-school tijdelijk aangesteld wordt, wordt het voor het volume van zijn tijdelijke aanstelling in het onderwijs, ambtshalve en zonder opzegging ontslagen in de gemeenschapsinstelling; | |
| 7 | + | 3° de geldelijke anciënniteit die uiterlijk op 31 augustus 2026 was toegekend als contractueel personeelslid in een gemeenschapsinstelling, wordt beschouwd als geldelijke anciënniteit voor het ambt waarmee het personeelslid overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd; | |
| 8 | + | 4° het personeelslid wordt bezoldigd in de salarisschaal van het ambt en diplomaniveau waarmee het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd. | |
| 9 | + | De Vlaamse Regering legt voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid: | |
| 10 | + | 1° een concordantietabel vast met de functies in de gemeenschapsinstellingen en de overeenstemmende ambten in de GI-school; | |
| 11 | + | 2° overgangsmaatregelen vast voor de personeelsleden die niet in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt in de GI-school; | |
| 12 | + | 3° in afwijking van het eerste lid, 4°, overgangsmaatregelen vast voor de geldende salarisschalen voor een ambt in de GI-school. | |
| 13 | + | In deze paragraaf wordt verstaan onder gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht. | |
| 14 | + | §2. In afwijking van artikel 21, §3 en §4, en artikel 21bis, §3 en §4, heeft het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, op 1 september 2026 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als het personeelslid voldoet aan de volgende voorwaarden: | |
| 15 | + | 1° het personeelslid wordt op 1 september 2026 aangesteld in de GI-school binnen de omkadering, vermeld in artikel 22 van het decreet 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht; | |
| 16 | + | 2° het personeelslid heeft op 1 september 2026 een dienstanciënniteit verworven van 290 dagen; | |
| 17 | + | 3° het personeelslid stelt zich, om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, op straffe van verlies van dat recht voor het volgende schooljaar, voor 15 augustus 2026 kandidaat bij de raad van bestuur. Het personeelslid stelt zich kandidaat met een aangetekende brief of op een manier die het college van directeurs, na onderhandeling in het bevoegde lokale comité, heeft vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een aangetekende brief. De raad van bestuur deelt de mogelijkheden van mededeling van kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt die openbaar. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, vermeld in dit artikel, geldt die vanaf dat ogenblik als een kandidatuur voor dat ambt die over de schooljaren doorloopt. | |
| 18 | + | Om de dienstanciënniteit, vermeld in het eerste lid, 2°, te berekenen, wordt, in afwijking van artikel 4, §1, a), het aantal gepresteerde dagen niet met 1,2 vermenigvuldigd. | |
| 19 | + | §3. In afwijking van artikel 36, eerste lid, 1°, wordt voor het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, voor een vaste benoeming op 1 januari 2027 de dienstanciënniteit in het ambt vastgesteld op 1 september 2026. |
| 9 | 9 | 4° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs; | |
| 10 | 10 | 4° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten; | |
| 11 | − | 4° quater anderstalige nieuwkomer : | |
| 12 | − | a) een leerling die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is en die op de dag van de voorziene instap in de school gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet : | |
| 13 | − | 1) hij is een nieuwkomer, dit wil zeggen dat hij maximaal één jaar ononderbroken in België verblijft; | |
| 14 | − | 2) hij heeft niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal; | |
| 11 | + | 4° quater anderstalige nieuwkomer: een regelmatige leerling die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet: | |
| 12 | + | a) de leerling is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar; | |
| 13 | + | b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c); | |
| 14 | + | c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid gefinancierde of gesubsidieerde school ingeschreven op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar of het daaraan voorafgaande schooljaar; | |
| 15 | − | 3) hij beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen; | |
| 15 | + | d) de leerling beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen; | |
| 16 | − | 4) hij is maximaal negen maanden ingeschreven, vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen, in een school met het Nederlands als onderwijstaal; | |
| 17 | − | b) een leerling die officieel verblijft in een open asielcentrum, zijnde een collectieve opvangstructuur zoals bedoeld in artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde categorieën van vreemdelingen en die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is. | |
| 18 | − | Dat de leerling voldoet aan de voorwaarden, vermeld in punt a), 1) en 2), wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer van de ouders. Met die verklaring op eer wordt voor het beantwoorden aan de voorwaarde vermeld in punt 1) echter geen rekening gehouden, als in het inschrijvings- of leerlingendossier documenten aanwezig zijn die deze verklaring tegenspreken. Dat de leerling voldoet aan de voorwaarde vermeld in punt b) wordt bewezen aan de hand van een attest, uitgereikt door het open asielcentrum waar hij officieel verblijft. De verklaringen die aantonen dat anderstalige nieuwkomers voldoen aan de voorwaarden, worden ten minste vijf jaar in de school bewaard en moeten eventueel ter verificatie worden voorgelegd. | |
| 19 | 16 | 5° het Gemeenschapsonderwijs: een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs; | |
| 20 | 17 | 6° basisschool: school waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt; | |
| 62 | 59 | 24° huisonderwijs : | |
| 63 | 60 | - het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school; | |
| 64 | − | - onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan; | |
| 61 | + | - onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra die ressorteren onder de bijzondere jeugdbijstand; | |
| 65 | 62 | 24°/1 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 15; | |
| 66 | 63 | 24° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen; | |
| 129 | 126 | 52° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg; | |
| 130 | 127 | 52° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands; | |
| 128 | + | 52° bis/3 taalheldklas: klas als vermeld in artikel 139vicies semel; | |
| 131 | 129 | 52° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden; | |
| 132 | 130 | 53° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft; | |
| 1 | − | De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan. | |
| 1 | + | De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs , vermeld in artikel 3, 24°, tweede streepje. |
| 1 | − | De Commissie bestaat uit een kamer voor het basisonderwijs en een kamer voor het secundair onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, voorgezeten door één onafhankelijke persoon die aangesteld wordt door de Vlaamse Regering en bijgestaan door één ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die fungeert als secretaris. | |
| 1 | + | De Commissie bestaat uit een kamer voor het basisonderwijs en een kamer voor het secundair onderwijs, de GI-school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, voorgezeten door één onafhankelijke persoon die aangesteld wordt door de Vlaamse Regering en bijgestaan door één ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die fungeert als secretaris. | |
| 2 | 2 | Iedere kamer omvat : | |
| 3 | 3 | 1° een lid dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 205 van het Gerechtelijk Wetboek; | |
| 1 | 1 | De Commissie beslist over de gegrondheid van klachten van belanghebbenden inzake : | |
| 2 | − | 1° de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de kosteloosheid van het onderwijs, de beginselen vermeld in artikel 27 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 35 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs, en artikel 8, 3°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, de bijdrageregeling, bedoeld in artikel 27bis en 27ter, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en de regeling met betrekking tot persoonlijke bijdrage, bedoeld in artikel 38 tot en met 41 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten; | |
| 2 | + | 1° de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen over de kosteloosheid van het onderwijs, de beginselen vermeld in artikel 27 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 35 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 32 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht en artikel 8, 3°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, de bijdrageregeling, vermeld in artikel 27bis en 27ter, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en de regeling met betrekking tot persoonlijke bijdrage, vermeld in artikel 38 tot en met 41 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten; | |
| 3 | − | 2° de bepalingen van artikel 51 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van artikel 7 tot en met artikel 10 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs , van artikel 14bis van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, van artikel II.48 tot en met II.52 van deze codificatie, van artikelen 120 tot en met 125 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en van artikelen 48 tot en met 52 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten; | |
| 3 | + | 2° de bepalingen van artikel 51 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van artikel 7 tot en met artikel 10 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van artikel 30 en 31 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, van artikel 14bis van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, van artikel II.48 tot en met II.52 van deze codificatie, van artikel 120 tot en met 125 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en van artikel 48 tot en met 52 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten; | |
| 4 | 4 | 3° de niet-naleving van de bepalingen omtrent de bevoegdheden en de besluitvormingsprocedures bedoeld in artikel 18 tot en met 22 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. | |
| 5 | 5 | Wanneer zij oordeelt dat een klacht gegrond is, kan zij beslissen om : | |
| 1 | − | Een selectieve participatietoeslag secundair onderwijs kan worden toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, die is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor secundair onderwijs of aan een rechthebbende leerling die de leertijd zoals bedoeld in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap volgt in een door de Vlaamse Regering erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen . | |
| 1 | + | Een selectieve participatietoeslag secundair onderwijs kan worden toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, die is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor secundair onderwijs of aan een rechthebbende leerling die de leertijd zoals bedoeld in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap volgt in een door de Vlaamse Regering erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen of aan een rechthebbende leerling die een structuuronderdeel van het gewoon secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs volgt in de GI-school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht. |
| 1 | 1 | § 1. Aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen: | |
| 2 | − | 1° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling of centrum als vermeld in artikel 32; | |
| 2 | + | 1° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling, een centrum of de GI-school als vermeld in artikel 32; | |
| 3 | 3 | 2° hij is ongewettigd afwezig geweest; | |
| 4 | − | 3° tijdens het schooljaar uiterlijk 21 kalenderdagen na de datum van uitschrijving uit een instelling voor secundair onderwijs of uit de leertijd in een centrum zoals bedoeld in artikel 32 is hij niet opnieuw ingeschreven in een instelling voor secundair onderwijs of in de leertijd in een centrumzoals bedoeld in artikel 32. | |
| 4 | + | 3° tijdens het schooljaar uiterlijk 21 kalenderdagen na de datum van uitschrijving uit een instelling voor secundair onderwijs of uit de leertijd in een centrum of aan het einde van een onderwijstraject in de GI-school zoals bedoeld in artikel 32 is hij niet opnieuw ingeschreven in een instelling voor secundair onderwijs of in de leertijd in een centrum, of is hij niet gestart in een onderwijstraject in de GI-school zoals bedoeld in artikel 32. | |
| 5 | − | In afwijking van het eerste lid, 3°, behoudt de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs die op 30 juni van het schooljaar in kwestie niet langer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs of een centrum zoals bedoeld in artikel 32, zijn toelage, op voorwaarde dat hij in de loop van dat schooljaar zijn kwalificatie behaalde. | |
| 5 | + | In afwijking van het eerste lid, 3°, behoudt de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs en in de GI-school als vermeld in artikel 32 die op 30 juni van het schooljaar in kwestie niet langer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs of de GI-school als vermeld in artikel 32, of een centrum zoals bedoeld in artikel 32, zijn toelage, op voorwaarde dat hij in de loop van dat schooljaar zijn kwalificatie behaalde. | |
| 6 | 6 | §1/1. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24 die ingeschreven is in het zevende leerjaar, vermeld in artikel 133/7, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van wie de aan het begin van het schooljaar bepaalde duurtijd eindigt op de laatste schooldag van het eerste semester van het schooljaar in kwestie, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen: | |
| 7 | 7 | 1° hij is op de laatste schooldag van het eerste semester van het schooljaar in kwestie niet ingeschreven in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 32; | |
| 1 | 1 | § 1. Om het recht op en het bedrag van een selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie: | |
| 2 | − | 1° welke leerlingen in welk structuuronderdeel zijn ingeschreven in een onderwijsinstelling of een centrum als vermeld in artikel 32; | |
| 2 | + | 1° welke leerlingen in welk structuuronderdeel zijn ingeschreven in een onderwijsinstelling, een centrum of de GI-school als vermeld in artikel 32; | |
| 3 | 3 | 2° de datum van inschrijving; | |
| 4 | 4 | 3° de datum van eventuele uitschrijving; | |