§ flandrepo

Decreet houdende de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën (citeeropschrift: "Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019" of "VCO")

Staatsblad 29 mei 2019 NUMAC 2019012533
11 artikels gewijzigd
+4 −4 energiedecreet/art. 3.1.13
11De bedrijfsrevisor, aangeduid overeenkomstig het eerste lid, controleert de financiële toestand en de jaarrekeningen van de VREG alsook de regelmatigheid van de verrichtingen te constateren in de jaarrekeningen. Hiervan stelt hij een verslag op.11De bedrijfsrevisor, aangeduid overeenkomstig het eerste lid, controleert de financiële toestand en de jaarrekeningen van de VREG alsook de regelmatigheid van de verrichtingen te constateren in de jaarrekeningen. Hiervan stelt hij een verslag op.
12Bij het uitvoeren van hun opdracht passen het Rekenhof en de bedrijfsrevisor de regels inzake single audit toe.12Bij het uitvoeren van hun opdracht passen het Rekenhof en de bedrijfsrevisor de regels inzake single audit toe.
13§ 5. Het ontwerp van begroting van de VREG wordt opgemaakt door de algemeen directeur. Het ontwerp van begroting van de VREG, vergezeld van een ontwerp van ondernemingsplan, wordt na goedkeuring door de raad van bestuur van het jaar voorafgaand aan dit waarop het betrekking heeft, overgemaakt aan het Vlaams Parlement, ter bespreking.
13§ 5. De VREG dient jaarlijks een ontwerp van begroting met een voorstel van dotatie voor het volgende begrotingsjaar, samen met een ontwerp van ondernemingsplan, bij het Vlaams Parlement in.
14Het Vlaams Parlement bepaalt de dotatie die de VREG voor zijn werking tijdens het volgende begrotingsjaar uit het Energiefonds ontvangt en deelt dit ter uitvoering mee aan de Vlaamse Regering.
14Na de hoorzitting in het Vlaams Parlement stelt de VREG zijn definitieve begroting en ondernemingsplan vast.15Vervolgens stelt de VREG zijn definitieve begroting en ondernemingsplan vast.
15Op basis van deze definitieve begroting stelt de Vlaamse Regering de dotatie voor de VREG vast.
16De VREG zendt de jaarrekening, vergezeld van het verslag van de bedrijfsrevisor opgesteld op basis van paragraaf 4, tweede lid, voor 31 maart van het jaar volgend op het betrokken jaar, over aan het Vlaams Parlement en aan het Rekenhof. Het Rekenhof controleert de jaarrekening van de VREG en zendt zijn auditverslag over aan het Vlaams Parlement.16De VREG zendt de jaarrekening, vergezeld van het verslag van de bedrijfsrevisor opgesteld op basis van paragraaf 4, tweede lid, voor 31 maart van het jaar volgend op het betrokken jaar, over aan het Vlaams Parlement en aan het Rekenhof. Het Rekenhof controleert de jaarrekening van de VREG en zendt zijn auditverslag over aan het Vlaams Parlement.
17§ 6. De VREG is onderworpen aan de bepalingen zoals opgenomen in titel 6 van het Rekendecreet van 8 juli 2011.
17§ 6. ...
18§ 7. De algemeen directeur staat in voor de noodzakelijke informatie-uitwisseling met de Vlaamse Regering voor de opmaak van de algemene uitgavenbegroting en de opmaak van de ESR-consolidatie.18§ 7. De algemeen directeur staat in voor de noodzakelijke informatie-uitwisseling met de Vlaamse Regering voor de opmaak van de algemene uitgavenbegroting en de opmaak van de ESR-consolidatie.
19§ 8. De VREG stelt jaarlijks uiterlijk op 31 januari een ondernemingsplan voor dat jaar vast en deelt het mee aan het Vlaams Parlement. Het omvat onder meer de beleids- en beheersdoelstellingen, zowel meerjarig als voor het komende jaar, en de operationele vertaling ervan. Als bij het verstrijken van een ondernemingsplan geen nieuw ondernemingsplan in werking is getreden, blijft het bestaande ondernemingsplan van toepassing tot op het ogenblik dat het nieuwe ondernemingsplan in werking treedt.19§ 8. De VREG stelt jaarlijks uiterlijk op 31 januari een ondernemingsplan voor dat jaar vast en deelt het mee aan het Vlaams Parlement. Het omvat onder meer de beleids- en beheersdoelstellingen, zowel meerjarig als voor het komende jaar, en de operationele vertaling ervan. Als bij het verstrijken van een ondernemingsplan geen nieuw ondernemingsplan in werking is getreden, blijft het bestaande ondernemingsplan van toepassing tot op het ogenblik dat het nieuwe ondernemingsplan in werking treedt.
+1 −7 energiedecreet/art. 3.1.15
1§ 1. De algemene rekeningen bestaan uit:
21° een jaarrekening die de volgende elementen bevat:
3a) de balans op 31 december;
4b) de resultatenrekening, opgesteld op basis van de kosten en de opbrengsten van het afgelopen boekjaar;
52° een jaarrapport over de uitvoering van de begroting, opgesteld in dezelfde vorm als de begroting;
63° een rapportering die de aansluiting tussen de jaarrekening, vermeld in punt 1°, en de rapportering, vermeld in punt 2°, bevat;
74° een toelichting bij de balans, de resultatenrekening en de rapportering over de begroting.
1§ 1. ...
8§ 2. De VREG volgt bij het opstellen van de rekeningen de boekhoudkundige regels zoals bepaald in artikel 10 tot en met 15 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de begroting en de boekhouding van de Vlaamse rechtspersonen.2§ 2. De VREG volgt bij het opstellen van de rekeningen de boekhoudkundige regels zoals bepaald in artikel 10 tot en met 15 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de begroting en de boekhouding van de Vlaamse rechtspersonen.
+0 −1 energiedecreet/art. 15.3.4 opgeheven
1Behoudens andersluidende bepalingen worden de begroting en rekeningen van de VREG opgemaakt en goedgekeurd en wordt de controle uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof .
+1 −1 energiedecreet/art. 15.3.5/5
1§ 1. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd waarborgen te verlenen ten gunste van de elektriciteitsdistributienetbeheerders, de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangewezen, met het oog op de gedeeltelijke dekking van het verlies dat deze netbeheerders gebeurlijk dragen als gevolg van het banken van groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten.1§ 1. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd waarborgen te verlenen ten gunste van de elektriciteitsdistributienetbeheerders, de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangewezen, met het oog op de gedeeltelijke dekking van het verlies dat deze netbeheerders gebeurlijk dragen als gevolg van het banken van groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten.
2§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en modaliteiten waaronder deze waarborg kan worden toegekend en uitgekeerd. In afwijking van artikel 8 van het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest kan de Vlaamse Regering bepalen om de toekenning van de waarborg niet afhankelijk te maken van de betaling van een bijdrage.2§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en modaliteiten waaronder deze waarborg kan worden toegekend en uitgekeerd. De Vlaamse Regering kan bepalen om de toekenning van de waarborg niet afhankelijk te maken van de betaling van een bijdrage.
3§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt voor ieder begrotingsjaar de maximale omloop van de uitstaande verbintenissen waarop de waarborg van het Vlaamse Gewest betrekking heeft.3§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt voor ieder begrotingsjaar de maximale omloop van de uitstaande verbintenissen waarop de waarborg van het Vlaamse Gewest betrekking heeft.
+1 −1 decreet-2015-12-18/art. 9
1Er wordt een begrotingsfonds Departement Kanselarij en Bestuur opgericht. Dat fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof.1Er wordt een begrotingsfonds Departement Kanselarij en Bestuur opgericht. Dat fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.
2Het fonds wordt gespijsd met ontvangsten uit:2Het fonds wordt gespijsd met ontvangsten uit:
31° de verkoop van publicaties uit het elektronische bestelloket voor publicaties en van andere publicaties die verspreid worden door het Departement Kanselarij en Bestuur;31° de verkoop van publicaties uit het elektronische bestelloket voor publicaties en van andere publicaties die verspreid worden door het Departement Kanselarij en Bestuur;
+1 −1 decreet-2015-12-18/art. 35
1Er wordt een fonds opgericht in de zin van artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof.
1Er wordt een fonds opgericht in de zin van artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.
2Het Fonds wordt gespijsd met de winstuitkering van de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM).2Het Fonds wordt gespijsd met de winstuitkering van de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM).
3De inkomsten uit het Fonds worden aangewend voor subsidie aan de provincie Limburg voor activiteiten die de economische ontwikkeling van Limburg bevorderen.3De inkomsten uit het Fonds worden aangewend voor subsidie aan de provincie Limburg voor activiteiten die de economische ontwikkeling van Limburg bevorderen.
+1 −1 decreet-2015-12-18/art. 45
1§ 1. Er wordt een fonds opgericht binnen het Departement WSE voor de uitvoering van projecten die tot stand komen met cofinanciering van de Europese Unie. Dit fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, hierna het fonds te noemen.1§ 1. Er wordt een fonds opgericht binnen het Departement WSE voor de uitvoering van projecten die tot stand komen met cofinanciering van de Europese Unie. Dit fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, hierna het fonds te noemen.
2§ 2. De inkomsten van het fonds worden gespijsd door de terugvorderingen van subsidies of bedragen voor de financiering van overeenkomsten betreffende de Vlaamse cofinanciering van ESF-projecten, die door de begunstigden niet of op onrechtmatige wijze werden aangewend of waarvan de aanwending onvoldoende wordt verantwoord.2§ 2. De inkomsten van het fonds worden gespijsd door de terugvorderingen van subsidies of bedragen voor de financiering van overeenkomsten betreffende de Vlaamse cofinanciering van ESF-projecten, die door de begunstigden niet of op onrechtmatige wijze werden aangewend of waarvan de aanwending onvoldoende wordt verantwoord.
3§ 3. De inkomsten van het fonds mogen aangewend worden voor uitgaven voor diensten, werking, exploitatie en uitrusting, voor zover deze uitgaven verband houden met de realisatie van de projecten met cofinanciering van de EU.3§ 3. De inkomsten van het fonds mogen aangewend worden voor uitgaven voor diensten, werking, exploitatie en uitrusting, voor zover deze uitgaven verband houden met de realisatie van de projecten met cofinanciering van de EU.
+1 −1 decreet-2015-12-18/art. 55
1§ 1. Er wordt een begrotingsfonds opgericht voor de aanwending van teruggevorderde salarissen en salaristoelagen en andere ontvangsten van de sector Onderwijs, hierna genoemd `het middelenfonds'.1§ 1. Er wordt een begrotingsfonds opgericht voor de aanwending van teruggevorderde salarissen en salaristoelagen en andere ontvangsten van de sector Onderwijs, hierna genoemd `het middelenfonds'.
2§ 2. Het middelenfonds is een begrotingsfonds in de zin van artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof.
2§ 2. Het middelenfonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.
3§ 3. Het middelenfonds wordt gespijsd door alle ontvangsten die voortvloeien uit de terugvorderingen van salarissen en salaristoelagen en andere onderwijsgerelateerde ontvangsten.3§ 3. Het middelenfonds wordt gespijsd door alle ontvangsten die voortvloeien uit de terugvorderingen van salarissen en salaristoelagen en andere onderwijsgerelateerde ontvangsten.
4§ 4. De middelen van het fonds dienen aangewend te worden voor de betaling van salarissen, salaristoelagen of andere uitgaven ten voordele van het Vlaamse onderwijs.4§ 4. De middelen van het fonds dienen aangewend te worden voor de betaling van salarissen, salaristoelagen of andere uitgaven ten voordele van het Vlaamse onderwijs.
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 174
1Met inachtneming van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en artikel 57 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof is de private uitbetalingsactor gehouden tot de terugbetaling van de subsidie ten bedrage van het deel waarvoor een inbreuk is vastgesteld.1Met inachtneming van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en artikel 75 en 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 is de private uitbetalingsactor gehouden tot de terugbetaling van de subsidie ten bedrage van het deel waarvoor een inbreuk is vastgesteld.
2De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden aan die belast zijn met de terugvordering van de onverschuldigde subsidies.2De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden aan die belast zijn met de terugvordering van de onverschuldigde subsidies.
+1 −1 decreet-2012-06-01/art. 29
1§ 1. Bij het Departement Werk en Sociale Economie wordt een fonds, in de zin van artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, opgericht voor aanwending van de betaling van lonen, salarissen, andere vergoedingen die uit de arbeidsverhouding kunnen voortvloeien, werkingskosten en investeringskosten ten behoeve van personeelsleden van het Departement Werk en Sociale Economie, dan wel verschuldigd aan derden wegens de tewerkstelling van dergelijke personeelsleden, die op projectbasis en steunend op Europese cofinanciering worden aangeworven, alsmede voor de aanwending van de betaling van andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Departement Werk en Sociale Economie.1§ 1. Bij het Departement Werk en Sociale Economie wordt een fonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, opgericht voor aanwending van de betaling van lonen, salarissen, andere vergoedingen die uit de arbeidsverhouding kunnen voortvloeien, werkingskosten en investeringskosten ten behoeve van personeelsleden van het Departement Werk en Sociale Economie, dan wel verschuldigd aan derden wegens de tewerkstelling van dergelijke personeelsleden, die op projectbasis en steunend op Europese cofinanciering worden aangeworven, alsmede voor de aanwending van de betaling van andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Departement Werk en Sociale Economie.
2§ 2. Aan het fonds worden toegewezen alle ontvangsten van middelen uit Europese, Vlaamse of andere bron die ter (co)financiering van de lonen, salarissen, andere vergoedingen, werkingskosten en investeringskosten alsmede andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in paragraaf 1, worden aangeboden of toegekend.2§ 2. Aan het fonds worden toegewezen alle ontvangsten van middelen uit Europese, Vlaamse of andere bron die ter (co)financiering van de lonen, salarissen, andere vergoedingen, werkingskosten en investeringskosten alsmede andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in paragraaf 1, worden aangeboden of toegekend.
3§ 3. De middelen van het fonds, vermeld in paragraaf 1, dienen uitsluitend aangewend te worden voor de betaling van de lonen, de salarissen, de voormelde andere vergoedingen, de werkingskosten en de investeringskosten, alsmede de andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in paragraaf 1.3§ 3. De middelen van het fonds, vermeld in paragraaf 1, dienen uitsluitend aangewend te worden voor de betaling van de lonen, de salarissen, de voormelde andere vergoedingen, de werkingskosten en de investeringskosten, alsmede de andere toegestane projectuitgaven, waaronder de niet-recurrente uitgaven met betrekking tot de bijzondere opdrachten van het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in paragraaf 1.
+1 −1 decreet-2016-07-15/art. 7
1De Vlaamse Regering kan de gevallen van terugvordering bepalen met behoud van de toepassing van de bepalingen in de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof en de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van de Staat.1De Vlaamse Regering kan de gevallen van terugvordering bepalen met behoud van de toepassing van artikel 75 en artikel 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 en de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van de Staat.
2De Vlaamse Regering bepaalt de intrestvoet die in geval van terugvordering verschuldigd is.2De Vlaamse Regering bepaalt de intrestvoet die in geval van terugvordering verschuldigd is.
3De Vlaamse Regering bepaalt de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot terugvordering, zich moeten voordoen, en de termijn waarin de hinderpremie kan worden teruggevorderd.3De Vlaamse Regering bepaalt de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot terugvordering, zich moeten voordoen, en de termijn waarin de hinderpremie kan worden teruggevorderd.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd