§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wat betreft de uitzondering op het achteruitgangsverbod voor de verplaatsing van verontreinigd water of sediment #929

Open Vlaamse Regering wil 3 artikels wijzigen in decreet-2003-07-18 · 1 juli 2026 3 checks vragen aandacht
3 artikels gewijzigd

0 van 3 wijzigingen berekend door de instructies op de huidige tekst toe te passen. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-2003-07-18/art. 1.1.3 wijzigt
Art. 3. Aan artikel 1.1.3 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 en gewijzigd bij de decreten van 24 juni 2022, 19 april 2024 en 17 mei 2024, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: “§3. Voor de toepassing van artikel 1.7.2.5.4 gelden in afwijking van paragraaf 1 en 2 de volgende definities: 1° goede chemische toestand van oppervlaktewater: de chemische toestand van een oppervlaktewaterlichaam waarin de concentraties van verontreinigende stoffen de volgende waarden niet overschrijden: a) de milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen, vermeld in bijlage I, deel A, bij richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG; b) de milieukwaliteitsnormen voor stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen; c) de op effecten gebaseerde drempelwaarden, als die beschikbaar zijn; 2° prioritaire stoffen: de stoffen, vermeld in bijlage I, deel A, bij richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG; 3° stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen: verontreinigende stoffen die niet of niet langer als prioritaire stoffen worden aangemerkt, maar die overeenkomstig bijlage II bij de Kaderrichtlijn Water door de lidstaten zijn geïdentificeerd op basis van de beoordeling van drukfactoren en effecten op oppervlaktewaterlichamen als stoffen die in aanzienlijke hoeveelheden in een stroomgebied of deelstroomgebied worden geloosd of afgezet en daardoor een aanzienlijk risico vormen voor of via het aquatische milieu op hun grondgebied; 4° op effecten gebaseerde drempelwaarde: een grenswaarde voor de effecten van een verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, sediment of biota, waarbij die effecten worden gemeten met een geschikte en wetenschappelijk gevalideerde monitoringsmethode die op effecten gebaseerd is. Boven deze op effecten gebaseerde drempelwaarde kunnen nadelige effecten op de menselijke gezondheid of het milieu van de verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, sediment of biota optreden; 5° achteruitgang van de toestand van een waterlichaam: de verlaging van de toestand van ten minste een van de kwaliteitselementen, vermeld in bijlage V bij de Kaderrichtlijn Water, met één klasse, zelfs als die verlaging niet resulteert in een daling van de classificatie van het waterlichaam als geheel. Als een kwaliteitselement zich echter al in de laagste klasse bevindt, vormt elke verdere achteruitgang van dat element een achteruitgang van de toestand van het waterlichaam; 6° milieukwaliteitsnorm: de concentratie van een bepaalde verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, sediment of biota die niet mag worden overschreden om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen; 7° water bestemd voor menselijke consumptie: a) water dat onbehandeld of na behandeling bestemd is voor drinken, koken, voedselbereiding of andere huishoudelijke doeleinden, zowel in openbare als in particuliere gebouwen en terreinen, ongeacht de herkomst en of het water wordt geleverd via een distributienet, geleverd uit een tankschip of in flessen of in verpakkingen wordt gedaan, met inbegrip van bronwater; b) water dat in levensmiddelenbedrijven wordt gebruikt voor de vervaardiging, de behandeling, de conservering of het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemde producten of stoffen.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 1.7.2.1.1 wijzigt · §4
Art. 4. In artikel 1.7.2.1.1, §4, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede “en artikel 1.7.2.5.4, §§2 en 3,” vervangen door de zinsnede “en artikel 1.7.2.5.4, §2 tot en met 5,”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 1.7.2.5.4 wijzigt
Art. 5. Aan artikel 1.7.2.5.4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 24 juni 2022 en 17 mei 2024, worden een paragraaf 4 en een paragraaf 5 toegevoegd, die luiden als volgt: “§4. Achteruitgang van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam houdt geen schending in van de vastgestelde milieudoelstellingen als die achteruitgang het gevolg is van verplaatsing, door menselijke activiteit, van water of sediment binnen hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of van een ander oppervlakte- of grondwaterlichaam naar een ontvangend oppervlaktewaterlichaam, zonder een nettotoename van de verontreinigende stoffen te veroorzaken en als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1° alle haalbare stappen worden genomen, in het bijzonder de behandeling van het water of het sediment, om de overdracht van verontreinigende stoffen te minimaliseren en de nadelige effecten op de toestand van de waterlichamen die door deze verplaatsing geïmpacteerd zijn, te beperken; 2° de samenstelling van het verplaatste water of sediment wordt vastgesteld, en de verplaatsing leidt niet tot een toename van het algemene risico voor de menselijke gezondheid en het milieu in vergelijking met het bestaande risico vóór de verplaatsing; 3° het ontvangende oppervlaktewaterlichaam bevindt zich al niet in een goede chemische toestand met betrekking tot de meeste verplaatste verontreinigende stoffen, in het bijzonder wat betreft de verplaatste meest persistente en bioaccumuleerbare stoffen, en de ecologische toestand of het potentieel van een ontvangend waterlichaam wordt niet verwacht in een lagere klasse terecht te komen door de verplaatsing van de verontreinigende stoffen; 4° de verplaatsing leidt niet tot extra zuiveringsnoden voor drinkwaterproductie; 5° in het ontvangende oppervlaktewaterlichaam is rond elk onttrekkingspunt dat bestemd is voor water voor menselijke consumptie, een specifieke zone afgebakend waarnaar de verplaatsing verboden is; 6° er zijn geen aanzienlijk betere milieuvriendelijke alternatieven om redenen van technische haalbaarheid of onevenredig hoge kosten; 7° de verplaatsing is onderworpen aan een voorafgaande machtiging, vergunnings- of meldingsplicht, of is onderworpen aan algemeen geldende milieuvoorwaarden die bepaald zijn bij of krachtens het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; 8° een samenvatting, met inbegrip van informatie over punt 1° tot en met 7° en de redenen voor de verplaatsing, wordt opgenomen en toegelicht in de stroomgebiedbeheerplannen. §5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen om te beoordelen of de voorwaarden, vermeld in paragraaf 4, vervuld zijn. De Vlaamse Regering bakent de specifieke zones, vermeld in paragraaf 4, 5°, af.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd