| 1 | De werkingsbudgetten, vermeld in artikel VI.1, worden toegekend binnen het daartoe door de decreetgever vastgestelde globale begrotingskrediet. |
| 2 | De Vlaamse Regering stelt binnen dat krediet jaarlijks de verdeelsleutel en het bedrag per instelling vast op basis van één of meer van de volgende criteria: |
| 3 | 1° het aantal gewogen leerlingen per instellingstype; |
| 4 | 2° het aantal personeelsleden met een onderwijsopdracht in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel; |
| 5 | 3° de specifieke behoeften voor digitalisering, die de Vlaamse Regering bepaalt. |
| 6 | De Vlaamse Regering stelt de gewogen leerlingenaantallen vermeld in het eerste lid, 1°, vast op basis van één of meer van de volgende criteria, zijnde onderwijsniveau, onderwijstype en socio-economische context. |
| 7 | De Vlaamse Regering kan forfaitaire bedragen toekennen aan ziekenhuisscholen en centra voor basiseducatie. |