Bij de begroting 2025 #121
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 20 dec 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 9 | De centra voor volwassenenonderwijs kunnen na een voorafgaand akkoord in het bevoegde lokale comité de toegekende leraarsuren ten laste van het begrotingsjaar 2023 omzetten in werkingsmiddelen voor contractuele aanwervingen ten belope van de lesopdracht tijdens de maanden juli en augustus. Voor de omzetting geldt één leraarsuur voor 63,64 euro. Uiterlijk twee maanden na de melding aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen van de om te zetten leraarsuren voor de aanwerving van contractuele personeelsleden worden 80% van deze omgezette werkingsmiddelen als voorschot aan de centra uitbetaald. Het resterende saldo van 20% wordt uitbetaald uiterlijk in de loop van de maand december van het kalenderjaar 2023. Het centrum moet alle aangewende middelen bewijzen met facturen of betalingen die werden gedaan in het kader van deze contractuele aanstellingen. Niet-aangewende middelen worden na het einde van het kalenderjaar 2023 teruggestort. Daarvoor deelt het centrum het niet-aangewende bedrag mee aan de bevoegde administratie. | 9 | De centra voor volwassenenonderwijs kunnen na een voorafgaand akkoord in het bevoegde lokale comité de toegekende leraarsuren ten laste van het begrotingsjaar 2023 omzetten in werkingsmiddelen voor contractuele aanwervingen ten belope van de lesopdracht tijdens de maanden juli en augustus. Voor de omzetting geldt één leraarsuur voor 63,64 euro. Uiterlijk twee maanden na de melding aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen van de om te zetten leraarsuren voor de aanwerving van contractuele personeelsleden worden 80% van deze omgezette werkingsmiddelen als voorschot aan de centra uitbetaald. Het resterende saldo van 20% wordt uitbetaald uiterlijk in de loop van de maand december van het kalenderjaar 2023. Het centrum moet alle aangewende middelen bewijzen met facturen of betalingen die werden gedaan in het kader van deze contractuele aanstellingen. Niet-aangewende middelen worden na het einde van het kalenderjaar 2023 teruggestort. Daarvoor deelt het centrum het niet-aangewende bedrag mee aan de bevoegde administratie. |
| 10 | Ten laste van het begrotingsjaar 2024 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 132,96 aanvullende vte, 2.192,09 aanvullende punten en een bedrag van 1.627.652,82 euro aan werkings- middelen aan de centra voor basiseducatie toegekend. | 10 | Ten laste van het begrotingsjaar 2024 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 132,96 aanvullende vte, 2.192,09 aanvullende punten en een bedrag van 1.627.652,82 euro aan werkings- middelen aan de centra voor basiseducatie toegekend. |
| 11 | Ten laste van het begrotingsjaar 2025 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 132,96 aanvullende vte, 2192,09 aanvullende punten en een bedrag van 1.627.652,82 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend. | ||
| 11 | § 2. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject. | 12 | § 2. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject. |
| 12 | § 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de bijkomende opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs en de bijkomende opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal van de basiseducatie die de verhoogde instroom van vluchtelingen in een inburgeringstraject met zich meebrengt. | 13 | § 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de bijkomende opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs en de bijkomende opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal van de basiseducatie die de verhoogde instroom van vluchtelingen in een inburgeringstraject met zich meebrengt. |
| 1 | §1. Naast de werkingsuitkering ontvangt de Hogere Zeevaartschool vanaf het begrotingsjaar 2009 een bedrag van 169.183 euro voor investeringsmiddelen en een bedrag van 18.839 euro voor eigenaarsonderhoud. | 1 | §1. Naast de werkingsuitkering ontvangt de Hogere Zeevaartschool een bedrag van 194.000 euro voor investeringsmiddelen (prijsniveau 2024). |
| 2 | § 2. Vanaf het begrotingsjaar 2011 wordt het bedrag van de investeringsmiddelen geïndexeerd volgens de evolutie van de gezondheidsindex. | ||
| 2 | §2. Vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt het bedrag van de investeringsmiddelen, vermeld in paragraaf 1, geïndexeerd aan de hand van de indexeringsformule, vermeld in artikel III.46, §5, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | ||
| 3 | § 3. De investeringsmiddelen dragen uitsluitend bij tot de dekking van de uitgaven voor de aankoop van gebouwen, voor gehele of gedeeltelijke nieuwbouw of verbouwing, voor de voorafgaande afbraakwerken, voor de omgevingswerken, voor de eerste uitrusting, voor de aankoop van gronden, voor de aankoop van didactische en wetenschappelijke apparatuur die bestemd is voor het onderwijs, en voor de onroerende investeringen voor de sociale voorzieningen, en tot dekking van de kapitaal- en intrestlasten die voortvloeien uit leningen voor de investeringsuitgaven. | 3 | § 3. De investeringsmiddelen dragen uitsluitend bij tot de dekking van de uitgaven voor de aankoop van gebouwen, voor gehele of gedeeltelijke nieuwbouw of verbouwing, voor de voorafgaande afbraakwerken, voor de omgevingswerken, voor de eerste uitrusting, voor de aankoop van gronden, voor de aankoop van didactische en wetenschappelijke apparatuur die bestemd is voor het onderwijs, en voor de onroerende investeringen voor de sociale voorzieningen, en tot dekking van de kapitaal- en intrestlasten die voortvloeien uit leningen voor de investeringsuitgaven. |
| 4 | § 4. Als aanvulling op de bedragen, vermeld in paragraaf 1, ontvangt de Hogere Zeevaartschool in begrotingsjaar 2018 een eenmalige bijkomende investeringsdotatie van 10.000.000 euro. | 4 | § 4. Als aanvulling op de bedragen, vermeld in paragraaf 1, ontvangt de Hogere Zeevaartschool in begrotingsjaar 2018 een eenmalige bijkomende investeringsdotatie van 10.000.000 euro. |
| 5 | § 5. Als aanvulling op de bedragen, vermeld in paragraaf 1, ontvangt de Hogere Zeevaartschool in het begrotingsjaar 2021 eenmalige bijkomende investeringsmiddelen ten bedrage van 100.000 euro. | 5 | § 5. Als aanvulling op de bedragen, vermeld in paragraaf 1, ontvangt de Hogere Zeevaartschool in het begrotingsjaar 2021 eenmalige bijkomende investeringsmiddelen ten bedrage van 100.000 euro. |
| 6 | §6. Als aanvulling op het bedrag, vermeld in paragraaf 1, kan de Vlaamse Regering in begrotingsjaar 2025 een eenmalige bijkomende investeringstoelage van 20.000.000 euro toekennen aan de Hogere Zeevaartschool in het kader van het renovatie- en nieuwbouwproject. De daaraan gekoppelde betaalkredieten worden over vijf jaar gespreid: 10 procent wordt uitbetaald in 2025, 20 procent in 2026, 30 procent in 2027, 20 procent in 2028 en 20 procent in 2029. | ||
| 7 | De Hogere Zeevaartschool dient voor de toekenning een inhoudelijk dossier in bij de Vlaamse Regering dat minstens bestaat uit de volgende elementen: | ||
| 8 | 1° een actuele en realistische bouwprijs met inbegrip van ecologische technieken; | ||
| 9 | 2° een degelijke projectmatige opvolging van het bouwproces; | ||
| 10 | 3° een regelmatige rapportering aan de regeringscommissaris; | ||
| 11 | 4° een engagementsverklaring van externe partijen. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering is gemachtigd om het betalingsritme te koppelen aan eventueel bijkomende voorwaarden omtrent cofinanciering. |
| 1 | § 1. AGION wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een totaal van maximaal 750.000euro subsidie per jaar in het kader van een uiterst dringende capaciteitsproblematiek om een tijdelijke subsidie te geven aan de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs voor de huur en plaatsing van tijdelijke modulaire units. | 1 | § 1. AGION wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een totaal van maximaal 2.000.000 euro subsidie per jaar in het kader van een uiterst dringende capaciteitsproblematiek om een tijdelijke subsidie te geven aan de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs voor de huur en plaatsing van tijdelijke modulaire units. |
| 2 | Dit bedrag wordt gekoppeld aan de consumptieprijsindex van december 2020, basis 2013, en wordt jaarlijks op 1 januari berekend. | 2 | Dit bedrag wordt gekoppeld aan de consumptieprijsindex van december 2020, basis 2013, en wordt jaarlijks op 1 januari berekend. |
| 3 | § 2. De maximumtermijn van de subsidie bedraagt 3 jaar vanaf de aanvang van de huurovereenkomst. Op grond van de beoordeling van de gemotiveerde vraag van de inrichtende macht voorafgaand aan het verstrijken van de 3 jaar, kan AGION een eenmalige verlenging toestaan voor een termijn van nog eens maximaal 3 jaar. | 3 | § 2. De maximumtermijn van de subsidie bedraagt 3 jaar vanaf de aanvang van de huurovereenkomst. Op grond van de beoordeling van de gemotiveerde vraag van de inrichtende macht voorafgaand aan het verstrijken van de 3 jaar, kan AGION een eenmalige verlenging toestaan voor een termijn van nog eens maximaal 3 jaar. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Voor het begrotingsjaar 2024, dat de werkingsmiddelen omvat voor het schooljaar 2023-2024, bedraagt het bedrag per ingevulde bijkomende verblijfsdag 7,22 euro. Voor de toepassing van artikel 37, §4, wordt voor het schooljaar 2023- 2024, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codifi-catie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het on-derwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen bekomen door de optelsom van het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de maanden januari 2023 tot en met mei 2023 te vermenigvuldigen met 2,4. | 1 | Voor het begrotingsjaar 2024, dat de werkingsmiddelen omvat voor het schooljaar 2023-2024, bedraagt het bedrag per ingevulde bijkomende verblijfsdag 7,22 euro. Voor de toepassing van artikel 37, §4, wordt voor het schooljaar 2023- 2024, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiering, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen bekomen door de optelsom van het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de maanden januari 2023 tot en met mei 2023 te vermenigvuldigen met 2,4. |
| 2 | Voor de toepassing van artikel 37, §4, wordt voor het schooljaar 2024-2025, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgeno-men waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ont-staan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidi-ering, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen opgeteld tijdens de maan-den februari 2023 tot en met januari 2024. | 2 | Voor de toepassing van artikel 37, §4, wordt voor het schooljaar 2024-2025, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiering, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen opgeteld tijdens de maanden februari 2023 tot en met januari 2024. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (plaats van invoeging niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Om het recht op wonen te bevorderen, kan de Vlaamse Regering, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, subsidie verlenen voor een aantal verrichtingen die betrekking hebben op sociale huurwoningen en die passen in de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur. | 1 | Om het recht op wonen te bevorderen, kan de Vlaamse Regering, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, subsidie verlenen voor een aantal verrichtingen die betrekking hebben op sociale huurwoningen en die passen in de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verlenen voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur die nodig is voor de realisatie van een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 1.3, §1, eerste lid, 70°, a). De Vlaamse Regering bepaalt het minimum aandeel sociale huurwoningen dat binnen het voornoemde gemengd sociaal woonproject moet worden gerealiseerd om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur. | 2 | De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verlenen voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur die nodig is voor de realisatie van een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 1.3, §1, eerste lid, 70°, a). De Vlaamse Regering bepaalt het minimum aandeel sociale huurwoningen dat binnen het voornoemde gemengd sociaal woonproject moet worden gerealiseerd om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur. |
| 3 | De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verlenen voor stockage, transport en installatie van mobiele woonunits die dienen voor de tijdelijke huisvesting van huurders van sociale huurwoningen en voor de daarvoor noodzakelijke infrastructuurwerken. | ||
| 3 | Rekening houdend met de bepalingen van dit hoofdstuk stelt de Vlaamse Regering de bijzondere voorwaarden vast waaronder ze subsidie verleent. | 4 | Rekening houdend met de bepalingen van dit hoofdstuk stelt de Vlaamse Regering de bijzondere voorwaarden vast waaronder ze subsidie verleent. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan subsidie verlenen om initiatiefnemers in staat te stellen: | 1 | De Vlaamse Regering kan subsidie verlenen om initiatiefnemers in staat te stellen: |
| 2 | 1° gronden bouwrijp te maken, in voorkomend geval door sloping van de aanwezige constructies; | 2 | 1° gronden bouwrijp te maken, in voorkomend geval door sloping van de aanwezige constructies; |
| 3 | 2° infrastructuurwerken uit te voeren of aan te passen, namelijk de wegenuitrusting, de omgevingswerken, de openbare verlichting, het openbare watervoorzieningsnet en de inrichtingen voor afvoer en zuivering van afvalwater die voor de woningen in kwestie noodzakelijk zijn; | 3 | 2° infrastructuurwerken uit te voeren of aan te passen, namelijk de wegenuitrusting, de omgevingswerken, de openbare verlichting, het openbare watervoorzieningsnet en de inrichtingen voor afvoer en zuivering van afvalwater die voor de woningen of de mobiele woonunits in kwestie noodzakelijk zijn; |
| 4 | 3° gemeenschapsvoorzieningen op te richten. | 4 | 3° gemeenschapsvoorzieningen op te richten; |
| 5 | 4° mobiele woonunits als vermeld in artikel 5.22, derde lid, te stockeren, te transporteren, te installeren en het perceel waarop de mobiele woonunits geplaatst worden, aan te leggen. |
| 1 | De infrastructuurwerken, vermeld in artikel 5.23, 2°, kunnen alleen gesubsidieerd worden als ze samen met de grond waarin of waarop ze worden uitgevoerd, binnen de termijn die door de Vlaams Regering wordt bepaald, overgedragen worden aan de gemeente om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen, of aan een door de gemeente aangewezen rioolbeheerder die instaat voor het beheer en onderhoud van de rioleringen in de gemeente. De initiatiefnemer voegt de overeenkomst of het akkoord tussen de gemeente en rioolbeheerder bij de subsidieaanvraag. De gemeente en initiatiefnemer verklaren zich uiterlijk bij de indiening van de subsidieaanvraag principieel bereid tot die overdracht. | 1 | De infrastructuurwerken, vermeld in artikel 5.23, 2°, met uitzondering van de infrastructuurwerken die betrekking hebben op tijdelijke voorzieningen voor mobiele woonunits kunnen alleen gesubsidieerd worden als ze samen met de grond waarin of waarop ze worden uitgevoerd, binnen de termijn die door de Vlaams Regering wordt bepaald, overgedragen worden aan de gemeente om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen, of aan een door de gemeente aangewezen rioolbeheerder die instaat voor het beheer en onderhoud van de rioleringen in de gemeente. De initiatiefnemer voegt de overeenkomst of het akkoord tussen de gemeente en rioolbeheerder bij de subsidieaanvraag. De gemeente en initiatiefnemer verklaren zich uiterlijk bij de indiening van de subsidieaanvraag principieel bereid tot die overdracht. |
| 2 | De initiatiefnemer kan de gemeenschapsvoorzieningen die niet uitsluitend bedoeld zijn voor de bewoners van de woningen van het sociaal woonproject, aan de gemeente overdragen om in het gemeentelijke openbare domein te worden opgenomen. | 2 | De initiatiefnemer kan de gemeenschapsvoorzieningen die niet uitsluitend bedoeld zijn voor de bewoners van de woningen van het sociaal woonproject, aan de gemeente overdragen om in het gemeentelijke openbare domein te worden opgenomen. |
| 3 | De initiatiefnemer mag voor de overdracht aan de gemeente, bedoeld in dit artikel, een vergoeding vragen die niet meer mag bedragen dan het niet-gesubsidieerde deel van de kostprijs van de werkzaamheden, verrichtingen en voorzieningen. | 3 | De initiatiefnemer mag voor de overdracht aan de gemeente, bedoeld in dit artikel, een vergoeding vragen die niet meer mag bedragen dan het niet-gesubsidieerde deel van de kostprijs van de werkzaamheden, verrichtingen en voorzieningen. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.