§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, wat betreft de implementatie van diverse Europese verordeningen en richtlijnen en de versterking van het asbestafbouwbeleid #913

Open Vlaamse Regering wil 31 artikels wijzigen in decreet-1995-04-05decreet-2011-12-23-1021295 · 24 juni 2026 Alle checks geslaagd
Ingediende tekst
de Vlaamse Regering 24 juni 2026 · 128 blz.
913/1 Officiële PDF
31 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 24 jun 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-1995-04-05/art. 10.3.3 wijzigt
Art. 2. In artikel 10.3.3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt: “1° het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen voor de bevordering van het zuinige gebruik van materialen, het verlagen van de milieuimpact door materiaalgebruik en het zo veel mogelijk sluiten van materiaalkringlopen;”; 2° aan paragraaf 1 wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt: “8° het uitvoeren van taken en het bieden van ondersteuning in het kader van het zwerfvuil- en sluikstortbeleid.”; 3° aan paragraaf 2 worden een punt 23° tot en met 26° toegevoegd, die luiden als volgt: “23° het optreden als bevoegde autoriteit voor het Vlaamse Gewest in het kader van de Europese regelgeving over het beheer van afgedankte batterijen als vermeld in hoofdstuk VIII van verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG; 24° het sensibiliseren en begeleiden van actoren in het kader van het zwerfvuilen sluikstortbeleid; 25° het ontvangen en verdelen tussen de diverse overheidsinstanties van de ontvangsten van de heffing, vermeld in artikel 22, §2, en artikel 27 van het samenwerkingsakkoord van ### betreffende het kader voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil, en van de ontvangsten van de heffing, vermeld in artikel 7, §3, en artikel 13, §1, punt 14° van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, en van de ontvangsten van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 27, §3 van het samenwerkingsakkoord van ### betreffende het kader voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil en artikel 13, §1, punt 14° van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval; 26° het ontvangen van de ontvangsten van de heffing, vermeld in de artikelen 8, 9, §10, 13 en 14 van het samenwerkingsakkoord van ### betreffende het kader voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil en de ontvangsten van de heffing, vermeld in artikel 7, §4, en artikel 14bis, §1, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval;”; 4° aan paragraaf 2 worden een punt 27° tot en met 31° toegevoegd, die luiden als volgt: “27° rekenmethodes en instrumenten te ontwikkelen om de milieu-impact van bouwwerken en materialen over hun gehele levenscyclus te meten, en de resultaten te bewaren, te beoordelen en die rekenmethodes en instrumenten bij te sturen; 28° de materiaalprestatiecertificaten of MPC’s, vermeld in artikel 33/22, §3, vierde lid, en in artikel 33/22, §4, vijfde lid, van het Materialendecreet, af te leveren; 29° de materiaalprestatiedatabank, vermeld in artikel 33/23, §1, van het Materialendecreet, met de doorrekening van de milieu-impact van bouwwerken te beheren; 30° de aanvragen te behandelen en de erkenning, vermeld in artikel 33/24 van het Materialendecreet, te verlenen, te schorsen of op te heffen; 31° het aanduiden van een organisatie voor het overnemen van de taken van de certificatie-instelling voor MP-deskundigen, vermeld in artikel 33/24, van het Materialendecreet.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 2 berekend
32° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;32° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;
43° richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/ EG;43° richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/ EG;
54° richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.54° richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu;
65° richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen.
decreet-2011-12-23-1021295/art. 3 wijzigt
Art. 5. In artikel 3, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden een letter j) en k) toegevoegd, die luiden als volgt: “j) het al dan niet verontreinigde water dat wordt geloosd in een oppervlaktewater of in de openbare waterzuiveringsstructuur. In die context wordt de in-situbehandeling met inbegrip van de ontwatering van het ter plaatse geproduceerde slib, die bedoeld is om dat water in overeenstemming te brengen met de milieuvoorwaarden die gelden voor de lozing, niet als een afvalstofverwerking beschouwd; k) het bemalingswater, vermeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, dat terug in de ondergrond gebracht of nuttig gebruikt wordt overeenkomstig de bepalingen van titel II van het VLAREM.”; 2° in paragraaf 1, eerste lid, 5°/2, worden de woorden “beoordeling met het blote oog” vervangen door de zinsnede “auditief en/of visueel onderzoek”; 3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 6° vervangen door wat volgt: “6° bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen die geen huishoudelijke afvalstoffen zijn of de afvalstoffen die met bedrijfsafvalstoffen gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering;”; 4° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 25°/3 ingevoegd, dat luidt als volgt: “25/3° verordening (EU) 2024/1157: verordening (EU) 2024/1157 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006;”; 5° in paragraaf 2, 1°/1, worden de volgende wijzigen aangebracht: a) de woorden “asbesthoudende wandpleister” worden telkens vervangen door de woorden “asbesthoudend pleisterwerk”; b) in punt 3) wordt de zinsnede “dakgoten, rookgaskanalen en hemelwaterafvoerkanalen” vervangen door de zinsnede “dakgoten, schouwhoeden, ventilatiekappen, rookgas- en hemelwaterafvoerkanalen”; 6° in paragraaf 2 wordt een punt 1°/6 ingevoegd, dat luidt als volgt: “1°/6 aangepast asbestinventarisattest: attest afgeleverd door OVAM na de opmaak van een asbestinventaris als vermeld in artikel 33/10, voor een openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar of voor een toegankelijke constructie met risicobouwjaar met gevoelig karakter;”; 7° in paragraaf 2 wordt een punt 2°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “2°/1 toegankelijke constructie met risicobouwjaar met gevoelig karakter: een toegankelijke constructie met risicobouwjaar die gebruikt wordt voor militaire, penitentiaire of nucleaire doeleinden;”; 8° paragraaf 2 wordt punt 3° vervangen door wat volgt: “3° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie aan te tasten en bij een industriële installatie binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het bedekkende materiaal te beschadigen;”; 9° in paragraaf 2 wordt een punt 4°/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: “4°/2 geldig asbestinventarisattest: het laatste door OVAM afgeleverde asbestinventarisattest voor een toegankelijke constructie, waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is;”; 10° in paragraaf 2, punt 7° worden de woorden “voor mensen” opgeheven; 11° in paragraaf 2 wordt punt 9° vervangen door wat volgt: “9° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als deze minstens: a) bestaat uit een dak en/of dakgebinte en/of plafond, waarbij het volstaat om minstens één enkel steunelement te hebben om dit dak en/of dakgebinte en/of plafond te kunnen dragen, b) 1,75 meter hoog is; 12° in paragraaf 2, 10°/1, worden de woorden “die een afvalstof zijn” vervangen door de woorden “en voor asbesthoudende materialen met niet-laag risico”; 13° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: “§3. Voor de toepassing van afdeling 7 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder: 1° aangifteplichtige: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de materiaalprestatieverplichtingen moet naleven; 2° bouwwerk: een constructie die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 3° materiaalprestatie: het geheel of een selectie van de 19 milieuimpactindicatoren uit EN 15804+A2 of elke latere versie van deze norm, waaronder GWP, berekend over de volledige levenscyclus, en de gewogen score van deze indicatoren; 4° materiaalprestatie-aangifte: het unieke document waarin de MP-deskundige alle uitgevoerde maatregelen tot naleving van de materiaalprestatieverplichtingen beschrijft. Aan de basis van de materiaalprestatie-aangifte ligt de finale materiaalprestatieberekening van een bouwwerk. De materiaalprestatie-aangifte vormt de basis voor het materiaalprestatiecertificaat; 5° materiaalprestatiecertificaat of MPC: een certificaat waarin het resultaat is vermeld van de berekening van de materiaalprestatie van een bouwwerk, afkomstig uit de materiaalprestatie-aangifte, uitgedrukt in een of meer numerieke indicatoren; 6° materiaalprestatiedatabank: een geïnformatiseerd gegevensbestand waarin informatie over de materiaalprestaties van bouwwerken waarvoor materiaalprestatieverplichtingen gelden, wordt opgenomen; 7° MP-deskundige of MP-deskundige: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die in het kader van de materiaalprestatieregelgeving materiaaladvies aan de aangifteplichtige verstrekt en die instaat voor de decretaal verplichte rapporteringen. De MP-deskundige is een onafhankelijke deskundige die gecertificeerd is door een certificatie-instelling voor MP-deskundigen; 8° materiaalprestatie-startverklaring: een schriftelijke verklaring met de startdatum van de werkzaamheden en het overzicht van de prestaties inzake materiaalprestatie die voor het bouwwerk worden nagestreefd, gebaseerd op een voorafberekening van de materiaalprestatie van het bouwwerk; 9° Global Warming Potential of GWP: het aardopwarmingsvermogen gedurende de levenscyclus, een indicator voor de kwantificering van de potentiële bijdrage van een gebouw aan de opwarming van de aarde gedurende de gehele levenscyclus van het gebouw, zoals opgenomen in EN 15804+A2 of elke latere versie van deze norm; 10° promotor-bouwheer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die als geregelde werkzaamheid heeft om bouwwerken op te richten, te laten oprichten of te verbouwen om ze onder bezwarende titel te vervreemden; 11° technisch materiaalprestatiedossier: een overzicht van de tijdens de werken gebruikte materialen met de bijbehorende bewijsstukken;

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (aanhalingstekens niet in evenwicht). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 7 berekend
1De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de monsterneming en analyse van materialen.1De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de monsterneming en analyse van materialen.
2De OVAM kan analyses op stalen van afvalstoffen en bodem laten uitvoeren in laboratoria die de Vlaamse Regering heeft erkend of die volgens de geldende internationale normen geaccrediteerd zijn. Laboratoria worden door de Vlaamse Regering erkend overeenkomstig de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en haar uitvoeringsbesluiten.2De OVAM kan analyses op stalen van materialen, afvalstoffen en bodem laten uitvoeren in laboratoria die de Vlaamse Regering heeft erkend of die volgens de geldende internationale normen geaccrediteerd zijn. Laboratoria worden door de Vlaamse Regering erkend overeenkomstig de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en haar uitvoeringsbesluiten.
+1 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 13 berekend
3§ 2. De Vlaamse Regering kan met het oog op het bereiken van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, voorwaarden opleggen aan :3§ 2. De Vlaamse Regering kan met het oog op het bereiken van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, voorwaarden opleggen aan :
41° de onderneming of inrichting die afvalstoffen inzamelt, vervoert of regelingen treft voor hun nuttige toepassing of verwijdering;41° de onderneming of inrichting die afvalstoffen inzamelt, vervoert of regelingen treft voor hun nuttige toepassing of verwijdering;
5De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen om de actoren, vermeld in paragraaf 2, 4°, aan te duiden, te erkennen, te sanctioneren of te schorsen.
52° de afvalstoffenhandelaars of -makelaars.62° de afvalstoffenhandelaars of -makelaars.
6De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, kunnen ook betrekking hebben op de wijze van inzameling en vervoer.7De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, kunnen ook betrekking hebben op de wijze van inzameling en vervoer.
+3 −4 decreet-2011-12-23-1021295/art. 14 berekend
1De Vlaamse Regering kan de invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen verbieden of reglementeren.1De Vlaamse Regering kan de invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen verbieden of reglementeren.
2De Vlaamse Regering kan alle maatregelen nemen met betrekking tot de invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, en van het verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, ondertekend in Bazel op 22 maart 1989. De Vlaamse Regering kan hiertoe onder meer :2De Vlaamse Regering kan alle maatregelen nemen met betrekking tot de invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen die nodig zijn voor de uitvoering van verordening (EU) 2024/1157, en van het verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, ondertekend in Bazel op 22 maart 1989. De Vlaamse Regering kan hiertoe onder meer :
31° elke invoer, uitvoer of doorvoer van afvalstoffen binnen de werkingssfeer van verordening (EG) nr. 1013/2006 onderwerpen aan het stellen van een bankgarantie, een borgsom of een gelijkwaardige financiële zekerheid om de kosten te dekken van het vervoer en van de verwijdering of nuttige toepassing, vermeld in artikel 6 van de genoemde verordening (EG) nr. 1013/2006;31° elke invoer, uitvoer of doorvoer van afvalstoffen binnen de werkingssfeer van verordening (EU) 2024/1157 onderwerpen aan het stellen van een bankgarantie, een borgsom of een gelijkwaardige financiële zekerheid om de kosten te dekken van het vervoer en van de verwijdering of nuttige toepassing, vermeld in artikel 7 van verordening (EU) 2024/1157;
42° bij invoer, uitvoer of doorvoer van afvalstoffen aan de kennisgever de betaling opleggen van een vergoeding om de administratieve kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtsprocedure, alsook de betaling vorderen van de gangbare kosten van de passende analyses en inspecties, vermeld in artikel 29 van de genoemde verordening (EG) nr. 1013/2006.
42° nadere regels vaststellen voor de goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor nuttige toepassing van afvalstoffen als vermeld in artikel 14 van verordening (EU) 2024/1157.
5De grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen in strijd met de bepalingen van de verordening, vermeld in het tweede lid, of met de bepalingen vastgesteld krachtens het eerste of het tweede lid, is verboden.5De grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen in strijd met de bepalingen van de verordening, vermeld in het tweede lid, of met de bepalingen vastgesteld krachtens het eerste of het tweede lid, is verboden.
6In afwijking van de verordening, vermeld in het tweede lid, kan de OVAM in het geval van invoer binnenkomende overbrengingen van afval die bestemd zijn voor als nuttige toepassing ingedeelde afvalverbrandingsinstallaties, beperken als vaststaat dat die overbrengingen ertoe zouden leiden dat in het Vlaamse Gewest ontstaan afval moet worden verwijderd of dat afval moet worden verwerkt op een wijze die niet in overeenstemming is met de uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 18.
+2 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 15 berekend
114° de gemeenten en verenigingen van gemeenten, vermeld in artikel 27, eerste lid, voor de kosten van selectieve ophaling of inzameling;114° de gemeenten en verenigingen van gemeenten, vermeld in artikel 27, eerste lid, voor de kosten van selectieve ophaling of inzameling;
125° natuurlijke personen, rechtspersonen en overheden voor de inventarisatie, de ontmanteling, de inzameling, het transport of de verwerking van asbesthoudende materialen, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 6;125° natuurlijke personen, rechtspersonen en overheden voor de inventarisatie, de ontmanteling, de inzameling, het transport of de verwerking van asbesthoudende materialen, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 6;
136° lokale besturen voor de organisatie van het toezicht op en de handhaving van het asbestafbouwbeleid.136° lokale besturen voor de organisatie van het toezicht op en de handhaving van het asbestafbouwbeleid;
147° lokale besturen, onderwijsinstellingen en jeugdwerkorganisaties die maatregelen uitvoeren om zwerfvuil en afval op het terrein van en rond de onderwijs- en jeugdwerkinfrastructuur te voorkomen, te verminderen of te beheren.
14De subsidies worden steeds toegekend binnen de perken van de in de begroting opgenomen kredieten.15De subsidies worden steeds toegekend binnen de perken van de in de begroting opgenomen kredieten.
decreet-2011-12-23-1021295/art. 17 wijzigt
Art. 10. In artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord “wijst” vervangen door het woord “kan” en wordt het woord “aan” vervangen door het woord “aanwijzen”; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: “§3. De ontwerpen van preventieprogramma’s of de ontwerpen van wijziging van preventieprogramma’s worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van OVAM. OVAM publiceert de ontwerpen op haar website en informeert de lokale besturen over die publicatie en de manier waarop bezwaren of opmerkingen kunnen worden geformuleerd.”; 3° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt: “§5. De Vlaamse Regering stelt de preventieprogramma’s of wijzigingen daarvan vast, rekening houdend met de gegeven adviezen en met de ingediende bezwaren of opmerkingen. De Vlaamse Regering licht toe op welke manier rekening werd gehouden met de ingediende bezwaren en opmerkingen in een verslag dat wordt gevoegd bij de bekendmaking, vermeld in paragraaf 6.”; 4° in paragraaf 6 wordt de zin “Ze liggen ter inzage bij OVAM, de provincies en de gemeenten en worden geplaatst op de website van OVAM.” vervangen door de zin “Ze worden gepubliceerd op de website van OVAM.”; 5° in paragraaf 9 wordt het woord “gewestelijk” vervangen door de woorden “door de Vlaamse regering goedgekeurd” en wordt het woord “verbindende” vervangen door het woord “bindende”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2011-12-23-1021295/art. 18 wijzigt
Art. 11. In artikel 18, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 6 wordt de zinsnede “In het bijzonder bevatten de uitvoeringsplannen ten minste de volgende elementen:” vervangen door de zinsnede “OVAM neemt de volgende elementen op in de uitvoeringsplannen:”; 2° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt: “§7. De ontwerpen van uitvoeringsplannen of de ontwerpen van wijziging van de uitvoeringsplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van OVAM. OVAM publiceert de ontwerpen op haar website en informeert de lokale besturen over die publicatie en de wijze waarop bezwaren of opmerkingen kunnen worden geformuleerd.”; 3° in paragraaf 9 wordt de zin “Als de Vlaamse Regering de uitgebrachte adviezen niet volgt of niet aan de ingediende bezwaren of opmerkingen tegemoetkomt, hetzij geheel of gedeeltelijk, dan verantwoordt ze dat in een verslag dat wordt gevoegd bij de bekendmaking, vermeld in paragraaf 10.” vervangen door de zin “De Vlaamse Regering licht toe op welke manier rekening is gehouden met de ingediende bezwaren en opmerkingen in een verslag dat wordt gevoegd bij de bekendmaking, vermeld in paragraaf 10.”; 4° in paragraaf 10 wordt de zin “Ze liggen ter inzage bij OVAM, de provincies en de gemeenten en worden geplaatst op de website van OVAM.” vervangen door de zin “Ze worden gepubliceerd op de website van OVAM.”; 5° in paragraaf 12 wordt het woord “gewestelijk” vervangen door de woorden “door de Vlaamse regering goedgekeurd” en wordt het woord “verbindende” vervangen door het woord “bindende”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 30 berekend
1§ 1. Gevaarlijke afvalstoffen die worden verwijderd, moeten worden geregistreerd en geïdentificeerd.1§ 1. Gevaarlijke afvalstoffen die worden verwijderd, moeten worden geregistreerd en geïdentificeerd.
2§ 2. Gevaarlijke afvalstoffen moeten bij de inzameling, het vervoer en de tijdelijke opslag deugdelijk zijn verpakt of opgeslagen en voorzien worden van een etiket, overeenkomstig de geldende internationale en Europese voorschriften. Telkens als gevaarlijke afvalstoffen worden vervoerd, moet er een identificatieformulier bijgevoegd zijn, al dan niet in elektronische vorm, met de toepasselijke gegevens, vermeld in bijlage I B van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen.2§ 2. Gevaarlijke afvalstoffen moeten bij de inzameling, het vervoer en de tijdelijke opslag deugdelijk zijn verpakt of opgeslagen en voorzien worden van een etiket, overeenkomstig de geldende internationale en Europese voorschriften. Als gevaarlijke afvalstoffen worden vervoerd, moet er een identificatieformulier bijgevoegd zijn met de toepasselijke gegevens, vermeld in bijlage I B van verordening (EU) 2024/1157.
3De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de verpakking, opslag en identificatie van gevaarlijke afvalstoffen.3De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de verpakking, opslag en identificatie van gevaarlijke afvalstoffen.
4§ 3. De natuurlijke personen of rechtspersonen die aan afvalstoffenverwerking doen, mogen gevaarlijke afvalstoffen niet mengen met andere categorieën gevaarlijke afvalstoffen, noch met andere afvalstoffen, stoffen of materialen. Onder mengen wordt ook het verdunnen van gevaarlijke stoffen verstaan.4§ 3. De natuurlijke personen of rechtspersonen die aan afvalstoffenverwerking doen, mogen gevaarlijke afvalstoffen niet mengen met andere categorieën gevaarlijke afvalstoffen, noch met andere afvalstoffen, stoffen of materialen. Onder mengen wordt ook het verdunnen van gevaarlijke stoffen verstaan.
decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/5 wijzigt · eerste lid
Art. 13. In artikel 33/5, eerste lid van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt: “2° alle dak- en gevelbekledingen, dakgoten, ventilatiekappen, schouwhoeden, rookgas- en hemelwaterafvoerkanalen, bestaande uit asbestcement als ze zich aan de buitenzijde bevinden.”; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “De verplichtingen, vermeld in het eerste lid, gelden niet voor materialen in of aan een beschermd goed die overeenkomstig artikel 6.4.4 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 niet weggenomen mogen worden.”; 3° in het bestaande tweede lid, dat nu het derde lid wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het woord “asbestinventarisattest” wordt vervangen door de zinsnede “asbestinventarisattest, een asbestinventarisattest gemene delen, een asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen of een aangepast asbestinventarisattest”; b) de zin “Voor de andere constructies met risicobouwjaar kan de Vlaamse Regering bepalen hoe de naleving van deze verplichting kan worden aangetoond.” wordt opgeheven; 4° aan het bestaande derde lid, dat nu het vierde lid wordt, wordt de volgende zinsnede toegevoegd “als het op basis van hun bouwtechnische karakteristieken of omwille van de maatschappelijke impact niet redelijk of proportioneel is om tegen de datum, vermeld in het eerste lid, aan die verplichting te voldoen.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (onduidelijk welk deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/6 wijzigt
Art. 14. In artikel 33/6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 20 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt er een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “De verplichtingen, vermeld in het eerste lid, gelden niet voor materialen in of aan een beschermd goed die overeenkomstig artikel 6.4.4 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 niet weggenomen mogen worden.”; 2° in het bestaande tweede lid, dat nu het derde lid wordt, wordt tussen de woorden “en het” en de woorden “veilig beheer” de woorden “formuleren van adviezen voor een” ingevoegd; 3° het bestaande derde lid, dat nu het vierde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt: “Voor publieke constructies met risicobouwjaar waarvoor de eigenaar overeenkomstig artikel 33/9 over een asbestinventarisattest, een asbestinventarisattest gemene delen, een asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen of een aangepast asbestinventarisattest moet beschikken, bewijst dit attest of al dan niet aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, 1°, is voldaan.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+3 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/6/1 nieuw
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/7 berekend
decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/9 wijzigt
decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/10 wijzigt
+3 −3 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/11 berekend
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/12 berekend
+0 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/13 opgeheven
+3 −4 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/14 berekend
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/15 berekend
decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/16 wijzigt
decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/17 wijzigt
+2 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/18 nieuw
+3 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/19 nieuw
+3 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/20 nieuw
+3 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/21 nieuw
decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/22 voegt in
+7 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/23 nieuw
+5 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/24 nieuw
+10 −3 decreet-2011-12-23-1021295/art. 66 berekend
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd